1 Jaarverslag 2020 Acb
Tekst van het document
Adviescommissie voor bezwaarschriften gemeente Delft Jaarverslag 2020
Inhoud 1. De Adviescommissie voor bezwaarschriften ................................................................................. 3 1.1 Inleiding ............................................................................................................................................ 3 1.2 Taak van de commissie .................................................................................................................. 3 1.3 Procedure ......................................................................................................................................... 3 1.4 Beslistermijnen en doorlooptijden ................................................................................................ 4 1.5 Samenstelling van de commissie .................................................................................................. 5 1.6 Algemene beschouwingen 2020 .................................................................................................... 7 1.6.1 Corona ........................................................................................................................................... 7 1.6.2 In- en uitstroom ............................................................................................................................
7 1.6.3 Adviezen ........................................................................................................................................ 8 1.6.4 Doorlooptijden .............................................................................................................................. 9 1.6.5 Contrair .......................................................................................................................................... 9 1.6.6 Ingebrekestellingen ...................................................................................................................... 9 1.6.7 Rechterlijke procedures............................................................................................................... 9 1.6.8 Prognose voor 2020 ................................................................................................................... 10 1.6.9 Aanbevelingen ............................................................................................................................ 10 2. Jaarverslag Kamer I ........................................................................................................................ 11 3. Jaarverslag Kamer II ....................................................................................................................... 13 4.
Jaarverslag Kamer III ...................................................................................................................... 15 5. Jaarverslag Kamer IV ...................................................................................................................... 17
Voorwoord De waarde van onafhankelijke advisering De Adviescommissie voor bezwaarschriften (Acb) is een commissie die adviseert over bezwaren die ingediend worden tegen besluiten die genomen zijn door een van de bestuursorganen van de gemeente Delft. Deze bestuursorganen zijn de burgemeester, het college van burgemeester en wethouders en de gemeenteraad. De voorzitter, plaatsvervangend voorzitters en de leden van de Acb zijn niet in dienst van de gemeente Delft. Zij adviseren in volstrekte vrijheid en in volledige onafhankelijkheid. De adviezen die de Acb geeft worden in het overgrote deel ervan door het betrokken bestuursorgaan overgenomen. Het jaarverslag laat zien dat slechts in enkele, uitzonderlijke gevallen het college afwijkend beslist op het advies van de Acb. Dit toont aan dat de Delftse bestuursorganen waarde hechten aan de adviezen van de Acb. Ook voor degene die bezwaar maakt tegen een beslissing heeft de Acb waarde. Alleen al het bieden van een luisterend oor en de uitleg over de bestreden beslissing door verweerder zijn waardevol. Daarbij kan komen, zoals ook het jaarverslag aangeeft, dat geadviseerd wordt het besluit dat bestreden is, in te trekken. Daarnaast worden er in het jaarverslag ook aanbevelingen gedaan die de kwaliteit van de besluitvorming kunnen verbeteren. In dit jaarverslag zijn ook weer enkele aanbevelingen opgenomen.
De waarde van het werk van de Acb ligt dus in de onafhankelijke toetsing van besluiten en het geven van deskundige adviezen. Deze waarde ligt zeker ook in het adviseren over de kwaliteit van besluitvorming. Dat deed de Acb in 2020 en daar gaat zij mee door!
Met vriendelijke groet,
mr. P. van Namen, voorzitter Adviescommissie voor bezwaarschriften
Delft, 16 februari 2021
1. De Adviescommissie voor bezwaarschriften 1.1 Inleiding Ieder jaar brengt de Adviescommissie voor bezwaarschriften (hierna: commissie) van haar werkzaamheden verslag uit aan de burgemeester, het college van burgemeester en wethouders (hierna: college) en de gemeenteraad. In dit jaarverslag wordt het werk van de commissie en haar secretariaat over het jaar 2020 beschreven en in cijfers weergegeven. 1.2 Taak van de commissie In de Verordening Adviescommissie voor bezwaarschriften Delft (hierna: Verordening) is vastgelegd dat de commissie tot taak heeft gemeentelijke bestuursorganen te adviseren over de te nemen beslissing op een bezwaarschrift dat is gericht tegen een besluit. In een besluit wordt de rechtsverhouding tussen de burger en de overheid, bestaande uit de wederzijdse rechten en plichten, vastgesteld. Als de burger het met (de inhoud van) een besluit niet eens is, kan hij daartegen bezwaar maken. Als het bezwaar voldoet aan de daaraan in de Algemene wet bestuursrecht gestelde formele vereisten (en daarmee ontvankelijk is), vindt op de grondslag van het bezwaar een heroverweging van het besluit plaats. Dit leidt hetzij tot het handhaven van het besluit (en het ongegrond verklaren van het bezwaar), hetzij tot het wijzigen of intrekken van het besluit (en het gegrond verklaren van het bezwaar).
In dat laatste geval wordt de rechtsverhouding tussen de burger en de overheid opnieuw vastgesteld. In de Verordening is de samenstelling en werkwijze van de commissie geregeld. Verder is een bevoegdheidsregeling opgenomen, waarin verschillende categorieën bezwaarschriften zijn uitgezonderd van behandeling door de commissie. Met de invoering per 1 juli 2015 van het zogenoemde gemengd model is deze bevoegdheidsregeling ingrijpend gewijzigd, waardoor het college de mogelijkheid heeft gekregen bij aanwijzingsbesluit categorieën bezwaarschriften aan te wijzen, waarbij het horen van de indiener van het bezwaarschrift niet meer door de commissie, maar door ambtenaren plaatsvindt. Van deze mogelijkheid heeft het college gebruik gemaakt. Dat heeft ertoe geleid dat veel bezwaarschriften niet meer door tussenkomst van de commissie worden afgehandeld. Over die bezwaarschriften wordt verslag uitgebracht in het Jaarverslag ambtelijk horen gemeente Delft 2020. 1.3 Procedure Na de bekendmaking van een besluit, door toezending of uitreiking aan de belanghebbende, heeft de belanghebbende een termijn van zes weken om daartegen bezwaar te maken. Na de ontvangst van het bezwaarschrift wordt de vakafdeling daarvan op de hoogte gesteld, zodat deze, in voorkomende gevallen, door middel van het zogenoemde effectief communiceren een poging kan doen een minnelijke oplossing voor het geschil te vinden.
