Notitie waarderen, activeren en afschrijven vaste activa De Wolden
Tekst van het document
Notitie waarderen, activeren en afschrijven van vaste activa De Wolden Oktober 2025
1
Inhoud Notitie waarderen, activeren en afschrijven van vaste activa De Wolden .......................1 1. Inleiding ........................................................................................................3 2. Activabeleid ...................................................................................................4 3. Activeren .......................................................................................................6 4. Waardering van activa .....................................................................................8 5. Kapitaallasten ................................................................................................9 6. Procedures ...................................................................................................11 7. Slotbepalingen ..............................................................................................13 Bijlage 1 Afschrijftermijnen ................................................................................14 Bijlage 2 Toelichting begrippen ...........................................................................17
2
1. Inleiding Deze notitie is opgesteld om duidelijkheid te scheppen over hoe gemeente De Wolden omgaat met de waardering en afschrijving van haar bezittingen, oftewel activa. Het is van groot belang voor een helder inzicht in de financiële positie van gemeente De Wolden en draagt bij aan een verantwoorde besteding van middelen. Volgens artikel 212 van de Gemeentewet is elke gemeente verplicht een financiële verordening te hebben, die regels bevat voor de activering, waardering en afschrijving van activa. Waar dit beleid in het verleden deel uitmaakte als bijlage bij de financiële verordening, presenteren wij het nu als een zelfstandige notitie. Deze notitie geeft de kaders weer voor het opnemen van uitgaven als vaste bezittingen, en hoe de waarde hiervan wordt bepaald en de kosten over de levensduur worden gespreid. De regels zijn gebaseerd op het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV), de landelijke voorschriften voor gemeenten, en zijn aangevuld met specifieke keuzes die gemeente De Wolden maakt binnen de geboden ruimte. Het doel van deze notitie is om: •
Een eenvoudig en begrijpelijk overzicht te bieden van het beleid.
•
De basis te leggen voor een eenduidige omgang met investeringen en afschrijvingen in de praktijk.
•
Bij te dragen aan een solide financieel beleid dat verrassingen in de toekomst verkleint.
3
2. Activabeleid Het activabeleid omvat de richtlijnen voor het registreren, waarderen, activeren en afschrijven van alle bezittingen van gemeente De Wolden. Dit beleid draagt bij aan een correcte weergave van de bezittingen op de balans en een rechtvaardige spreiding van de kosten over de jaren waarin deze bezittingen nut opleveren. Voor het waarderen, activeren en afschrijven worden de volgende regels gehanteerd: 1. Activeringsgrens investeringen a. Investeringen met economisch nut ten bedrage van minder dan € 10.000 worden niet geactiveerd. b. Investeringen met maatschappelijk nut ten bedrage van minder dan € 10.000 worden niet geactiveerd. c. Het begrote bedrag van de investering is voor de activagrens bepalend voor het wel of niet activeren. d. Identieke investeringen/ goederen die afzonderlijk beneden de activagrens liggen en in één boekjaar worden aangeschaft en gezamenlijk als totaal boven de activagrens liggen worden als één investering geactiveerd. 2. Kosten verbonden aan het sluiten van geldleningen en het saldo van agio en disagio De afsluitkosten van opgenomen geldleningen worden afgeschreven gedurende de resterende looptijd van de betreffende geldlening. 3. Kosten van onderzoek en ontwikkeling van een bepaald actief De kosten van onderzoek en ontwikkeling worden in vijf jaar afgeschreven.
De afschrijving van de geactiveerde kosten van onderzoek en ontwikkeling vangt aan bij ingebruikneming van het hieraan gerelateerde materiële vaste actief. 4. Bijdragen aan activa in eigendom van derden Bijdragen aan activa van derden worden volgens het desbetreffende raadsbesluit geactiveerd. Dergelijke geactiveerde bijdragen zijn gewaardeerd tegen het bedrag van de verstrekte bijdragen, verminderd met afschrijvingen. De verleende bijdragen worden afgeschreven in de periode waarin het betrokken actief van de derde op basis van de door de gemeente gestelde voorwaarden moet bijdragen aan de publieke taak. 5. Reserve dekking kapitaallasten (activa reserve) De raad kan op voorstel van het college besluiten om bestemmingsreserves voor gehele of gedeeltelijke dekking van kapitaallasten in te stellen. De reserve wordt in dat geval niet op de investering in mindering gebracht, maar valt jaarlijks vrij volgens de afschrijvingstermijn van het actief (bruto waarderingsmethode). 6. Gronden en terreinen Gronden en terreinen worden altijd geactiveerd. Op gronden en terreinen wordt niet afgeschreven. Kosten van grondaankopen ten behoeve van investeringen met maatschappelijk nut (wegen, riolering, etc.) worden tot de kosten van de specifieke investering gerekend.
