1. Aanbiedingsbrief VRH
Tekst van het document
Veiligheidsregio Haaglanden
Dedemsvaartweg 1 2545 AP Den Haag Postbus 52155 2505 CD Den Haag
V. 088 886 8000 ® www.vrh.nl Contactpersoon E. Gabel/ B. Yedema
Aan: de gemeenteraden in Haaglanden
Ons kenmerk P26.000071 Aantal bijlagen 5
Datum: Onderwerp:
13 april 2026 Ontwerpbegroting, kaderbrief en jaarrekening (incl. accountantsverslag)
Zeer geachte leden van de gemeenteraad,
Middels deze brief biedt het dagelijks bestuur, na instemming van het algemeen bestuur van de Veiligheidsregio Haaglanden (VRH), u de ontwerp-meerjarenbegroting 2027-2030 (inclusief de herziene begroting 2026) ter zienswijze aan.
Het dagelijks bestuur van de VRH verneemt graag uiterlijk 20 juli 2026 uw schriftelijke zienswijze over deze ontwerpbegroting. Deze zienswijze zal vervolgens worden betrokken bij de definitieve vaststelling van de begroting in de vergaderingen van respectievelijk het dagelijks bestuur (28 augustus 2026) en algemeen bestuur (11 september 2026) van de VRH. Deze planning sluit aan bij de deadline om de begroting voor 15 september 2026 aan te leveren bij de provincie. Voorts ontvangt u ter kennisname de algemene financiële en beleidsmatige kaders ten behoeve van de VRH-begroting 2027-2030 en de jaarrekening 2025 (inclusief accountantsverslag).
Toelichting op de kaders en begroting De Veiligheidsregio Haaglanden (VRH) is een wettelijk verplichte gemeenschappelijke regeling die taken uitvoert op het gebied van brandweerzorg (inclusief de meldkamer), de GHOR1 en regionale rampenbestrijding en crisisbeheersing.
Veruit het grootste deel van de organisatie is gericht op de uitvoering van brandweertaken. In dit kader staan 23 kazernes, een meldkamer en piketfunctionarissen 24/7 paraat om overal in de regio incidenten te bestrijden. Een ander deel van de organisatie is erop gericht om ervoor te zorgen dat deze uitvoering mogelijk is en op niveau blijft. Hierbij kan worden gedacht aan het organiseren van opleidingen, trainingen en oefeningen, operationele voorbereiding en het onderhouden van brandweermaterieel. Daarnaast omvat brandweerzorg ook risicobeheersing. Deze taak richt zich o.a. op het bevorderen van bewustwording en brandveilig gedrag van inwoners, organisaties en bedrijven en het adviseren van gemeenten. Dit laatste met het doel om branden zo veel mogelijk te voorkomen en de effecten van eventuele branden zoveel mogelijk te beperken. De uitvoering van bovenstaande taken omvat circa 77% van de begroting. De uitvoering van de GHOR-taak, de taken op het gebied van de regionale rampenbestrijding en crisisbeheersing en het regionaal Bureau Gemeentelijke Crisisbeheersing omvatten in totaal circa 7% van de begroting.
De VRH kent een overhead van 16%. Deze overhead is in 2024 door Berenschot vergeleken met andere veiligheidsregio's. Hieruit is gebleken dat de overhead van de VRH met 16% aanzienlijk lager ligt dan het landelijk gemiddelde van 21% bij veiligheidsregio's. Deze lage overhead komt voort uit eerdere bezuinigings- en besparingsopdrachten die de VRH heeft uitgevoerd. 1 Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio.
In de kaders die gemeenten voor gemeenschappelijke regelingen hebben Datum 13 april 2026 opgesteld, komt naar voren dat de financiële perspectieven van gemeenten somber zijn. Gelet hierop, heeft het bestuur gezocht naar mogelijkheden om de Ons kenmerk VRH-begroting te verlagen zonder dat dit ten koste gaat van de veiligheidszorg in de regio. Deze mogelijkheden zijn de afgelopen periode gevonden door scherper te begroten, hetgeen een structurele besparing van 1% oplevert. Daarnaast zijn bestemmingsreserves gevormd waarmee in 2026 en 2027 de gemeentelijke inwonerbijdragen incidenteel met 3% zijn verlaagd. De verschillende bezuinigings- en besparingsopdrachten die de VRH heeft uitgevoerd, hebben geleid tot een organisatie met een lage overhead en weinig vet op de botten. Dit maakt de organisatie helaas kwetsbaar voor een aantal grote opgaven waarvoor zij staat gesteld.
Op het gebied van de brandweer geldt in dit kader dat de verwachte bevolkingsgroei in combinatie met het verdichtingsvraagstuk en de energietransitie leiden tot meer en steeds specialistischer werk voor de brandweer. Tegelijkertijd zijn de brandweerkazernes in Haaglanden in vergelijking met andere regio's bovengemiddeld druk.
Op het gebied van rampenbestrijding en crisisbeheersing speelt dat risico's vanwege geopolitieke spanningen in de wereld, steeds groter en onvoorspelbaarder worden. Dit betekent dat de voorbereiding op bestaande risico's, zoals de uitval van energie of ICT, langs zwaardere scenario's dan voorheen moet worden ingevuld. Hiermee is zowel landelijk als regionaal een eerste start gemaakt, maar dit vraagt nog een verder vervolg en vervolgens om implementatie. Bovenstaande ontwikkelingen vergen (blijvende) investeringen in toekomstbestendige brandweerzorg en crisisbeheersing. Deze investeringen zijn onderdeel van de bredere opgave om de maatschappelijke weerbaarheid te vergroten en vormen een aanvulling op de middelen die het Rijk beschikbaar stelt. Voorts wordt momenteel ook gekeken naar de verdeelsystematiek van de gemeentelijke bijdragen. Hiervoor loopt thans een evaluatie die later dit jaar in besluitvorming wordt gebracht, zodat de uitkomsten van deze evaluatie desgewenst kunnen worden verwerkt in de meerjarenbegroting 20282031. Als onderdeel van deze besluitvorming zal advies worden gevraagd aan de financiële adviescommissie van de VRH, waarin namens elke gemeente in Haaglanden een raadslid is vertegenwoordigd.