Indien deze poging niet resulteert in het intrekken van het bezwaarschrift, wordt de procedure voortgezet, waarbij de indiener van het bezwaarschrift in beginsel over zijn bezwaar wordt gehoord. Indien het horen door de commissie plaatsvindt, wordt de vakafdeling, daaraan voorafgaand, in de gelegenheid gesteld een schriftelijke reactie op het bezwaarschrift in te dienen. Dit zogenoemde verweerschrift wordt aan het secretariaat verstuurd en door het secretariaat in kopie doorgezonden aan de indiener van het bezwaarschrift. Indien het besluit een gebrekkige motivering heeft, is het indienen van het verweerschrift geen overbodige proceshandeling, maar een wezenlijk onderdeel van de procedure. In dat geval wordt het besluit voor de indiener van het bezwaarschrift immers pas na lezing van het verweerschrift begrijpelijk. Als hij vooraf geen verweerschrift heeft
ontvangen, maar pas tijdens de hoorzitting een mondelinge toelichting op het besluit of reactie op zijn bezwaar krijgt, heeft hij zich daarop niet kunnen voorbereiden en wordt hij daardoor overvallen. Na de ontvangst van het verweerschrift (of van het bericht dat geen schriftelijke reactie wordt ingediend) wordt een mondelinge behandeling van het bezwaarschrift op een zitting bij de commissie ingepland. Indien de kwestie zich daarvoor leent, verkent de commissie vóór of tijdens de zitting de mogelijkheid dat partijen tot elkaar komen, waarna het bezwaarschrift wordt ingetrokken en de bezwaarschriftprocedure wordt beëindigd. Soms is de commissie hierin succesvol. Als de zitting heeft plaatsgevonden, zal de secretaris, op basis van de aanwijzingen van de commissie in raadkamer, het advies voorbereiden. Nadat de commissie het advies heeft vastgesteld, wordt het aan partijen verzonden. Vervolgens zal de vakafdeling de door het bestuursorgaan te nemen beslissing op bezwaar voorbereiden. Hoewel het advies voor het bestuursorgaan niet bindend is, wordt het in nagenoeg alle gevallen gevolgd. Wanneer de beslissing op het bezwaarschrift afwijkt van het advies, dient de reden van die afwijking in de beslissing te worden vermeld.
1.4 Beslistermijnen en doorlooptijden In de Algemene wet bestuursrecht is vastgelegd dat het bestuursorgaan de beslissing op het bezwaarschrift dient te nemen binnen zes weken, gerekend vanaf de dag na die waarop de termijn voor het indienen van een bezwaarschrift is verstreken, of binnen twaalf weken, indien het bestuursorgaan advies vraagt aan de commissie. Het bestuursorgaan kan de beslissing voor ten hoogste zes weken verdagen. Verder uitstel is mogelijk, indien alle belanghebbenden daarmee instemmen, indien de indiener van het bezwaarschrift daarmee instemt en andere belanghebbenden daardoor niet in hun belangen kunnen worden geschaad of indien dit nodig is in verband met de naleving van de wettelijke procedures. Als het bestuursorgaan niet binnen de termijn een beslissing op het bezwaar neemt, kan het door de indiener van het bezwaarschrift in gebreke worden gesteld. Als het bestuursorgaan niet binnen twee weken na de ontvangst van de ingebrekestelling een beslissing op het bezwaar neemt, verbeurt het bestuursorgaan een dwangsom voor elke dag dat het in gebreke is. De dwangsom kan tot maximaal € 1.442,00 oplopen.
