CConstaterende datDe Wolden
Koppel je AI →
Document · PDF

Ontwerpbeschikking Linderweg naast 17a te Linde

Opiniërende vergadering: 'Deur spitten" 16 januari 2025, gemeente De WoldenBij agendapunt: Raadsvoorstel VVGB Linderweg naast 17a te Linde12.377 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het bestemmingsplan mogelijk is. Externe werking Hierbij gaat het met name om de vraag of de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling leidt tot een situatie die, vanuit hinder of gevaar bezien, in strijd is te achten met een goede ruimtelijke ordening. Daarvan is sprake als het woon- en leefklimaat van omwonenden in ernstige mate wordt aangetast. Interne werking Hierbij gaat het om de vraag of de nieuwe functies hinder ondervinden van bestaande functies in de omgeving. In dit geval zijn de woningen milieugevoelige functies. Overweging De functie ‘wonen’ betreft geen milieubelastende functie. Het vormt dan ook geen belasting voor omliggende woon functies. In de nabije omgeving zijn een aantal (agrarische)bedrijfsbestemmingen en een maatschappelijke bestemming gelegen. Onderstaande tabel toont de nabijgelegen bestemmingen met de afstand tussen het projectgebied en het bestemmingsvlak.

Ruimtelijke onderbouwing, Linderweg 17a, Linde

Pagina 13 1 november 2024

Adres

Bestemming

Categorie

Linderweg 27

Bedrijf

Linderweg 22/24 Dennenweg 4 Vuile Riete 7 Vuile Riete 4

Vuile Riete 6

2

Hinderricht afstand 30

Afstand tot projectgebied 0

Maatschappelijk

2

30

15

Agrarisch - Agrarisch bedrijf Agrarisch - Agrarisch bedrijf Agrarisch Intensieve veehouderij Agrarisch - Agrarisch bedrijf

3.1

100

270

3.1

100

420

3.2

200

670

3.1

100

860

Wat betreft de agrarische bedrijven wordt voldaan aan de hinderrichtafstanden. Voor de maatschappelijke- en bedrijfsbestemming wordt niet voldaan. Er kan gemotiveerd afgeweken worden van de hinderrichtafstanden. Het projectgebied grenst direct aan de bedrijfsbestemming. Hier is volgens het bestemmingsplan maximaal categorie 2 toegestaan wat leidt tot een maximale hinderrichtafstand van 30 meter. In het ontwerp is hiermee rekening gehouden. De gevoelige functie, zijnde de woningen zijn op minimaal 30 meter afstand gesitueerd van het bestemmingsvlak bedrijf, zie de terreintekening bijgevoegd bij de aanvraag. Hiermee kan alsnog voldaan worden aan een goed woon- en leefklimaat. Dit geldt ook voor de maatschappelijke bestemming. De afstand tot aan het projectgebied bedraagt 15 meter, maar dat is de toegangsweg naar het nieuwe erf. De hoofdgebouwen met daarin de woningen zijn op ruim 60 meter gelegen van het maatschappelijke bestemmingsvlak. Daarmee kan een goed woon- en leefklimaat gegarandeerd worden. Conclusie Het aspect ‘milieuzonering’ vormt geen belemmering voor de uitvoering van dit project.

4.2 Bodem In het kader van een vergunningprocedure dient gemotiveerd te worden dat de functie die in het kader van dit project wordt toegelaten, passend wordt geacht in relatie tot de bodemkwaliteit. Er wordt met dit project een woonerf op grond van landschappelijk bouwen mogelijk gemaakt. Er is door Sigma B.V. een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. In het rapport met nummer 23-M11029 van 4 januari 2024 wordt geconcludeerd dat de grond chemisch schoon is, er zijn ook geen PCB’s gevonden ter plaatse van de daklijnen. Het grondwater bevat een lichte verhoging koper. Ter hoogte van een daklijn van één van de te verwijderen afdakjes is een aanzienlijk gehalte aan asbest geconstateerd. Dit afdakje is na 1993 geplaatst waarmee de grond gesaneerd moet worden tot de achtergrondwaarde. Gezien het feit dat het bouwsel in het kader van het woningbouwproject verwijderd zal worden, zal de plek gesaneerd worden en daarmee teruggebracht worden tot de achtergrondwaarde. Het volledige rapport is bijgevoegd als bijlage bij de aanvraag. Conclusie Het aspect ‘bodem’ vormt geen belemmering voor de uitvoering van dit project mits de asbestverontreiniging gesaneerd wordt.

