Reactienota zienswijzen definitief geanonimiseerd
Tekst van het document
Reactienota zienswijzen ontwerp bestemmingsplan “Buitengebied,
deelplan Wolddijk 23, Ruinerwold” Inspreker 1. S. Samenvatting: 1.1 Indieners zienswijze geven aan dat er geen sprake was van een pretpark ten tijde van de aankoop van de woning 8 jaar geleden en dat zij dat niet konden voorzien.
Reactie gemeente: In 2014 was er sprake van een agrarisch bedrijf met een ondergeschikte dagrecreatieve functie, waaronder verstaan wordt: activiteiten ter ontspanning in de vorm van sport, spel, toerisme en educatie. Het bestemmingsplan dat voor deze functieverruiming is opgesteld in 2013 is niet langer toereikend, daarom is het nieuwe bestemmingsplan opgesteld. Dit bestemmingsplan voorziet in de uitbreiding van het dagrecreatieve deel van het bedrijf, omdat het niet langer ondergeschikt is aan de agrarische functie. Het bedrijf is organisch gegroeid van een activiteit bij een agrarisch bedrijf tot een dagrecreatief bedrijf met een kleine agrarische tak. 1.2
De wijziging van agrarisch naar recreatie en de uitbreiding van gebouwen heeft tot gevolg dat de waarde van de woning aanzienlijk daalt. Reactie gemeente: Of er sprake is van planschade zal beoordeeld worden door een onafhankelijk adviesorgaan. Een verzoek om planschade kan tot 5 jaar na het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan worden ingediend. Voor iedereen in Nederland geldt een maatschappelijk risico van 2-5 % (afhankelijk van de situatie). Dit is geen reden om niet over te gaan tot herontwikkeling van terreinen. Schade die boven het maatschappelijk risico uitstijgt wordt vergoed.
1.3
Indieners zienswijzen gaan niet akkoord met de wijziging van het bestemmingsplan; van agrarisch naar recreatie. Reactie gemeente: Dit onderdeel van de zienswijze wordt ter kennisgeving aangenomen.
1.4
Indieners ervaren een aantasting van het woongenot en de privacy door verkeersdrukte, geluid, overlast, afval. Reactie gemeente: Met betrekking op privacy, het perceel wordt rondom landschappelijk ingepast, aan de zijde van Wolddijk 25 bestaat deze uit een dubbele rij es en berk met een bosachtige structuur, waardoor het zicht op het parkeren, maar ook het zicht van het parkeren op het erf van nummer 25 wordt afgeschermd. Met betrekking tot vermindering woongenot door verkeersdrukte, geluid en afval kan het volgende worden opgemerkt. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het van belang het woon- en leefklimaat nabij de omliggende woningen te beoordelen. Daarbij is gebruik gemaakt van de VNG-publicatie “Bedrijven en milieuzonering”. In de afweging is geluid een belangrijke component. De inrichting zal ook moeten voldoen aan de voorwaarden uit het Activiteitenbesluit milieubeheer. De geluidsniveaus zijn vastgesteld door alle relevante geluid producerende activiteiten, waaronder verkeer, en installaties te inventariseren en daarvan de geluidsoverdracht naar de omliggende woningen te
berekenen. Hiervoor wordt verwezen naar het akoestisch onderzoek. Ook het geluid van spelende kinderen is voor een goede ruimtelijke ordening beoordeeld. De inrichting voldoet met een berekende waarde van 49 dB(A) aan de voorkeursgrenswaarde voor indirecte hinder van 50 dB(A). Gesteld kan worden dat de inrichting qua geluid voldoet conform de VNG-publicatie “Bedrijven en milieuzonering”. De representatieve bedrijfssituatie voldoet aan het stappenplan (stap 2) van de publicatie. Daarnaast wordt voldaan aan de grenswaarden uit het Activiteitenbesluit. Een dergelijke inrichting komt overeen met de regels zoals deze opgenomen zijn in het geldende bestemmingsplan. De uitbreiding is akoestisch gezien zonder meer mogelijk terwijl een goed woon- en leefklimaat bij de woningen wordt gehandhaafd. Met betrekking tot afval wordt opgemerkt dat de Drentse Koe vuilnisbakken op het terrein heeft staan. 1.5
Indieners ervaren regelmatig geluidsoverlast. De geluidsmetingen die gedaan zijn, zijn niet op het juiste moment gedaan. Deze moeten plaatsvinden op de momenten dat er ook daadwerkelijk shows plaatsvinden. Reactie gemeente: In het akoestisch rapport is het geluid van de kindershow met muziek in de bestaande speelschuur ook beoordeeld. Er is op een drietal dagen gemeten, om zo een gemiddelde representatieve waarde te krijgen. De RUD heeft de metingen beoordeeld als representatief. Daarnaast zijn de metingen altijd gecorrigeerd naar de maximaal representatieve bedrijfssituatie.
1.6
Op 3 juli overlast ondervonden van muziek en shows dit ondanks de afspraak die ze met de ondernemers van de Drentse Koe hebben gemaakt (geen muziek buiten, geen overlast van muziek, geen boxen/microfoons buiten, geen meldingen buiten dat shows gaan beginnen, geen poppen/animatie buiten). Reactie gemeente: Voor de beantwoording voor dit onderdeel van de zienswijze verwijzen wij naar onze beantwoording op 1.5. De shows voldoen aan de maximale toegestane geluidbelasting. Aanvullende afspraken die gemaakt zijn tussen indiener en de Drentse Koe zijn geen onderdeel van deze procedure.
1.7
Indieners vragen zich af of het akoestisch onderzoek onafhankelijk en betrouwbaar is. In augustus 2021 heeft de gemeente aangegeven dat er een nieuw onafhankelijk geluidsplan opgesteld moet worden. Reactie gemeente: Het geluidsonderzoek is gedaan door het Noordelijk Akoestisch Adviesburo, dit is een professioneel bedrijf. Verder is dit onderzoek beoordeeld door de Regionale uitvoeringsdienst Drenthe en akkoord bevonden. Er zijn geen redenen om aan te nemen dat dit onderzoek niet betrouwbaar of niet onafhankelijk is. Het staat indiener vrij om zelf een onderzoek te laten uitvoeren.