De doorlooptijd van de procedure is in hoge mate afhankelijk van de voortvarendheid van de daarbij betrokken ambtenaren bij het verrichten van de verschillende proceshandelingen, zoals het indienen van het verweerschrift, het agenderen van een hoorzitting, het maken van een conceptadvies en het voorbereiden van de door het bestuursorgaan te nemen beslissing op het bezwaar. In feite heeft de commissie slechts invloed op de doorlooptijd van de procedure vanaf de ontvangst van het door de secretaris gemaakte conceptadvies. Dit betreft de tijd die zij nodig heeft voor het beoordelen en goedkeuren van dat conceptadvies. Dit duurt meestal niet langer dan een week. Overigens is een snelle beslissing niet altijd de beste beslissing. Soms is het verstandig om pas op de plaats te maken, bijvoorbeeld door de indiener van het bezwaarschrift na de hoorzitting in de gelegenheid te stellen het bewijs van een stelling te leveren, in plaats van het bezwaar meteen ongegrond te verklaren met het argument dat hij die stelling niet heeft onderbouwd. Op die manier wordt voorkomen dat de indiener van het bezwaarschrift vindt
dat hij tekort is gedaan en beroep bij de bestuursrechter instelt. Dat laatste leidt ook voor de gemeente tot extra werk en extra kosten. 1.5 Samenstelling van de commissie In de verordening is vastgelegd dat de commissie uit vier Kamers bestaat, te weten: -
Kamer I Kamer II Kamer III Kamer IV
: belast met zaken op het gebied van bouwen, wonen en verkeer : belast met zaken op het gebied van werk, inkomen en zorg : belast met zaken, anders dan die van de kamers I, II en IV : belast met zaken betreffende de rechtspositie van gemeentelijk personeel en personeel van de Veiligheidsregio Haaglanden
In elke Kamer worden ten minste drie leden benoemd. De leden zijn niet werkzaam bij de gemeente en daardoor onafhankelijk. Verder beschikken zij over specifieke juridische deskundigheid of ervaring op het beleidsterrein van de betreffende kamer. Per Kamer wordt één lid tot voorzitter benoemd, de andere leden zijn plaatsvervangend voorzitter. KAMER I
KAMER II
mr. P. van Namen, voorzitter (tevens algemeen voorzitter) mr. M.H. Fleers, lid (tot 1 april 2020) mr. drs. R. van Baaren, lid mr. N. Mastilovic, lid mr. D.O. Bogers, lid mr. J.V. Vreugdenhil, lid KAMER III mr. drs. R.J.R. Hazen, voorzitter mr. drs. L. van Zalinge, lid mr. R.V.G. van Leeuwarden, lid mr. T.H. Disselkoen-van Raalte, lid mr. P.H. Harent, lid
mr. drs. R.J.R. Hazen, voorzitter mr. P. Oudkerk, lid P.H.J. Bleeker, lid mr. A. Zonneveld, lid A. van der Boom, lid mr. M. van Andel, lid KAMER IV
mr. J.C. Punt, voorzitter, mr. M.I. Biharie-Pronk, lid mr. J.J. Mian, lid mr. A. Nordsiek, id mr. I.E.H. de Haan-Versteijen, lid
De commissie wordt bijgestaan door secretarissen en administratief medewerkers. Zij zijn werkzaam bij het Rechtsbeschermingsbedrijf van de afdeling Juridische Zaken dat verantwoordelijk is voor de effectieve en efficiënte behandeling van de bezwaarschriften. Zij zijn weliswaar in dienst van de gemeente, maar, gezien het Statuut met betrekking tot de positie van ambtelijk secretaris van de Adviescommissie voor bezwaarschriften, inhoudelijk alleen verantwoording schuldig aan de commissie.
OVERZICHT BELANGRIJKE KENGETALLEN Uitgebrachte adviezen (%)
209 ontvangen 100
137 adviezen
84
83
80
148 afgedaan
60 34
40
93% tijdig
20
19% gegrond
10
7
100
1
0
0
kamer II
kamer III
kamer IV
0 gegrond
ongegrond
niet-ontvankelijk
Percentage adviezen binnen 18 weken 88 90
80
89
83
93
100 100
93
100
93
88 89 75
73
68
25
15
kamer I
100
75
66
83 84
74
60 40 17
20 0 kamer I
kamer II 2020
2019
kamer III 2018
kamer IV
Totaal
2017
Ontvangen bezwaarschriften (aantal) 400 200
110 71 79 82
99 122
209
156 124 39 37 30 22
0
0 kamer I
kamer II
kamer III 2020
2019
2018
9
28
247
296 264
8
kamer IV
Totaal
2017
Gerechtelijke procedures in behandeling ingetrokken niet-ontvankelijk gegrond ongegrond 0
5
10
15 Hoger beroep
20 Beroep
25
30
35
1.6 Algemene beschouwingen 2020 In deze paragraaf worden de cijfers uit de infographic toegelicht. 1.6.1 Corona De coronapandemie is van onmiskenbare invloed geweest op het jaar 2020 en duurt ten tijde van het opstellen van dit jaarverslag helaas nog voort. Het virus heeft geleid tot ontregeling van het dagelijkse leven, (wereldwijd) overheidsingrijpen, lockdowns en andere beperkende maatregelen. De gevolgen van het virus en de ingrijpende maatregelen zijn op vele fronten merk- en voelbaar en zullen nog lang nawerken. Ook op de werkzaamheden van de commissie heeft de coronacrisis invloed gehad. De cijfers laten een daling zien in het aantal ontvangen bezwaarschriften (zie paragraaf 1.6.2). Daarnaast werd fysiek contact slechts beperkt mogelijk. Dit heeft onder meer gevolgen gehad voor de wijze van horen. Voor zover een fysieke hoorzitting niet mogelijk was, heeft de hoorzitting telefonisch of per videoverbinding plaatsgevonden. Ook is een aantal zaken, met instemming van betrokken partijen, schriftelijk afgedaan. Door middel van deze alternatieve wijze van afhandelen, waarbij gebruik is gemaakt van de ter beschikking gestelde (digitale) faciliteiten, heeft het werk doorgang kunnen vinden en is er geen vertraging opgetreden in de afhandelingstermijnen. Op inhoudelijk vlak heeft de coronacrisis ook geleid tot tijdelijke (beleids)regels.
In Kamer III is bijvoorbeeld een aantal zaken behandeld dat betrekking had op het tijdelijk toestaan van terrassen ter ondersteuning van de horeca en het kunnen garanderen van de anderhalvemetersamenleving. Daarnaast heeft Kamer II zaken behandeld in het kader van de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo). De Tozo is één van de maatregelen van het kabinet om ondernemers te ondersteunen tijdens de coronacrisis. De regeling is er voor zelfstandige ondernemers en voorziet in een aanvullende uitkering voor levensonderhoud als het inkomen door de coronacrisis tot onder het sociaal minimum daalt. Een aanvraag om een uitkering op grond van de Tozo wordt bij het college ingediend. Het college neemt in beginsel binnen acht weken een beslissing op de aanvraag. Indien de aanvrager het niet eens is met de beslissing, kan hij een bezwaarschrift indienen. In 2020 zijn 23 bezwaarschriften tegen een beslissing met betrekking tot de Tozo ontvangen. In 12 gevallen is het bezwaarschrift ingetrokken. Dat was in 6 gevallen het gevolg van een herziening en in 4 gevallen het gevolg van een uitleg van de vakafdeling in het kader van het effectief communiceren. Het advies van de commissie strekte in 6 gevallen tot ongegrondverklaring. In geen enkel geval is een bezwaarschrift gegrond of niet-ontvankelijk verklaard.
