Ontwerp U&H strategie Drenthe 2026-2029
Tekst van het document
In de jaarverslagen rapporteert OD Drenthe over de realisatie van de doelstellingen. De strategie voor het uitvoeren van de U&H-taken bij de locaties met milieuactiviteiten is opgenomen in de bijlage. In bijlage 1 zijn de algemene strategieën opgenomen. In bijlage 2 staat de specifieke invulling voor locaties met milieuactiviteiten.
21
13-2-2025
U&H-strategie Drenthe (ontwerp)
Arena Consulting
4. Zorgwekkende stoffen Dit hoofdstuk bevat de ambities van de gemeenten en provincie voor de U&H-doelstellingen ten aanzien van zorgwekkende stoffen (4.3). Om hiertoe te komen wordt in de omgevingsanalyse (4.1) inzicht gegeven in het werkveld en bij de risico’s (4.2) verdiept in de problemen en risico’s die binnen het werkveld worden geconstateerd. De ambities ten aanzien van zorgwekkende stoffen in de bodem zijn opgenomen in hoofdstuk 5.
4.1
Omgevingsanalyse
Zeer zorgwekkende stoffen (ZZS) zijn de gevaarlijkste stoffen voor mens en milieu. Naar schatting circuleren momenteel 350.000 verschillende chemicaliën rond in productieprocessen van bedrijven. Van de verf die de schilder gebruikt tot aan het afval bij afvalverwerkers. En ieder jaar komen daar nieuwe stoffen bij. Het streven is om ZZS uit de leefomgeving te weren. We hebben een onvolledig beeld van de ZZS emissies in Drenthe en de effecten daarvan op onze leefomgeving. Een aantal ZZS componenten zijn redelijk goed in beeld, zoals koolmonoxide, benzeen en asbest. Overige ZZS componenten worden voornamelijk heel lokaal geëmitteerd, bijvoorbeeld bij specifieke productieprocessen. Landelijk wordt een database voor ZZS opgezet via de verplichte milieujaarverslagen. Over locaties met milieuactiviteiten met verhoogde kans op ZZS komt de komende jaren dus meer informatie beschikbaar. Beleidskeuzen voor de aanpak van ZZS in productieprocessen worden daarmee de komende jaren duidelijk. ZZS in de bebouwde omgeving, in het bijzonder bij het saneren van asbesthoudend materiaal, wordt al langer door de gezamenlijke overheden aangepakt. De productie en het gebruik van asbest is in Nederland sinds 1994 verboden. Asbest is echter nog in ruime mate aanwezig in daken, vloeren, rioolpijpen of andere plaatsen.
Bij het verbouwen en slopen van gebouwen, woningen, machines of schepen kan nog altijd asbest vrijkomen. Bij werkzaamheden waarbij asbest wordt gesaneerd, geldt een landelijke meldingsplicht. Dit kan gebeuren tijdens sloop, bij het opruimen of wanneer het wordt aangetroffen in de bodem. OD Drenthe handelt meldingen van asbestsloop met meer dan 35 m2 asbest af en/of als bedrijven asbest saneren. Sloopmeldingen van particulieren die zelf asbest mogen afvoeren en aanleveren aan de milieustraat worden door de gemeenten afgehandeld. De beoordeling van overige meldingen en het toezicht daarop gebeurt door OD Drenthe. Hieronder valt ook het asbesttoezicht in geval van klachten en asbestincidenten, zoals de verspreiding van restanten asbesthoudend materiaal door brand, stormschade, vandalisme of illegale sloop.De gemeenten beoordelen zelf monumentale (incl. beschermde stads- en dorpsgezichten) en constructieve aspecten van sloopmeldingen, de behandeling van sloopvergunningen én het toezicht op monumentale en constructieve activiteiten. OD Drenthe heeft geen rol bij sloop zonder asbest, behalve als een asbestinventarisatierapport getoetst moet worden.
4.2
Risico’s
In deze paragraaf worden de voornaamste risico’s van zorgwekkende stoffen beschreven.
22
13-2-2025
U&H-strategie Drenthe (ontwerp)
Arena Consulting
ZZS leiden tot grote gezondheidsrisico's, milieurisico’s en impact op economie. Veel ZZS kunnen kanker veroorzaken, zoals sommige pesticiden of industriële chemicaliën. Sommige ZZS kunnen schadelijk zijn voor de voortplanting, zoals een verminderde vruchtbaarheid of aangeboren afwijkingen bij nakomelingen. Ook zijn er ZZS die hormonale systeem verstoren, wat leidt tot gezondheidsproblemen zoals obesitas, diabetes of onvruchtbaarheid en ZZS die kunnen leiden tot allergieën, astma of andere luchtwegaandoeningen. Voor het milieu hebben ZZS grote impact doordat ze zeer langzaam afbreken in het milieu, waardoor ze langdurig aanwezig blijven. Daarnaast hopen sommige stoffen zich op in de voedselketen, waardoor concentraties in dieren en mensen toenemen naarmate ze hoger in de keten komen. Ook kunnen ZZS schadelijk zijn voor planten, dieren en waterorganismen, wat leidt tot verlies van biodiversiteit en verstoring van ecosystemen. Vanwege de persistente en wijdverspreide aard van ZZS is het moeilijk om blootstelling en verspreiding te controleren. Het verwijderen van ZZS uit het milieu, zoals PFAS uit water, is technisch en financieel zeer uitdagend. Bedrijven en overheden maken hoge kosten om ZZS-uitstoot te beperken en verontreinigde gebieden schoon te maken. Strenge regelgeving kan economische activiteiten beïnvloeden, met name in sectoren zoals chemie, industrie en landbouw.
Bij gebruik van ZZS bij locaties met milieuactiviteiten gelden algemene regels en vergunningvoorschriften. Het toezicht op ZZS in productieprocessen is onderdeel van het toezicht op locaties met milieuactiviteiten door de OD (zie hoofdstuk 3). Bij het saneren van asbest zijn er een aantal specifieke risico’s. Als bij een asbestsanering niet wordt voldaan aan wet- en regelgeving, is de kans groot dat vezelemissie leidt tot grote risico’s voor mens en milieu. Een adequaat toezichtniveau is dus heel belangrijk in de saneringsfase. Daarnaast is het lucratief voor inwoners en bedrijven (kostenbesparing) om zich te onttrekken aan toezicht en illegale handelingen te verrichten. Financieel gewin speelt hierin een belangrijke rol. Door ook niet-gemelde saneringen op te sporen wordt deze vorm van illegaliteit aangepakt. Door blootstelling aan asbestvezels kunnen op termijn zeer ernstige gezondheidsklachten optreden bij werknemers, maar ook bij bezoekers en omwonenden. Om dit risico zo klein mogelijk te houden is de sanering van asbest aan strikte regels gebonden. De intensiteit van het beoordelen van sloopmeldingen met asbest en het toezicht op de uitvoering van sloopwerken met asbest is niet bij wet vastgelegd. Het bevoegd gezag bepaalt zelf, op basis van een inschatting van risico’s, hoe diepgaand meldingen worden getoetst en/of toezicht hierop wordt gehouden.
In het bijzonder vormen illegale stortingen van asbest én vervallen gebouwen met asbestdaken een risico; door de constructieve staat van het gebouw is de kans op instorting of brand bij deze panden groot. Bij instorting en brand komt asbest vrij in de omgeving. Gevolgen voor de gezondheid van mensen en het milieu zijn groot, evenals de kosten voor het opruimen van de asbestdeeltjes. In alle gevallen geldt dat de maatschappelijke onrust groot kan zijn; asbest is een beladen onderwerp. Voordat asbest gesloopt wordt, moet een asbestinventarisatie worden uitgevoerd en een melding worden gedaan. In de praktijk blijkt dat de kwaliteit van de asbestinventarisatierapporten, ondanks het systeem van certificering, soms te wensen over laat. Het is daarom goed om te toetsen of het asbest- inventarisatierapport volledig is en aansluit bij de uit te voeren werkzaamheden. Uit de asbestinventarisatierapporten blijkt per asbesthoudende toepassing in welke risicoklasse de verwijdering valt. Er zijn drie risicoklassen: Risicoklasse 1: de blootstellingsnorm (grenswaarde) wordt niet overschreden bij het verwijderen. Het risico hiervoor is laag. In sommige gevallen mogen particulieren of nietgecertificeerde bedrijven verwijderen;
23
13-2-2025
-
-
U&H-strategie Drenthe (ontwerp)
Arena Consulting
Risicoklasse 2: er is een reële kans dat de blootstellingsnorm wordt overschreden bij het verwijderen. Er is dan sprake van een onacceptabel risico. De gezondheid van de werknemers kan ernstige schade oplopen. Verwijderen mag alleen gebeuren door gecertificeerde bedrijven; Risicoklasse 2a: net als bij risicoklasse 2 mag verwijderen alleen gebeuren door gecertificeerde bedrijven. Het risico op ernstige schade voor de gezondheid is groter, omdat vrijwel zeker asbeststofconcentraties vrijkomen boven de grenswaarde.
