CConstaterende datDe Wolden
Koppel je AI →
Document · PDF

Zuidwolde, deelplan hoek Ommerweg Turflaan

Gemeenteraad 25 november 2021, gemeente De WoldenBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Zuidwolde, deelplan hoek Ommerweg_Turflaan25.348 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Indien het plangebied is gelegen in een zogenaamd gemengd gebied is het ruimtelijk aanvaardbaar dat de aangegeven richtafstanden een stap worden verlaagd. Het plangebied en de omgeving worden volgens de brochure Bedrijven en Milieuzonering beschouwd als een gemengd gebied (ligging aan een doorgaande weg alsmede gebied met (lint)bebouwing met een variatie aan functies en bedrijvigheid). Het plangebied is aan drie zijden begrenst door bedrijfsmatige, recreatieve dan wel maatschappelijke functies. Daarbij is het plangebied gelegen aan een van de invalswegen van de omliggende woonwijk. Daarmee is te stellen dat er sprake is van een ‘gemengd gebied’ en kan de geldende richtafstand met een stap worden verlaagd. De bewoning van de voormalige bedrijfswoning kan effect hebben op de inrichtingen in de omgeving. In de nabije omgeving bevinden zich het NCC clubterrein De Krententerp, tandartspraktijk Quadratand en een veehouderij aan de Middelveenseweg 5. Tevens kan de bewoning van invloed zijn op de binnen het plangebied gelegen woonzorgvoorziening en visa versa.

29

bestemmingsplan Zuidwolde, deelplan hoek Ommerweg/Turflaan (ontwerp)

Het NCC clubterrein is als kampeerterrein in de brochure ‘Bedrijven en milieuzonering’ van de VNG tevens te scharen onder sbi code 553, 552 Kampeerterreinen, vakantiecentra, e.d. (met keuken) met een richtafstand van 30 meter. Deze afstand wordt in gemengd gebied verlaagd naar 10 meter. Daarbij is sprake van een NCC clubterrein met een vast recreantenbestand op basis van lidmaatschap. NCC terreinen zijn rustige kampeerterreinen in bosrijke omgevingen en bieden voornamelijk plaats een twee persoonshuishouden op leeftijd. Tevens is op de camping geen keuken aanwezig. De aangegeven richtafstand is daarmee zeer ruim ten opzichte van dit clubterrein. De woningen Ommerweg 18 en 18a zullen meer effecten ondervinden van de omliggende woonwijk dan het NCC terrein. De bestaande voormalige bedrijfswoning alsmede de inpandige bedrijfswoning, zijn gelegen op een afstand van circa 23 meter tot de meest dichtbij gelegen staanplaats. Gezien voorstaande is te stellen dat er voldoende afstand is tussen het NCC terrein en de woningen binnen het plangebied. Wat betreft de twee bouwpercelen ligt het dichtst bijgelegen perceel op 16 meter afstand tot de dichtstbijzijnde staanplaats. Daarmee voldoet de afstand aan de richtafstand van 10 meter.

De tandartspraktijk aan Turflaan 1a is in de brochure ‘Bedrijven en milieuzonering’ van de VNG te scharen onder ‘Artsenpraktijken, klinieken en dagverblijven’ met een richtafstand van 10 meter. Deze afstand wordt in gemengd gebied verlaagd naar 0 meter. Beide bestaande woningen zijn gelegen op een afstand van ten minste 60 meter en daarmee op voldoende afstand van de praktijk. Eén van de twee bouwkavels grenst aan het perceel waarop de tandartspraktijk gevestigd is. De praktijk staat op 13 meter afstand tot de perceelsgrens en daarmee zal in werkelijkheid de afstand tussen de te bouwen vrijstaande woning en de tandartspraktijk groter dan 13 meter zijn. Daarmee wordt voldaan aan de richtafstand. In het plan is dit geborgd door de bouwvlakken op voldoende afstand tot de zijdelingse perceelsgrens te situeren. Een woonzorgvoorziening als het gezinshuis is niet nader beschreven in de VNG brochure. Gelet op de activiteiten en op de omvang van het gezinshuis (zie paragraaf 2.2) is deze gelijk te stellen met een categorie 1 bedrijf, met een richtafstand van 10 meter. Deze afstand wordt in gemengd gebied verlaagd naar 0 meter. Het woonperceel dat grenst aan het perceel van de voormalige bedrijfswoning en daarmee het dichtst bij de woonzorgvoorziening gelegen is, ligt op ca. 44 meter afstand tot de perceelsgrens. Daarmee wordt ruimschoots voldaan aan de richtafstand.

Met dit plan wordt voldaan aan de richtafstanden en is een goed woon- en leefklimaat gegarandeerd. De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) is het toetsingskader voor de omgevingsvergunning milieu voor het aspect geurhinder van dierenverblijven van veehouderijen. In de Regeling geurhinder en veehouderij (Rgv) zijn geuremissiefactoren opgenomen voor de berekening van de geuremissie van een dierenverblijf. Daarbij is onderscheid gemaakt in dieren met geuremissiefactor en dieren zonder geuremissiefactor. Voor dieren met geuremissiefactor is een maximale waarde aangegeven welke is uitgedrukt in het aantal odour units per seconde per dier. Voor dieren zonder geuremissiefactor gelden vaste minimumafstanden. Voor pluimvee is een geuremissiefactor vastgesteld. Dat betekent dat op basis van het aantal dieren de geuremissie op woningen van derden bepalend is. In dezen zijn op kortere afstand van die inrichting bestaande woningen gelegen welke bepalend zijn voor de mate van geuruitstoot. Deze bepalende woningen zijn gelegen tussen het plangebied en de betreffende veehouderij. Daarmee kan ter hoogte van de bestaande woning alsmede de te bouwen woningen geen sprake zijn van een te hoge geurbelasting en kan dit plan geen (extra) belemmering zijn voor de veehouderij aan de Middelveenseweg 5. De leefomgeving waarin mensen wonen, werken en leven heeft invloed op hun gezondheid.

Naast het beperken van de druk op de gezondheid door diverse omgevingsfactoren, zoals luchtverontreiniging of geluid, is het tevens belangrijk om aandacht te hebben voor de positieve invloed die de omgeving kan

30

bestemmingsplan Zuidwolde, deelplan hoek Ommerweg/Turflaan (ontwerp)

hebben op de gezondheid. In de omgeving van dit plangebied is een intensieve veehouderij (pluimvee) op het perceel Middelveenseweg 5 te Zuidwolde gelegen. Gezondheid rondom intensieve veehouderij is een veel besproken onderwerp. Uit onderzoek blijkt dat omwonenden van een intensieve veehouderij grotere kans hebben op gezondheidsproblemen. Een vast kader of normafstand is er (nog) niet. Wel blijkt uit jurisprudentie dat in het kader van een goede ruimtelijke ordening het aspect gezondheid moet worden meegenomen in de overwegingen. Uit onderzoek blijkt dat omwonenden tot één kilometer rondom pluimveehouderijen een verhoogd risico hebben op longontsteking en/of verminderde longfunctie. Eén van de effecten op de volksgezondheid is de verspreiding van endotoxinen in de lucht. Het inademen van endotoxinen kan leiden tot acute luchtwegklachten en chronische effecten op de luchtwegen (niet-allergische astma en COPD). De verspreiding van endotoxinen is gerelateerd aan de uitstoot van fijn stof. De Gezondheidsraad hanteert een advieswaarde van 30 EU/m3 voor de maximale blootstelling aan endotoxinen in de buitenlucht. De Gezondheidsraad gaat ervan uit dat met deze advieswaarde de gezondheid van omwonenden van veehouderijen tegen te veel aan endotoxinen kan worden beschermd. Er is nog geen landelijk toetsingskader voor endotoxinen.