Aan het einde van de verslagperiode waren nog 5 bezwaarschriften in behandeling. 1.6.2 In- en uitstroom In 2020 zijn 435 bezwaarschriften ingediend tegen gemeentelijke besluiten. Dit is een daling ten opzichte van het aantal van 503 bezwaarschriften in het vorige verslagjaar. De oorzaak hiervan is gelegen in de coronapandemie, die - met name in de periode tijdens en na de eerste lockdown - heeft geleid tot een afname/afvlakking van het aantal bezwaarschriften (zie onderstaande grafiek). In de overige maanden is de trend gelijk aan 2019.
In 2020 zijn in totaal 331 bezwaarschriften afgehandeld, waarvan 148 via de commissie. De commissie heeft in 137 gevallen advies uitgebracht. Op een aantal bezwaarschriften was bij sluiting van het verslagjaar nog geen beslissing op bezwaar genomen. Het aantal bij de commissie in behandeling zijnde zaken per 31 december 2020, is ten opzichte van 1 januari 2020 nagenoeg gelijk gebleven (65 tegenover 68). 1.6.3 Adviezen De commissie heeft in totaal over 137 bezwaarschriften een advies uitgebracht. Het advies strekte in 25 gevallen tot gegrondverklaring, in 109 gevallen tot ongegrondverklaring en in 3 gevallen tot niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar. Bij die laatste categorie gaat het meestal om gevallen waarin het bezwaar niet tegen een voor bezwaar vatbaar besluit, als bedoeld in de Algemene wet bestuursrecht, is gericht of om gevallen waarin de indiener geen belang (meer) heeft bij een beslissing op het bezwaar, bijvoorbeeld omdat door het nemen van een nieuw besluit volledig aan het bezwaar is tegemoetgekomen. Dit laatste is meestal weer het gevolg van het feit dat de vakafdeling zelf inziet dat het bestreden besluit niet of niet langer juist is en in bezwaar niet in stand kan blijven.
In eenvoudige kwesties, zoals gevallen waarin het bezwaarschrift te laat is ingediend of de indiener van het bezwaarschrift niet heeft gereageerd op het verzoek om de gronden van het bezwaarschrift in te dienen, wordt het bezwaar op grond van het aanwijzingsbesluit zonder tussenkomst van de commissie niet-ontvankelijk verklaard. In dit soort gevallen wordt dus geen advies meer gevraagd aan de commissie. De bezwaarschriftprocedure is bedoeld voor een volledige heroverweging die niet is gebonden aan de argumenten die de indiener in het bezwaarschrift aan de orde heeft gesteld. Als de commissie vindt dat een besluit vanwege een onjuiste of onvolledige motivering onrechtmatig is, maar vervolgens tot de conclusie komt dat het besluit met een verbeterde motivering in stand kan blijven, zal zij het bestuursorgaan het advies geven om het bezwaar ongegrond te verklaren. Dit betekent dat een ongegrondverklaring op zichzelf niets zegt over de kwaliteit van de motivering van de in bezwaar bestreden beslissing. In de 134 gevallen waarin het bezwaar ontvankelijk is en een inhoudelijk oordeel is gegeven, heeft de commissie in 25 gevallen (19 procent) het advies gegeven om het bezwaar gegrond te verklaren. In een klein aantal van de gevallen heeft de vakafdeling zelf de conclusie getrokken dat de bestreden beslissing niet in stand kan blijven en, in het verweerschrift, de
commissie in overweging gegeven om aan het bestuursorgaan het advies te geven het bezwaar gegrond te verklaren. In de meeste van deze gevallen heeft de vakafdeling echter niet ingezien dat de beslissing niet juist is en, ook na een volledige heroverweging, niet in stand kan blijven. In deze gevallen heeft de commissie een essentiële bijdrage geleverd aan de rechtsbescherming van de indiener van het bezwaarschrift. 1.6.4 Doorlooptijden Uit de infographic blijkt dat het advies van de commissie in het verslagjaar 2020 in 127 van de 137 gevallen, dat is bijna 93 procent, binnen de beslistermijn van achttien weken is gegeven. Dat percentage is een verbetering ten opzichte van het verslagjaar 2019 waar het advies in 83 procent van de gevallen binnen de beslistermijn van achttien weken is gegeven. Bij deze cijfers wordt de kanttekening geplaatst dat de bezwaarschriftprocedure pas eindigt als het bestuursorgaan een beslissing op bezwaar heeft genomen (en dus niet op het moment dat de commissie haar advies geeft). Deze cijfers geven dus geen duidelijkheid over de snelheid waarmee de beslissingen op bezwaar worden voorbereid en genomen (en zijn in dat opzicht minder relevant). Zie in dit kader ook de tweede alinea van paragraaf 1.4 (Beslistermijnen en doorlooptijden). Daarom zal de commissie deze cijfers in het vervolg niet meer in haar jaarverslagen opnemen.
