CConstaterende datDe Wolden
Koppel je AI →
Document · PDF

Transcript Gemeenteraad De Wolden 29.06.2023

Gemeenteraad 29 juni 2023, gemeente De WoldenBij agendapunt: Opening29.177 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Jaarrekening 2022 en begroting 2024 Samenwerkingsorganisatie De Wolden Hoogeveen (SWO) De voorzitter: En we gaan naar agendapunt 6, het raadsvoorstel De Wolden, de zienswijze. Mevrouw Bouwers: Voorzitter. Excuus. Punt van orde. Ik geloof niet dat iedereen in staat is geweest om water bij te vullen, de blaas wellicht te legen of koffie te halen. Zou daar wel een moment de ruimte voor zijn? De voorzitter: Dan stel ik voor dat na het volgend agendapunt te doen. Maar dat wordt een hele korte pauze. Maar we vragen ieder geval de bodes om daarvoor klaar te staan. Agendapunt 6, het raadsvoorstel De Wolden zienswijze jaarrekening 2022 en begroting 2024 SWO. Het gemeenschappelijke orgaan SWO stuurt acht weken voor de vaststelling door het algemeen bestuur de ontwerpbegroting aan de deelnemende gemeenteraden. Vervolgens worden de beide gemeenteraden de mogelijkheid geboden om een zienswijze op de begroting in te dienen. Ik heb begrepen dat er vanuit de portefeuillehouder eerst een opmerking bij dit agendapunt zal worden gemaakt. Gaat uw gang, wethouder Van Dijk. De heer Van Dijk: Dank u, voorzitter. De accountant die verantwoordelijk is voor de jaarrekening van de SWO, is door de eigen reviewdienst op de vingers getikt, met als gevolg dat zij nog een aanvullende steekproef moeten uitvoeren. En als gevolg hiervan is er nog geen verklaring van de accountant beschikbaar.

De extra steekproef heeft betrekking op de rechtmatigheid. De getrouwheid staat niet ter discussie. Vooralsnog zitten de controles binnen de bandbreedte voor een goedkeurende verklaring. Vanavond neemt u kennis van de jaarrekening. De accountantsverklaring moet gereed zijn voordat het SWO-bestuur de jaarrekening definitief vaststelt en indient bij de provincie. En dat lijkt geen probleem. De voorzitter: Het is echt een mededeling, maar het heeft geen effect op de behandeling van dit stuk. Het voorgestelde besluit is kennis te nemen van de jaarrekening 2022 en begroting 2024. En geen zienswijze op de begroting 2024 van de SWO in te dienen. Wie kan ik daarover het woord geven? De heer Hulst, gaat uw gang. De heer Hulst: Dank u. We houden het kort, want we hebben ook al veel stil gestaan in de algemene beschouwingen over de SWO en de dienstverlening. We hebben toen ook al gezegd van, er moet geld bij voor het komende jaar. Dat betekent een betere uitvoering van taken. Wij hebben het belang van dienstverlening onderstreept. En we hebben toen ook gezegd, dat betekent ook boter bij de vis voor ons. En aan de andere kant betekent dat ook dat we verwachten dat de resultaten die geboekt gaan worden met de uitbreidingen, dat ons ook dat tot tevredenheid zal stemmen. Verder zagen we nog wat autonome ontwikkeling als het gaat om cao's en dat soort dingen allemaal.

Dat kost allemaal natuurlijk veel geld, maar dat hoort er allemaal bij. Daar kunnen we ook verder niet zoveel aan doen. Wat dat betreft kunnen we ook akkoord gaan. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Hulst. Mijnheer Den Hollander De heer Den Hollander: Dank, voorzitter. Ook wij zagen weinig zaken die echt in het oog sprongen die anders waren dan verwacht. Het is goed om te zien dat er vooruitlopend op de organisatie ontwikkelingen voorgesorteerd wordt. Ik had een concrete vraag, namelijk over de externe inhuur. In de begroting gaat dat over. Het valt me op dat kijkend naar de rekening dat het over 2022, met name, dat het bedrag fors hoger is

uitgevallen. Volgens mij is dat nog wel uit te leggen. Maar het gaat vooral ook over de begroting voor de komende jaren, die steekt namelijk ... Blijft steken op rond zes miljoen. Ik vind die moeilijk te begrijpen. Gaan we ervan uit dat de kosten daar gelijk voor blijven, dat we daar niet in groeien dan wel kunnen krimpen? Dat was nog wel een vraag die bij mij overbleef, na het lezen van de stukken. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Den Hollander. Mevrouw Assink. Mevrouw Assink: Voorzitter, dank u wel. Een iets uitgebreidere bijdrage van onze kant. Dat dit een belangrijk stuk is, wat ons betreft. Wat de jaarrekening betreft van de SWO, die zien we inderdaad sterk beïnvloed worden door de loonontwikkelingen. Een cao-wijziging die leidde tot een eenmalige extra vergoeding. En het instellen van een voorziening van 1,3 miljoen voor de verlofuren. En die hebben geleid tot de overschrijding van het budget. Een vraag die we daarbij hebben. Waarom kwam dit als een verrassing? Had dat niet eerder voorzien kunnen worden? In 2024 is ten gevolge van een nieuwe cao een hogere loonsom begroot, waarbij de SWO ervan uitgaat dat deze verhoging door het Rijk zal worden gecompenseerd. Een vraag die we daarbij hebben is, hoe aannemelijk is die aanname? Er zijn grote bedragen en grote inwonersbelangen in het spel bij de SWO.

Daarom vinden we het belangrijk als raad de voortgang van de transformatie van de SWO te kunnen volgen. We zullen met belangstelling de raadsavond in september over dienstverlening volgen en dan beoordelen of er inderdaad meer nodig is om als raad vinger aan de pols te houden of de organisatie de noodzakelijke omwenteling maakt. De beide gemeentesecretarissen hebben gezamenlijk de schouders onder de transformatie van de gemeentelijke organisatie gezet. Er zijn kernwaarden en een missie en een visie voor de SWO gedefinieerd, zodat het voor iedere medewerker duidelijk is welke koers we opgaan. En er wordt gewerkt aan het op orde brengen van de basis van de bedrijfsvoering. De transformatie moet onder andere leiden tot een organisatie met een duidelijke governance en rollen en verantwoordelijkheden en beter projectmanagement. Bij de behandeling van de jaarstukken vorige week vernamen we dat er tekortkomingen in het IT-domein zijn geconstateerd. In de begroting 2024 van de SWO wordt er geld gereserveerd voor verbeteringen op dit terrein, voor zowel informatievoorziening als informatieveiligheid en automatisering, Door gedurende het ontwikkeltraject van de organisatie te blijven toetsen aan de vier pijlers, persoonlijk leiderschap, aantrekkelijk werkgeverschap, sturingslijnen en proces en informatie, wordt geborgd dat alle wijzigingen bijdragen aan de gewenste transformatie.