Ruimtelijke onderbouwing, Linderweg 17a, Linde

Pagina 14 1 november 2024

4.3 Geluid De Wet geluidhinder (Wgh) bevat geluidnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai en industrielawaai. De Wgh geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan of het nemen van een omgevingsvergunning indien het plan een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. In het voorliggende plan worden, vanuit planologisch oogpunt, nieuwe geluidsgevoelige object toegevoegd. Wegverkeerslawaai Het projectgebied ontsluit op de Linderweg. Op de Linderweg geldt in het dorp Linde een 30 km/h regime. De Wet geluidhinder is niet van toepassing op wegen die liggen binnen een woonerf en voor 30 km/u-wegen, omdat hier geen zones gelden. De woningen zullen moeten voldoen aan de bouwtechnische eisen van het bouwbesluit waarmee een goed binnenklimaat is gegarandeerd. Rail- en industrielawaai Het projectgebied is niet gelegen binnen een gezoneerd industrieterrein of in de nabijheid van een industriegebied. Er is ook geen spoorlijn gelegen in de nabijheid van het projectgebied. Conclusie Het aspect ‘geluid’ vormt geen belemmering voor de uitvoering van dit project.

4.4 Luchtkwaliteit De luchtkwaliteit dient te worden meegenomen in de ruimtelijke besluitvorming. Uitgangspunt is dat een project niet leidt tot overschrijding van luchtkwaliteitsnormen. Als er wel sprake is van een overschrijding, dan mag een project de luchtkwaliteit niet in betekenende mate verslechteren. Luchtkwaliteitsnormen vormen onder de Wet milieubeheer geen belemmering voor de ruimtelijke ontwikkeling als aannemelijk is dat aan één of een combinatie van de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. Er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde. b. Een project leidt per saldo niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit. c. Een project draagt slechts in ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) bij aan de luchtverontreiniging. d. Een project is opgenomen of past binnen het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) of een regionaal programma van maatregelen. Dit project draagt slechts in ‘niet betekenende mate’ bij aan de luchtverontreiniging. Ten overvloede zijn de “Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten Nederland (GCN en GDN)” opgesteld door het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport nagezien. Volgens deze kaarten was de concentratie fijnstof (PM10) ter hoogte van het projectgebied in het jaar 2023 minder dan 18 µg/m3 De concentratie fijnstof (PM10) in deze omgeving ligt rond de 13,5 µg/m3.

De voorziene activiteiten zullen niet leiden tot een dermate stijging dat de grenswaarde overschreden kan worden. Op grond van de Wet milieubeheer geldt voor zwevende deeltjes (PM10), betreffende de bescherming van de gezondheid van de mens, een grenswaarde van 40 microgram per m3 als jaargemiddelde concentratie.

Ruimtelijke onderbouwing, Linderweg 17a, Linde

Pagina 15 1 november 2024

Gezien de aard en omvang van het project is het gezien voornoemde niet waarschijnlijk dat deze zal leiden tot een feitelijke of dreigende overschrijding van de grenswaarde. Daarmee wordt voldaan aan de luchtkwaliteitsnormen zoals vermeld in de Wet milieubeheer. Conclusie Het aspect ‘luchtkwaliteit’ vormt geen belemmering voor de uitvoering van dit project.

