CConstaterende datDe Wolden
Koppel je AI →
Document · PDF

RES 1 0 regio Drenthe

Gemeenteraad 24 juni 2021, gemeente De WoldenBij agendapunt: Regionale Energiestrategie (RES) 1.0 regio Drenthe21.716 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Waterstof Op het gebied van waterstof speelt een vergelijkbare discussie. Waterstof kan voor verschillende doeleinden worden ingezet, zoals mobiliteit, de industrie en als warmtebron voor woningen. In de proeftuin Aardgasvrije Wijken in Hoogeveen is het de bedoeling om de eerste woningen over te zetten van aardgas naar waterstof. Om groene waterstof te kunnen maken, is relatief veel duurzame elektriciteit nodig in de vorm van wind- en/of zonne-energie. De technische ontwikkelingen op dit gebied staan echter niet stil. Er wordt met een steeds hoger rendement waterstof geproduceerd. Net als bij groengas is het ook met waterstof de vraag of dit gas op termijn op grote schaal beschikbaar komt voor het verwarmen van woningen of door de overheid wordt toegewezen aan een bepaalde doelgroep.

Waterstofbackbone Gasunie gaat de huidige gasinfrastructuur benutten om de vijf grote landelijke industriële clusters (waaronder industrie Emmen) van waterstof te kunnen voorzien en een koppeling te maken met een Europees netwerk. Hiervoor worden productielocaties, opslagcavernes, infrastructuur en gebruikers met elkaar verbonden. In 2025 wordt het noordelijke deel van de waterstofbackbone volgens de planning in gebruik genomen. Het leidingstelsel dat in Drenthe aanwezig is, biedt mogelijkheden om ook andere gebieden van waterstof te voorzien door aftakkingen te maken van leidingen die nu of in de toekomst geen functie meer hebben.

GZI-NEXT Het terrein van de voormalige NAM gaszuiveringsinstallatie in Emmen wordt herontwikkeld (GZI-NEXT). Hier wordt volgens de huidige planning dit jaar gestart met de bouw van een elektrolyser voor de productie van groene waterstof. Tevens wordt hier een tankfaciliteit voorbereid voor de waterstofbussen die in deze regio gaan rijden en wordt gewerkt aan vervolgplannen voor een onderzoeks- en testcentrum.

4.6.3 Elektriciteitsnetwerk Vanwege de duurzaamheidsambities is het huidige elektriciteitsnetwerk niet langer toereikend. Het net zal de komende jaren fors meegroeien met de opgave voor de grootschalige opwek en het gebruik van duurzame stroom. De mate van verzwaring hangt af van de keuze die voor de warmtebron wordt gemaakt. Bij het benutten van een hoge-temperatuurrestwarmtebron van de industrie hoeft het elektriciteitsnet niet of nauwelijks te worden verzwaard. Worden daarentegen alle huizen all-electric verwarmd, dan moet het elektriciteitsnet lokaal juist worden verzwaard.

54

INHOUD

De capaciteit van het toekomstige net is een belangrijk aandachtspunt. Een goede balans in opwek met enerzijds zonneenergie en anderzijds windenergie helpt hierbij. Ook moet onderzoek worden gedaan naar het efficiënt benutten van de opgewekte energie (direct en lokaal) en naar innovatieve mogelijkheden voor opslag. Mogelijk kan waterstof hierin een rol gaan spelen.

Energyhubs De energyhub (of energiehub) is een systeem waarbij de productie, de conversie, de opslag en het gebruik van verschillende energiedragers worden gebundeld. Op diverse plaatsen in de regio wordt gewerkt aan de uitwerking van dit concept. De kracht zit in het slim combineren van bronnen zoals zonne- en windenergie, groengas, geothermie en dragers zoals waterstof door hergebruik van de bestaande infrastructuur. Energyhubs kunnen vanwege de stimulerende rol bij innovaties en economische ontwikkelingen een bijdrage leveren aan de noordelijke ambities binnen Energy Valley en Hydrogen Valley.