En ook dat zullen we blijven volgen naar de bijeenkomst in september. Dan ten aanzien van de inhoud van de begroting. De gemeentelijke organisatie is er voor onze inwoners, maar tegelijkertijd moeten we niet te veel meegaan in de verwachtingen van inwoners dat de gemeente functioneert als een commercieel bedrijf. De inwoner is geen klant en hoeft niet op al zijn wenken bediend te worden. Dat de wereld digitaliseert en dat ook de gemeente daarin meegaat, dat begrijp ik, maar verlies je niet in het willen beantwoorden van iedere losse flodder die er via social media binnenkomt. Laten we daarom kritisch blijven op hoeveel fte's en budget we hieraan willen spenderen. En het onderwerp webcare, als speerpunt genoemd in de begroting, niet te breed oppakken. Ook in de begroting SWO zijn wij sceptisch over het gemak waarmee indexaties worden geaccepteerd. Bij posten als software, consultancy en onderhoud worden indices als een natuurverschijnsel voorgesteld. Blijf je ervan bewust dat we hier in een markt met vraag en aanbod opereren. En dat kosten niet alleen omhoog, maar bij een leeglopende orderportefeuille ook omlaag kunnen gaan. Er wordt voorgesteld de inkoopafdeling te versterken. Een schone taak voor deze afdeling om scherp te letten op het kostenverloop bij de inkoop bij derde partijen en goed de bewegingen in de markt te volgen om daar je voordeel mee te doen.

Verder spreken we de verwachting uit dat de in de separate brief aangekondigde dertig nieuwe fte's inderdaad worden ingevuld en dat het budget externe inhuur lager zal uitvallen dan nu voorzien in de begroting. Concluderend voorzitter, we hebben de indruk dat er in de SWO-begroting op de juiste onderwerpen wordt gefocust en we hebben vertrouwen in het transformatieprogramma en kunnen instemmen met de begroting.

De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Assink. Mevrouw Bouwers. Mevrouw Bouwers: Dank u wel, voorzitter. Ten behoeve van de tijd zal ik onze bijdrage iets inkorten. We hebben nog wel een vraag aan de wethouder. Als we kijken naar alle taken die uitgevoerd moeten worden door de SWO, wordt er best regelmatig personeel ingehuurd. Ook de heer Den Hollander en mevrouw Assink refereerden er al naar. En in 2022 zijn de kosten voor inhuur van personeel meer dan verdubbeld. Dat is nogal wat. Begroot was 6,7 procent, dat is ruim 15 procent geworden. In 2024 wil men zoveel mogelijk werkzaamheden door eigen personeel laten uitvoeren. En daarom is voor 2024 bijna 9 procent begroot. Dat is dan lager dan de realisatie in ‘22, maar hoger dan een begroting ‘23. Maar in onze ogen blijft het best een punt van aandacht. Wij zouden daar graag nog een reflectie krijgen van de wethouder tot in hoeverre deze verwachting reëel is. Waar is dit dan op dit moment op gebaseerd? We zien ook dat de kosten van de organisatie flink stijgen. Oorzaken als cao-ontwikkelingen, gestegen inflatie en natuurlijk de plannen van de gemeente, wat ook een hogere bijdrage van de gemeente vraagt. En we hopen, en daar is ook eerder vanavond al naar gerefereerd, dat deze gestegen kosten door het Rijk worden gecompenseerd. En we weten dat onze gemeente zich daar ook voor inzet, in bredere zin.

Voorzitter, wij stemmen in met het raadsvoorstel, om af te zien van de zienswijze. En we wensen de organisatie hierbij ook heel veel succes bij het werven van personeel en natuurlijk bij de uitvoering van de plannen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Bouwers. De heer Benning. De heer Benning: Voorzitter, over de jaarrekening en de begroting. De wijziging in de jaarrekening kwam vooral door prijscompensatie in de cao. Dat zien we voor de begroting ook terug. De organisatieontwikkeling wordt elke dag aan gewerkt, staat in een stuk. Daar gaan we volledig vanuit. Hiervoor is ook het aanvullend budget uit de Kadernota opgenomen voor volgend jaar. Wij zien nog wel uit ook naar de infoavond in september, om wat meer beeld te krijgen hoe dit allemaal aangepakt en ingevlogen gaat worden. En voor de rest zijn de meeste dingen gezegd, voorzitter. Ik heb nog een vraag over wat de wethouder net zei van, er was nog geen verklaring van de accountant. Maar als er nu geen goedkeurende verklaring komen, moeten wij dan ook nog weer iets doen of gaat het bestuur van SWO daar in dit verband over? De voorzitter: Daar zal hij zo meteen op reageren. Een duidelijke vraag. Dank u wel, mijnheer Benning. Dan ga ik naar de wethouder. Wethouder Van Dijk. De heer Van Dijk: Dank u wel, voorzitter. Om even te beginnen met die laatste vraag. Daar gaat inderdaad het bestuur van de SWO over.

Daar heeft de raad verder geen rol in. En we gaan ervan uit, wat ik net al aangaf, dat het echt goed gaat komen. We weten ook van de accountant dat hij er alles aan zal doen, omdat dit gewoon bij hun intern niet goed is gegaan, om het tijdig en goed op te lossen voor de SWO. Daar gaan we dan maar vanuit. Even kijken. Ik heb een paar vragen gehoord. Ook een hoop positieve reacties van, er gebeurt ook veel, ook met de organisatie. Bij de Kadernota heeft u al gesproken over die acht ton. We moeten een hoop mensen invoeren. Er waren een paar ... Of invoeren? Aannemen. Om ook de externe inhuur bijvoorbeeld weer terug te dringen. Er waren een paar vragen over. Ik hoorde de heer Den Hollander daar iets over vragen en net ook mevrouw Bouwers. Wij denken dat het realistisch is. Een heel mooi voorbeeld van vandaag. We kregen vandaag een hele trotse gemeentesecretaris aan tafel die zei van, we hebben vandaag drie nieuwe communicatiemedewerkers aan kunnen nemen. De mensen zijn er wel. Dat betekent dat de persoon die we inhuren zo meteen weer weg kan en we gewoon nu goede eigen communicatiemedewerkers hebben. We doen er op dit moment alles aan, ook met de door uw raad beschikbaar gestelde budgetten, om eigen mensen aan te nemen, zodat we die inhuur terug kunnen dringen. Dat is ons doel.