4.5 Externe veiligheid Externe veiligheid beschrijft de risico’s die ontstaan als gevolg van opslag of handelingen met gevaarlijke stoffen. Dit kan betrekking hebben op bedrijven, buisleidingen of transportroutes. Op deze categorieën is verschillende wet- en regelgeving van toepassing. Het huidige beleid voor inrichtingen (bedrijven) is afkomstig uit het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Voor buisleidingen geldt het Besluit buisleidingen externe veiligheid (Bevb). Het externe veiligheidsbeleid voor transport van gevaarlijke stoffen staat in het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). In het kader van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), gelezen in samenhang met de regels omtrent externe veiligheid, moet als er sprake is van de toevoeging van een gevoelige functie of een risicobron, een nadere afweging worden gemaakt. Daarbij dienen het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR) en de eventuele toename hiervan, te worden bepaald. De risicokaart Nederland is nagezien op de aanwezigheid van bronnen in de omgeving van het projectgebied. De kaart is nagezien op de aanwezigheid van inrichtingen met gevaarlijke stoffen, transportroutes (basisnet) over weg, spoor of water- en buisleidingen. Binnen een straal van 500m vanaf het projectgebied is een buisleiding gelegen op ca. 347m. Deze buisleiding is van de Gasunie.

Het projectgebied ligt buiten de 1% en 100% letaliteitsgrens en daarom is geen verantwoording nodig van het groepsrisico. Het projectgebied is wel gelegen binnen het brandaandachtsgebied van de buisleiding. Er zijn vluchtroutes van de buisleiding af, het projectgebied is voor hulpdiensten goed bereikbaar en de kopers/huurders worden geacht zelfredzaam te zijn. Conclusie Het aspect ‘externe veiligheid’ vormt geen belemmering voor de uitvoerig van dit project.

4.6 Cultuurhistorie & Archeologie Goede ruimtelijke ordening betekent dat er een integrale afweging dient plaats te vinden van alle belangen die effect hebben op de kwaliteit van de ruimte. Een van die belangen is de cultuurhistorie ofwel de aanwezigheid van monumenten of archeologisch waardevolle gebieden. Monumenten In de directe nabijheid van het projectgebied zijn geen monumenten aangewezen waarop dit project van invloed kan zijn. Archeologische beleidskaart Op 26 januari 2012 heeft de gemeenteraad de Archeologische beleidskaart voor de gemeente De Wolden vastgesteld. Deze waardering is in de beheersverordening verwerkt met de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie’. Het projectgebied is voor de agrarische gronden aangeduid met de waarde ‘hoge of middelhoge verwachting’. In deze gebieden waar de waarde ‘hoge of middelhoge verwachting’ geldt, is archeologisch onderzoek verplicht bij ingrepen van meer dan 1000m² en dieper dan 30 cm –Mv. Er wordt meer dan 1000m² grond geroerd en er is een verkennend archeologisch onderzoek uitgevoerd door Laagland Archeologie. In een rapport van 20-12-2023 met nummer 1268 wordt het volgende geconcludeerd:

Ruimtelijke onderbouwing, Linderweg 17a, Linde

Pagina 16 1 november 2024

“Op basis van de onderzoeksresultaten wordt nader archeologisch onderzoek geadviseerd. Gezien de verwachting op steentijdresten adviseren we dit vervolgonderzoek vorm te geven door middel van karterend booronderzoek. In eerste instantie adviseren we vier karterende boringen te zetten rondom boorpunten 2 en 6. In deze boringen is een B-horizont aangetroffen en de dekzandtop ligt hier relatief hoog. Indien rondom boringen 2 en 6 archeologische indicatoren worden aangetroffen of een intact podzolprofiel (minimaal een herkenbare B-horizont) dan adviseren we ook rondom boringen 3 en 4 elk vier karterende boringen te zetten. In totaal worden dan maximaal 16 karterende boringen gezet. Voor de resterende delen (rondom boringen 1 en 5) wordt geen vervolgonderzoek geadviseerd.” Er is uitvoering gegeven aan het geadviseerde nader archeologisch onderzoek. In een rapport van januari 2024 met nummer 1268 wordt het volgende geconcludeerd: “Op basis van de onderzoeksresultaten wordt geen nader onderzoek geadviseerd: de uitgevoerde verkennende en karterende boringen hebben geen aanwijzingen opgeleverd voor de aanwezigheid van een vindplaats.

