Raadsvoorstel vaststelling Integraal Huisvestingsplan Onderwijs.pdf
Tekst van het document
Voorstel voor de Raad Datum raadsvergadering : 20 april 2023 Agendapuntnummer : IV, punt 5 Portefeuillehouder : Wethouder Albert Haar Aan de gemeenteraad Onderwerp: Integraal Huisvestingsplan De Wolden “Onderwijs in verbinding”. Samenvatting: Het Integraal huisvestingsplan De Wolden “Onderwijs in verbinding” (IHP) is een koersdocument voor benodigde investeringen in de onderwijshuisvesting, zowel op korte termijn (4 jaar) als op lange termijn (16 jaar). Het plan is in nauw overleg met de schoolbesturen opgesteld. De basis van het plan ligt in diverse inventarisaties, zoals de huidige staat van de schoolgebouwen, bezettingsgraad, leerlingenprognoses, en onderwijskundige ontwikkelingen. Aan het plan is een financiële systematiek gekoppeld voor de uitvoering hiervan. Deze systematiek geeft voldoende garantie aan de schoolbesturen en de gemeente om een toekomstbestendige scholenvoorraad te realiseren. Burgemeester en wethouders zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van het IHP (zie bijlage 1). Fase van besluitvorming: Vaststelling: met de vaststelling van dit IHP voldoet de gemeente aan haar taak om te zorgen voor kwalitatief en kwantitatief goede huisvesting voor de basisscholen in de gemeente De Wolden. Ontwerpbesluit: Wij stellen u voor: 1. het Integraal Huisvestingsplan “Onderwijs in verbinding” inhoudelijk vast te stellen; 2.
kennis te nemen van de financiële consequenties om ten behoeve van de noodzakelijke investeringen een structurele uitzetting in de exploitatiebegroting te hanteren van € 80.000, jaarlijks te verhogen met € 80.000, ter dekking van de lasten voor onderwijshuisvesting, ingaande begrotingsjaar 2024 tot en met begrotingsjaar 2039 de besluitvorming hierover te laten plaatsvinden bij de kadernota 2024, waarbij er een integrale afweging plaatsvindt van het nieuwe beleid van de komende jaren; 3. kennis te nemen van een in te stellen bestemmingsreserve IHP om hier de jaarlijks niet benodigde kapitaallasten in te storten voor toekomstige incidentele lasten voor onderwijshuisvesting en de besluitvorming hierover te laten plaatsvinden bij de kadernota 2024; 4. de in het integraal Huisvestingsplan opgenomen meerjarenraming voor investeringen in onderwijshuisvesting als leidraad te hanteren voor de planning en uitvoering; 5. om het IHP om de 4 jaar te vernieuwen en daarbij jaarlijks bij het samenstellen van de Kadernota en vervolgens bij de vaststelling van de (meerjaren)begroting te beoordelen of de omvang van de jaarlijkse uitzetting nog passend is.
Pagina 1 van 7
Inleiding en aanleiding: De Gemeente De Wolden staat voor een krachtige leeromgeving. Samen met de verantwoordelijke schoolbesturen streven we naar een toekomstbestendig onderwijsaanbod. Tegelijkertijd maken we ons zorgen verouderde gebouwen. Duurzame oplossingen zijn nodig om ook in de toekomst diversiteit en kwaliteit van onderwijs te kunnen bieden. We hebben daarom in het afgelopen jaar, samen met de schoolbesturen, gewerkt aan het IHP Onderwijshuisvesting De Wolden "Onderwijs in verbinding". Geschiedenis De verantwoordelijkheid van de gemeente voor onderwijs en onderwijshuisvesting is een bijzondere. De gemeente heeft de wettelijke zorgplicht voor onderwijshuisvesting (nieuwbouw, uitbreiding, vernieuwbouw en gymzalen) en de instandhouding van het openbaar onderwijs. De schoolbesturen gaan over de inhoud van het onderwijs en het onderhoud aan de gebouwen. Gebruikelijk is dat de gemeente een integraal huisvestingsplan (IHP) opstelt en dat er jaarlijks een Op Overeenstemming Gericht Overleg (OOGO) met de schoolbesturen plaatsvindt waarin het huisvestingsprogramma voor het volgende jaar wordt vastgesteld. De spelregels zijn vastgelegd in de Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente De Wolden 2015. De minister voor OCW werkt nu aan een wetswijziging rondom de Onderwijshuisvesting.