4.7 Koppeling vraag en aanbod warmte Met deze warmtestrategie spreken we ons nog niet uit over de balans van vraag en aanbod van fossiele en duurzame warmte in de tijd. Er is nog veel onzeker. Over het algemeen kan worden gesteld dat individuele marktrijpe oplossingen de komende jaren waarschijnlijk als eerste worden ingezet voor het verduurzamen van woningen. Voorbeelden hiervan zijn het benutten van bodem- en omgevingswarmte met warmtepompen en de aanleg van zonnethermiesystemen op daken. In de jaren daarna zullen andere duurzame bronnen worden ontwikkeld, zoals geothermie of aquathermie, waarbij de warmte via collectieve systemen naar de huizen wordt getransporteerd. Bij deze bronnen is meer ontwikkeltijd nodig, mede ook omdat de collectiviteit vraagt om zorgvuldige participatie. Zoals hierboven al is geschetst, is de verwachting dat grootschalige toepassing van waterstof tot aan 2030 nog onzeker is.

Op weg naar RES 2.0 Op weg naar de RES 2.0 werken we, parallel met de ontwikkeling van de lokale Transitievisies Warmte, onze regionale bronnenstrategie verder uit. We bekijken dan onder andere welke combinaties van vraag en aanbod van warmte het beste passen: waar gebruiken we lokale biogrondstoffen voor en wat kunnen we met industriële restwarmte? We werken dan ook de routekaart Warmtebronnen verder uit: wanneer komt welke bron beschikbaar en hoe verhoudt zich dit tot de vraagontwikkeling in de tijd? Dan wordt duidelijker of er voldoende bronnen zijn om in de regionale warmtebehoefte te voorzien en welke eisen worden gesteld aan regionale energienetten.

Proeftuin Aardgasvrije Wijken Inmiddels zijn er in de RES-regio Drenthe drie proeftuinen uit het Nationale Programma Aardgasvrije Wijken. In de gemeente Assen gaat het om de wijk De Lariks. In de gemeente De Wolden heeft energiecoöperatie energieKansen in het dorp Ansen samen met de gemeente een succesvolle aanvraag gedaan op basis van een hybride oplossing in combinatie met lokaal opgewekt groengas. De gemeente Hoogeveen heeft het plan om samen met de inwoners en verschillende stakeholders de woningen in een deel van de wijk Erflanden over te laten gaan op waterstof. Wijk De Lariks Assen Bron: www.assenstad.nl

55

INHOUD

5. Aandachtspunten en randvoorwaarden De RES-regio Drenthe wil 3,45 TWh bijdragen aan de klimaatdoelstelling voor het opwekken van grootschalige hernieuwbare elektriciteit op dak en land. Voor het oplossen van problemen voor het realiseren van onze bijdrage dient de Rijksoverheid maximaal te faciliteren en stimuleren. Daarom vragen we aan de Rijksoverheid en de omliggende RES-regio’s aandacht voor een aantal aandachtspunten en randvoorwaarden die uit deze RES 1.0 voortvloeien. Deze zijn in dit hoofdstuk gebundeld. De reacties vanuit de Rijksoverheid en omliggende RES-regio’s gaan in het vervolgtraject richting RES 2.0 een belangrijke rol spelen bij de verdere uitwerking van plannen.

