CConstaterende datDe Wolden
Koppel je AI →
Document · PDF

Startnotitie integraal subsidiebeleid en -afwegingskader

Besluitvormende vergadering: “D’r op an” 25 juni 2026, gemeente De WoldenBij agendapunt: Startnotitie subsidiebeleid en afwegingskader De Wolden1.982 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Startnotitie Integraal subsidiebeleid en -afwegingskader

1

1 INLEIDING De gemeente kent diverse subsidierelaties met verenigingen en instellingen, voert meerdere subsidieregelingen uit en kent daarnaast een veelheid aan incidentele subsidies toe. In totaal verstrekken we voor meer dan vijf miljoen euro aan subsidies. Bij de kadernota 2026 is de opdracht gegeven om een integraal subsidiebeleid voor de Wolden op te stellen om daarmee meer gestructureerd om te gaan met het subsidieinstrument; om zo de sturing, beheersing en transparantie te verhogen. Tevens is opdracht gegeven een afwegingskader op te stellen om daarmee -vanuit dit beleid- een oordeel te kunnen vellen over voortzetting, aanpassing of beëindiging van de huidige subsidies en subsidieregelingen. Wij zijn gestart met de uitwerking van deze opdracht. Daarbij constateren we dat het om een zeer complexe opgave gaat, die voordat we verder gaan, vraagt om verheldering van scope en beoogd resultaat. Om de opdracht tot een goed eind te brengen, vraagt onzes inziens om een opknippen in deelopdrachten. Dit leidt tot fasering en een aangepaste planning. Door middel van deze startnotitie willen we komen tot een nadere detaillering van de aanpak, fasering en planning.

1.1 Schets van de bevindingen De gemeente De Wolden verstrekt meer dan 250 subsidies per jaar voor in totaal meer dan € 5 miljoen. Hiervan zijn meer dan de helft begrotingssubsidies, dat wel zeggen dat deze separaat met naam en toenaam in de begroting zijn opgenomen. Deze subsidies variëren in bedrag van € 360,- per jaar voor Tennispark Ruinerwold tot opgeteld meer dan € 1,8 miljoen voor Stichting Welzijn. De andere helft wordt verstrekt vanuit subsidieregelingen. In een aantal gevallen is niet meer goed te achterhalen wat de grondslag van de subsidie is en kunnen we vragen stellen over de invulling van het gelijkheidsbeginsel. De regelingen kennen verschillende aanvraag- en beoordelingsprocedures. Tegelijkertijd zien we een aanscherping van de wettelijke eisen: •

•

•

Nieuwe jurisprudentie verbiedt ons om begrotingssubsidies zonder meer te verstrekken. Het voornemen daartoe moet gepubliceerd worden, zodat eventuele andere gegadigden zich kunnen melden en als we toch aan een partij toekennen, dan moet dat gemotiveerd, waarom zij de enige geschikte partij zijn; Het niet in rekening brengen van huur aan verenigingen en stichtingen (als verkapte subsidie) mag niet meer. We moeten een kostprijs dekkende huur in rekening brengen. Dit zal leiden tot een vraag om tegemoetkoming, in de vorm van een begrotingssubsidie (als bijdrage in de exploitatie); De wet Markt en Overheid maakt verder dat we geen subsidie moeten verlenen als we ook kunnen inkopen bij een marktpartij.

We constateren dat we niet alle zaken die we zouden willen ondersteunen, hebben afgevangen in subsidieregelingen. Met regelmaat verstrekken we incidentele subsidies op basis van separate verzoeken tot ondersteuning. Tenslotte is er ook bij de aanvragers en ontvangers van subsidie nog niet de gewenste discipline. Een kwart van de aanvragen komt binnen na de gestelde termijn. De interne organisatie van de subsidieverlening is ook nog te versnipperd, slechts een deel van de subsidieverlening verloopt via het centrale subsidiebureau.

2

2 DE OPDRACHT IN DRIE DELEN Als we de constateringen overzien, dan zien we ons gesteld voor een veelomvattende opdracht, die meerdere facetten beslaat. Daarom stellen we voor de opdracht in deelopdrachten te verdelen. We zien dat de opdracht in essentie drie onderdelen bevat: 1. Een besluit over de dekking van de wensen tot verhoging van de subsidies aan de zwembaden en de voortzetting van Initiatiefrijk De Wolden; 2. Een technische herijking van de huidige subsidies, gericht op het ‘hoe’; 3. Een beleidsmatige herijking, gericht op het ‘waartoe’ en het ‘wat’; Aanvullend op de tweede opdracht hebben wij de noodzaak gezien om ambtelijk de opdracht aan te vullen met een vierde deelopdracht, gericht op het versterken en vereenvoudigen van de organisatie en uitvoering van de subsidieverlening. Bij de technische herijking zullen we -met dat in gedachten- ook sterk kijken naar mogelijkheden tot vereenvoudiging in het subsidieproces en van daaruit ook tot aanbevelingen over de organisatie van dat proces. Hieronder lichten we de deelopdrachten toe.