Het college zal in de beleidsreactie bij de jaarverslagen vermelden in welk percentage van de gevallen de beslissing op bezwaar binnen de toepasselijke termijn (12 of 18 weken) is genomen. Uit het voorgaande volgt dat het advies in een aantal gevallen na het verstrijken van de beslistermijn van achttien weken is gegeven. Uit de van de gemeente ontvangen gegevens valt niet af te leiden bij welke van de onder paragraaf 1.3 omschreven proceshandelingen het in die gevallen fout is gegaan en wat daarvan de oorzaak is. Voor het aansturen van de bij die proceshandelingen betrokken ambtenaren is het uiteraard van groot belang dat die informatie beschikbaar komt. 1.6.5 Contrair In 2020 heeft het bestuursorgaan in 5 gevallen (bijna 4 procent van het totaal) het advies van de commissie niet gevolgd. 1.6.6 Ingebrekestellingen Indien een bestuursorgaan niet tijdig een beslissing op bezwaar neemt, kan het zijn dat een dwangsom moet worden betaald. Deze dwangsom kan oplopen tot maximaal € 1.442,00. In het verslagjaar is het bestuursorgaan in twee gevallen door de indiener van het bezwaarschrift in gebreke gesteld. Dit heeft niet geleid tot het verbeuren van een dwangsom. 1.6.7 Rechterlijke procedures In beginsel is, gelet op artikel 6:16 van de Algemene wet bestuursrecht, geen schorsende werking verbonden aan het maken van bezwaar of het instellen van beroep tegen een besluit.
Schorsende werking kan worden verkregen door het indienen van een verzoek om een voorlopige voorziening bij de voorzieningenrechter van de rechtbank. De voorzieningenrechter kan dat verzoek toewijzen, indien onverwijlde spoed dat, mede gelet op de betrokken belangen, vereist. Zie artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht. In het verslagjaar 2020 is in 10 gevallen een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend. Dat verzoek is in 7 gevallen afgewezen, in geen van de gevallen toegewezen en in 3 gevallen ingetrokken.
In het verslagjaar is in 34 gevallen beroep tegen het besluit op bezwaar ingesteld. Dat beroep is in 16 gevallen ongegrond verklaard, in 3 gevallen gegrond verklaard, in 4 gevallen niet-ontvankelijk verklaard en in 1 geval ingetrokken. In 24 gevallen is nog geen beslissing genomen. Deze cijfers omvatten ook 12 zaken waar in 2019 beroep is ingesteld en in 2020 uitspraak is gedaan en 2 zaken waar in 2018 beroep is ingesteld en in 2020 uitspraak is gedaan. In het verslagjaar is in 5 gevallen hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank ingesteld. In geen van deze zaken is nog een beslissing genomen. 1.6.8 Prognose voor 2020 Er zijn geen ontwikkelingen op grond waarvan valt te verwachten dat in 2021 meer of minder bezwaarschriften zullen worden ingediend. 1.6.9 Aanbevelingen Hierna geeft de commissie, per Kamer, haar aanbevelingen. Kamer I -
-
Bij omgevingsvergunningen voor het splitsen van woningen wordt regelmatig niet naar het parkeren gekeken. Als er wel naar gekeken wordt, ontbreekt vaak een kenbare belangenafweging waarom men wil afwijken van de facetherziening parkeren. Bij het afwijzen van urgentieverklaringen mist vaak een motivering waarom de hardheidsclausule niet van toepassing is.
De commissie constateert dat bij omgevingsvergunningen voor het splitsen van woningen onvoldoende naar het onderdeel parkeren wordt gekeken. Soms ontbreekt een toets aan de Facetherziening Parkeren. In gevallen waarin wel wordt getoetst aan de Facetherziening Parkeren en wordt afgeweken van de Facetherziening Parkeren, ontbreekt vaak een kenbare belangenafweging waarom wordt afgeweken. De commissie adviseert hier bij de verlening van een omgevingsvergunning voor het splitsen van een woning meer aandacht aan te schenken. Verder heeft de commissie dit jaar een aantal bezwaren tegen geweigerde urgentieverklaringen behandeld. Het valt de commissie in deze zaken op, dat vaak een goede motivering mist waarom de hardheidsclausule niet van toepassing is. De commissie adviseert het college bij de afwijzing van een urgentieverklaring daarom beter te motiveren waarom de hardheidsclausule niet van toepassing is. Kamer II In twee gevallen was het college terughoudend met het overleggen van stukken, met name stukken met medische gegevens, waarbij ter zitting een beroep werd gedaan op de vertrouwelijkheid van deze stukken. In artikel 12 van de Verordening is bepaald dat het bestuursorgaan alle op de zaak betrekking hebbende stukken aan de commissie overlegt. De commissie constateert dat het bestuursorgaan in een aantal gevallen in strijd met dit artikel heeft gehandeld.
In die gevallen heeft het bestuursorgaan bewust het risico genomen dat de commissie op basis van een onvolledig dossier een verkeerd advies zou geven.
Op grond van artikel 7:4, zesde lid, van de Algemene wet bestuursrecht heeft het bestuursorgaan de mogelijkheid om stukken niet aan de belanghebbende over te leggen, voor zover geheimhouding om gewichtige redenen geboden is. Op grond van artikel 7:13, zesde lid, van de Algemene wet bestuursrecht beslist de commissie (en het niet bestuursorgaan) over de toepassing van artikel 7:4, zesde lid. De commissie adviseert het college om deze regels in acht te nemen. Kamer III -
Beleid dat, gelet op de rechtspraak over schaarse vergunningen, nog niet is geactualiseerd.
De commissie constateert dat gemeentelijk beleid niet in alle gevallen actueel is. Dit is in het bijzonder naar voren gekomen in zaken die betrekking hebben op terrasboten. Actualisatie van de relevante beleidsregels is nodig vanwege tijdsverloop en de rechtspraak over schaarse vergunningen. 2. Jaarverslag Kamer I Cijfers 15 * 71 21 30 35
aantal in behandeling begin periode aantal ingekomen aantal ingetrokken aantal adviezen aantal in behandeling eind periode
* In het jaarverslag van 2019 is een aantal van 13 nog openstaande bezwaarschriften aan het einde van 2019 vermeld. Het verschil (van 2) wordt veroorzaakt door 1 geval dat in eerste instantie door middel van ambtelijk horen zou worden afgehandeld (en dat later alsnog in de commissie is behandeld) en 1 geval waarin het bezwaar - zonder advies van de commissie - kennelijk niet-ontvankelijk is verklaard.
