1 Bp Pleysierschool en ISK Bijlagen bij de Toelichting
Tekst van het document
Ook zal deze ontwikkeling via openbaar vervoer en langzaamverkeer ontsloten worden naast autoverkeer. p. Vormvrije m.e.r. Er dient aan de hand van de uitgevoerde onderzoeken en diverse milieuaspecten te worden bepaald of een MER-beoordeling noodzakelijk is. Hiervoor dient een vormvrije m.e.r uitgevoerd te worden waarin het beoogde programma wordt betrokken. 27
6. Bijlagen Basislijst met aandachtspunten gemeente Delft bij (her)ontwikkeling Laatste update: augustus 2020 Thema
Uitgangspunten
Ruimtelijke structuur Ruimtelijke Structuurvisie Delft 2030
Voor elke locatie in de RSVD bekijken hoe de invulling van de locatie kan bijdragen aan de doelstellingen van de stad en haar ontwikkeling. Per 2022 zal deze vervangen worden door de omgevingsvisie.
Visie Openbare Ruimte
Voor elke locatie in de VORD bekijken hoe de invulling van de locatie kan bijdragen aan de doelstellingen voor de openbare ruimte van de stad.
Groennota 2012-2020
Inzetten op groenwaarden: sociale (ontmoeting), fysische (bv. groene daken), ecologische (ecologisch versterken van groen/diversiteit, realiseren van verbindingen/voorkomen van barrières en natuurwaarden/biodiversiteit (ook aan gebouw), ruimtelijke (doorgaande berm- en/of boomstructuur) en economische (kosten en baten van groen). Groen moet voor 100% gecompenseerd worden in oppervlak of kwaliteit. Als dit niet mogelijk is, dan geldt een financiële compensatie. Rekening houden met de grondwaterstand en verhoging hiervan in de toekomst. Rekening houden met veenbodemdaling en de lage ligging Inzetten op vasthouden en bergen van (hemel)water op het perceel. Hierbij wordt vooralsnog uitgegaan van waterbergingsopgave van 60 mm per m2 Rekening houden met het bestaande watersysteem en het oppervlaktewaterpeil.
Water
Stand-still principe. Relevante (beleids)documenten Hoogheemraadschap: Waterbeheersplan 2016-2021 Beleidsnota beperken en voorkomen wateroverlast (2014) Watervergunning Watertoets Relevante beleidsdocumenten gemeente Delft: Waterplan Delft, een blauw netwerk (2000) Het Waterplan is gericht op het realiseren van duurzaam stedelijk waterbeheer. Vanuit een integrale visie op duurzaam stedelijk waterbeheer en rekening houdend met de specifieke situatie in Delft (kansen en knelpunten) beschrijft het Waterplan de ambities en doelstellingen voor de Delftse wateren op de lange termijn. Gemeentelijk rioleringsplan 2017-2021 (GRP)
Het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) beschrijft hoe de gemeente invulling geeft aan de wettelijke zorgplichten voor afvalwater, hemelwater en grondwater. In het GRP vertaalt de gemeente de ambities van de rioleringszorg naar concrete doelen, een adequate strategie, de benodigde activiteiten en de benodigde middelen. Daarmee geeft het GRP ook een onderbouwing van de rioolheffing. Afvalwater De gemeente heeft de zorgplicht voor het inzamelen van het (stedelijk) afvalwater en het af te voeren naar een overnamepunt van het Hoogheemraadschap van Delfland. Hemelwater De perceeleigenaar is primair verantwoordelijk voor het verwerken van hemelwater op eigen terrein. Pas als de perceeleigenaar het hemelwater redelijkerwijs aantoonbaar niet zelf kan verwerken, treedt de zorgplicht voor de gemeente in werking. Grondwaterzorgplicht Op basis van de Waterwet heeft de gemeente de grondwaterzorgplicht voor het openbare gemeentelijke gebied. Dit houdt in dat de gemeente maatregelen treft om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. In de grondwatervisie is de aanpak met betrekking tot grondwateroverlast omschreven. Deze lijn is nog steeds actueel.
In beginsel worden grondwatermaatregelen in openbaar gebied aangelegd bij groot onderhoud in de stad indien de ontwateringsdiepte structureel minder dan 50 cm is. Indien de ontwateringsdiepte ligt tussen 50 en 70 cm, wordt onderzocht of ontwateringsmiddelen noodzakelijk zijn. Bij een ontwateringsdiepte van 70 cm of meer worden in beginsel geen ontwateringsmiddelen mee genomen bij werkzaamheden.
28
Bomenverordening 2013
Kabels en Leidingen Hoogbouweffectrapportage
Ladder voor duurzame verstedelijking
Vanzelfsprekend is het beter om grondwaterproblemen te voorkómen dan om de ontstane overlast of onderlast te moeten beperken. De gemeente streeft bij nieuwbouw naar het voorkómen en of ontstaan van nieuwe risico's door het stellen van eisen aan de drooglegging. Het uitgangspunt is inpassen, indien niet mogelijk dan verplanten en anders kappen met herplantplicht. Voor de herplantplicht geldt het planten van een nieuwe boom (1 op 1) of financiële herplantplicht. KLIC melding door ontwikkelaar aan te vragen bij nutsbedrijven Nota bouwhoogte 2005. Onderzoek naar de effecten van hogere bebouwing, waaronder wind en bezonning. Noodzakelijk bij bebouwing hoger of gelijk aan 40 m. Bij afwijking van de omgeving kan dit ook lager dan 40m zijn. Elke nieuwe ontwikkeling moet voldoen aan de (provinciale) omgevingsverordening ruimte 2020. Dit geldt ook voor nog niet gerealiseerde ontwikkelingen die op grond van het geldende bestemmingsplan reeds mogelijk zijn. Een nieuwe ontwikkeling moet aan alle (motiverings)eisen uit de verordening voldoen volgens de Ladder voor duurzame verstedelijking. Per 1 juli 2017 is het aantal treden van de ladder gewijzigd van drie naar in beginsel één trede. In artikel 3.1.6.
van het Besluit ruimtelijke ordening is het volgende opgenomen: De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. De ladder hoeft alleen te worden doorlopen indien sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Een uitzondering wordt gemaakt voor kleinschalige ontwikkelingen. De grens van een stedelijke ontwikkeling is voor woningbouw gelegen op 12 woningen, zo blijkt uit jurisprudentie (ABRvS 16 september 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2921, r.o. 4.3). De grens voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling bij commerciële en maatschappelijke voorzieningen is gelegen bij 500 m2.
Mobiliteit Mobiliteitsprogramma Delft (MPD)
Autoparkeren
Fietsparkeren
Laden en lossen
Bereikbaarheid
Parkeren op eigen terrein (POET-lijst)
Voor elke locatie in de MPD bekijken hoe de invulling van de locatie kan bijdragen aan de mobiliteitsdoelstellingen van de stad. Het uitgangspunt van dit programma is dat de auto een minder prominente plek krijgt dan het nu heeft. In het programma staat ook een uiteenzetting over enkele nieuwe vormen van mobiliteit. In de Nota Parkeernormen 2018 zijn beleidsregels opgenomen om te kunnen beoordelen of er sprake is van voldoende parkeerplaatsen bij nieuwe ontwikkelingen en herontwikkelingen. Initiatiefnemers dienen aan te tonen dat voldaan wordt aan de parkeereisen conform de Nota Parkeernormen 2018. De Nota Parkeernormen 2018 bevat ook oplossingsrichtingen voor maatwerk en mogelijkheden voor afwijken van de parkeernormen. De Nota Parkeernormen 2018 bevat beleidsregels voor fietsparkeren. Bij nieuwe ontwikkelingen en herontwikkelingen dient het fietsparkeren voor bewoners/werknemers en bezoekers op eigen terrein opgelost te worden. Voor woningen wordt daarbij verwezen naar het Bouwbesluit 2012. Voor zorgwoningen, studentenkamers en andere voorzieningen zijn normen opgenomen in de nota. Initiatiefnemers dienen aan te tonen dat wordt voldaan aan de eisen voor fietsparkeren conform de Nota Parkeernormen 2018. In de Nota Parkeernormen 2018 zijn beleidsregels opgenomen over laden en lossen bij nieuwe ontwikkelingen en herontwikkelingen.