Eén van de belangrijkste punten van deze wijziging is dat er een verplichting voor gemeenten komt om in samenspraak met de schoolbesturen een Integraal Huisvestingsplan voor het onderwijs op te stellen, waarschijnlijk voor een periode van tenminste 16 jaar. Dit IHP is in combinatie met de Meer jaren Onderhoudsplanningen (MJOP) van schoolbesturen de basis voor een langjarige planning van investeringen. Dat gaat om onderhoud, vernieuwbouw (renovatie), nieuwbouw en om sluiting en sloop. Altijd met de diversiteit van het onderwijs en de demografische ontwikkelingen als uitgangspunt. Verder zal in de wet worden opgenomen dat vernieuwbouw (renovatie) een volwaardig alternatief voor nieuwbouw wordt. Ook wordt het investeringsverbod voor besturen in het primair onderwijs genuanceerd. Met het IHP kunnen gemeenten en schoolbesturen de kwaliteits- en duurzaamheidsopgave die er ligt voor hun schoolgebouwen integraal aanpakken. Het is duidelijker wie waar verantwoordelijk voor is en geldstromen kunnen gemakkelijker gecombineerd worden. IHP: Van stenen naar samenwerking We zijn gewend om met de schoolbesturen vooral te praten over stenen, vierkante meters en kosten, vanuit een gemeentelijk plan. Met het IHP dat nu voor u ligt varen we een andere koers. Dit IHP is in een interactief proces samen met schoolbesturen tot stand gekomen. Gezamenlijk zijn we tot een visie gekomen op onderwijs.
De gebouwen moeten daarbij passen. De kwaliteit van de schoolgebouwen en de effecten van demografische ontwikkelingen zijn in kaart gebracht. Randvoorwaarden zijn geformuleerd voor investeringen in onderwijshuisvesting. Uiteindelijk zijn we gekomen tot een fasering en meerjarenraming van de belangrijkste projecten voor de komende zestien jaar. Problemen of vraagstukken: Beschrijving probleem: het IHP is noodzakelijk gelet op diverse ontwikkelingen en thema’s als bijvoorbeeld duurzaamheid en een gezond leefklimaat. Tevens is het IHP noodzakelijk om de prioriteiten goed in beeld te krijgen. Beoogd effect: Een actueel plan voor de komende jaren, dat als uitgangspunt fungeert voor de noodzakelijke investeringen in de onderwijshuisvesting met daaraan gekoppeld een financiële systematiek voor de uitvoering hiervan, die voldoende garantie geeft
Pagina 2 van 7
voor de schoolbesturen en de gemeente om een toekomstbestendige scholenvoorraad te realiseren. Bij de kadernota 2024 wordt er een besluit genomen over de financiële consequenties van dit IHP. Ontwerpbesluit: toelichting en argumentatie: Argumenten: 1.1. Door een wetswijziging zijn gemeenten in de toekomst verplicht om een meerjarig integraal huisvestingsplan voor het onderwijs (IHP) te ontwikkelen. De minister van OCW heeft de voorstellen hiervoor van de PO-Raad, VO-raad en Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) overgenomen. 1.2. Het IHP biedt de kaders waarbinnen de gemeente De Wolden haar verantwoordelijkheid voor onderwijshuisvesting vorm wil geven. Het heeft na vaststelling de status van een gezamenlijke visie van gemeente en schoolbesturen op onderwijs en daarbij passende huisvesting met randvoorwaarden, een meerjarenraming en een uitvoeringsagenda. Het IHP biedt daarmee het kader voor de uitvoering van het onderwijshuisvestingsbeleid voor de komende zestien jaar (2023-2038). Dit impliceert dat in principe uit wordt gegaan van de uitvoering van de maatregelen zoals opgenomen in dit plan. Demografische, onderwijskundige en organisatorische ontwikkelingen kunnen echter aanleiding zijn voor bijstellingen. Deze worden jaarlijks in een Op Overeenstemming Gericht Overleg (OOGO) met elkaar afgestemd.