Uitgebrachte adviezen Kamer I 100
80
80 60
37
40 20
3
25
37
49
43
30
8
2
0 gegrond
ongegrond 2020
4
0
niet-ontvankelijk 2019
totaal
2018
Conclusies en bevindingen In 2020 heeft Kamer I over 30 bezwaarschriften advies uitgebracht. In 2019 heeft Kamer I over 49 bezwaarschriften advies uitgebracht. Het verschil in aantallen is te verklaren doordat tijdens de eerste lockdown minder bezwaarschriften voor Kamer I zijn binnengekomen. Eind 2020 zijn 12 bezwaren tegen een verkeersbesluit binnengekomen en 5 bezwaarschriften
tegen een verleende omgevingsvergunning. Deze zullen pas in 2021 op een hoorzitting behandeld worden. Dit verklaart ook meteen waarom sprake is van een relatief hoog aantal openstaande zaken. Contrair besluit Het bestuursorgaan heeft in twee van de door Kamer I uitgebrachte adviezen contrair besloten. Casus Hieronder volgen twee voorbeelden van zaken waarover Kamer I in het jaar 2020 advies heeft uitgebracht. Urgentieverklaring Het college heeft een aanvraag voor een urgentieverklaring geweigerd, omdat zich weigeringsgronden voordoen als bedoeld in de Beleidsregel urgentieverklaringen. Zo is er geen sprake van urgent huisvestingsprobleem als de woning te klein is en aanvragers niet twee jaar staan ingeschreven in regio Haaglanden. De commissie heeft het college geadviseerd om in dit geval toch een urgentieverklaring te verlenen met toepassing van de hardheidsclausule. De kinderen van aanvragers kampen met ernstige fysieke beperkingen. De kinderen zijn aangewezen op een revalidatiecentrum en een school voor speciaal onderwijs in Delft. Doordat de huidige woning van aanvragers te klein is en door de beperkingen van de kinderen, wordt de nachtrust van het gezin structureel verstoord. Bovendien blijkt uit medische gegevens dat de kinderen voor hun ontwikkeling een beschermde plek in de vorm van een tuin nodig hebben.
Nu het gezin niet over deze faciliteiten beschikt, treedt volledige ontwrichting van het gezin op. Gelet hierop heeft de commissie het college geadviseerd het gezin een urgentieverklaring te verlenen voor een woning in Delft of in de nabijheid van Delft met vier slaapkamers en een tuin. Omzettingsvergunning Het college heeft een aanvraag voor een omzettingsvergunning afgewezen, omdat geen sprake zou zijn van ‘wonen boven een winkel’. Het college heeft voor de invulling van het begrip ‘winkel’ aansluiting gezocht bij hetgeen in het algemeen spraakgebruik onder het begrip ‘winkel’ wordt verstaan en vervolgens naar de feitelijke situatie gekeken. De commissie heeft in haar advies uiteengezet dat voor de invulling van het begrip ‘winkel’ aansluiting gezocht dient te worden bij hetgeen in het bestemmingsplan is toegestaan voor het betreffende perceel. Op grond van het vigerende bestemmingsplan is een winkel toegestaan. Het pand heeft bovendien de uitstraling van een winkeluitstalling en er hebben in het verleden ook meerdere winkels in het pand gezeten. De beleidsregel inzake het omzetten van zelfstandige naar onzelfstandige woningen geeft aan dat een omzettingsvergunning verleend kan worden als sprake is van ‘wonen boven winkels’ en is voldaan aan de overige eisen uit de Beleidsregel.
Gelet hierop heeft de commissie het college geadviseerd de aanvraag voor een omzettingsvergunning verder in behandeling te nemen en als volgende stap in de behandeling de voorgeschreven leefbaarheidstoets uit te voeren.
3. Jaarverslag Kamer II Cijfers aantal in behandeling begin periode aantal ingekomen aantal ingetrokken aantal adviezen aantal in behandeling eind periode
35 * 99 40 74 20
* In het jaarverslag van 2019 is een aantal van 38 nog openstaande bezwaarschriften aan het einde van 2019 vermeld. Het verschil (van 3) wordt veroorzaakt door 1 geval dat in eerste instantie door middel van ambtelijk horen zou worden afgehandeld (en dat later alsnog in de commissie is behandeld) en 2 gevallen waarin het bezwaar - zonder advies van de commissie - kennelijk niet-ontvankelijk is verklaard.
