CConstaterende datDe Wolden
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel oprichting GR Jeugdhulpregio Drenthe (JHRD)

Besluitvormende vergadering: “D’r op an” 30 oktober 2025, gemeente De WoldenBij agendapunt: Oprichting GR Jeugdhulpregio Drenthe (JHRD)3.420 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gemeenteraad Voorstel voor de raad Datum raadsvergadering Agendapuntnummer Portefeuillehouder

: : :

30 oktober 2025 25RV050 Wethouder Mark Turksma

Aan de gemeenteraad Onderwerp Oprichting GR Jeugdhulpregio Drenthe (JHRD) Wij willen Kwalitatief goede én beschikbare specialistische zorg inkopen voor de kinderen en jongeren die dit nodig hebben. Wij besluiten 1. Kennis te nemen van de ontwerp gemeenschappelijke regeling Jeugdhulpregio Drenthe (bijlage 1) 2. Een zienswijze in te dienen op de ontwerp gemeenschappelijke regeling Jeugdhulpregio Drenthe (bijlage 2) Want 1.1. De verplichting om een gemeenschappelijke regeling op te richten volgt uit de nieuwe ‘Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg’ De voorliggende regeling is allereerst een vervolg op het traject ‘Omarm de complexiteit’, waarin is gesignaleerd dat de huidige samenwerking in de jeugdhulp versnipperd, onduidelijk en kwetsbaar georganiseerd is. De bestuurlijke ambitie in Drenthe is sindsdien gericht op het gezamenlijk verbeteren van de toegankelijkheid, kwaliteit en organisatie van jeugdhulp voor kinderen, ouders en professionals. De gemeenschappelijke regeling wordt daarnaast opgericht naar aanleiding van de nieuwe wetgeving ‘Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg’. Deze wet, aangenomen door de eerste kamer 7 oktober 2025, verplicht gemeenten in de nabije toekomst een gemeenschappelijke regeling op te richten voor de inkoop van specialistische jeugdhulp ten behoeve van jeugdhulp.

Het betreft een collegeregeling, dus het college stelt de GR Jeugdhulpregio Drenthe formeel vast. 1.2. Wetswijziging sluit aan bij context in de regio De inhoudelijke richting van de nieuwe wet ‘Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg’ wordt gedragen en wordt deze ondersteund door het Rijk, de VNG en diverse koepelorganisaties. De beoogde verplichtingen sluiten bovendien aan op reeds bestaande samenwerking in Drenthe en is een antwoord op de geconstateerde knelpunten van het rapport “Omarm de complexiteit”. Daarnaast heeft de Staatssecretaris van VWS in het kader van de nieuwe Wet Verbetering beschikbaarheid jeugdzorg de Jeugdhulpregio Drenthe beoordeeld op de mate van robuustheid en bestuurlijke samenwerking. In zijn beoordeling is de regio, bestaande uit twaalf samenwerkende gemeenten, als robuust aangemerkt. Dit betekent dat de regio voldoet aan de door het Rijk gestelde verwachtingen ten aanzien van schaalgrootte, bestuurlijke slagkracht en structurele samenwerking op het gebied van jeugdhulp. De Staatssecretaris benadrukt dat robuustheid van regio’s essentieel is om continuïteit, kwaliteit en beschikbaarheid van jeugdhulp in de toekomst te kunnen garanderen. Daarbij benadrukt hij het belang van

stevige, formeel verankerde samenwerking tussen gemeenten om tot een stabiel en professioneel georganiseerd jeugdstelsel te komen. Deze erkenning van robuustheid onderbouwt de keuze voor een zelfstandige organisatievorm (zoals een openbaar lichaam) die de gezamenlijke uitvoering van inkoop, contractmanagement en kwaliteitsborging in de regio mogelijk maakt. Het bevestigt dat de Jeugdhulpregio Drenthe een solide basis heeft om verdere professionalisering en wettelijke verankering van taken gezamenlijk op te pakken. 1.3. De vorm Openbaar Lichaam sluit het best aan bij de bestuurlijke uitgangspunten om een sluitend, robuust en toekomstbestendige organisatie op te richten, waarbij er enerzijds sprake is van gelijkwaardigheid (one man, one vote), maar ook van een efficiënte en effectieve organisatie. Bij het verkennen van de samenwerkingsvorm voor de GR zijn verschillende varianten afgewogen. Op basis van een objectieve weging van taken, verantwoordelijkheden en juridische borging is gekozen voor de rechtsvorm van een Openbaar Lichaam. Deze rechtsvorm biedt het meest complete en stabiele juridische kader om de gewenste taken gezamenlijk en duurzaam uit te voeren. Het Openbaar Lichaam: • Waarborgt bestuurlijke gelijkwaardigheid doordat alle deelnemende gemeenten • vertegenwoordigd zijn in het algemeen bestuur en invloed hebben op de besluitvorming.