2.1 Dekking bestuurlijke wensen We zien dat het uitvoeren van een integrale beleidsmatige herijking van alle subsidies een proces van lange adem is. Tegelijkertijd zullen we dit najaar al, tenminste voor 2027, een besluit moeten nemen over de eerder bij de begroting 2026 als gewenst aangegeven verhoging van de subsidies aan de zwembaden en tot het doorzetten van de regeling Initiatiefrijk De Wolden . We pakken de vraag naar dekking van beleidsvoornemens in principe op los van deze herijking en nemen deze mee in de vertaling van het CollegeUitvoeringsProgramma (CUP) naar de meerjarenbegroting. We zullen hiervoor bij de meerjarenbegroting 2027 voorstellen doen en de dekking hiervan betrekken in het totale dekkingsplan bij die begroting. Mogelijk zullen we op basis van de dan beschikbare analyse (vanuit de technische herijking) ook al besluiten voorleggen tot beëindiging van subsidies die mede kunnen bijdragen aan de dekking van de begroting. Die voorstellen rusten dan op een analyse van doeltreffendheid, doelmatigheid en beleidsmatige relevantie vanuit bestaand beleid, niet op een fundamentele beleidswijziging.

2.2 Technische herijking Gezien de veelheid aan subsidies en de noodzaak tot vereenvoudiging, bundeling en uniformering stellen we voor eerst aan de slag te gaan met de inventarisatie en beoordeling van het huidige subsidielandschap. Technische uitgangspunten Ten eerste formuleren we een aantal heldere uitgangspunten. Dit gaat naast het voldoen aan de meest recente juridische eisen bijvoorbeeld om de volgende uitgangspunten: 1. Een subsidie is gekoppeld aan een begrotingspost;

3

2. 3. 4. 5. 6. 7.

a. Begrotingssubsidies kennen een aparte begrotingspost voor ofwel een instelling, ofwel een te leveren prestatie; b. Overige subsidies altijd vanuit een subsidieregeling. Elke regeling kent een subsidieplafond; Geen verkapte subsidies via lage huur; Begrotingssubsidies moeten in principe ‘in de markt’ gezet worden, zodat meerdere partijen hun belangstelling kenbaar kunnen maken; Kleine waarderingssubsidies gaan we inbedden in een overkoepelende regeling; Subsidieregelingen koppelen we aan beleidsprioriteiten; Subsidieregelingen altijd met einddatum, altijd evaluatie na vier jaar; Alle uitvoering van subsidies is in beheer bij het subsidiebureau.

Afwegingskader Daarnaast stellen we een afwegingskader op, waarin we helder uitwerken hoe we de subsidies beoordelen op: 1. 2. 3. 4. 5. 6.

Beleidsmatige relevantie – past de subsidie nog bij actuele beleidsdoelen? Doeltreffendheid – zijn de beoogde effecten bereikt? Doelmatigheid – zijn middelen efficiënt ingezet? Rechtmatigheid – voldoet de uitvoering aan Awb, ASV en staatssteunregels? Financiële borging – is de subsidie duurzaam gedekt en verantwoord? Uitvoerbaarheid voor ons als verstrekker en voor de aanvrager.

Vanuit de inventarisatie en beoordeling van subsidies stellen we een advies op over het voortzetten, aanpassen of beëindigen van subsidies of subsidieregelingen. Daarbij kijken we naar mogelijkheden om te vereenvoudigen, te uniformeren, gelijke uitgangspunten te hanteren en de transparantie te verhogen. We ronden dit traject af in 2026 met de intentie een eindrapportage met aanbevelingen voor besluitvorming aan u voor te leggen bij de begroting 2027. Realisatie in 2027 De daadwerkelijke aanpassing of beëindiging van tientallen subsidies vraagt om een zorgvuldige aanpak waarvoor we ook capaciteit moeten vrijmaken, zowel juridisch als beleidsmatig. Op basis van een eerste inschatting denken we dat de eerste helft van 2027 nodig is om dat proces planmatig te doorlopen. Participatie In de opstelling van de beleidsuitgangspunten, het afwegingskader en de technische beoordeling zien we geen noodzaak voor een breed participatietraject. Wel is dat aan de orde als we op basis van de constateringen tot voorstellen voor substantiële wijzigingen komen, dan zullen we bij die voorstellen ook het participatietraject schetsen.

2.3 Beleidsmatige herijking Als deze technische herijking afgerond is, kunnen we starten we met een meer beleidsmatige herijking, waarin we ten eerste stilstaan bij waar we subsidies aan willen uitgeven, op welke beleidsterreinen en in welke mate en vervolgens bij welke vorm die subsidie moet hebben. Een voorbeeld: hoeveel willen we inzetten voor de ondersteuning van sportbeoefening en richten we dat op ondersteuning van verenigingen of op het stimuleren van sporten door de jeugd?

