CConstaterende datDe Wolden
Koppel je AI →
Document · PDF

Transcript Gemeenteraad De Wolden 29.06.2023

Gemeenteraad 29 juni 2023, gemeente De WoldenBij agendapunt: Opening29.177 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

2 alinea's met “sluiting”: 156 158

Mevrouw Bouwers: Als wij kijken naar hoe we er de komende jaren dreigen voor komen te staan, dan vind ik het helemaal niet prima hoe het nu gaat en zou ik graag meer inzicht en betere kaders hebben in hoe onze gemeentelijke financiën zich ontwikkelen. En dat zouden we onder andere kunnen doen door middel van het vaststellen van financiële kengetallen. De voorzitter: De heer Hulst. De heer Hulst: Dat zou heel goed kunnen hoor, maar ik moet zeggen dat ... Overigens ben ik niet zo bang voor al die ravijnjaren en dat soort dingen allemaal. Die doemscenario’s geloof ik eigenlijk ook niet zozeer in. Dat leert de ervaring ook wel. Tegelijkertijd, als je grip op je financiële huishouding van kengetallen moet hebben, daar geloof ik ook niet zo in. Als ik kijk naar wat erin komt, wat eruit gaat, wat er zoal gebeurt, wat voor reserves we hebben, als je een beetje kijkt ook wel, want die getallen zijn er en dan kijk je, gaan ze omhoog, gaan ze omlaag? Hoe ziet het er een beetje uit? Dan kan ik al redelijk inschatten van, gaan we de goede kant of niet? Ik heb niet per se dan allerlei kengetallen nodig die op een bepaalde manier neergezet worden om dat te kunnen doen. Vandaar dat wij die behoefte ook niet hebben om dit te gaan doen. De voorzitter: Nog een laatste interruptie op dit onderwerp. Mevrouw Bouwers. Mevrouw Bouwers: Eerlijk gezegd, ik ken uw beroep niet.

Ik ben in ieder geval geen accountant. Ik zou er toch voor pleiten om voor de raad, in de brede zin, die duidelijkheid en daarmee toch ook een stukje transparantie wel te kunnen bieden. Dank u wel. De voorzitter: Vervolgt u uw inbreng, mijnheer Hulst. De heer Hulst: Ik ben ook geen accountant, maar ik loop al wel een tijdje mee in deze raad. En dan leer je ook veel. Zeker. Even kijken. Voorleesfunctie is ingetrokken. Breedtesport is ingetrokken. Bibliotheek, ook ingetrokken. Dan hebben we nog PvdA over het grasfalt. Na de beantwoording van de wethouder hebben wij

het meer opgevat, deze motie, als een soort algemene oproep om innovatief te zijn en te kijken naar innovatieve toepassingen en duurzame toepassingen, hergebruik van dingen. De wethouder zei dat toe. Die zei er ook bij van, maar dat doen we ook en dan kijken we ook naar andere dingen. Dat zou wat ons betreft ook wel voldoende zijn. Dan zouden we niet per se ook nog de motie hoeven te ondersteunen, wat dat betreft, omdat eigenlijk het college aangeeft van, maar wij kijken hier goed naar, wij zijn hiermee bezig. En dan hadden we nog ... Die is aangehouden, college van inwoners. Dan ben ik er al door, voorzitter. Dank u wel. De voorzitter: Keurig, mijnheer Hulst. Ik ga naar GroenLinks. Mevrouw Kippers. Mevrouw Kippers-van Lint: Dank u wel, voorzitter. Met de beschouwing ben ik eigenlijk al heel uitgebreid geweest over hoe wij hiernaar kijken. Ik wil dan ook het college bedanken voor beantwoording onze vragen. De onderwerpen waar we het vooral over hadden, waren dienstverlening, voorzieningen, verkeer en infrastructuur, bouwen en investeringen. Vooral dienstverlening kwam vaak bij meerdere beschouwingen ook van andere partijen terug. Wij hadden daar ook een motie bij. Die hebben wij ingetrokken. Dat is de voorleesfunctie.

Vooral ook omdat we heel blij waren te horen dat er nog een veel beter plan tegenover stond, namelijk een spraakfunctie die ook nog voor een gedeelte kan vertalen. U begrijpt, we gaan het natuurlijk wel opvolgen om te kijken of het inderdaad ook zo werkt als beloofd. En het wil niet zeggen dat we dan het hier ook bij laten. Als het nodig is, dan zullen wij natuurlijk weer net zo kritisch terugkomen. En indien nodig ook alsnog met een motie komen. Hij is wat dat betreft wel ingetrokken, maar niet helemaal van tafel. Maar toch houden we hem niet aan, omdat er een beter alternatief was. Die heb ik dan meteen ook even benoemd. Verder kan ik ook wel meteen doorgaan. Als ik het dan ook over voorzieningen heb, dan kom ik ook meteen bij de motie voor Biblionet. Wij kregen te horen dat er ook al extra gelden vanuit het Rijk komen. En wij willen eerst afwachten wat dat gaat doen met de bijdrage. En dat maakt eigenlijk ook onze motie overbodig, want dan wordt waarschijnlijk al het bedrag per inwoner daarmee verhoogd. Dat was voor ons ook een reden om die dan weer in te trekken. Dan komen we ook nog bij steun breedtesport, is en moties die we hebben in getrokken. We hebben net ook al bij de inspreker gehoord dat het niet zozeer om een bijdrage gaat, maar veel meer om een locatie om de breedtesport goed uit te voeren. En dan hebben we het eigenlijk al over hele andere zaken.

En daarvan hebben wij zoiets van, dat is ook niet helemaal in de lijn van onze motie. Wij willen nog wel de breedtesport, vooral dan de paardensport, ondersteunen, zeker omdat er wordt gezegd dat De Wolden ook echt een paardengemeente is. En de professionele sport wordt ruim ondersteund. En wij hopen dat we zeker ook niet de amateursport zullen laten vallen, maar dat is iets waar we een later moment op terug zullen komen en niet deze vergadering. Vandaar dat we die hebben ingetrokken. Even kijken. Hebben we ook nog natuurlijk een amendement ingetrokken. En dat ging over de subsidie voor Scala. Ook daarbij kwam eigenlijk al een heel mooi alternatief, met ook een uiterste datum van 1 januari 2024, als uiterste termijn om met een nieuwe structuur te komen waar dat bedrag heen kan gaan. En wat dat betreft was dat voor ons voldoende reden om het amendement in te trekken. En wij zullen dan ook kijken wat dan die nieuwe structuur gaat worden en wat voor effect dat met zich meebrengt. En indien nodig kunnen we daar op een later termijn weer op reageren. Dat over dat we zoveel ook weer hebben ingetrokken. We hebben ook nog een aantal moties en amendementen mede ingediend. Die ga ik dan ook even kort bij langs, want voor een groot deel is er al wat over gesproken. Dat gaat bijvoorbeeld over het amendement wat we samen met CDA indienen eigenlijk voor de activiteiten voor vrijwilligers.

Want wij zijn ook van mening dat de intentie was om echt tot compensatie te komen met het wegvallen van de inkomsten voor oud papier. En daar moet dan ook echt iets tegenover staan om dat financiële gat te vullen. En wij sluiten er helemaal bij aan dat het ... Nu lijkt het de richting op te gaan alsof er allerlei activiteiten worden bedacht die ook met andere subsidies vergoed kunnen worden. En anders is er ook nog altijd een vrijwillige bijdrage. Ik denk dat het al heel helder door het

CDA verwoord is en dat ondersteunen wij van harte door het ook mede in te dienen, maar ook die uitleg lijkt ons wat dat betreft voldoende. Dan hebben we ook nog ... De voorzitter: U heeft een interruptie. Mevrouw Haanstra. Mevrouw Haanstra: Ook beluister ik hetzelfde als wat mevrouw Bouwers net ook al zei vanuit het CDA, het lijkt of u een glazen bol heeft en dat u al weet wat er in de toekomst straks in november aan ons gepresenteerd wordt. Ik hoor echt iets van, u loopt er echt op vooruit en daar trekt u dan al conclusies uit. De voorzitter: Mevrouw Kippers. Mevrouw Kippers-van Lint: Ik heb ook gewoon mijn oren open en ik hoor ook waar mensen over aan het brainstormen zijn die voorheen het oud papier ophaalden. En dan zijn dit wel de geluiden die je hoort. Dat er daadwerkelijk wordt nagedacht over, wat kunnen we dan nog bedenken om nog maar dat gat te vullen? En dat zijn geluiden waar wij op reageren. Wij zijn er ook als volksvertegenwoordiger voor om wat met die geluiden vanuit de gemeente te doen. Wij anticiperen daar alvast op. U kunt het een glazen bol noemen, wij noemen het de oren openhouden. Dan ga ik verder met amendement 3, terugverdiencapaciteit. Het werd aangegeven dat het niet onmogelijk was. Wij denken ook dat het goed is om, zeker als er pessimistisch begroot wordt, daar ook wat meer een stok achter de deur met dit amendement erin te zetten.