Op dit moment is er nog geen inzicht in het gedrag van de overtreders bij asbestsaneringen (als onderdeel van de LHSO-score). Door een 0-meting over 2025 ontstaat inzicht in het percentage van de asbestcontroles met overtredingen, waarbij de overtreder calculerend (C) of bewust en structureel/crimineel (D) is. Juist bij deze saneringen is de impact op milieu en veiligheid het grootst. Bij deze asbestsaneringen verwachten we, mede door inzet van OD Drenthe, minimaal een gelijkblijvend gedrag. Veel van de asbestmeldingen hebben betrekking op gebouwen in beheer van woningcorporaties. OD Drenthe heeft met vijf woningcorporaties een convenant gesloten (d.d. 21 januari 2019) om de beoordeling van sloopmeldingen te versnellen. De corporaties borgen dat hun opdrachtnemers (asbestinventariseerders, asbest-verwijderaars en laboratoria) kwaliteit leveren. Hiervoor hebben de corporaties o.a. asbest(risico)beleid opgesteld, processen beschreven, procedures en instructies vastgesteld en medewerkers opgeleid én hebben zij een systeem van interne controle georganiseerd. Door deze borging komen sloopmeldingen van deze corporaties (de zogenaamde mutatiemeldingen) in een verlaagd risicoprofiel, waardoor deze minder diepgaand en daardoor binnen 2 dagen worden afgehandeld in plaats van de reguliere 7 dagen.
4.3
U&H-doelstelling
Op basis van bovenstaande risico’s komen de gemeenten en provincie tot de volgende doelstellingen voor zorgwekkende stoffen. Daarbij hebben we ons nu beperkt tot ambities voor asbest. Zodra beleidskeuzen bij de aanpak van overige zorgwekkende stoffen in beeld zijn, overwegen gemeenten en provincie om hiervoor specifieke doelstellingen toe te voegen. U&H-doelstelling (zie bijlage 3 voor nadere uitwerking) 3) De uitvoerders van asbestsaneringen in risicoklasse 2a vertonen in 2029 minimaal een gelijkblijvend gedrag bij overtredingen ten opzichte van 2025. 4) Het aantal asbestsaneringen dat onterecht zonder melding wordt uitgevoerd neemt af; bij ketentoezicht worden in 2029, met gelijkblijvende inspanning als in 2023, minder overtredingen geconstateerd dan in 2023.
In de jaarverslagen rapporteert OD Drenthe over de realisatie van de doelstellingen. De strategie voor het uitvoeren van de U&H-taken bij zorgwekkende stoffen is opgenomen in de bijlage. In bijlage 1 zijn de algemene strategieën opgenomen. In bijlage 2 staat de specifieke invulling voor zorgwekkende stoffen.
24
13-2-2025
U&H-strategie Drenthe (ontwerp)
Arena Consulting
5. Bodem Dit hoofdstuk bevat de ambities van de gemeenten en provincie voor de U&H-doelstellingen ten aanzien van bodem (5.3). Om hiertoe te komen wordt in de omgevingsanalyse (5.1) inzicht gegeven in het werkveld en bij de risico’s (5.2) verdiept in de problemen en risico’s die binnen het werkveld worden geconstateerd.
5.1
Omgevingsanalyse
Bij de uitvoering van de bodemtaken onder de Omgevingswet ontvangen de bevoegde gezagen onder meer gegevens en bescheiden in het kader van de informatieplicht en meldingsplicht. Het betreft bijvoorbeeld activiteiten ten aanzien van: •
aanleg en gebruik van bodemenergiesystemen,
•
graven in bodem,
•
saneren van de bodem,
•
lozingen,
•
opslaan van grond of baggerspecie,
•
het toepassen van bouwstoffen, grond en baggerspecie en
•
ongewone voorvallen, zoals drugsdumpingen.
De beoordeling van alle meldingen op basis van oude en nieuwe wetgeving met milieubelastende activiteiten die gevolgen hebben voor de bodem en grondwater, het toezicht tijdens werkzaamheden die in uitvoering zijn en de advisering over de sanctionering bij geconstateerde overtredingen zijn basistaken. Dit geldt ook voor de beoordeling van rapportages zoals het evaluatierapport en/of nazorgplan na afloop. De eisen ten aanzien van bodemsaneringen vóór 1-1-2024 zijn opgenomen in de Wet bodembescherming (Wbb). In dit kader ontvingen de gemeente Emmen en provincie jaarlijks aanvragen voor Wbb-saneringen en meldingen Besluit uniforme sanering (BUS) en Besluit bodemkwaliteit (Bbk). In het kader van het overgangsrecht worden ook de komende jaren nog saneringen onder de Wbb uitgevoerd. Met de Omgevingswet is het wettelijk kader dusdanig gewijzigd, dat ervaringscijfers onder de Wbb (aantallen aanvragen en meldingen en de complexiteit hiervan) niet meer bruikbaar zijn voor het maken van beleidskeuzes in het uitvoeringsniveau én het maken van een nieuwe urenraming in de jaarprogramma’s.
Daarnaast is een belangrijke taak het adviseren van de verschillende bevoegde gezagen in kader van ruimtelijke ordening vraagstukken en de van toepassing zijnde wetgeving voor het onderdeel bodem maar zo ook het bijhouden van het bodeminformatiesysteem voor alle bevoegde gezagen en het uitleveren van deze informatie naar derden. Voor zowel de bevoegde gezagen als voor aannemers, adviesbureaus en initiatiefnemers is OD Drenthe een belangrijke bron van informatie over de aanwezige bodemkwaliteit, geldende wet- en regelgeving voor activiteiten met bodem én hoe hiermee omgegaan moet worden. De gemeenten beoordelen zelf archeologische en geologische aspecten van activiteiten, onderzoek naar ontplofbare oorlogsresten in de bodem én het toezicht op aanlegactiviteiten. Vergunningen voor ontgrondingen (civieltechnisch deel) worden door de provincie verstrekt en de provincie verzorgt ook het toezicht hierop. Indien de ontgronde gronden worden toegepast of het ontgrondingsgebied wordt opgevuld, vindt beoordeling van de milieuaspecten van de melding/aanvraag en het bodemtoezicht door OD Drenthe plaats.
25
13-2-2025
5.2
U&H-strategie Drenthe (ontwerp)
Arena Consulting
Risico’s
In deze paragraaf worden de voornaamste risico’s van bodemactiviteiten beschreven. De Omgevingswet verplicht niet hoe intensief de inhoudelijk beoordeling van meldingen en rapportages én het bodemtoezicht dient plaats te vinden. Wettelijk gezien is het dus mogelijk dat de beoordeling en het toezicht beperkt blijft tot het administratief beoordelen van het evaluatierapport en/of nazorgplan na afloop van het werk. Dit minimaal uitvoeringsniveau leidt tot een groot aantal risico’s die vaak onomkeerbaar zijn. Een landelijk overzicht van de risico’s in de bodemketen, onderscheiden naar bodemonderzoek, saneren, vrij grondverzet, partijkeuring, behandelen, toepassen, storten en transport is in 2019 uitgewerkt.10 De Omgevingswet is een nieuw wettelijk kader, waardoor initiatiefnemers van activiteiten te maken krijgen met bestaande, nieuwe en gewijzigde eisen. Met de informatieplicht voor diverse bodemactiviteiten ontvangt OD Drenthe voor de beoordeling nog maar een beperkt aantal gegevens. Sommige gegevens hoeven niet van tevoren gemeld of verstrekt te worden bij het bevoegd gezag, maar alleen tijdens de uitvoering aanwezig te zijn. Dit betekent dat OD Drenthe laat geïnformeerd wordt, minder informatie krijgt, medewerkers weinig tijd hebben om te reageren en zij vaak pas in het veld beschikken over informatie die nodig is om efficiënt te controleren.