• Het Openbaar Lichaam kan zelfstandig contracten aangaan, personeel aannemen, en deelnemen aan het maatschappelijk verkeer. Dit maakt het mogelijk om op een professionele, rechtmatige en doelmatige manier uitvoering te geven aan de gezamenlijke taken. • Doordat het Openbaar Lichaam een eigen organisatie op kan bouwen, inclusief personele en financiële middelen, ontstaat een stabiele basis voor de uitvoering van complexe taken zoals inkoop en contractmanagement van jeugdhulp. • Door de institutionele verankering van de samenwerking in een zelfstandige organisatievorm ontstaat minder afhankelijkheid van wisselingen in lokale politieke of ambtelijke capaciteit. Dit vergroot de slagkracht en de uitvoeringszekerheid op de lange termijn. • Door schaalvoordelen en bundeling van kennis, capaciteit en processen kunnen de gezamenlijke taken (zoals regionale inkoop, rechtmatigheidstoezicht en monitoring) efficiënter worden uitgevoerd, met minder versnippering en duplicatie tussen gemeenten. • Gezien de complexiteit en het belang van de taken die binnen deze samenwerking worden uitgevoerd, is het Openbaar Lichaam daarmee de meest passende vorm voor een stevige, professionele en toekomstgerichte samenwerkingsstructuur. 1.4. De Jeugdhulpregio dient als zelfstandige organisatie te worden ingericht, en niet als onderdeel van de bestaande GGD-regeling.

Hoewel de GGD een logische partner is binnen het sociaal domein is een meerderheid van de portefeuillehouders Jeugd in de twaalf Drentse gemeenten erover eens het functioneel, bestuurlijk en organisatorisch niet passend is om de Jeugdhulpregio onder te brengen binnen de bestaande GGD-regeling. De aard, schaal en aansturingsstructuur van de jeugdhulpsamenwerking vereisen een eigenstandige inrichting. De belangrijkste argumenten daarvoor zijn: • De taken binnen de Jeugdwet – met name de inkoop en aansturing van jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen – verschillen wezenlijk van de publieke gezondheidstaken van de GGD, die gericht zijn op preventie en populatiegerichte zorg. Inbedding van de Jeugdhulpregio binnen de GGD zou leiden tot onduidelijkheid over verantwoordelijkheden en bestuurlijke aansturing. • De Jeugdhulpregio vraagt om een governance-structuur waarin gemeenten rechtstreeks en evenwichtig vertegenwoordigd zijn, omdat zij beleidsinhoudelijk verantwoordelijk blijven voor de uitvoering van de Jeugdwet. De GGD-regeling kent

• •

•

•

vaak een andere mandatering, gericht op uitvoerende publieke gezondheidstaken. Bestuurlijke integratie zou leiden tot verwarring over sturing, mandaten en afwegingskaders. In 2024 gaven de Drentse gemeenten gezamenlijk €200 miljoen uit ten behoeve van de gespecialiseerde jeugdhulp. Een dergelijk budget rechtvaardigt een robuuste eigen organisatie. De jeugdhulp is een dynamisch en politiek gevoelig domein met forse financiële en maatschappelijke risico’s. De schaalgrootte en complexiteit van regionale inkoop- en contractmanagementprocessen vragen om een professionele, zelfstandige organisatie met een duidelijke focus. Inbedding binnen de GGD zou deze scherpte en autonomie ondermijnen. Voor een toekomstbestendige jeugdhulporganisatie is het van belang dat deze haar eigen personele en organisatorische ontwikkeling kan doormaken, los van de structuur en cultuur van de GGD. Dit bevordert flexibiliteit, wendbaarheid en de mogelijkheid om in te spelen op landelijke ontwikkelingen, zoals hervormingsagenda’s, wijzigende inkoopmodellen en toezichtseisen. Een zelfstandige entiteit maakt het mogelijk om begroting, verantwoording, risico’s en prestaties duidelijk af te bakenen. Dit is essentieel voor transparantie richting colleges en gemeenteraden. Door een aparte juridische en administratieve structuur is het eenvoudiger om grip te houden op kosten, prestaties en risico’s.