1.8
Metingen zijn gedaan op dagen die geen reëel beeld geven: • meting 18 maart 2018; koude dag, geen buiten speelweer; • meting 11 juni 2021; corona heerst nog en daarom zijn er minder bezoekers; • 11 december 2021; laagseizoen/winter; Reactie gemeente: Voor de beantwoording voor dit onderdeel van de zienswijze verwijzen wij naar onze beantwoording op 1.5.
1.9
Indieners zijn van oordeel dat de uitbreiding niet past in het beeld van de omgeving van rust en ruimte in het buitengebied. Reactie gemeente: Bedrijvigheid is naast rust en ruimte tevens een belangrijk onderdeel van het buitengebied. Door schaalvergroting en veranderingen in de agrarische sector transformeren agrarische bedrijven soms naar andersoortige bedrijven, dit is belangrijk voor de leefbaarheid van het buitengebied. Een voorwaarde hiervoor is onder andere het landschappelijk inpassen van deze bedrijven, zo ook bij deze ontwikkeling. Het perceel wordt landschappelijk ingepast conform het aan de bijlage toegevoegde inrichtingsplan. Dit plan is verankerd in de regels van het bestemmingsplan.
1.10
De nieuwe schuur is naar voren geplaatst ten opzichte van de eerder ingediende tekening. Graag zover mogelijk naar achteren plaatsen i.v.m. woongenot. Reactie gemeente: De nieuwe speelschuur staat op de tekeningen nog op dezelfde locatie als op de tekeningen uit 2018.
Conclusie: De inhoud van de zienswijze geeft geen aanleiding tot het aanpassen van het bestemmingsplan. Inspreker 2. Samenvatting: 2.1 Indieners zienswijze geven aan dat het huidige recreatiebedrijf al een dominante plek inneemt in het landschap. Met een verschuiving van agrarisch naar recreatie zal dit nog dominanter worden tot een omvang die niet passend is in het buitengebied. Reactie gemeente: Bedrijvigheid is naast rust en ruimte tevens een belangrijk onderdeel van het buitengebied. Door schaalvergroting en veranderingen in de agrarische sector transformeren agrarische bedrijven soms naar andersoortige bedrijven, dit is belangrijk voor de leefbaarheid van het buitengebied. Een voorwaarde hiervoor is onder andere het landschappelijk inpassen van deze bedrijven, zo ook bij deze ontwikkeling. Het perceel wordt landschappelijk ingepast conform het aan de bijlage toegevoegde inrichtingsplan. Dit plan is verankerd in de regels van het bestemmingsplan. Agrarische bedrijven hebben gemiddeld een bouwblok van 1 tot 1,5 ha. Daarnaast bestaat de mogelijkheid om met afwijking 1500 m2 buiten het bouwblok te bouwen. Het bouwblok voor recreatie bedraagt 2ha maar hiervoor geldt een bebouwingspercentage van 15%. 2.2
De praktijk wijst uit dat niet-agrarische bedrijven in het buitengebied als een ongewenste ontwikkeling wordt beschouwd. Het kan leiden tot overlast voor de omgeving zoals verkeers- en geluidoverlast. Reactie gemeente: Vanuit zowel het gemeentelijk als het provinciaal beleid is niet agrarische bedrijvigheid in het buitengebied op voormalig agrarische locaties wel een wenselijke ontwikkeling. Hierbij moet wel worden voldaan aan de eisen uit het activiteitenbesluit om (geluids-)overlast te voorkomen. Verder wordt verwezen naar 2.1.
2.3
De woning van indieners zienswijze zal gaan dalen in waarde. Reactie gemeente: Of er sprake is van planschade zal beoordeeld worden door een onafhankelijk adviesorgaan. Een verzoek om planschade kan tot 5 jaar na het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan worden ingediend. Voor iedereen in Nederland geldt een maatschappelijk risico van 2-5 % (afhankelijk van de situatie). Dit is geen reden om niet over te gaan tot herontwikkeling van terreinen. Schade die boven het maatschappelijk risico uitstijgt wordt vergoed.
2.4
Indieners ondervinden regelmatig geluidshinder. Dit zal toenemen bij de voorgenomen uitbreiding van de recreatiebestemming. Reactie gemeente: In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het van belang het woon- en leefklimaat nabij de omliggende woningen te beoordelen. Daarbij is gebruik gemaakt van de VNG-publicatie “Bedrijven en milieuzonering”. In de afweging is geluid een belangrijke component. De inrichting zal ook moeten voldoen aan de voorwaarden uit het Activiteitenbesluit milieubeheer. De geluidsniveaus zijn vastgesteld door alle relevante geluid producerende activiteiten, waaronder verkeer, en installaties te inventariseren en daarvan de geluidsoverdracht naar de omliggende woningen te berekenen. Ook het geluid van spelende kinderen is voor een goede ruimtelijke ordening beoordeeld en meegenomen in het akoestisch onderzoek. De inrichting voldoet met een berekende waarde van 49 dB(A) aan de voorkeursgrenswaarde voor indirecte hinder van 50 dB(A). Gesteld kan worden dat de inrichting qua geluid voldoet conform de VNG-publicatie “Bedrijven en milieuzonering”. De representatieve bedrijfssituatie voldoet aan het stappenplan (stap 2) van de publicatie. Daarnaast wordt voldaan aan de grenswaarden uit het Activiteitenbesluit. Een dergelijke inrichting komt overeen met de regels zoals deze opgenomen zijn in het geldende bestemmingsplan.
De uitbreiding is akoestisch gezien zonder meer mogelijk terwijl een goed woon- en leefklimaat bij de woningen wordt gehandhaafd.
2.5
Bij indieners is niet bekend dat er een geluidswal aangelegd zou moeten worden terwijl een ander recreatiebedrijf deze verplichting tot aanleg wel heeft gekregen. Verzoek is dan ook om de aanleg in overweging te nemen. Reactie gemeente: Het treffen van voorzieningen is afhankelijk van de uitkomsten van akoestisch onderzoek. Voor de beantwoording voor dit onderdeel van de zienswijze verwijzen wij naar onze beantwoording op 2.4. Omdat wordt voldaan aan de geluidsnormen is de aanleg van een geluidswal geen voorwaarde.
2.6
Indieners hebben twijfels bij de geluidsmetingen omdat deze of tijdens de coronaperiode of op koude dagen zijn uitgevoerd. Deze metingen zijn niet representatief. Reactie gemeente: In het akoestisch rapport is het geluid van de kindershow met muziek in de bestaande speelschuur ook beoordeeld. Er is op een drietal dagen gemeten, om zo een gemiddelde representatieve waarde te krijgen. De RUD heeft de metingen beoordeeld als representatief. Daarnaast zijn de metingen altijd gecorrigeerd naar de maximaal representatieve bedrijfssituatie.