We adviseren daarom het terrein vrij te geven van verder archeologisch onderzoek.” Indien bij de uitvoering onverhoopt toch archeologische grondsporen worden aangetroffen en/of vondsten worden gedaan, dienen deze direct te worden gemeld bij zowel de gemeente als de provinciaal archeoloog (artikel 5.10 van de Erfgoedwet). Cultuurhistorische waardenkaart Op 13 maart 2014 heeft de gemeenteraad de Cultuurhistorische waardenkaart voor de gemeente De Wolden vastgesteld. Op de beleidskaart is het projectgebied deels aangeduid als beleidsgebied 3 en deels als beleidsgebied 2. Voor beleidsgebied 3 is aangegeven dat dit gebied een gemiddelde cultuurhistorische waarde heeft. Het speelt een nevengeschikte rol bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Waar mogelijk kan cultuurhistorie als inspiratiebron dienen. Voor beleidsgebied 2 geldt dat het gebied een hoge cultuurhistorische waarde heeft en dat deze waarden een grote rol dienen te spelen bij de ontwikkeling. Het is aan te bevelen rekening te houden met de aanwezige cultuurhistorische waarden. De cultuurhistorie kan inspirerend werken. Het projectgebied valt onder rationele landbouwontginning, relatief droog. Een niet onaanzienlijk deel van de voormalige heidevelden werd in de 19e en 20e eeuw tot landbouwgrond, zowel akkerland als grasland, ontgonnen.

De relatief droge rationele landbouwontginning wijkt eigenlijk weinig af van de nattere variant. Mogelijk vanwege de relatief laat uitgevoerde en daardoor grootschalige heideontginningen in Drenthe, werden de agrarische heideontginningen rationeel uitgevoerd. Beplanting van de perceelsrand ontbrak over het algemeen. De verkaveling werd deels blokvormig aangelegd, en deels in de vorm van lange smalle kavels doorgetrokken vanuit de aangrenzende veenontginningen. In paragraaf 3.4.2 is het gebied waarin het projectgebied gelegen is uitgebreid beschreven. Er wordt geen afbreuk gedaan aan bestaande cultuurhistorische waarden. Conclusie Het aspect ‘cultuurhistorie en archeologie’ vormt geen belemmering voor de uitvoering van dit project.

Ruimtelijke onderbouwing, Linderweg 17a, Linde

Pagina 17 1 november 2024

4.7 Water In het kader van dit project is op 20 december 2023 de digitale watertoets uitgevoerd. Uit deze toets blijkt dat de normale procedure gevolgd moet worden. Dit vanwege de zone persleiding aan de oostzijde van het projectgebied en de totale oppervlakteverharding van 2417m². Aan de oostzijde van het projectgebied ligt een A-watergang die in beheer is bij het waterschap. Er is een uitgangspuntennotitie opgesteld door het waterschap die is bijgevoegd bij de aanvraag. Hieronder worden de ter zake doende punten behandeld. Watersysteem Binnen het projectgebied ligt een beschermingszone van een A-watergang. De functie van deze watergang wordt gegarandeerd doordat de terreininrichting dusdanig is opgesteld dat er een strook van 5 meter vrij blijft voor onderhoud. Er zijn geen vergunningplichtige activiteiten voorzien in de beschermingszone. Compensatie nieuwbouw Voor grote plannen en uitbreidingslocaties geldt als regel dat voor het realiseren van verhard oppervlak een berging ter compensatie voor de versnelde afvoer van het afstromende hemelwater benodigd is. Compensatie volgt de volgende trap: vasthouden-bergen-afvoeren. In het plan wordt een verhard oppervlak van circa 2417m² gerealiseerd. Dit houdt in dat een waterbergend oppervlak van 2417m²X0,08m = 193,36m³ wordt aangelegd.