Initiatiefnemers moeten op eigen terrein het laden en lossen (bij voorkeur inpandig) oplossen. In de Nota Parkeernormen 2018 zijn ook regels opgenomen op basis waarvan afgeweken kan worden van het principe tot laden en lossen op eigen terrein. Bij het toevoegen van nieuwe functies of wijziging van functies in een gebied is van belang dat de bereikbaarheid op een veilige en adequate wijze geborgd is. Initiatiefnemers moeten aantonen dat de effecten van de ontwikkeling(en) op de verkeersafwikkeling in de omgeving op een veilige en goede wijze kunnen worden verwerkt met de bestaande infrastructuur. Indien dit niet het geval is, moet aangetoond worden welke maatregelen nodig zijn om het verkeer op een veilige en goede wijze te kunnen afwikkelen en hoe deze gerealiseerd kunnen worden. Er dient rekening te worden gehouden met (toekomstige) regulering in de omgeving van de voorgenomen ontwikkeling (vergunning/betaald parkeren). Bij beschikbaarheid van parkeerplaatsen op eigen terrein worden de betreffende adressen geplaatst op de POET-lijst van de gemeente Delft. Ook in het geval van maatwerk en mogelijkheden voor het afwijken van de parkeernormen (met onvoldoende parkeergelegenheid op eigen terrein) kan het opnemen van adressen op de POET-lijst onderdeel zijn van het maatwerk. Adressen op de POET-lijst komen niet in aanmerking voor een parkeervergunning in gereguleerd gebied.
Deze regeling is opgenomen in de Nota Parkeernormen 2018.
Veiligheid Beleidskader veiligheid en handhaving 2015-2018
Controleren of inrichting voldoet aan omgevings- en kavel eisen van het PKVW.
29
Nota Politie keurmerk veilig wonen 2004
Wonen Woonvisie 2016 – 2023
In Delft sturen we op: Woningen voor Delftse gezinnen en in Delft werkzame kenniswerkers in het middeldure en dure segment Meer afstudeerders die na hun studie in de stad blijven wonen Studentenwoningen; met name op de campus en in de randen daarvan Voldoende geschikte huisvesting voor ouderen en kwetsbare groepen Grotere gezinswoningen in het sociale segment (vanaf 72m2 en 4 of 5 kamers) Vernieuwing van verouderde sociale voorraad (portieketage-woningen zonder lift, oppervlakte onder de 75 m2, energielabels E, F, G, WOZ-waarde lager dan 130.000 euro)
Actieprogramma wonen
Aandeel sociaal. → uitwerken
Economie Ruimtelijk economische visie Delft 2030 en ruimtelijk economische actieprogramma. Detailhandelsnota Delft
Horeca: Delftse Horecanota 2000 In 2011 memo herziening en wijziging Horecanota vastgesteld
Hotel:
Provinciale verordening
De ruimtelijk-economische visie biedt een ontwikkelperspectief voor de Delftse economie, schetst de ruimtelijke impact daarvan in de stad en de beleidskeuzes die hieruit voortvloeien. Het dient als toetsingskader voor lokale initiatieven en vormt een bouwsteen voor de omgevingsvisie die in samenspraak met partners uit de stad en regio zal worden opgesteld. De visie schetst daarmee een ruimtelijk-economische koers voor de toekomst van Delft. Ontwikkelingen in de detailhandel sluiten in principe aan op de bestaande detailhandelstructuur. Toevoegingen buiten de structuur zijn tot een maximum van 200 m2 mogelijk, wanneer er sprake is van op reizigers gerichte of andere specifieke locaties (bv. cluster). Bij de beoordeling van wensen tot toevoeging van detailhandel speelt tevens de aanwezige consumentenvraag een rol. Bij het ontwikkelen van horecabestemming is deze nota en de herziening van toepassing. De gemeente behandelt een aanvraag voor een exploitatievergunning per geval. Leidraad is het bestemmingsplan, dat aangeeft of vestiging al dan niet mogelijk is. Bij een aanvraag voor een nieuwe vestiging gaat de gemeente eerst na of het geldende bestemmingsplan dit toelaat. Is dat niet zo, dan wordt de vestigingsaanvraag zonder andere regelingen te raadplegen afgewezen. Het bestemmingsplan voorziet in de juiste functie op de juiste plaats.
Voor de binnenstad wordt tevens aan de Leefmilieuverordening Horeca Binnenstad getoetst. In het vigerende beleid voor hotels is bepaald dat er terughoudend wordt gereageerd op nieuw hotelaanbod. Desalniettemin zal ten behoeve van het behoud van het kleinschalige aanbod - dat met name in de binnenstad is gesitueerd - het mogelijk moeten zijn om tot beperkte uitbreiding te komen. Dit ondanks het reeds genoemde terughoudende beleid dat ten aanzien van nieuw hotelaanbod. Met het bieden van deze uitbreidingsmogelijkheid worden kansen geboden om de rentabiliteit en daarmee het voortbestaan van dit kleinschalige aanbod te bevorderen. Er wordt geen nieuwe detailhandel mogelijk gemaakt buiten de bestaande winkelgebieden. Uitzonderingen hierop zijn mogelijk en gelden o.a. voor perifere detailhandel zoals bouwmarkten, tuincentra en grootschalige meubelbedrijven. Buiten de centra kan alleen ruimte worden geboden aan specifieke branches van detailhandel (‘perifere detailhandel’). Het gaat dan om detailhandel die vanwege de aard of de omvang van de goederen in ruimtelijke zin niet of niet goed inpasbaar is in de centra en die niet essentieel is voor de kwaliteit van de centra.
Ook kan er onder voorwaarden ruimte worden geboden aan vormen van kleinschalige detailhandel, ondergeschikte detailhandel en afhaalpunten voor nietdagelijkse artikelen Ontwikkelingen binnen de bestaande structuur groter dan 2.000 m2 bvo en buiten de bestaande structuur groter dan 1.000 m2 bvo. worden getoetst bij de adviescommissie detailhandel van de provincie. De toelaatbaarheid van grootschalige ontwikkelingen is afhankelijk van de ruimtelijke effecten die een dergelijke ontwikkeling met zich meebrengt. Met het oog hierop moet worden aangetoond dat het woon- en leefklimaat en de ruimtelijke kwaliteit niet onevenredig worden aangetast. Het gaat daarbij onder meer om het voorkomen van onaanvaardbare leegstand en het voorkomen van duurzame ontwrichting van het voorzieningenniveau waar het gaat om de eerste levensbehoeften. De adviescommissie valideert objectief de onderbouwing van de nieuwe detailhandelsontwikkeling die zo nodig is gebaseerd op een distributieplanologisch onderzoek (DPO). Het gaat dan om de (regionale) kwantitatieve en kwalitatieve behoefte en de ruimtelijke effecten van de nieuwe detailhandel (zoals woon- en leefklimaat en leegstand).
Milieu Bodem Lucht Geluid
Onderzoeken uit te voeren door ontwikkelaar. Niet alle onderzoeken zijn voor elke locatie noodzakelijk. Onderzoek naar bodemverontreiniging daar waar de bodemsituatie onvoldoende in beeld is, of onvoldoende duidelijk is of de bodemsituatie risico’s oplevert bij het toekomstige gebruik. Onderzoek naar (aantasting) luchtkwaliteit Akoestisch onderzoek in verband met de Wet geluidhinder vanuit omgeving naar locatie en vice versa
30
Gemeentelijk Beleid : Beleid Hogere waarden wet geluidhinder 2013 In het kader van ruimtelijke plannen of reconstructies van geluidbronnen moet worden onderzocht wat de geluidsbelasting aan de gevels van de aanwezige geluidsgevoelige bestemmingen is. Als de in de Wet geluidhinder (Wgh) opgenomen voorkeursgrenswaarden wordt overschreden, maar de uiterste toegestane grenswaarde niet en maatregelen om de geluidsbelasting terug te dringen niet doelmatig zijn of deze overwegende bezwaren ontmoeten, dan is het mogelijk om ontheffing te verkrijgen: een zogenaamde hogere waarde. Voorwaarde is wel dat een aanvaardbaar akoestisch klimaat wordt gerealiseerd. Klimaatadaptief
Natuurinclusief Wet natuurbescherming Groencompensatie Water Externe Veiligheid Trilling Geur Licht Bedrijven en milieuzonering Bodemenergiesysteem Afval
Aandacht voor klimaatadaptief inrichten van locatie met als richtlijn het vasthouden en bergen van een bui van 60 mm. Dit kan als waterberging maar ook als alternatieve vasthoudmaatgelen. Onderzoek naar bodemdaling en het effect van de bebouwing hierop. Mitigerende maatregelen voor natuur inclusief inrichting van gebied met aandacht voor soorten en leefomgeving Voldoen aan de Wet natuurbescherming en gemeentelijke groenbeleid (Nota groen 2012-2020) Aandacht voor uitwerking compensatie van groen en haar waarden op vrijkomende locaties Watercompensatie op locatie Hoogte van de grondwaterstand en eventuele gewenste maaiveldverhoging Onderzoek naar aanwezigheid bevi-inrichtingen, routes gevaarlijke stoffen, relevante kabels - leidingen Onderzoek naar trillinghinder Onderzoek naar geur ten gevolge van bedrijven Onderzoek naar effecten door kunstlicht (kassen, lichtmasten etc.) Relatie tussen bedrijven en woningen in elkaars omgeving – waar en wat moet je zoeken Bij de aanleg van een bodemenergiesysteem (bijv. WKO) dient te worden voldaan aan het Besluit bodemenergiesystemen Aandacht voor: Inpassing van ruimte voor huishoudelijk afval (0,75% van het totale gebruiksopp., met minimum van 1,6 m2) bij gestapelde bouw. Bij grondgebonden woningen moet er ruimte zijn om bij elke woning 3 minicontainers te stallen op eigen terrein.