Volgens mij is hij ook voldoende toegelicht en wij sluiten daarbij aan. Even kijken. De motie dienstverlening, heeft de VVD al toegelicht. Die dienen wij ook mede in. Die houden wij dan ook mede aan. Wij vonden ook nog motie 8 van het grasfalt heel interessant. En bij de nieuwe versie heeft u ook gezien dat we daar mede indiener van zijn, want wij zijn er altijd al voorstander van om te kijken of het ook op een andere mogelijkheid uit te voeren is wat duurzaam kan. En wij zijn altijd bezig hoe je met de infrastructuur omgaat. Wat dat betreft kunnen wij hier ook helemaal bij aansluiten. Ik verwacht dat PvdA dit straks ook verder zal gaan toelichten. Dan kom ik nog even bij de anderen. Volgens mij heb ik nu alles wel gehad waar wij ook mede-indieners van zijn. Even kijken. Dan begin ik met amendement 1. Eigenlijk is daar ook al heel veel over gezegd. Zeker nu al. We merken door de inflatie dat de kosten steeds hoger geworden. En wij vinden niet dat zoiets belangrijks als zwembaden of cultureel netwerk daarvan de gedupeerden hoeven te zijn. Wij zijn er als gemeente om ook voor een gedeelte te ontzorgen. Wij verwachten altijd een proactieve houding. En dan lijkt het ons goed om daar ook bij vast te houden en niet vanuit angst en vanuit financieel oogpunt daar anders mee om te gaan, want dan doe je ze tekort. Er is al genoemd dat dat dan ook een verkapte bezuiniging is.

En zo zien wij dat ook. De voorzitter: Mevrouw Haanstra. Mevrouw Haanstra: Ik reageer even op het woordje angst. Dat is helemaal geenszins ingestoken vanuit angst. We hebben het heel vaak over solide financieel beleid. En wij vinden dat gewoon bij solide financieel beleid horen dat je verantwoord omgaat met je geld. En als je weet dat er misschien wel heel veel op ons af gaat komen met enorme hoge kosten, dan heeft het daarmee te maken. En dat heeft niks met angst te maken. De voorzitter: Mevrouw Kippers. Mevrouw Kippers-van Lint: Ik denk dat zwembaden en ook binnen de culturele sector ze ook niet zo blij zullen zijn met de hoge kosten. En wij als gemeenten kunnen daar prima in ondersteunen. Dan ga ik naar de robotmaaiers. Even kijken. Of ik ga volgens mij nu te snel. Ik sla er één over. Eerst was nog de dranghekken. Op zich sympathiek idee. Het moet inderdaad niet uitmaken wat de afstand is in De Wolden. Er wordt wel aan gewerkt. Daar zijn we inderdaad bewust van, dat het opgepakt wordt. Maar ook deze vonden we wel een

mooie stok achter de deur. Daar kunnen we op zich wel in meegaan. Dan kom ik wel bij de motie 2, robot grasmaaien. Dit zou een activiteit kunnen zijn die door vrijwilligers kan worden uitgevoerd, die nu een gat moeten vullen met het oud papier wat niks meer oplevert. Het zou dan sneu zijn als dat voor hun neus weg wordt gekaapt door een robotmaaier. Die steunen wij niet. De voorzitter: Daar heeft u een interruptie op. Mevrouw Haanstra. Mevrouw Haanstra: Dank u wel. Dat wil ik graag wel even iets over zeggen. Want ik heb toch ook uitgebreid net toegelicht dat het ook zeker duurzaam is ingestoken deze motie. En dat moet toch de fractie van GroenLinks aanspreken. De voorzitter: Dan gaan we naar de fractie van GroenLinks. Mevrouw Kippers. Mevrouw Kippers-van Lint: Ik weet dat niet alleen robotmaaiers elektrisch zijn, ook andere vormen van maaiers waar je gewoon nog mankracht voor nodig hebt, kunnen elektrisch worden uitgevoerd. Je hebt er karretjes voor. De ontwikkelingen gaan verder. Ik denk dat er wel meer mogelijkheden zijn dan alleen de robotmaaiers. En nogmaals, wellicht is dat ook wel een van de activiteiten die wordt opgenoemd door de vrijwilligers die een gat willen dichten nu oud papier wegvalt. Dan ga ik door naar motie 3 over de kengetallen. Voor de visuele denkers, dat ben ik zelf wel, zie ik dat een beetje als een soort zones van groen, oranje en rood.

En volgens mij gaan wij nu die zones een beetje inkleuren om te zien wanneer we in het rood komen, wanneer we veilig binnen de marges van het groen blijven en wanneer we naar het rood dreigen te gaan. En volgens mij is daar niks mis mee om daar een beetje richting aan te geven, want volgens mij is het nog helemaal niet zo strak ingesteld, is er nog voldoende ruimte voor die flexibiliteit, want het kan inderdaad enigszins fluctueren. Wat dat betreft kunnen wij die ondersteunen. Volgens mij heb ik ze dan allemaal gehad, want motie 9 wordt nog aangehouden. Dat was mijn bijdrage. De voorzitter: Helder. Dank u wel, mevrouw Kippers. Dan ga ik naar mevrouw Assink, PvdA. Mevrouw Assink: Dank u wel, voorzitter. De behandeling en de beantwoording in eerste termijn door het college heeft bij ons geen verdere vragen of reacties opgeroepen. Eigenlijk wilde ik mij beperken tot de toelichting op onze eigen amendement en motie en een reactie op de overige amendementen en moties Wat de inbreng van onze fractie betreft zijn de motie over grasfalt en het amendement dat we samen met Gemeentebelangen hebben ingediend ten aanzien van niet structureel indexeren nog aan de orde. En waarom we dat amendement toch in stemming willen brengen, is omdat de argumenten die we in eerste termijn aanvoerden ons inziens nog steeds steekhoudend zijn.

Waarbij voor onze fractie het belangrijkste bezwaar zit in het structurele karakter van de indexatie. Wat ik wel wil benadrukken, is dat we met dit amendement op geen enkele wijze een inhoudelijk waardeoordeel of een diskwalificatie uitspreken over culturele instellingen en zwembaden. En dat we eigenlijk hetzelfde standpunt hadden gehad voor ieder willekeurig onderwerp waar die subsidie op betrekking gehad zou hebben. Culturele instellingen en zwembaden zijn ... De voorzitter: U heeft een interruptie. Mevrouw Bouwers. Mevrouw Bouwers: Dank u wel, voorzitter. Ik luister naar mevrouw Assink en ik hoor, het zou eigenlijk niet uitmaken bij welke organisatie of op welke subsidieontvanger dit ook betrekking zou hebben. Is mevrouw Assink dan van mening dat de gemeentefondsen die zij uitkeert ten behoeve van haar inwoners haar en haar organisaties dan helemaal niet zou hoeven indexeren?

De voorzitter: Mevrouw Assink. Mevrouw Assink: Laat ik mijn betoog vervolgen en dan beantwoord ik die vraag. Wij zijn niet tegen helemaal niet indexeren, want wij stemmen nadrukkelijk in met de indexatie van 2024. Maar wat wij wel zeggen, de volgende stap zou dan niet structureel jaar op jaar indexeren moeten zijn, maar maak eens een inventarisatie van alle instellingen en activiteiten die de gemeente subsidieert, de inhoud van die diensten en die activiteiten. Hou dat eens tegen het licht, ook in het kader van effectiviteit van ons beleid. En laten we vervolgens dan structureel en gestructureerd bepalen hoe we in de toekomst om willen gaan met het subsidiëren en het eventueel indexeren. En dan die inventarisatie mee te nemen in de financiële overwegingen bij de begroting. Want wat ik daar nog aan toe wil voegen, ik heb ook technische vragen gesteld over dit onderwerp. Want in eerste aanleg lijkt het raar dat alles geïndexeerd wordt, behalve zwembaden en culturele organisaties. Het antwoord waarom dat tot dusver niet gebeurde, is het was tot dusver niet nodig. Het beeld dat hier geschetst wordt, het blijft maar duurder worden en de kaartjes worden straks onbetaalbaar, daar is denk ik wel wat op af te dingen, want blijkbaar was de noodzaak er in het verleden niet om te indexeren. We zien in 2023 een enorme inflatie. Daar moeten we op acteren.

