Nota Jeugdhulp DW.pdf
Tekst van het document
Eind augustus is er een infographic opgesteld worden met de resultaten van NNZ in het 1e half jaar van 2021. Daaruit blijkt dat er vanaf de start (2019) 91 maal de inhoudelijk coördinator bij een casus is ingezet. (Drenthe breed) De coördinator zorgt voor ondersteuning bij gespreksvoering, inzet van het netwerk voor medische zorg, financiën en eventueel voor de juiste follow up.
De IB-er Vroeg Erbij op het IKC ‘De IB-er Vroeg Erbij op het IKC’ is een initiatief van Wolderwijs. Dit programma is gebaseerd op ‘Vroeg Erbij’ van Yorneo. Wolderwijs werkt veelal met integrale kindcentra waar kinderopvang én onderwijs wordt geboden onder één dak (IKC’s). Wolderwijs heeft ervoor gekozen om de intern begeleiders van de basisschool bij te scholen in het herkennen van ontwikkelingsproblematiek bij het jonge kind. De intern begeleider vervult een coachende rol ten aanzien van de pedagogisch medewerkers en zorgen, waar nodig, dat er via het CJG wordt opgeschaald naar de tweede lijn. Daarnaast kan de intern begeleider het kind blijven volgen en ondersteunen op de basisschool. Wolderwijs kan Yorneo nog wel invliegen als de hulpvraag daarom vraagt. Daarnaast werkt Wolderwijs nauw samen met het CJG. VOORTGANG Er is diverse malen gesproken met de IB’ers van Wolderwijs en met de beleidsmedewerker van het IKC over de inzet van de IB’er als pedagogisch coach binnen de IKC. Zowel de kinderopvang als de IB’ers geven aan dat de ingezette koers aansluit bij de behoefte. Er wordt intensief samengewerkt met als doelstelling deskundigheidsbevordering van het personeel en zorgelijk gedag van kinderen in een doorgaande lijn te volgen en ouders en personeel te adviseren in te nemen stappen. Hierbij wordt tevens op een positieve wijze samengewerkt met het schoolmaatschappelijk werk.
Het voordeel van deze aanpak is dat gebleken is dat men ook bij verhuizingen binnen de gemeente De Wolden kinderen kan volgen en de doorgaande lijn kan voortzetten, met dezelfde professionals. De komende periode zal er antwoord moeten komen op de vraag of deze taak binnen de jeugdzorg hoort dan wel binnen het onderwijs. Moeders van De Wolden Op dit moment doen vijf moeders uit De Wolden mee aan ‘Moeders van Hoogeveen’. In de loop van 2021 maakt het Woldense bestuur de afweging of moeders uit De Wolden structureel gebruik gaan maken van dit programma. Dit project is een samenwerking tussen studenten van relevante opleidingen (bijvoorbeeld Social Work, Verpleegkunde, Sociaal Juridische Dienstverlening, Pedagogiek, enzovoort),
een casusbegeleider en een werkbegeleider. Alleen de laatste twee zijn in dienst van de SWO, de studenten lopen stage. De studenten worden intensief begeleid door de professionals. Er zijn dagelijkse briefings om de voortgang binnen de gezinnen te bewaken. Het project is in Rotterdam ontstaan vanuit de ‘1000 dagen aanpak’, doordat wetenschappelijk onderzoek uitwijst dat stressfactoren kunnen leiden tot negatieve geboorte-effecten (bijvoorbeeld vroeggeboorte). Negatieve geboorte-effecten correleren weer met negatieve resultaten, later in het leven van de baby. Het onderzoek wijst uit dat de eerste duizend dagen van een leven cruciaal zijn voor de uitkomsten later in het leven. Daarom steekt het team ‘Moeders van Hoogeveen’ in tijdens de zwangerschap van een moeder. Het team is erop gericht om de zwangerschap én de eerste 1000 dagen van een kindje zo stressvrij en veilig mogelijk te laten verlopen. Het team kan heel praktische hulp bieden, bijvoorbeeld helpen bij het inrichten van de babykamer, het maken van een budgetplan, mee naar spannende gesprekken, enzovoort, maar houdt ook zicht op het gezin. De stagiaires steken, samen met de werkbegeleider en casusbegeleider, in op drie fasen: een goede geboorte, een goede hechting en daarna het borgen van een goede zelfredzaamheid. De hulp is vrijwillig en moeders stemmen vooraf in met deelname aan Moeders van Hoogeveen.
