Raadsbrief handelingskader spuitvrije zones bij nieuwe (gevoelige) functies
Tekst van het document
Aan de leden van de Gemeenteraad
Datum: Onderwerp: Ons kenmerk:
Handelingskader spuitvrije zones bij nieuwe (gevoelige) functies
Geachte heer, mevrouw, Bij ruimtelijke initiatieven krijgen wij regelmatig te maken met vragen over het hanteren van spuitvrije zones tussen agrarische percelen en nieuwe gevoelige functies, zoals woningen. Om hier zorgvuldig, transparant en juridisch houdbaar mee om te gaan, heeft het college een handelingskader opgesteld. Mogelijk moet dit op en later moment bijgesteld worden bijvoorbeeld als er meer jurisprudentie is. Graag informeren wij u hierover. Achtergrond Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen kunnen leiden tot spanningen tussen landbouw en andere functies, zoals wonen. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft geoordeeld dat bij nieuwe gevoelige functies — tenzij er zwaarwegende motieven of wetenschappelijke onderbouwing is — een afstand van 50 meter redelijk is tussen deze functies en percelen waarop met gewasbeschermingsmiddelen wordt gewerkt. Wanneer geldt een spuitvrije zone? Wanneer bij een ruimtelijk initiatief sprake is van een spuitvrije zone, volgt de beoordeling een vaste volgorde van afwegingen. Allereerst wordt gekeken of het initiatief past binnen het geldende Omgevingsplan. Is dat het geval, dan hoeft er geen spuitvrije zone te worden opgelegd. Past het initiatief echter niet in het Omgevingsplan, dan moet het beoordeeld worden op basis van de regels voor een Evenwichtige Toedeling van Functies aan Locaties (ETFAL).
In die beoordeling wordt uitgegaan van een spuitvrije zone van 50 meter rondom nieuwe gevoelige functies. Vervolgens is van belang of het initiatief daadwerkelijk een nieuwe gevoelige functie betreft, zoals wonen, een school, zorgvoorziening, recreatieverblijf of werklocatie. Is dat niet het geval, dan is een spuitvrije zone niet aan de orde. Blijkt wel sprake te zijn van een gevoelige functie, dan wordt gekeken of er binnen een afstand van 50 meter agrarische percelen liggen waarop, volgens het planologische regime, gewasbeschermingsmiddelen mogen worden toegepast. Als dat niet zo is, hoeft er geen verdere actie te worden ondernomen. Zijn die percelen er wel, dan wordt beoordeeld of het plan zodanig kan worden aangepast dat niet-gevoelige functies, zoals een weg, watergang of groenstrook, tussen de gevoelige functie en het agrarisch perceel kunnen worden gelegd. Wanneer dat mogelijk is, wordt gemeten hoeveel meter spuitvrije zone er dan nog overblijft. Is dat niet mogelijk, dan geldt de standaardafstand van 50 meter. Hoe wordt een spuitvrije zone geregeld? Als het nodig is een spuitvrije zone vast te leggen, zijn daarvoor verschillende routes. Ligt de zone binnen het plangebied, dan is het uitgangspunt dat de initiatiefnemer zelf de betreffende grond verwerft of — als dat niet lukt — dat de gemeente tot onteigening overgaat.
Dit om te voorkomen dat een individuele grondeigenaar een belangrijke ontwikkeling kan blokkeren. Met de initiatiefnemer worden dan afspraken gemaakt over compensatie van de
grondeigenaar. De spuitvrije zone wordt vervolgens in het Omgevingsplan opgenomen. Ligt de spuitvrije zone buiten het plangebied, dan probeert de initiatiefnemer eerst privaatrechtelijk afspraken te maken met de grondeigenaar of gebruiker, bijvoorbeeld via een overeenkomst waarin wordt vastgelegd dat het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in die zone wordt gestaakt. Vervolgens zal de gemeente dit publiekrechtelijk regelen door het in het Omgevingsplan op te nemen of door een maatwerkvoorschrift vast te stellen. In beide gevallen geldt dat de grondeigenaar recht heeft op nadeelcompensatie en dat de gemeente daarbij moet toetsen of het opgelegde voorschrift evenredig is. Wat mag in een spuitvrije zone? Toegestaan zijn bijvoorbeeld wegen, sloten, groen, parkeren, landbouw zonder of met slechts pleksgewijze inzet van gewasbescherming, of agrarisch natuurbeheer. Locatiespecifiek onderzoek Op dit moment is er geen juridisch houdbaar beoordelingskader om op basis van locatiespecifiek onderzoek kleinere afstanden dan 50 meter te hanteren. Er wordt landelijk gewerkt aan een nieuwe methode, resultaten worden in 2026 verwacht. Conclusie Met dit handelingskader hebben wij een praktische, juridisch houdbare werkwijze voor de omgang met spuitvrije zones bij nieuwe ruimtelijke initiatieven. Hiermee borgen wij zorgvuldig ruimtegebruik en beperken wij risico’s voor omwonenden.
Wij stellen u hiermee op de hoogte. Mocht u hierover vragen hebben, dan lichten wij dit graag verder toe. Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders,
Roelof Pieter Koning gemeentesecretaris
Inge C.J. Nieuwenhuizen burgemeester