De nieuwe wetgeving is zowel voor initiatiefnemers, uitvoerders en OD Drenthe-medewerkers een grote opgave. OD Drenthe verwacht dat veel bodemwerkzaamheden onterecht niet worden gemeld, met kans op groei van illegaliteit en milieurisico. Risico’s zijn door het (mogelijk bewust) niet melden hoger dan bij gemelde werkzaamheden. Er is veel milieuwinst te halen door het vrije veld toezicht goed en effectief in te regelen. Dit ook om het meldgedrag te verbeteren, zodat op voorhand zaken aangepast of verbeterd kunnen worden. Daar komt bij dat het toezicht alleen is uit te voeren tijdens de uitvoering van de werkzaamheden, omdat dan zaken visueel te contoleren zijn. Het toezicht is niet planbaar of uit te stellen (het is nu of nooit). Administratieve controle achteraf is vaak tijdrovend en weinig effectief, omdat de toezichthouder moet uitgaan van onvolledige gegevens en/of aannames. Indien geen bodemonderzoek wordt aangeleverd bij bouwactiviteiten, ontstaat het risico dat er gebouwd wordt op verontreinigde grond. Indien een bodemonderzoek verplicht is, dient OD Drenthe deze te beoordelen. Bij een analyse (2024) bleek dat bij veel van de onderzochte vergunningen voor de bouw van een of meerdere woningen op een bodemgevoelige locatie, geen bodemonderzoek aan OD Drenthe is voorgelegd, hoewel die wel bij de aanvraag waren ingediend of ingediend hadden moeten worden.
Los van de problemen die dit oplevert in de uitvoering van een project, omdat vaak nog zaken geregeld moeten worden of veranderd moeten worden, levert dit vertraging en kosten op voor de initiatiefnemer. In veel gevallen zijn de gemeenten ook zelf initiatiefnemer. Diverse risico’s ontstaan voor mens en milieu en een ongelijk speelveld voor initiatiefnemers. Denk hierbij aan bouwen op verontreinigde grond, wat tijdens de bouw maar ook tijdens de gebruiksfase een gevaar oplevert voor de gezondheid. Ook kan dit leiden tot financiële claims, omdat de informatie wel is aangeleverd maar tijdens uitvoering pas handelend wordt opgetreden. Doordat OD Drenthe de bodemonderzoeken niet heeft ontvangen, is het bodeminformatiesysteem ook niet bijgewerkt waardoor bodemkwaliteit niet goed in beeld is. Ook voor vervolgprojecten is dit niet wenselijk, omdat er nieuw onderzoek gedaan moet worden terwijl er wel al onderzoek is uitgevoerd. Meer voorlichting door OD Drenthe aan (en afstemming met) gemeenten, provincie en inwoners/bedrijven leidt tot meer bekendheid over bodemwetgeving en daarmee tot een verbeterd meldgedrag.
10
Ministerie van VWS, Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Risicogestuurd toezicht en handhaving: ranking ongewenste gebeurtenissen in de bodemketen, RIVM-Rapport 2019-0105
26
13-2-2025
U&H-strategie Drenthe (ontwerp)
Arena Consulting
Op dit moment is de registratie van overtredingen die direct op locatie worden opgelost, beperkt. Er is daarnaast nog geen inzicht in het gedrag van de overtreders (als onderdeel van de LHSO-score) bij activiteiten in of op de bodem. Door een 0-meting over 2025 ontstaat inzicht in het percentage van de bodemcontroles met overtredingen, waarbij de overtreder calculerend (C) of bewust en structureel/crimineel (D) is. Juist bij deze saneringen is de impact bestuurlijk en op milieu en veiligheid het grootst. Bij deze activiteiten verwachten we, mede door inzet van OD Drenthe, minimaal een gelijkblijvend gedrag. Bij ontvangst van een melding is, op basis van ontvangen gegevens, geen goed beeld van de verwachte naleving. Hierdoor kan niet bepaald worden op welke locatie een controle meer nodig is dan elders. Doordat er veel verschillende variabelen zijn, is het (nog) niet mogelijk gebleken om vooraf in te schatten waar de grootste risico’s liggen. Op basis van ervaring en beschikbare informatie is het wel mogelijk om beschikbare uren zo effectief mogelijk in te zetten. De aandacht voor zorgwekkende stoffen in het algemeen én in de bodem in het bijzonder is de afgelopen jaren enorm toegenomen (zie ook hoofdstuk 4). CMR-stoffen (Carcinogeen, Mutageen, Reprotoxisch) in de bodem vormen ernstige gezondheids- en milieurisico’s.
Ze kunnen kanker veroorzaken, DNA-schade aanrichten en de voortplanting schaden. Via grondwaterverontreiniging en opname door planten en dieren verspreiden ze zich in de voedselketen. Sommige zijn persistent en moeilijk af te breken. Dit leidt tot hoge saneringskosten, juridische aansprakelijkheid en beperkingen in grondgebruik. Preventie vereist strikte milieuregels, monitoring en saneringstechnieken zoals grondreiniging. Door bodembescherming en vroegtijdige risicobeoordeling kan verdere verspreiding en blootstelling worden beperkt. Specifieke risico’s zijn er in grondwaterbeschermingsgebieden, op IBC-werken (Isoleren, Beheersen en Controleren), passieve en actieve nazorglocaties, voormalige stortlocaties met alleen passieve nazorg, aandachtslocaties waar zorgwekkende stoffen (zoals per- en polyfluoralkylstoffen PFAS) worden opgeslagen, locaties met veel grondroerende handelingen waar veel verschillende milieu hygiënische kwaliteiten grond voorkomen, diepe boringen en op locaties met niet meer in gebruik zijnde tanks. Deze locaties zijn bij OD Drenthe in beeld, zodat bij de beoordeling van activiteiten hier bijzondere aandacht aan gegeven kan worden.
5.3
U&H-doelstelling
Op basis van bovenstaande risico’s komen de gemeenten en provincie tot de volgende doelstellingen: U&H-doelstelling (zie bijlage 3 voor nadere uitwerking) 5) Bij alle bouwactiviteiten, omgevingsplanactiviteiten en gemeentelijke werkzaamheden waarvoor een bodemonderzoek nodig is, wordt een bodemonderzoek door OD Drenthe beoordeeld vóórdat de vergunning wordt verleend of melding wordt geaccepteerd. 6) De uitvoerders van activiteiten op of in de bodem vertonen in 2029 minimaal een gelijkblijvend gedrag bij overtredingen ten opzichte van 2025.
In de jaarverslagen rapporteert OD Drenthe over de realisatie van de doelstellingen. De strategie voor het uitvoeren van de U&H-taken bij de bodemactiviteiten is opgenomen in de bijlage. In bijlage 1 zijn de algemene strategieën opgenomen. In bijlage 2 staat de specifieke invulling voor bodemactiviteiten.
27
13-2-2025
U&H-strategie Drenthe (ontwerp)
Arena Consulting
6. Energie Dit hoofdstuk bevat de ambities van de gemeenten en provincie voor de U&H-doelstellingen ten aanzien van energie (6.3). Om hiertoe te komen wordt in de omgevingsanalyse (6.1) inzicht gegeven in het werkveld en bij de risico’s (6.2) verdiept in de problemen en risico’s die binnen het werkveld worden geconstateerd.
6.1
Omgevingsanalyse
De energietransitie vraagt een forse energiebesparing en opwekking van duurzame energie. De provincie Drenthe wil in 2050 energieneutraal zijn. Ook gemeenten hebben ambities bepaald voor energiereductie en duurzame opwekking. Per 1 juli 2019 is de informatieplicht energiebesparing van kracht. Voor sommige locaties geldt aanvullend aan de informatieplicht een onderzoeksplicht en/of een EED auditplicht vanuit de Europese Energie-Efficiency Richtlijn. Over deze plichten dienen bedrijven te rapporteren aan het bevoegd gezag. Bedrijven en instellingen die per jaar meer dan 50.000 kWh elektriciteit of 25.000 m3 aardgas(equivalent)
verbruiken,
zijn
verplicht
om
maatregelen
door
te
voeren
die
een
terugverdientijd van 5 jaar of minder hebben. Het toezicht op de energiebesparing is een basistaak. OD Drenthe adviseert daarnaast bij (vergunning)aanvragen over te nemen maatregelen.