VOORTGANG Moeders van De Wolden hebben meegelift op de initiatieven die er zijn in Hoogeveen. Zonder dat er actief geworven werd hebben zich 5 gezinnen aangemeld. In juni ’21 zijn dit nog drie actieve casussen. Daar er geen (financiële) borging voor het project was en de aanmeldingen in Hoogeveen toenamen is er besloten een verzoek in te dienen om dit project binnen De Wolden een formele status te laten krijgen met de daarbij behorende financiële ondersteuning. Op 24 juni heeft het de gemeenteraad het besluit genomen om het project Moeders van De Wolden een formele status te geven. Dit betekent dat er momenteel een vacature uitstaat voor een werkbegeleider. De inzet van stagiaires is inmiddels toereikend. Op het moment dat de randvoorwaarden zijn ingevuld zal het project actief onder de aandacht van verloskundigen, POH, Huisartsen en hulpverlening worden gebracht. Voor De Wolden kunnen we op basis van dit besluit 5 casussen extra begeleiden. (Dwz 10 actieve casussen als caseload.) 4. Elk kind heeft het recht om veilig op te groeien Training en implementatie van de meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling De meldcode Huiselijk geweld en kindermishandeling helpt professionals bij vermoedens van huiselijk geweld of kindermishandeling. Het verplichte gebruik van een meldcode staat in de Wet verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling.
De meldcode geldt onder meer voor professionals werkzaam in de sectoren maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp. Werkgevers in bovengenoemde sectoren zijn verplicht de meldcode vast te stellen en te implementeren onder hun werknemers. Binnen de SWO wordt de basistraining meldcode aan alle medewerkers met klantcontact (direct en indirect) aangeboden. Daarnaast is er een verdiepingstraining bedoeld voor zowel de aandachtsfunctionarissen als voor medewerkers die als vraagbaak fungeren voor een afdeling. Veilig Opgroeien Het team Veilig Opgroeien levert binnen het Centrum voor Jeugd en Gezin en het sociaal domein de expertise rondom veiligheid. Hierbij is het team actief binnen vrijwillig kader in gezinnen waar er zoveel zorgen zijn over veiligheid en de ontwikkeling van een kind dat er specifieke inzet nodig is om de veiligheid te waarborgen en ontwikkelingsdreiging te doen afnemen.
Beschermtafel
Bij een vastgelopen casus en ernstige zorgen over de kinderen binnen een gezin kan een beschermtafel worden georganiseerd. Bij de beschermtafel zitten ouders samen met alle betrokken hulpverleners. Het doel is een veilige(re) opgroei en opvoedtoekomst voor het kind te bewerkstelligen. De beschermtafel is vaak een laatste kans voor ouders om een onderzoek van de Raad voor de Kinderbescherming te voorkomen. VOORTGANG bovenstaande punten De training meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling is in 2020 en 2021 breed uitgerold binnen de Samenwerkingsorganisatie De Wolden Hoogeveen en heeft geleid tot meer bewustzijn over deze specifieke kwesties en veiligheid in algemene zin bij medewerkers. Daarnaast heeft de training medewerkers met direct klantcontact praktische handvatten gegeven hoe te handelen bij (vermoedens van) onveiligheid en ook zorgt de training ervoor dat de aandachtsfunctionarissen vaker door collega’s worden geconsulteerd met concrete vragen. De training wordt standaard aangeboden aan nieuwe medewerkers en daarnaast worden follow-up trainingen aangeboden. Thema’s die hierop volgen zijn onder meer oudermishandeling en aan eer gerelateerd geweld. Het team Veilig Opgroeien is een specialistisch team welke nauw samenwerkt met de welzijnsorganisaties, met Veilig Thuis Drenthe, de Raad voor de Kinderbescherming en Gecertificeerde Instellingen.