Dit wordt aangelegd door middel van de greppel aan de noordzijde en infiltratiekratten onder de gezamenlijk in beheer zijnde weg. Grondwateroverlast en kwel Er wordt rekening gehouden met het advies voor de aanleghoogte van bebouwing van minimaal 80 cm ten opzichte van de GHG en een drempelhoogte van 30 cm boven straatpeil. Waterkwaliteit Het afstromende hemelwater zal aflopen naar de greppel aan de noordzijde en de geplande infiltratiekratten aan de zuidzijde van de bebouwing. Riool Het vuilwater zal worden aangesloten op het riool. In overleg met het waterschap en de gemeente wordt deze aansluiting geregeld. Langs het projectgebied loopt ter hoogte van de A-watergang een persleiding met een beschermingszone van 2 meter. Er zijn geen werkzaamheden voorzien binnen deze beschermingszone. Deze zone overlapt met de beschermingszone van de A-watergang en hier is rekening mee gehouden in de planvorming. Civiel technische uitwerking Voor dit project is door Liezen Infra een civieltechnische uitwerking gemaakt. Daarbij is ook de uitwerking van de waterberging betrokken. De tekeningen en waterhuiskundig plan zijn afgestemd met en akkoord bevonden door de gemeente en het waterschap. Daarbij moet opgemerkt worden dat nadien de bijgebouwen zijn verkleind waarmee het verhard oppervlak afneemt en daarmee minder waterberging nodig is dan nu berekend is.

Conclusie Het aspect ‘water’ vormt geen belemmering voor de uitvoering van dit project.

4.8 Ecologie Bij ruimtelijke planvorming dient aandacht te worden besteed aan natuurwetgeving. Hierbij kan een tweedeling gemaakt worden in soortbescherming en gebiedsbescherming. Ruimtelijke onderbouwing, Linderweg 17a, Linde

Pagina 18 1 november 2024

Soortbescherming Er is door Fopma Natuuradvies een verkennend natuurwaarden onderzoek uitgevoerd. In het rapport met nummer 2023-708 van 4-12-2023 wordt geconcludeerd dat: “Voor de activiteit is geen ontheffing/omgevingsvergunning nodig mits men rekening houdt met het broedseizoen. Er zijn geen effecten te verwachten op NNN/NND-gebieden en er zijn geen effecten op Natura-2000 gebieden te verwachten.” Het volledige rapport is bij de aanvraag gevoegd. Gebiedsbescherming Voor de gebruiksfase van dit project is een aeriusberekening uitgevoerd door Sterqt ECO met nummer D1140 van 25 januari 2024. Hierin is geconcludeerd dat negatieve effecten door het gebruik van een woning op Natura2000 gebieden zijn uitgesloten. Het volledige rapport is bij de aanvraag gevoegd. Conclusie Het aspect ‘ecologie’ vormt geen belemmering voor de uitvoering van dit project mits werkzaamheden aanvangen buiten het broedseizoen.

4.9 Parkeren en verkeer Met dit project worden twee hoofdgebouwen met twee bijgebouwen en bijbehorend erf ontwikkeld. De CROW-publicatie 381 geeft parkeercijfers en kencijfers verkeersgeneratie voor verschillende bestemmingen in de groepen wonen, werken, winkelen en boodschappen, sport, cultuur en ontspanning, horeca en (verblijfs)recreatie, gezondheidszorg en (sociale) voorzieningen en onderwijs. Parkeren In de gewenste situatie is er sprake van 10 nieuwe woningen in twee hoofdgebouwen. De onderstaande parkeerbehoefte en verkeersgeneratie voor de woningen in de twee nieuwe hoofdgebouwen is gebaseerd op normen vermeld voor ‘koop, huis, tussen/hoek’ gelegen in ‘buitengebied’, ‘weinig stedelijk’. Er is gerekend met de gemiddelde norm van 2. Functie

Aantal

Koop, huis, Tussen/hoek & Huur, huis, vrije sector

10

Parkeer norm 2

Parkeer behoefte 20

Verkeer norm 7.4

Verkeersgeneratie 74

Verkeersgeneratie Er is een toename van de verkeersgeneratie 74 verkeersbewegingen. Deze toename kan opgevangen door het bestaande wegenstelsel. Het nieuwe erf ontsluit op de Linderweg. De Linderweg is een doorgaande weg die ten noorden van het dorp ontsluit op de Ommerweg richting Zuidwolde en aan de zuidkant meerdere mogelijkheden biedt richting Dedemsvaart en Hardenberg. Deze wegen hebben voldoende capaciteit om de toename op te vangen. Conclusie Het aspect ‘parkeren en verkeer’ vormt geen belemmering voor de uitvoering van dit project.