Er moet worden gekeken waar deze rolcontainers worden aangeboden ter lediging Tijdige aanmelding bij Avalex (8 weken voor oplevering door de ontwikkelaar)
Energie en duurzaam bouwen Delft Energieneutraal 2050
Duurzaamheidsstrategie: Bouwen aan een duurzaam Delft
Voor het thema energie zijn de ambities in de nota Delft energieneutraal 2050 vastgelegd. Bij nieuwbouw of herontwikkelingen gelden de doelstellingen uit het Delftse klimaatbeleid. De basis hiervoor is de nota Delft Energieneutraal 2050. Uitgangspunt is dat voor een nieuwe woon- of bedrijfsbestemming de ambitie voorligt om een scherpere energieprestatie te realiseren dan de landelijke normen. Hiervoor hanteert Delft de Trias energetica: 1. het verminderen van de vraag door energiebesparing bij eindgebruikers; 2. het toepassen van duurzame bronnen; 3. het (verder) optimaliseren van de toepassing van fossiele bronnen naar energie-efficiency en betrouwbaarheid. Het gemeentelijk duurzaam bouwen beleid geeft op gebouwniveau ambities voor verantwoord materiaalgebruik, waterbesparing, gezondheid en flexibel ruimtegebruik. De duurzaamheidsambitie van een gebouw worden volgens de GPR (Gemeentelijke Praktijk Richtlijn) methodiek uitgedrukt. Dit is een prestatiegerichte werkwijze, waarmee de markt wordt vrijgelaten om zelf invulling te geven aan duurzaamheid van een gebouw zolang maar aan de doelstellingen wordt voldaan. De gemeentelijke GPR ambities worden periodiek aangescherpt als gevolg van landelijke ontwikkelingen en aanscherping van wet- en regelgeving en de doelstellingen per ruimtelijke ontwikkeling worden in een anterieure overeenkomst vastgelegd.
* Voor de te ontwikkelen gebouwen geldt voor alle functies een GPR Gebouw Score [1](versie 4.3), waarbij minimaal de volgende scores behaald moeten worden: • • • •
DPG** Gezondheid Gebruikskwaliteit Toekomstwaarde
8.0, waarbij Energie en Milieu afzonderlijk minimaal 7.5; 8.0; 8.0; 8.0.
[1]
De afkorting GPR staat voor Gemeentelijke Praktijk Richtlijn en dit is een duurzaamheidslabel. Voor nadere informatie zie: www.GPRGebouw.nl 31
* De volgende indicatoren zijn geldend in januari 2020. Ze worden periodiek aangescherpt. ** DPG staat voor Duurzaamheids-Prestatie-Gebouwen en omvat zowel Energie als Milieu.
Cultuurhistorie Erfgoednota 2020-2030
Archeologie Cultuurhistorische waarde/ Monumenten
Erfgoed is een belangrijke pijler bij de ontwikkeling van onze stad. Het verbindt het verleden, heden, en de toekomst. Het geeft een plek zijn identiteit en maakt deze daardoor aantrekkelijk voor bewoners en bezoekers. In een gebiedsontwikkeling speelt de cultuurhistorische context een belangrijke rol. Er wordt gestreefd het erfgoed bij een ontwikkeling te versterken. Om de visie duidelijk te maken worden er verschillende gebiedsvisies opgesteld, waar de cultuurhistorische waarden van een gebied te zien zullen zijn. De ambitie is om met een gebiedsontwikkeling hier zo veel mogelijk op aan te sluiten. Archeologisch onderzoek in opdracht van ontwikkelaar Rijks- en gemeentelijke monumenten en cultuurhistorisch waardevolle bebouwing, beschermd stadsgezicht, groene parels (cultuurhistorisch waardevolle parken). Verwijzing naar de juiste wetteksten (Erfgoedwet, Besluit Ruimtelijke ordening) → nog aanvullen.
Anterieure overeenkomst Interne begeleidingskosten
Interne begeleidingskosten van de gemeente worden in rekening gebracht voor zover niet inbegrepen bij de leges.
Financiële haalbaarheid Exploitatieberekening
t.b.v. het aantonen van de financiële uitvoerbaarheid
Samenleving Sociale Visie 2018-2022 + Kadernota Innovatie Sociaal Domein 2017-2030 deel lll
Vanuit de Sociale Visie Delft 2018-2022 en de Kadernota Innovatie Sociaal Domein 2017-2030 sturen we op een sterke samenleving, waarin de nadruk wordt gelegd op meer aandacht aan goede basisvoorzieningen in de stad op het gebied van onderwijs, sport, cultuur, gezondheid en welzijn. Voor elke ontwikkeling bekijken of de invulling van de locatie kan bijdragen aan een goede basis van samenlevingsvoorzieningen. Daarnaast geeft de Kadernota ook aan dat er goed ingezet moet worden op werkgelegenheid/bedrijfsruimten voor lokale bewoners. De Sociale Visie en Kadernota sturen ook op enkele ruimtelijke eisen van nieuwe voorzieningen en projecten: Voorzieningen moeten dichtbij woonvormen zijn Voorzieningen moeten toegankelijk en bereikbaar zijn voor iedereen in de wijk Buitenruimte moeten uitnodigen te ontmoeten Cultuur moet verspreid worden over de wijken
Accommodatiebeleid 2011
Dit beleid benadrukt het inzetten op multifunctioneel gebruik van accommodaties zodat we ruimte in de stad efficiënter kunnen gebruiken. Daarnaast kunnen multifunctionele accommodaties, waarin functies samenkomen, elkaar versterken en zo een groter bereik hebben. Daarnaast wordt er ingezet om welzijnsactiviteiten voor jongeren, ouderen en mensen met een beperking dicht bij huis te accommoderen.
Cultuurkader 2016-2019
De Cultuurkader 2016-2019 stelt dat er ook voor cultuur (tijdelijke) ruimte moet zijn op plekken waar verschillende functies samenkomen. Daarnaast wordt er voornamelijk ingezet op hoogwaardig cultuur aanbod, wat betekend dat dit ook een hoogwaardige uitstraling moet hebben. Cultuur kan worden ingezet om de aantrekkingskracht en aantrekkelijkheid van een buurt te vergroten. Bij elke ontwikkeling moet worden gekeken of de invulling van de locatie kan bijdragen aan de doelstelling van Cultuur.
32
Visie Sport en Bewegen 2017-2025
Vanuit de Visie Sport en Bewegen 2017-2025 wordt gesteld dat de volgende punten belangrijk zijn in de ontwikkeling van (openbare) ruimtes in de stad: Openbare ruimte moet uitnodigen te bewegen, dat betekend bewust omgaan met ruimte voor bewegen en sporten. Denk aan aparte loop- en fietsroutes in de stad en verbindingen naar recreatieve verbindingen buiten de stad. Multifunctioneel gebruik van accommodaties en nieuwe accommodatie-concepten Ruimte voor nieuwe sportaccommodaties bij sterke inwonersgroei van de stad.
HP VO 2012-2022, IHP Basisonderwijs, Speciaal Basisonderwijs en (Voortgezet) Speciaal Onderwijs 2015-2024
Er is zowel nieuwbouw, renovatie, afstoten, dan wel herschikking van (delen) van gebouwen nodig om de komende jaren te komen tot een gewenst niveau van huisvestingsvoorzieningen voor onderwijs in de stad. De volgende doelen hebben ook een ruimtelijke impact: -
Geen uitbreiding of nieuwbouw, tenzij gebruikmaking van het huidige scholenbestand op geen enkele manier mogelijk is. De afstand voor verwijzing van een school voor het voorzien in huisvesting (richting buiten beschouwing) is hemelsbreed maximaal 2000 meter en is bereikbaar via veilige routes. De voorzieningen moeten een doorlopend aanbod van opvang, onderwijs, opvoeding en ontspanning bieden.
Voor elke wijk is verder een visie opgesteld wat betreft het uitbreiden of herschikken van (school)gebouwen.