2.1. Democratische legitimatie vereist het betrekken van de gemeenteraad Artikel 1 van de Wet gemeenschappelijke regelingen verplicht het college om het ontwerp van de regeling toe te zenden aan hun gemeenteraad, waarbij de raadsleden vervolgens 8 weken de tijd krijgen om na ontvangst van de ontwerpregeling hun zienswijzen over het ontwerp kenbaar te maken. a.

Het proces om te komen tot de GR JHRD is niet volledig in lijn met de nota verbonden partijen.

Het proces om te komen tot de GR JHRD is niet volledig in lijn met de nota verbonden partijen, vanwege het wettelijk kader waarin deze ontwikkeling plaatsvindt. De wet schrijft voor dat de samenwerking rond specialistische inkoop jeugdzorg moet plaatsvinden in de vorm van een GR. Kortom, dit is geen keuze, maar een verplichting. In de nota verbonden partijen is de eerste stap in het proces om de raad te consulteren bij een voorgenomen nieuwe GR. Deze stap hebben we, vanwege het wettelijk kader, overgeslagen. De rest van het proces om te komen tot de GR JHRD zal plaatsvinden volgens de stappen zoals beschreven in het nota verbonden partijen. •

.

2.2 Een zienswijze op de ontwerpregeling van Jeugdhulpregio Drenthe te geven. Op grond van artikel 1 van de Wgr heeft de raad de gelegenheid om een eventuele zienswijze in te dienen op voorgestelde ontwerpregeling van Jeugdhulpregio Drenthe. Met het indienen van een zienswijze krijgt de raad de mogelijkheid haar invloed uit te oefenen op de ontwerpregeling en de wettelijke bepalingen die hierin worden opgenomen. Voorgesteld wordt om een zienswijze in te dienen op de ontwerpregeling. Deze zienswijze richt zich op het financieel kader rond de ontwerpregeling en de opdracht van de GR. NB De zienswijze is gericht aan het college van B&W, omdat de GR JHRD nog niet bestaat (zoals bv. bij de GGD). Daarom richt de zienswijze van uw raad zich tot het

college en is de zienswijze de opdracht voor het college/wethouder om mee te nemen in het regionaal overleg en in de voorbereidingsgroep oprichting GR JHRD. Maar 1. Het aangaan van een gemeenschappelijke regeling kan in beeldvorming leiden tot minder ‘invloed’. Het aangaan van een gemeenschappelijke regeling betekent dat besluitvorming over bepaalde taken, in dit geval jeugdhulp, plaatsvindt op regionaal niveau via een gezamenlijk bestuur. Hoewel formeel de invloed van gemeenteraden geborgd is via het recht op zienswijzen, het budgetrecht en de informatieplicht van het college, kan in de praktijk of beeldvorming het gevoel ontstaan dat de gemeenteraad minder directe invloed heeft. Dit komt doordat besluiten op afstand genomen worden en de lijnen tussen raad en het regionale bestuur complexer worden. Echter: 1.1. Bevoegdheden blijven lokaal: beleid en sturing bij gemeenten Het aangaan van een gemeenschappelijke regeling (GR) roept soms de zorg op dat dit kan leiden tot minder directe invloed op het beleid of de uitvoering. Deze zorg is begrijpelijk, omdat samenwerking tussen gemeenten in alle gevallen leidt tot een zekere mate van afstand tot de uitvoering. Toch is deze zorg in het geval van de voorgestelde GR niet terecht.

De colleges van B&W blijven verantwoordelijk voor het vaststellen van beleid en nadere beleidsregels, terwijl de gemeenteraad haar kaderstellende, verordenende en controlerende taken volledig behoudt. De invloed van individuele gemeenten op de koers en inhoud van het jeugdbeleid blijft daarmee onveranderd. 1.2. Formalisering van bestaande praktijk, geen verandering in invloed. Daarnaast wordt er al samengewerkt, maar met deze regeling wordt die samenwerking geformaliseerd, efficiënter ingericht en gecombineerd met de wettelijke verplichting. De mate van invloed die gemeenten de afgelopen jaren hadden op de uitvoering van taken in de Jeugdhulpregio blijft behouden. 1.3. Wettelijke waarborgen garanderen blijvende betrokkenheid. De Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) biedt bovendien duidelijke waarborgen om invloed en betrokkenheid van zowel colleges als gemeenteraden te borgen. De informatie- en verantwoordingsplicht is wettelijk vastgelegd en biedt gemeenten de mogelijkheid om actief betrokken te blijven bij de uitvoering. Ook de governancestructuur is helder geregeld, met voldoende checks-and-balances die de gemeentelijke belangen beschermen. 1.4. Zienswijzen versterken democratische legitimatie en zeggenschap. Tot slot draagt het verplichte traject van het indienen van zienswijzen op het ontwerp van de regeling bij aan de versterking van de democratische legitimatie.