2.7
Er is nu al sprake van grote verkeersdrukte en verkeershinder. De drukte zal door verhoging van bezoekersaantallen toenemen hetgeen zal leiden tot meer overlast. Daarnaast is de toegangsweg niet geschikt voor grote bezoekersaantallen. Reactie gemeente: De geluidsbelasting veroorzaakt door verkeer is meegenomen in het akoestisch onderzoek en voldoet aan de normen. Verder is er vanuit de gemeente een gesprek geweest met de Drentse koe en de omwonenden over de door de gemeente toegezegde maatregelen aan de Wolddijk, vanwege klachten van omwonden. Uit dit gesprek is gekomen dat de omwonenden geen kleurvlakken of andere maatregelen willen aan de Wolddijk. De Wolddijk is een doorgaande weg met voldoende capaciteit om de bezoekersstromen te kunnen verwerken. De bestaande in- en uitrit voldoen aan de gestelde normen. Vanuit veiligheid is er wel een rood kleurvlak aangebracht op het vrijliggende fietspad ter hoogte van de Drentse Koe.
2.8
Extra bezoekers betekent extra uitstoot; gelet op de huidige stikstofdiscussie vragen indieners zich af of recreatiebedrijven nog wel uit kunnen breiden. De verkeersstroom is aanzienlijk groter. Reactie gemeente: Aan het bestemmingsplan is een stikstofberekening toegevoegd van Fopma Natuuradvies (september 2020, update oktober 2022), hierin is beoordeeld dat er door het verminderen van de veestapel ondanks de toename aan aantal bezoekers minder stikstof wordt uitgestoten en dat er sprake is van een afname van de stikstofemissie.
2.9
Indieners zijn van mening dat de maximale grootte al is bereikt. Er moeten grenzen gesteld worden aan bezoekersaantallen, openingstijden, horeca etc. Reactie gemeente: De uitbreiding is getoetst aan het bestaande beleid (rijks-, provinciaal en gemeentelijk) en de bestaande wet- en regelgeving en voldoet. Verder wordt in Hoofdstuk 4 van de plantoelichting ingegaan op de omgevingsaspecten. Uit de hiervoor verrichte onderzoeken blijkt dat voldaan wordt aan de gestelde normen.
Conclusie: De inhoud van de zienswijze geeft geen aanleiding tot het aanpassen van het bestemmingsplan. Indiener 3. Samenvatting: Ladder voor duurzame verstedelijking 3.1 Indiener zienswijze merkt op dat de ladder rechts onzeker wordt gepresenteerd. Er wordt vermeld dat het plan niet ladderplichtig is maar dat er toch een laddertoets wordt uitgevoerd. Cliënt van indiener is wel van mening dat het plan ladderplichtig is. Niet alleen vanwege de functiewijziging maar ook vanwege de uitbreiding van de bebouwingsmogelijkheden ten behoeve van de recreatieve functie. Deze functie is vooral belastend voor cliënt van indiener. Reactie gemeente: In de toelichting van het bestemmingsplan wordt aangegeven dat te motiveren is dat de ladder niet verplicht is, maar voor de zekerheid toch wordt doorlopen. Hierbij wordt de toets inhoudelijk beoordeeld en wordt gemotiveerd dat er kan worden voldaan.
3.2
Indiener vraagt waarom de ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd. Er moet gekeken worden of er binnen bestaand stedelijk gebied in de behoefte kan worden voorzien en of de raad zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat binnen het bestaand stedelijk gebied geen geschikte locatie beschikbaar is. Reactie gemeente: Het betreft een uitbreiding/andere invulling van een bestaand bedrijf, op basis van rechtspraak kan daarmee gesteld worden dat er geen sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Tevens is verplaatsing van een reeds bestaand bedrijf in het buitengebied naar een locatie binnen bestaand stedelijk gebied in dit geval niet redelijk.
3.3
De behoefte in kwantitatieve en kwalitatieve zin is niet aangetoond. Hierbij is een goede afbakening van het verzorgingsgebied van groot belang. Reactie gemeente: De Speel- en ijsboerderij genereert een uniek aanbod voor een grote regio. Dit is de afgelopen jaren ook gebleken. Bedrijven die hier enigszins op lijken, maar toch een heel ander aanbod en thema hebben zijn op grote afstand gelegen (47 en 55 km).
3.4
In de toelichting dient de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling te worden omschreven met voldoende actuele concrete en zo mogelijk cijfermatige gegevens; dit ontbreekt in dit plan. De behoeftetoets is niet succesvol doorlopen. Reactie gemeente: Voor de beantwoording voor dit onderdeel van de zienswijze verwijzen wij naar onze beantwoording op 3.3.
3.5
In de beschrijving dient tot uitdrukking te komen dat de behoefte is afgewogen tegen het bestaande aanbod. Ook dit is verzuimd. Aangegeven wordt dat er veel recreatieve functies in de omgeving aanwezig zijn. Er kan dus sprake zijn van onbenutte capaciteit. Reactie gemeente: Voor de beantwoording voor dit onderdeel van de zienswijze verwijzen wij naar onze beantwoording op 3.3.