33
bestemmingsplan Pleysierschool en ISK
Bijlage 2 Bedrijven en milieuzonering Pleysierschool en ISK
bestemmingsplan "Pleysierschool en ISK" (vastgesteld) 38
Memo
memonummer datum aan van kopie project projectnr. betreft
1
01 16 augustus 2022 M. Jongerius Gemeente Delft J. van den Broek Antea Group T. Peelen Antea Group RO Delft Pleysierschool en ISK 0472845.100 Beoordeling Bedrijven en milieuzonering
Inleiding Het voornemen bestaat om aan de Aart van der Leeuwlaan 12 in Delft twee middelbare scholen en een sporthal te realiseren. Het betreft de Pleysierschool en Internationale Schakelklassen (ISK). De vroegere basisschool wordt hierbij geamoveerd. Het plangebied en de footprint van de bebouwing is weergegeven in onderstaand figuur. In het kader van de ruimtelijke procedure dient onder andere het aspect bedrijven en milieuzonering te worden beschouwd. In deze memo is dit aspect verder uitgewerkt.
Figuur 1: Plangebied (rode lijn) met daarin de footprint van het gebouw (zwarte lijn) geprojecteerd op de huidige situatie.
blad 1 van 5
memonummer: 01 betreft: Bedrijven en milieuzonering
2
Beleidskader De Wet ruimtelijke ordening (Wro) verplicht om in het kader van een goede ruimtelijke ordening aan te tonen dat (toekomstige) bewoners en gebruikers een goed woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd. Daarnaast dient aangetoond te worden dat (bestaande) bedrijven niet in hun belangen worden geschaad. Hiertoe kan een bepaalde afstand tussen een milieubelastende activiteit en een milieugevoelig object noodzakelijk zijn. Deze afstand wordt een milieuzone genoemd. Om te bepalen in hoeverre er voldoende afstand is tussen bedrijven en gevoelige objecten kan gebruik gemaakt worden van de brochure 'Bedrijven en milieuzonering' van de VNG, versie 2009. De VNG-uitgave 'Bedrijven en milieuzonering' (2009) (hierna: VNG-brochure) geeft handreikingen voor een verantwoorde inpassing van bedrijvigheid in haar fysieke omgeving en voor de inpassing van gevoelige bestemmingen nabij bedrijven. Het is geen wet, maar een gangbare manier om milieuzonering toe te passen. In de VNG-brochure worden per bedrijfssoort en per milieuaspect indicatieve afstanden gegeven (hierna: VNG-afstanden) tot gevoelige objecten. Indien aan de VNG-afstand wordt voldaan, kan gesteld worden dat hinder niet te verwachten is. De VNG-brochure bevat specifieke regelingen voor "gemengde gebieden" en "gebieden met functiemenging".
Dit zijn gebieden waar bewust verschillende functies (wonen en bedrijvigheid) met elkaar worden gemengd, zoals (winkel)centra. Voor deze gebieden wordt een hogere milieubelasting aanvaardbaar geacht. Milieucategorie 1 2 3.1 3.2 4.1 4.2 5.1 5.2 5.3 6
Richtafstand tot ‘rustige woonwijk’ 10 30 50 100 200 300 500 700 1.000 1.500
Richtafstand tot ‘gemengd gebied’ 0 10 30 50 100 200 300 500 700 1.00
Functiemenging Bij milieuzonering wordt ten opzichte van de omgevingstypen rustige woongebied en gemengd gebied uitgegaan van het principe van functiescheiding. Binnen gemengde gebieden, ook wel aangeduid als gebieden met functiemenging – kunnen milieubelastende en milieugevoelige functies op korte afstand van elkaar zijn gesitueerd. Bij functiemengingsgebieden kan gedacht worden aan: • stadscentra, dorpskernen en winkelcentra; • horecaconcentratiegebieden; • zones met functiemenging langs stedelijke toegangswegen; • (delen van) woongebieden met kleinschalige of ambachtelijke bedrijvigheid. Wanneer er sprake is van functiemenging zijn de richtafstanden uit de VNG-publicatie voor bedrijfsactiviteiten die voldaan aan bepaalde voorwaarden niet van toepassing. In de VNG-publicatie 'Bedrijven en milieuzonering' (2009) zijn in dit kader handreikingen opgenomen voor een verantwoorde inpassing van bedrijvigheid in gebieden met functiemenging. In bijlage 4 van de VNG-publicatie is een
blad 2 van 5
memonummer: 01 betreft: Bedrijven en milieuzonering
specifieke Staat van Bedrijfsactiviteiten opgenomen voor gebieden met functiemenging. In deze lijst zijn bedrijfsactiviteiten gecategoriseerd in A, B en C bedrijven: Categorie A Activiteiten die zodanig weinig milieubelastend voor hun omgeving zijn, dat deze aanpandig aan woningen kunnen worden ingevoerd. De eisen uit het Bouwbesluit voor scheiding tussen wonen en bedrijven zijn daarbij toereikend. Categorie B Activiteiten die in gemengd gebied kunnen worden uitgeoefend, echter met een zodanige milieubelasting voor hun omgeving dat zij bouwkundig afgescheiden van woningen en andere gevoelige functies dienen plaats te vinden. Categorie C De activiteiten zoals genoemd onder B, waarbij vanwege de relatief grote verkeersaantrekkende werking een ontsluiting op de hoofdinfrastructuur is aangewezen. Voor de toelaatbaarheid van deze activiteiten gelden de volgende randvoorwaarden: • het gaat om kleinschalige, meest ambachtelijke bedrijvigheid; • productie en/of laad en loswerkzaamheden vinden alleen in de dagperiode plaats; • de activiteiten (inclusief opslag) geschieden hoofdzakelijk inpandig; • activiteiten uit categorie C beschikken daarnaast over een goede aansluiting op de hoofinfrastructuur.
3
Analyse milieuzonering
3.1
Gebiedstype Het plangebied bevindt zich in de wijk Voorhof in Delft-Zuid. Volgens de VNG-brochure behoren gebieden met een matige tot sterke functiemenging tot het omgevingstype ‘gemengd gebied’. In de huidige situatie is al sprake van een menging van wonen met een maatschappelijke functie. Het plangebied is gelegen naast een grote verkeersontsluitingsweg (Prinses Beatrixlaan). Hieruit wordt geconcludeerd dat er sprake is van een ‘gemengd gebied’.
3.2
Omliggende bedrijvigheid De school is een milieugevoelige functie en daarom dient gekeken worden naar de ligging t.o.v. omliggende bedrijfsfuncties. Rondom het plangebied bevinden zich enkele functies die bedrijvigheid mogelijk maken: • Ten noorden van het plangebied is op de bestemming ‘Gemengd’ een kantoor en gezondheidscentrum aanwezig (Aart van der Leeuwlaan 8/10); • Ten noordwesten van het plangebied is op de bestemming ‘Maatschappelijk’ een kerk aanwezig (Obrechtstraat 50); • Ten noordwesten van het plangebied is op de bestemming ‘Maatschappelijk’ een middelbare school aanwezig (Obrechtstraat 48). Het kantoor en het gezondheidscentrum hebben op basis van de VNG-brochure een maximale indicatieve hinderafstand van 30 meter (milieucategorie 2). De afstand tussen het plangebied en de afstand tot deze (gemengde) bestemming bedraagt meer dan 40 meter, hiermee zijn geen knelpunten te verwachten. Ten opzichte van de maatschappelijke bestemmingen aan de Obrechtstraat (kerk en middelbare school) bedraagt de afstand meer dan 80 meter. Op basis van de planologische situatie zijn hier alleen maatschappelijke bestemmingen mogelijk met een maximale indicatieve hinderafstand van 30 meter
blad 3 van 5
memonummer: 01 betreft: Bedrijven en milieuzonering
(milieucategorie 2). Daarom wordt geconcludeerd dat er ten aanzien van de omliggende bedrijvigheid sprake zal zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.
3.3
Gevoelige functies in de omgeving Voor de beoogde school- en sportbebouwing geldt op basis van de VNG-brochure voor gemengd gebied een indicatieve hinderafstand van 10 meter voor het middelbaar onderwijs (milieucategorie 2) en 30 meter voor de sporthal (milieucategorie 3.1). In beide gevallen betreft het een richtafstand voor geluid. Voor een middelbare school geldt ook een richtafstand van 10 meter voor gevaar. School Met de huidige footprint liggen er geen woonvlakken binnen de richtafstand voor geluid en gevaar behorende bij de school. De richtafstand voor geluid geldt ook voor bijbehorende schoolplein. Er liggen geen woningen binnen 10 meter van het plangebied, dus ook voor het schoolplein wordt voldaan aan de richtafstand. Sporthal Er wordt met de huidige footprint niet voldaan aan de richtafstand van 30 meter voor de sporthal. De woningen ten zuiden van het plangebied liggen circa 3 meter binnen de hindercontour. Uit de onderstaande situatietekening blijkt dat de sporthal zich bevindt in het noordelijke deel van het gebouw wat op meer dan 30 meter van woningen ligt. In dat geval is er sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. De situering van de sporthal dient wel geborgd te worden in het bestemmingsplan.