Om dan van vijftien naar negen te gaan, wij denken dat het realistisch is, anders dan stellen we dat niet. Het zal niet makkelijk worden. Ook dat is

al aangegeven. Ook bij de jaarrekening, weet ik, en eerste termijn Kadernota. Maar we gaan ervoor en we denken dat het realistisch is. Dat heb ik die vragen beantwoord. Mevrouw Assink, u stelde twee vragen direct achter elkaar. En ik was de eerste nog aan het opschrijven. Ik heb alleen gehoord, hoe aannemelijk is die aanname? Maar ik weet niet over welke aanname u het had. Die heb ik gemist. Welke bedoelde u? Mevrouw Assink: Dat is de aanname dat het Rijk zal compenseren voor de cao-verhoging. De heer Van Dijk: De loon- en prijscompensatie zit sowieso ook in het Gemeentefonds. Dat weten we zeker. Alleen ik heb volgens mij al eens eerder uitgelegd dat het een gemiddelde is van Rijksambtenaren en gemeenteambtenaren. En dan kan het zijn dat Rijksambtenaren bijvoorbeeld een hogere cao-stijging hebben dan gemeenteambtenaren en dat dan niet alle kosten gedekt worden, omdat het de gemiddelde is van beide cao-stijgingen. Dat is het antwoord op die tweede vraag, die ik even niet had meegekregen. Sorry. Uw eerste vraag was die 1,3 miljoen verlofuren. Die zagen we echt niet aankomen, want dan hadden we dat keurig opgenomen als, hoe noem je dat, reservering? Het was een verplichting. Alleen de accountant zei, het is te weinig. En die hadden we niet aanzien komen. Wij dachten dat we het goed hadden gedaan. De accountant vond van niet en moest er nog 1,3 miljoen bij.

Was echt een opmerking van de accountant. Die moesten we rechtbreien. De argumenten heb ik zo niet paraat. Als u wilt, kan ik daar nog even een technische vraag van maken en dan kom ik daar even op terug middels een ... Zal ik hem als technische vraag opvatten? Mevrouw Assink: Voorzitter, ik stel er prijs op achtergrond hierbij, want de andere gemeenten worden hier ook mee geconfronteerd en die, voor zover ik heb begrepen, hebben dat wel ordentelijk geregeld. Waarom wij niet? De heer Van Dijk: Weet u wat zo mooi is? Er zitten daar ook nog wat mensen die dan kunnen door fluisteren. Het heeft te maken met veranderende regelgeving. Daar had het mee van doen. We hadden het wel goed gedaan. Tijdens het spel zijn de spelregels veranderd, waardoor we nu 1,3 miljoen extra moesten reserveren. Dat is het antwoord ook op de technische vraag dan alvast. De voorzitter: Ik hoor hier een toezegging. De heer Van Dijk: Sorry? De voorzitter: Heeft u nu het antwoord gegeven? De heer Van Dijk: Het antwoord is nu inmiddels gegeven, wat mij betreft tenminste. En als mevrouw Assink daarmee akkoord kan gaan, dan hoeft daar niet een extra technische vraag voor te komen. Dan heb ik volgens mij de vragen beantwoord. Ik heb nog wel een paar fijne opmerkingen voorbij zien komen. Voorzitter, volgens mij heb ik de vragen beantwoord. De voorzitter: Ik denk dat u redelijk compleet bent.

Ik kijk even naar de vragenstellers. Dat was de eerst termijn, maar anders stel ik voor dat u in de tweede termijn nog even terugkomt. Mevrouw Assink. Mevrouw Assink: Voorzitter, ik stel er toch prijs op dat dat dit even schriftelijk echt technisch goed afgehandeld wordt. De voorzitter: Die toezegging had u dan toch te pakken. Even kijken. Heeft de raad behoefte aan een tweede termijn? Heeft u behoefte aan stemming? Dan is het conform besloten. Dank u wel.

Pauze De voorzitter: Zoals ik had gezegd gaan we even pauze houden. Ik stel voor dat we met name koffie halen en water halen om zo meteen snel door te gaan. Ik schors de vergadering voor tien minuten. 7.

Verzamelvoorstellen GR-en De voorzitter: Keurig, mag ik u complimenteren. We Ik heropen de vergadering. We zijn gebleven bij agendapunt 7, het verzamelvoorstel voor de GR-en. Naast de gemeenschappelijke regeling voor de SWO neemt De Wolden deel aan zes gemeenschappelijke regelingen. Het college heeft ervoor gekozen om u een gebundeld voorstel aan te bieden, waarbij voor iedere gemeenschappelijke regeling een aparte oplegger is toegevoegd. Het voorgesteld besluit luidt, kennis te nemen van de ingediende concept jaarrekeningen 2022 en concept begrotingen 2024 van de zes gemeenschappelijke regelingen. Ook het voorgesteld besluit luidt om op vier gemeenschappelijke regelingen geen zienswijze in te dienen, alleen wel op de GGD en Publiek Vervoer. En op deze manier geef ik het in behandeling. Wie van u wil het woord voeren? Even kijken. De heer Hulst, de heer Brouwer, mevrouw Bouwers, mevrouw Assink. Vier? Mijnheer Brouwer, gaat uw gang. De heer Brouwer: Dank u wel, voorzitter. Ik ben naar mijn bijdrage aan het kijken inmiddels, omdat ik nu de eerste ben, kan ik niet meteen zomaar schrappen wat anderen gezegd hebben, maar ik wil toch de vaart er wat inhouden daar het programma wat buiten deze raadsvergadering valt ook wel belangrijk is. En ik zal starten. Gemeenschappelijke regelingen is niet echt bepaald een sexy onderwerp.

Maar gelukkig hebben wij op initiatief van onze griffie al in een vroeg stadium informatie ontvangen en voorlichting van een mijnheer De Graaf of De Greef uit Helmond, raadslid in Helmond en een aanvaard expert eigenlijk op het gebied van GR-en. Die vertelde ons dat de GR-en best wel sexy kunnen zijn en dat je er van alles mee kan, maar je moet dat ook willen. Het huidige voorstel, als je dat goed wil doen, en ik ga ervan uit dat mijn collega-raadsleden dat allemaal goed voorbereid hebben, dan is dat nogal wat. Dat is nogal wat tekst en nogal wat tabellen. En uiteindelijk is de conclusie dat er meer geld bij moet. Zo is dat al een aantal jaren. Laat ik mij beperken tot het huidige verzamelvoorstel. Want voorzitter, Stark, Recreatieschap, Veiligheidsregio Drenthe, geen zienswijze indienen, prima. Zienswijze inzake Publiek Vervoer en GGD ook prima. Ook goed geformuleerd zelfs en ook voortvloeiend vind ik uit de recente GR-en bijeenkomst in deze mooie zaal. Dat betekent niet dat we bij Gemeentebelangen De Wolden makkelijk hier overheen stappen en niets te vertellen zouden hebben over de individuele GR-en. Maar ik wil even benadrukken dat wij erop vertrouwen dat ons college erbovenop zit en dat ook eigenlijk aan deze raad heeft aangetoond met eigenlijk een interne raadsbijeenkomst vanuit het college georganiseerd over het wel en wee van GR-en in, ik meen, februari van dit jaar.