Aanpassingen kunnen plaatsvinden binnen de door gemeenteraad gestelde financiële randvoorwaarden. 1.3. Het IHP is door gemeente en schoolbesturen samen opgesteld en geeft de gezamenlijke intenties en afspraken voor samenwerking weer. Uitgangspunt in het IHP is dat gemeenten en schoolbesturen een gezamenlijke verantwoordelijkheid hebben voor de (kwaliteit van de) huisvesting voor onderwijs en vertrouwen in elkaar hebben. Tijdens het proces van het opstellen van het Integraal Huisvestingsplan zijn we gekomen tot een gezamenlijke visie op onderwijs in De Wolden en daarbij passende gebouwen en afspraken. 1.4. Het IHP speelt in op aanpak van verouderde gebouwen en de gemeentelijke duurzaamheidsambities. Het IHP laat zien dat er sprake is van veel verouderde gebouwen. In 2026 jaar is circa 70% ouder dan 40 jaar. In het plan is een prioritering aangegeven van de noodzakelijke vervangende nieuwbouw of vernieuwbouw (renovatie) en de daarbij behorende investeringen. 2.1
Om deze enorme huisvestingsopgave voor onderwijshuisvesting te kunnen realiseren is het belangrijk om een goede systematiek te ontwikkelen die de schoolbesturen het vertrouwen biedt om noodzakelijke investeringen met voorfinanciering te doen. Het is de opdracht aan de schoolbesturen om binnen het beschikbare budget te blijven. Stel bijvoorbeeld dat er voor de renovatie een totaalbedrag van 1 miljoen beschikbaar is en het door het schoolbestuur voorgefinancierde bedrag bedraagt € 100.000, dan is er voor de rest van de renovatie nog € 900.000 beschikbaar. In geval van voorfinanciering door de schoolbesturen dienen zij dit te melden bij de gemeente. De afdeling financiën zal hiervan een registratie bijhouden. Een goede systematiek om dit te bereiken is het hanteren van een jaarlijkse structurele uitzetting voor de uitgaven voor onderwijshuisvesting. Hierbij wordt niet gekeken naar de hoogte van de rijksvergoeding, de werkelijke uitgaven of de jaarlijkse vrijval van kapitaallasten. Er wordt gekeken naar welk bedrag er jaarlijks structureel nodig is om de noodzakelijke investeringen te kunnen uitvoeren.
Aangezien er ook geanticipeerd moet worden op prijsstijgingen en dergelijke dient er ook financiële ruimte te worden gecreëerd voor nog niet bekende uitgaven als bijvoorbeeld de aankoop van grond, het plaatsen van noodlokalen, afschrijving restant boekwaarden en overige onverwachte uitgaven.