4
7. Restwaarde Bij afschrijving wordt geen rekening gehouden met een restwaarde. 8. Afschrijvingsmethode a. Op activa wordt afgeschreven op basis van de lineaire methode. b. In afwijking van het bepaalde onder a. kan de raad op voorstel van het college besluiten om op basis van de annuïtaire methode af te schrijven. 9. Afschrijvingstermijn a. Investeringen worden afgeschreven volgens de termijnen zoals opgenomen in de afschrijvingstabel die in bijlage 1 is opgenomen in deze notitie. b. Het college kan aan de raad voorstellen om in afwijking van de afschrijvingstabel een andere afschrijvingstermijn te hanteren gebaseerd op de verwachte toekomstige gebruiksduur. c. Afschrijvingstermijnen van investeringen die niet voorkomen in de tabel worden bij de autorisatie van de betreffende investeringskredieten vastgesteld. 10. Moment start afschrijving De afschrijving vangt bij alle investeringen aan met ingang van het jaar volgend op de ingebruikneming/oplevering. Een actief wordt in ieder geval als gereed beschouwd als meer dan 90% van de uitgaven zijn gedaan. 11. Autoriseren Investeringen worden geautoriseerd door de raad. De autorisatie van het investeringsbedrag, inclusief de dekking van de financiële gevolgen vindt als volgt plaats: a.
Voor investeringen die bekend zijn en worden vastgesteld bij de programmabegroting vindt de autorisatie plaats bij de vaststelling van de begroting aan de hand van het meerjareninvesteringsprogramma. b. Voor investeringen die bekend zijn bij de programmabegroting maar die nog niet zijn vastgesteld vindt de autorisatie plaats via een apart raadsvoorstel. c. Voor investeringen die nog niet bekend zijn bij de programmabegroting en waarvoor in de loop van het jaar een beslissing wordt genomen vindt de autorisatie plaats via een apart raadsvoorstel. 12. Wijzigingen Indien sprake is van verwachte kredietoverschrijdingen wordt hier op de volgende wijze mee omgegaan: a. Bij investeringen met een kredietoverschrijding onder de € 25.000 ten opzichte van het beschikbaar gestelde krediet wordt in beginsel geen aanvullend krediet gevraagd. b. Bij investeringen wordt een kredietoverschrijding boven de € 25.000 ten opzichte van het beschikbaar gestelde krediet gerapporteerd in de eerstvolgende bestuursrapportage en wordt aan de raad een aanvullend krediet gevraagd. 13. Hardheidsclausule Bij onvoorziene omstandigheden en gegronde redenen behoudt de raad op voorstel van het college het recht om anders te beslissen dan is opgenomen in deze notitie.
5
3. Activeren Het activeren van investeringen vormt een belangrijk onderdeel van het gemeentelijk financieel beleid. Door activa te activeren worden zij opgenomen op de balans en worden de lasten over meerdere jaren verdeeld via afschrijvingen. Dit zorgt voor een betere matching van lasten met de periode waarin het actief daadwerkelijk wordt gebruikt. Artikel 1. Activeringsgrens investeringen a. Investeringen met economisch nut ten bedrage van minder dan € 10.000 worden niet geactiveerd. b. Investeringen met maatschappelijk nut ten bedrage van minder dan € 10.000 worden niet geactiveerd. c. Het begrote bedrag van de investering is voor de activagrens bepalend voor het wel of niet activeren. d. Identieke investeringen/goederen die afzonderlijk beneden de activagrens liggen en in één boekjaar worden aangeschaft en gezamenlijk als totaal boven de activagrens liggen worden als één investering geactiveerd. De gemeenteraad heeft vastgelegd dat investeringen met economisch nut en investeringen met maatschappelijk nut niet worden geactiveerd indien het bedrag lager is dan € 10.000. Deze grens is bedoeld om te voorkomen dat de balans wordt belast met een groot aantal kleine investeringen, wat de administratie complex zou maken en de transparantie zou verminderen.