Provinciaal beleid – Omgevingsvisie 3.6 In de toelichting wordt geen rekening gehouden met de ontwerp Omgevingsvisie 2022. De inhoudelijke beoordeling van het initiatiefplan in relatie tot de omgevingsvisie is ondermaats en inhoudelijk onjuist. Reactie gemeente: Een ontwerpvisie is geen toetsingskader. Los daarvan blijkt dat dit plan wel passend is binnen de ontwerp omgevingsvisie. Dit blijkt ook uit de vooroverlegreactie van Gedeputeerde Staten die het plan heeft getoetst aan het provinciale beleid. 3.7
Het perceel heeft meer aanduidingen (in de visie van 2018) dan alleen de duiding “complex Landbouwgebied” die in de toelichting wordt vermeld te weten: landbouwgebied (kaart 2), wegdorpenlandschap van de laagveenontginning (kaart 3). Aan de uitgangspunten hiervan (provinciaal belang open weidegebied en het behouden en versterken van het open karakter en de smalle
verkavelingsstructuur) wordt niet voldaan dan wel onderbouwd hoe hieraan zou kunnen worden voldaan. Reactie gemeente: Zoals bij punt 3.6 vermeld hebben GS het plan getoetst aan het provinciale beleid. 3.8
Kaart 5 deelgebied cultuurhistorie de Reest en Meppel: niet is vermeld hoe aan de eisen van dit cultuurhistorische deelgebied is voldaan. Daarnaast ontbreekt een cultuurhistorisch onderzoek. Kaart 6 archeologie beschermingsniveau 1: generiek niet zichtbaar getoetst. Kaart 7 aardkundige waarde, beschermingsniveau generiek niet zichtbaar getoetst. Kaart 9 milieukwaliteit, luchtkwaliteit, geurhinder en externe veiligheid niet zichtbaar getoetst. Kaart 11 robuust landbouwsysteem, landbouwgebied niet zichtbaar getoetst. In de toelichting wordt aangegeven dat landbouw in dit gebied alle ruimte behoort te krijgen. De omgeving staat in teken van ontwikkeling van de landbouw en biedt dan ook geen ruimte om over te gaan tot uitbreiding van recreatieve functies in dit gebied. Kaart 12 robuust natuursysteem, stad en dorp niet zichtbaar getoetst. Kaart 13 robuust en klimaatbestendig, water in de stad, zand Rijn-oost, landbouwfunctie van watersystemen niet zichtbaar getoetst. Reactie gemeente: Omgevingsaspecten zijn opgenomen in Hoofdstuk 4. Verder wordt verwezen naar de beantwoording onder 3.6 en 3.7.
3.9
Indiener is van mening dat de beoordeling aan de omgevingsvisie foutief is geweest. Er blijkt namelijk niet dat er enige ruimte is voor recreatieve functies. Reactie gemeente: De provinciale omgevingsvisie gaat uitgebreid in op vrije tijdseconomie en de attractiewaarde van Drenthe. Hiervoor wordt dan ook ontwikkelruimte geboden. Het plan van de Drentse Koe is hieraan getoetst en akkoord bevonden door GS. Verder wordt het belang van vrijetijdseconomie nog benoemd op de volgende plekken: 2.3.2 Bruisend Drenthe 5.1.1 Concurrentiekracht 5.1.2.5 Regio Zwolle-Meppel 7.1.4.2 Zuidwest-Drenthe
Provinciaal beleid – omgevingsverordening 3.10 Er is niet zichtbaar getoetst aan de artikelen 2.18 (bedrijvigheid) en 2.19 (mobiliteit). Er is onvoldoende gemotiveerd c.q. onderbouwd dat het plan voldoet aan de uitgangspunten in deze artikelen. Reactie gemeente: In paragraaf 3.2 is het volgende opgenomen: In de provinciale omgevingsvisie is aangegeven dat men vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening zeer terughoudend is als het gaat om de uitbreiding van de bestaande bedrijfslocaties. Vestiging op een bedrijventerrein binnen stedelijk gebied en dan in het bijzonder op bedrijventerreinen, heeft de voorkeur. Daarbij is aangegeven dat indien verplaatsing niet mogelijk of onwenselijk is, of als het bedrijf een gunstige invloed op de werkgelegenheid en daarmee op de vitaliteit van het landelijk gebied, acht men uitbreiding verantwoord.
Het provinciaal beleid betreffende de ontwikkeling van bedrijfslocaties is vastgelegd in artikel 2.18 van de Provinciale Omgevingsverordening Drenthe en de daarop gebaseerde ‘Regeling Vestiging solitairbedrijf in buitengebied’. De Drentse Koe is een regionaal georiënteerd bedrijf gelegen buiten bestaand stedelijk gebied. Agrarische bedrijven en bedrijven binnen de sector recreatie en toerisme en overige functioneel aan het buitengebied verbonden bedrijvigheid is uitgesloten van het voornoemde beleid. Hiermee is 2.18 voldoende gemotiveerd. Deze motivering is akkoord bevonden door GS. Artikel 2.19 wordt gemotiveerd in hoofdstuk 4.10 Parkeren en Vervoer. 3.11
Er wordt niet voldaan aan artikel 2.12 van de verordening (agrarische bedrijvigheid). Door uitbreiden van de recreatieve functie moet de landbouwfunctie inboeten en wordt het goed functioneren ervan aanzienlijk beperkt. Reactie gemeente: De aanwezigheid van dit recreatieve bedrijf binnen een landbouwgebied heeft geen beperkende werking op het functioneren van omliggende landbouwgronden en bedrijven.
Gemeentelijk beleid – Structuurvisie De Wolden & LOK 3.12 Indiener geeft aan dat er geen toetsing heeft plaatsgevonden aan het LOK, niet aan de tabel en ook niet aan de aandachtspunten zoals vermeld op pag. 31 (opstrekkende verkaveling accentueren) en pag. 45 (nevenactiviteiten). Reactie gemeente: Het LOK (Landschappelijk Ontwikkelingskader) is gehanteerd bij onderhavig plan. In paragraaf 4.2 wordt gemotiveerd op welke wijze is voldaan aan het LOK. Doormiddel van de landschappelijk inpassing aan de oostzijde, bestaande uit een bos- en haagplantsoen met passende beplanting wordt de opstrekkende verkaveling geaccentueerd en tevens het bedrijf ingepast. 3.13
Indiener geeft aan dat het LOK vermeld (pag. 45) recreatieve functies in het buitengebied slechts worden gestimuleerd in bestaande bebouwing en dat uitbreiding een no-go is. Het plan van de Drentse Koe is hiermee in strijd. De plantoelichting vermeldt hier niets over behalve de vermelding van een inpassingsplan die de landschappelijk inpassing waarborgt. Reactie gemeente: Wij lezen hier niet dat uitbreiding een “no-go” is, er wordt aangegeven dat er in de meeste gevallen gebruik wordt gemaakt van bestaande bebouwing. Dit is vooral aan de orde bij toepassing van de VAB-regeling (vrijkomende agrarische bebouwing). In het onderhavige plan gaat het om de ontwikkeling van een recreatief bedrijf waarbij de huidige situatie (bouwmogelijkheden agrarisch bedrijf) door de transitie wordt verkleind.