Wel is het mogelijk om middels een formule en op basis van een afstandsgrafiek de 30 EU/m3 contour rond een veehouderij indicatief te bepalen. De berekening is uitgevoerd aan de hand van het aantal kilo fijnstof dat door de veehouderij wordt uitgestoten. De pluimveehouderij aan de Middelveenseweg 5 heeft een uitstoot van 621 kilo fijn stof per jaar. De berekende contour waarbinnen bewoners mogelijk worden blootgesteld aan te veel endotoxine (>30 EU/m3) ligt op 107,2 meter. De kortste afstand van de pluimveehouderij tot de voorgenomen woningen is circa 320 meter. Tussen het plangebied en de veehouderij zijn meerdere bestaande woningen gelegen. Op basis van voornoemde berekening is het aannemelijk dat betreffende de met dit plan voorgenomen woningen aan de advieswaarde kan voldaan. Ondanks voornoemde is advies gevraagd aan de GGD. De gezondheidsdeskundige van de GGD heeft aangegeven dat de concentratie endotoxinen op de planlocatie niet zodanig hoog is dat er gezondheidseffecten verwacht worden. Het aspect ‘milieuzonering’ vormt geen belemmering voor de uitvoering van dit plan.

5.7

Milieueffectrapportage (MER)

Het bevoegd gezag moet zich ervan vergewissen of deze activiteit geen belangrijke nadelige milieugevolgen kan hebben. Beoordeeld moet dus worden of ervoor op een later te nemen besluit een m.e.r.-beoordeling noodzakelijk is. Deze toets, die een nieuw element is in de m.e.r.-beoordeling, vindt plaats volgens het nee, tenzij principe. Dit betekent dat er geen m.e.r. hoeft te worden opgesteld, tenzij bij het verlenen van de omgevingsvergunning in de toekomst de vraag aan de orde is of belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu op voorhand niet zijn uit te sluiten. Voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling bestaan geen vereisten voor de vorm, maar wel voor de inhoud. Met betrekking tot de inhoud ('wat moet er in de vormvrije worden onderzocht?') moet aandacht besteed worden aan alle criteria die zijn opgenomen in Bijlage III bij de Europese richtlijn 'betreffende de milieubeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten'. Naar aanleiding van het gestelde in de voorgaande paragraaf, moet er een toets worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Het uitgangspunt is dat het gaat om een bestaande kern, dat planologisch wordt aangepast aan de eisen van deze tijd. De toets kan gebeuren aan de hand van die aspecten, die hiervoor al aan de orde zijn geweest voor zover ze van invloed zijn op het (natuurlijke) milieu.

Om te bepalen of sprake is van een m.e.r.-(beoordelings)plichtig project, dient bepaald te worden of de ontwikkeling de drempelwaarden uit lijst C of D van het Besluit m.e.r. overschrijdt, of de ontwikkeling in een kwetsbaar gebied ligt en of er belangrijke milieugevolgen zijn.

31

bestemmingsplan Zuidwolde, deelplan hoek Ommerweg/Turflaan (ontwerp)

Dit project voorziet in een directe eindbestemming en voldoet daarmee aan de definitie van een 'besluit' zoals bedoeld in het Besluit m.e.r. Dit betekent dat dit project m.e.r.-(beoordelings)plichtig is indien activiteiten worden mogelijk gemaakt die genoemd worden in onderdeel C of D van het Besluit m.e.r. en de daarin opgenomen drempelwaarden overschrijden. In dit geval is sprake van een ontwikkeling die niet wordt genoemd in onderdeel C van het Besluit m.e.r., er is derhalve geen sprake van een directe m.e.r.-plicht. Op basis van onderdeel D (De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen) is indien de volgende drempelwaarden worden overschreden sprake van een m.e.r.-beoordelingsplichtig project: 1. een oppervlakte van 100 hectare of meer, 2. een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of 3. een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. Met de ontwikkeling die dit project mogelijk maakt, worden de hiervoor genoemde drempelwaarden niet overschreden. Er is derhalve geen sprake van een directe m.e.r.-beoordelingsplicht. Als gevoelig gebied zijn gebieden aangewezen die beschermd worden op basis van de natuurwaarden, landschappelijke waarden, cultuurhistorische waarden en waterwingebieden. Er is in dezen geen sprake van een gevoelig gebied.

In dit plan zijn de verschillende milieueffecten beschouwd, zoals geluid, bodem en luchtkwaliteit. Hieruit blijkt dat dit bestemmingsplan geen belangrijke nadelige milieugevolgen tot gevolg heeft die het doorlopen van een m.e.r.-procedure noodzakelijk maken. Dit plan is getoetst aan het Besluit milieueffectenrapportage. Hierin is aangegeven welke activiteiten in het kader van het omgevingsvergunning plan-m.e.r.-plichtig, project-m.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Indien een activiteit onder de drempelwaarden blijft, dient alsnog een vormvrije m.e.r.-beoordeling uitgevoerd te worden, waarbij onderzocht dient te worden of de activiteit belangrijke nadelige gevolgen heeft voor het milieu, gelet op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Deze omstandigheden betreffen de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten. Per 16 mei 2017 is de regelgeving voor de MER en m.e.r.-beoordeling gewijzigd met daarin een nieuwe procedure voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling.

Voor de ontwerp-bestemmingsplanfase moet een m.e.r-beoordelingsbeslissing worden genomen, waarin wordt aangegeven of wel of geen MER nodig is, gelet op de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten en mogelijke mitigerende maatregelen. Deze beslissing wordt als bijlage bij het bestemmingsplan opgenomen. Voor elke aanvraag waarbij een vormvrije m.e.r.-beoordeling aan de orde komt moet de initiatiefnemer een aanmeldingsnotitie opstellen, waarbij ook mitigerende maatregelen mogen worden meegenomen. Het bevoegd gezag dient binnen zes weken na indienen een m.e.r.-beoordelingsbesluit af te geven. Een vormvrije m.e.r.-beoordelingsbeslissing hoeft echter niet gepubliceerd te worden. Op ….. is bij besluit van …. vastgesteld dat geen MER nodig is, zie bijlage 7. Ook is daar de aanmeldingsnotitie voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling opgenomen. Daaruit blijkt dat, gelet op de kenmerken van het project (zoals het kleinschalige karakter in vergelijking met de drempelwaarden uit het Besluit m.e.r.), de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële effecten, geen belangrijke negatieve milieugevolgen optreden. Mitigerende maatregelen zijn dan ook niet noodzakelijk. Het aspect ‘milieueffectrapportage’ vormt geen belemmering voor de uitvoering van dit plan.

32

bestemmingsplan Zuidwolde, deelplan hoek Ommerweg/Turflaan (ontwerp)

5.8

Luchtkwaliteit

De luchtkwaliteit dient te worden mee genomen in ruimtelijke besluitvorming. Uitgangspunt is dat een project niet leidt tot overschrijding van luchtkwaliteitsnormen. Als er wel sprake is van een overschrijding, dan mag een project de luchtkwaliteit niet in betekenende mate verslechteren. Luchtkwaliteitsnormen vormen onder de Wet milieubeheer geen belemmering voor ruimtelijke ontwikkeling als aannemelijk is dat aan één of een combinatie van de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. b. c. d.

Er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde. Een project leidt per saldo niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit. Een project draagt slechts in ‘niet in betekenende mate' (NIBM) bij aan de luchtverontreiniging. Een project is opgenomen of past binnen het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) of een regionaal programma van maatregelen. Van een verslechtering van de luchtkwaliteit in betekenende mate als bedoeld onder c is sprake indien zich één van de volgende ontwikkelingen voordoet: woningbouw: minimaal 1.500 woningen netto bij 1 ontsluitende weg of minimaal 3.000 woningen bij 2 ontsluitende wegen; infrastructuur: 3% concentratiebijdrage (verkeerseffecten gecorrigeerd voor minder congestie); kantoorlocaties: minimaal 100.000 m² brutovloeroppervlak bij 1 ontsluitende weg, minimaal 200.000 m² brutovloeroppervlak bij 2 ontsluitende wegen. Het plan voorziet in een bestemmingswijziging van een bestaande bedrijfswoning met omliggend erf naar (burger)bewoning. Tevens wordt met dit plan voorzien in een passende bestemming voor een woonzorgvoorziening met (inpandige) bedrijfswoning en omliggend erf. Voornoemde bewoning en woonzorgvoorziening zijn reeds bij recht toegestaan op grond van de beheerverordening respectievelijk omgevingsvergunning.

Ten slotte wordt er met dit plan voorzien in het toevoegen van twee bouwkavels ter plaatse van het voormalige trapveldje, met de mogelijkheid twee vrijstaande woningen met bijbehorende bouwwerken te bouwen. Er is in dezen sprake van een project dat ‘niet in betekenende mate' (NIBM) bijdraagt aan de luchtverontreiniging. Conclusie: Vanuit het aspect luchtkwaliteit zijn er geen belemmeringen betreffende dit plan.