De meeste opmerkingen daarentegen, voorzitter, heeft Gemeentebelangen, en hoe kan het ook anders, zou ik zeggen, over de Regionale Uitvoeringsdienst. Want dat is niet alleen in deze raad zo, maar dat is Drenthe-breed. En in Drenthe is namelijk wat commotie ontstaan in de verschillende gemeenteraden over de ontwerp begroting van de RUD. Deelnemersbijdragen omhoog, maar met name gaat het over de stelpost, noem ik dat, een gevoelige post, een stijging van zeven procent. Ik noem dat arbeidskosten. Waarin ook nog eens een keer het bestuur afwijkt van het eerder geldende budgetneutrale principe dat meer werken en het verrekensysteem achteraf in rekening wordt gebracht. En dat doen ze nu niet. Landelijke onderzoeken, zo schrijft het bestuur, wijzen uit dat de Omgevingswet zeven tot twaalf procent meer kosten met zich meebrengt. Daar ben ik ook direct bereid om dat te geloven. En omdat dan van zeven procent te begroten. Misschien kost het wel meer. Dat is verder het punt niet. Maar graag zou ik dat wel nog onderbouwd willen zien. En dat is even ... Daar ontbreekt het even aan. Maar ik begrijp van tevoren van de verantwoordelijk wethouder vanmiddag nog dat daar een onderzoek op gang is gekomen. Maar voorzitter, de fractie van Gemeentebelangen De Wolden, kort

en goed, is met deze argumentatie helemaal niet tevreden. Sommigen beweren, de stijging is nergens op gebaseerd. Sommigen beweren de RUD doet maar wat. Dat gaat ons ook allemaal veel te ver. Maar er zijn ons inziens wel heel veel kanttekeningen te maken, zoals bijvoorbeeld de discussie om de invoering Omgevingswet duurt al een aantal jaren. Waarom ziet de RUD nu pas het licht? Plotselinge herziening van dat rekenmodel van nacalculatie is, als je ergens grip op wil hebben, best wel ineens een plotsklapse boodschap. Worden die extra taken uit die Omgevingswet beoordeeld? En is er op de arbeidsmarkt überhaupt wel aanbod van mensen die die taken kunnen uitvoeren? En wordt die zeven procent dan wel gebruikt voor dat doel? En waarom kiezen we voor een structurele verhoging van zeven procent, terwijl er helemaal nog geen zekerheid bestaat met betrekking tot die uit te voeren taken en de invoering van diezelfde Omgevingswet? En ook zorgelijk vinden wij, en ik denk dat iedereen dat wel vindt, de al jarenlang veel te hoge percentage aan ziekteverzuim. En daarmee van invloed zijn de negatieve aspecten. Met name wordt genoemd de productienorm in de begroting, zeker ook afgemeten aan de ons omringende RUD's, waarin die productienorm wat hoger ligt.

Het aspect werkdruk, dat valt ons dat op, wat dan juist wordt gebruikt als argument voor die zeven procent kostenstijging komt dan bij dat ziekteverzuimpercentage wel in een ander licht te staan. Maar goed, kritische kanttekeningen, voorzitter. Maar wat doen we daar dan mee? Het college is van mening namelijk dat zowel het een als het ander geen reden is om een zienswijze bij de RUD in te dienen. In Drenthe zien we bij de raden dat dat wel gebeurt. Niet overal. De meningen zijn daarover best verdeeld. Maar daar waar het zienswijzen betreft, betreft dit met name de gestelde kostenstijging van zeven procent. Ik heb net al gezegd, die zeven procent zou misschien zelfs nog wat aan de magere kant begroot zijn. De onderbouwing ontbreekt, toegegeven, maar als die er is, is dat op zich helemaal niet zo gek. Maar als je dan leest in de ontwerp begroting 2024 op pagina 8, over het uitgangspunt Omgevingswet budgetneutraal herzien vanwege krappe arbeidsmarkt, dat is de titel, is die zeven procent nu structureel. Wordt dat bedrag straks de basis van de begroting voor 2025? Want daar zijn we het zeker niet mee eens. En hoe gaat het nu met die nacalculatie? Krijgen wij inzicht in hoe die zeven procent straks besteed is? Gemeentebelangen van De Wolden is van mening dat ook De Wolden iets moet doen, een signaal moet afgeven.

En deze keer niet tegen beter weten, want er zijn al signalen genoeg verstuurd. Maar wel met de nodige klem en zelfs met een ons als raad ter beschikking staand middel. Zo’n amendement, want daar doel ik op voorzitter, houden we eigenlijk liever in de achterzak. Al was het alleen maar, omdat de inkt van de voor de pauze vastgestelde Kadernota amper droog is. Wij zijn erg benieuwd hoe de andere fracties hierover denken. Dat is het voordeel als ik dat mag vragen als ik als eerste aan bod ben. En natuurlijk zijn we erg benieuwd naar de gedachten over een en ander van de verantwoordelijk wethouder. Daarna zullen wij u ons definitieve standpunt geven over wat er met onze achterzak moet gaan gebeuren. Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Brouwer. Mevrouw Assink. Mevrouw Assink: Voorzitter, de raad staat enigszins op afstand als het gaat om het invloed uit te oefenen op het beleid van de GR-en. En ik zal me daarom beperken tot de bijdrage in algemene zin, in plaats van alle individuele GR-en te bespreken. In onze bijdrage bij de Kadernota hebben we het effect van ons beleid centraal gesteld. Het stellen van de juiste doelen en het volgen of we onze doelen inderdaad behalen is het belangrijkst. En laten we ook de GR-en met die bril bekijken.

Het gaat er niet om wat de GR-en allemaal kunnen bedenken aan nieuw beleid of een pilot, so you name it, maar wat de deelnemende gemeenten willen bereiken en wat wij als gemeente nodig hebben. In hoeverre hebben we al een cafetariamodel met de GR-en, waarin à la de Drentse maat van de RUD een bepaald basispakket beschikbaar is voor iedereen. En vervolgens kiezen welke taken we extra willen afnemen of op welk niveau of met welke intensiteit we diensten willen laten uitvoeren. Bijvoorbeeld hoe intensief willen we handhaving doen of hoeveel of hoe weinig willen we inzetten op gezond leven? Is dit een model dat we als algemeen of dagelijks bestuur kunnen overeenkomen

met de GR-en? En is dat iets waar onze collegevertegenwoordigers zich voor kunnen inzetten? Waarbij we daarnaast ook moeten inzetten op het inzichtelijk maken van de effecten. Om een voorbeeld te noemen, de GGD meldt dat ze datagedreven willen gaan werken. Dat is mooi, maar laat dat geen modekreet zijn en laten we dan concreet afspreken met de GGD, hoe ga je die data interpreteren en welke conclusies verbind je daaraan? En zoals opgemerkt bij de Kadernota, als bepaald beleid dan niet blijkt te werken, stopt er dan mee of zet wat anders in. Daar zijn we kritisch op in ons eigen beleid in de Kadernota. Laten we ook diezelfde systematiek en aanpak op de GR-en toepassen. En wat indexaties betreft, de derde keer hedenavond, willen we toch ook voor de GR-en kritisch zijn, net zo goed dat we kritisch waren op de indexaties voor culturele instellingen en zwembaden. Zoals al eerder gezegd, 2023 is een uitzonderlijk jaar qua inflatie in loonsverhogingen, maar dat gaat niet eindeloos door. Daarom ook richting de GR-en, herijk het bestaande pakket eens. Er komen altijd taken bij. Er gaan bijna nooit taken af. Laten we niet klakkeloos accepteren. Het gaat in de begroting dichtgetimmerd worden door indexatie. Maar laten we als dagelijks bestuur, algemeen bestuur vooral in gesprek blijven of het takenpakket nog actueel en opportuun is.