Dat doen we nu ook, dat indexeren 2024. Wat ik in de eerste termijn ook al zei. Ik denk als wij nu over elkaar heen buitelen met structureel te blijven indexeren, dat de inflatie een self fulfilling prophecy wordt en dat we die zelf hooghouden. Laten we even pas op de plaats maken. Eens even kijken hoe die inflatie zich überhaupt ontwikkelt. En dan kunnen we in 2025 en verder kijken. En laten we in zijn algemeenheid eens kijken van, wat subsidiëren we allemaal? In hoeverre past dat in ons beleid? En dan kan misschien wel de conclusie zijn van, we moeten nog meer indexeren dan het hier voorgesteld wordt, want dat is hoe de wereld er in werkelijkheid uitziet. Maar nu een voorschot nemen om wat er zou kunnen gebeuren in 2025, zonder dat daar in alle voorgaande jaren enige aanleiding toe is geweest, lijkt maar geen goed plan. De voorzitter: Mevrouw Bouwers. Mevrouw Bouwers: Dank u wel, voorzitter. Ik luister naar mevrouw Assink en ik hoor haar zeggen, eigenlijk hebben we onvoldoende in beeld hoe de effectiviteit van sommige subsidiestromen is. En als ik dan kijk naar wat er in het amendement staat, dan verbind ik daar zelf de conclusie uit dat culturele instellingen en zwembaden daar de rekening van mogen betalen. En dat vind ik heel bijzonder.

Ik denk dat het inderdaad belangrijk is dat wij goed in beeld hebben waar het gemeentelijke geld, wat niet van ons is natuurlijk, maar van onze inwoners, waar dat terechtkomt, hoe dat wordt besteed en of dat inderdaad effectief is. Ik denk niet dat wij in deze zouden moeten zeggen, met uitzondering van 2024, dan moeten we maar niet gaan indexeren. Ik snap niet dat de Partij van de Arbeid een amendement als dit kan indienen. Dank u wel. Mevrouw Assink: Voorzitter, ik denk dat ik niet verder heb toe te voegen op wat ik net zei. Wij indexeren voor 2024, omdat we dit belangrijke instellingen vinden. En ik denk dat dit een goed moment is om in zijn algemeenheid eens te kijken, wat subsidiëren we nu en hoe gaan we daar mee verder in zijn algemeenheid? De voorzitter: Vervolgt u uw betoog. Mevrouw Assink: Dan ten aanzien van de amendementen en de moties van de andere partijen. Het amendement van de vrijwilligers. Eigenlijk hadden wij dezelfde interpretatie van die motie oud papier als die het CDA gaf. En onze fractie heeft in eerste termijn ook gemeld dat we het verstandig vinden om bij de overheveling van taken aan de vereniging zoveel mogelijk te kijken naar gemeentelijke taken, zodat een en ander budgettair neutraal kan. De wethouder gaf in de beantwoording aan dat het aannemen van het amendement het afstemproces met de verenigingen zou verstoren.

Als dat zo zou zijn, is dat geen gewenst

effect. Maar eigenlijk begrijp ik niet wat er dan precies verstoord zou kunnen worden. Eigenlijk zou ik daar nog graag een toelichting op willen hebben. Want inhoudelijk zijn we het eigenlijk wel eens met de strekking van het amendement en verwachten wij ook bij de begroting een budgettair neutraal voorstel aan te treffen in plaats van een verzoek voor extra budget. Op basis van de verdere toelichting van de wethouder kan ik daar een definitieve reactie op geven. Dan ten aanzien van de terugverdiencapaciteit. Het lijkt onze fractie niet gewenst om op dit moment extra druk op de organisatie te zetten en al een taakstelling ten aanzien van terugverdiencapaciteit neer te leggen. Eigenlijk is men in de organisatie bezig om, noem het maar fixing the basics, te doen dit jaar en volgend jaar. En we hebben er vertrouwen in dat er, indien er meer terugverdiend wordt dan waar nu op voorgesorteerd wordt, dat we dat op een ordentelijke wijze gaan terugzien in de jaarresultaten. Dan ten aanzien van de motie van de dranghekken. We zijn het ermee eens dat dranghekken voor elk dorp even duur zouden moeten zijn. Het moet niet afhankelijk zijn van de locatie. Of het gratis zou moeten, kan ik niet beoordelen, want daar ken ik eigenlijk de financiële impact niet van. Maar goed, er wordt gevraagd om dat te onderzoeken. Zoek in ieder geval uit wat het kost.

En dan kunnen we bij de, ik had hier staan begroting, maar het wordt bij de Kadernota volgend jaar, beoordelen of kiezen voor gratis of wellicht een gelijke verdeling van de kosten dan aan de orde is. Dan ten aanzien van de motie robot maaien. Onze fractie is eigenlijk van mening dat verenigingen zelf verantwoordelijk zijn voor de wijze waarop ze onderhoud willen uitvoeren en welke middelen ze daarvoor willen inzetten. En verder vragen we ons af, gaat hier ook een mogelijke precedentwerking vanuit richting andere verenigingen, die dan wellicht ook materiaal zouden willen hebben? Met die motie stemmen wij niet in. De voorzitter: Mevrouw Haanstra wil daarop reageren. Mevrouw Haanstra: Dank u wel. Het gaat hier nadrukkelijk om een peiling van een behoefteonderzoek. Als je dat eenmaal hebt gedaan, dan kan je kijken wat daar verder uitkomt. De voorzitter: Mevrouw Assink. Mevrouw Assink: Dat heb ik me gerealiseerd, maar tegelijkertijd denk ik ook, als je een onderzoek doet, moet je iets met die uitkomsten en schep je misschien toch bepaalde verwachtingen. En eigenlijk zeg ik op voorhand al van, dit is een uitvoeringsvraag waar de verenigingen zichzelf over moeten buigen. En heb ik eigenlijk ook geen behoefte aan een onderzoek in deze. De voorzitter: Vervolgt u uw betoog. Mevrouw Assink: Dan de financiële kengetallen.

We zijn het ermee eens dat we kaders nodig hebben om degelijk financieel beleid te kunnen voeren. En de bewering van het college dat er wederom een solide beleid is gevoerd, die wordt onvoldoende onderbouwd in de Kadernota. Wij stellen voor, laten we het gesprek over het wel of niet vaststellen van kengetallen en wat de definitie van solide financieel beleid is in de financiële werkgroep te voeren. Want ik kan namelijk niet overzien wat de consequenties zijn van het willen vastleggen van kengetallen. Eigenlijk ook al waar de VVD aan refereerde. Heeft dat invloed op onze bewegingsruimte, ja of nee? Laten we eerst dat begrijpen en dan kunnen we vervolgens bepalen of we inderdaad iets in absolute getallen willen vastleggen. De voorzitter: U heeft een vraag van mevrouw Bouwers. Mevrouw Bouwers: Dank u wel, voorzitter. Wanneer het gaat over de financiële kengetallen kijken wij als fractie ook uitdrukkelijk naar de financiële werkgroep. En wanneer we kijken naar die kengetallen, kijken ook

naar de algemene reserve, omdat we al weten dat we daar langjarig op interen. En nu staat in het laatste verslag van de werkgroep van begin juni klip en klaar dat de discussie over de algemene reserve in de raad gevoerd moet worden. En we vinden in de verslagen van de werkgroep financiën niet terug dat er nader onderzoek plaatsvindt. Ik heb toch het idee dat daarmee een discussie over kengetallen volledig tussen wal en schip aan het val vallen is als we dat hier in deze raad niet nader willen bespreken. Graag daar een reactie op van mevrouw Assink. De voorzitter: Mevrouw Assink. Mevrouw Assink: We hebben in de financiële werkgroep met name gesproken daar over de algemene reserve. En daar een technische toelichting op gehad. We moeten inderdaad als raad iets vinden van, hoe willen we daarmee omgaan, met die algemene reserve? Voor mij is dit een nieuw aspect, sturen op die kengetallen, weerstandsvermogen, alle aspecten die u noemt. Ik vind volkomen het terecht om daar ook aandacht voor te vragen. Die oproep ondersteun ik van harte. En wat mij betreft brengen we het integraal terug in de financiële werkgroep, om niet alleen te spreken over algemene reserve, maar ook over al die kengetallen. Dat we ook daar snappen van, als we ons committeren aan bepaalde minima of maxima heeft dat implicaties in je financiële flexibiliteit.