5.9

Externe veiligheid

Externe veiligheid beschrijft de risico's die ontstaan als gevolg van opslag of handelingen met gevaarlijke stoffen. Dit kan betrekking hebben op bedrijven, buisleidingen of transportroutes. Op deze categorieën is verschillende wet- en regelgeving van toepassing. Het huidige beleid voor inrichtingen (bedrijven) is afkomstig uit het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Voor buisleidingen geldt het Besluit buisleidingen externe veiligheid (Bevb). Het externe veiligheidsbeleid voor transport van gevaarlijke stoffen staat in het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). In het kader van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), gelezen in samenhang met de regels omtrent externe veiligheid, moet worden onderzocht of er sprake is van aanwezigheid van risicobronnen in de nabijheid van de locatie waarop het Wro besluit betrekking heeft en dienen plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR) en de eventuele toename hiervan, te worden bepaald. Het plan voorziet in een bestemmingswijziging van een bestaande bedrijfswoning met omliggend erf naar (burger)bewoning. Tevens wordt met dit plan voorzien in een passende bestemming voor een woonzorgvoorziening met (inpandige) bedrijfswoning en omliggend erf. Voornoemde bewoning en woonzorgvoorziening zijn reeds bij recht toegestaan op grond van de beheerverordening respectievelijk omgevingsvergunning.

Er is sprake van kwetsbare objecten. Er is echter sprake van een bestaande situatie en daarmee kan met dit plan geen sprake zijn van een toename van het plaatsgebonden risico dan wel groepsrisico. De risicokaart Nederland is nagezien op de mogelijke aanwezigheid van risicobronnen in de nabijheid

33

bestemmingsplan Zuidwolde, deelplan hoek Ommerweg/Turflaan (ontwerp)

(straal 500 meter) van het plangebied. Volgens de risicokaart zijn er in de nabijheid geen buisleidingen, inrichtingen met gevaarlijke stoffen en/of transportroutes over (spoor)weg gelegen. Daarmee is met dit plan sprake van een goed woon- en leefklimaat. Het aspect ‘externe veiligheid’ vormt geen belemmering voor de uitvoering van dit plan.

5.10

Verkeer en parkeren

De CROW publicatie 381 geeft parkeerkencijfers en kencijfers verkeersgeneratie voor verschillende bestemmingen in de groepen wonen, werken, winkelen en boodschappen, sport, cultuur en ontspanning, horeca en (verblijfs)recreatie, gezondheidszorg en (sociale) voorzieningen en onderwijs. Met dit plan wordt de bestemming van de bestaande bedrijfsbebouwing en voormalige bedrijfswoning herzien. Dit is een vergunde situatie. Op deze percelen is voldoende ruimte om de parkeerbehoefte op te vangen. Daarbij is de uitweg van het bedrijfspand direct ontsloten op de doorgaande Ommerweg. Westelijk van het bedrijfspand is gelegenheid om 9 personenvoertuigen te parkeren. De bestaande parkeerplaats aan de oostzijde blijft ongewijzigd intact. Gezien de kleinschaligheid van het gezinshuis zal deze parkeerruimte voldoende zijn voor de begeleiders respectievelijk verzorgenden van de jongeren. Verder is op het terrein achter het bedrijfspand ruimte voor laden en lossen alsmede uitloop voor incidentele extra parkeerbehoefte. Er worden twee bouwkavels toegevoegd met de mogelijkheid twee vrijstaande woningen te bouwen. In de onderstaande tabel worden de normen alsmede de parkeerbehoefte en verkeersbewegingen ten behoeve van deze woningen weergegeven.

De onderstaande parkeerbehoefte en verkeersintensiteit is gebaseerd op de normen vermeld voor een ‘koop, vrijstaand’ gelegen in ‘rest bebouwde kom’ ‘matig stedelijk’. Daarbij is gerekend met het gemiddelde van de aangegeven normen.

Op de beide bouwkavels zal worden voorzien in voldoende ruimte voor het parkeren van ten minste twee personen voertuigen. Daarbij is het aannemelijk dat bij de woningen een garage aanwezig zal zijn. Daarmee zal aan de parkeernorm worden voldaan. Daarbij is in de bestemmingsplanregels opgenomen dat sprake moet zijn van voldoende parkeer- of stallingsruimte. De twee nieuwe bouwkavels zullen wordt ontsloten via de Turflaan. Dit is de ontsluitingsweg van de woonwijk Middelveen. Daarop wordt aangesloten op de Ommerweg welke onderdeel zijn van de ontsluitingsroute van Zuidwolde. Daarmee is sprake van goede ontsluiting waarbij de wegenstructuur voldoende is voor de verkeersintensiteit van dit plan. Het aspect ‘parkeren en verkeer’ vormt geen belemmering voor de uitvoering van dit plan.

34

bestemmingsplan Zuidwolde, deelplan hoek Ommerweg/Turflaan (ontwerp)

Hoofdstuk 6

6.1

Planbeschrijving

Juridisch systeem

De planregels geven inhoud aan de op de verbeelding gegeven bestemmingen. Ze geven aan waarvoor de gronden en opstallen al dan niet mogen worden gebruikt en wat en hoe er gebouwd mag worden. Bij de opzet van de planregels is het aantal regels zo beperkt mogelijk gehouden. Alleen datgene is geregeld, wat werkelijk noodzakelijk is. Toch kan het in een concrete situatie voorkomen dat een afwijking van de planregels gewenst is. Daarom zijn er in het bestemmingsplan afwijkings- en wijzigingsmogelijkheden opgenomen. Het plan is opgesteld conform het Handboek bestemmingsplannen van de gemeente De Wolden en de landelijke Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen 2012 (SVBP 2012).

6.2

Regels

De regels van het plan bestaan uit vier hoofdstukken, te weten: 1. Inleidende regels; 2. Bestemmingsregels; 3. Algemene regels; 4. Overgangs- en slotregels. In hoofdstuk 1 worden de in de planregels gehanteerde begrippen nader verklaard, zodat interpretatieproblemen zoveel mogelijk worden voorkomen. Daarnaast wordt aangegeven op welke wijze moet worden gemeten. In hoofdstuk 2 zijn specifieke regels opgenomen voor de bestemmingen die voorkomen in het plangebied. De bestemmingsartikelen bestaan uit een bestemmingsomschrijving en bouwregels, en in dit geval een wijzigingsbevoegdheid. De hoofdstukken 3 en 4 bevatten algemene regels. Het beleid en de planuitgangspunten, zoals verwoord in de voorgaande hoofdstukken, hebben in de regels van dit plan hun juridische vertaling gekregen. Daarmee zijn de gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden van de gronden in het plangebied vastgelegd.

6.3

Verklaring van de bestemmingen

Het plan voorziet in een bestemmingsplanherziening waarbij het bestaande bestemmingsvlak ‘Recreatie’ wordt herzien tot ‘Maatschappelijk’ respectievelijk ‘Wonen’. Het oostelijke deel (Ommerweg 18) verkrijgt de bestemming ‘Maatschappelijk’. Het westelijke deel (Ommerweg 18a) verkrijgt de bestemming ‘Wonen’. Deze bestemming betreft gronden die in beginsel gevrijwaard dienen te blijven van bouwwerken. Met een afwijking is de bouw van een erfscheiding aan de westelijke zijde mogelijk. De voor 'Maatschappelijk' aangewezen gronden zijn bestemd voor woonzorgvoorzieningen en het wonen ten behoeve van de bedrijfsvoering, al dan niet in combinatie met ruimte voor de met dit plan toelaatbare beroepen en vormen van bedrijvigheid. Met daaraan ondergeschikt groen, parkeer,- speel, waterhuishoudkundige en nutsvoorzieningen. En met de daarbij behorende wegen en paden, bedrijfsgebouwen, bedrijfswoningen, aan- en uitbouwen en bijgebouwen bij bedrijfswoningen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde, werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden alsmede tuinen en erven. Met een afwijking kan voorzien worden in een grotere oppervlakte plan toelaatbare beroepen en vormen van bedrijvigheid alsmede onzelfstandige woonunits. Op de verbeelding is voorzien in een bouwvlak waarin het hoofdgebouw dient te worden gebouwd.