4

Dit traject vraagt meer ambtelijke en bestuurlijke inzet. Het vraagt om een integrale afweging van het totaal aan subsidies én om een herijking van beleid op diverse terreinen. Te noemen is het sportbeleid, het cultuurbeleid, het welzijnsbeleid en het beleid ten aanzien van duurzaamheid. Deze beleidsmatige herijking vraagt een zorgvuldige voorbereiding en een gefaseerd uitvoeringstraject dat wellicht de gehele raadsperiode beslaat. We willen op basis van een startnotitie eind dit jaar, uiterlijk begin 2027 met u het gesprek vormgeven over de ambities die we hierin hebben en de aanpak die we voorstaan. Daarbij zullen we ook ingaan op de inzet die dit zal vragen en op het bijbehorende te verwachten -intensieveparticipatietraject.

2.4 Waarom deze knip? De belangrijkste reden voor de knip is dat we daarmee projectmatig kunnen werken en tot een beheersbare uitvoering komen. De focus van alle drie deelopdrachten is een andere en zal om een andere inzet vanuit andere expertises vragen. De eerste deelopdracht pakken we op binnen de reguliere begrotingsvoorbereiding, de tweede wordt aangevlogen vanuit control, vanuit de beheersing op de middelenstromen binnen de gemeente. De derde wordt benaderd vanuit de beleidsvraag: waar willen we met subsidie een maatschappelijk effect bereiken. Een ander belangrijk element is het vormgeven van participatie en het managen van mogelijke maatschappelijke onrust. Uit de technische herijking zullen gegarandeerd ook een aantal aanpassingen volgen die vragen om een goede communicatie en het uitleggen van het waarom van de te nemen besluiten. Maar dit is niet vergelijkbaar met de effecten van een beleidsmatige herijking, die mogelijk veel meer impact zal hebben en die een proces vraagt waarin we samen met partners, verenigingen, instellingen het beleidsproces doorlopen. Een vermenging van beide perspectieven maakt het risico van vertraging en verstoringen in het proces groter.

5

3 FASERING EN PLANNING De voorgestelde aanpak ziet op de volgende fasering: Eerst leggen we het afwegingskader aan u voor ter vaststelling. Hierin nemen we de financiële en juridische uitgangspunten op, evenals een aantal overkoepelende uitgangspunten gericht op sturing en beheersing van de subsidieverlening. Vervolgens beoordelen we alle huidige subsidies en komen we aan de hand van het afwegingskader tot aanbeveling voor verbetering, vereenvoudiging, uniformering, bundeling of beëindiging van subsidies. Dit omvat een lichte beleidsmatige toets, of de subsidies nog verankerd zijn in gemeentelijk beleid, waarbij we de voornemens uit het coalitieakkoord voor de komende raadsperiode betrekken. Dit leidt tot een rapportage die we parallel aan de begrotingsvoorbereiding in besluitvorming brengen. In een separaat traject, volgend op deze meer technische herijking, bereiden we een beleidsmatige herijking voor. Een plan hiervoor leggen we uiterlijk begin 2027 aan u voor.

3.1 Bestuurlijke mijlpalen Deelopdracht 1 November 2026

Onderdeel van de begroting en dekkingsplan bij de begroting Planning volgt de begrotingsvoorbereiding

Deelopdracht 2 Mei 2026:

Vaststellen startnotitie in gemeenteraad

Juni 2026:

Vaststellen afwegingskader in gemeenteraad

Augustus 2026:

Opleveren conceptrapportage aan college

November 2026:

Rapportage met aanbevelingen en beslispunten in de raad

November 2026:

Concrete besluiten over nieuw beleid en dekkingsplan bij de begroting in de raad

November 2026:

Realisatieplan en borgingsplan in college en SWO bestuur

Deelopdracht 3 Januari 2027:

Startnotitie beleidsmatige herijking in gemeenteraad

2027-2029:

Gefaseerde beleidsvorming in gemeenteraad

6

4 VOORDELEN EN RISICO’S VAN DEZE AANPAK Het belangrijkste voordeel van deze aanpak is het aanbrengen van focus door de toets op het ‘hoe’ los te maken van de vraag naar het ‘wat’ en het ‘waartoe’. Dat betekent dat we eerst komen tot een verbetering van het huidige instrumentarium voordat we tot een beleidsmatige herbezinning op dat instrumentarium komen. Proces- en projectmatig is dat beter beheersbaar. Het maakt ook dat de beleidsmatige herijking kan rusten op een goede analyse van het huidige instrumentarium. Een risico is dat we dit niet honderd procent kunnen scheiden en bij de beoordeling van de huidige subsidies toch ook een oordeel over de beleidsmatige relevantie willen geven. Maar daarbij blijven we in de eerste fase wel zoveel mogelijk weg van beleidswijzigingen. Een ander nadeel is dat het langer duurt, voordat de gewenste integrale heroverweging volledig afgerond is. We denken niet dat het mogelijk is om een fundamentele herbezinning op alle betrokken beleidsterreinen in kort bestek, of tegelijkertijd met een technische herijking, af te ronden.

7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16961269/1