En om het dan uiteraard terug te brengen in de raad, want we kunnen niet als financiële werkgroep zulke belangrijke besluiten nemen. Maar het is een vrij technisch verhaal. Ik denk, laten we de techniek in de werkgroep voeren en dan met een voorstel terugkomen in de raad. De voorzitter: Mevrouw Bouwers Mevrouw Bouwers: Dank u wel. De motie verzoekt natuurlijk het college om daar juist met een voorstel over te komen. Dat lijkt mij ook de juiste volgordelijkheid. Uiteraard in afstemming met de financiële werkgroep. Maar het lijkt me niet aan leden van de financiële werkgroep om daar voorstellen omtrent te doen. Vandaar ook onze motie, zet het college in haar kracht en zorg ervoor dat vanuit die hoek een voorstel rond die financiële kengetallen komt. En de besluitvorming vindt uiteraard in de raad plaats. De voorzitter: Mevrouw Assink. Wilt u uw verhaal vervolgen of wilt u nog reageren? Mevrouw Assink: Nee, ik heb verder geen reactie daarop. En even kijken. Dan heb ik, dacht ik, alleen nog de grasfalt motie waar ik nog op moet ... De voorzitter: Dat is correct. Mevrouw Assink: Er is een aangepaste versie uitgedeeld, waarbij ik zie dat helaas de kop nog niet juist is aangepast. De titel moet zijn, motie onderzoek toepassen grasfalt bij, moet het zelf goed zeggen, fietspaden en andere wegverhardingen, zodat de kop ook de lading dekt.

En dan is het inderdaad zo dat we de verwijzing naar de fietsnota bij overwegende dat eruit halen, zodat we de motie breder kunnen trekken. En bij is van oordeel dat en verzoekt het college om ook hier te kijken naar fietspaden en wegverhardingen. En dan hebben we verder toegevoegd bij verzoekt het college de uitkomst en ook de consequenties mee te nemen. En wat we met consequenties bedoelen, is eigenlijk, zoals ik eerder al zei, in de brede zin. Heeft het impact op de levensduur van de wegverharding? Is er impact op de financiën? Wat is de impact op duurzaamheid, et cetera? En dan met een afgewogen oordeel mee te nemen in de uitvoering van onderhoud van fietspaden en wegverhardingen. De voorzitter: Helder. Ik denk toch nog een verhelderende vaag. Mevrouw Bouwers.

Mevrouw Bouwers: Dank u wel. Inderdaad een verhelderende vraag. Waarom is er in de motie gekozen voor de term wegverhardingen in plaats van wegen? Valt er dan iets buiten? De voorzitter: Mevrouw Assink. Mevrouw Assink: Nee, omdat we eigenlijk dachten dat we juist met wegverhardingen het meest compleet waren. Maar als dat weer vraag oproept ... Het komt erop neer wat we eigenlijk zeggen van, alles wat er aan wegen of fietspaden whatever aan te leggen is, neem dat mee. Dat je zo breed mogelijk denkt. We dachten dat dit de beste term was. Mevrouw Bouwers: Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Lijkt me helder. Mevrouw Bouwers, is helder? U heeft uw tweede termijn afgerond, mevrouw Assink? Dan ga ik naar de ChristenUnie. De heer Den Hollander. De heer Den Hollander: Dank, voorzitter. Ook wij hebben met tevredenheid zitten luisteren naar de beantwoording van het college op de vragen die wij en andere partijen hadden in de eerste termijn. Waarvoor dank. Terugkijkend op de reactie zou ik er een klein aantal zaken uit willen pikken, vooral omdat ze mij positief stemden.

We hoorden bijvoorbeeld wethouder Turksma, ook al even aangestipt door de collega van het CDA, over de voorzieningenwijzer bevestigen dat ook in onze gemeente daar sprake is van een huisbezoek of een gesprek bij de inwoner in de leefomgeving in plaats van achter de, in ieder geval voor sommige inwoners, betrekkelijk hoge drempel van het gemeentehuis. En dat ook daarna nog altijd ruimte is voor vergelijkbare, laagdrempelige gesprekken. Ik ben het helemaal eens met mijn collega van het CDA dat dat wat mij betreft, wat ons betreft past bij het soort gemeente wat we willen zijn. Ik hoor wethouder Haar zeggen dat de inwoner centraal staat en dat we geen bedrijf zijn, op mijn opmerking over het gebruik van het woord klant. Ook dat doet me goed en verbaast mij eerlijk gezegd niet van de wethouder dat we dat met elkaar eens zijn. Dank voor die bevestiging daarop. En ik hoor zowel wethouder Haar als volgens mij ook wethouder Van Dijk inderdaad, ook al eerder aangestipt door collega’s vanavond, bevestigen dat we in september in een interne raadsvergadering weer bij worden gepraat over de ontwikkelingen in de ambtelijke organisatie. Daar kijken we reikhalzend naar uit. Als laatste de portefeuillehouder over portefeuille 1. Onder andere over het instellen van een werkgroep voor communicatie en dialoog, integratie en participatie met nieuwe inwoners. Dat doet ons goed om te horen.

En dan eigenlijk al op basis van de reactie van de portefeuillehouder op onze motie. Ik hoor de portefeuillehouder stellen dat we al veel doen als gemeente om inwoners te betrekken. Dat de motie heel erg wordt gezien als in lijn met wat er al gebeurt. En daar zult u mij ook niet horen zeggen dat dat niet het geval is. Alleen ik denk ook, mede op basis van een heel aantal praktische voorbeelden die ik noemde, bijvoorbeeld het Rekenkameronderzoek, dat we daar toch helaas moeten constateren dat er ook in onze gemeente sprake is van een bepaalde terughoudendheid of misschien zelfs wel wantrouwen onder onze inwoners en ondernemers en verenigingen richting het concept overheid. Misschien wel niet zozeer per se de lokale overheid, maar toch in ieder geval het concept overheid. En ik denk dat we er goed aan doen om ons te realiseren dat we dat niet alleen gaan oplossen als lokale overheid, maar ik denk ook dat we er goed aan doen om altijd na te denken over, welk stapje kunnen we nog extra zetten? Op basis van ook een gesprek met collega's van GroenLinks hebben we ervoor gekozen om tijd te investeren in het omschrijven van onze motie richting het concept burgerberaad. Daar wilden we heel graag in een sterke inhoudelijke motie over neer kunnen leggen. Daar hadden we de tijd niet voor. We wilden een motie die steviger stond dan alleen het verzoek aan het college om te onderzoeken dat.

Vandaar dat we ervoor hebben gekozen om deze aan te houden. En we zullen onder andere met GroenLinks en op basis van contact met externe partijen, die daar ervaring mee hebben, investeren in het afronden, in het verscherpen van die motie. Vandaar dat we ervoor

hebben gekozen om die aan te houden. Dan richting de amendementen en moties die nog niet zijn ingetrokken. Als eerste amendement over indexatie. Ik vind dit een lastige. Ik kan me best wel vinden in de argumenten die met name mevrouw Assink daarop geeft. Moet je dit niet pas doen als er behoefte aan is, indexatie? En kennelijk is die er nu pas. Aan de andere kant zou mijn vraag dan ook zijn, is onze verwachting dat die behoefte dan na 2024 wegvalt? Dat vraag ik mij sterk af. En er zit voor mijn gevoel ook al een klein beetje een, en dat is dan vooral op basis van de argumenten die ik mevrouw Haanstra hoor noemen, bepaald gevoel van willekeur haast, kwam bij mij naar boven. Omdat als je op dit punt zegt, we willen mensen niet blij maken met een dode mus. We verwachten een bepaalde moeilijkere situatie, financieel. Ten eerste denk ik, volgens mij is er niets wat ons tegenhoudt als die situatie zich voordoet om dan alsnog te zeggen, indexatie draaien we terug. Volgens mij is dat dan de juiste volgorde. Want ik hoor u eerder ook richting andere partijen zeggen, heeft u een glazen bol? Volgens mij geldt dat hier ook. Als we niet weten hoe dat eruit gaat zien, kunnen we ons er zorgen over maken. Zullen we na moeten denken over, hoe gaan we ons daarop voorbereiden? Maar weet ik nu niet of we ons daar dan op een dergelijk concreet onderwerp al moeten voorsorteren.