Aandachtspunten en randvoorwaarden van de RES-regio Drenthe 1. Zorg voor meer ondersteuning en juridische ruimte voor innovatie van energieopslag en slimme netten Het tekort aan netcapaciteit kan deels worden opgelost indien de levering van elektriciteit op het net niet allemaal op hetzelfde moment plaatsvindt. Energieopslag, slimme netten en sturing van de vraag zijn instrumenten waarvan we het belang onderschrijven. We zien echter ook dat een deel van deze toepassingen en met name de opslag van energie, nog onvoldoende marktrijp zijn. Een manier om opslag te stimuleren, is door de nieuwe SDE-regeling zodanig in te richten, dat deze de business case voor opslag aantrekkelijker maakt. 2. Houd rekening met de tijdelijkheid van maatregelen bij oplossingen voor congestie De Investeringsplannen van de netbeheerders laten zien dat congestie in principe van tijdelijke aard is. Op dit moment kan nog niet alle energieproductie worden aangesloten en wordt er gezocht naar oplossingen. Ingewikkeld is dat deze oplossingen soms in strijd zijn met wet- en regelgeving of dat er andere beperkingen zijn, die een snelle implementatie in de weg staan. In dergelijke gevallen is soms een tijdelijke vrijstelling wenselijk. Hiermee kan de periode tot het net is uitgebreid, worden overbrugd. Per 1 januari 2021 wordt de spitsstrook elektriciteitsnet definitief gebruikt. 3.

Laat de combinaties van vergunningen voor opwek en transportinfrastructuur synchroon lopen Besluitvorming over de opwekinstallatie en aanpassing van de daaruit voortvloeiende transportinfrastructuur doorlopen nu veelal in tijd van elkaar gescheiden procedures. Voorzie in één procedure meteen coördinerend bevoegd gezag voor de combinatie van transportinfrastructuur en opwekinstallatie. 4. Kom de betrokken ondernemers en initiatieven tegemoet door maximaal de mogelijkheden voor teruglevering op het net te onderzoeken of de termijn van de SDE-beschikking te verlengen In de nieuwe SDE-beschikking staat vermeld dat in de nieuwe toekenning alleen projecten in aanmerking komen, die ook daadwerkelijk elektriciteit leveren aan het net. In de huidige regeling kregen honderden ondernemers en lokale duurzame initiatieven een subsidietoekenning. Ze konden echter niet terugleveren op het net. Die ondernemers vallen nu tussen wal en schip. Bied de initiatiefnemers een keuze uit de volgende oplossingen: • SDE+ beschikking blijft en initiatief wordt zo spoedig mogelijk aangesloten en afgeschakeld bij fysieke congestie (enkele uren per jaar).

Daarbij dienen opties te worden uitwerken voor vergoeding van misgelopen inkomsten; • verlenging van termijn SDE+ met 5 jaar (met eventueel een herijking van de vergoeding SDE+ in verband met kostendaling zon-PV); • SDE-regeling aanpassen voor ondersteuning van de productie van groengas om de volledige Drentse potentie te benutten; • laten vervallen van beschikking SDE+ met een garantie dat de huidige ondernemers voorrang krijgen voor een volgende ronde van SDE+. 5. Geef netbeheerders de mogelijkheid om in voorkomende gevallen in overleg met de decentrale overheden te besluiten of een aansluitcapaciteit kan worden ingetrokken Doel is om speculatie en handel in offertes te voorkomen. Door gebrek aan transparantie ontstaat er handel in aansluitcapaciteit. Dit is het geval wanneer een ondernemer geen omgevingsvergunning krijgt, maar wel een offerte heeft getekend met de netwerkbeheerder. Een eigenaar van de aansluitcapaciteit kan elders een zonnepark ontwikkelen en deze aansluiten op de afgegeven capaciteit. Deze handelswijze betekent echter dat er extra kabel wordt

56

INHOUD

gelegd, wat leidt tot een niet-efficiënt netwerk. We vinden dit een ongewenste ontwikkeling. Meer transparantie van de netbeheerder kan deze ongewenste ontwikkeling voorkomen. We vragen daarom om heldere criteria op te stellen voor netbeheerders om toegezegde aansluitcapaciteit in te trekken. Een dergelijke oplossing moet een juridische grondslag krijgen in wet- en regelgeving. Netbeheerders mogen binnen de huidige regelgeving offertes niet weigeren als er capaciteit is. Het hebben van een intentieverklaring of Omgevingsvergunning is voor het afgeven van een offerte nu niet nodig. We vinden het belangrijk dat dit wettelijk wordt geregeld.