Tevens is in de regels een maximale goot- en bouwhoogte bepaald en een minimale en maximale dakhelling. Voor de maximale goot- en bouwhoogte is aansluiting gezocht bij de bouwregels van de

35

bestemmingsplan Zuidwolde, deelplan hoek Ommerweg/Turflaan (ontwerp)

beheersverordening ‘Zuidwolde’. Er is bepaald dat een bedrijfswoning in, op of aan het hoofdgebouw is toegestaan, waarbij een maximale inhoud is bepaald. Het gezamenlijk oppervlak aan bestaande bijbehorende bouwwerken is toegestaan. Daarnaast is ten behoeve van de bedrijfswoning ten hoogste 60 m2 aan bijbehorende bouwwerken toegestaan. Daarnaast is in bouwregels met betrekking tot bijbehorende bouwwerken voorzien in een minimale afstand tot de perceelgrens en een maximale goothoogte. In afwijking daarvan is bepaald dat bestaande afwijkingen in maten en afmetingen gehandhaafd mogen blijven. De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor het wonen met de daarbij behorende gebouwen, tuinen, erven en terreinen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Met een afwijking kan voorzien worden in een grotere oppervlakte voor toelaatbare beroepen en vormen van bedrijvigheid. Op de verbeelding is voorzien in een bouwvlak ter hoogte van de bestaande woning alsmede de twee nieuw te bouwen woningen. Daarbij is bepaald dat een woonhuis een minimale breedte dient te hebben, is een maximale goot- en bouwhoogte bepaald en een minimale en maximale dakhelling. Betreft de goot- en bouwhoogte is aangesloten bij de maten welke op basis van de beheersverordening geleden waren. Voor de nieuwe woningen is voorzien in een specifieke aanduiding voor de verplichte nokrichting (Dwarskap).

Daarbij is voorzien in een afwijking mits het bouwplan uit stedenbouwkundig oogpunt aanvaardbaar is. Het gezamenlijk oppervlak aan bijbehorende bouwwerken, wat is toegestaan bij, is gerelateerd aan de oppervlakte van het zogenaamde erfbebouwingsgebied. Bijbehorende bouwwerken binnen het bouwvlak zijn uitgesloten van het voornoemde gezamenlijk oppervlak. Daarnaast is in bouwregels met betrekking tot bijbehorende bouwwerken voorzien in een minimale afstand tot de perceelgrens en een maximale goothoogte. Bijbehorende bouwwerken mogen niet meer dan 25 meter van het woonhuis, te worden gebouwd. Bouwwerken, geen gebouw zijnde zijn toegestaan tot een bepaalde hoogte, waarbij onderscheidt wordt gemaakt betreffende ligging voor de voorgevel van het hoofdgebouw en lichtmasten. Tevens is voorzien in een regeling voor overkapping, geen gebouw zijnde, waarbij een maximale bouwhoogte, afstand tot de zijdelingse perceelgrens en de voorgevel van het hoofdgebouw alsmede en maximale oppervlakte, bepaald. In afwijking daarvan is bepaald dat bestaande afwijkingen in maten en afmetingen gehandhaafd mogen blijven.

36

bestemmingsplan Zuidwolde, deelplan hoek Ommerweg/Turflaan (ontwerp)

Hoofdstuk 7

7.1

Handhaving

Algemeen

Het bestemmingsplan wil een sturend instrument zijn voor de ruimtelijke en functionele inrichting van het plangebied. Aan de hand van de in het bestemmingsplan opgenomen regels worden voorgenomen activiteiten (activiteiten en gebruik van gronden) getoetst. Als blijkt dat in afwijking van de regels activiteiten plaatsvinden, is handhaving in enge zin aan de orde, gericht op het ongedaan maken van een overtreding. Handhaving is belangrijk om de sturing die het bestemmingsplan beoogt tot haar recht te laten komen.

7.2

Beleidskeuzen

Er is een Kadernota Handhaving en Toezicht met looptijd tot 2018. In de afgelopen jaren is er veel veranderd aangaande dit thema. In de Packagedeal die de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), het Interprovinciaal Overleg (IPO) en het Rijk in juni 2009 hebben gesloten, is afgesproken dat er kwaliteitscriteria worden ontwikkeld en vastgesteld waaraan vergunningverlening, toezicht en handhaving in het Omgevingsrecht moeten voldoen. De criteria maken inzichtelijk welke kwaliteit burgers, bedrijven, instellingen, overheden onderling mogen verwachten bij de uitvoering of de invulling van de vergunningverlening-, toezicht-en handhavingstaken. De Kadernota geldt voor iedereen die betrokken is bij de handhaving van regels voor de fysieke leefomgeving en veiligheid door de gemeente De Wolden. De nota bevat de handhaving van een breed scala aan landelijke en gemeentelijke regelgeving, zoals de Woningwet, Wet ruimtelijke ordening, Wet milieubeheer, Wet Bodembescherming, Algemene Plaatselijke Verordening (APV) en de bijzondere wetten (Drank-en horecawet, Wet op de Kansspelen). Omdat bijzondere wetten ook onder de reikwijdte vallen, horen ook veiligheids- en openbare orde vraag stukken onder de werking van deze nota.

37

bestemmingsplan Zuidwolde, deelplan hoek Ommerweg/Turflaan (ontwerp)

38

bestemmingsplan Zuidwolde, deelplan hoek Ommerweg/Turflaan (ontwerp)

Hoofdstuk 8

8.1

Uitvoerbaarheid

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Het college heeft de bevoegdheid te besluiten of inspraak wordt verleend bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid. Aangezien onderhavig plangebied gering van omvang is en de ruimtelijke consequenties beperkt zijn, is overeenkomstig het besluit van het college geen gelegenheid tot inspraak geboden. Initiatiefnemer heeft de eigenaren van omliggende gronden geïnformeerd. Hierbij zijn geen negatieve reacties ontvangen. Met één van de buren is een voorlopig koopcontract afgesloten in afwachting van de procedure voor één van de kavels. In het kader van het overleg ex artikel 3.1.1 Bro is door het college het conceptbestemmingsplan toegezonden aan vooroverlegpartners. De Gedeputeerde Staten van de provincie Drenthe hebben gereageerd per brief opgenomen als bijlage 6 bij de toelichting waarin wordt aangegeven dat het voorontwerp niet in strijd is met de provinciale kernkwaliteiten. Andere vooroverlegpartners hebben geen inhoudelijke reactie gegeven. Het voorliggend bestemmingsplan zal als ontwerp ter visie worden gelegd gedurende 6 weken. Binnen deze termijn is een ieder in de gelegenheid gesteld een zienswijze op het plan in te dienen.

8.2

Economische uitvoerbaarheid

Het gaat om een particulier initiatief waarbij de initiatiefnemers garant staat voor de economische uitvoerbaarheid van het plan. Eventuele planschade en aan dit plan verwante kosten komen daarmee voor rekening van de initiatiefnemers. Er is een planschade afwentelingsovereenkomst gesloten, waarmee eventuele planschade afgedekt is.

39

bestemmingsplan Zuidwolde, deelplan hoek Ommerweg/Turflaan (ontwerp)

40

bestemmingsplan Zuidwolde, deelplan hoek Ommerweg/Turflaan (ontwerp)

Bijlagen bij toelichting

41

bestemmingsplan Zuidwolde, deelplan hoek Ommerweg/Turflaan (ontwerp)

Bijlage 1 Bodemonderzoek

42

Verkennend bodemonderzoek ter plaatse van: Turflaan ong. te Zuidwolde

projectnummer

200626

Pagina 2 van 16

TITELBLAD RAPPORT Type onderzoek Locatie onderzoek Projectnummer Versie rapportage Auteur Controle en vrijgave Paraaf vrijgave

Datum OPDRACHTGEVER Naam Contactpersoon Adres

Verkennend bodemonderzoek Turflaan (ong.) te Zuidwolde 200626 1.0 H.E. Starre J.R.W. Staal

11 mei 2020 Omgevingsrecht Zuidema Mevr. M. Sollie Stapelerveldweg 4, 7957 NE DE WIJK

UITGEVOERD DOOR

info@ecoreest.nl www.ecoreest.nl

Kantoor Zuidwolde Industrieweg 20 7921 JP Zuidwolde Tel: 0528 373 982

Kantoor Appingedam Opwierderweg 160 9902 RH Appingedam Tel: 0596 633 355

Kantoor Almere Transistorstraat 91-34 1322 CL Almere 036 82 00 397

DISCLAIMER Dit rapport is het resultaat van een verkennend bodemonderzoek dat is uitgevoerd ter plaatse van Turflaan (ong.) te Zuidwolde in opdracht van Omgevingsrecht Zuidema. Ten behoeve van de juiste interpretatie van dit rapport is het noodzakelijk te beschikken over de gehele rapportage, inclusief bijlagen. Het rapport is ongeschikt voor toepassing in een juridische context indien: de paginanummering van het rapport onjuist of onvolledig is de bijlagen genoemd in de inhoudsopgave (deels) ontbreken het projectnummer in het rapport en op de bijlage niet overeenkomt We stellen dit rapport alleen ter beschikking aan derden in geval van schriftelijke toestemming van de opdrachtgever.