Als niet aan de richtafstand voor geluid kan worden voldaan, kan met een akoestisch onderzoek worden onderbouwd of er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.
Figuur 2: Situering van de sporthal binnen de footprint. Bron: gemeente Delft/NOAHH (2022). Parkeerterrein Bij de school is ook een parkeerterrein voorzien. Hiervoor geldt een richtafstand van 10 meter t.o.v. gemengd gebied. De precieze situering van het parkeerterrein is nog niet bekend. Er liggen geen woningen binnen 10 meter van het plangebied, dus voor het parkeerterrein wordt voldaan aan de richtafstand.
blad 4 van 5
memonummer: 01 betreft: Bedrijven en milieuzonering
3.4
Functiemenging binnen plangebied Binnen het plangebied is een combinatie van school- en sportbebouwing voorzien. De school is een milieugevoelige functie. De menging binnen het plangebied van een school met een sporthal wordt hier daarom ook getoetst. In de ‘Staat van Bedrijfsactiviteiten - functiemenging’ valt zowel onderwijs als een sporthal onder categorie B. Deze combinatie is mogelijk bij elkaar, wel dienen het onderwijs en de sporthal bouwkundig van elkaar gescheiden te worden. Daarmee wordt voldaan aan de eisen die aan functiemenging worden gesteld volgens de VNG-publicatie bedrijven en milieuzonering.
4
Conclusies In deze memo is het aspect bedrijven en milieuzonering beschouwd in relatie tot de voorgenomen ontwikkeling van twee scholen voor middelbaar onderwijs en een sporthal. De conclusies van deze analyse zijn als volgt: • In relatie tot omliggende bedrijfsfuncties wordt voldaan aan de maximale indicatieve hinderafstand. • Er wordt voldaan aan de indicatieve richtafstand van de school t.o.v. omliggende woonfuncties. • Ten aanzien van omliggende woningen wordt met de getoetste footprint niet voldaan aan de indicatieve hinderafstand voor geluid die geldt voor de sporthal (30 meter). Bij een positionering van de sporthal in het noordelijke deel van de footprint wordt voldaan aan de richtafstand, dit dient wel geborgd te worden in het bestemmingsplan. Anders kan met een akoestisch onderzoek onderbouwd worden hoe een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd. • Voor de functies binnen het plangebied kan onder voorwaarden (bouwkundige afscheiding) worden voldaan aan een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.
blad 5 van 5
bestemmingsplan Pleysierschool en ISK
Bijlage 3 Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Pleysierschool en ISK
bestemmingsplan "Pleysierschool en ISK" (vastgesteld) 44
Akoestisch onderzoek Bestemmingsplan Pleysierschool en ISK, Delft Wegverkeerslawaai
projectnummer 0472845.100 definitief revisie 01 12 augustus 2022
Akoestisch onderzoek Bestemmingsplan Pleysierschool en ISK, Delft Wegverkeerslawaai projectnummer 0472845.100 definitief revisie 01 12 augustus 2022
Auteur D.J.S. Henninger
Opdrachtgever Gemeente Delft Stationsplein 1 2611 BV DELFT
Gecontroleerd: E. Maas
datum 16 augustus 2022
beschrijving definitief
vrijgave J. van den Broek
Inhoudsopgave
Blz.
1
Inleiding
1
2
Juridisch kader
3
2.1 2.1.1 2.1.2 2.1.3 2.1.4 2.1.5 2.2 2.3 2.3.1
Wet geluidhinder Algemeen Aftrek ex artikel 110g Wet geluidhinder 30 km/uur zone Cumulatie Geluid vanwege verkeer van en naar het plan Gemeentelijk geluidbeleid Toetsingskader plansituatie Wet geluidhinder
3 3 4 5 5 5 6 8 8
3
Uitgangspunten en onderzoeksopzet
9
3.1 3.2 3.3
Onderzoeksgebied Rekenmethode Invoergegevens rekenmodel
9 9 10
4
Resultaten
12
4.1 4.1.1 4.1.2 4.1.3 4.2 4.3 4.3.1 4.3.2 4.3.3 4.4 4.5 4.6
Resultaten per weg Prinses Beatrixlaan (70 km/uur) Pierre van Hauwelaan/Martinus Nijhofflaan (50 km/uur, incl. tram) Aart van der Leeuwlaan (30 km/uur) Gecumuleerde geluidbelasting Maatregelen Bronmaatregelen Overdrachtsmaatregelen Ontvangermaatregelen Gemeentelijk beleid Voorstel aanvraag hogere waarden Geluideffect verkeer van en naar het plan
12 12 13 14 15 15 15 16 16 16 17 18
5
Samenvatting en conclusie
19
Bijlagen 1. Overzicht rekenmodel 2. Invoergegevens rekenmodel 3. Plantekeningen 4. Resultaten 5. Resultaten verkeersaantrekkende werking
Akoestisch onderzoek Bestemmingsplan Pleysierschool en ISK, Delft projectnummer 0472845.100 12 augustus 2022 revisie 01 Gemeente Delft
1
Inleiding Gemeente Delft is voornemens het perceel Aart van der Leeuwlaan 12 te Delft (vroegere basisschool) te herontwikkelen tot twee scholen voor middelbaar onderwijs en een sporthal. Het plangebied is gelegen nabij meerdere wegen, waaronder de Prinses Beatrixlaan, Pierre van Hauwelaan/Martinus Nijhofflaan (inclusief tram) en de Aart van der Leeuwlaan. Hiervoor dient een bestemmingsplan te worden opgesteld. Voor de onderbouwing van het bestemmingsplan zijn gebiedsonderzoeken benodigd, waaronder voor het aspect geluid. Het plangebied is globaal weergegeven in afbeelding 1.1.
Afbeelding 1.1: Globale ligging plangebied (blauwe omkadering)
Doel van het akoestisch onderzoek is om de geluidbelasting op de te projecteren school vanwege nabijgelegen wegen en trambaan in beeld te brengen en aan de hand hiervan te bepalen of wordt voldaan aan de grenswaarden ingevolge de Wet geluidhinder en aan eventuele vereisten die volgen uit het gemeentelijk geluidbeleid. Ook heeft het akoestisch onderzoek tot doel om (voor eventuele wegen waarvoor geen wettelijk toetsingskader geldt zoals 30 km/uur wegen) aan de hand van de berekende geluidbelasting te bepalen of sprake is van goede ruimtelijke ordening in de zin van de Wet ruimtelijke ordening. Daarnaast is in het akoestisch onderzoek in beeld gebracht wat de akoestische gevolgen zijn van verkeer van en naar het plangebied. Hiertoe is de geluidbelasting op bestaande woningen langs de weg waarop het plangebied direct ontsluit in beeld gebracht voor de plansituatie 2032 en de autonome situatie 2032 (= toekomstige situatie waarin het plan geen doorgang vindt) en zijn de geluidbelastingen vervolgens met elkaar vergeleken.
Blad 1 van 20
Akoestisch onderzoek Bestemmingsplan Pleysierschool en ISK, Delft projectnummer 0472845.100 12 augustus 2022 revisie 01 Gemeente Delft
Het verloop van het onderzoek, de resultaten en hieruit te trekken conclusies zijn verwerkt in onderliggend rapport. Het rapport is als volgt opgebouwd. In hoofdstuk 2 is het juridisch kader beschreven. De onderzoeksopzet en de uitgangspunten voor de berekeningen, waaronder de verkeersgegevens, zijn weergegeven in hoofdstuk 3. De resultaten van de geluidberekeningen en toetsing zijn opgenomen in hoofdstuk 4. De rapportage wordt afgesloten met een samenvatting en conclusie in hoofdstuk 5.