Dan ten aanzien van de inhoudelijke begroting hebben we één opmerking en dat is eveneens de RUD. Net zoals Gemeentebelangen viel ons ook die zeven procent verhoging ten gevolge van de Omgevingswet op. Wij snappen dat dat een best guess is en daar kunnen we nog in meegaan. Maar wat we niet snappen, is waarom zou op dit onderdeel afgeweken moeten worden van het afrekenen op werkelijk bestede zakenuren, zoals te doen gebruikelijk bij de RUD? Dat wordt ook inderdaad niet onderbouwd in de begroting. En dan verder het punt dat er geld nodig is om voor te bereiden voor die Omgevingswet in 2024, dat is begrijpelijk. Maar wat ik niet begrijpelijk vind, is dat het op voorhand structureel gemaakt moet worden. En dan kan ik me inderdaad voorstellen dat we daar toch een zienswijze over zouden willen indienen. Wij zijn ook heel benieuwd naar de reactie van het college op dat punt. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Assink. De heer Hulst. De heer Hulst: Voorzitter, bedankt. Laat ik het ook houden bij waar het ons ook om gaat. En dat heeft toch wel te maken met die RUD en die zeven procent. En niet in de zin van, er moet zeven procent bij, dan zijn we in alle staten. Dat is het helemaal niet. Maar kijk, en natuurlijk GR-en staan wat op afstand. We gaan er ook vanuit dat het college als bestuur van een GR ook vinger aan de pols houdt en weet wat er gaande is.

En als zij ook aangeven, zienswijze is niet per se nodig, dan moeten we daar denk ik ook op kunnen vertrouwen. Maar we zijn toch al benieuwd, en dat heeft ook wel te maken met wat mevrouw Assink zei, er komt een Omgevingswet aan. Die wil je invoeren. Dat gaat met kosten gepaard. Want mijn aanname was eerst dat het gaat om frictiekosten bij de invoering. Maar ik begrijp dat het een structureel verhaal is. Dat begrijp ik dan niet helemaal. Maar misschien dat dat in ieder geval wel vanuit de RUD al gefundeerd is besproken met het bestuur van de GR-en. Misschien dat ook de wethouder daar iets over kan zeggen, want het is best wel ... De Wolden betaalt dan 90.000 euro extra daarvoor. Wij zijn een wat kleinere gemeenten in het geheel. Dan zal, als je alles eens bij elkaar optelt, het toch op zijn minst al meer 1,5 miljoen dan alweer bijkomen. Ik vind dat veel geld, als je dat relateert aan de Omgevingswet. En dat dat dan ook voor altijd zo zal zijn. Want inderdaad, ik kan me voorstellen dat als je iets wil gaan invoeren, dat dat gepaard gaat met frictiekosten, maar daarna is het toch niet per se ingewikkelder dan wetten die we hadden, lijkt ons. Daar zit voor ons ook wel een beetje van, moeten we daar wat mee of niet? Maar misschien kan het college daar nog wat duidelijkheid over geven. Voor de rest kunnen wij akkoord gaan. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Hulst. Mevrouw Bouwers.

Mevrouw Bouwers: Dank u wel, voorzitter. Ook onze fractie heeft kennis genomen van de voorstellen. En we zien dat we bij de meeste gemeenschappelijke regelingen redelijk in de pas lopen. We kunnen het college ondersteunen in de zienswijzen die worden ingediend. Het lijkt ons inderdaad passend om bij de gemeenschappelijke regeling GGD aandacht te vragen voor het meewegen van ons lokale veiligheidsteam en om bij de gemeenschappelijke regeling Publiek Vervoer aandacht te vragen voor het feit dat de financiële gevolgen van de aanbesteding nog onvoldoende in beeld is. En voor wat betreft die laatste, wat onze fractie betreft, mag dat wel in iets meer concrete bewoordingen, want dat staat nu omschreven middels een verzoek om spoedig duidelijkheid te verschaffen. Dat is behoorlijk vaag. Dat mag wat ons betreft best wat steviger. Dan nog twee vragen. Allereerst over de gemeenschappelijke regeling Stark. Wij zien eigenlijk ook in de beleidsbegroting, ook in die meerjarenbegroting, onvoldoende de langjarige businesscase van Stark. En daarin zijn we toch wel benieuwd of het college zou kunnen reflecteren op een duurzame strategie, omdat wij eigenlijk terugzien dat de voorziene jaarlijkse krimp niet zo verstandig lijkt, zo op het oog. Wellicht zou daar nog even op gereflecteerd kunnen worden.

Inzake de RUD wachten wij de beantwoording van de wethouder ook graag af, maar wil ik me eigenlijk ook wel aansluiten bij de vragen die de VVD daarover heeft gesteld. Dank. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Bouwers. Dat was de eerste termijn. Ik ga dan allereerst naar wethouder Haar, om met name op de RUD te reflecteren. En dan nog even kort naar wethouder Turksma over Stark. Volgens mij heb ik dan de gemeenschappelijke regelingen genoemd waar vragen over gesteld zijn. Wethouder Haar. De heer Haar: Dank u wel, voorzitter. De RUD is altijd een interessant punt om hier in deze raad over te spreken. Voor de RUD ook buitengewoon belangrijk van hoe de raden reageren op de begrotingsvoorstellen die de RUD doet en ook op de wijze waarop de RUD op die manier ook in de publiciteit komt, in de media komt. Afgelopen weken hebben we dat weer gemerkt van dat dat op een hele negatieve manier is gebeurd helaas. En dat doet ook iets met een organisatie als de RUD. De RUD is opgericht door van bovenaf, van Rijkswege. Het is niet een organisatie die we als gemeente hebben gewild, maar die is ons opgelegd zeven, acht jaar geleden of tien jaar geleden bijna al. En dat betekent ook van dat het werk van de RUD dat dat niet het gemakkelijkste werk is.

Laten we daar ook even bij stilstaan, dat de mensen die bij de RUD werken omwille van een schoon en veilig en duurzame leefomgeving, van dat die heel belangrijk werk doen in vaak niet altijd even eenvoudige omstandigheden. Het uitvoeren van controles, één van de onderdelen van hun werk, andere kant is ook advisering en meedenken, maar het uitvoeren van controles is niet altijd het meest plezierige werk. En dat heeft er ook wel voor een deel toe geleid dat de organisatie daar de laatste jaren ook wel behoorlijk wat moeite mee heeft gehad. Dat uitte zich ook in het ziekteverzuim. En gelukkig dat we nu in de viermaandrapportage van 2023 ook zien dat de middelen die zijn ingezet, de maatregelen die zijn getroffen om te proberen het ziekteverzuim naar beneden te krijgen, dat die ook tot resultaat leiden. Van 9,5 procent in ‘22 is het nu ondertussen gedaald dit jaar tot 6,7 procent. En die dalende lijn lijkt zich nu nog verder voort te zitten. Dat is geen toevalligheid dat dat gebeurt, maar dat is wel op basis van de maatregelen die getroffen zijn. Onder andere door uitplaatsing van sommige mensen. En aan de andere kant door bijvoorbeeld preventief medisch onderzoek en dat soort zaken. Die positieve ontwikkeling wil ik ook in elk geval even noemen. Het andere punt wat genoemd wordt, dat is de invoering van de Omgevingswet. Een megaoperatie.