6. Ondersteun RES-regio Drenthe bij het realiseren van meer zon-op-bedrijfsdaken We hebben het voornemen een aanpak te ontwikkelen om meer zon-op-bedrijfsdaken en op agrarische daken te realiseren. Een succesvolle aanpak leidde inmiddels in enkele gemeenten tot meer zon-op-dak. We gaan deze aanpak in de hele regio verder doorontwikkelen. We voorzien echter dat hierbij ondersteuning van de Rijksoverheid nodig is op het gebied van onder meer bouw- en milieuregelgeving. Denk hierbij bijvoorbeeld aan verplichtingen om zonnepanelen op daken aan te brengen bij nieuwbouw en dakconstructies dusdanig uit te voeren zodat zonnepanelen kunnen worden geplaatst. De huidige plannen voor een wijziging in de bouwregelgeving geven mogelijkheden om zon-op-dak te verplichten. Dat is positief, omdat de uitvoering hiervan op lokaal niveau komt te liggen. Dit vraagt uitvoeringskracht bij gemeenten. Voor nieuwbouw pleiten we voor een landelijke (of wellicht provinciale) verplichting voor het duurzaam gebruik van een dak waarbij gemeenten een uitzondering kunnen maken wanneer dat lokaal nodig wordt geacht; dus verplicht tenzij in plaats van de huidige strekking van niet verplicht tenzij. We zien graag verdere ondersteuning van de Rijksoverheid bij het grootschalig uitrollen van zon-op-dak en de mogelijkheid voor het verzekeren van zon-op-dak. 7.

Ondersteun samen met provincies en gemeenten lokale energiecoöperaties en laat projecten slagen We maken ons zorgen om kleinere initiatieven die achter het net lijken te vissen bij de toekenning van netcapaciteit. Het verwerven van draagvlak is een belangrijke voorwaarde voor een succesvolle energietransitie. Kleinschalige initiatieven dragen hieraan veel bij. Energiecoöperaties die deze initiatieven ontwikkelen, kunnen door hun kleinschaligheid moeilijk voldoen aan alle vereisten die aan initiatiefnemers worden gesteld. Hier ligt een relatie met punt 4 en 5 over kleinschalige initiatieven waarvoor geen netcapaciteit is, of initiatieven met SDE-beschikkingen die niet aangesloten kunnen worden en verlopen door gebrek aan netcapaciteit. We vragen om via wet- en regelgeving de netbeheerder meer bevoegdheden te geven om aansluitcapaciteit in te trekken.

57

INHOUD

8. Besteed in de landelijke Waterstofvisie aandacht aan alternatieve oplossingen voor de netwerkproblemen Netverzwaring is niet de enige oplossing voor het gebrek aan netcapaciteit. Juist in die gebieden waar het net ‘dun’ is of de afstand tot de vraag groot is, kunnen opslag van energie en waterstof als energiedrager op termijn mogelijk ook als oplossingsrichtingen fungeren. 9. Maak de warmtetransitie betaalbaar en financierbaar Technisch is er veel mogelijk, maar de betaalbaarheid en financierbaarheid zijn aandachtspunten. Regionale kenmerken spelen hierbij een rol. In dichtbevolkte gebieden met een groter aandeel restwarmte is een gunstigere business case te maken, dan in een dunbevolkt gebied. Mogelijk leidt dit tot regionale verschillen. Dit kan deels worden voorkomen door de kosten van warmtenetten te socialiseren. Dit vraagt om keuzes op rijksniveau. 10. Geef de regionale netbeheerders een grotere rol in de aanleg van warmtenetten door de huidige belemmerende wetgeving hierop aan te passen De economisch meest rendabele alternatieven voor aardgas zullen door de markt worden gerealiseerd, maar hoe zit het met de oplossingen die minder renderen of zelfs geld kosten? De gemeente heeft een regierol, maar wie gaat daadwerkelijk de uitvoering op zich nemen? Ook hier spelen ruimtelijke kenmerken een rol.

