CConstaterende datDe Wolden
Koppel je AI →
Document · PDF

Zienswijze brief - geanonimiseerd

Besluitvormende vergadering: “D’r op an” 19 februari 2026, gemeente De WoldenBij agendapunt: Lijst met ingekomen stukken1.303 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

HASKONING NEDERLAND B.V.

Gemeente De Wolden T.a.v. De Gemeenteraad Postbus 20 7920 AA ZUIDWOLDE

Jonkerbosplein 52 6534 AB Nijmegen Netherlands

Telefoon: +31 88 348 70 00 E-mail: info@haskoning.com Website: haskoning.com

Ons kenmerk: Uw kenmerk: Datum: Contact: Telefoon: E-mail: Classificatie: Bijlagen:

BK4853-IB-LT00701 27 januari 2026 5.1.2e 5.1.2e 5.1.2e @haskoning.com Projectgerelateerd 1

Ontwerp-TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b Zandwinplas Koekange

Geachte dames en heren, Het college van burgemeester en wethouders van gemeente De Wolden heeft voor het gebied ten westen van de bestaande zandwinning aan de Willem Moesweg een ontwerp-TAM-omgevingsplan inclusief een ontwerp-milieueffectrapportage. Dit plan ligt ter inzage zoals vermeld in de publicatie van het Gemeenteblad nummer 542662, d.d. 17 december 2025. Namens Sibelco Nederland N.V. gevestigd te Maastricht, hierna “Sibelco” wordt door Haskoning hierbij gebruikgemaakt van de mogelijkheid om een zienswijze in te dienen in verband met het ter inzage gelegde ontwerp TAM-omgevingsplan Zandwinplas Koekange en de daarbij behorende milieueffectrapportage (MER). Deze zienswijze bestaat uit voorliggende brief en rapportage inclusief bijlage. Sibelco behoudt zich het recht voor deze zienswijze aan te vullen. Sibelco is belanghebbende omdat Sibelco eigenaresse is van gronden met de kadastrale aanduiding De Wijk, sectie K nummer 477, 479, 481, 824, 1028 en 1031. Deze percelen liggen grofweg tussen de bestaande zandwinning en de locatie waar de nieuwe zandwinning is beoogd. Sibelco heeft derhalve belangen die direct worden geraakt door de voorgenomen ontwikkeling, waaronder mogelijke effecten op waterhuishouding, bodem, natuur, geluid, luchtkwaliteit en ruimtelijke kwaliteit.

In dit verband is van belang dat als gevolg van een tweetal bresvallen (waarvan de laatste in augustus 2025) het perceel met nummer 479 schade heeft ondervonden doordat een deel daarvan in de plas is geraakt en er geen sprake meer is van een veilige bufferzone van 20-25 meter tot de insteek van de zandwinplas.

Haskoning Nederland B.V., a ‘Royal’ business as designated by the Royal House of the Netherlands in 1981. Trade register number: 56515154

Algemene conclusie Sibelco is van oordeel dat het ontwerp-TAM-omgevingsplan en de MER onvoldoende zorgvuldig zijn voorbereid en niet kunnen dienen als deugdelijke onderbouwing voor besluitvorming, vanwege wezenlijke tekortkomingen in:

• • • • •

de procedurele opzet (NRD en MER); de onderbouwing van nut en noodzaak; de afweging van alternatieven; de beoordeling van milieueffecten; en de borging van belangen van derden.

Navolgend worden deze bezwaren nader toegelicht.

1

Procedurele bezwaren (NRD en MER)

1.1

Nieuwe ontwikkeling, geen uitbreiding

De voorgenomen zandwinning betreft geen uitbreiding van een bestaande zandwinning, maar de realisatie van een nieuwe, ruimtelijk gescheiden zandwinplas. Desondanks wordt in de stukken herhaaldelijk gesproken over een “uitbreiding”. Deze onjuiste kwalificatie heeft geleid tot een onvolledige en onjuiste afbakening van de MER-plicht en de reikwijdte van het onderzoek.

1.2

Onvolledige Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD)

De NRD is onvoldoende concreet en laat essentiële keuzes en onderzoeken over aan de MER. Hierdoor konden belanghebbenden in de NRD-fase hun belangen niet adequaat beoordelen of inbrengen. Dit is in strijd met het doel van de NRD en met het zorgvuldigheidsbeginsel.

1.3

Leemten in kennis

In de MER worden op meerdere punten expliciet leemten in kennis benoemd, onder andere ten aanzien van hydrologie, waterkwaliteit, natuur en archeologie. Besluitvorming op basis van een MER met dergelijke essentiële kennisleemten is niet aanvaardbaar.

2

Nut en noodzaak onvoldoende onderbouwd

• Er ontbreekt een cijfermatige onderbouwing van de marktvraag naar zand en het beschikbare aanbod.

• De noodzaak om juist op deze locatie een zandwinning te realiseren is niet aangetoond. • De economische haalbaarheid van de winning is niet inzichtelijk gemaakt. • De maatschappelijke doelen (natuurontwikkeling, recreatie, waterberging) lijken ondergeschikt aan het economische belang van zandwinning en zijn niet zelfstandig onderbouwd. Hierdoor is niet voldaan aan de eisen van een deugdelijke motivering.

27 januari 2026

BK4853-IB-LT00701

2/5

3

Onvoldoende onderzoek naar alternatieven

3.1

Ontbreken van locatie-alternatieven

In strijd met de eisen aan een MER zijn geen locatiealternatieven onderzocht, terwijl deze redelijkerwijs beschikbaar zijn, waaronder:

• uitbreiding van de bestaande zandwinplas; • alternatieve locaties in de regio; • varianten met verplaatsing van installaties. De uitsluiting van deze alternatieven is onvoldoende gemotiveerd en niet toetsbaar.