Tegelijkertijd blijft de exploitatie wel volledig in beeld, omdat de lasten van deze kleinere uitgaven direct worden verantwoord in het jaar van aanschaf. De grens geldt per investering. Bij identieke investeringen die afzonderlijk onder de grens blijven maar in hetzelfde boekjaar gezamenlijk boven de grens uitkomen, wordt de totaliteit als één investering aangemerkt en geactiveerd. Dit voorkomt het kunstmatig opsplitsen van investeringen om onder de activeringsgrens te blijven. Artikel 3. Kosten van onderzoek en ontwikkeling van een bepaald actief De kosten van onderzoek en ontwikkeling worden in vijf jaar afgeschreven. De afschrijving van de geactiveerde kosten van onderzoek en ontwikkeling vangt aan bij ingebruikneming van het hieraan gerelateerde materiële vaste actief. Onderzoek en ontwikkeling ten behoeve van een specifiek materieel vast actief kan aanzienlijke kosten met zich meebrengen. Wanneer deze kosten aantoonbaar bijdragen aan de totstandkoming van het actief, worden ze geactiveerd en in vijf jaar afgeschreven. Hiermee wordt bereikt dat de lasten van onderzoek en ontwikkeling niet volledig drukken op het jaar waarin de uitgaven worden gedaan, maar gespreid worden over meerdere jaren. De afschrijving start op het moment dat het daarmee samenhangende materiële vaste actief in gebruik wordt genomen.
Op die manier sluiten de lasten aan bij de periode waarin het actief daadwerkelijk wordt ingezet en economische of maatschappelijke waarde genereert. Artikel 4. Bijdragen aan activa in eigendom van derden Bijdragen aan activa van derden worden volgens het desbetreffende raadsbesluit geactiveerd. Dergelijke geactiveerde bijdragen zijn gewaardeerd tegen het bedrag van de verstrekte bijdragen, verminderd met afschrijvingen. De verleende bijdragen worden afgeschreven in de periode waarin het betrokken actief van de derde op basis van de door de gemeente gestelde voorwaarden moet bijdragen aan de publieke taak.
6
Wanneer de gemeente bijdraagt aan de realisatie van een actief dat eigendom is van een derde, kan zij besluiten deze bijdrage te activeren. De raad stelt dit vast via een afzonderlijk raadsbesluit. Het actief wordt op de balans opgenomen voor het bedrag van de verstrekte bijdrage, verminderd met de afschrijvingen. De afschrijving vindt plaats over de periode waarin het betrokken actief van de derde, volgens de gestelde voorwaarden, bijdraagt aan de publieke taak. Door deze benadering wordt de bijdrage van de gemeente in lijn gebracht met de periode waarin maatschappelijke baten worden gerealiseerd. Hiermee wordt recht gedaan aan het principe dat lasten zoveel mogelijk worden toegerekend aan de periode waarin ook de baten optreden. Artikel 6. Gronden en terreinen Gronden en terreinen worden altijd geactiveerd. Op gronden en terreinen wordt niet afgeschreven. Kosten van grondaankopen ten behoeve van investeringen met maatschappelijk nut (wegen, riolering, etc.) worden tot de kosten van de specifieke investering gerekend. Ten aanzien van gronden en terreinen geldt een apart regime. Deze worden altijd geactiveerd, omdat zij per definitie duurzame bezittingen zijn die voor een lange periode in de gemeentelijke huishouding aanwezig blijven. Hierop wordt niet afgeschreven, omdat gronden in beginsel niet in waarde verminderen door gebruik.