Gemeenteraden kunnen op dit moment expliciet invloed uitoefenen, wat juist bijdraagt aan het gevoel van betrokkenheid en zeggenschap. 2. Het aangaan van een gemeenschappelijke regeling kan ertoe leiden dat gemeenteraden minder directe grip ervaren op financiële besluitvorming. De vorming van een gemeenschappelijke regeling kan ertoe leiden dat gemeenteraden minder directe grip ervaren op financiële besluitvorming binnen het jeugdhulpdomein. Door de gezamenlijke besluitvorming op regionaal niveau verschuift een deel van de financiële regie van de individuele raad naar het algemeen bestuur van de regeling. Tegelijkertijd biedt de regeling ook de mogelijkheid tot betere financiële sturing op regionaal niveau, met meer schaalvoordelen, gezamenlijke inkoop en eenduidige verantwoording. De raad behoudt haar kaderstellende en controlerende rol via het recht op zienswijzen, het budgetrecht en de verplichte informatievoorziening vanuit het college, dat namens de gemeente vertegenwoordigd is in het algemeen bestuur.

2.1. Volgens de nota van verbonden partijen moet de gemeenteraad worden geconsulteerd voorafgaand aan de oprichting van een nieuwe GR. Op donderdag 4 september is, in afstemming met het presidium, de gemeenteraad mondeling geïnformeerd over de oprichting van de GR JHRD. Deze mondelinge toelichting is de invulling van de consultatie, omdat de oprichting van de GR JHRD een wettelijke verplichting is. Achtergrond In het najaar van 2025 hebben de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Aa en Hunze, Assen, Borger-Odoorn, Coevorden, De Wolden, Emmen, Hoogeveen, Meppel, Midden-Drenthe, Noordenveld, Tynaarlo en Westerveld besloten de samenwerking ten behoeve van jeugdhulp in Drenthe te formaliseren door middel van een gemeenschappelijke regeling (GR) in de rechtsvorm van een openbaar lichaam (OL). Per 1 januari 2027 wordt er met deze GR een steviger fundament onder deze samenwerking gelegd. Bij het instellen van de gemeenschappelijke regeling heeft de raad de rol om kaders mee te geven over Jeugdhulp. Het college geeft uitvoering aan deze kaders. De voorliggende regeling is allereerst een vervolg op het traject ‘Omarm de complexiteit’, waarin is gesignaleerd dat de huidige samenwerking in de jeugdhulp versnipperd, onduidelijk en kwetsbaar georganiseerd is.

De bestuurlijke ambitie in Drenthe is sindsdien gericht op het gezamenlijk verbeteren van de toegankelijkheid, kwaliteit en organisatie van jeugdhulp voor kinderen, ouders en professionals. De gemeenschappelijke regeling wordt daarnaast opgericht naar aanleiding van de nieuwe wet ‘Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg’. Deze wet verplicht gemeenten in de nabije toekomst een gemeenschappelijke regeling op te richten voor de inkoop van specialistische jeugdhulp ten behoeve van jeugdhulp. Het betreft een collegeregeling, dus het college stelt de GR Jeugdhulpregio Drenthe formeel vast. Bestuurlijke uitgangspunten Op zowel bestuurlijk als ambtelijk niveau zijn wensen, behoeften en uitgangspunten voor het instellen van de gemeenschappelijke regeling in kaart gebracht. Deelnemende bestuurders hebben de onderstaande uitgangspunten vastgesteld die als leidraad hebben gediend bij het maken van keuzes voor de inrichting van de gemeenschappelijke regeling: 1. Doel van de samenwerking is het samen zorgdragen voor een sluitend en toekomstbestendig Drents jeugdzorglandschap. 2. We werken toe naar een gemeenschappelijke regeling en richten onze samenwerking minimaal in op de wettelijke verplichting van de vorming van een jeugdhulpregio. 3.