Waarschijnlijk zijn de economisch meest rendabele projecten niet binnen de RES-regio Drenthe te vinden. Om wel projecten te kunnen realiseren, is een grote invloed van de overheid noodzakelijk. Dit vergt een grote inzet van het gemeentelijke apparaat, maar hoe ver gaat de rol van de gemeente? Moet de gemeente zelf als ontwikkelaar optreden? Welke rol kunnen en willen lokale energie-initiatieven zoals coöperaties hierin oppakken? Het is wenselijk de regionale netbeheerders een grotere rol te geven door de huidige belemmerende wetgeving hierop aan te passen. De Rijksoverheid werkt aan de ontwikkeling van de Wet collectieve warmtevoorziening (ook wel Warmtewet 2.0). Hierin is het eigenaarschap van toekomstige warmtenetten een belangrijk aandachtspunt. 11. Zorg voor een financiële regeling om de onrendabele top van een warmtenet te financieren In een aantal gevallen ligt een collectief warmtenet als alternatieve warmtebron het meest voor de hand. In de RES-regio Drenthe is echter nauwelijks hoogbouw en is de afstand tussen de huizen relatief groot. De kosten voor het aanleggen van een warmtenet zijn daarmee relatief hoog. Er is een financiële regeling noodzakelijk om de onrendabele top van een warmtenet te kunnen financieren. 12. Maak de aanleg van collectieve warmteleverende systemen juridisch afdwingbaar Doorzettingsmacht is essentieel om iedereen in de juiste stand te krijgen.

Is dit niet het geval, dan zullen collectieve warmteleverende systemen minder snel worden aangelegd. Het is aan de Rijksoverheid om de aanleg hiervan juridisch afdwingbaar te maken. Als een warmtenet wordt aangelegd, is iedereen dan verplicht aan te sluiten? Antwoord op deze vraag is van belang voor de praktische en financiële uitvoerbaarheid en dient daarom in wetgeving te worden vastgelegd. 13. Zorg voor een nationaal wettelijk kader voor lusten en lasten De belangrijkste randvoorwaarde voor het realiseren van 50 procent lokaal eigendom en financiële participatie is een nationaal wettelijk kader voor lusten en lasten bij de energietransitie. Op dit moment is er geen landelijke wetgeving waarin specifiek voor wind- en/of zonneparken bevoegdheden zijn opgenomen waarmee compensatie, financiële participatie en lokaal eigendom kan worden afgedwongen. 14. Zorg voor juridische mogelijkheden om opbrengst van energieprojecten te benutten voor specifieke fondsen en projecten We vinden het belangrijk dat er mogelijkheden worden gecreëerd, zodat overheden financiële opbrengsten vanuit zonne- en windenergie in kunnen zetten voor specifieke fondsen, waaronder fondsen voor het verduurzamen van de gebouwde omgeving en het buitengebied. 15.

Landelijke communicatie over RES en klimaatakkoord We vinden het belangrijk dat op nationaal niveau wordt gecommuniceerd over de regionale energiestrategie. We zien een kans om binnen de Klimaatcampagne ‘Iedereen doet wat’ aandacht te besteden aan de RES. In de landelijke campagne dient aandacht te worden besteed aan het waarom van de RES, de maatregelen die binnen de RES worden uitgewerkt en hoe de RES zich verhoudt tot de opgave binnen het Klimaatakkoord.