6.2
Risico’s
In deze paragraaf worden de voornaamste risico’s beschreven van energieverbruik en het onvoldoende nemen van besparende en verduurzamende maatregelen. De Omgevingswet verplicht niet hoe intensief de advisering bij vergunningverlening en het toezicht op energiebesparing plaats dient te vinden. Wettelijk gezien is het dus mogelijk dat de advisering en het toezicht beperkt blijft tot het administratief beoordelen van de rapportages in het kader van informatie- en onderzoeksplicht. Dit minimaal uitvoeringsniveau leidt tot een groot aantal risico’s. Gehandhaafd kan worden op (1) het niet nemen van verduurzamende maatregelen, (2) het niet voldoen aan de informatieplicht of (3) het niet voldoen aan de onderzoeksplicht. In november 2024 hadden 1.482 milieulocaties voldaan aan de informatieplicht EML-2023. Van deze locaties is dus bekend welke energiebesparende maatregelen ze moeten nemen. OD Drenthe verwacht dat er tussen 2.000 en 3.000 milieulocaties nog moeten voldoen aan de informatieplicht. Daarnaast zijn er nog zo’n 75 milieulocaties die nog moeten voldoen aan de onderzoeksplicht.11 De milieulocaties die niet voldoen aan de onderzoeksplicht hebben allen een zeer groot energieverbruik. Van de milieulocaties die niet voldoen aan de informatieplicht kan het energieverbruik laag, matig, groot of zeer groot zijn.
Bedrijven die niet voldoen aan energiebesparingsverplichtingen dragen minder bij aan de nationale en internationale duurzaamheidsdoelen. Daarmee staat de energietransitie onder druk. Dit kan (bestuurlijke) gevolgen hebben voor de bredere milieudoelstellingen en bijdragen aan een negatief imago van de sector. Het niet doorvoeren van energiebesparende maatregelen leidt niet tot lagere energieconsumptie en dus gelijkblijvende uitstoot van broeikasgassen. Dit draagt direct bij aan klimaatverandering en de negatieve effecten daarvan, zoals extreme weersomstandigheden, stijgende zeespiegels en verlies van biodiversiteit.
11
OD Drenthe, Projectplan toezicht en handhaving energiebesparingsplicht (THE), 8 november 2024
28
13-2-2025
U&H-strategie Drenthe (ontwerp)
Arena Consulting
Als er onvoldoende energiebesparing plaatsvindt, worden fossiele brandstoffen onnodig uitgeput. Dit draagt bij aan de uitputting van deze niet-hernieuwbare bronnen. Niet-naleving kan ook leiden tot een blijvende of grotere luchtvervuiling, wat negatieve effecten heeft op de gezondheid. Dit leidt weer tot gelijkblijvende of toenemende luchtwegziekten, hart- en vaatziekten en andere gezondheidsproblemen bij de bevolking. Op de lange termijn kunnen hogere energieconsumptie en inefficiëntie leiden tot hogere energiekosten voor de samenleving als geheel. Dit kan resulteren in hogere prijzen voor goederen en diensten en een negatieve impact op de economische groei.
6.3
U&H-doelstelling
Op basis van bovenstaande risico’s komen de gemeenten en provincie tot de volgende doelstellingen: U&H-doelstelling (zie bijlage 3 voor nadere uitwerking) 7) Bedrijven en instellingen met een zeer groot (Z) energieverbruik12 voldoen in 2027 allen aan de Onderzoeksplicht. 8) Alle bedrijven en instellingen met een groot (G) of zeer groot (Z) energieverbruik13, voldoen in 2029 aan de Informatieplicht. 9) Bedrijven en instellingen met een groot (G) of zeer groot (Z) energieverbruik, hebben bij een 2e controle op energiebesparing minimaal 90% van de verplichte energiebesparingsmaatregelen genomen.
In de jaarverslagen rapporteert OD Drenthe over de realisatie van de doelstellingen. De strategie voor het uitvoeren van de U&H-taken voor energiebesparing is opgenomen in de bijlagen. In bijlage 1 zijn de algemene strategieën opgenomen. In bijlage 2 staat de specifieke invulling voor energiebesparing.
12 13
Dus een verbruik van meer dan 10.000.000 kWh of meer dan 170.000 m³ aardgas(equivalent) Dus een verbruik van meer dan 200.000 kWh of meer dan 75.000 m3 aardgas(equivalent)
29
13-2-2025
U&H-strategie Drenthe (ontwerp)
Arena Consulting
7. Monitoring en borging van kwaliteit In de U&H-strategie wordt aandacht besteed aan de wijze van kwaliteitsborging, monitoring en rapportage over de geleverde prestaties.
7.1
Borging van kwaliteit
Cruciaal voor het leveren van kwaliteitsproducten is de beschikbaarheid van vakmanschap en expertise en de borging van de kwaliteit. Als kwaliteitsafspraken niet worden vastgelegd, gemonitord en gerapporteerd is er een sterke mate van afhankelijkheid van de individuele medewerker. Kwaliteit wordt gezien als (1) het voldoen aan de wettelijke eisen en (2) het realiseren van de U&Hdoelstellingen die met elkaar zijn afgesproken. Deze doelstellingen zijn door B&W en GS vastgesteld en geven in de kern aan wat VTH moet bijdragen aan de maatschappelijke opgaven. Elk van de Drentse gemeenten en de provincie Drenthe heeft een Verordening uitvoering en handhaving Omgevingsrecht vastgesteld. In de verordening is een verplichting opgenomen om te voldoen aan de kwaliteitscriteria. Deze criteria gelden voor de taakuitvoering door OD Drenthe, alsmede voor de taken die de gemeenten en provincie zelf uitvoeren. Ze hebben betrekking op de kwaliteit van de organisatie én medewerkers. Tevens is in de verordening een verplichting opgenomen om doelen uit te werken op de volgende onderwerpen: 1. Uitvoeringskwaliteit 2. Dienstverlening 3. Financiën
Uitvoeringskwaliteit De mate waarin een product voldoet aan de juridische en organisatorische doelen (zoals geformuleerd in de relevante wet- en regelgeving) en bijdraagt aan de U&H-doelstellingen. M.a.w. de inhoudelijke en organisatorische kwaliteit. Beleidsuitgangspunten: • Op organisatieniveau voldoet OD Drenthe aan de landelijk vigerende kwaliteitscriteria VTH (eisen aan opleiding, ervaring, frequentie, competenties, kennis en capaciteit van medewerkers en continuïteit van de organisatie). Jaarlijks wordt een meting uitgevoerd op het voldoen aan de kwaliteitscriteria op organisatieniveau om de uitvoeringskwaliteit beter inzichtelijk en meer voorspelbaar te maken. •
Medewerkers in dienst van OD Drenthe worden door middel van een zelfevaluatie met externe verificatie getoetst aan de kwaliteitscriteria voor kritieke massa. De resultaten worden gebruikt voor een opleidingsplan. Medewerkers die worden ingehuurd overleggen ook een verklaring met onafhankelijke externe verificatie met de mate waarin voldaan wordt aan de kwaliteitscriteria voor kritieke massa.
•
OD Drenthe verzorgt een registratie van de mate waarin iedere medewerker voldoet aan de kwaliteitscriteria én stimuleert medewerkers te voldoen. OD Drenthe biedt medewerkers mogelijkheden zich permanent te scholen en actuele vakkennis bij te houden.
•
Bij alle uitspraken in bezwaar- en beroepszaken wordt een evaluatie uitgevoerd en leerpunten benoemd.
30
13-2-2025
U&H-strategie Drenthe (ontwerp)
Arena Consulting
•
OD Drenthe hanteert termijnen; deels zijn dit wettelijke termijnen, deels servicetermijnen. Dit zijn primair termijnen voor de dienstverlening aan gemeenten en de provincie, maar werkt door naar inwoners en bedrijven.
•
OD Drenthe zorgt voor functiescheiding op o
persoonsniveau tussen vergunningverlener en toezichthouder. Een vergunningverlener is een van de medewerkers die nadere voorwaarden stelt aan een activiteit. Het beoordelen van meldingen asbest en bodem (zonder nadere voorwaarden te stellen) kan door een vergunningverlener of een toezichthouder gebeuren.
o
objectniveau voor toetsing en toezicht door specialismen.
•
Roulatie van toezichthouders vindt plaats om een vaste handhavingsrelatie te voorkomen en kennisniveau te verdiepen. Anderzijds is voor sommige doelgroepen meer bestendigheid gewenst; frequentie van roulatie is afhankelijk van de branche en beschikbaarheid van toezichthouders.