Pagina 3 van 7
2.2
2.3
2.4
3.1
Hiermee stelt de gemeenteraad het financiële kader vast en ligt de uitvoering bij het college, die in overleg met de schoolbesturen zorgdraagt voor de benodigde investeringen. In de systematiek van het hanteren van een structurele jaarlijkse uitzetting wordt er jaarlijks een vast bedrag toegevoegd aan onderwijshuisvesting. De vrijval van kapitaallasten vloeien naar de algemene reserve en de stijging van de uitkering in het gemeentefonds ten behoeve van onderwijshuisvesting vloeien naar de algemene middelen. Deze “onderwijsmiddelen” worden dus niet ingezet ter dekking van de jaarlijkse uitzetting. De investeringen zijn begroot op basis van het kwaliteitsniveau volgens het Bouwbesluit. Daarmee liggen de kosten ruim hoger dan de normbedragen die wij van het rijk ontvangen voor onderwijshuisvesting. Nieuwbouw en vernieuwbouw moeten tenminste voldoen aan de kwaliteit en eisen van het Bouwbesluit. In onze verordening staat dat de gemeente de feitelijke kosten van nieuwbouw betaalt met als maximum de normvergoeding per m2. De normbedragen per m2 (zoals die door de VNG worden bepaald en door het Rijk verstrekt aan gemeenten in de algemene middelen) zijn op dit moment echter ongeveer 35% lager dan de werkelijke bouwkosten voor een school die voldoet aan het Bouwbesluit. Dit komt door de sterk gestegen bouwkosten.
In de berekeningen van het IHP zijn we uitgegaan van een op dit moment reëel stichtingskostenniveau van €3.500 per m2 bruto vloeroppervlak voor het grootste schoolgebouw dat op de planning staat, namelijk IKC Het Groen Hart (prijspeil september 2022). Hoe kleiner het schoolgebouw, hoe hoger het stichtingskostenniveau. Het berekend bedrag per m2 voor IKC Het Groene Hart volgens de verordening onderwijshuisvesting is ongeveer € 2.600 per m2. Dit is de maatstaf voor het berekend percentage van 35%, waarmee alle berekende investeringsbedragen zijn opgehoogd. De consequentie voor het IHP is dat de fasering over een langere periode is uitgespreid; sommige scholen zijn dus later aan de beurt dan gewenst, maar we blijven wel binnen het totale budget van de jaarlijkse uitzetting. Investeren in zowel nieuwbouw als renovatie kan tot een meer efficiënte uitvoering leiden. Wettelijk is de gemeente nu nog verantwoordelijk voor financiering van nieuwbouw en uitbreiding, de scholen staan aan de lat voor groot onderhoud. Renovatie is een grijs gebied. Met de komende wetswijziging komt de verantwoordelijkheid voor renovatie (vernieuwbouw) weer bij de gemeente te liggen. Wij spelen hier alvast op in en stellen dat vernieuwbouw indien financieel, functioneel en technisch mogelijk – de voorkeur verdient boven vervangende nieuwbouw. Immers vernieuwbouw is duurzamer van vervangende nieuwbouw.
Per project zal er een plan moeten worden opgesteld om de mogelijkheden daartoe te onderzoeken. In het IHP zijn we uitgegaan van de kosten van nieuwbouw. Als voor dezelfde kapitaallast vernieuwbouw mogelijk is dan heeft dat de voorkeur. Als in overleg met het schoolbestuur het noodzakelijk is om hiervoor de afschrijvingstermijn te verlengen, dan willen wij dit ook mogelijk maken. Om de systematiek van de structurele jaarlijkse uitzetting te kunnen hanteren is het noodzakelijk dat de niet benodigde ruimte kapitaallasten wordt gereserveerd voor toekomstige incidentele uitgaven. Alle investeringsuitgaven zijn nog niet in beeld. Dit heeft bijvoorbeeld te maken met de definitieve keuze voor vervangende nieuwbouw of vernieuwbouw. In het eerste geval moet er misschien grond worden aangekocht en wellicht is een toeslag voor paalfundering ook noodzakelijk. Verder zullen er misschien uitgaven zijn voor de inzet van noodlokalen. In het geval van vernieuwbouw is er geen sprake van kapitaalvernietiging en sloopkosten. Reden om binnen de jaarlijkse uitzetting ook extra ruimte “in te bouwen”. De jaarlijks niet benodigde kapitaallasten worden in een bestemmingsreserve gestort voor incidentele en niet voorziene uitgaven. Te denken valt hierbij aan kosten voor afboeken restant boekwaarden,