Uitgebrachte adviezen Kamer II 120 100 80 60 40 20 0
109 91 62 11
23
gegrond
74
81
57
16
1 ongegrond 2020
1
2
niet-ontvankelijk 2019
totaal
2018
Conclusies en bevindingen 2020 In 2020 zijn 99 nieuwe bezwaarschriften aan Kamer II voorgelegd. Dat is een daling ten opzichte van de 122 bezwaarschriften die in 2019 zijn ontvangen. Kamer II heeft 22 keer vergaderd en over 74 bezwaarschriften advies uitgebracht. Dat advies strekte in 62 gevallen tot ongegrondverklaring, in 11 gevallen tot gegrondverklaring en in 1 geval tot niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar. Contrair besluit Het bestuursorgaan heeft in 2020 in geen van de zaken van Kamer II contrair besloten. Casus Hieronder volgt een samenvatting van een tweetal zaken waarover Kamer II in het verslagjaar advies heeft uitgebracht. Intrekking maatwerkvoorziening in de vorm van een persoonsgeboden budget (PGB) Het college heeft in 2019 aan betrokkene een PGB verleend voor ondersteuning op het gebied van sociaal en persoonlijk functioneren, ondersteuning op het gebied van dagbesteding en ondersteuning op het gebied van gezondheid. Het college heeft het besluit
ingetrokken, omdat betrokkene het beheer van het PGB had uitbesteed aan een bedrijf of kantoor, terwijl dat volgens de Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning Delft 2019 niet is toegestaan. In de bezwaarfase heeft betrokkene een nieuwe budgetbeheerder aangewezen. Volgens het college is de nieuwe budgetbeheerder echter niet geschikt om als zodanig op te treden. Ook heeft het college zich op het standpunt gesteld dat de zorgaanbieder niet betrouwbaar is. Volgens het college is het besluit dus terecht genomen. De commissie heeft vastgesteld dat het college de nieuwe budgetbeheerder ongeschikt vindt, omdat deze niet tijdig had gereageerd op het verzoek van het college om, vóór een bepaalde datum, een vragenlijst in te leveren. Vijf dagen na die datum heeft de budgetbeheerder dat echter alsnog gedaan en daarbij uitgebreid geantwoord op de gestelde vragen. Niet valt in te zien waarom het college niet inhoudelijk heeft gekeken naar de geschiktheid van de budgetbeheerder. Hierbij speelt ook een rol dat zij tevens budgetbeheerder is van een familielid en dat dit bekend is bij - en geaccordeerd is door - het college. Naar het oordeel van de commissie heeft het college onvoldoende gemotiveerd waarom de nieuwe budgetbeheerder niet geschikt is om als zodanig op te treden.
Verder kunnen het rapport van het onderzoek naar de zorgaanbieder en de overige stukken van het dossier niet zonder meer tot de conclusie leiden dat geen of onvoldoende zorg is geleverd. Het rapport van de toezichthouders beslaat slechts een beperkte periode en betreft slechts controles op de locatie van de zorgaanbieder. Bovendien zijn de onderzoeksbevindingen nooit voorgelegd aan de zorgaanbieder en heeft de zorgaanbieder dus geen gelegenheid gekregen hierop te reageren. Dit is, gelet op het zorgvuldigheidsbeginsel, niet acceptabel. Verder is er geen nader onderzoek gedaan nadat werd geconstateerd dat de locatie van de zorgaanbieder tijdens de controles niet in gebruik was. De informatie, die de zorgaanbieder heeft overgelegd met betrekking tot de activiteiten voor haar cliënten in het kader van dagbesteding, was tamelijk uitgebreid. Het college heeft niet concreet gemaakt waarom deze informatie niet klopt of waarom de zorg onvoldoende was. Tijdens de hoorzitting is gebleken dat het college vooraf geen duidelijke criteria of resultaatsafspraken voor de zorgaanbieder heeft vastgelegd. Het is dan ook niet redelijk om deze zorgaanbieder aan te spreken op resultaten die niet behaald zouden zijn.
De conclusie van de commissie is dat de onderzoeksresultaten onvoldoende grond bieden voor het oordeel dat de zorgaanbieder geen betrouwbare zorgaanbieder is en dat (mede) daarom het PGB ingetrokken mocht worden. Het college heeft het bezwaar gegrond verklaard en het bestreden besluit ingetrokken. Het PGB is weer opgestart. Intrekken en terugvorderen bijstandsuitkering Het college heeft de bijstandsuitkering van betrokkene ingetrokken wegens inkomsten boven de norm en de door haar ontvangen uitkering teruggevorderd over een periode van ruim een maand. Betrokkene bestrijdt niet dat haar inkomen in de relevante periode hoger was dan de toepasselijke bijstandsnorm. Zij stelt dat haar salaris en uitkering naar haar budgetbeheerder zijn overgemaakt en dat zij er feitelijk niet over kon beschikken. Omdat betrokkene toestemming heeft gegeven om haar salaris en haar uitkering over te maken naar de budgetbeheerder is de commissie van oordeel dat het voor haar rekening en risico komt dat
zij niet kon beschikken over deze bedragen. Zij kan een vordering instellen jegens de budgetbeheerder. Het college heeft de ten onrechte uitbetaalde bijstand terecht en op goede gronden van betrokkene teruggevorderd. De brutering van het terug te vorderen bedrag is naar het oordeel van de commissie ten onrechte toegepast. Dat het dossier enkele maanden heeft stilgelegen, is niet aan betrokkene te wijten. Het bedrag van de terugvordering wordt daardoor verlaagd. 4. Jaarverslag Kamer III Cijfers aantal in behandeling begin periode aantal ingekomen aantal ingetrokken aantal adviezen aantal in behandeling eind periode
*12 39 12 29 10
* In het jaarverslag van 2019 is een aantal van 13 openstaande bezwaarschriften aan het eind 2019 vermeld. Het verschil (van 1) is veroorzaakt door een zaak, waarvan het advies nog niet was geregistreerd, maar eind 2019 al wel was gegeven.
Uitgebrachte adviezen Kamer III 40
29
30 20 10
19 10 2
16
20
18
11
4
2
3
0 gegrond
ongegrond 2020
niet-ontvankelijk 2019
totaal
2018
Conclusies en bevindingen In de cijfers valt op dat in 34 procent van de gevallen het advies is gegeven om het bezwaar gegrond te verklaren. In 2019 was dit slechts 10 procent. Aan dit gegeven verbindt de commissie geen conclusies. Contrair besluit Het bestuursorgaan is in het verslagjaar in 3 gevallen van een advies afgeweken. Het ging om een bezwaar tegen het opleggen van een last onder dwangsom in verband met de handhaving van milieuvoorschriften bij de exploitatie van een café en, tweemaal, om een bezwaar tegen een beslissing op een verzoek op grond van de Wet openbaarheid van bestuur. Opvallend is daarbij het tijdsverloop na het advies. Het bestuursorgaan had in de eerste zaak ruim een jaar nodig om tot een contrair besluit te komen. In de tweede zaak heeft dit bijna zeven maanden geduurd en in de derde zaak bijna negen maanden. Met het oog op de wettelijke termijn voor het nemen van een beslissing op bezwaar is het wenselijk dat het bestuursorgaan in dit soort gevallen meer voortvarend handelt.