Blad 2 van 20
Akoestisch onderzoek Bestemmingsplan Pleysierschool en ISK, Delft projectnummer 0472845.100 12 augustus 2022 revisie 01 Gemeente Delft
2
Juridisch kader
2.1
Wet geluidhinder
2.1.1
Algemeen De Wet geluidhinder is alleen van toepassing binnen de wettelijk vastgestelde zone van de weg. De breedte van de geluidzone langs wegen is geregeld in artikel 74 Wgh en is gerelateerd aan het aantal rijstroken van de weg en het type weg (stedelijk of buitenstedelijk). De ruimte boven en onder de weg behoort eveneens tot de zone van de weg. De betreffende zonebreedtes zijn in tabel 2.1 weergegeven. Tabel 2.1: Zonebreedte wegverkeer
Aantal rijstroken 5 of meer 3 of meer 3 of 4 1 of 2
Stedelijk gebied 350 200
Zonebreedte [m] Buitenstedelijk gebied 600 400 250
Het stedelijk gebied wordt in de Wgh gedefinieerd als ‘het gebied binnen de bebouwde kom doch voor de toepassing van de hoofdstukken VI en VII met uitzondering van het gebied binnen de bebouwde kom, voor zover liggend binnen de zone van een autoweg of autosnelweg’. Dit laatste gebied valt onder het buitenstedelijk gebied. Binnen de zone van een weg dient een akoestisch onderzoek plaats te vinden naar de geluidbelasting op de binnen de zone gelegen woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen. Bij het berekenen van de geluidbelasting wordt de Lden-waarde in dB bepaald. Zoals aangegeven door de gemeente, kan voor onderwijsgebouwen hiervan worden afgeweken als bijvoorbeeld kan worden gezekerd dat er geen les wordt gegeven in de avond- en/of nachtperiode. In dat geval wordt alleen gekeken naar de relevante periode (e.g. Lday). De berekende geluidbelasting dient getoetst te worden aan de grenswaarden van de Wet geluidhinder. Indien de (voorkeurs)grenswaarde wordt overschreden, dient beoordeeld te worden of maatregelen ter beperking van het geluid mogelijk zijn. Als maatregelen niet mogelijk zijn, kan een hogere grenswaarde worden vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders. In artikel 82 en volgende worden de grenswaarden vermeld met betrekking tot nieuwe situaties bij zones.
In artikel 3.1 en 3.2 van het Besluit geluidhinder worden de grenswaarden van geluidgevoelige gebouwen als bedoeld in artikel 1 van de Wgh 1 vermeld. In tabel 2.2 zijn deze waarden (voorkeurswaarden en de maximaal toelaatbare hogere grenswaarde) opgenomen.
1
Onderwijsgebouw, ziekenhuis, verpleeghuis, verzorgingstehuis, een psychiatrische inrichting, kinderdagverblijf.
Blad 3 van 20
Akoestisch onderzoek Bestemmingsplan Pleysierschool en ISK, Delft projectnummer 0472845.100 12 augustus 2022 revisie 01 Gemeente Delft
Tabel 2.2: Grenswaarden voor geluidgevoelige bestemmingen langs een bestaande weg
Status van de woning nieuw te bouwen woningen vervangende nieuwbouw (woningen) nieuw te bouwen agrarische woning nieuw te bouwen andere geluidgevoelige gebouwen2 2
Voorkeurswaarde [dB] 48
Maximale ontheffing [dB] Stedelijk Buitenstedelijk2 63 53
48
68
58
48
58
58
48
63
53
Geluidgevoelige bestemmingen gelegen binnen de zone van een (auto)snelweg worden tot het buitenstedelijk gebied gerekend
Voorwaarden voor ontheffing In artikel 110a en volgende wordt aangegeven onder welke voorwaarden hogere grenswaarden kunnen worden verleend. Er kan uitsluitend een hogere grenswaarde worden vastgesteld indien toepassing van maatregelen, gericht op het terugbrengen van de geluidbelasting vanwege een weg, onvoldoende doeltreffend zal zijn dan wel overwegende bezwaren ontmoet van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard. Om de geluidbelasting vanwege een weg te beperken, kunnen de volgende maatregelen worden getroffen: • Maatregelen aan de bron door middel van het toepassen van een geluidarm wegdektype; • Maatregelen in het overdrachtsgebied door middel van het toepassen van een geluidscherm/grondwal; • Maatregelen aan de ontvanger door middel van het toepassen van schermen aan of nabij de gevel, het toepassen van 'dove' gevels, en dergelijke.
2.1.2
Aftrek ex artikel 110g Wet geluidhinder Ingevolge artikel 110g van de Wet geluidhinder dient het resultaat van berekening en meting van de geluidbelasting vanwege wegverkeer te worden gecorrigeerd met een aftrek in dB. De hoogte van de aftrek is geregeld in artikel 3.4 van het ‘Reken- en meetvoorschrift geluid 2012’. Op basis van dit voorschrift dient voor wegen waarvoor de representatief te achten snelheid van lichte motorvoertuigen 70 km/uur of meer bedraagt, een aftrek van 2 dB te worden toegepast met uitzondering van 2 specifieke situaties: • Indien de geluidbelasting vanwege de weg zonder toepassing van artikel 110g van de Wet geluidhinder 56 dB is, geldt een aftrek van 3 dB; • Indien de geluidbelasting vanwege de weg zonder toepassing van artikel 110g van de Wet geluidhinder 57 dB is, geldt een aftrek van 4 dB. Voor de overige zoneplichtige wegen bedraagt de aftrek 5 dB.
Blad 4 van 20
Akoestisch onderzoek Bestemmingsplan Pleysierschool en ISK, Delft projectnummer 0472845.100 12 augustus 2022 revisie 01 Gemeente Delft
2.1.3
30 km/uur zone Een weg waar de maximale snelheid 30 km/uur bedraagt, is in de zin van de Wet geluidhinder niet-zoneplichtig. Een akoestisch onderzoek is voor dergelijke wegen derhalve niet noodzakelijk. Uit jurisprudentie blijkt echter dat, bij een ruimtelijke procedure (in het kader van de goede ruimtelijke ordening in de zin van de Wet ruimtelijke ordening) de mogelijke geluidinvloed van 30 km wegen wel meegewogen dient te worden. Er dient sprake te zijn van een 'deugdelijke motivering' bij het vaststellen van een bestemmingsplan. In de zin van de Wet geluidhinder zijn geen streef- en/of grenswaarden gesteld aan dergelijke wegen.
2.1.4
Cumulatie Indien een geluidgevoelige bestemming waarvoor een hogere grenswaarde wordt vastgesteld in de zone van meerdere geluidbronnen (wegverkeer, railverkeer en/of industrie) ligt, dient inzichtelijk gemaakt te worden hoe hoog de gecumuleerde geluidbelasting is. De gecumuleerde geluidbelasting wordt berekend met de rekenmethode die in het “Reken- en Meetvoorschrift geluid 2012” is vastgelegd, rekening houdend met de dosiseffect relaties van de verschillende bronsoorten. Het bevoegd gezag moet dan een oordeel vellen over de hoogte van deze geluidbelasting. Een wettelijke toets aan een grenswaarde voor deze gecumuleerde geluidbelasting is niet aan de orde.
2.1.5
Geluid vanwege verkeer van en naar het plan De Wet geluidhinder stelt geen eisen aan de toename in de geluidbelasting op de gevels van bestaande woningen ten gevolge van het verkeer van en naar het plan. Echter, in het kader van goede ruimtelijke ordening en in de zin van de Wet ruimtelijke ordening dient hieraan wel aandacht te worden besteed. Om het effect van de verkeersaantrekkende werking op de gevels van bestaande woningen te kunnen duiden, is in beeld gebracht wat de verwachte geluidtoename is vanwege het plan ten opzichte van de (autonome) situatie waarin het plan geen doorgang vindt. Hierbij is, in analogie met het reconstructie-effect ingevolge de Wet geluidhinder, ervan uitgegaan dat een significante toename optreedt bij een toename van 2 dB (onafgerond 1,5 dB) of meer. Als er geen significante toename is, kan worden aangenomen dat er sprake is van een aanvaardbare toename in de geluidbelasting.
Blad 5 van 20
Akoestisch onderzoek Bestemmingsplan Pleysierschool en ISK, Delft projectnummer 0472845.100 12 augustus 2022 revisie 01 Gemeente Delft
2.2
Gemeentelijk geluidbeleid De gemeente Delft heeft een eigen beleid voor het verlenen van hogere waarden ingevolge de Wet geluidhinder vastgesteld (“Beleid hogere waarden Wet geluidhinder”, april 2013). Hierna volgt een overzicht van de in het gemeentelijk geluidbeleid genoemde eisen.
Uit berichtgeving van de gemeente blijkt dat de bovengenoemde eis voor scholen als volgt dient te worden geïnterpreteerd: meer dan de helft van de lokalen dient niet aan de hoogst geluidbelaste zijde te worden gesitueerd. Er kunnen zich situaties voordoen waarbij specifieke uitzonderingen op de genoemde eisen gelden. Deze uitzonderingen zijn hierna beschreven.
Blad 6 van 20
Akoestisch onderzoek Bestemmingsplan Pleysierschool en ISK, Delft projectnummer 0472845.100 12 augustus 2022 revisie 01 Gemeente Delft
Wat betreft de regeling 3.5.2., stelt de gemeente Delft dat dit geldt voor woningen met snelle doorstroming zoals studentenwoningen en niet ‘volwaardige’ woningen. Bij het laatste soort woningen is wel een geluidluwe gevel vereist.