•
Specialisten werken veelal binnen een specifieke regio in Drenthe. Ook hier is roulatie wenselijk om te leren van de aanpak van collega’s en continu te zorgen voor een frisse blik op de problematiek.
•
Functiebeschrijvingen worden bijgehouden waarin minimaal de eisen (aan de functie) zijn opgenomen en waarin bevoegdheden zijn vastgelegd.
•
OD Drenthe beschikt over goed functionerende en voldoende automatisering, materiaal en materieel om de werkzaamheden uit te kunnen voeren.
•
Zaak- en procesgegevens worden geregistreerd, gebaseerd op de werkprocessen en strategieën uit voorliggend document.
•
Alle producten worden opgeleverd aan het bevoegd gezag voor archivering en publicatie.
•
Gegevens van objecten en personen worden geregistreerd met gebruik van authentieke gegevens uit basisregistraties, met inachtneming van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) en eventuele verwerkersovereenkomsten.
•
Procesbeschrijvingen, protocollen en werkinstructies zijn gebaseerd op de vastgestelde strategieën en worden volledig en actueel gehouden.
•
Regelingen voor aanbesteding en uitbesteding zijn vastgelegd.
•
Een bereikbaarheids- en beschikbaarheidsregeling buiten kantoortijden is vastgesteld.
•
Vier ogen principe is ingebed in werkprocessen: toets door collega van alle nietgestandaardiseerde besluiten en brieven.
U&H-doelstelling (zie bijlage 3 voor nadere uitwerking) 10) Behoud van de juridische kwaliteit van besluiten op aanvragen en handhavingszaken door OD Drenthe ten opzichte van 2023.
Dienstverlening De manier waarop (in communicatie, snelheid, service) de organisatie met belanghebbenden (aanvragers, omgeving, klagers etc.) omgaat.
31
13-2-2025
U&H-strategie Drenthe (ontwerp)
Arena Consulting
Beleidsuitgangspunten: • Goede bereikbaarheid (24-uurs piket) bij milieu-incidenten om zo spoedig mogelijk te anticiperen op calamiteiten of andere onvoorziene gebeurtenissen met negatieve gevolgen voor het milieu. •
Optimaliseren van afhandeling van milieuklachten door binnen 5 werkdagen een terugkoppeling te geven aan de indiener over de ontvangst van de milieuklacht en de vervolgstappen.
•
Communicatie over vergunningprocedures voldoet aan de wettelijke eisen; kennisgevingen en besluiten worden bekendgemaakt. Initiatiefnemers worden bij een nieuw plan geïnformeerd over de vergunningprocedure.
•
In de omgang met initiatiefnemers en belanghebbenden is OD Drenthe respectvol, meedenkend en deskundig.
•
OD Drenthe beschikt over een agressieprotocol waarin de maatregelen, richtlijnen en procedures zijn beschreven die de organisatie hanteert om agressie en geweld te voorkomen, te beheersen en te behandelen. Dit document is bedoeld om medewerkers te beschermen tegen verbale en fysieke agressie op met name toezichtlocaties en in de omgang met belanghebbenden.
U&H-doelstelling (zie bijlage 3 voor nadere uitwerking) 11) Het jaarprogramma van de OD is voor 100% gerealiseerd.
Financiën De inzet van middelen in relatie tot de kwantiteit en kwaliteit van de geleverde diensten/producten. Beleidsuitgangspunten: • OD Drenthe werkt efficiënt en effectief. Met een (voor deelnemers) acceptabele inspanning wordt een zo hoog mogelijk milieurendement bereikt. • De begroting dient dekkend te zijn voor de geplande inzet op risicobeheersing en beleidsdoelrealisatie. Er wordt periodiek geïnventariseerd of de begroting voldoet aan de beide elementen. U&H-doelstelling (zie bijlage 3 voor nadere uitwerking) 12) Beschikbaarheid van voldoende middelen ieder jaar om (1) de geconstateerde risico’s aan te pakken én (2) beleidsdoelen te realiseren.
7.2
Monitoring en rapportage
De uitvoering leidt tot resultaten. In hoeverre deze resultaten bijdragen aan het bereiken van de U&H-doelstellingen is object voor monitoring, evaluatie en verantwoording.
32
13-2-2025
U&H-strategie Drenthe (ontwerp)
Arena Consulting
Beleidsrealisatie De U&H-doelstellingen in voorliggend document zijn in bijlage 3 vertaald in SMART-indicatoren en normen. Door het meten van deze indicatoren wordt periodiek inzicht verkregen in de mate waarin doelstellingen worden gerealiseerd en kan tijdig worden bijgestuurd. De resultaten van monitoring worden jaarlijkse per U&H-doelstelling opgenomen in een rapportage van OD Drenthe. Indien de realisatie van doelstellingen achterblijft, wordt in deze rapportage opgenomen welke maatregelen hiervoor worden genomen. Deze maatregelen kunnen vervolgens in het jaarprogramma voor het volgend jaar worden opgenomen.
Realisatie jaarprogramma en benutting budgetten In de accountoverleggen tussen deelnemers en OD Drenthe worden vroegtijdig signalen besproken als realisatie en/of benutting van budgetten afwijkt van het jaarprogramma en/of begroting. In periodiek overleg kan worden besproken op welke wijze kan worden bijgestuurd. In het jaarverslag wordt gerapporteerd over de realisatie van het jaarprogramma en de mate waarin de beschikbare budgetten zijn benut. Met dit jaarverslag wordt voldaan aan de wettelijke plicht om een jaarverslag op te stellen en om colleges, gemeenteraden en Provinciale Staten jaarlijks te informeren over de realisatie. Het rapporteren over realisatie van het jaarprogramma en benutting van budgetten gebeurt gedurende het jaar ook in tussentijdse rapportages. In deze rapportages wordt gerapporteerd over: •
Gerealiseerde baten en lasten en prognose voor het resterend deel van het jaar;
•
Realisatie ten opzichte van het jaarprogramma en prognose voor de rest van het jaar;
•
Realisatie ten opzichte van andere jaarprogramma’s, zoals voor organisatieontwikkeling;
•
Bijzonderheden ten aanzien van organisatie en personeel.
33
13-2-2025
U&H-strategie Drenthe (ontwerp)
Arena Consulting
Bijlage 1. Algemene strategieën Preventiestrategie Het doel van preventie is de naleving van regels vergroten. Het naleven van regels is niet altijd vanzelfsprekend. Door de inzet van communicatiemiddelen (voorlichting) en ondersteunend optreden (vooroverleg) wordt het gedrag op een positieve manier beïnvloed. Het is belangrijk om duidelijk te maken welke regels er zijn, waarom ze er zijn en hoe erop wordt toegezien. Met een goede inzet van communicatiemiddelen verbetert het naleefgedrag aanzienlijk. Pas als regels bekend zijn kunnen inwoners, bedrijven en instellingen deze bewust naleven. Natuurlijk blijft het wel primair de verantwoordelijkheid van de inwoner, ondernemer of instelling zelf om op de hoogte te zijn en blijven van regels. Vergunningverleners en toezichthouders zijn een belangrijke schakel tussen overheid, inwoners en bedrijven en spelen een grote rol in de verbetering van het naleefgedrag. Zij hebben rechtstreeks contact met de inwoners en bedrijven en kunnen regels uitleggen en toelichten. Ook de overige medewerkers hebben een belangrijke rol in contacten met inwoners en bedrijven. Preventie, toezicht en sanctie kunnen zowel na elkaar als naast elkaar worden ingezet om naleefgedrag te bevorderen. Preventieve instrumenten worden eerder ingezet bij welwillend gedrag, maar kunnen ook bij calculerend gedrag bijdragen aan betere naleving.
Het monitoren van het effect van inzet van (preventieve) instrumenten blijft nodig, om te zorgen voor een efficiënte uitvoering. OD Drenthe zet voor haar VTH-taken de volgende preventieve instrumenten in:
Eenvoudige en duidelijke regels Voorschriften in een omgevingsvergunning/maatwerkvoorschrift die OD Drenthe verleent/oplegt zijn zo eenvoudig en begrijpelijk mogelijk opgesteld. Waardoor zo min mogelijk discussie over de interpretatie ontstaat. OD Drenthe probeert de voorschriften zo te formuleren dat deze voor één uitleg vatbaar zijn.