Bovenstaande punten hebben met name betrekking op de gemeentelijke financiering. Deze financiering vormt circa 87% van de begroting. Een andere inkomstenbron van de VRH betreft de Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDUR). Deze rijksbijdrage vormt in totaal circa 11% van de begroting. Deze financiering is bedoeld voor (inter-)regionale rampenbestrijding en crisisbeheersing en de GHOR in het algemeen en specifieke aspecten daarvan in het bijzonder, zoals informatie voorziening. Een bezuiniging van het Rijk op deze BDUR is ingaande 2027 gecompenseerd via nieuwe weerbaarheidsgelden. Daarnaast zijn aanvullende gelden beschikbaar gesteld om een eerste start te maken met pilots op het gebied van (coördinerende) noodsteunpunten. Mede aan de hand van de evaluatie van deze pilots, zal het weerbaarheidsvraagstuk zowel inhoudelijk als financieel landelijk en regionaal verder uitgewerkt moeten worden. Helder is in elk geval wel dat de thans beschikbaar gestelde bedragen niet toereikend zijn.
Toelichting op de jaarrekening Ook in 2025 is het de VRH gelukt om binnen de financiële kaders te blijven, met een voordelig resultaat van € 1,8 miljoen (circa 1,4% van de VRH-begroting). Dit voordelig resultaat kent verschillende oorzaken die alle incidenteel van aard zijn. Voor een belangrijk deel komt dit voordelig resultaat doordat de levering van materieel en dienst verlening de afgelopen jaren door marktomstandigheden is vertraagd. Financieel heeft dit zich
vertaald naar vertraagde investeringen, met relatief lage kapitaallasten als gevolg. In 2025 zijn deze leveringen - bestaande uit operationele voertuigen van de brandweer - ingehaald waardoor de kapitaallasten vanaf 2026 weer richting het reguliere niveau zullen bewegen.
Datum 13 april 2026
Ons kenmerk P26.000071
Zoals bekend, heeft in 2025 de NAVO-top plaatsgevonden in Den Haag. Het is de VRH gelukt om de kosten die hiervoor zijn gemaakt, grotendeels bij het Rijk neer te leggen. De kosten waarvoor dit niet geldt, bedragen in totaal € 400.000 en zijn gefinancierd vanuit de BDUR zodat deze kosten niet ten laste van de gemeenten komen.
Het bestuur van de VRH heeft in 2025 - het licht van de toegenomen hybride dreigingen - besloten om brandweerkazernes in de regio te voorzien van (aanvullende) noodstroomvoorzieningen en de uitgaven hiervoor ten laste van de exploitatie 2025 te brengen. De hiervoor benodigde voorzieningen zijn besteld, maar de levering en implementatie vindt in 2026 plaats. Om deze reden is een bestemmingsreserve van € 740.000 gevormd.
Eerder in deze notitie is ingegaan op landelijke weerbaarheidsgelden die beschikbaar zijn gesteld voor de uitvoering van pilots op het gebied van (coördinerende) noodsteunpunten. De gelden zijn voor 2025 pas in het laatste kwartaal van dat jaar door het Rijk beschikbaar gesteld. Dit heeft als consequentie dat deze gelden in de praktijk pas in 2026 kunnen worden aangewend. Om deze reden is hiervoor een bestemmingsreserve van € 180.000 gevormd. Om het weerstandsniveau op voldoende niveau te brengen, is een bedrag van € 355.000 toegevoegd aan de algemene reserve. Deze toevoeging is noodzakelijk vanwege de landelijke PTSS2-regeling. Voorts heeft het bestuur - in navolging van voorgaande jaren - besloten de post 'onvoorzien' niet in rekening te brengen bij de gemeenten. Dit leidt tot een voordeel van € 204.000. Bovenstaande betekent dat € 369.000 aan de gemeenten in Haaglanden wordt teruggegeven. Toelichting op het accountantsverslag De accountant heeft bij de jaarrekening 2025 een goedkeurende verklaring verstrekt. Hierbij is ook gekeken naar de rechtmatigheidsverantwoording van de VRH zelf. Hierover heeft de accountant geconstateerd dat deze verantwoording een getrouw beeld geeft.
Verder constateert de accountant dat de VRH een solide financiële positie heeft met positieve resultaten in de afgelopen jaren. Deze resultaten zijn grotendeels veroorzaakt door incidentele baten. Tegelijkertijd wijst de accountant erop dat de komende jaren een tekort dreigt door de korting op het Gemeentefonds. In dit kader wordt door de VRH sinds 2025 scherper begroot, hetgeen een structurele besparing van 1% oplevert. Daarnaast worden voordelige jaarrekeningresultaten toegevoegd aan een bestemmingsreserve ter dekking van incidentele kortingen (jaarlijks 3%) op de gemeentelijke bijdragen voor 2026 en 2027. Evenwel wijst de accountant er op dat het dreigende tekort voor de komende jaren strategische keuzes vraagt. Deze keuzes moeten een plek krijgen in de beleidsmatige uitwerking voor de komende jaren.
2 Sinds 1 februari 2026 is een landelijke regeling 'Erkenning en aanspraken PTSS (posttraumatische stressstoornis) als beroepsziekte' van kracht. Deze regeling kent een terugwerkende kracht van 5 jaar.
Pagina 3 van 3