Blad 7 van 20
Akoestisch onderzoek Bestemmingsplan Pleysierschool en ISK, Delft projectnummer 0472845.100 12 augustus 2022 revisie 01 Gemeente Delft
2.3
Toetsingskader plansituatie
2.3.1
Wet geluidhinder Er is sprake van de nieuwe ontwikkeling van twee scholen in stedelijk gebied, welke is gelegen binnen de zone van de Prinses Beatrixlaan en de Pierre van Hauwelaan/Martinus Nijhofflaan. Voor de Prinses Beatrixlaan geldt een aftrek van 2 tot 4 dB (zie paragraaf 2.1.2). De aftrek ex artikel 110g Wgh bedraagt 5 dB voor de Pierre van Hauwelaan/Martinus Nijhofflaan. In tabel 2.3 is aangegeven welke geluidgrenswaarden op de plansituatie van toepassing zijn. Tabel 2.3: Grenswaarden plansituatie na aftrek ex artikel 110g Wgh Weg
Voorkeurswaarde [dB]
Maximale ontheffingswaarde [dB]
Prinses Beatrixlaan
48
63
Pierre van Hauwelaan/Martinus Nijhofflaan
48
63
De Voorhofdreef/Papsouwselaan ligt op een afstand van ca. 310 meter ten oosten van het plangebied. Omdat deze drie of meer rijstroken heeft, valt de zone van deze weg over het plangebied. Uit indicatieve beschouwingen blijkt dat de geluidbelasting inclusief aftrek vanwege de weg ruim onder de 48 dB ligt (37 dB, zie bijlage 4.4). Derhalve is deze weg niet verder meegenomen in onderhavig onderzoek. Voor de nabij gelegen weg Aart van der Leeuwlaan geldt een maximum snelheid van 30 km/uur. In de zin van de Wet geluidhinder zijn dergelijke 30 km/uur wegen niet-zoneplichtig en zouden derhalve buiten beschouwing kunnen blijven. Uit jurisprudentie blijkt echter dat, bij een ruimtelijke procedure (in het kader van de goede ruimtelijke ordening in de zin van de Wet ruimtelijke ordening) de mogelijke geluidinvloed van 30 km/uur wegen wel meegewogen dient te worden. Derhalve is de Aart van de Leeuwlaan meegenomen in onderhavig onderzoek. Voor de mate van aanvaardbaarheid van het geluid vanwege deze weg is aangesloten bij de kaders uit de Wet geluidhinder (voorkeurswaarde, maximale ontheffingswaarde), waarbij we de aftrek ex art. 110g Wgh hebben toegepast. De volgende beoordelingscriteria zijn gehanteerd: • De geluidbelasting inclusief aftrek is niet hoger dan 48 dB. De geluidsituatie wordt dan aanvaardbaar geacht.
• Indien de geluidbelasting hoger is dan 48 dB en niet hoger dan 63 dB, dienen maatregelen onderzocht te worden. • Een geluidbelasting hoger dan 63 dB (= maximale ontheffingswaarde Wgh) is in principe niet aanvaardbaar (zonder maatregelen). Effect verkeer van en naar het plan Om het effect van de verkeersaantrekkende werking op de gevels van bestaande woningen te kunnen duiden, is in beeld gebracht wat de verwachte geluidtoename is vanwege het plan ten opzichte van de (autonome) situatie waarin het plan geen doorgang vindt. Hierbij is, in analogie met het reconstructie-effect in gevolge de Wet geluidhinder (in dit geval formeel niet van toepassing), ervan uitgegaan dat een significante toename optreedt bij een toename van 2 dB (onafgerond 1,5 dB) of meer. Als er geen significante toename is kan worden aangenomen dat er sprake is van een aanvaardbare toename in de geluidbelasting.
Blad 8 van 20
Akoestisch onderzoek Bestemmingsplan Pleysierschool en ISK, Delft projectnummer 0472845.100 12 augustus 2022 revisie 01 Gemeente Delft
3
Uitgangspunten en onderzoeksopzet
3.1
Onderzoeksgebied De planlocatie is gelegen langs de Prinses Beatrixlaan, Pierre van Hauwelaan/Martinus Nijhofflaan en de Aart van der Leeuwlaan. Op onderstaande afbeelding zijn het plangebied en de omgeving weergegeven.
Pierre van Hauwelaan/Martinus Nijhofflaan
Aart van der Leeuwlaan
Prinses Beatrixlaan
Afbeelding 3.1: Locatie bouwvlak plangebied (blauw) en wegen (rood)
De beoordelingspunten ter bepaling van de geluidbelasting zijn geplaatst op de randen van het bouwvlak om rekening te houden met de maximale invulling van het plan (zie afbeelding 3.1 en bijlage 1.3). Voor de ligging het bouwvlak is gebruik gemaakt van de volgende digitale ondergrond (.dwg formaat), aangeleverd door de opdrachtgever: • ‘220308 ontv_VO-052 Situatietekening - Footprint’ (d.d. 8 maart 2022)
3.2
Rekenmethode In het kader van het onderhavige onderzoek zijn voor de effectbeschrijving van de diverse (spoor)wegen akoestische berekeningen uitgevoerd. Deze berekeningen dienen ter bepaling van de geluidbelasting op de randen van de bouwvlakken.
Blad 9 van 20
Akoestisch onderzoek Bestemmingsplan Pleysierschool en ISK, Delft projectnummer 0472845.100 12 augustus 2022 revisie 01 Gemeente Delft
Voor het bepalen van het geluidniveau vanwege het verkeer op een (spoor)weg zijn twee wettelijk vastgestelde rekenmethodes voorhanden: de Standaardrekenmethode I en de Standaardrekenmethode II uit het 'Reken- en Meetvoorschrift geluidhinder 2012' ex artikel 110d van de Wet geluidhinder, kortweg aangeduid als SRM I respectievelijk SRM II. De SRM II is een rekenmethode waarbij rekening kan worden gehouden met afscherming van objecten, hetgeen met de SRM I niet mogelijk is. De berekeningen voor het onderzoek zijn dan ook uitgevoerd conform SRM II. De berekeningen zijn uitgevoerd met één reflectie en een sectorhoek van 2 graden. In het onderhavige onderzoek zijn de relevante wegen en de directe omgeving ingevoerd in een grafisch computermodel dat rekent volgens de SRM II. Daarbij is gebruik gemaakt van het programma Geomilieu versie 2022.11. De onderzoeksopzet en de invoergegevens zijn in de onderstaande alinea’s nader toegelicht.
3.3
Invoergegevens rekenmodel Richtjaar en rekenmodel Voor de berekening van de geluidbelasting vanwege het wegverkeer op het plangebied is een berekeningsmodel opgezet voor het richtjaar 2032. De trams zijn als onderdeel van de weg meegenomen (Pierre van Hauwelaan/Martinus Nijhofflaan). Omgevingskenmerken De bodem van de omgeving is grotendeels als akoestisch hard (bodemfactor 0,0) te kenmerken. Zachte gebieden zijn als apart bodemgebied gemodelleerd (bodemfactor 1,0). De diverse (bestaande) gebouwen buiten het plangebied zijn in de berekeningen zowel afschermend als reflecterend meegenomen. Beoordelingsperiode Overeenkomstig het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 en de Wet geluidhinder is voor de school alleen gekeken naar de dagperiode (07:00 – 19:00 uur), aangezien de school niet in gebruik is in de avond- en nachtperiode. Beoordelingshoogte Voor de beoordelingshoogtes wordt 1,5 meter boven vloerniveau aangehouden. Er wordt rekening gehouden met de maximaal toegestane bouwhoogte van het bestemmingsplan: 20 meter. Derhalve zijn de beoordelingshoogtes als volgt: • 1,5/4,5/7,5/10,5/13,5/16,5 meter Verkeersgegevens Onderstaande wegen zijn meegenomen in de berekeningen: Prinses Beatrixlaan Pierre van Hauwelaan/Martinus Nijhofflaan Aart van der Leeuwlaan Door gemeente Delft zijn verkeersgegevens (ook voor de trambaan) voor richtjaar 2032 aangeleverd (d.d.