2001-2002

Verkennend bodemonderzoek Turflaan ong. te Zuidwolde (kenmerk: 200626)

Pagina 3 van 16

INHOUD 1.

INLEIDING.................................................................................................................... 4

1.1 1.2 1.3 1.3.1 1.3.2 1.3.3 1.4

Aanleiding en doelstelling ............................................................................................................. 4 Kwaliteitsborging algemeen .......................................................................................................... 4 Kwaliteitsborging onderzoek ......................................................................................................... 4 Normen onderzoeksstrategie ........................................................................................................... 5 Veldwerkzaamheden ........................................................................................................................ 5 Laboratoriumwerkzaamheden ......................................................................................................... 5 Leeswijzer ..................................................................................................................................... 6

2.

VOORONDERZOEK (NEN 5725:2017) ............................................................................. 7

2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7

Systematiek milieuhygiënisch vooronderzoek ............................................................................... 7 Stap 1; aanleiding vooronderzoek ................................................................................................. 7 Stap 2; onderzoeksvragen ............................................................................................................. 7 Samenvatting vooronderzoek ....................................................................................................... 8 Volledigheid en betrouwbaarheid vooronderzoek ........................................................................ 9 Afwijkingen vooronderzoek .......................................................................................................... 9 Onderzoekshypothese (NEN5725) en -strategie (NEN5740)........................................................... 9

3.

VELDWERKZAAMHEDEN ............................................................................................ 10

3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6

Uitvoering werkzaamheden (bemonstering grond en plaatsen peilbuis) ..................................... 10 Uitvoering werkzaamheden (bemonstering grondwater) ............................................................ 10 Bodemopbouw ............................................................................................................................ 11 Zintuiglijke waarnemingen .......................................................................................................... 11 Afwijkingen protocollen .............................................................................................................. 11 Afwijkingen strategie(ën) ............................................................................................................ 11

4.

ANALYSERESULTATEN EN BESPREKING ....................................................................... 12

4.1 4.2 4.3 4.4 4.5

Analysemonsters ......................................................................................................................... 12 Afwijkingen laboratoriumwerkzaamheden ................................................................................. 12 Toetsing analyseresultaten.......................................................................................................... 12 Milieuhygiënische kwaliteit grond............................................................................................... 13 Milieuhygiënische kwaliteit grondwater ..................................................................................... 14

5.

SAMENVATTING EN CONCLUSIES ............................................................................... 15

5.1 5.2

Samenvatting .............................................................................................................................. 15 Conclusies en aanbevelingen ....................................................................................................... 16

BIJLAGEN 1.1 Regionale ligging 1.2 Situatieschets onderzoekslocatie met boorpunten 2 Resultaten vooronderzoek 3 Boorprofielen 4 Analyseresultaten 5 Toetsingswaarden 6 Analysemethoden

2001-2002

Verkennend bodemonderzoek Turflaan ong. te Zuidwolde (kenmerk: 200626)

Pagina 4 van 16

1. INLEIDING In opdracht van Omgevingsrecht Zuidema is door Eco Reest BV een verkennend milieukundig bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van een locatie aan de Turflaan (ong.) te Zuidwolde. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de aanleiding en de doelstelling van het onderzoek, en de wijze van kwaliteitsborging van de verschillende onderzoekstappen.

1.1

Aanleiding en doelstelling

De aanleiding tot het verkennend bodemonderzoek is de voorgenomen bouw van twee woningen ter plaatse van het onderzoeksterrein. Het doel van het onderzoek is een indruk te verkrijgen over de eventuele aanwezigheid van verontreinigingen in de grond en in het grondwater van het onderzoeksterrein. Dit gebeurt teneinde te bepalen of er vanuit milieuhygiënisch oogpunt belemmeringen bestaan voor het toekomstige gebruik van de locatie (wonen).

1.2

Kwaliteitsborging algemeen

Eco Reest BV streeft naar een zo hoog mogelijk kwaliteit van onderzoek te leveren: Eco Reest Holding BV is gecertificeerd volgens “NEN-EN-ISO 9001:2015”, voor het geven van milieukundig advies in relatie tot ruimtelijke ontwikkelingen en gebouwen met inbegrip van de uitvoering van gerelateerde onderzoeksactiviteiten op het gebied van bodemonderzoek en -sanering, ecologie, asbestinventarisaties, sloopbegeleiding, bouwkundige opnames en energieprestatie advies. Eco Reest BV is lid van de Vereniging Kwaliteitsborging Bodembeheer (VKB). Als aangesloten adviesbureau zorgen we samen met de andere leden voor een betere borging van kwaliteit in de uitvoering van (water)bodemonderzoek en -saneringen.

Naast kwaliteit is onafhankelijkheid van groot belang om onze opdrachtgever van dienst te zijn met het beste advies voor zijn vraagstuk. Wij merken dan ook op dat er geen functionele relatie bestaat tussen opdrachtgever en Eco Reest BV, hetgeen betekent dat het advies van Eco Reest onafhankelijk is van de belangen van de opdrachtgever en derden. Conform de eisen uit onze ethische code houdt Eco Reest alle gegevens geheim, waarvan wij kennisnemen als gevolg van de uitvoering van de werkzaamheden, behoudens in geval van wettelijke verplichtingen.

1.3

Kwaliteitsborging onderzoek

De bodemonderzoeksstrategie is opgesteld conform de geldende NEN normen en protocollen. De veldwerkzaamheden en laboratorium werkzaamheden zijn uitgevoerd volgens de actuele beoordelingsrichtlijn en accreditatieschema. In de volgende paragrafen worden de normen, beoordelingsrichtlijnen toegelicht.

2001-2002

Verkennend bodemonderzoek Turflaan ong. te Zuidwolde (kenmerk: 200626)

Pagina 5 van 16

1.3.1 Normen onderzoeksstrategie In tabel 1.1 zijn de kwaliteitsnormen opgenomen, die zijn toegepast voor de bepaling van de bodemonderzoeksstrategieën. Tabel 1.1 Toegepaste onderzoeksnormen

Aspect onderzoek Strategie voor uitvoeren van milieu hygiënisch vooronderzoek Strategie voor uitvoeren van verkennend (chemisch) onderzoek

Toegepaste norm NEN 5725:2017 NEN 5740:2009 + A1:2016

Eventuele afwijkingen op de normen, die tijdens de uitvoering naar voren zijn gekomen, zijn beschreven in respectievelijk § 2.6 “Afwijkingen vooronderzoek” en § 3.6 “Afwijkingen strategie(ën)”.