Pagina 4 van 7
kosten voor verhuizingen of andere frictiekosten. In Bijlage 2 is een overzicht opgenomen van het verloop van de uitgaven en inkomsten voor onderwijshuisvesting over de planperiode van de IHP met een toelichting op mogelijke eenmalige uitgaven die ten laste van de reserve IHP moeten worden gebracht. 4.1
4.2
5.1
Een meerjarenraming voor investeringen in onderwijshuisvesting biedt duidelijkheid voor scholen en gemeente. Duidelijkheid over investeringen over een langere periode is belangrijk voor het daadwerkelijk commitment van de scholen en het stimuleren en borgen van intensieve samenwerking en gezamenlijke verantwoordelijkheid van gemeente en schoolbesturen voor onderwijshuisvesting. Dit is vooral van belang omdat wij schoolbesturen toestaan om investeringen in gebouwen voor te financieren in het kader van het duurzaam maken van het schoolgebouw bij reguliere onderhoudswerkzaamheden. Onderdeel van de besluitvorming is dan ook het toepassen van een -financiële- systematiek waarbij het de opgave is om alle schoolgebouwen Bijna Energieneutraal (BENG) of Energieneutraal (ENG) te krijgen. Schoolbesturen worden uitgedaagd om met goede plannen te komen om investeringen te vervroegen of te versnellen. Het is niet de bedoeling dat de fasering/prioritering en meerjarenraming door de schoolbesturen worden ervaren als een keurslijf. Integendeel: schoolbesturen worden gestimuleerd om met goede - en gezamenlijk gedragen - oplossingen te komen en ondernemerschap te tonen waardoor vernieuwing versneld kan worden uitgevoerd binnen het beschikbare budget. Dit door meer effectieve inzet van middelen, meer samenhang en gezamenlijke verantwoordelijkheid.
Er is een zo goed mogelijke inschatting gemaakt van de benodigde jaarlijkse uitzetting. Toch kunnen er situaties ontstaan die het noodzakelijk maken om deze jaarlijkse uitzetting te moeten aanpassen. Enerzijds kan de situatie ontstaan om voor de haalbaarheid van de planning de uitzetting naar boven te moeten bijstellen of kan de uitzetting wellicht naar beneden worden bijgesteld. Anderzijds kan de financiële situatie van de gemeente het noodzakelijk maken om de uitzetting naar beneden te moeten bijstellen. In dit laatste geval ligt temporisering van de planning voor de hand. Dit om de wijze van werken met eventuele voorfinanciering door schoolbesturen overeind te kunnen houden.
Kanttekening In de meerjarenbegroting is op dit moment geen rekening gehouden met investeringen in onderwijshuisvesting. Om de noodzakelijke investeringen te kunnen doen zal er, met ingang van 2024, structureel ruimte moeten worden gevonden binnen de exploitatiebegroting. Bij de kadernota 2024 en de meerjarenbegroting 2024/2027 wordt het meerjarig financieel perspectief van de gemeente voor 4 jaar door de raad vastgesteld. Het hier voorgestelde Integraal Huisvestingsplan richt zich op een periode van ten minste 16 jaar, waarbij uitgegaan wordt van een geraamde levensduur van 40 jaar per object. Financiële effecten: Er dient jaarlijks een substantieel bedrag beschikbaar te worden gesteld binnen de begroting om de noodzakelijke investeringen te kunnen uitvoeren. In het rekenmodel dat wordt gehanteerd is al een prijsstijging meegenomen van 35% ten opzichte van de initiële begrote bedragen. Dit om de investeringsbedragen op het huidige kostenniveau te brengen. Er wordt rekening gehouden met een rentepercentage van 0,8% en een afschrijvingstermijn van 40 jaar en geen restwaarde. Dit rentepercentage wordt jaarlijks bij de kadernota door de raad vastgesteld.