En ook, en daar zit wat mij betreft de willekeur in, als we dat op dit onderwerp doen, het terugdraaien of het niet uitrollen van indexatie, omdat we ons zorgen maken over het ravijnjaar en later, kan ik nog wel een aantal andere punten in de Kadernota aanwijzen waar we daar dan wellicht ook diezelfde denktrant op zouden moeten kunnen toepassen. Vandaar dat wij daar in principe met deze motie of dit amendement, sorry, in deze vorm niet meegaan. De voorzitter: Mevrouw Haanstra wil daar graag op reageren. Mevrouw Haanstra: Dank u wel. Ik wil toch mijnheer Den Hollander wel vragen, u zegt van, je kunt dat best indexeren en mogelijkerwijs ga je dat dan over een paar jaar weer intrekken, als blijkt dat het dan toch heel erg ingewikkeld wordt vanaf 2026. Maar heeft u dan niet het idee dat er dan juist veel meer teleurstelling ontstaat, omdat mensen dan er ook rekening mee houden en het verwachten dat dat verkeerde verwachtingen wekt? De voorzitter: Mijnheer Den Hollander. De heer Den Hollander: Ik zou mij heel goed kunnen voorstellen dat mocht je een zwembad bestieren in onze prachtige gemeente en over een paar jaar wij als gemeente potentieel tot de conclusie zou komen dat we indexatie om onze eigen financiële gezondheid, want ik neem aan dat dat de reden is waar u op voorsorteert, zou komen te vervallen, kan ik mij voorstellen dat daar iets van teleurstelling bij komt kijken.

Maar volgens mij is dat geen reden om niet nu toch te zeggen, als het gaat over energieprijzen, als het gaat over inflatie, verwachten wij niet dat dat de komende jaren zoveel rooskleuriger wordt dan waar we nu mee te maken hebben. En doen we er volgens mij goed aan om, zoals ook al eerder genoemd door andere collega's, de lasten daarvan niet volledig in ieder geval bij deze instellingen te leggen. De voorzitter: Vervolgt u uw tweede termijn. De heer Den Hollander: Dan betreffende amendement 2 van het CDA en GroenLinks over activiteiten voor vrijwilligers. Ik denk dat hier vooral ook, althans dat is bij mij en ik geloof dat ik daar ook wel mag samenvatten dat dat bij een aantal andere partijen aan de hand is, vooral wat onduidelijkheid over, waar hebben we het nu precies over? Hoe moeten we dit nu plaatsen? Hoe moeten we dit zien? Ik denk dat we het met zijn allen, en ook daar heeft mevrouw Haanstra eerder aan gerefereerd, want we hebben ook met zijn allen die motie aangenomen, hier een goed gevoel bij hebben dat we onze verenigingen willen ondersteunen. De vraag is dan natuurlijk alleen wel, hoe, op welk vlak, welke middelen staan daarover en ook, hoe zorgen we dat de

middelen die gevonden worden of de manieren die gevonden worden om begrotingen rond te krijgen, wat mij betreft, en dat is in ieder geval eentje die ik vanavond nog niet gehoord heb, zo dicht mogelijk bij de primaire taak van een vereniging blijven als we dat zo ver mogelijk, zo dichtbij mogelijk als wij voor elkaar kunnen krijgen. Want ik hoor een aantal hele mooie ideeën over nestkastjes schoonmaken, verkeersborden poetsen, dat soort zaken. En op zich zit daar natuurlijk iets sympathieks in. Aan de andere kant heeft een willekeurige voetbalvereniging moeite om vrijwilligers te krijgen om zijn wedstrijdjes te fluiten. De primaire taak waar die als vereniging voor bestaat. En denk ik dat we ervoor moeten waken dat ze om hun begroting rond te krijgen te ver van hun primaire taak afdrijven. We kunnen mee met dit amendement, vooral omdat de vraag is om meer context, om meer invulling van het voorstel, hoe gaat het er nu precies uitzien? Dan amendement nummer 3, over de terugverdiencapaciteit. Ik denk dat hier al een heel aantal zaken over gezegd zijn. Ik kan mij hierin vinden. En dat is frappant. Ik zou zeggen, onthoud die, want daar kom ik straks nog op terug, op wat mijnheer Hulst zei, namelijk het is een inschatting. We zullen hier iets van een verwachting uit moeten spreken. Het is geen exacte wetenschap.

En als we dan moeten kiezen om voorzichtig in te schatten en daar wellicht achteraf op terug te kijken en te zeggen, dat viel mee dat we dat wellicht liever hebben dan dat we nu iets ambitieuzer inschatten en daarop terugkijken met een vervelend gevoel. Dan motie 1, over de dranghekken. Als ik het goed heb verstaan, en ik heb dat ook al eerdere partijen horen zeggen, hebben we hier een toezegging vanuit de wethouder dat in de geest van deze motie gehandeld wordt. Wat mij betreft maakt dat die motie overbodig. Daar gaan we niet in mee. De robotmaaier, tsjonge, ik vind het ... Het heeft iets sympathieks. Dat kan ik niet ontkennen. Ik heb ook wel een beetje het gevoel, als we een onderzoek gaan doen naar behoefte, betekent dat dan niet dat die behoefte kennelijk zo beperkt is dat we er onderzoek naar moeten gaan doen. Ik neig er eerlijk gezegd naar om hier niet in mee te gaan. Dan motie nummer 3, de kengetallen. Ik denk dat hier, en als ik een vraag zou mogen stellen of een voorstel zou mogen doen aan het CDA om een tekstuele wijziging toe te passen, zouden wij wellicht mee kunnen. Volgens mij wringt de schoen bij het verzoek aan het college om grenzen te stellen aan. Ik denk, en ook op basis van het debat wat we hier vanavond al over gevoerd hebben, dat we best een gesprek kunnen voeren over of we er goed aan doen om van deze kengetallen gebruik te gaan maken.

Wat voor- en nadelen daarvan zijn. En ik heb ook niemand horen zeggen dat dat een slecht idee is, dat die ertegen is om dat gesprek te voeren met elkaar. Het college verzoeken om onverkort grenzen te stellen aan, volgens mij is dat een stationnetje te ver. Ik zou zeggen, als we deze omschrijven naar het debat voeren over, dan zou ik daar heel graag in meegaan. De voorzitter: Mevrouw Assink wil daarop reageren. Mevrouw Assink: Voorzitter, de heer Den Hollander verwoordt precies de pijn die ik heb met deze motie. Als dat woord grenzen eruit kan, dan zou ik ook in mee kunnen gaan. De voorzitter: Dan gaan we naar mevrouw Bouwers. Mevrouw Bouwers: Dank u wel, voorzitter. Ik zou hier graag in de reeds aangevraagde schorsing even in de fractie het gesprek over voeren, maar ik sta hier in principe positief tegenover. Dank u wel. De voorzitter: Na beantwoording van het college schorsen wij even. Mijnheer Den Hollander. De heer Den Hollander: Fijn. Dat doet mij goed om dat te horen. Ik moet wel zeggen, want dat was een referentie die ik nog klaar had liggen voor mijnheer Hulst, ik hoorde hem op een hele ontspannen manier spreken over financiën. Ik heb deze kengetallen niet nodig om gevoel te creëren voor.