3 mei 2022) in de vorm van .shape bestanden, inclusief weekdaggemiddelde etmaalintensiteiten, procentuele verdelingen over de dag-, avond- en nachtperiode en licht-,
Blad 10 van 20
Akoestisch onderzoek Bestemmingsplan Pleysierschool en ISK, Delft projectnummer 0472845.100 12 augustus 2022 revisie 01 Gemeente Delft
middelzwaar en zwaar verkeer en maximale snelheden. Het betreft de autonome situatie (= toekomstige situatie waarin het plan geen doorgang vindt). Door Antea Group is op basis van CROW kengetallen de verkeersgeneratie van het plan bepaald (zie het stikstofonderzoek met notitienr. ‘20220421-472845-Pleysierschool en ISK-dep-not’ d.d. 21 april 2022 voor de exacte uitgangspunten). Op basis van deze uitgangspunten is de plansituatie in model gebracht. Ingevolge het stikstofonderzoek bedraagt de plangeneratie 181 mvt/etmaal en is sprake van een gelijkmatige (50/50) afwikkeling van het verkeer in beide richtingen over de Aart van der Leeuwlaan. Waar asfalt is gelegen (Prinses Beatrixlaan, Pierre van Hauwelaan/Martinus Nijhofflaan) is worstcase uitgegaan van het referentiewegdek DAB. Tabel 3.1 bevat een overzicht van de eigenschappen van de wegen. In tabel 3.2 is een overzicht van de trams weergegeven. In bijlage 2 is een overzicht van de ingevoerde gegevens inclusief verkeersgegevens weergegeven. Tabel 3.1: Eigenschappen meegenomen wegen (plansituatie 2032) Maximale Aftrek ex art. Weg snelheid Type wegdek 110g Wgh [dB] [km/uur]
Etmaalintensiteit
Prinses Beatrixlaan
70
Referentiewegdek (DAB)
2-4
17.160
Pierre van Hauwelaan/Martinus Nijhofflaan
50
Referentiewegdek (DAB)
5
4.450 – 4.742
Aart van der Leeuwlaan
30
Klinkers / Referentiewegdek (DAB)
51
955 – 1.168
1
5 dB aftrek is in lijn met de Wgh, maar niet verplicht voor 30 km/uur wegen
Tabel 3.2 Gehanteerde verkeersgegevens trams voor prognosejaar 2032 Tram
Pierre van Hauwelaan/Martinus Nijhofflaan
Intensiteit [trams/etmaal]
Snelheid [km/uur]
verharding
136
50
asfalt / ballastbed
Blad 11 van 20
Akoestisch onderzoek Bestemmingsplan Pleysierschool en ISK, Delft projectnummer 0472845.100 12 augustus 2022 revisie 01 Gemeente Delft
4
Resultaten Met behulp van het geluidrekenmodel is op alle beoordelingspunten de geluidbelasting vanwege de meegenomen wegen voor het richtjaar 2032 berekend. In eerste instantie zijn de resultaten per weg weergegeven voor de toekomstige plansituatie 2032. Vervolgens wordt ingegaan op de cumulatie en het geluideffect vanwege verkeer van en naar het plangebied. De resultaten in de afbeeldingen geven de berekende geluidbelastingen op verschillende beoordelingshoogten weer (van de laagste tot de hoogste beoordelingshoogte). De berekeningsresultaten per beoordelingspunt en hoogte zijn per bron weergegeven in bijlage 4. Voor een overzicht van de beoordelingspunten, zie bijlage 1.2 en 2.3.
4.1
Resultaten per weg
4.1.1
Prinses Beatrixlaan (70 km/uur) Op de volgende afbeelding is de geluidbelasting (Lday) als gevolg van de Prinses Beatrixlaan zonder aftrek ex art. 110g Wgh weergegeven. Voor deze weg geldt een gefaseerde aftrek (zie paragraaf 2.1.2). Een volledig overzicht van de resultaten is weergegeven in bijlage 4.1.
Afbeelding 4.1: Maatgevende geluidbelasting Lday ten gevolge van de Prinses Beatrixlaan (exclusief aftrek)
Ten gevolge van de Prinses Beatrixlaan bedraagt de geluidbelasting Lday op het plan ten hoogste 61 dB zonder aftrek ex artikel 110g Wgh en 59 dB na aftrek. Dit is hoger dan de voorkeurswaarde van 48 dB ingevolge de Wgh. Gezien de overschrijding van de voorkeurswaarde, dient te worden onderzocht of maatregelen ter beperking van het geluid mogelijk zijn. Hier is verder op ingegaan in paragraaf 4.2.
Blad 12 van 20
Akoestisch onderzoek Bestemmingsplan Pleysierschool en ISK, Delft projectnummer 0472845.100 12 augustus 2022 revisie 01 Gemeente Delft
4.1.2
Pierre van Hauwelaan/Martinus Nijhofflaan (50 km/uur, incl. tram) Op de volgende afbeelding is de geluidbelasting (Lday) als gevolg van de Pierre van Hauwelaan / Martinus Nijhofflaan (met trambaan) inclusief aftrek ex artikel 110g Wgh weergegeven. Een volledig overzicht van de resultaten is weergegeven in bijlage 4.2.
Afbeelding 4.2: Maatgevende geluidbelasting Lday ten gevolge van de Pierre van Hauwelaan / Martinus Nijhofflaan (incl. aftrek)
Ten gevolge van de Pierre van Hauwelaan / Martinus Nijhofflaan inclusief trambaan bedraagt de geluidbelasting Lday op het plan ten hoogste 44 dB na aftrek ex artikel 110g Wgh. Dit is lager dan de voorkeurswaarde van 48 dB ingevolge de Wgh. Nadere beschouwing van maatregelen ter beperking van het geluid vanwege Pierre van Hauwelaan / Martinus Nijhofflaan kan daarmee achterwege blijven.
Blad 13 van 20
Akoestisch onderzoek Bestemmingsplan Pleysierschool en ISK, Delft projectnummer 0472845.100 12 augustus 2022 revisie 01 Gemeente Delft
4.1.3
Aart van der Leeuwlaan (30 km/uur) Op de volgende afbeelding is de geluidbelasting (Lday) als gevolg van de Aart van der Leeuwlaan inclusief aftrek ex artikel 110g Wgh weergegeven. Een volledig overzicht van de resultaten is weergegeven in bijlage 4.3.
Afbeelding 4.3: Maatgevende geluidbelasting Lday ten gevolge van Aart van der Leeuwlaan (incl. aftrek)
De geluidbelasting ten gevolge van de Aart van der Leeuwlaan op het plan bedraagt ten hoogste 53 dB zonder aftrek ex artikel 110g Wgh en 48 dB inclusief aftrek. Voor 30 km/uur wegen geldt geen formeel toetsingskader ingevolge de Wet geluidhinder. Daarmee is het vaststellen van hogere waarden niet van toepassing op 30 km/uur wegen. Hoewel de Wet geluidhinder niet van toepassing is op dergelijke wegen, dient in het kader van een goede ruimtelijke ordening te worden onderzocht of er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Hoewel de grenswaarden uit de Wet geluidhinder niet formeel gelden, hebben we de kaders uit de Wet wel gehanteerd als maat om de resultaten te kunnen duiden. Uit de resultaten blijkt dat de geluidbelasting inclusief aftrek ingevolge artikel 110g Wgh niet hoger is dan de voorkeurswaarde (48 dB inclusief aftrek). Er is gezien de geluidbelasting vanwege verkeer op de Aart van der Leeuwlaan daarom sprake van een aanvaardbare geluidinvloed van deze weg op de voorgenomen geluidgevoelige bestemmingen in het plangebied.
Blad 14 van 20
Akoestisch onderzoek Bestemmingsplan Pleysierschool en ISK, Delft projectnummer 0472845.100 12 augustus 2022 revisie 01 Gemeente Delft
4.2
Gecumuleerde geluidbelasting Indien een geluidgevoelige bestemming waarvoor, ten gevolge van meerdere geluidbronnen, een hogere grenswaarde wordt vastgesteld, dient inzichtelijk gemaakt te worden hoe hoog de gecumuleerde geluidbelasting is. Een wettelijke toets aan een grenswaarde voor deze gecumuleerde geluidbelasting is niet aan de orde. Uit de resultaten blijkt echter dat alleen vanwege de Prinses Beatrixlaan de geluidbelasting hoger is dan de voorkeurswaarde. Derhalve hoeft de gecumuleerde geluidbelasting niet in beeld te worden gebracht.
4.3
Maatregelen Omdat de voorkeurswaarde ingevolge de Wet geluidhinder wordt overschreden (vanwege het geluid van de Prinses Beatrixlaan), wordt in deze paragraaf nader ingegaan op de haalbaarheid van mogelijke maatregelen. In artikel 110a en volgende van de Wgh wordt aangegeven onder welke voorwaarden hogere grenswaarden kunnen worden verleend. Er kan uitsluitend een hogere grenswaarde worden vastgesteld indien toepassing van maatregelen, gericht op het terugbrengen van de geluidbelasting vanwege een weg, onvoldoende doeltreffend zal zijn dan wel overwegende bezwaren ontmoet van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard. Om de geluidbelasting vanwege een weg te beperken, kunnen de volgende maatregelen worden getroffen: • Maatregelen aan de bron door middel van het toepassen van een geluidarm wegdektype; • Maatregelen in het overdrachtsgebied door middel van het toepassen van een geluidscherm/grondwal; • Maatregelen aan de ontvanger door middel van het toepassen van schermen aan of nabij de gevel, het toepassen van 'dove' gevels, en dergelijke.