Pagina 5 van 7
Voor de realisatie van de financiële bandbreedte is gekozen voor een model van een structurele uitzetting ten behoeve van investeringen in onderwijshuisvesting van € 80.000 per jaar. De jaarlijks niet benodigde financiële ruimte voor kapitaallasten wordt gestort in de nieuw in te stellen bestemmingsreserve IHP ter dekking van de lasten in volgende jaren. Vervolgens wordt jaarlijks € 80.000 extra beschikbaar gesteld ter dekking van de lasten. Dit zal naar verwachting voldoende zijn om alle begrote lasten te dekken. Gedurende de looptijd van het IHP wordt jaarlijks bij de vaststelling van de Kadernota en vervolgens bij de vaststelling van de (meerjaren)begroting beoordeeld of de omvang van de jaarlijkse uitzetting nog passend is. In bijlage 2 staat de jaarlijkse uitzetting en het te reserveren bedrag ten behoeve van prijsstijgingen en eventuele extra uitgaven. Ook is de opbouw van de bestemmingsreserve IHP hierin opgenomen met een gedeeltelijk overzicht van mogelijke uitgaven die hiervan ten laste worden gebracht.
Overige kosten die binnen het budget moeten worden opgevangen De kosten voor de begeleiding van de projecten (zie onder “Personele effecten”) en de mogelijke uitgaven voor sloop van gebouwen, tijdelijke huisvesting, afschrijving restant boekwaarden, aankoop van grond en overige nog niet voorziene uitgaven zijn nog niet in het financiële overzicht verwerkt (zie bijlage 2). Ook deze uitgaven dienen te passen binnen de vastgestelde financiële kaders. Personele effecten: De kosten voor de begeleiding van de projecten (externe inhuur of eigen ambtenaren) en de overige ambtelijke inzet worden ten laste van de verschillende projecten gebracht. Afhankelijk van de complexiteit van de opgave dient rekening te worden gehouden met een opslag op de investeringssom gehanteerd van 2 tot 5% per project. Dit komt ten laste van de beschikbare bandbreedte. Dit is nog niet in de financiële overzichten verwerkt. Juridische effecten: Nvt Risico’s Deze systematiek vergt een structurele inzet van gemeentelijke uitgaven op lange termijn. Op dit moment is het niet duidelijk hoe de financiering vanuit het rijk er op de lange termijn uit ziet, zodat hier frictie in kan ontstaan.
Echter, door de systematiek te hanteren van een structurele vaste uitzetting per jaar kunnen schoolbesturen erop vertrouwen dat de gewenste en noodzakelijke investeringen zullen plaatsvinden en dat zij de voorgefinancierde bedragen van de gemeente zullen terugontvangen op het moment dat zij “aan de beurt” zijn. Wordt deze systematiek op enig moment door de gemeente losgelaten dan zullen alle voorgefinancierde bedragen in beeld moeten worden gebracht en voor vergoeding door de gemeente in aanmerking komen en zal de integrale afweging tussen de verschillende projecten niet meer goed houdbaar zijn. Tenslotte zal dit een behoorlijke -structurele- toename van personele kosten met zich meebrengen. Participatie- en communicatieparagraaf: Het IHP heeft geen directe werking op onze inwoners. Na vaststelling zullen de betrokken schoolbesturen worden geïnformeerd. Het IHP staat niet open voor bezwaar en beroep.
Pagina 6 van 7
Fatale termijnen: Niet van toepassing. Vaststelling wel gewenst gelet op ontwikkelingen en nieuwe planperiode. Aanpak en uitvoering: Na vaststelling zal worden gestart met de voorbereiding van de eerste projecten. Bijlagen: 1. Integraal Huisvestingplan gemeente De Wolden “Onderwijs in verbinding” (Digitaal) 2. Overzicht verloop inkomsten en uitgaven onderwijshuisvesting. Zuidwolde, 6 april 2023 Burgemeester en wethouders van De Wolden,
Roelof Pieter Koning Gemeentesecretaris
Inge C.J. Nieuwenhuizen Burgemeester
Pagina 7 van 7