Kosten van grondaankopen die rechtstreeks samenhangen met investeringen met maatschappelijk nut, zoals de aanleg van wegen of riolering, worden echter toegerekend aan die specifieke investering en vallen dus onder de afschrijvingssystematiek van dat actief.
7
4. Waardering van activa Bij de waardering van activa is door de raad gekozen voor een eenvoudige en uniforme werkwijze. Er wordt bij afschrijving geen rekening gehouden met een restwaarde. Dit betekent dat een actief gedurende de volledige gebruiksduur volledig wordt afgeschreven tot een boekwaarde van nul. Artikel 7. Restwaarde Bij afschrijving wordt geen rekening gehouden met een restwaarde. Deze keuze bevordert de eenvoud en eenduidigheid van de administratie. Het hanteren van restwaarden kan immers leiden tot verschillen in behandeling van soortgelijke investeringen en maakt de financiële verantwoording complexer. Daarnaast zijn restwaarden vaak lastig betrouwbaar vast te stellen, zeker bij activa die een lange gebruiksduur kennen. Door het hanteren van een stelsel zonder restwaarden ontstaat een transparanter en beter vergelijkbaar financieel beeld. Het uitgangspunt is dat activa gewaardeerd worden op de verkrijgings- of vervaardigingsprijs, inclusief de bijkomende kosten die rechtstreeks aan de investering zijn toe te rekenen. De verkrijgingsprijs omvat de inkoopprijs en de bijkomende kosten. De vervaardigingsprijs omvat de aanschafkosten van de gebruikte grond- en hulpstoffen en de overige kosten die rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend, inclusief de direct toe te rekenen salariskosten.
In de vervaardigingsprijs kunnen voorts worden opgenomen: een redelijk deel van de indirecte kosten en de rente over het tijdvak dat aan de vervaardiging van het actief kan worden toegerekend; in dat geval moet de toelichting bij het actief vermelden dat deze rente wordt geactiveerd.
8
5. Kapitaallasten De kapitaallasten bestaan uit de rente en de afschrijving die voortvloeien uit investeringen. Deze lasten drukken jaarlijks op de exploitatie en vormen daarmee een structureel onderdeel van het gemeentelijk huishoudboekje. Artikel 2. Kosten verbonden aan het sluiten van geldleningen en het saldo van agio en disagio De afsluitkosten van opgenomen geldleningen worden afgeschreven gedurende de resterende looptijd van de betreffende geldlening. De afsluitkosten van opgenomen geldleningen worden niet direct ten laste van de exploitatie gebracht, maar geactiveerd en vervolgens afgeschreven over de resterende looptijd van de betreffende lening. Op deze manier worden de lasten gelijkmatig verdeeld over de periode waarin de lening wordt benut. Dit sluit aan bij het uitgangspunt dat lasten zoveel mogelijk worden toegerekend aan de jaren waarin de baten ontstaan. Ook het saldo van agio en disagio wordt op gelijke wijze verwerkt. Hiermee ontstaat een transparant en evenwichtig financieel beeld. Artikel 5. Reserve dekking kapitaallasten De raad kan op voorstel van het college besluiten om bestemmingsreserves voor gehele of gedeeltelijke dekking van kapitaallasten in te stellen. De reserve wordt in dat geval niet op de investering in mindering gebracht, maar valt jaarlijks vrij volgens de afschrijvingstermijn van het actief (bruto waarderingsmethode).
De raad kan besluiten om bestemmingsreserves in te stellen die worden gebruikt voor de gehele of gedeeltelijke dekking van deze kapitaallasten. Hierbij wordt de zogenaamde bruto waarderingsmethode toegepast. Dit betekent dat de reserve niet direct van de investering wordt afgetrokken, maar jaarlijks evenredig wordt aangewend gedurende de afschrijvingstermijn. Hierdoor blijft de volledige omvang van de investering zichtbaar op de balans, terwijl tegelijkertijd de lasten in de exploitatie worden verlaagd door de jaarlijkse vrijval van de reserve. Artikel 8. Afschrijvingsmethode a. Op activa wordt afgeschreven op basis van de lineaire methode. b. In afwijking van het bepaalde onder a. kan de raad op voorstel van het college besluiten om op basis van de annuïtaire methode af te schrijven. Wat betreft de afschrijvingssystematiek geldt als standaard dat activa lineair worden afgeschreven. Deze methode leidt tot hogere lasten in de eerste jaren en lagere lasten in de latere jaren, wat bijvoorbeeld kan aansluiten bij de werkelijke benutting van een actief of bij de financieringsstructuur. De toepassing van de annuïtaire afschrijvingsmethode is uitsluitend mogelijk indien de raad daartoe besluit op voorstel van het college. Deze methode bewerkstelligt een evenredige toerekening van de lasten over de gehele gebruiksduur van het actief.