Stimuleren vooroverleg Bij initiatieven of plannen voor het ontwikkelen van nieuwe activiteiten wordt bij voorkeur vooroverleg gevoerd. Vooroverleg is een overleg tussen een initiatiefnemer en het bevoegd gezag (OD Drenthe namens bevoegd gezag) die over toestemming voor de initiatieven of plannen gaat. Vooroverleg zorgt ervoor dat vooraf kan worden beoordeeld of een initiatief of plan naar verwachting past binnen kaders en regels en welke voorschriften gaan gelden. De initiatiefnemer kan daar in een vroeg stadium rekening mee houden in zijn planvorming en vergunningaanvraag. Vooroverleg versnelt
en
stroomlijnt
het
vergunningenproces.
Daarnaast
beperkt
het
ook
het
aantal
vergunningaanvragen dat buiten behandeling moet worden gesteld of geweigerd.
(Integraal) samenwerken Er wordt zo veel mogelijk gezamenlijk en eenduidig opgetreden door de gemeenten, provincie, OD Drenthe en ketenpartners. Landelijke regels worden uniform toegepast. Lokale regels en voorschriften zijn zoveel mogelijk gelijk en afgestemd. Dit geeft duidelijkheid, rechtsgelijkheid en zorgt voor meer begrip. Indien een aanvraag betrekking heeft op een combinatie van milieu met overige activiteiten, heeft OD Drenthe geen mandaat; in dit geval is samenwerking ook vereist.
34
13-2-2025
U&H-strategie Drenthe (ontwerp)
Arena Consulting
Zorgen voor begrip OD Drenthe laat in gesprekken de reden en achterliggende gedachte van regels weten. Iemand die weet en begrijpt waarom regels er zijn is eerder geneigd deze te accepteren en op te volgen. Vergunningverleners en toezichthouders kennen de regels en de achterliggende gedachte en dragen deze gevraagd en ongevraagd uit.
Handhaafbare regels Regels zijn zo geformuleerd dat ze handhaafbaar zijn. Ze zijn zo eenvoudig mogelijk te controleren. Bij het opstellen van regels of voorschriften wordt een handhaafbaarheidstoets uitgevoerd door vergunningverlening, toezicht en handhaving.
Zichtbaarheid toezicht en handhavingsactiviteiten OD Drenthe laat zien dat er toezicht wordt gehouden en handhaaft als dat nodig is. Er wordt gecommuniceerd over toezicht- en handhavingsprioriteiten en grotere handhavingsprojecten. Het openbaar maken van toezichtresultaten op bedrijfsniveau is ook een preventiemiddel. Dit wordt terughoudend toegepast en eigenlijk alleen als dit wettelijk verplicht is (bijvoorbeeld cross compliance). Toezichthouders van OD Drenthe zijn regelmatig zichtbaar aanwezig in het veld. In jaarprogramma’s en projectplannen worden preventie en communicatie standaard als instrument opgenomen.
Informatie delen Overheden
en
OD
Drenthe
delen
onderling
zo
veel
mogelijk
informatie.
Zo
kunnen
handhavingspartners risicogericht en informatiegestuurd toezicht houden en handhaven. Maar ook de handhaving efficiënter en effectiever inrichten. Informatie over milieubelastende activiteiten wordt zoveel mogelijk centraal opgeslagen en is raadpleegbaar voor overheden onderling, mits dit wettelijk is toegestaan. Daarnaast is actieve openbaarmaking onder de Wet open overheid (Woo) ook onderdeel van het delen van informatie.
Maatschappelijke controle stimuleren Buurtpreventie is een mooie vorm van sociale controle die kan bijdragen aan het oppakken van de eigen verantwoordelijkheid. OD Drenthe wil dat de omgeving de regels kent, overtredingen kan signaleren en met elkaar in gesprek gaat hierover. Daarom zijn vergunningen en besluiten zoveel mogelijk digitaal in te zien. Daarnaast vraagt OD Drenthe klagers vooral (ook) om zelf in gesprek te gaan met de overlastgever om aan te geven dat ze overlast hebben. Dit draagt bij aan het onderling bespreekbaar maken van problemen.
Informeren over (nieuwe) regels en processen OD Drenthe communiceert waar mogelijk over (nieuwe) regels en geeft voorlichting. Als een ondernemer niet bekend is met de regels, dan weet die soms niet dat hij/zij in overtreding is. Dit geldt ook voor belanghebbenden: als omwonenden weten dat bepaalde activiteiten zijn toegestaan, klagen ze minder snel of dienen ze minder snel een handhavingsverzoek in. OD Drenthe houdt rekening met de doelgroep bij de keuze van een communicatiemiddel.
35
13-2-2025
U&H-strategie Drenthe (ontwerp)
Arena Consulting
Er kan bijvoorbeeld gekozen worden voor het plaatsen van een bericht op een website, waarmee meer mensen worden bereikt. Ook kan er gekozen worden voor gerichtere communicatie via een geadresseerde brief.
Vergunningstrategie Om te komen tot een kwalitatief goede beoordeling bij vergunningverlening, het behandelen van meldingen, rapportages in het kader van informatieplicht en adviesverzoeken worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: • Initiatiefnemers zijn verantwoordelijk voor het indienen van goede en volledige (conform indieningsvereisten) aanvragen/meldingen/rapportages. OD Drenthe, gemeenten en provincie houden zich bij de taakuitvoering aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, zoals het zorgvuldigheidsbeginsel, het rechtszekerheidsbeginsel, het vertrouwensbeginsel en het gelijkheidsbeginsel; • de inhoudelijke beoordeling van vergunning(aanvragen), meldingen en rapportages is risicogericht. Onderzoeksrapporten over milieuthema’s die bij de betreffende branche een grote impact hebben, worden diepgaand beoordeeld. Onderzoeksrapporten over milieuthema’s met geringe impact worden oppervlakkig inhoudelijk beoordeeld.
• omgevingsvergunningen zijn afgestemd op de geldende wet- en regelgeving (landelijk, provinciaal en lokaal) alsmede op lokaal en provinciaal beleid; • omgevingsvergunningen zijn afgestemd op landelijke standaarden (zoals de Landelijke Redactie voor Standaardteksten voor de Omgevingsvergunning (LRSO), op gangbare en beproefde methodieken en op de eigen standaarden van OD Drenthe; • omgevingsvergunningen zijn duidelijk leesbaar, uitvoerbaar, naleefbaar en handhaafbaar; • besluiten op vergunningaanvragen worden tijdig genomen, conform de wettelijke termijnen en conform specifieke afspraken met deelnemers; • het proces dat wordt doorlopen is voorspelbaar, transparant, juridisch juist en achteraf verifieerbaar; • advies wordt in ieder geval ingewonnen bij de aanvragen waar een advies van een ketenpartner wettelijk verplicht is; • bij een meervoudige vergunningaanvraag worden de verschillende aspecten en wetten op samenhangende wijze behandeld; • er vindt afstemming, coördinatie of contact plaats met het bevoegd gezag en andere bestuurs- of adviesorganen of belanghebbende derden.
Onder vergunningverlening vallen de volgende taken: • Het voorbereiden van en het verlenen, weigeren, wijzigen of (gedeeltelijk) intrekken van een omgevingsvergunning naar aanleiding van een aanvraag of actualisatieslag, geheel of gedeeltelijk voor de activiteit milieu; • Het behandelen van een melding of ingediende rapportage in het kader van informatieplicht, • Het besluiten over maatwerk en/of gelijkwaardigheid; • Het besluit nemen over het al dan niet vereisen van een MER (project m.e.r.-beoordeling). • Verlenen van Ontheffing (Verboden, i.h.k.v. route gevaarlijke stoffen) • Verlenen vergunning en ontheffing ontbranden vuurwerk (Vuurwerkbesluit) • Verlenen van overbrengingsvergunning, toestemming voor vervoer explosieven voor civiel gebruik; • Het (integraal) adviseren op vergunningaanvragen in behandeling bij een (ander) bevoegd gezag.