1.3.2 Veldwerkzaamheden Het onderzoek heeft plaatsgevonden onder procescertificaat op grond van de BRL SIKB 2000 “Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek”, waarvoor Eco Reest BV Zuidwolde is gecertificeerd en erkend door het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Het certificaatnummer is K96988/01, en de certificerende instelling is KIWA te Rijswijk. Het veldwerk heeft plaats gevonden conform SIKB protocol 2001 “Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen” en SIKB protocol 2002 “Het nemen van grondwatermonsters”. De werkzaamheden zijn uitgevoerd door gecertificeerde en erkende veldmedewerkers, zoals weergegeven in tabel 1.2. Tabel 1.2 Betrokken veldwerkers

Aspect onderzoek Uitvoering monsterneming grond Uitvoering monsterneming grondwater

Toegepaste protocol SIKB protocol 2001 SIKB protocol 2002

Erkend veldmedewerker Dhr. W.B. Aasman Dhr. W.B. Aasman

Eventuele afwijkingen op de normen en protocollen, die tijdens de uitvoering naar voren zijn gekomen zijn weergegeven in § 3.5 “Afwijkingen protocollen”. De bedrijf- en persoonserkenningen en het certificaatnummer zijn te verifiëren op de volgende website: https://www.bodemplus.nl/aanvragen/erkenningen/zoekmenu/

1.3.3 Laboratoriumwerkzaamheden De chemische analyses zijn uitgevoerd conform de AS 3000 “Laboratoriumanalyses voor milieuhygiënisch bodemonderzoek”, waarvoor Eurofins Analytico B.V. is geaccrediteerd en erkend door het ministerie van I en W. Eurofins Analytico B.V. is een NEN-EN-ISO/IEC 17025 geaccrediteerd laboratorium, met certificaatnummer L010. Het certificaat is bijgevoegd in bijlage 6. De monsterconservering is uitgevoerd conform SIKB protocol 3001 “Conserveringsmethoden en conserveringstermijnen voor milieumonsters”.

2001-2002

Verkennend bodemonderzoek Turflaan ong. te Zuidwolde (kenmerk: 200626)

Pagina 6 van 16

Eventuele afwijkingen op de normen, die tijdens de uitvoering van de analyses naar voren zijn gekomen, zijn beschreven in § 4.2 “Afwijkingen laboratoriumwerkzaamheden”.

1.4

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 is de basisinformatie weergegeven van het onderzoeksgebied en wordt een samenvatting van de relevante informatie uit het vooronderzoek beschreven. In hoofdstuk 3 zijn de veldwerkzaamheden en waarnemingen tijdens het onderzoek beschreven, gevolgd door de toetsing van de analyseresultaten in hoofdstuk 4. In hoofdstuk 5 tenslotte is een samenvatting opgenomen en zijn de conclusies en aanbevelingen weergegeven.

2001-2002

Verkennend bodemonderzoek Turflaan ong. te Zuidwolde (kenmerk: 200626)

Pagina 7 van 16

2. VOORONDERZOEK (NEN 5725:2017) Het vooronderzoek is de basis voor werkzaamheden die een uitspraak vereisen over de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem. Het doel van het vooronderzoek is inzicht te verkrijgen in de mogelijke aanwezigheid van verontreinigingen op de onderzoekslocatie. Hierbij wordt een inschatting gemaakt van de aard, mate, oorzaak en ligging van mogelijke verontreinigingen. Om dit doel te bereiken wordt relevante informatie over de onderzoekslocatie zelf, alsmede eventuele beïnvloeding(en) vanuit de directe omgeving verzameld, geanalyseerd en geïnterpreteerd, zoals hierna weergegeven.

2.1

Systematiek milieuhygiënisch vooronderzoek

Het vooronderzoek is onderverdeeld in twee stappen. In stap 1 wordt de aanleiding voor het vooronderzoek bepaald. De mogelijke aanleidingen (A t/m G) zijn weergegeven in bijlage 2. Voor de in bijlage 2 weergegeven mogelijke aanleidingen zijn in de NEN 5725:2017 diverse onderzoeksvragen geformuleerd. In stap 2 van het vooronderzoek moet antwoord verkregen worden op een deze onderzoeksvragen. Indien naar deskundigheid van de onderzoeker alle (verplichte) onderzoeksaspecten zijn behandeld en de onderzoeksvragen (zie bijlage 2) in voldoende mate zijn beantwoord, is het vooronderzoek afgerond en worden conclusies getrokken en een hypothese opgesteld.

2.2

Stap 1; aanleiding vooronderzoek

De eerste stap in het vooronderzoek is het vaststellen van de aanleiding voor vooronderzoek (zie ook bijlage 2). In het onderhavige geval is aanleiding A geselecteerd, die onderstaand is weergegeven. - A. opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek volgens 6.2.1

2.3

Stap 2; onderzoeksvragen

Uit de geselecteerde aanleiding (A) voor het vooronderzoek volgt een aantal onderzoeksvragen die zijn weergegeven in bijlage 2. Op basis van het totaal aan informatie uit het vooronderzoek moeten de onderzoeksvragen worden beantwoord, waarna een hypothese voor bodemonderzoek wordt opgesteld. In tabel 2.1 zijn de onderzoeksaspecten weergegeven, waarover bij het vooronderzoek informatie moet worden verzameld.

2001-2002

Verkennend bodemonderzoek Turflaan ong. te Zuidwolde (kenmerk: 200626)

Pagina 8 van 16

Tabel 2.1 Onderzoeksaspecten en te verzamelen informatie

Onderzoeksaspecten

Locatiegegevens Bodemopbouw en geohydrologie

Verwachting t.a.v. de bodemkwaliteit

Gebruik en beïnvloeding van de locatie, verdachte situatie, activiteiten, ongewoon voorval

Eigendomssituatie Hoogteligging Bodemopbouw Antropogene lagen in de bodem Geohydrologie Geval van ernstige bodemverontreiniging? Kwaliteit o.b.v. BKK O.b.v. uitgevoerde bodemonderzoeken Voormalig Huidig Toekomst Asbestverdacht?

Aanleidingen tot vooronderzoek A B C D E 0 0 ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓

✓

✓ ✓ ✓ ✓ ✓

F

G

✓ ✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

0 ✓

✓ ✓

✓ ✓

✓ ✓

✓

✓ ✓

0 ✓ ✓

✓

✓ ✓

✓ ✓ 0 ✓

✓

✓

✓ ✓ ✓

✓

Terreinverkenning ✓ Verplicht onderzoeksaspect. Indien dit onderzoeksaspect niet van toepassing is, behoort dit in het rapport te worden vermeld en gemotiveerd 0 Optioneel

De verzamelde informatie benoemd in tabel 2.1 met antwoorden is weergegeven in bijlage 2. In § 2.4 (samenvatting vooronderzoek) is een beschrijving van de te onderzoeken locatie weergegeven met antwoorden, op basis van de antwoorden op de onderzoeksvragen weergegeven in bijlage 2.

2.4

Samenvatting vooronderzoek

Na het raadplegen van de verschillende bronnen zijn er voldoende gegevens bekend om antwoord te geven op de geformuleerde onderzoeksvragen (bijlage 2). De onderzoekslocatie ligt aan de Turflaan (ong.) in Zuidwolde en is kadastraal bekend als gemeente Zuidwolde, sectie C, nr. 8596. De te onderzoeken locatie betreft een deel van het kadastrale perceel en heeft een totale oppervlakte van 2.490 m2. Op dit moment betreft de onderzoekslocatie een braakliggend en onverhard (gras) perceel. Men is voornemens het terrein te ontwikkelen ten behoeve van nieuwbouw van twee woningen. Op historische kaarten is de onderzoekslocatie lange periode weergegeven als ruigte en/of agrarisch perceel. Er is op de locatie nooit bebouwing te zien. Bij bodemloket en gemeente De Wolden zijn voor dit perceel en nabij gelegen percelen voorgaande bodemonderzoeken bekend. Uit deze rapportages kan worden geconcludeerd dat de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (destijds) voldoende is onderzocht in het kader van de Wet bodembescherming. De regionale ligging van de locatie is weergegeven in bijlage 1.1. De te onderzoeken locatie is weergegeven in bijlage 1.2.

2001-2002

Verkennend bodemonderzoek Turflaan ong. te Zuidwolde (kenmerk: 200626)

Pagina 9 van 16

2.5

Volledigheid en betrouwbaarheid vooronderzoek

Het vooronderzoek beschouwen wij als volledig, aangezien er voldoende relevante gegevens aanwezig zijn en er in afdoende mate antwoord kan worden gegeven op de onderzoeksvragen. Gezien het feit dat de gegevens, verstrekt door de verscheidene bronnen, in voldoende mate overeenkomen met elkaar en met de aangetroffen situatie ten tijde van de terreininspectie, achten wij het vooronderzoek tevens betrouwbaar.