Wanneer we dat landelijk bekijken, dan valt dat te vergelijken met de decentralisatie van het sociale domein van 2015. Daar is het ongeveer mee te vergelijken. Qua omvang, hoeveel wetten nu samengevoegd worden in één wet en hoe dat aangepast moet worden met een heel nieuw digitaal systeem met DSO, dat is niet een geringe aangelegenheid en dat vergt ook heel veel van de organisatie zelf, maar ook van de gemeente, want die twee moeten op elkaar aangesloten worden, heel nadrukkelijk ook in het nieuwe systeem. En dat betekent

ook dat daar extra menskracht voor nodig is. Alleen één probleem is dat die menskracht eigenlijk amper beschikbaar is op de arbeidsmarkt op dit moment. Die arbeidsmarkt is in ontwikkeling. Je weet niet hoe dat volgend jaar en over twee jaar is, maar op dit moment zijn die arbeidskrachten heel moeilijk te krijgen. Nou weet je dat er extra werk aan komt. Dat wordt nu onderzocht al van, op wat voor manier zich dat precies gaat voordoen. Door de collega Omgevingsdienst in Groningen is dat onderzoek al eerder gedaan. Je weet welk extra werk er allemaal aan komt. Dat komt na 1 januari. Dan kun je afwachten tot 1 januari, wanneer blijkt dat die werkzaamheden er zijn. Dan moet je op dat moment nog beginnen met het werven van mensen om dat werk te verrichten. Dan loop je achter de feiten aan. En de enige kans om daar een beetje op een adequate manier op in te spelen, is dat je dan interim mensen moet gaan inzetten. Dat wil de organisatie eigenlijk zoveel mogelijk voorkomen. Interim mensen zijn in de eerste plaats dure mensen. Bovendien wanneer die vertrekken, nemen ze hun kennis ook weer mee. Dat wil je liever ook niet. Je wil graag op structurele inzet van mensen.

En dat betekent niet dat die mensen allemaal structureel in dienst komen, want de organisatie is dermate groot, je praat over ongeveer 140 fte, dat daar elk jaar voldoende rek in zit om aan te passen op de werkzaamheden die er zijn. En die werkzaamheden die er zijn, dat is de basis waarop begroot wordt. De uitgangspunt voor het DB van de RUD is ook, wij willen realistisch begroten. Wanneer je op 1 januari weet dat je een ziekteverzuim hebt van negen procent, dan kun je wel net doen alsof je zeven procent hebt en wilt bereiken, maar wanneer je het niet hebt, dan moet je daar wel mee rekenen. En datzelfde geldt eigenlijk ook met betrekking tot die zeven procent extra die de inzet van de Omgevingswet vraagt. Dat is niet een getal wat uit de lucht komt vallen, want de andere Omgevingsdiensten moeten daar ook mee rekenen. Die hebben daar ook onderzoek naar gedaan. Dit zijn landelijke cijfers waar dit op gebaseerd is. En wat mevrouw Assink ook zei, het is tussen de zeven en twaalf procent wat begroot is. En de RUD heeft gezegd, laten we aan de bescheiden kant gaan zitten, laten we die zeven procent nemen en laten we daarvan uitgaan. Laten we er niet voor kiezen om pas in de loop van het jaar door middel van een begrotingswijziging, want dat is dan het gevolg wat je dan moet doen, dan pas ermee te komen. Hou er nu alvast rekening mee dat dat bedrag nodig is.

En op het moment dat het nodig is, dat het dan ook beschikbaar is. Er zijn geen reserves waar uit geput kan worden om dat op te vangen. Dat bedrag moet beschikbaar zijn. Het kan bij een begrotingswijziging, maar het risico dat het dan een veel groter bedrag is, daar moet ik u in elk geval wel voor waarschuwen. Want dat risico is dan heel groot aanwezig. De afrekening vindt aan het eind van het jaar plaats. En die afrekening op basis van het aantal zakenuren wat benut is, is weer de basis voor de begroting van volgend jaar. Het is altijd een op reële gegevens gebaseerde begroting die aangeboden wordt. Wat betekent dat dat wat nu ingevoerd wordt, de extra inzet die nu gepleegd wordt, dat wanneer die niet meer nodig is, dat die dan ook niet meer begroot wordt. Het is niet zo van dat er zonder meer een feit is van dat het verhoogde bedrag van zeven procent, dat dat ook voor 2025 als zodanig benut zal moeten worden. Pas wanneer blijkt dat het nodig is, op basis van de gegevens, van de ervaringscijfers, dan kan het als zodanig worden aangegeven, maar niet als een vanzelfsprekendheid. Ik denk dat dit wat mij betreft de meest centrale vraag is die gesteld werd. Natuurlijk, er zijn een aantal dingen waar je kunt beïnvloeden. De werklast die de organisatie heeft. Het risicogericht toezicht is daar een onderdeel van.

Je kunt categorieën indelen van op wat voor manier je het toezicht wil gaan doen. Wil je dat doen op de plekken waar het risico het grootst is of wil je dat doen generiek, allemaal op dezelfde manier? Daar wordt binnen de RUD over gepraat, om zo effectief mogelijk het toezicht vorm te geven. En daar komen we binnenkort ook bij de raad nog een keer over terug, over de uitvoerings- en handhavingsstrategie. Maar op dit moment zou ik u willen aanraden op dit moment geen zienswijze in te dienen, omdat denk ik het verstandiger is om te anticiperen op dat wat gaat gebeuren in het komende jaar. En daarbij denk ik dat het aangegeven kan worden dat het bedrag wat daarvoor nodig is, dat dat niet als structureel kan worden aangemerkt, maar alleen maar op basis van reële cijfers. Wanneer dat nodig mocht zijn van dat het dan voor het daaropvolgende jaar ook opgevoerd kan worden.