Dat vind ik prettig, maar ik denk wel dat we als gemeenten er goed aan doen om in ieder geval het gesprek te voeren over, welke kaders stellen we onszelf, juist ook zou ik zeggen, en dan begin ik stiekem toch al een klein beetje aan dat

gesprek wat ik voorstel dat we later gaan hebben, als het goed gaat, als het zonnetje schijnt, moet je dan niet juist nadenken over, maar hoe gaan we ermee om als het niet zo goed gaat, als de schoen begint te wringen, hoe ver zijn we dan bereid te gaan op die verschillende onderwerpen? De voorzitter: Mijnheer Hulst wil op dit sommetje reageren. De heer Hulst: Kijk, ik ben niet tegen kengetallen. Zo moeten we niet zien, denk ik wel. Dat die kengetallen er zijn, is heel erg prima, maar we moeten daar geen absolute waarde aan toekennen en te zeggen van, dat zijn nu ook grensbepalingen zitten in kengetallen. Daar gaat het mij vooral om, dat er kengetallen zijn, dat vind ik prima. En dan kun je zelf daar interpreteren van, wat vind ik daarvan? En is het mij te hoog, is het mij te laag? Dat is dan de afweging die je met elkaar moet gaan maken hier in deze raad. Maar ik zou het niet als een absolute waarde willen zien. De voorzitter: Mijnheer Den Hollander. De heer Den Hollander: Ik kan niet wachten op het debat wat we hierover gaan voeren, want ik denk dat er wat argumenten te verzinnen zijn voor. Maar goed, vooruit, laten we hier ophouden. En dan als laatste motie 8, over het grasfalt. Ook daar, dat is een woord wat ik mezelf al een aantal keren hoor uitspreken. Wellicht ook een compliment aan ons allen. Sympathieke motie.

En wat mij betreft hebben we de wethouder hier niet concreet horen zeggen dat dit specifieke voorbeeld reeds is of wordt onderzocht. Wat mij betreft sympathiek genoeg om daarin mee te gaan. Dan heb ik volgens mij mijn huiswerk gehad. Dank u, voorzitter. De voorzitter: Heel goed, mijnheer Den Hollander. Dan hebben we de tweede termijn gedaan. Er zijn nog een aantal vragen aan het college gesteld. Ik stel voor dat het college nog de openstaande vragen beantwoord. En dan geef ik eerst het woord aan de heer Turksma. Gaat uw gang, mijnheer Turksma. De heer Turksma: Dank u wel, voorzitter. Inmiddels is collega Van Dijk aangespoeld uit het Assense. Maar stel ik toch voor om ten aanzien van die dingen waar ik nu ook eens wat over mag zeggen als het om financiën gaat, die toch maar eventjes voor mijn rekening te nemen, want we zitten er nou ... U valt er half in. Ik heb eigenlijk niet zo heel veel directe vragen genoteerd op mijn adres, behalve dan ten aanzien van de specifieke vrijwilligersvergoeding. En dat item wilde ik eigenlijk graag beantwoorden als ik het lijstje langsga. Vindt u dat goed, voorzitter? De voorzitter: Ik heb dacht ik voor u twee vragen genoteerd. Eén van het CDA over het permitteren van het ravijnjaar. Kunnen we ons dat wel permitteren, om daar niet op te anticiperen? Volgens mij was dat een concrete vraag in financieel opzicht. En inderdaad de 120.000 euro vraag.

De heer Turksma: Laat ik dan over dat ravijnjaar beginnen. In VNG-verband, Vereniging Nederlandse Gemeenten, wordt op dit moment al ontzettend gelobbyd om richting de overheid, richting het Rijk te zeggen van, zo kun je niet met ons omgaan. Eigenlijk hetzelfde hoe wij niet met onze inwoners willen omgaan en ook niet met onze verenigingen. Ik kom daar straks nog even terug als het gaat om amendement 1. Dat begrijpt u. Wij maken ons er wel degelijk zorgen om, maar wij zijn niet van plan om nu alvast het huis af te breken, omdat we wellicht niet meer alle ruimtes kunnen verwarmen. Om maar even een beeldspraak uit de afgelopen winter te gebruiken. En dat is ook min of meer afgesproken met de collega's van andere gemeenten, omdat we het gewoon onacceptabel, en je zou bijna kunnen zeggen belachelijk, beleid vinden hoe de Rijksoverheid denkt met de financiën van de gemeenten om te kunnen gaan. Daar kun je niet solide mee aan de gang. En dan zijn wij als gemeente er nog niet eens het slechtst aan toe. Dan ben ik ook bijna alweer op de kengetallen.

Maar in ieder geval, omdat we ten aanzien van de diverse parameters er bepaald niet slecht voorstaan. En wat dat betreft ons ook nog wel een deuk in het eigen vermogen kunnen veroorloven. Maar daar was het niet om bedoeld. En dan zijn er al vele collega's van ons omgevallen of hebben een artikel zoveel, ik weet nooit precies welke dat is, aan de broek, waarbij dan de provincie het even overneemt. Natuurlijk gaan we daar niet op sturen, maar we vinden het als college, maar ook gesteund door alle andere colleges in dit land, gewoon op dit moment een kwestie van, u zorgt er maar voor overheid dat u een goed functionerend gemeentelijk apparaat ook fatsoenlijk financiert. En dat betekent dat wij nogmaals duidelijk in onze begroting laten zien dat het zo niet kan na ’25. En verwachten dan ook dat, minister Bruins Slot was daar, helder is misschien een groot woord, maar voldoende bemoedigend in, in haar reden voor het VNG-congres in Groningen, dat zij ook wel snapt dat het zo niet kan. Zorgen over het ravijnjaar, maar voorlopig eerst maar eens laten zien dat dat ook over een paar jaar zo niet kan. En dan gaan we ervanuit dat met hulp van de VNG daar een goede verrekening in wordt toegepast. Ik hoop dat u dat een voldoende vertrouwen geeft dat wij langs dat ravijn gaan en niet ... Ik zie opeens een beeld van een commercial met zo’n streep, dat je zo het ravijn inrijdt.

Dat gaan we niet doen. Maar we hebben nog voldoende manoeuvreerruimte om als het wellicht niet wordt gecompenseerd of minder om dan inderdaad naar uw raad terug te komen om dan de juiste maatregelen te nemen. Dan ga ik toch even langs de amendementen en moties, voor zover ik daar wat over kan en mag zeggen. De voorzitter: Alleen als de reactie gewijzigd is, want op zich hebben wij natuurlijk als college al gereageerd. De heer Turksma: Prima. Zal ik dan iets roepen over dat oud papier, want daar heb ik iets over gehoord. Waren ook nog een aantal vragen. De voorzitter: Dat was met name de tweede vraag die openstond. De heer Turksma: Prima. Potverdrie, je mag ook niks meer als je in het college zit. Jammer. Ik hoorde zoveel leuke en interessante opmerkingen. Ik heb niet bij de verenigingen gezeten toen wethouder Van Dijk met deze opties langs de diverse dorpen is geweest. Maar ik heb wel vorig jaar ook namens collega Van Dijk dit punt door uw raad mogen loodsen. En ik heb toen nooit begrepen wat staat volgens mij in het ... Moet ik even kijken. Waar staat hij. Dat u heeft verondersteld dat er werk wordt overgeheveld van gemeenten naar verenigingen.

Er is volgens mij altijd gezegd van, we hebben een huidige, noem het maar, subsidiëring van verenigingen door het ophalen van oud papier, wat omwille van veiligheid, techniek en omdat het gewoon wettelijk niet mag niet meer op de huidige manier kan voortbestaan. Dat had een bedrag van ongeveer 90.000, 95.000 euro, wat we feitelijk betaalden uit de afvalstoffenheffing, wat gewoon helemaal niet mag. Los nog van die andere aspecten. Daarvan hebben we toen gezegd van, dat moet anders. Dat betekent dat het oud papier op een andere wijze wordt opgehaald. Daar hebben we geen verenigingen meer voor nodig. Daar hebben we toen een afbouw voorgesteld van drie jaar, die naderhand door een amendement van onder andere meen ik Gemeentebelangen naar vier jaar is gegaan. En daarbij is gezegd, maar we gaan wel de verenigingen, maar dan allemaal, niet alleen degenen die hier meededen, meehelpen om andere vormen van dienstverlening waar we iets voor over hebben om die daarvoor in de plaats te zetten. En toen is er ook gezegd van, als er verenigingen zijn die voor die compensatie in aanmerking komen en al eerder dan die afbouw van vier jaar weer inkomsten hebben, dan worden die twee met elkaar verrekend. En daarnaast is nog gezegd, en dat staat ook in dit voorstel, we verwachten dat een aantal activiteiten toch wel weer in het afvaltraject een rol kunnen spelen. En dat is ingeschat op 30.000 euro.