36
13-2-2025
U&H-strategie Drenthe (ontwerp)
Arena Consulting
(Integraal) samenwerken De Omgevingswet verplicht het werken als 1- loket en een integrale, omgevingsgerichte beoordeling van omgevingsvergunningaanvragen, meldingen en rapportages (informatieplicht). Dit blijkt bijvoorbeeld uit de doelstellingen van deze wet en komt terug in wettelijke voorschriften over de coördinatie- en doorzendplichten en de verplichte integrale omgevingsgerichte belangenafweging. Daarnaast is een van de uitgangspunten in de Omgevingswet het integraal werken en beoordelen. Het vooroverleg (verkennen en begeleiden initiatief) heeft hierin een belangrijke functie. Wel staat het een aanvrager vrij bepaalde vergunningen voor activiteiten los aan te vragen. Bij de uitvoering worden wetten en besluiten integraal benaderd. Dit betekent dat OD Drenthe plannen en initiatieven zo vroeg mogelijk integraal beoordeelt. En aanvragen die OD Drenthe behandelt, worden ook door andere relevante bevoegde gezagen beoordeeld. De betrokken bevoegde gezagen en OD Drenthe werken gericht met elkaar samen voor een integrale en samenhangende
besluitvorming.
Het
belangrijkste
instrument
van
integraal
werken
is
casemanagement. Dit is een strategisch uitgangspunt en staat los van waar het binnen de verschillende organisaties ondergebracht is.
Risicogericht werken Bij het inhoudelijk beoordelen van rapportages (informatieplicht), meldingen en (vergunning) aanvragen en hierbij behorende onderzoeksrapporten wordt risicogericht gewerkt. Alle relevante milieuthema’s uit iedere melding, rapportage en (vergunning)aanvraag voor milieubelastende activiteiten worden globaal inhoudelijk beoordeeld door de generieke vergunningverlener. Een diepgaande inhoudelijke beoordeling van meldingen, rapportages en aanvragen vindt door specialisten op basis van milieurisico, risico op ondermijning en maatschappelijk en bestuurlijke impact plaats. Een nadere uitwerking is opgenomen in bijlage 2 voor de locaties met milieuactiviteiten, zorgwekkende stoffen en bodem.
Uitvoeren vergunningverlening De manier waarop invulling wordt gegeven aan vergunningverlening en casemanagement is sterk afhankelijk van het kader waarbinnen aanvragen worden beoordeeld. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen: • Omvang en aard van aangevraagde activiteiten (technische complexiteit); • De specifieke omgeving waarin de activiteiten worden uitgevoerd (sociaal-maatschappelijke context); • Daarnaast wordt de aanvrager beoordeeld op naleefgedrag en in sommige gevallen op integriteit volgens het Bibob beleid van de deelnemers. Zo kan een initiatief technisch inhoudelijk niet complex zijn voor wat betreft milieu-, bouw- en brandveiligheidvoorschriften maar wel complex zijn voor wat betreft de sociale maatschappelijke context omdat er grote bezwaren zijn vanuit de omgeving. Dan speelt casemanagement een grote rol en is extra aandacht nodig voor zorgvuldige communicatie, overleg en/of samenwerking tussen het bevoegd gezag en OD Drenthe.
37
13-2-2025
U&H-strategie Drenthe (ontwerp)
Arena Consulting
Technisch-inhoudelijke complexiteit Elke omgevingsvergunning bestaat uit een mix van standaard- en specifieke voorschriften. Als de technisch inhoudelijke complexiteit van de specifieke situatie (het bedrijf of activiteit in kwestie en/of het gebied waar het bedrijf is gelegen of de activiteit plaatsvindt) klein is, ligt het accent vooral op standaardvoorschriften en minder op specifieke voorschriften. Omgekeerd ligt het accent vooral op specifieke voorschriften en minder op standaardvoorschriften als de technisch-inhoudelijke complexiteit van de situatie (milieubelastende activiteit en/of de locatie) groot is.
Sociaal-maatschappelijke complexiteit In een omgeving is sprake van objectieve en subjectieve kwetsbaarheid indien op korte afstand sprake is van kwetsbare objecten. Dit is belangrijker naarmate de potentiële impact van een bedrijf groter is. Het gaat hier om de objectieve typering van de omgeving. In het kader van participatie dient een initiatiefnemer te inventariseren of er sprake is van weerstand in de omgeving. Het kan zijn dat er veel milieuklachten zijn of dat er een actiegroep actief is. Hier betreft het de subjectieve typering van de omgeving. Wanneer de sociaal-maatschappelijke complexiteit van de omgeving gering is, kan het proces van vergunningverlening zonder bijzonderheden zijn. Als de sociaal-maatschappelijke complexiteit van de
omgeving
daarentegen
groot
is,
ligt
het
vergunningverleningsproces
gecompliceerder.
Bijvoorbeeld vanwege de initiatiefnemer en diens voorgeschiedenis of economisch belang en/of aanwezige belangenorganisaties die zich roeren. In dit geval moet er bestuurlijke afwegingsruimte worden ingevuld en is het proces (waaronder participatie door de initiatiefnemer) minstens zo belangrijk als de inhoud. Afstemming, overleg en/of samenwerking is noodzakelijk tussen het bevoegd gezag (ambtelijk en bestuurlijk), OD Drenthe, het bedrijf of initiatiefnemer in kwestie en belanghebbende derden. De beoordeling op sociaal-maatschappelijke complexiteit wordt bepaald via: • Internet en andere open bronnen (bedrijf/naam aanvrager); • Registratie van milieuklachten; • De accounthouder; • Personen met gebied specifieke kennis/branche kennis; • Andere afdeling of overheid.
Basiswerkwijze voor vergunningverlening en afhandeling meldingen en rapportages Er is een basiswerkwijze voor vergunningverlening en de afhandeling van meldingen en rapportages. Bij de toedeling van gemeentelijke taken is het uitgangspunt dat de frontoffice is ondergebracht bij het bevoegd gezag en voor wat betreft de provinciale taken ligt dit bij OD Drenthe. De frontoffice is hiermee voor inwoners en bedrijven dé ingang ten aanzien van het omgevingsrecht. In de backoffice bevinden zich de afzonderlijke gemeentelijke of provinciale disciplines en OD Drenthe voor de taken ten aanzien van milieu (omgevingsveiligheid, geluid, energie, lucht, bodem en zorgwekkende stoffen). Het bevoegd gezag is verantwoordelijk bij iedere aanvraag, melding en rapportage (informatieplicht) voor: • • • •
De registratie en intake van de klantvraag; Het bepalen van bevoegd gezag; Het onderzoek welke toestemmingen nodig zijn voor een bepaalde activiteit; Het digitaliseren (met ontvangstbevestiging);
38
13-2-2025
• • • • • •
U&H-strategie Drenthe (ontwerp)
Arena Consulting
Het casemanagement van meervoudige (méér dan milieu) aanvragen; Het uitzetten bij behandelende dienst (ODG of OD Drenthe) en overige interne- en externe adviseurs, evenals bepalen van overlegvorm, zoals omgevingstafel; Het publiceren van aanvragen, (ontwerp)beschikkingen en meldingen; Het aanspreekpunt voor de aanvrager en informeren aanvrager; Het bewaken van termijnen van procedures bij meervoudige (méér dan milieu) aanvragen; De besluitvorming op meervoudige aanvragen en na zienswijzen.
OD Drenthe kan op verzoek van het bevoegd gezag een of meerdere van bovenstaande activiteiten uitvoeren. Zo verzorgt OD Drenthe een groot deel van bovenstaande activiteiten voor de provincie Drenthe. De taken voor OD Drenthe zijn: • Het casemanagement van milieuaanvragen; • Het toetsen van volledigheid en ontvankelijkheid op basis van indieningsvereisten en opstellen advies richting bevoegd gezag bij het buiten behandeling laten; • Het (vak)inhoudelijk toetsen aan alle relevante beoordelingskaders; • Het uitvoeren van een handhaafbaarheidstoets; • De besluitvorming op enkelvoudige (milieu)aanvragen en na zienswijzen; • Het bijwerken van de gegevens om het locatiebestand volledig te houden; • Het bewaken van termijnen van procedures bij milieuaanvragen; • Het opstellen van de (ontwerp)beschikking of het advies aan het bevoegd gezag. Bij het besluiten op een omgevingsvergunningaanvraag wordt de wettelijke reguliere of uitgebreide procedure gevolgd, zoals vastgelegd in de Awb (Algemene wet bestuursrecht) en Omgevingswet. Bij het beoordelen of een ingediende melding of rapportage (informatieplicht) volledig is, volgen wij de wettelijke indieningsvereisten als bedoeld in de Omgevingsregeling, het Besluit activiteiten leefomgeving of het Omgevingsplan. Op meldingen en rapportages (informatieplicht) volgt geen besluit.