Ruimtelijke onderbouwing, Linderweg 17a, Linde

Pagina 19 1 november 2024

4.10 Besluit Milieueffectrapportage (m.e.r.) Per 1 april 2011 is het Besluit m.e.r. (uitvoeringswetgeving met betrekking tot de m.e.r.) gewijzigd. De belangrijkste wijziging is dat de drempels voor de m.e.r.-beoordeling gewijzigd zijn van absolute in indicatieve waarden. Dit blijkt uit het aangepaste artikel 2, lid 5, onder b van het Besluit. Onder dit artikelonderdeel vallen alle activiteiten die beneden de voor de m.e.r.-beoordeling gedefinieerde drempelwaarden vallen.

Dit betekent concreet dat het bevoegd gezag (in dit geval de gemeenteraad van gemeente de Wolden) zich er moet vergewissen of de activiteit daadwerkelijk geen belangrijke nadelige milieugevolgen kan hebben, waarbij het in het bijzonder moet worden nagegaan of er sprake is van de omstandigheden zoals bedoeld in bijlage III van de Europese Richtlijn betreffende de milieueffect-beoordeling. Beoordeeld moet dus worden of er voor het op een later te nemen besluit een m.e.r.-beoordeling noodzakelijk is. Deze toets, die een nieuw element is in de m.e.r.-beoordeling, vindt plaats volgens het nee, tenzij principe. Dit betekent dat er geen MER hoeft te worden opgesteld, tenzij bij het verlenen van de omgevingsvergunning in de toekomst de vraag aan de orde is of er belangrijke, nadelige gevolgen voor het milieu op voorhand niet zijn uit te sluiten. Vormvrije m.e.r.-beoordeling Voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling bestaan geen vereisten voor de vorm, maar wel voor de inhoud. Met betrekking tot de inhoud moet aandacht besteed worden aan alle criteria die zijn opgenomen in Bijlage III bij de Europese richtlijn 'betreffende de milieubeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten'. Naar aanleiding van het gestelde in de voorgaande paragraaf, moet er een toets worden uitgevoerd of er belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten.

Het uitgangspunt is dat het gaat om een bestaande kern, dat planologisch wordt aangepast aan de eisen van deze tijd. De toets kan gebeuren aan de hand van die aspecten, die hiervoor al aan de orde zijn geweest voor zover ze van invloed zijn op het (natuurlijke) milieu. Om te bepalen of er sprake is van een m.e.r.-(beoordeling)plichtig project, dient bepaald te worden of de ontwikkeling de drempelwaarden uit lijst C of D van het Besluit m.e.r. overschrijdt, of de ontwikkeling in een kwetsbaar gebied ligt en of er belangrijke milieugevolgen zijn. Drempelwaarden Besluit m.e.r. Dit project voorziet in een directe eindbestemming en voldoet daarmee aan de definitie van een 'besluit' als bedoeld in het Besluit m.e.r. Dit betekent dat dit project m.e.r.-(beoordeling)plichtig is indien activiteiten worden mogelijk gemaakt die genoemd worden in onderdeel C of D van het Besluit m.e.r. en de daarin opgenomen drempelwaarden overschrijden. In dit geval is sprake van een ontwikkeling die niet wordt genoemd in onderdeel C van het Besluit m.e.r., er is derhalve geen sprake van een directe m.e.r.-plicht. Op basis van onderdeel D (De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen) is indien de volgende drempelwaarden worden overschreden sprake van een m.e.r.-beoordelingsplichtig project: 1.