2.6

Afwijkingen vooronderzoek

Er zijn bij de uitvoering van het vooronderzoek geen relevante afwijkingen ten opzichte van de NEN 5725:2017 naar voren gekomen.

2.7

Onderzoekshypothese (NEN5725) en -strategie (NEN5740)

Op basis van de informatie uit het vooronderzoek is ter plaatse van de in het vooronderzoek beschouwde locatie bodemonderzoek noodzakelijk. Op basis van de informatie uit het vooronderzoek is het onderzoek uitgevoerd conform de richtlijnen zoals deze zijn vastgesteld in de NEN 5740:2009, § 5.1. Het onderzoeksterrein is beschouwd als een onverdachte locatie.

2001-2002

Verkennend bodemonderzoek Turflaan ong. te Zuidwolde (kenmerk: 200626)

Pagina 10 van 16

3. VELDWERKZAAMHEDEN In dit hoofdstuk is de uitvoering van de veldwerkzaamheden beschreven, met eventuele afwijkingen op de veldwerkzaamheden en/of onderzoeksstrategie.

3.1

Uitvoering werkzaamheden (bemonstering grond en plaatsen peilbuis)

De uitvoering van het veldwerk heeft plaatsgevonden op 6 april en het grondwater is bemonsterd op 16 april 2020. Het veldwerk heeft bestaan uit het verrichten van 10 boringen tot circa 0,5 m-mv (nrs. 4 t/m 13), 1 boring tot circa 1,0 m-mv (nr. 3) en 2 boringen tot 2,0 m-mv (nrs. 1 en 2). Boring 1 is vervolgens doorgezet tot 3,0 m-mv en afgewerkt met een peilbuis ten behoeve van het grondwateronderzoek (filterstelling 2,0-3,0 m-mv, grondwaterstand 1,5 m-mv). Van het opgeboorde materiaal zijn per 50 cm, of per afwijkende bodemlaag representatieve monsters genomen, die zijn beschreven qua textuur, geur en kleur. In bijlage 1.2 is een situatieschets van het terrein opgenomen met daarop aangegeven de ligging van de monsterpunten.

3.2

Uitvoering werkzaamheden (bemonstering grondwater)

Op basis van de NEN 5744 zijn bij de monstername van grondwater de volgende metingen uitgevoerd: • Geleidingsvermogen (EGV of Ec); bij monstername mag dit maximaal 10 % afwijken van de voorlaatste meting; • Indien het geleidingsvermogen (zie bovenstaand) constant is, is een NTU-waarde (troebelheid) van 0 tot 10 gewenst. Indien hier niet aan wordt voldaan moet bij de beoordeling van de analyseresultaten worden bekeken of dit van invloed is; • De zuurgraad (pH) wordt eveneens beoordeeld, de NEN5744 heeft hier echter geen normen of eisen aan verbonden. In tabel 3.1 zijn de resultaten van de bij de monstername in het veld uitgevoerde grondwatermetingen weergegeven. Voor de resultaten van de bij de monstername in het veld uitgevoerde grondwatermetingen wordt verwezen naar bijlage 3.2. Tabel 3.1 Resultaten grondwaterbemonstering NEN 5744

Grondwaterbemonstering Voorlaatste meting Geleidingsvermogen 0,95 (µS/cm) -

Laatste meting Zuurgraad 5,0 (pH) Geleidingsvermogen 0,96 (µS/cm) Troebelheid 8,93 (ntu)

Beoordeling NVT Voldoet Niet troebel

Op basis van tabel 3.1 blijkt het geleidingsvermogen voldoende constant te zijn om over te gaan tot bemonstering.

2001-2002

Verkennend bodemonderzoek Turflaan ong. te Zuidwolde (kenmerk: 200626)

Pagina 11 van 16

3.3

Bodemopbouw

De bodemopbouw van de locatie is samengevat in tabel 3.2. Tabel 3.2 Bodemopbouw onderzoekslocatie

Diepte (m-mv)

Omschrijving

0,0 1,0

Zwak siltig, matig fijn zand, matig humeus Zwak siltig, matig fijn zand, Diepst verkende bodemlaag

- 1,0 - 3,0 3,0

Het grondwaterniveau is tijdens de monstername van het grondwater vastgesteld op een diepte van 1,5 m-mv.

3.4

Zintuiglijke waarnemingen

Het terrein en het opgeboorde materiaal zijn in het veld zintuiglijk beoordeeld op bijzonderheden, er zijn zintuiglijk geen bijzonderheden waargenomen. Opgemerkt wordt dat boring 3 is gestaakt op een onbekend object, mogelijk een kei. Bij de beoordeling van het terrein en het opgeboorde materiaal is ook speciaal gelet op asbest(houdende) materialen. Deze zijn zintuiglijk niet op de bodem en in het opgeboorde materiaal ter plaatse van het onderzoeksterrein waargenomen.

3.5

Afwijkingen protocollen

Er zijn bij de uitvoering van het onderzoek geen relevante afwijkingen ten opzichte van de geldende SIKB protocollen 2001 en 2002 naar voren gekomen.

3.6

Afwijkingen strategie(ën)

Er zijn bij de uitvoering van het onderzoek geen relevante afwijkingen ten opzichte van de NEN 5740:2009/A1: 2016 naar voren gekomen.

2001-2002

Verkennend bodemonderzoek Turflaan ong. te Zuidwolde (kenmerk: 200626)

Pagina 12 van 16

4. ANALYSERESULTATEN EN BESPREKING Na bemonstering van grond en grondwater zijn de monsters gekoeld opgeslagen, en ter analyse aangeboden aan het laboratorium. Alle geanalyseerde monsters zijn in het laboratorium voorbehandeld conform de eisen, opgesteld in het AS 3000 (Laboratoriumanalyses voor grond-, waterbodem- en grondwateronderzoek).

4.1

Analysemonsters

In tabel 4.1 zijn de geanalyseerd grond- en grondwatermonsters weergegeven. Tabel 4.1 Analysemonsters grond en grondwater

Grondmonster Mp. 2 en 4 t/m 8

Diepte (m-mv) 0,0 – 0,5

Motivatie bovengrond

Analyse Standaardpakket bodem

Mp. 1 en 9 t/m 13

0,0 – 0,5

bovengrond

Standaardpakket bodem

Mp. 1 en 2

1,0 – 2,0

ondergrond

Standaardpakket bodem

Grondwatermonster Pb. 1

Filterstelling (m-mv) 2,0 – 3,0

Motivatie grondwater

Analyse Standaardpakket grondwater

Het analysepakket “standaardpakket bodem” genoemd in tabel 4.1 bestaat uit de paramaters droge stof, lutum en organische stof, zware metalen (barium, cadmium, kwik, kobalt, koper, molybdeen, nikkel, lood en zink), polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK), polychloorbifenylen (PCB) en minerale olie GC (C10-C40). Het analysepakket “standaardpakket water” bestaat uit de paramaters zware metalen (barium, cadmium, kwik, kobalt, koper, molybdeen, nikkel, lood en zink), vluchtige aromatische koolwaterstoffen (BTEXN), vluchtige organische chloorhoudende oplosmiddelen (VoCl) en minerale olie GC (C10-C40). De zuurgraad (pH) en geleidbaarheid (EGV) zijn in het veld bepaald bij monsterneming.

4.2

Afwijkingen laboratoriumwerkzaamheden

Er zijn geen afwijkingen naar voren gekomen bij de uitvoering van de laboratoriumwerkzaamheden ten opzichte van de AS 3000 en/of analysemethoden van de individuele parameters.

4.3

Toetsing analyseresultaten

De toetsing van de analyseresultaten vindt plaats conform de Bodem Toets- en Validatieservice (BoToVa), waarbij de toetsmodules T12 en T13 zijn gehanteerd. Bij de interpretatie van de analyseresultaten is gebruik gemaakt van de toetsingstabel uit de Circulaire bodemsanering 2013. Hierin zijn voor de meeste gangbare parameters verwaarloosbare risiconiveaus (achtergrondwaarden, en voor grondwater streefwaarden) en maximaal toelaatbare risiconiveaus (interventiewaarden) weergegeven. Deze verwaarloosbare en maximaal toelaatbare risiconiveaus (Achtergrond- of Streefwaarden, respectievelijk Interventiewaarden) zijn berekend met behulp van onder meer (eco)toxicologische gegevens, en hebben betrekking op de vastgestelde Nederlandse Standaardbodem, met een organische stofgehalte van 10% en een lutumgehalte van 25%.