Daarmee wordt enerzijds voorzien in voorspelbaarheid en beheersbaarheid van de lasten, en anderzijds wordt een directe samenhang gewaarborgd tussen het feitelijke gebruik en de hieraan gerelateerde lasten. Artikel 9. Afschrijvingstermijn a. Investeringen worden afgeschreven volgens de termijnen zoals opgenomen in de afschrijvingstabel die in de bijlage is opgenomen in deze notitie. b. Het college kan aan de raad voorstellen om in afwijking van de afschrijvingstabel een andere afschrijvingstermijn te hanteren gebaseerd op de verwachte toekomstige gebruiksduur.
9
c. Afschrijvingstermijnen van investeringen die niet voorkomen in de tabel worden bij de autorisatie van de betreffende investeringskredieten vastgesteld. De afschrijvingstermijnen zijn vastgelegd in een overzichtelijke tabel die als bijlage 1 aan deze notitie is toegevoegd. Deze termijnen zijn gebaseerd op gangbare economische levensduren en landelijke richtlijnen. Wanneer een investering niet voorkomt in de tabel, wordt de termijn vastgesteld bij de autorisatie van het investeringskrediet. In uitzonderlijke gevallen kan het college de raad voorstellen om af te wijken van de tabel, bijvoorbeeld wanneer een specifiek actief een aantoonbaar kortere of langere levensduur heeft.
10
6. Procedures De procedure rondom het afschrijven en autoriseren van investeringen is zorgvuldig ingericht om zowel rechtmatigheid als doelmatigheid te waarborgen. Artikel 10. Moment start afschrijving De afschrijving vangt bij alle investeringen aan met ingang van het jaar volgend op de ingebruikneming/oplevering. Een actief wordt in ieder geval als gereed beschouwd als meer dan 90 % van de uitgaven zijn gedaan. De afschrijving van een investering start altijd in het jaar na de ingebruikneming of oplevering. Dit voorkomt dat lasten al op de exploitatie drukken terwijl het actief nog niet wordt gebruikt. Een investering wordt als gereed beschouwd zodra meer dan negentig procent van de uitgaven is gedaan, zodat er geen onnodige vertraging in de administratieve verwerking ontstaat. Artikel 11. Autoriseren Investeringen worden geautoriseerd door de raad. De autorisatie van het investeringsbedrag, inclusief de dekking van de financiële gevolgen vindt als volgt plaats: a. Voor investeringen die bekend zijn en worden vastgesteld bij de programmabegroting vindt de autorisatie plaats bij de vaststelling van de begroting aan de hand van het meerjareninvesteringsprogramma. b. Voor investeringen die bekend zijn bij de programmabegroting maar die nog niet zijn vastgesteld vindt de autorisatie vindt plaats via een apart raadsvoorstel. c.
Voor investeringen die nog niet bekend zijn bij de programmabegroting en waarvoor in de loop van het jaar een beslissing wordt genomen vindt de autorisatie plaats via een apart raadsvoorstel. De autorisatie van investeringen is een bevoegdheid van de gemeenteraad. Indien de investering onderdeel is van het meerjareninvesteringsprogramma en reeds bij de programmabegroting is vastgesteld, vindt de autorisatie plaats bij de begrotingsvaststelling. Wanneer een investering wel al bekend is bij de programmabegroting maar nog niet is vastgesteld, volgt de autorisatie via een afzonderlijk raadsvoorstel. Ook voor investeringen die pas in de loop van het jaar ontstaan en nog niet bekend waren ten tijde van de begroting, geldt dat de raad via een apart voorstel de investering moet autoriseren. Op die manier blijft de raad volledig in control en wordt geborgd dat investeringsbeslissingen altijd democratisch gelegitimeerd zijn. Artikel 12. Wijzigingen Indien sprake is van verwachte kredietoverschrijdingen wordt hier op de volgende wijze mee omgegaan: a. Bij investeringen met een kredietoverschrijding onder de € 25.000 ten opzichte van het beschikbaar gestelde krediet wordt in beginsel geen aanvullend krediet gevraagd. b.