een oppervlakte van 100 hectare of meer, 2. een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of 3. een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. Met de ontwikkeling die dit project mogelijk maakt, worden de hiervoor genoemde drempelwaarden niet overschreden. Er is derhalve geen sprake van een directe m.e.r.-beoordelingsplicht. Ruimtelijke onderbouwing, Linderweg 17a, Linde

Pagina 20 1 november 2024

Gevoelig gebied In onderdeel A van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is bepaald wat verstaan wordt onder een gevoelig gebied. Als gevoelig gebied zijn gebieden aangewezen die beschermd worden op basis van de natuurwaarden, landschappelijke waarden, cultuurhistorische waarden en waterwingebieden. Uit de voorgaande paragrafen van de toelichting is gebleken dat het projectgebied niet direct grenst aan een gebied dat beschermd wordt vanuit de natuurwaarden. Zoals verwoord in de paragraaf ecologie van dit hoofdstuk is geen sprake van significant negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden en op het NNN. Van een externe werking van de ontwikkeling op deze gebieden is eveneens geen sprake. Daarnaast behoort het projectgebied niet tot een waterwinlocatie, waterwingebied of grondwaterbeschermingsgebied. Eveneens is er geen sprake van een landschappelijk waardevol gebied. Het projectgebied behoort niet tot een gebied waarbinnen een Rijksmonument ligt en het behoort niet tot het Bèlvéderegebied. Milieugevolgen In dit hoofdstuk zijn de verschillende milieueffecten beschouwd, zoals geluid, bodem en luchtkwaliteit. Hieruit blijkt dat dit projectplan geen belangrijke, nadelige milieugevolgen tot gevolg heeft die het doorlopen van een m.e.r.-procedure noodzakelijk maken.

Conclusie Het aspect ‘milieueffectrapportage’ vormt geen belemmering voor de uitvoering van dit project.

4.11 Duurzaamheid In 2017 is het ‘Actieplan Klimaat en Energie De Wolden’ vastgesteld. Dit actieplan heeft ten doel een proces met inwoners en ondernemers te stimuleren. In het raad breed programma 2018-2022 wordt het belang van het actieplan en de uitwerking daarvan nogmaals benadrukt. Betreft duurzaamheid gaat de raad in dialoog met inwoners en ondernemers van De Wolden. De woningen worden gasloos gebouwd en per hoofdgebouw zal er een warmtepompsysteem worden aangelegd. Bij het verbouwen van de bestaande bebouwing zal voldaan worden aan het Bouwbesluit en de actuele duurzaamheidseisen.

Ruimtelijke onderbouwing, Linderweg 17a, Linde

Pagina 21 1 november 2024

5 Economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid 5.1 Economische uitvoerbaarheid Het gaat om een particulier initiatief waarbij de initiatiefnemer garant staat voor de economische uitvoerbaarheid van het project. Eventuele planschadekosten en aan dit project verwante kosten komen daarmee voor rekening van de initiatiefnemer. Ook de kosten die gepaard gaan met de uitvoering van deze afwijking zal door de initiatiefnemer worden gedragen. Het verhaal van de plankosten is vastgelegd door middel van een overeenkomst tussen de gemeente en initiatiefnemer.

5.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid Er is in overleg met de gemeente uitvoering gegeven aan participatie. Dat is verwoord in een participatieverslag. Deze is bijgevoegd bij de aanvraag. De aanvraag omgevingsvergunning dient te worden voorbereid volgens de uitgebreide voorbereidingsprocedure. Daarmee zal het ontwerpbesluit gedurende zes weken ter inzage liggen. Gedurende deze termijn kan eenieder een zienswijze kenbaar maken. Bij de definitieve besluitvorming zal het college de ingekomen zienswijzen in overweging nemen. Vervolgens zal het besluit op de aanvraag gedurende zes weken inzage liggen. Gedurende deze termijn kunnen belanghebbenden beroep indienen bij de rechtbank.

Ruimtelijke onderbouwing, Linderweg 17a, Linde

Pagina 22 1 november 2024

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15018083/1