Veel aandacht van het team gaat uit naar het verder ontwikkelen van het partnerschap in de jeugdketen, het methodisch en procesmatig werken en optimale regievoering rondom complexe casuïstiek. De beschermtafel is een effectief instrument gebleken en het bewijst met regelmaat haar nut in het verbeteren van onderlinge samenwerking en het stabiliseren van onveilige thuissituaties. Een beschermtafel schept duidelijkheid en biedt houvast en structuur voor betrokkenen. Het is een standaard instrument geworden in de jeugdketen en ook de beschermtafel bewijst weer hoe belangrijk het is om tijdig met alle partijen te komen tot een plan van aanpak rondom een inwoner. Uitbreiding van de onderliggende principes van een beschermtafel worden dan ook gebruikt voor het verbeteren van de samenwerking tussen gemeente, inwoner en gecertificeerde instelling. 1G1P met een uitvoeringscoördinator CJG De Wolden Hoogeveen werkt volgens het 1Gezin1Plan1Aanspreekpunt-principe. Dat betekent dat we, mede door de brede intake, kijken naar het hele gezin en relevante leefgebieden. Als er meerdere partijen en/of hulpverleners betrokken zijn, óf er is sprake van complexe problematiek die gevolgd moet worden, kan er een uitvoeringscoördinator (uvc) ingezet worden. Dit is dan het aanspreekpunt. De uvc is ‘de rode draad’ in het proces.
De uvc blijft betrokken en haakt waar nodig anderen aan, maar schaalt waar het kan ook weer af. Daarnaast bewaakt hij of zij de voortgang en zorgt dat de betrokken partijen van elkaar weten waar ze aan werken. Daarnaast kan de uvc’er via het multidisciplinair overleg (MDO) een verwijzing aanvragen voor de tweede lijn, mocht dat voor een gezin nodig zijn. In 2021 wordt de rol van uvc geëvalueerd en waar nodig bijgesteld, aansluitend bij de ontwikkelingen in De Wolden (bijvoorbeeld de herijking van het sociaal domein). VOORTGANG We streven er te allen tijde naar dat er zo min mogelijk hulpverleners betrokken zijn bij een gezin. Soms is echter de problematiek zo uiteenlopend dat meer expertise nodig is. We kijken dan in overleg met de ouders ook naar een goede volgorde in de aanpak van de problemen. Lopende hulpverlening kan echter alleen gestopt worden als de ouders hier mee instemmen. Samen met de partners is uitgewerkt wat we verwachten binnen deze taak van uitvoeringscoördinator. UVC vindt plaats in het vrijwillig kader. Ouders kunnen dit weigeren of hierbinnen hun eigen keuzes maken. Daarnaast zijn we waakzaam dat de UVC niet de taak van de ouder overneemt. De ouder/
verzorger is en blijft zelfverantwoordelijk. Zo’n 40% van het aantal verwijzingen loopt via de gemeentelijke toegang. Daarvoor geldt in elk geval bovenstaande. Met enige regelmaat evalueren we de inzet van UVC met onze partners en scherpen we de inzet verder aan. In de komende periode gaan we bij een aantal gemeenten op werkbezoek om te kijken hoe ze daar invulling geven aan het principe 1 gezin, 1 plan, 1 regisseur. In september bezoeken wij de gemeenten Deventer, Zutphen en Almere. Mede met het oog op de doorontwikkeling Sociaal Domein is het van belang om te kijken hoe dit elders is georganiseerd. In de doorontwikkeling sociaal domein onderzoeken we de mogelijkheden om meervoudige vragen vanuit één team integraal op te pakken (denk aan jeugd, WMO, schuldhulpverlening, participatie, et cetera). Ook kijken we, oriënterend, hoe we de taak van de UVC ofwel regie het beste kunnen positioneren. Nu kan dit Welzijn De Wolden, de GGD als mede de SWO zijn. De vraag is of dit de meest effectieve vorm is. Bovendien wordt er in de doorontwikkeling gesproken over de specifieke taak van Veilig Opgroeien. Eerder erbij bij Huiselijk Geweld en Handle with Care Handle With Care is een samenwerking tussen de gemeente, de politie, het onderwijs, Veilig Thuis Drenthe en de welzijnsorganisatie(s).