58

INHOUD

6. Hoe verder na RES 1.0 6.1

Inleiding

Om tot de RES 1.0 van de RES-regio Drenthe te komen, hebben we in de regio Drenthe veel activiteiten opgepakt en uitgevoerd. Zo is er met verschillende partijen gesproken en zijn afspraken gemaakt, zijn cijfers aangescherpt, is een virtuele Drentse Energie Driedaagse georganiseerd en zijn onderzoeken uitgevoerd op het gebied van ruimte en warmte. Sommige activiteiten staan qua uitvoering gepland in de tweede helft van 2021, deels vanwege de grote omvang van het takenpakket. Het was simpelweg niet realistisch om alle activiteiten binnen de beschikbare tijd uit te voeren. De corona-crisis speelde daarbij ook parten. Er zijn activiteiten die we fysiek willen uitvoeren, wat helaas in de afgelopen periode niet mogelijk was. Gelukkig is de RES 1.0 niet het eindstation en gaan we door met de RES 2.0.

6.2 Planning tweede helft 2021 De RES-activiteiten die gepland staan in de tweede helft van 2021 zijn onder meer: • uitvoeren van participatietrajecten met jongeren en jongwerkenden – het Social Lab; • uitvoeren van scholieren- en studentenparticipatie; • ontwikkelen van Routekaart RES en elektriciteitsnetwerk 2030; • opzetten van een systeem om de RES te monitoren op basis van actuele gegevens; • uitwerken van een gids landschappelijke inpassingen; • opzetten van een Kennisnetwerk; • nader onderzoeken van biogrondstoffen met name mest; • bespreken hoe we regionaal ondernemers kunnen faciliteren en stimuleren. Het streven is om deze activiteiten voor het einde van dit jaar te hebben afgerond.

6.3 Evaluatie In de tweede helft van 2021 vindt een evaluatie plaats. Mede op basis van de bevindingen stellen we de weg naar en de invulling van de RES 2.0 vast. Verder bekijken we of en zo ja hoe we in de realisatie gezamenlijk willen optrekken.

6.4 Vervolg naar RES 2.0 In het vervolg naar de RES 2.0 worden, aanvullend op de genoemde activiteiten in voorgaande hoofdstukken, in ieder geval de volgende zaken uitgewerkt: • samenhang biodiversiteit en energieopgave; • integrale effectenanalyse; • RES en educatie en werkgelegenheid (welke kansen biedt de energietransitie?); • gevolgen verduurzamen mobiliteit en industrie; • ontwikkelen van de routekaart warmtebronnen; • gezondheid in de RES; • circulariteit (het duurzaam (her)gebruiken van de grondstoffen) – zie kader; • stikstofdepositie van warmtebronnen; • ontwikkelen van een publieksvriendelijke monitor;

59

INHOUD

Verder onderzoeken we richting de RES 2.0. hoe we op een vernieuwende manier scholieren en studenten kunnen betrekken bij de vraagstukken rondom de energietransitie.

Circulariteit De levensduur van zonnepanelen en windturbines is zo’n 25 jaar. Door het vervangen van de panelen of de wieken van turbines kan de levensduur worden verlengd. Echter, vervangen betekent nieuwe grondstoffen delven, verwerken, vervoeren en installeren. Omdat we met de RES inzetten op grootschalig gebruik van zonne- en windenergie, is het essentieel om hierover tijdens het proces goed na te denken. Daarom willen we in de periode naar de RES 2.0, mogelijk samen met de RES-regio’s Groningen en Friesland, aandacht besteden aan circulariteit bij dergelijke projecten. Daarvoor gebruiken we expertise en creativiteit vanuit alle hoeken en werken we hieraan samen met jongeren, de markt, ondernemers en overheden.

6.5 Financiering RES De RES’en zijn een belangrijk onderdeel van het Klimaatakkoord. Met de RES’en leveren de 30 energieregio’s een substantiële bijdrage aan de doelen die zijn gesteld in het Klimaatakkoord. De minister van Economische Zaken en Klimaat heeft de Tweede Kamer1 laten weten dat een sterk gezamenlijk bestuurlijk commitment is uitgesproken om de ondersteuning van de RES te continueren, landelijk én in de regio’s. Het nieuwe kabinet zal zo spoedig mogelijk een besluit nemen over de financiering van de ondersteuning van het RES-proces, omdat er veel waarde wordt gehecht aan continuering van het huidige proces. In de RES-regio Drenthe gaan we met de beschikbare financiering in ieder geval door tot 1 januari 2022.