3.14
Het plan is in strijd met de uitgangspunten zoals verwoord op pag. 91 van het LOK met betrekking tot het lint Wolddijk. Het feit dat er nu al bebouwing mogelijk is in de huidige bestemming doet daar niets aan af. Reactie gemeente: Pagina 91 maakt onderdeel uit van het Hoofdstuk dorpsranden 5. Dit hoofdstuk gaat uit van woningbouw in de vorm van landschappelijk bouwen. Er zijn twee
mogelijke richtingen: verder bouwen aan het lint of bouwen op een bestaand erf. De Wolddijk wordt in dit hoofdstuk behandeld omdat de raad in haar structuurvisie heeft aangegeven dat in dit lint incidenteel woningbouw kan plaatsvinden. Landschappelijke inpassing 3.15 Indiener geeft aan dat het inpassingsplan is voorzien van een summiere tekening waardoor betwijfeld wordt of er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Daarnaast is het plan aan de zijde van indieners cliënt beperkt ingevuld. Afgevraagd wordt of de geplande beplanting effect zal hebben om nadelige gevolgen weg te nemen. Reactie gemeente: De tekening is zowel duidelijk als op schaal, hierop is precies te zien welke beplanting op welke plaats wordt aangelegd. Aan de zijde van indiener wordt de bestaande singel aangevuld met een Elzensingel. Deze zal de opgaande verkaveling benadrukken en het zicht op de bebouwing vanaf de zijde van indieners verminderen. Landschappelijke inpassing is niet bedoeld voor het volledig wegnemen van het zicht. Ontwikkeling en omvang bedrijf 3.16 De omschakeling van het agrarisch bedrijf naar recreatief is geen rechtvaardiging voor een bestemmingsplanwijziging. De vaststelling van een bestemmingsplan moet te allen tijde voldoen aan de uitgangspunten van een goede ruimtelijke ordening. Reactie gemeente: De maatschappij verandert voortdurend en daarmee ook de leefomgeving.
Bij bestemmingswijzigingen vindt er een zorgvuldige belangenafweging plaats. De uitbreiding is getoetst aan het bestaande beleid (rijks-, provinciaal en gemeentelijk) en de bestaande wet- en regelgeving en voldoet. Verder wordt in Hoofdstuk 4 van de plantoelichting ingegaan op de omgevingsaspecten. Uit de hiervoor verrichte onderzoeken blijkt dat voldaan wordt aan de gestelde normen. Milieuzonering 3.17 Er is sprake van een nieuwe planologische situatie. Het feit dat in de huidige situatie de richtafstanden niet worden gehaald is geen aanknopingspunt om dezelfde bestemming voort te kunnen zetten. Het plan is hierop niet goed onderbouwd. Cliënt van indiener heeft geen goed woon- en leefklimaat. Reactie gemeente: Richtafstanden zijn een indicatieve afstand voor bepaalde bedrijfsactiviteiten. Van deze indicatieve afstanden kan onderbouwd worden afgeweken. Geluid is in dezen de bepalende factor. Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat bij de omliggende woningen het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau ten hoogste 41 dB(A) in de dagperiode en 26 dB(A) in de avond- en nachtperiode bedraagt. Hiermee wordt voldaan aan de richtwaarden uit de VNG-publicatie voor een rustig gebied, en is sprake van een goed woon- en leefklimaat. 3.18
Voor de recreatieve functie moet uitgegaan worden van een hinderafstand van 300 m. De woning van cliënt ligt slechts op 35 m. Er moet uitgegaan worden van maximale planologische invulling hetgeen echter niet is gedaan. Daarnaast zijn bezoekersaantallen niet gemaximeerd hetgeen een probleem oplevert in het kader van de te verwachten belasting. Reactie gemeente:
Er zijn geen geluid producerende attracties op het speelterrein aanwezig. Daarmee valt de speeltuin ook niet onder de voorgeschreven afstand van 300 m die hoort bij recreatiecentra en kermissen. Verder wordt voor de beantwoording voor dit onderdeel van de zienswijze verwezen naar onze beantwoording op 3.17. Het maximale bezoekersaantal wordt niet in het bestemmingsplan geregeld. De omvang van de speelboerderij in combinatie met de parkeermogelijkheden bepaalt de hoeveelheid bezoekers. Verder is er uitgegaan van het gemiddelde van de afgelopen jaren en de beoogde groei in de nieuwe situatie. Dit is meegenomen in de berekeningen voor parkeren en geluid. 3.19
Het opgestelde geluidsrapport vertoont gebreken: • Laden en lossen op agrarische functies ontbreekt; • Bronnen/soorten van menselijk stemgeluid buiten beschouwing gelaten; • Niet-representatieve metingen namelijk op zeer rustige dagen en maximale mogelijkheden niet gemeten; • Er is niet uitgegaan van de mogelijkheden dicht bij de woning van cliënt (o.a. horeca). Niet alleen geluid maar voor alle activiteiten die min of meer tegen de erfgrens aan plaatsvinden; • In het akoestisch rapport wordt uitgegaan van allerlei te treffen geluidsmaatregelen die niet juridisch zijn geborgd; • Metingen hebben plaatsgevonden in de coronaperiode welke niet representatief zijn. Reactie gemeente: • De bestaande agrarische functies zijn planologisch reeds toegestaan, deze zijn dan ook niet meegenomen in het akoestisch onderzoek. • Op grond van artikel 2.18 van het Activiteitenbesluit mag onder meer ook buiten beschouwing blijven: ▪ het stemgeluid van personen op een onverwarmd en onoverdekt terrein, dat onderdeel is van de inrichting, ▪ tenzij dit terrein kan worden aangemerkt als een binnenterrein; ▪ het stemgeluid van bezoekers op het open terrein van een inrichting voor sport- of recreatieactiviteiten. • Er is op een drietal dagen gemeten, om zo een gemiddelde representatieve waarde te krijgen. De RUD heeft de metingen beoordeeld als representatief.
In het akoestisch rapport is het geluid van de kindershow met muziek in de bestaande speelschuur ook beoordeeld. Daarnaast zijn de metingen altijd gecorrigeerd naar de maximaal representatieve bedrijfssituatie. • De horeca en het parkeren van medewerkers is meegenomen in het akoestisch rapport, overige activiteiten dicht bij het perceel van indieners zijn de bestaande agrarische activiteiten en privégebruik. • Er wordt voldaan aan de maximale geluidsbelasting; er worden daarom geen geluidsmaatregelen opgelegd.