Die 120.000 euro minus 30 is 90, moet je eigenlijk weer zien als een nieuwe vorm van subsidie aan verenigingen, die we natuurlijk op een andere manier moeten financieren. Dat klopt. Maar dat hou je dan weer over op de afvalstoffenheffing. Alleen dat mogen we niet verrekenen. En daarbij is vooral, tenminste zo heb ik het dacht ik aan u verkocht en u heeft het

ook afgenomen, dat het vooral aan de verenigingen is om te kijken van, wat past bij je vereniging? We gaan helemaal niet van die primaire taak af. En overigens, als je een voetbalvereniging bent, zie ik niet het ophalen van oud papier als een primaire taak en zelfs niet als een secundaire taak. Ik laat dat graag aan de verenigingen over. Maar hebben we gezegd van, wij gaan met je meedenken om te kijken wat je zou kunnen doen in je buurt, want dat is natuurlijk wel een aspect van het ophalen van het oud papier, en wat passend is wat je op een tien, twaalf keer per jaar als vereniging van je vrijwilligers zou mogen verwachten. En wat is ons dat dan als gemeente waard? En ik moet u dan eerlijk zeggen, als ik dan het amendement zie van het CDA, dan snap ik niet waar u eerst ... Want volgens mij is die toen ook door het CDA ... Had daar instemming. Wat u dan nu verandert door te zeggen van, het speerpunt activiteiten voor vrijwilligers laten vervallen. Wie moeten het dan gaan doen? En hoe kun je dan activiteiten die we met de verenigingen bedenken ... Hoe moeten we die dan laten uitvoeren? En dat ons dat een bepaald bedrag waard is. Ik kan dat niet met elkaar rijmen. En ik ben het eens met de opmerking, ik meen dat mevrouw Haanstra dat ook zei van, laat eerst dat proces maar eens gaan lopen. Hoe uiteindelijk in november, begrijp ik ...

Wat we dan ophalen en of dat ook voldoende soelaas biedt. Tot zover mijn antwoord op dat punt, voorzitter. De voorzitter: Ik zie dat u toch nog een korte reactie krijgt van mevrouw Bouwers. Vooruit. Mevrouw Bouwers: Dank u wel, voorzitter. Hoe dan of hoe anders? Volgens mij via Initiatiefrijk De Wolden, die daar de mogelijkheden voor biedt om de activiteiten, zoals ik ze ook in mijn bijdrage heb genoemd, te kunnen doen. De voorzitter: Wethouder. De heer Turksma: Daar zijn een aantal aspecten om te noemen dat dat niet verstandig is. Punt één, dat is incidenteel. Dat kunnen we zeker ook met ravijnjaren in de toekomst bekijken van, dat kan ook zo weg. Daarnaast heb ik niet de indruk dat wij elk jaar binnen Initiatiefrijk De Wolden een ton overhouden. Dan bent u zeker ook van plan om dat budget dan op te hogen. De voorzitter: Aldus. U bent klaar met uw beantwoording, denk ik, mijnheer Turksma? Even kijken hoor. Ik ga naar mevrouw Hempen. Er was een vraag over woningbouw. Mevrouw Hempen-Prent: Dank u wel, voorzitter Een vraag over de toekomstige woningbouwplannen en stikstof. Volgens mij heb ik juist bij een mondelinge vraag die was gesteld door het PvdA destijds over ‘...’ heb ik juist aangegeven dat nu het extern salderen niet meer mag van de provincie, hoe we daarmee om zouden gaan of dat we in elk geval een onderzoek zouden instellen. En daar zijn we op dit moment mee bezig.

De eerste fase is afgerond. We hebben inzichtelijk gemaakt om wat voor plannen het allemaal gaat. Wat er op dit moment allemaal loopt. Maar de tweede fase is van, en wat gaan we dan doen? Van hoe gaan we daar dan mee om? Dat komt eraan. En daarnaast, dat andere stikstofonderzoek. Wij hebben al gekeken van, in welk dorp? Je zal je verbazen of niet verbazen dat in Ansen één woning bouwen, dat daar stikstofuitstoot aan vastzit. Doe je dat in de Drogteropslagen, dan heb je daar geen last van. Maar ook dan is er altijd nog de mogelijkheid om in plaats van de standaardmanier van bouwen, daar een aanpassing op te doen, zodat die mogelijkheid er eventueel wel weer zou zijn. Volgens mij is dat voldoende, denk ik. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Hempen. Ik kijk nog de heer Haar. Wilt u nog reageren op de kwaliteit van bestuur, vermoed ik.

De heer Haar: Voorzitter, als u mijn toestaat, een paar opmerkingen. Er waren niet zozeer vragen, maar je merkt wel in de tweede termijn dat de dienstverlening een heel veelomvattend onderwerp is, want het is eigenlijk door alle fracties genoemd. De kwaliteit van de dienstverlening heeft ook alles te maken met de omvang van de organisatie. Investeren in de organisatie, wat nu het voornemen is, moet ook leiden tot verbetering van de kwaliteit van de dienstverlening. Even een concreter antwoord op de vraag van mevrouw Haanstra met betrekking tot een telefooncentrale. Die zit in de planning inderdaad. Daarvoor wordt niet extra budget aan de raad gevraagd. Daarvoor zullen we ook niet met een voorstel naar de raad komen. Dat is gewoon onderdeel van de reguliere financiering van de SWO. Daar valt dat onder. Maar over de voortgang daarvan zullen wij op 21 september u nader gaan informeren. Nog even ten aanzien van een opmerking van de heer Hulst. Er gaan heel veel dingen goed in de dienstverlening binnen deze organisatie naar onze inwoners toe. Vervelende is altijd, je hoort alleen de slechte dingen en de goede dingen worden zelden genoemd. En ik vind de opmerking van dat de dienstverlening vlot getrokken moet worden, hetgeen suggereert dat die vastzit, een beetje niet helemaal recht doen aan de inzet van al onze medewerkers die daar op dit moment wel dagelijks mee bezig zijn.

Dat het beter kan, dat ben ik met u eens. Maar het is niet zo van dat het vastzit. Dat doet onrecht aan de organisatie. De voorzitter: Mijnheer Hulst wil daar graag op reageren. Mijnheer Hulst. De heer Hulst: Laat ik eerst beginnen over dat er heel veel goed gaat in de dienstverlening. Daar ben ik het ook zeker mee eens. En ik kan u zelfs zeggen dat gisteren was ik op een andere vergadering in voetbalsferen. En daar was een inwoner en die was heel goed geholpen door de gemeente als het ging om een hele lastige zaak in de familiesfeer. Complimenten wat dat betreft. En ik moet ook zeggen, blij in ontvangst genomen daar ook. Dat is heel mooi. Als het gaat om vlottrekken van de dienstverlening. Het gaat niet om het vlottrekken van de dienstverlening, waar het mij om ging. Het gaat om het vlottrekken van de actie die het college zegt te willen gaan ondernemen, maar steeds maar niet onderneemt. Of in ieder geval, wij zagen het niet. Ik zeg niet dat de dienstverlening volledig in het slop zit of wat dan ook. Wat wij zagen, is dat er heel veel plannen waren van het college, we gaan dit doen, we gaan dat doen, we gaan zus doen, maar feitelijk kwam het niet van de grond. En daar gaat het om bij het vlottrekken. Het gaat eigenlijk om de actie die het college moet ondernemen. Het gaat niet om wat de organisatie doet, want daar sturen wij ook niet rechtstreeks op.

Ik richt me tot het college. De voorzitter: Is goed dat u dat heeft verduidelijkt. Wethouder Haar, had u nog meer vragen, opmerkingen? De heer Haar: Nee voorzitter, verder geen opmerkingen. De voorzitter: Ik kijk even rond. Volgens mij heeft het college afdoende ook de vragen beantwoord. Als dat niet zo is, zie ik heel graag nu vingers. Dan stel ik voor dat we de beraadslagingen sluiten. Dan was er een vraag van mevrouw Bouwers om even te schorsen, om te overleggen. En daarna gaan we direct over tot besluitvorming. Ik schors de vergadering voor vijf minuten. Is dat voldoende? Ik schors de vergadering vijf minuten. Ik heropen de vergadering en ik geef alweer het woord aan mevrouw Bouwers, die had gevraagd om de schorsing. Gaat uw gang. Mevrouw Bouwers: Dank u wel, voorzitter. Wij hebben het gesprek gevoerd in de fractie over twee zaken. Allereerst motie 8, over grasfalt. Daarvan hebben wij gezegd dat wij achter de verbreding van de motie staan. En die zullen we steunen. Vervolgens hebben we de motie financiële kengetallen aangepast. En die wordt op dit moment ook rondgedeeld. Waarvoor veel dank en ook aan de griffie voor het snelle uitwerken daarvan. Wij hebben het dictum aangepast, waarbij we het laatste deel, het tweede punt van het verzoek aan het