Vanuit de verplichting dat elke jeugdregio in alle vormen van hulp voldoende robuust en volledig toegerust moet zijn, is de schaal van de provincie Drenthe groot genoeg. 4. We vormen in elk geval een aparte GR voor de jeugdhulptaken en zorgen dat dit besluitvormingsproces is afgerond voor de gemeenteraadsverkiezingen in 2026. Als er duidelijke voordelen zijn van een brede GGD-GR dan houden we ruimte om daarbij aan te sluiten. 5. In onze samenwerking gaan we uit van gelijkwaardigheid in al onze beslissingen. Dit betekent dat we uitgaan van de systematiek one man, one vote. Dit betekent ook dat er geen sprake is van een vetorecht van één of meerdere gemeenten en dat we met z’n allen overal bij betrokken worden. 6. We vinden het belangrijk dat de uitvoering van de taken in onze samenwerking zo efficiënt en effectief als mogelijk ingeregeld wordt. Ook als dit betekent dat we een deel van de verantwoordelijkheden beleggen bij één gemeente. 7. Beleidsmatige afstemming is ook een onderdeel van de samenwerking in de Jeugdhulpregio Drenthe.

Verbinding met de nota Verbonden Partijen Het proces om te komen tot de GR JHRD is niet volledig in lijn met de nota verbonden partijen, vanwege het wettelijk kader waarin deze ontwikkeling plaatsvindt. De wet schrijft voor dat de samenwerking rond specialistische inkoop jeugdzorg moet plaatsvinden in de vorm van een GR. Kortom, dit is geen keuze, maar een verplichting. In de nota verbonden partijen is de eerste stap in het proces om de raad te consulteren bij een voorgenomen nieuwe GR. Deze stap hebben we, vanwege het wettelijk kader, overgeslagen. De rest van het proces om te komen tot de GR JHRD zal plaatsvinden volgens de stappen zoals beschreven in het nota verbonden partijen. De financiële gevolgen zijn Vooruitlopend op de definitieve inrichting van de GR Jeugdhulpregio Drenthe is een conceptbegroting opgesteld, gebaseerd op een inventarisatie van de huidige uitgaven van de drie bestaande inkooporganisaties. De totale begroting voor 2026 bedraagt circa €6,55 miljoen, waarvan het grootste deel bestaat uit structurele organisatiekosten (zoals personeelslasten, bedrijfsvoering en centrale ondersteuning) en een kleiner deel uit incidentele en projectgebonden middelen. Er zijn geen inkomsten geraamd: inkomsten die er nu voor de JHRD wel zijn. De begroting betreft een technische optelsom van bestaande regionale middelen die op dit moment reeds worden ingezet.

Er is nog géén rekening gehouden met mogelijke efficiencywinst die kan ontstaan door het samenbrengen van taken, harmonisatie van werkwijzen of gezamenlijke bedrijfsvoering. In de vervolgfase wordt bekeken welke optimalisaties mogelijk zijn, zodat de GR zo doelmatig mogelijk kan functioneren binnen de bestaande financiële kaders. De aan te trekken kwartiermaker voor de GR krijgt expliciet de opdracht om te kijken naar synergievoordelen en een efficiënte organisatie-inrichting. Voor de inkomsten en uitgaven van de nieuwe GR per 1 januari 2027 is een conceptbegroting gemaakt. In die begroting wordt uitgegaan van totale kosten van € 6,5 miljoen voor de uitvoering van de taken van de GR. De optelsom van de kosten van deze taken (die worden uitgevoerd door de 3 verschillende inkooporganisaties) bedraagt in 2025 € 6,4 Miljoen. In 2025 betaalt gemeente De Wolden een bijdrage van € 33.255 aan inkooporganisatie PMT (Prestatie Management Team) via gemeente Coevorden. In 2025 betaalt gemeente De Wolden een bijdrage van € 69.723 aan de inkooporganisatie JHRD. Dit is samen € 102.978. Kijkend naar de nieuwe kostenverdeling en rekening houdend met een indexering krijgt De Wolden te maken met een kostenstijging van € 91.000. In de meerjarenbegroting van gemeente De Wolden is geen rekening gehouden met deze kostenstijging en daarom wordt voorgesteld een zienswijze in te dienen.