Flora en fauna 3.20 Voor de aanleg van parkeerplaatsen wordt aangegeven dat er reeds sprake is van een verstoord gebied. Er is ten onrechte geen onderzoek uitgevoerd voor wat betreft de soortenbescherming. Reactie gemeente: Er is voor de parkeerplaats reeds een tijdelijke vergunning voor 5 jaar verleend op 10 juli 2019. Deze parkeerplaats is ook al aangelegd, hierdoor is een ecologisch onderzoek niet meer zinvol. 3.21
Er is gebruik gemaakt van een verouderde Aerius-versie. Het plan dient aan het nieuwe model getoetst te worden.
Reactie gemeente: De aeriusberekening heeft plaatsgevonden in september 2020. Naar aanleiding van deze zienswijze heeft in oktober 2022 een update plaatsgevonden. De uitkomst is onveranderd. Inmiddels is aangekondigd dat er nieuwe calculator komt. Naar verwachting zal ook hiermee de uitkomst niet veranderen. Parkeren en vervoer 3.22 Het parkeer- en verkeersonderzoek is onvoldoende omdat dit niet is gedaan door een erkend en onafhankelijk deskundig bureau. Gelet op de landelijke omgeving kan een bedrijf dat duizenden bezoekers trekt op nog geen 30 m van woonbestemmingen een probleem genoemd worden als het aankomt op verkeer en parkeren. Reactie gemeente: Een erkend onafhankelijk bureau is geen voorwaarde. In paragraaf 4.10 van de plantoelichting is uitvoerig ingegaan op het parkeren en het verkeer. De cijfers en de bijbehorende onderbouwing zijn wat ons betreft aannemelijk. Het aantal parkeerplaatsen is genoeg voor het verwachte aantal bezoekers en de geluidsbelasting vanaf het parkeerterrein is meegenomen in het akoestisch rapport. 3.23
Er is geen rekening gehouden met de maximale invulling die het plan biedt. Er is geen rekening gehouden met alle buitenplaatsen alleen maar met de norm voor binnenspeelplaatsen. Binnenruimtes kennen een lagere capaciteit dan de grote buitenspeelvelden, temeer omdat de bezoekersaantallen niet zijn gemaximeerd. Er is uitgegaan van gemiddelden terwijl een worst case scenario gebruikelijk en noodzakelijk is. Reactie gemeente: Het maximaal aantal bezoekers wordt gemaximaliseerd door de omvang van de speelboerderij in combinatie met de hoeveelheid parkeerplaatsen. Verder kan er niet in alle verschillende delen van het bedrijf uitgegaan worden van de maximale belasting, omdat de kinderen maar op één plek tegelijk kunnen zijn. Als ze allemaal buiten zijn, dan zijn ze op dat moment niet binnen. Er is een representatieve bedrijfssituatie bepaald op basis van metingen en onderzoeken naar stemgeluid van spelende kinderen, zie pagina 13 van het geluidsonderzoek. In het akoestisch onderzoek is ook het geluid van spelende kinderen beoordeeld. Voor de representatieve bedrijfssituatie is uitgegaan van 1.200 bezoekers. Bij een incidentele situatie op een drukke dag kunnen dit 1.500 bezoekers zijn. Voor alle geluidbronnen kan het geluidvermogen logaritmisch met een factor 10 x LOG(1.200/1.500) ofwel 1 dB worden opgehoogd.
Wanneer de berekende waarden in de dagperiode voor de gehele inrichting met alle geluidbronnen met 1 dB worden opgehoogd, wordt nog steeds voldaan aan de richtwaarde voor een rustig gebied.
3.24
Het agrarisch bedrijf is ten onrechte buiten beschouwing gelaten voor wat betreft verkeer en parkeren. Dat geldt ook voor het bestaande recreatieve bedrijf (deels niet in overeenstemming met het bestemmingsplan). Niet alleen de uitbreiding maar de totale situatie moet beoordeeld worden. Reactie gemeente: Het bestaande agrarische bedrijf is planologisch reeds toegestaan en betreft een andere inrichting. Deze wordt getoetst aan het Activiteitenbesluit. In het akoestisch onderzoek is hierover het volgende aangegeven: “Het terrein van de inrichting bestaat uit het kadastrale perceel met nummer 248. Voor alle volledigheid, de Speel- en IJsboerderij is een aparte inrichting met een eigen
inschrijving bij de Kamer van Koophandel. De agrarische inrichting op dit adres hoort daar niet bij; er is een duidelijke grens tussen de activiteiten van beide inrichtingen. De activiteiten van de agrarische inrichting maken dan ook geen deel van het onderzoek”. In het onderzoek is de totale speelboerderij beoordeeld. Ook het geluid van spelende kinderen is voor een goede ruimtelijke ordening beoordeeld. Berekend zijn de geluidniveaus van de totale speelboerderij na uitbreiding. 3.25
Qua verkeer is niet beoordeeld of de grote extra belasting afgewikkeld kan worden op de bestaande wegen. Reactie gemeente: Dit is beoordeeld ( 4.10 van de toelichting), de Wolddijk dan wel het omliggende wegen netwerk is van dien aard en omvang dat deze voornoemde toename aan verkeer kan opvangen.
Vormvrije MER 3.26 Alle milieuonderdelen die worden bestreden zijn ook onvoldoende/gebrekkig in het kader van de vormvrije m.e.r. beoordeling omdat ze 1 op 1 zijn overgenomen. Reactie gemeente: Een vormvrije m.e.r. beoordeling is vormvrij, het doel is om alle verschillende milieuaspecten te benoemen en een conclusie te trekken op basis van het totaal. Dat is gebeurd en beoordeeld als voldoende. 3.27
De vormvrije m.e.r.beoordelingsbeslissing moet echter worden opgenomen in het ontwerpplan. De beslissing is echter niet inzichtelijk. Reactie gemeente: Het college van B&W heeft op 24 mei 2022 besloten geen milieueffectrapportage (m.e.r.)-plicht op te leggen voor de bouw van speelschuur aan Wolddijk 23 te Ruinerwold. Dit besluit is gepubliceerd op de website van gemeente de Wolden (https://www.dewolden.nl/raad-en-college/college-vanbw/collegebesluiten/artikel/besluiten-bw-24-mei-2022).