2001-2002

Verkennend bodemonderzoek Turflaan ong. te Zuidwolde (kenmerk: 200626)

Pagina 13 van 16

De toetsing van gehalten aan onder andere PAK, minerale olie en zware metalen in grond is afhankelijk gesteld van de gemeten organische stof- en/of lutumgehalten, die meestal afwijken van de gehalten in de vastgestelde Standaardbodem. Bij de BoToVa-toetsing wordt daarom, per stof, het gemeten gehalte omgerekend naar een gestandaardiseerd gehalte. Deze gestandaardiseerde gehalten worden vervolgens getoetst aan de standaard toetsingswaarden, die in bijlage 5 zijn weergegeven. De getoetste analyseresultaten van de grond en het grondwater zijn weergegeven in de tabellen in de navolgende paragrafen. Onder de tabellen wordt de interpretatie van de toets-uitslag besproken. De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 4. De betekenis van de toetsingswaarden en de wijze van weergave staan vermeld in tabel 4.2. Tabel 4.2 Betekenis van de toetsingswaarden

Weergave tabellen

Concentratieniveau

Betekenis

≤ AW-waarde of S-waarde (of < detectiegrens) > AW-waarde of S-waarde

Geen verhoging t.o.v. achtergrondwaarde of streefwaarde gemeten Lichte verhoging gemeten

> I-waarde

Sterke verhoging gemeten

Weergave bijlage 5 * ***

Verhoogde rapportagegrens (meetwaarde is vermenigvuldigd met factor 0,7)

(v)

Tabel 4.2 is de legenda voor de interpretatie van de geanalyseerde grond- en grondwatermonsters, zoals weergegeven in tabellen 4.3 en 4.4.

4.4

Milieuhygiënische kwaliteit grond

In tabel 4.3 zijn de geanalyseerde grondmonsters met toetsing conform tabel 4.2 weergegeven. Tabel 4.3 Geanalyseerde grondmonsters met toetsing

Grondmonster Mp. 2 en 4 t/m 8

Diepte (m-mv) 0,0 – 0,5

Motivatie Bovengrond

Analyseresultaten -

Mp. 1 en 9 t/m 13

0,0 – 0,5

Bovengrond

-

Mp. 1 en 2

1,0 – 2,0

Ondergrond

-

Uit tabel 4.3 blijkt dat in de grond van de onderzoekslocatie geen gehalten aan de onderzochte parameters zijn gemeten boven de achtergrondwaarden en/of detectiegrenzen.

2001-2002

Verkennend bodemonderzoek Turflaan ong. te Zuidwolde (kenmerk: 200626)

Pagina 14 van 16

4.5

Milieuhygiënische kwaliteit grondwater

In tabel 4.4 zijn de geanalyseerde grondwatermonsters met toetsing conform tabel 4.2 weergegeven. Tabel 4.4 Geanalyseerde grondwatermonsters met toetsing

Grondwatermonster Pb. 1

Filterstelling (m-mv)

Motivatie

Analyseresultaten

2,0-3,0

Grondwater

Barium, cadmium, koper en zink

Uit tabel 4.4 blijkt dat in het grondwater van peilbuis 1 verhoogde waarden aan barium, cadmium, koper en zink zijn gemeten. Deze gehalten zijn waarschijnlijk een gevolg van (fluctuerende) van nature verhoogde achtergrondconcentraties, die vaker voorkomen in de regio. Verder zijn er in het grondwatermonster geen gehalten aan de onderzochte parameters gemeten boven de streefwaarden en/of detectiegrenzen.

2001-2002

Verkennend bodemonderzoek Turflaan ong. te Zuidwolde (kenmerk: 200626)

Pagina 15 van 16

5. SAMENVATTING EN CONCLUSIES De doelstelling van het bodemonderzoek is bereikt. In dit hoofdstuk vindt u de samenvatting van de onderzoeksresultaten, en de conclusies en aanbevelingen die daaruit voortvloeien.

5.1

Samenvatting

In opdracht van Omgevingsrecht Zuidema is door Eco Reest BV een verkennend milieukundig bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van een locatie aan de Turflaan (ong.) te Zuidwolde. De aanleiding tot het verkennend bodemonderzoek is de voorgenomen bouw van twee woningen ter plaatse van het onderzoeksterrein. Het doel van het onderzoek is een indruk te verkrijgen over de eventuele aanwezigheid van verontreinigingen in de grond en in het grondwater van het onderzoeksterrein. Dit gebeurt teneinde te bepalen of er vanuit milieuhygiënisch oogpunt belemmeringen bestaan voor het toekomstige gebruik van de locatie (wonen). Vooronderzoek De onderzoekslocatie ligt aan de Turflaan (ong.) in Zuidwolde en is kadastraal bekend als gemeente Zuidwolde, sectie C, nr. 8596. De te onderzoeken locatie heeft een totale oppervlakte van 2.490m2 en is onverhard. Op historische kaarten is op de onderzoekslocatie nooit bebouwing te zien. Bij bodemloket en gemeente de Wolden zijn voor dit perceel en nabij gelegen percelen voorgaande bodemonderzoeken bekend. Uit deze rapportages kan worden geconcludeerd dat de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (destijds) voldoende is onderzocht in het kader van de Wet bodembescherming. Veldwerkzaamheden Uit de veldwerkzaamheden blijkt dat de bodem van de onderzochte locatie opgebouwd is uit zwak siltig, matig fijn zand, matig humeus.

Het grondwaterniveau is tijdens het onderzoek vastgesteld op 1,5 m-mv. Tijdens het veldwerk zijn geen voor het onderzoek van belang zijnde waarnemingen naar voren gekomen. Bij de beoordeling van het terrein en het opgeboorde materiaal is ook speciaal gelet op asbest(houdende) materialen. Deze zijn zintuiglijk niet op de bodem en in het opgeboorde materiaal ter plaatse van het onderzoeksterrein waargenomen. Uit de chemische analyses is het volgende naar voren gekomen: Grond: In de grond zijn geen gehalten aan de onderzochte parameters gemeten boven de achtergrondwaarden en/of detectiegrenzen. Grondwater: In het grondwater van zijn licht verhoogde waarden aan barium, cadmium, koper en zink gemeten.

2001-2002

Verkennend bodemonderzoek Turflaan ong. te Zuidwolde (kenmerk: 200626)

Pagina 16 van 16

5.2

Conclusies en aanbevelingen

Uit de onderzoeksresultaten blijkt dat in de grond geen overschrijdingen van de achtergrondwaarden zijn aangetoond. De licht verhoogde waarden aan barium, cadmium, koper en zink in het grondwater worden beschouwd als van nature verhoogde waarden. De onderzoekshypothese, zijnde een onverdachte locatie, is hiermee derhalve bevestigd. Gezien de aard en de concentraties van de aangetoonde parameters in relatie tot de bestemming (wonen) van het terrein, concluderen wij dat verhoogde risico's voor de volksgezondheid en/of het milieu op basis van de aangetoonde milieuhygiënische bodemkwaliteit, niet te verwachten zijn. De resultaten van het onderzoek vormen dan ook geen aanleiding tot nader onderzoek en zijn geen milieuhygiënische belemmering in relatie tot de woonbestemming van het terrein. Als er vragen zijn naar aanleiding van het onderzoek, kunt u contact opnemen met ons bureau. Eco Reest BV H.E. Starre

2001-2002

Verkennend bodemonderzoek Turflaan ong. te Zuidwolde (kenmerk: 200626)

BIJLAGE 1

Behoort bij rapport: Turflaan ong. te Zuidwolde Project 200626

Regionale ligging en luchtfoto

Bijlage 1.1

BIJLAGE 2

Behoort bij rapport: Turflaan ong. te Zuidwolde Project 200626

VOORONDERZOEK NEN 5725:2017

Bijlage 2

Stap 1

Aanleiding voor het vooronderzoek

Bepaal de aanleiding voor het vooronderzoek

A. opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek volgens paragraaf 6.2.1

Stap 2; te behandelen onderzoeks-aspecten per aanleiding Locatiegegevens Bodemopbouw en geohydrologie

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10785240/1