Bij investeringen wordt een kredietoverschrijding boven de € 25.000 ten opzichte van het beschikbaar gestelde krediet gerapporteerd in de eerstvolgende bestuursrapportage en wordt aan de raad een aanvullend krediet gevraagd. Indien er sprake is van een kredietoverschrijding wordt hier onderscheid gemaakt naar de omvang ervan. Wanneer de overschrijding kleiner is dan € 25.000 ten opzichte van het beschikbaar gestelde krediet, wordt in beginsel geen aanvullend krediet gevraagd. Bij grotere overschrijdingen is transparantie richting de raad essentieel. In dat geval wordt de overschrijding opgenomen in de eerstvolgende bestuursrapportage en wordt aan de raad een aanvullend krediet gevraagd. Dit systeem biedt flexibiliteit bij kleine 11
overschrijdingen, maar zorgt er tegelijkertijd voor dat de raad betrokken blijft bij substantiële afwijkingen.
12
7. Slotbepalingen Artikel 14. Hardheidsclausule Bij onvoorziene omstandigheden en gegronde redenen behoudt de raad op voorstel van het college het recht om anders te beslissen dan is opgenomen in deze notitie. Daarnaast is in dit beleid een hardheidsclausule opgenomen. Deze clausule stelt dat de raad, op voorstel van het college, het recht behoudt om in onvoorziene omstandigheden en bij gegronde redenen af te wijken van de bepalingen in deze notitie. Het doel hiervan is om flexibiliteit te behouden voor situaties die niet konden worden voorzien op het moment van vaststelling van dit beleid. Voorbeelden hiervan zijn nieuwe wet- en regelgeving, technologische ontwikkelingen die de levensduur van bepaalde activa aanzienlijk beïnvloeden, of bijzondere omstandigheden bij een project. Door de toepassing van de hardheidsclausule blijft de raad in staat om maatwerk te leveren zonder de systematiek van het activabeleid te ondergraven.
13
Bijlage 1 Afschrijftermijnen Afschrijvingstermijnen materiële vaste activa met economisch nut Actief
Componenten
Gronden en terreinen
Gronden
Afschrijvingstermij n Niet afschrijven
Erfpachtgronden
Niet afschrijven
Woonruimten
Woningen
40 jaar
Bedrijfsgebouwen
Bedrijfsgebouwen (o.a. integraal accommodatiebeleid en gemeentelijke gebouwen) Loodsen/onderkomens Noodlokalen Kunstgras, atletiekbaan
40 jaar
Renovatie, restauratie en aankoop bestaande woonruimten en bedrijfsgebouwen Technische installaties in en rondom bedrijfsgebouwen Overige inventaris Grond-, weg-, en waterbouwkundige werken Riolering
Vrijvervalriolering
15 jaar 10 jaar Afhankelijk en overeenkomstig de in het plan van aanleg genoemde termijnen. 25 jaar 15 jaar 10 jaar
Overige riolering
60 - 65 jaar overeenkomstig GRP 30 jaar 15 jaar overeenkomstig GRP Zie GRP
Begraafplaatsen
Begraafplaatsen Urnenmuur/tuin Groenvoorziening
40 jaar 30 jaar 30 jaar
Vervoersmiddelen
Bedrijfsauto’s Personenauto’s Aanhangwagens Tractoren/vrachtauto’s
8 jaar 7 jaar 10 jaar 10 jaar
PDA
2 jaar
Thin Cliënt Computer Telefoon-mobiel Telefoon-vast
5 jaar 3 jaar 2 jaar 5 jaar
Druk- en vacuümriolering Mechanisch, elektrisch en pompen
Machines, apparaten en installaties Automatiseringklantsysteem
14
Monitor Laptop Tokens Automatiseringsapparatuur/kasregiste rs
4 jaar 3 jaar 3 jaar 4 jaar
SAN
5 jaar