Als de melding/rapportage volledig is, ontvangt de melder een bevestigingsbrief. Bij de behandeling wordt ook getoetst of milieuonderzoeken als indieningsvereisten gelden. Indien op de algemeen geldende voorschriften afwijkende, aanvullende of concretiserende voorschriften nodig zijn, worden nadere voorwaarden (in geval van sloop met asbestsanering) of bij besluit maatwerkvoorschriften (in geval van milieu) opgelegd. Dit gebeurt bijvoorbeeld om een knelpunt op te lossen, voor het voorkomen van risico’s en/of voor een betere handhaafbaarheid. De basiswerkwijze voor het behandelen van een aanvraag/melding/rapportage is vastgelegd in het zaak/registratiesysteem van OD Drenthe, waarbij de processtappen worden doorlopen en wordt aangegeven wie waarvoor verantwoordelijk is. Het gaat hier om de processtappen op hoofdlijnen. Voor de meest voorkomende correspondentie, (ontwerp) besluiten, beschikkingen, adviezen en vergunningvoorschriften zijn standaarden (LRSO) beschikbaar. Hierop wordt het vierogen-principe gehanteerd om de kwaliteit te borgen. Voor voorschriften wordt gebruik gemaakt van een standaard voorschriftenpakket. In bepaalde gevallen zijn daarnaast maatwerkvoorschriften mogelijk.
Na een verleende vergunning wordt op basis van een risico-inschatting bepaald of een opleveringscontrole moet worden gepland in samenspraak met de toezichthouder die de handhaafbaarheidstoets heeft uitgevoerd.
39
13-2-2025
U&H-strategie Drenthe (ontwerp)
Arena Consulting
Ontvankelijkheid/volledigheid Een goede en inhoudelijk juiste beoordeling van aanvragen is alleen mogelijk, wanneer de vereiste stukken aanwezig zijn. De indieningsvereisten zijn landelijk geüniformeerd en toegeschreven op de verschillende categorieën van activiteiten. Het consequent toetsen op ontvankelijkheid voorkomt dat in het vervolg van het proces de toetsing niet (geheel) kan worden uitgevoerd. Als detailuitwerkingen ontbreken wordt wel alvast een inhoudelijke beoordeling van de overige stukken gedaan. OD Drenthe verricht een volledige ontvankelijkheidstoets bij alle aanvragen, meldingen en rapportages. Voor de toetsing en beoordeling van vergunningaanvragen, meldingen en rapportages wordt gewerkt met checklists. Als de ontbrekende stukken niet, niet op tijd of niet volledig worden aangeleverd, wordt de aanvraag buiten behandeling gelaten. Dat wil zeggen dat de aanvrager een besluit krijgt dat zijn aanvraag buiten behandeling blijft, waartegen bezwaar kan worden ingediend. Bij een melding kan de melder erop gewezen worden dat, als de gegevens niet aangeleverd worden of onvolledig blijven, deze de activiteit niet kan uitvoeren. Tegen het niet óf onvolledig indienen van een rapportage, melding of vergunningaanvraag kan handhavend worden opgetreden als de activiteiten (dan illegaal) al worden uitgevoerd.
Wanneer er een risico bestaat dat door het verlenen van een vergunning strafbare feiten worden gefaciliteerd, of uit strafbare feiten verkregen geld benut gaat worden vindt er door de gemeente of provincie een Bibob-toets plaats. De situaties waarbij een Bibob-toets wordt uitgevoerd, zijn vastgelegd in het Bibob-beleid van het bevoegd gezag.
Actuele vergunningen Actuele omgevingsvergunningen dragen bij aan verlaging van de druk op de fysieke leefomgeving, bescherming van natuur en verbetering van naleefgedrag. Een actuele omgevingsvergunning met de laatste stand der techniek en kennis erin verwerkt is beter toetsbaar en handhaafbaar. De Europese Richtlijn Industriële Emissies (RIE) verplicht daarnaast extra actualisatie van vergunningen voor IPPC-installaties. Een actualisatietoets van een vergunningendossier vindt plaats als: • Sprake is van nieuwe wet- en regelgeving, waardoor vergunningen binnen een in de wet gestelde termijn aanpassing behoeven. Indien niet alleen binnen de termijn de vergunning aangepast moet worden, maar ook maatregelen genomen moeten zijn, wordt een redelijke termijn in acht genomen voor het doorvoeren van de maatregelen; • Vergunningen voor IPPC-installaties ten minste eenmaal per vijf jaar en overige vergunningen ten minste eenmaal per tien jaar te toetsen op inhoud, actualiteit van de voorschriften en overzichtelijkheid; • Als er een nieuwe omgevingsvergunning wordt aangevraagd; • Als vanuit toezicht is geconstateerd dat de vergunning niet meer actueel is en er sprake is van ernstige overtreding van en tekortkomingen in de vergunning. Bij de frequentie van toetsing wordt rekening gehouden met de omvang van emissies en aard van de risico’s.
In het kader van risicogericht vergunnen wordt een nadere strategie opgesteld met betrekking tot de actualisatietoets van vergunningen.
Intrekken vergunningen Vergunningen voor activiteiten die niet worden gebruikt, kunnen worden ingetrokken. Daarmee wordt voorkomen dat activiteiten gerealiseerd worden volgens verouderde normen.
40
13-2-2025
U&H-strategie Drenthe (ontwerp)
Arena Consulting
Vergunningen kunnen door OD Drenthe worden ingetrokken als: • De aanvrager erom verzoekt; • Het gevaar bestaat dat de vergunning misbruikt wordt voor criminele activiteiten; • Van de vergunning drie jaar geen gebruik is gemaakt. Het laten voortbestaan van ongebruikte rechten uit vergunningen, is ongewenst omdat: • Voorkomen moet worden dat (nieuwe) planologische en stedenbouwkundige of andere inzichten over de fysieke leefomgeving doorkruist worden door vergunde, nog te realiseren of te slopen bouwwerken en het gebruik ervan; • Het vanuit administratief oogpunt gewenst is dat het vergunningenbestand zoveel mogelijk overeenstemt met de feitelijke situatie; • Voorkomen van ongelijkheid in de verplichtingen voor bedrijven als gevolg van verouderde vergunningen en/of voorschriften. • Het belang van omwonenden. Rechtszekerheid en duidelijkheid voor omwonenden. Opdat zij niet worden verrast met een ontwikkeling of activiteit op basis van een oude/slapende vergunning. Waardoor geen rechtsmiddelen meer open staan. De Omgevingswet bepaalt deels wanneer een vergunning mag worden ingetrokken en deels is het gebaseerd op jurisprudentie (bijvoorbeeld bij omgevingsvergunningen milieu). OD Drenthe voert een actief intrekkingsbeleid voor de activiteit milieu.
Indien gedurende drie jaar geen handelingen zijn verricht met gebruikmaking van de vergunning, kan de procedure voor het intrekken van de vergunning worden opgestart. Het bevoegd gezag wordt hierover per situatie geïnformeerd. Dit vereist ook van de OD een degelijke registratie van de niet-gebruikmaking. Het intrekken van een omgevingsvergunning heeft met betrekking tot stikstofemissie zin als ook een voor een locatie verleende vergunning Wet natuurbescherming wordt aangepast aan de gewijzigde situatie. Hiervoor is afstemming nodig tussen provincie Drenthe en OD Drenthe.
Toezichtstrategie Toezicht wordt gehouden om het ontstaan van risico’s voor de leefomgeving zo klein mogelijk te houden. In gelijke gevallen wordt op dezelfde manier toezicht gehouden. Hiermee wordt bereikt: • Transparantie; • Professionaliteit; • Rechtszekerheid en rechtsgelijkheid voor inwoners, bedrijven en instellingen waarop toezicht wordt gehouden; • Effectiviteit en efficiency bij uitvoering, om met (voor deelnemers) acceptabele inspanning een zo hoog mogelijk milieurendement te bereiken. Voorwaarde daarbij is wel dat regels eenduidig, correct, duidelijk en toepasbaar zijn op de (zelfde) situatie(s). De toezichtstrategie gaat over de werkwijze van het vaststellen van het toezichtdeel in het jaarprogramma tot en met het al dan niet constateren van de overtreding. Bij overtredingen reageert OD Drenthe volgens de LHSO. Vaak betekent dit dat OD Drenthe handhaaft om te zorgen dat de overtreding stopt en/of zich niet herhaald.