college hebben geschrapt. En de zin die dan overblijft en het dictum vormt, aangepast naar, verzoekt het college om te komen met een voorstel voor uitgangspunten hoe om te gaan met de weerstandsratio, de netto schuldquote en de solvabiliteitsratio. Punt. En gaat over tot de orde van de dag. Komma. En gaat over de orde van de dag. We hebben daarvoor gekozen, omdat wij merkten bij verschillende fracties dat er twijfels waren over het stellen van grenzen of het college grenzen te laten stellen. En omdat wij ook kengetallen niet als absolute waarheid willen zien. En aangezien wij deze motie hebben gewijzigd, zou ik ook nog graag het oordeel van het college hierover horen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Bouwers. U vraagt nog om een reactie van het college op de gewijzigde motie. Ik zie wethouder Van Dijk wil daarop gaan reageren. Gaat uw gang. De heer Van Dijk: Heb ik toch nog een beetje inbreng bij de Kadernota, voorzitter. Dat vind ik wel leuk. Dit is iets, dit is ook vaker besproken. En ik denk, even horende de andere reacties, dat er ook al is gerefereerd aan de financiële werkgroep in dit kader. Daar is al over gesproken. En dit lijkt mij een prima voorstel. Daar kunnen wij wel mee uit de voeten. De voorzitter: En daarmee zijn de beraadslagingen gesloten.

Die had ik eigenlijk voor de pauze ook al een keer gesloten, maar voor de tweede keer heb ik hem dan nu gesloten. En gaan we over tot stemming van de amendementen, het hoofdvoorstel en de moties. In die volgorde gaan we dat doen. Mevrouw Haanstra: Voorzitter, het is ons nog niet helemaal duidelijk met die laatste motie. We willen heel graag een hele kleine schorsing. De voorzitter: Vijf minuten voldoende? Mevrouw Haanstra: Max. De voorzitter: Maximaal. Vijf minuten. De vergadering is geschorst. In dit geval had mevrouw Haanstra, Gemeentebelangen, verzocht om een schorsing. Wilt u nog kort reageren? Mevrouw Haanstra: Ja, dat wil ik wel. We hebben er even naar gekeken. En wat onze fractie betreft gingen we ervan uit dat er iets zou staan van, we gaan met elkaar het gesprek hierover aan. Er staat nu, komt met een voorstel. We gaan ervan uit dat daar dan in dat voorstel de positieve kant en de negatieve kant van kengetallen, dat je daar allemaal met elkaar over kunt hebben. En bij overwegende dat, dat woordje moet, dat zouden we graag anders zien, namelijk zou kunnen. De voorzitter: Mevrouw Bouwers. Mevrouw Bouwers: Dank, voorzitter. Daar kan onze fractie zeker mee instemmen. En at betekent voor ons dat wij de motie als volgt wijzigen. In de overwegende dat wordt het woord moet vervangen door kan.

Overwegende dat het hanteren van kaders aan financiële kengetallen onderdeel kan zijn van de begroting om ook de langjarige financiële stabiliteit te kunnen garanderen. Dank u wel. De voorzitter: Mevrouw Haanstra. Mevrouw Haanstra: Als dat inderdaad zo is, dan kunnen wij daarmee instemmen.

De voorzitter: Dan sluiten we nu voor de derde keer de beraadslagingen. Is toch wel knap hoe we dat doen. Ik stel wel voor qua tijd dat we de pauze zo meteen gaan overslaan. Maar we gaan door. We gaan alles in stemming brengen. En we beginnen dan met de amendementen, vervolgens gaan we naar het hoofdvoorstel en vervolgens naar de moties. Even kijken. En we brengen alles in stemming. Allereerst het amendement van Gemeentebelangen en PvdA over de indexatie subsidie zwembaden en culturele organisatie. Amendement 1. Wie is er voor dit amendement? Dat zijn de fracties van Gemeentebelangen, PvdA. En daarmee is conform besloten. En tegen is VVD, GroenLinks, ChristenUnie, CDA. Dan gaan we naar amendement 2, activiteiten voor vrijwilligers, ingediend door CDA en GroenLinks. Wie is er voor dit amendement? Dat zijn de fracties van ChristenUnie, GroenLinks, VVD, CDA. Daarmee is het amendement niet aangenomen. Amendement 2, de terugverdien ... Sorry, ik moet even terug. Wie is er tegen de activiteiten voor vrijwilligers? Sorry, het amendement 2. Sorry, even amendement 2. Dat is de fractie van PvdA en Gemeentebelangen. Dan gaan we naar amendement 3. Dat is de terugverdiencapaciteit van de organisatie. Een amendement ingediend door CDA en GroenLinks. Wie is er voor dit amendement? Dat is CDA en GroenLinks.

En wie is er tegen het amendement? De fracties van Gemeentebelangen, VVD, ChristenUnie, PvdA. En het amendement is daarmee niet aangenomen. Sorry, ik moet even goed scherp zijn. Ik ben toe aan pauze. Amendement 4 was ingetrokken. Dan gaan we naar het hoofdvoorstel. Waarbij het hoofdvoorstel luidt, als gevolg van het amendement wat we net hebben aangenomen, amendement 1, dan zou het hoofdvoorstel 1 zijn, de jaarlijkse subsidie voor zwembaden en culturele organisaties alleen voor 2024 te indexeren. En deel 2, de Kadernota 2024-2027 vast te stellen. Is daar nog behoefte aan stemverklaringen? Mevrouw Bouwers. Mevrouw Bouwers: Dank u wel, voorzitter. Als wij kijken naar hoe het in onze gemeente gaat, zien wij een groot belang in het vaststellen van dit stuk. Als fractie zullen wij voor stemmen, omdat we ook met zijn allen verder moeten. Dat doen we absoluut met pijn in het hart, wetende dat er geen langjarig zicht is op indexatie voor wat betreft de subsidies inzake zwembaden en culturele instellingen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer Hulst. De heer Hulst: Ik wil graag even een stemverklaring afleggen over die indexatie, want wij gaan ook wel voor het voorstel stemmen. We willen graag wel genoteerd hebben dat die indexatie hadden we wel graag erdoor laten gaan. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Kippers.

Mevrouw Kippers-van Lint: Ook wij kunnen instemmen met het voorstel, maar ook met de stemverklaring dat wij het ook jammer vinden dat die indexatie dan op deze wijze wordt doorgevoerd. De voorzitter: Dat waren de stemverklaringen? Dan breng ik het hoofdvoorstel instemming. Wie is er voor het hoofdvoorstel? Dat is unaniem. Dank u wel. Aldus besloten. Dan gaan we naar de ingediende moties. Allereerst motie 1 van Gemeentebelangen over de dranghekken. Wie is er voor deze motie? Gemeentebelangen, GroenLinks, PvdA. En wie is er tegen deze motie? VVD, ChristenUnie, CDA. Dan is de motie aangenomen. De motie 2, over de robotmaaier, die ook iets gewijzigd is. De motie van Gemeentebelangen. Wie is er voor deze motie? Gemeentebelangen en CDA. Wie is er tegen de motie? VVD, GroenLinks, ChristenUnie, PvdA. Dan is de motie aangenomen. Dan gaan we naar de motie 3, over de financiële kengetallen. En die is in een tweede fase nogmaals gewijzigd. Motie van het CDA. Wie is er voor deze motie? Gemeentebelangen, GroenLinks, ChristenUnie, PvdA. Wie is er tegen deze motie? VVD. Dan is de motie aangenomen. Dan ga ik naar motie 4. Die is aangehouden. Daar hoeven we niet over te stemmen. Motie 5 is ingetrokken. Motie 6 is ingetrokken. Motie 7 is ingetrokken. Gaan we naar motie 8 van de PvdA. Grasfalt,

de gewijzigde motie. Wie is er voor deze motie? Dat is CDA, Gemeentebelangen ... Is unaniem. Dank u wel. En motie 9 is aangehouden. Daarmee komen we tot afronding van de behandeling van de Kadernota. Dank u wel. Even kijken. Wat ik al zei, ik stel wel voor qua orde van de vergadering dat we de pauze overslaan en dat we proberen om elf uur af te ronden, zoals gepland. Dat wordt nog best een uitdaging. 6.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13119455/2