Zonneroute A37: ambitieus zonnig staaltje van samenwerking. Bron: studiomarcovermeulen

1

60

Kamerbrief minister Wiebes over stand van zaken regionale energiestrategie

INHOUD

Overzicht bijlagen De bijlagen zijn te vinden op https://www.energievoordrenthe.nl/themas/res10/

Hoofdstuk 1 Ambitie •

Systeemstudie energie-infrastructuur Groningen & Drenthe 2020-2050

•

Huidig en toekomstig energiegebruik Drenthe

•

Definitieve Concept RES regio Drenthe

•

Motie en zienswijzen Concept RES

Hoofdstuk 2 Eén regio •

Samenstelling van de verschillende gremia – Drentse Energietafel, Werktafel en Werkgroepen

Hoofdstuk 3 Visie en aanpak hernieuwbare elektriciteit 3.2 Maatschappelijke betrokkenheid • Overzicht participatiebeleid gemeenten •

3.3

Verantwoording Het Drentse Energieverhaal

Opwek hernieuwbare elektriciteit

•

Feiten en cijfers per gemeente RES 1.0 regio Drenthe

•

Energieproductie (TWh) per gemeente en waterschap op projectniveau

3.4

Energie-infrastructuur

•

Netimpact-rapportage RES 1.0 regio Drenthe

•

Deelnetvorming TenneT

•

Te maken afspraken RES-regio Drenthe

3.5

Zorgvuldig ruimtegebruik bij zon-op-landprojecten, windturbines en energie-infrastructuur

•

Juridisch instrumentarium

•

Zonnewijzer Biodiversiteit

Hoofdstuk 4 Regionale Structuur Warmte •

Systeemstudie energie-infrastructuur Groningen & Drenthe 2020-2050

• • • • •

Kaarten: A. geothermie B. warmte-koudeopslag (WKO) C. thermische energie uit oppervlaktewater (TEO) D. industriële restwarmte E. Warmtevraag-clusters

•

Aanvullende informatie Aquathermie

•

Rapport TEA-N.N.-Industriële restwarmte Noord-Nederland

•

Rapport TEO Drenthe - Verkennende casestudies langs Drentse wateren

•

Inventarisatie biogrondstoffen Drenthe

Hoofdstuk 6 Hoe verder na RES 1.0 •

Kamerbrief van Minister van Economische Zaken d.d. 30 oktober 2020 Betreft Stand van zaken Regionale Energiestrategie

61

INHOUD

Begrippenlijst

62

Begrip

Uitleg

>15 kWp

Voor de opwek van zon geldt een landelijke ondergrens van 15 kWp om mee te mogen tellen in de RES-bijdrage (het gaat om grote daksystemen).

All-electric

Woningen met alleen een aansluiting op het elektriciteitsnet

AOC

Agrarisch opleidingencentrum

AWB

Algemene wet bestuursrecht

CBS

Centraal Bureau voor Statistiek

Congestiegebied

Een gebied waar het elektriciteitsnet vol is of verstopt dreigt te raken, omdat het aanbod van stroom groter is dan de vraag.

DET

Drentse Energietafel

Drentse KEI

Drentse Koepel Energie-initiatieven

Fysieke congestie

Een situatie waarbij op een bepaald tijdstip het niveau van de vraag naar werkelijke leveringen groter is dan de technische capaciteit.

Geothermie

De warmte die op grote diepte (meerdere kilometers) van nature in de aarde aanwezig is, benutten voor het leveren van warmte aan woonwijken, kassen of bedrijven.

Groene waterstof

Waterstof afkomstig uit een hernieuwbare bron en geproduceerd met duurzame energie.

GZI next

Project over hergebruik Gaszuiveringsinstallatie in Emmen.