Deze kostentoename van gemeente De Wolden bestaat uit 2 onderdelen: • In de conceptbegroting van de nieuwe GR JHRD zijn geen inkomsten geraamd. Inkooporganisatie JHRD heeft in 2025 ongeveer € 1,1 miljoen aan baten in haar begroting staan vanuit een landelijke JENN-subsidie. (dit bedrag sluit niet aan op het bedrag dat is genoemd in de memo met de financiële contouren GR JHRD, maar is gebaseerd op de begroting 2025 van de huidige JHRD). Voor 2026 en verder is er op dit moment nog geen zekerheid over het vervolg van deze middelen • De huidige deelnemende gemeenten van PMT (61,9%) leveren een financiële bijdrage van €685.000 aan de samenwerking. De huidige deelnemende gemeenten van NMD (38,1%) leveren een bijdrage van € 2.370.000 (zij hebben ook meer taken bij de NMD belegd). Door andere taken te beleggen bij de GR (wat ook tot efficiency kan leiden binnen de SWO) en een gewijzigde verdeelsleutel nemen de kosten voor gemeente De Wolden toe.

Het is, gezien de geprognotiseerde kostenstijging, erg belangrijk om goed naar de synergievoordelen en een efficiënte organisatie-inrichting te kijken. We stellen voor om hierop een zienswijze in te dienen een vernieuwd en aangescherpt (financieel en organisatorisch) inzicht te ontwikkelen. Met dit inzicht kunnen gemeenten tijdig anticiperen op de mogelijke financiële gevolgen en tegelijkertijd blijven sturen op een effectieve en gezamenlijke aanpak van jeugdhulp in Drenthe. Alternatieven Geen gemeenschappelijke regeling oprichten. Dit is geen aanvaardbaar alternatief, want de nieuwe Wet beschikbaarheid jeugdhulp is op 7 oktober 2025 door de Eerste Kamer aangenomen. Los daarvan is het van belang om deze zorgvormen met groot volume en robuustheid in te kopen.

Participatie Artikel 1 van de Wet gemeenschappelijke regelingen regelt dat het ontwerp van de gemeenschappelijke regeling eerst wordt toegezonden aan de gemeenteraden, waarbij de raden 8 weken de tijd krijgen om hun zienswijze over de ontwerpregeling te geven. De raad mag ook van de mogelijkheid tot het geven van zienswijze afzien. Tegelijkertijd gaan de betrokken gemeenten aan de slag met de verdere uitwerking van de organisatie door een bedrijfsplan op te stellen en wordt na de zomer een bijeenkomst georganiseerd voor alle ondernemingsraden. Nadat de gemeenteraad eventuele zienswijzen heeft ingediend, worden deze door het college beoordeeld en wordt de definitieve regelingstekst opgesteld. Het college neemt daarop een voorlopig besluit omtrent de gemeenschappelijke regeling en vraagt vervolgens toestemming aan de gemeenteraad voor het definitief aangaan van de regeling. Nadat het college de benodigde toestemming van de raad heeft ontvangen, kan het college definitief besluiten tot het aangaan van de gemeenschappelijke regeling. Dit besluit moet bekend worden gemaakt in het Gemeenteblad. Indien alle gemeenten zijn overgegaan tot definitieve besluitvorming, met de benodigde toestemming van hun raden, moet de gemeenschappelijke regeling bekendgemaakt worden in het Gemeenteblad van de plaats van vestiging.

De gemeenschappelijke regeling treedt pas in werking nadat de laatste bekendmaking heeft plaatsgevonden. Dit moet dus hebben plaatsgevonden uiterlijk op 31 december 2026 om de regeling per 1 januari 2027 in werking te laten treden. Communicatie Gemeenten bepalen individueel hoe zij hun adviesraden sociaal domein betrekken bij dit traject. Richting de jeugdhulpaanbieders wordt de communicatie gezamenlijk opgepakt via de betrokken inkooporganisaties. Voor De Wolden geldt dat we de lokale vertaling van de hervormingsagenda jeugd, de regiovisie en de oprichting van de gemeenschappelijke regeling integraal willen aanbieden aan de adviesraad.

Bijlagen 1. Ontwerptekst GR JHRD 2. Memo financiële contouren 3. Afwegingskader JHRD 4. Zienswijze GR JHRD

Zuidwolde, 7 oktober 2025

Burgemeester en Wethouders van De Wolden,

Roelof Pieter Koning gemeentesecretaris

Inge C. J. Nieuwenhuizen burgemeester

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16101688/2