Casus Hieronder volgen twee voorbeelden van zaken waarover Kamer III in 2020 advies heeft uitgebracht. Sluiting woning na vondst hennepkwekerij De burgemeester heeft, door middel van een last onder bestuursdwang, een woning gesloten voor de duur van twaalf maanden na de vondst van een in werking zijnde hennepkwekerij. Aan dat besluit heeft de burgemeester ten grondslag gelegd dat de sluiting noodzakelijk is ter bescherming van het woon- en leefklimaat bij de woning en het herstel van de openbare orde en dat de eigenaar als verhuurder van het pand aansprakelijk is voor de overtreding(en). In haar advies heeft de commissie overwogen dat de burgemeester, gelet op de ernst van de situatie, bevoegd was tot het toepassen van spoedeisende bestuursdwang en dat reclamant, als verhuurder van de woning, als overtreder wordt aangemerkt. Naar het oordeel van de commissie is echter sprake van bijzondere omstandigheden die met zich brengen dat matiging van de gebruikelijke sluitingsduur van twaalf maanden gerechtvaardigd is. In dit geval was immers niet gebleken dat de levering en doorverkoop van de drugs aan de deur van de woning hebben plaatsgevonden en/of dat sprake was van overlast (als gevolg waarvan de noodzaak om, ter bescherming van het woon en leefklimaat en het herstel van de openbare orde, de woning langdurig te sluiten minder aanwezig was).
Daarnaast was van belang dat de burgemeester niet heeft betwist dat de aangetroffen drugs en materialen niet aan reclamant toebehoorden, dat het Openbaar Ministerie geen strafrechtelijke procedure tegen reclamant is gestart en dat hij niet op de hoogte was van de aanwezigheid van de aangetroffen drugs. Bovendien heeft de burgemeester in het besluit en het verweerschrift of tijdens de hoorzitting niet gemotiveerd waarom deze specifieke omstandigheden in dit geval niet tot matiging kunnen leiden. De commissie heeft de burgemeester geadviseerd om de sluitingsduur te matigen tot zes maanden. Toeristische verhuur in strijd met bestemmingsplan Het college heeft, naar aanleiding van een verzoek om handhaving, een last onder dwangsom opgelegd wegens het in strijd met het toepasselijke bestemmingsplan Binnenstad 2012 gebruiken van een woning voor de verhuur via sites als Airbnb. Reclamant heeft een beroep gedaan op toekomstige regels voor de toeristische verhuur van woonruimte. Hij vindt dat handhaving, vooruitlopend op die regels, niet opportuun is en heeft daarom verzocht om de verhuur voor een korte termijn te legaliseren, totdat de nieuwe huisvestingregelgeving een feit is.
De commissie heeft in haar advies uiteengezet dat het gebruik van de woningen voor toeristische doeleinden in strijd is met de regels van het toepasselijke bestemmingsplan en dat daarom niet van belang is of de huisvestingsregelgeving binnenkort wordt gewijzigd. Bij verhuur voor de duur van zes maanden of langer wordt aangenomen dat het gaat om ‘wonen’ (in dat geval wordt niet tot handhaving overgegaan) en bij verhuur voor de duur van vier maanden of korter wordt aangenomen dat het niet gaat om ‘wonen’ (in dat geval wordt handhavend opgetreden). Het tegen betaling aan derden (toeristen) in gebruik geven van een als woning bestemd appartement voor de korte termijn, zoals in dit geval, is
bedrijfsmatige exploitatie en in strijd met het bestemmingplan. Het college was daarom bevoegd om over te gaan tot handhavend optreden. 5. Jaarverslag Kamer IV Cijfers aantal in behandeling begin periode aantal ingekomen aantal ingetrokken aantal adviezen aantal in behandeling eind periode
4 0 0 4 0
Uitgebrachte adviezen Kamer IV 5 4 3 2 1 0
4 3 1
1
3 1
1 0
gegrond
ongegrond
niet-ontvankelijk 2020
totaal
2019
Conclusies en bevindingen 2020 In 2020 heeft Kamer IV over 4 bezwaarschriften advies uitgebracht. Deze adviezen hadden betrekking op bezwaarschriften tegen besluiten, die voor 1 januari 2020 zijn ingediend. Op 1 januari 2020 is de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (Wnra) in werking getreden. De Wnra heeft onder meer tot gevolg dat rechtspositionele besluiten niet langer op de Algemene wet bestuursrecht gebaseerd worden, omdat vanaf de datum van inwerkingtreding van de Wnra het civiele arbeidsrecht van toepassing is. Dit leidt, los gezien van de overgangsrechtelijke bepalingen, tot de conclusie dat vanaf de ingangsdatum van de Wnra geen bezwaar meer kan worden gemaakt tegen rechtspositionele beslissingen. De hieraan ten grondslag liggende adviestaak van Kamer IV is hiermee komen te vervallen. Kamer IV is daarom met ingang van 1 januari 2021 komen te vervallen. Contrair besluit Het bestuursorgaan heeft in geen van de door Kamer IV uitgebrachte adviezen contrair besloten. Veiligheidsregio Haaglanden (VRH) De commissie adviseert ook over bezwaren van ambtenaren van de VRH. In 2020 heeft Kamer IV in twee bezwaarzaken tegen besluiten van de VRH advies uitgebracht.