Overig 3.28 Cliënt vreest voor aantasting van privacy, omgevingskarakteristiek en uitzicht. Het bebouwingspercentage wordt met 25% uitgebreid en er is geen maximale bouwhoogte opgenomen. Reactie gemeente: het perceel wordt rondom landschappelijk ingepast, aan de zijde van Wolddijk 21 bestaat deze uit een elzensingel. Verder blijft de westzijde van het perceel agrarisch in gebruik, waardoor de privacy van indieners niet zal worden aangetast. De inpassing zorgt tevens voor een versterking van de karakteristieke strekkende verkaveling. Het bouwvlak voor de agrarische bebouwing is verkleind, waardoor er minder bebouwing is toegestaan aan de westzijde en deze bebouwing tevens minder ver naar achter kan worden gebouwd. De bebouwingsmogelijkheden ten behoeve van het recreatieve gebruik is toegenomen, maar het totaal aan mogelijke bebouwing is substantieel afgenomen. De bouwhoogte wordt gemaximaliseerd door de maximale goothoogte en de maximale dakhelling. 3.29
Er is in de onderbouwing geen rekening gehouden met de maximale planologische invulling. Onderzoeken en onderbouwingen die ten grondslag liggen aan het plan zijn onvoldoende.
Reactie gemeente: Wij zijn van oordeel dat wel rekening is gehouden met de maximale invulling. De hiermee samenhangende onderzoeken houden hier eveneens rekening mee.
Overleg 3.30 Cliënt is bereid om in overleg te gaan om een oplossing te zoeken voor de gesignaleerde problemen. Reactie gemeente: Er heeft overleg plaatsgevonden waarbij gesproken is over aanpassing van de begrenzing van de recreatiebestemming (aanpassen). Aanvulling zienswijze 3 1. In het recente onderzoek gaat men uit van 1200 bezoekers, ik laat in het midden of dat juist is. Het is echter niet duidelijk waar dat op is gebaseerd. Onderbouwing daarvan ontbreekt. Reactie gemeente: Niet duidelijk is waarom dit niet onderbouwd zou zijn. In hoofdstuk 3 en met name paragraaf 3.2 is vrij uitgebreid aangegeven waarom met 1.200 bezoekers is gerekend. Daarnaast is aangegeven dat reken technisch een toename van 1.200 naar 1.500 bezoekers (25%) in worst case leidt tot een toename van 1 dB van de totale inrichting. Hierin zijn dan alle geluidsbronnen betrokken. Met het oog op de woningen berekende langtijdgemiddelde beoordelingsniveau in de representatieve bedrijfssituatie van ten hoogste 41 dB(A) en de richtwaarde voor een rustige woonomgeving van 45 dB(A) is zeker ruimte aanwezig voor deze incidentele geluidssituatie. 2. Om op 98,5 dB(A) te komen betekend dat gerekend is met 70 kinderen luid sprekend en aangezien dat 50% is zijn dat totaal 140 kinderen. Om op 100,2 te komen betekend dat gerekend is met 105 kinderen en aangezien dat 75% is zijn dat totaal 140 kinderen.
Daarnaast zijn er ook nog spelende kinderen bij de trampoline daar is gerekend met 3 keer 93 dB(A) dat zijn 3 keer 20 kinderen, uitgaand dat gerekend is met 100% luid sprekende kinderen maakt dat 60 kinderen. Totaal maakt dat 340 kinderen buiten. Hoe de rest van het aantal bezoekers (1200) verwerkt is kan ik niet uit de rapportage halen maar het lijkt erop dat die “binnen” zijn, terwijl de rest toch ook over het terrein loopt om ergens binnen te kunnen komen. Daar is (kennelijk) geen rekening mee gehouden. Reactie gemeente: Ook hiervoor geldt dat de onderbouwing is weergegeven in hoofdstuk 3 en met name in paragraaf 3.2. Zoals aangegeven is in het rapport gerekend met de volgende hoeveelheid kinderen: • Bestaande waterplein: 60 kinderen • Bestaande speelschuur: 200 kinderen • Nieuwe speelschuur: 140 kinderen • Buitenspeelterrein voor: 150 kinderen • Skelterpark, dierenweide en de andere activiteiten in de nieuwe situatie: 150 kinderen • Aanvullend metingen airtrampolines: 30 kinderen
Dat maakt samen dat gerekend is met 730 kinderen in het park, direct of indirect via een uitstralend gebouw. Uit de bezoekerstellingen blijkt dat op de drukke dagen de hoeveelheid kinderen gemiddeld 54% van het aantal betalende bezoekers is. De aangehouden 730 kinderen zijn daarmee zeker representatief te noemen. In het rapport daarover is nog opgemerkt: “Het totaal van alle kinderen met ouders is daarmee mogelijk groter dan de maximale bezoekerscapaciteit, maar daarmee maximaal representatief voor wisselende weersomstandigheden”. 3. Uit de bijlage blijkt dat men voor de dagperiode alleen op 1,5 m hoogte presenteert terwijl de waarde op 5 m hoogte soms enkele dB’s hoger kan zijn. De hoogste waarde is dan 43,3 i.p.v. 40,7 dB(A). Voor de toetsing vanuit een goede ruimtelijke ordening staat nergens dat je daarvoor 1,5m hoogte moet beschouwen. Reactie gemeente: De motivatie voor het rekenen op verschillende hoogten in de dagperiode vergeleken met de avond- en nachtperiode is afkomstig uit de “Handreiking industrielawaai en vergunningverlening”. Daarin staat: “(Meet- en) Beoordelingshoogte Betreft het geluidsimmissie, afkomstig van bedrijven op niet-gezoneerde terreinen, dan geldt geen eenduidige meethoogte.
Geadviseerd wordt om per geval te bezien op welke hoogte de geluidhinder wordt ondervonden, afhankelijk van de te beschermen verblijfsruimte en afhankelijk van de periode van het etmaal. Een en ander sluit aan bij de jurisprudentie op dit gebied, waarbij bijvoorbeeld is uitgesproken dat voor omwonenden, die ’s nachts werken en derhalve overdag slapen, geen strengere normen in de dagperiode behoeven te worden opgelegd aan het bedrijf. Als regel (voor de standaard eengezinswoning) betekent dat, dat in de dagperiode een meethoogte kan worden aangehouden van 1,5 meter boven maaiveld, aangezien de buitenruimten en de woonkamers dan voornamelijk de te beschermen ruimten zijn. In de avond- en nachtperiode kan dat een hoogte van 5 meter zijn, ter bescherming van slaapruimten”. Het gebruik van deze waarneemhoogten is min of meer de standaard, ook volgens vaste jurisprudentie. Rekenen op een waarneemhoogte van 1,5 meter in de dagperiode is daarom ook noodzakelijk. 4. Ook mist vanuit een beoordeling vanuit een goede RO het geluid van aankomende en vertrekkende bezoekers. Kinderen komen aan en zijn enthousiast/uitgelaten en produceren geluid. Dat is nu op geen enkele wijze meegenomen terwijl juist in het kader van de beoordeling van een goede RO ook met die zaken rekening dient te worden gehouden.