Brandbeveiligingsinstallatie UPS Switchers Servers
10 jaar 7 jaar 6 jaar 3 jaar
ICT
Implementatie systemen Software (niet zijnde SaaS) Scanapparatuur Schermen vergaderzalen Smartboards/televisie
5 jaar 4 jaar 5 jaar 5 jaar 5 jaar
Installaties
(Veiligheids)installaties Parkeermeters
5 – 15 jaar 10 jaar
Apparaten/machine s
Gereedschap
5 jaar
Diverse apparaten
5 jaar
Meubilair 1e inrichting onderwijs Beelden
10 jaar 10 jaar 10 jaar
Automatiseringcentraal systeem
Overig
Afschrijvingstermijnen materiële vaste activa met maatschappelijk nut Grond-, weg-, en waterbouwkundi ge werken Openbare ruimte Wegen
Componenten
Afschrijvingstermijn en
Reconstructie openbare ruimte (integraal project) Slijtlagen wegen (asfalt) Slijtlagen wegen (beton) Reconstructies/nieuwe aanleg wegen en fietspaden (asfalt, beton en elementen) Reconstructies/nieuwe aanleg wegen en fietspaden (halfverhardingen) Civiele kunstwerken (houten bruggen) Civiele kunstwerken (bruggen, duikers, viaducten, tunnels: beton) Civiele kunstwerken (bruggen, duikers, viaducten, tunnels: staal) Civiele kunstwerken (bruggen, duikers, viaducten, tunnels: composiet) Openbare verlichting (masten) Openbare verlichting (armaturen) Geluidswal (grond/beton)
40 jaar 15 jaar 40 jaar 60 jaar 15 jaar 30 jaar 80 jaar 60 jaar 40 jaar 40 jaar 20 jaar 80 jaar 15
Water
Aanleg sportvelden
Speelvoorziening en Openbaar gebied groen
Geluidswal (staal) Geluidswal (hout) Verkeersborden
60 jaar 30 jaar 10 jaar
Havens/kades/waterkeringen (hout) Havens/kades/waterkeringen (overige materialen) Watergangen/waterberging/walbeschoe iing (hout) Watergangen/waterberging/walbeschoe iing (overige materialen) Aanleg/reconstructie sportvelden (gras)
20 jaar 40 jaar
Aanleg/reconstructie sportvelden (kunstgras) Speelvoorzieningen
10 jaar
Bomen
45 jaar
Heesterbeplanting en gazon Overige beplanting (o.a. vaste planten) Straatmeubilair (banken, paaltjes) Straatmeubilair (prullenbakken)
25 jaar 15 jaar 20 jaar 10 jaar
20 jaar 60 jaar 15 jaar
10 jaar
16
Bijlage 2 Toelichting begrippen Activeren: het opnemen van een investering op de balans van de gemeente als vast actief. Afschrijving: het jaarlijks verwerken van de waardevermindering van een actief in de exploitatie. Activeringsgrens: de minimale waarde die een investering moet hebben om te worden geactiveerd. Economisch nut: investeringen die bijdragen aan de mogelijkheid om middelen te genereren of die verhandelbaar zijn. Maatschappelijk nut: investeringen die niet verhandelbaar zijn en primair ten dienste staan van de publieke taak, zoals wegen en riolering. Bruto waarderingsmethode: methode waarbij reserves niet in mindering worden gebracht op de investering, maar jaarlijks vrijvallen volgens de afschrijvingstermijn. Kapitaallasten: de lasten die voortvloeien uit een investering: rente en afschrijving. Programmabegroting: de jaarlijkse begroting waarin beleidsdoelen, activiteiten en financiële kaders van de gemeente zijn opgenomen. Investeringskrediet: het door de gemeenteraad beschikbaar gestelde bedrag voor de realisatie van een investering. Hardheidsclausule: bepaling die het mogelijk maakt om in uitzonderingsgevallen af te wijken van de regels.
17