3.2

Onvoldoende uitgewerkte inrichtingsalternatieven

De alternatieven “Optimale zandwinning” en “Optimale natuurontwikkeling” zijn:

• niet gelijkwaardig onderzocht; • gebaseerd op verschillende aannames; • niet beoordeeld aan de hand van eenduidige criteria. Een zorgvuldige vergelijking ontbreekt.

4

Hydrologie en waterhuishouding

4.1

Onvolledig en inconsistent hydrologisch onderzoek

Het geohydrologisch onderzoek vertoont interne tegenstrijdigheden, onder andere ten aanzien van:

• de aanwezigheid en rol van keileemlagen; • kwel- en wegzijgingspatronen; • het zogenoemde Domelaar-effect. In dit kader verwijzen wij ook naar bijlage 1 van de bijgevoegde rapportage waarin een beoordeling door Haskoning van de stukken is gegeven.

4.2

Onvoldoende inzicht in effecten

Onvoldoende inzicht is gegeven in:

• • • •

verdroging en vernatting van omliggende percelen; effecten op landbouw (nat- en droogteschade); effecten op nabijgelegen natuurgebieden (NNN); gevolgen op korte én lange termijn (inclusief zettingsrisico’s).

4.3

Waterkwaliteit

Risico’s op mobilisatie en verspreiding van bestaande bodemverontreinigingen en eutrofiëring zijn onvoldoende onderzocht. Monitoring wordt wel genoemd, maar zonder concreet plan en kader.

27 januari 2026

BK4853-IB-LT00701

3/5

5

Bodem en geotechnische risico’s

• De bodemkwaliteit is onvoldoende inzichtelijk gemaakt. • Risico’s op taludinstabiliteit, verweking en inbressingen zijn onvoldoende onderbouwd. • Er is onvoldoende rekening gehouden met ervaringen bij bestaande zandwinningen in de omgeving. Deze risico’s kunnen leiden tot schade aan omliggende percelen en infrastructuur, niet in de laatste plaats inbressingen welke plaatselijk bij de bestaande zandwinning al aan de orde zijn.

6 • • • •

7 • • • •

8

Natuur en biodiversiteit De natuurtoets is onvolledig: meerdere beschermde en karakteristieke soorten zijn niet onderzocht. Nachtelijk onderzoek naar vleermuizen ontbreekt. Uitspraken over de aanwezigheid van soorten zijn onderling tegenstrijdig. Het verdwijnen van veenweidegebied leidt tot een aantoonbare achteruitgang van biodiversiteit, hetgeen onvoldoende is meegewogen.

Geluid, trillingen en luchtkwaliteit Op enkele locaties worden naar het zich laat aanzien de geluidsnormen overschreden in de nacht. Cumulatieve effecten (gelijktijdige zandwinningen, toekomstige energiehub) zijn niet meegenomen. Trillingen in de aanlegfase, in een veenbodem, zijn niet beoordeeld. Luchtkwaliteit voldoet in delen van het plangebied niet aan actuele WHO-advieswaarden.

Ruimtelijke kwaliteit, woningen en landschap

• De grenzen van het plangebied verschillen per hoofdstuk en per alternatief, wat leidt tot onduidelijkheid.

• Bij één alternatief verdwijnen drie woningen; dit effect is onvoldoende zwaar gewogen. • Landschappelijke inpassing is tegenstrijdig en niet consistent met beleidsdoelen voor veenweidegebieden.

• Er is gebruikgemaakt van onjuiste provinciale beleidskaders.

9

Kabels, leidingen en externe veiligheid

Er wordt onvoldoende inzicht is gegeven in:

• de aanwezigheid en ligging van (voormalige) NAM-leidingen; • toekomstige infrastructuur ten behoeve van een energiehub; • de gevolgen hiervan voor stabiliteit en veiligheid.

27 januari 2026

BK4853-IB-LT00701

4/5

10

Conclusie en verzoek

Samenvattend bevatten het ontwerp-TAM-omgevingsplan en de MER wezenlijke inhoudelijke en procedurele tekortkomingen, is het plan gebaseerd op onvolledige onderzoeken en aannames en biedt het daardoor onvoldoende zekerheid over milieueffecten en risico’s. Er is geen sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. De belangen van Sibelco zijn onvoldoende geborgd. Besluitvorming op basis van de huidige stukken is niet zorgvuldig en niet verdedigbaar. Het bevoegd gezag wordt daarom verzocht om het ontwerp-TAM-omgevingsplan niet vast te stellen. Op basis van het totale dossier wordt verzocht de plannen te heroverwegen omdat er verschillende belemmeringen zijn die verdere uitwerking en uitvoering van het plan in de weg staan. Vanzelfsprekend zijn Sibelco en Haskoning bereid deze zienswijze nader toe te lichten. Een reactie op dit schrijven zien wij dan ook gaarne tegemoet.

Met vriendelijke groet, d B.V. 5.1.2e

5.1.2e

Senior Consultant Industry & Buildings

27 januari 2026

BK4853-IB-LT00701

5/5

Legenda toegepaste uitzonderingsgrondslagen In dit document zijn gegevens geanonimiseerd op grond van: Wet

Artikel

Omschrijving

Pagina's

Wet open overheid

Art. 5.1 lid 2 sub e

De eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer

1, 5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16563325/1