Reactie gemeente: Uitgangspunt voor de beoordeling is de “maximaal representatieve bedrijfssituatie” met 730 kinderen op het terrein van de inrichting gedurende 8 uur. Het rekenen met een eventuele geluidsbron voor kinderen gedurende een korte tijd net buiten het terrein van de inrichting is onder meer vanwege de hoge correctie voor de bedrijfsduur niet relevant (bijvoorbeeld 27 dB voor 1 minuut). 5. De parkeerbewegingen zijn niet juist gemodelleerd. Men stelt dat er 400 voertuigen maximaal op 1 dag komen en dat er maar 1 wisseling is. Los of dat laatste juist is (men ging in 2011 uit van 2 wisselingen) is er gerekend met 300 voertuigen. Bron 32 kent 200 voertuigen en auto’s die naar noord rijden (bron 33) en zij zullen dus ook over de route van bron 32 rijden. Bron 32 moet dus 300 voertuigen bevatten, echter gelet op de constatering dat aan de voorzijde geen
100 parkeerplaatsen zijn, zullen die auto’s die daar niet kunnen parkeren ook over route 32 moeten rijden.
Bij “Rijroute Voor” bron 31 staat 100 terwijl er maar 42 parkeerplaatsen zijn. “Als er maar 42 parkeerplaatsen zijn, zullen de andere auto's over route 'midden' rijden. Bij 356 plaatsen totaal zijn dat langs route midden (bron 32) minimaal 314 beschikbare parkeerplaatsen, waarbij ook de parkeerplaatsen achter (56 stuks) over die route rijden. Dan is het totaal over die route 314+56=370 voertuigen. Bron 32 kent slechts 200 voertuigen. Er wordt geen rekening gehouden met manoeuvreren van het in- en uitrijden van de parkeerplaatsen, evenals stationair draaien van de auto in verband met wachten. Delen van het parkeren zijn in het rekenmodel ook enigszins absorberend verondersteld terwijl, voor zover te zien is, al het parkeren op een akoestisch harde ondergrond gaat plaatsvinden.” Reactie gemeente: Deze interpretatie klopt niet. Zoals is te zien bij de plots van het rekenmodel zijn alle rijroutes dubbel verondersteld, dit wordt nog eens weergegeven in de volgende figuur. Weergave rekenmodel rijroutes
Met andere woorden, over het voorterrein (bron 31) rijden 100 auto’s heen en weer. Dit is gedaan omdat op het voorterrein meer gereden zal worden, ook in verband met het laten in- en uitstappen van personen. Op het middenterrein (route 32) rijden 200 auto’s heen en terug, en naar het noordelijk terrein (route 33) 100 auto’s heen en terug vanaf de openbare weg, dus ook over het middenterrein. Op het middenterrein geeft dat in feite 600 autobewegingen. Door de routes ‘maximaal’ te modelleren in de gehele rondgaande route wordt het parkeren goed in beeld gebracht, ook de eventuele enkele extra meters door achteruit te rijden. Parkeren wordt gedaan op een met grind of steenslag verharde ondergrond, de bodem is dan ook 75% reflecterend verondersteld. Dat is representatief te noemen. Of sprake is van meer of minder wisselingen van parkeerplaatsen is verder niet relevant, hoewel op het voorterrein eerder gewisseld zal gaan worden dan op het achter terrein. Dit wordt ook gedekt door het rekenmodel. Wel is het zo dat het aantal parkeerplaatsen is aangepast om de bezoekers goed te kunnen opvangen, waarmee het aantal wisselingen ook zal afnemen. 6. De stelling dat sprake is van een rustig gebied met een referentiewaarde van 45 dB(A) in de dagperiode is niet onderbouwd.
In de Handreiking industrielawaai en vergunningverlening is een tabel opgenomen die een aantal gebiedskenmerken geeft met de daarbij behorende referentiewaarde. Gelet op de omgeving is het echter voor de hand liggend om uit te gaan van 'landelijk gebied' geval zou een referentiewaarde van 40 dB(A) beter passend zijn om vanuit een goede RO een beoordeling te laten plaats vinden.” Reactie gemeente: De afweging goede ruimtelijke ordening wordt gedaan volgens de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering. Die publicatie is min of meer de standaard voor een dergelijke afweging, ook volgens vaste jurisprudentie. In die publicatie wordt de grenswaarde van 45 dB(A) aangehouden, dat is ook het uitgangspunt in het onderzoek. Verdere onderbouwing is daarmee niet nodig. De genoemde tabel uit de Handreiking geeft een ‘gebiedstypering en mogelijke grenswaarden in gemeentelijke nota industrielawaai’. Dat is hier niet aan de orde. Bovendien is het niet ongebruikelijk om in gebieden met agrarische activiteit juist wel weer 45 dB(A) aan te houden. 7. “Voor wat betreft de indirecte hinder is er gerekend met 400 voertuigen, echter die komen en gaan dus had gerekend moeten worden met 800 voertuigen waardoor de geluidbelasting toeneemt.” Reactie gemeente: Gerekend is met 400 voertuigen in zowel oostelijke als westelijke richting, ofwel in totaal 800 bewegingen. Dat is dus correct. 8.
Samenvattend: “Het rapport bevat een aantal omissies die tot een andere uitkomst leiden” Reactie gemeente: Het rapport is opgesteld met de juiste uitgangspunten, die ook als onderbouwing zijn opgenomen in het rapport. Daarom is ook niet duidelijk waarom de onderbouwing zou ontbreken.
Ook zijn de juiste uitgangspunten voor de berekening en de toetsing gehanteerd. Het rapport geeft daarom de juiste (maximaal representatieve) resultaten weer. Daarmee laat het rapport ook zien dat voldaan wordt aan de te hanteren grenswaarden. Conclusie: De inhoud van de zienswijze geeft geen aanleiding tot het aanpassen van het bestemmingsplan.