De voorzitter: Dank u wel, wethouder. Ik zie nog een vraag van de heer Brouwer. De heer Brouwer: Dank u wel, voorzitter. Ik ben enigszins gerustgesteld door de woorden van de wethouder. Ik heb alleen nog wel ... Er komt wel vraag uit voort natuurlijk. Ik begrijp hoor wat u allemaal bedoelt. En het punt is ook niet het structurele karakter. Dat zegt u zelf al. Ik ga ervan uit dat u dat niet in persoon als wethouder kan toezeggen, maar dat daar wel over gesproken is in het dagelijks bestuur. Ik vind dat namelijk niet terug in de ontwerpbegroting. En dat vind ik nogal een ding. Maar even los. U zegt, de afrekening van de begroting is aan het einde van het jaar altijd. Dat snap ik. Maar eind 2024 ... In april 2024 moet de begroting over ‘25 al gemaakt worden. Hoe wordt dat dan ... Is dat dan toch weer opnieuw een stelpost? U zegt van, die zeven procent die er nu bijkomt is niet het structurele. Hoe wordt daarmee omgegaan? Hebben jullie het daar al over gehad? De voorzitter: Wethouder Haar. De heer Haar: Dank u wel. Bij de RUD wordt een viermaand- en een achtmaandrapportage gehanteerd. En dat zijn de cijfers waarop we de volgende begroting baseren. Het is niet zo van dat pas het eind van het jaar dat mogelijk is en dat je de begroting baseert op het jaar wat daarvoor is, maar wel degelijk op het lopende jaar. De voorzitter: Dank u wel. Even kijken.

Ik kijk nog eventjes naar wethouder Turksma. Wilt u nog reageren op Stark en de losse opmerkingen? De heer Turksma: Ja voorzitter, kan heel kort. De opmerking van mevrouw Bouwers over de langjarige businesscase, daar wordt nu eindelijk aan gewerkt. Die komt. En ik ga nu niet zeggen hoe dat is gekomen, maar ik ben er wel heel blij mee. De voorzitter: Ik kijk even naar ook naar de gemeenteraad na deze beantwoording, want het is inmiddels elf uur. Ik doe een ordevoorstel om gewoon de vergadering wel af te ronden, omdat we het reces ingaan zo meteen. Bent u het daarmee eens? Even kijken hoor. Dat was de eerste termijn op gemeenschappelijke regelingen. Wie wil het woord voeren in de tweede termijn? De heer Brouwer, de heer Hulst. Gaat uw gang. Mijnheer Hulst, gaat uw gang. De heer Hulst: Dank je wel. Ik wil de wethouder bedanken voor zijn uitleg. Het stelt ons in ieder geval heel erg gerust. Er is, zou ik zeggen, grip op de zaak, wat dat betreft. Ik denk ook dat het verhaal wat de wethouder vertelt een reëel verhaal is. En ik snap ook wat de wethouder zegt, dat het altijd de RUD is die aan de beurt is. Die indruk heb ik niet willen wekken, laat ik zo zeggen. Ik vind het ook onterecht dat op of andere manier die organisatie voor mensen als een rode lap op een stier werkt. Wij hadden oprecht vragen over die zeven procent en hoe is dat geregeld? Wij zijn blij met de beantwoording.

En wat ons betreft hebben we ook geen behoefte om een zienswijze in te dienen. De voorzitter: Dank u wel. De heer Brouwer. De heer Brouwer: Dank, voorzitter. Ik durf het bijna niet te vragen, maar dertig seconden is voor mij genoeg, even schorsing. Dat ik even met mijn fractie, die ik namelijk nu niet zo kan bereiken, even kan overleggen. De voorzitter: Maar ik stel nog even voor ook de tweede termijn. Mevrouw Assink, had u nog ...

Mevrouw Assink: Nee, voorzitter, ik sluit me aan bij de woorden van de heer Hulst. Mijn belangrijkste punt zat erin, worden we op enig moment afgerekend tegen reële kosten? Dat maak ik op uit het antwoord van de wethouder dat dat ook voor die zeven procent geldt. Dat het niet klakkeloos structureel is. En dan ben ik daarmee gerustgesteld en kan ik instemmen. De voorzitter: Helder. Dank u wel. Mevrouw Brouwers. Mevrouw Bouwer: Bouwers. De voorzitter: Bouwers. Sorry. Mevrouw Bouwers: Maakt niet uit. De voorzitter: Het wordt nu wel laat. Mevrouw Bouwers: Het wordt ook heel laat. Ik sluit me graag aan bij de woorden van de heer Hulst en mevrouw Assink inzake de RUD. Inzake Stark begrijpt de wethouder ongetwijfeld dat we heel graag meer horen wanneer het beschikbaar is over de duurzame strategie van Stark. Dank u wel. De voorzitter: Dan ga ik naar ... De heer Brouwer: Voorzitter, als ik even mag, want met wat hand- en knikgebaren heeft mijn fractie eigenlijk al meegedeeld datgene wat ik wilde weten. Ik sluit mij ook aan bij datgene wat mijnheer Hulst zegt, want dat is wel een essentieel ding. En ik heb ook wethouder Haar daar weleens over horen spreken ... Met hem daarover gesproken dat die negativiteit rondom die RUD wel bepaalde vormen aanneemt die wij ook als fractie van Gemeentebelangen eigenlijk niet graag willen. Het is mensen, dat zijn geen koekenbakkers.

Die doen echt wel wat. En laat ze dan met die realistische begroting en ... Wat mevrouw Assink ook zegt, wij zijn gerustgesteld op het moment dat dat niet structureel is. En wij stemmen daarom, laat maar zeggen, in met datgene wat voorgesteld wordt. En dat is om geen zienswijze in te dienen, voorzitter. De voorzitter: Ik kijk even de gemeenteraad rond. Kunnen we de beraadslagingen afsluiten op dit onderwerp? Is er stemming gewenst? Wil nog iemand een stemverklaring afleggen? Nee. Dan is het voorstel unaniem aangenomen. Dank u wel. 8.

DWD wijziging gemeenschappelijke regeling Publiek Vervoer De voorzitter: Dan gaan we naar agendapunt 8, de wijziging van de gemeenschappelijke regeling Publiek Vervoer. Per 1 juli 2022 is de Wet gemeenschappelijke regelingen gewijzigd. Doel van de wijziging is de democratische legitimatie van de gemeenschappelijke regelingen en de kaderstellende en controlerende rol van de gemeenteraden in relatie tot de gemeenschappelijke regelingen te versterken. Wij stellen voor geen zienswijze in te dienen op de wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling Samenwerkingsorganisatie Publiek Vervoer Groningen Drenthe conform het ontwerp wijzigingsbesluit. En twee, toestemming te verlenen voor wijziging van de gemeenschappelijke regeling Publiek Vervoer Groningen Drenthe conform het ontwerp wijzigingsbesluit. Wie wil hierop het woord voeren? De heer Brouwer. De heer Brouwer: Dank, voorzitter. Ben ik de enige? Een hele korte opmerking over dit agendapunt. Dit is eigenlijk een uitvloeisel van de nieuwe Wet op de gemeenschappelijke regeling. En dit is de gemeenschappelijke regeling die indeelt datgene wat zij moeten gaan veranderen. En wij zijn het daarmee

eens. We hebben als Gemeentebelangen ook zelf aangegeven wat wij nog zouden willen. Wij kunnen ons hier helemaal in vinden en stemmen voor. De voorzitter: Mooi. Ik kijk even rond. Dan hoeft er ook geen reactie. Is er stemming gewenst? Ook niet. Dan is het voorstel aangenomen. Dank u wel. 9.