Hernieuwbare elektriciteit

Duurzaam opgewekte elektriciteit

KEI

Koepel Energie Initiatieven

KEK

Klimaat en Energie Koepel

kWp

kilowattpiek, het vermogen van een zonnepaneel-installatie

LS/MS/HS-stations

Laag Spanning-, Midden Spanning- en Hoog Spanning-stations

LTO

Land- en Tuinbouworganisatie

MED of MET

Initiatief Maatschappelijke Energietransitie Drenthe

Mton CO2

Megaton is 1 miljoen kilo CO2

Netbeheerder

onafhankelijk nutsbedrijf dat een transportnetwerk voor energie (gas, elektriciteit en warmte) beheert

NP RES

Nationaal Programma Regionale Energiestrategieën

NVDE

Nederlandse Vereniging Duurzame Energie

PBL

Planbureau voor de Leefomgeving

PLED

Programma Lokale Energietransitie Drenthe

POV

Provinciale Omgevingsverordening

POVI

Provinciale Omgevings Visie

INHOUD

PV-installatie

PV is een afkorting voor Photo Voltaic. Photo betekent licht enVoltaic betekent elektriciteit. Deze term wordt vaak gebruikt bij zonnepanelen.

RES

Regionale Energie Strategie

ROC

Regionaal Opleidingencentrum

RSW

Regionale Structuur Warmte

RUG

Rijksuniversiteit Groningen

SDE

Stimulering Duurzame Energieproductie, een subsidiemaatregel om de productie van duurzame energie te stimuleren.

Social lab

Een inspiratieplaats, een plek waar jong en ervaren elkaar ontmoeten, samenwerken, kennis en kunde delen en door elkaar geïnspireerd raken.

TEO/TEA/TED

Potentie met energie uit grotere snelstromende wateroppervlaktewateren en uit afvalwater en drinkwater

Techniekneutraal

Techniekneutraal betekent dat er nog invulling aan moet worden gegeven; het kan gaan om opwekking van elektriciteit door middel van zonne-energie op land, zonne-energie op dak en windenergie.

TVW

Transitievisie Warmte. Hierin legt de gemeente per wijk vast hoe deze van het aardgas af gaat.

TWh

TeraWattuur, eenheid van elektriciteit. 1 TWh komt overeen met 1 miljoen kWh, een huishouden verbruikt gemiddeld per jaar zo’n 3.500 kWh.

VDG

Vereniging Drentse Gemeenten

Veenoxidatie

Veenoxidatie is een proces waarbij veen, door het verlagen van de grond- en/of oppervlaktewaterstand, blootgesteld wordt aan de lucht, waardoor het oxideert en de bodem inklinkt. Het proces is onomkeerbaar en kan grote gevolgen hebben.

Vollastuur

Eenheid voor de effectieve opbrengst van een energiebron met een wisselend vermogen. Het aantal vollasturen kan worden gezien als de tijdsduur waarin de energiebron effectief op vol vermogen energie heeft geproduceerd..

VNO-NCW

Werkgeversorganisatie

Waterstof

Een kleurloos, reukloos, smaakloos en hoog ontvlambaar (niet giftig) gas en daarmee een energiedrager (dus geen energiebron)

Watt

Eenheid Eenheid van elektrisch vermogen op een willekeurig tijdstip en wordt gebruikt als aanduiding voor opwekkingscapaciteit of stroomvraag.

WKO

Warmte Koude Opslag. De constante temperatuur die de bodem heeft (tot circa 100 meter diepte) benutten voor het verwarmen en koelen van gebouwen.

Wp

Wattpiek, een meeteenheid voor de capaciteit van zonnecellen ofzonnepanelen om zonne-energie in elektriciteit om te zetten.

WUR

Wageningen University Research

Zon-op-dak

Zonnepanelen op grote daksystemen met een ondergrens van 15 kWp tellen mee in de RES

63

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10267057/1