Vaststelling bestemmingsplan Oude Benderseweg 11 De voorzitter: Dan gaan we naar agendapunt 9. Een hamerstuk. Vaststelling bestemmingsplan Oude Benderseweg 11. Dat is conform aangenomen.

10. Verklaring van geen bedenkingen Weideweg 36 Ruinerwold De voorzitter: Dan gaan we naar agendapunt 10, verklaring van geen bedenkingen Weideweg 36 Ruinerwold. Stemming gewenst? Ook niet. Conform aangenomen. 11. Lijst ingekomen stukken juni 2023 De voorzitter: Dan gaan we naar de ingekomen stukken lijst. En ik dacht dat mevrouw Kippers een opmerking wilde maken over ingekomen stuk nummer 16. Mevrouw Kippers-van Lint: Dat klopt. Dank u wel, voorzitter. Er is de vraag om gehoor te geven aan een oproep, want zij zijn bezig met te kijken hoe je op een natuurinclusieve manier met je groen kunt omgaan als het om gemeentegroen gaat. Gezien wij het ook nog gaan hebben over hoe je ook klimaatadaptief te werk kunt gaan, dacht ik, deze sluit er volgens mij heel goed bij aan. Daarom ook de vraag om hier een reactie op te geven, zoals de oproep luidt. Dat was hem. De voorzitter: Dank u wel. En dan geef ik het woord aan mevrouw Haanstra, die op ingekomen stuk nummer 22 wilde ingaan. Het ontslag van wethouder Van Dijk. Mevrouw Haanstra: Voorzitter, wethouder Egbert van Dijk gaat ons verlaten. Hij wordt gedeputeerden in de provincie Drenthe. Heel erg jammer voor ons, maar het is hem uiteraard van harte gegund. Wij hebben Egbert leren kennen als een enthousiaste, vakkundige en bevlogen bestuurder met een groot hart voor de inwoners van De Wolden.

Je schrijft in je ontslagbrief dat je je als een vis in het water hebt gevoeld. En dat is inderdaad ook het beeld dat we van jou hebben. Provincie Drenthe kan wat ons betreft haar handen dichtknijpen met zoveel kwaliteiten die Egbert meebrengt. En boven alles is hij een ontzettend leuk mens. Zoals u van Gemeentebelangen gewend bent, wordt er achter de schermen hard gewerkt aan een nieuwe invulling van deze vacature. Volg de berichtgeving, want u kunt ervan op aan dat binnen afzienbare tijd een nieuwe wethouder namens Gemeentebelangen voor de gemeente De Wolden zal worden voorgedragen. Egbert, dank voor je grote inzet voor Gemeentebelangen en voor de gemeente. En we wensen je heel veel succes. Het ga je goed. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Haanstra. Dan kunnen we de ingekomen stukken lijst daarmee vaststellen. En alvorens ik tot sluiting van deze vergadering overga, pak ik dan graag ook dat stokje nog even over, want het is natuurlijk toch bijzonder gegaan de afgelopen twee, drie weken, Egbert, denk ik? Vijf. Toch alweer vijf? Het voelde wel als een soort rollercoaster. Opeens het bericht van dat je gevraagd was als kandidaat gedeputeerde. En vanaf die tijd ook volop erin dook om de gesprekken aan te gaan, de

onderhandelingen aan te gaan. En we wisten natuurlijk dat BBB hier ook in De Wolden natuurlijk ongelooflijk veel stemmen heeft gekregen. Hoe trots zouden we eigenlijk kunnen zijn dat we ook vervolgens vanuit De Wolde een gedeputeerde lijken te gaan leveren. We moeten nog steeds altijd een slagje om de arm houden. Maar vanaf dat moment dat dat bekend werd, ik denk dat je leven aardig op zijn kop heeft gestaan om enerzijds natuurlijk de gesprekken aan te gaan, je voor te bereiden op een nieuwe stap. En dat is je ongelooflijk gegund, want het is een unieke kans denk ik die je krijgt. En ik denk ook dat we daar als gemeente alleen maar trots op kunnen zijn. De Wolden, vitale plattelandsgemeente. We vertrouwen erop dat je ook onze belangen daarin goed mee zult nemen. We wachten rustig af de kandidatuur, de nieuwe kandidaat die door Gemeentebelangen naar voren gaat worden geschoven. Maar we zijn blij dat we ook op het hoogste niveau in de provincie vertegenwoordigd worden. Zo mag ik het misschien niet helemaal noemen, maar ik denk wel dat we heel erg blij zijn daarop. Egbert, we rekenen op je. We willen je bedanken voor je inzet hier in De Wolden, afgelopen tweeëneenhalf jaar, denk ik ongeveer. Grote betrokkenheid. Ik heb nog snel even wat woorden bij elkaar geraapt, omdat je er eigenlijk vanavond niet zou zijn. Vandaar dat ik helemaal ...

Begindatum heb ik niet één, twee, drie meer teruggetrokken, maar volgens mij komt het neer op tweeënhalf jaar. Brede portefeuille, waarbij je heel zichtbaar was in de samenleving. En we zien vol vertrouwen ook de nieuwe kandidaat komen. En die komt in een gezellig college, goede gemeenteraad. Ik vertrouw daar gewoon op. Nu is je laatste raad. We hebben nog een apart afscheid, maar ik denk dat het ook heel netjes is om hier op deze plaats jou te bedanken voor je inzet. Wat is mooier dan het reces zo meteen ingaan met zijn allen en we hebben de Kadernota vastgesteld, portefeuillehouder financiën, dat kan je keurig ... Ook al de laatste twee vergaderingen heeft wethouder Turksma dat met verve waargenomen. En zien we ook dat dat gaat werken als college gezamenlijk. Dank voor je inzet. 12. Sluiting De voorzitter: Dank ook gemeenteraad voor een hele goede vergadering over met name de Kadernota natuurlijk, belangrijk. Alle gemeenschappelijke regelingen. We gaan de komende tijd het reces in. En we hopen dat we daar rustig doorheen kunnen gaan. Ik wens iedereen een hele goede zomervakantie. Lekker uitrusten. En we zien elkaar sowieso in september weer. Wie weet hoeveel eerder alweer. Ik dank de ambtenaren voor de enorme inzet die ze afgelopen weken hebben getoond, want we hebben maar liefst drie raadsvergaderingen achter elkaar met zijn allen gedaan. Dank daarvoor.

Dank ook voor mensen die nog meekijken thuis. Dank voor de mensen op de tribune hier zo trouw. En ik wens u allen een goed zomerreces. Egbert een goede start bij de provincie. En dank jullie wel. En daarmee sluit ik deze vergadering met een overhandiging van een bos bloemen aan onze kandidaat gedeputeerde. Dank jullie wel. Mag ik u uitnodigen voor de traditionele uit afsluitende borrel hiernaast. Dank u wel.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13119455/2