Als de politie op een huiselijk geweld melding is afgegaan en er zijn kinderen aangetroffen, wordt er gevraagd op welke school betreffende kinderen zitten. De school wordt bij voorkeur voor 8:00 uur, maar in elk geval zo snel mogelijk verteld dat het kind iets heftigs heeft meegemaakt. Vanwege privacy van het gezin, wordt er verder niets gedeeld tot nader orde. Wel kan de school nu extra aandacht en zorg voor het kind hebben en signaleren wat het kind nodig heeft. Eerder Erbij bij Huiselijk Geweld hangt samen met de pilot ‘Handle with Care’. Er wordt gestart met een werkwijze om hulpverleners met de juiste expertise, eerder achter de voordeur te laten komen na een huiselijk geweld incident. VOORTGANG De projecten Eerder erbij bij Huiselijk Geweld en Handle with Care zijn enthousiast ontvangen door alle betrokken partijen. Op inhoud wordt de noodzaak onderschreven. Bij start is er wel aangegeven dat er zorgen waren over de juridische haalbaarheid van het mogen delen van persoonsinformatie. Daar waar men er op inhoud snel stappen kon maken, bleken de zorgen omtrent het delen van informatie te lijden tot een stagnatie. De politie en VTD gaven aan dat zij geen toestemming konden krijgen om de gevraagde informatie te delen. Samen met een externe privacy jurist is een onderlegger gemaakt die de informatie-uitwisseling mogelijk maakt.
De informatie die de politie vastlegt nav een incident is nodig om de hulpverlening op te starten. Inmiddels is het standpunt van politie-Nederland tav van Handle with care veranderd. De politie werkt hier niet (meer) aan mee. Dat is een landelijk standpunt en daar valt niets aan te doen. In een overleg met de politiechef basisteam Zuidwest Drenthe, operationeel expert huiselijke geweld en kindermishandeling politie, Veilig Thuis Drenthe en de beleidsadviseur jeugdhulp samenwerkingsorganisatie De Wolden-Hoogeveen is er gekeken hoe we het huidige proces van informatie verstrekken kunnen optimaliseren. Daarmee blijven we binnen de juridische kaders, maar willen we een versnelling in het proces realiseren om het eerste contact van de hulpverlening met de betrokkenen zo snel mogelijk te laten plaatsvinden. Politie en VTD gaat nu om tafel om de eerste stap in het optimalisatie proces te bespreken (informatie van politie naar VTD). Vervolgens gaan VTD en de gemeente om tafel om te bespreken hoe de informatie van VTD zo snel mogelijk naar de gemeente kan. Zoals het nu lijkt vraagt dit geen aanpassingen in de huidige werkwijze. De informatie om de hulpverlening op te starten krijg je in de toekomstige situatie sneller. Hiermee geven we structureel invulling aan de gedachte van “Eerder er bij”.
Tav “Handle with care” ligt het wat anders. De gedachte om school voor aanvang van de lesdag te informeren is niet haalbaar. Wel is het mogelijk om als hulpverlener op basis van de via VTD/gemeente ontvangen informatie een school te informeren dat er “iets” heeft plaatsgevonden. De afweging omdat te doen, in het belang van het kind, ligt bij de hulpverlener. De komende periode gaan politie, VTD en gemeente eerst aan de slag met het optimaliseren van het proces “informatie verstrekken”. 5. Betere verbinding tussen kinderopvang, onderwijs en jeugdhulp Schoolmaatschappelijk werk (ook 12+) Alle scholen in De Wolden hebben een schoolmaatschappelijk werker (SMW). De SMW’er hoort bij het CJG-netwerk, maar is in dienst van Welzijn De Wolden. Met de scholen is afgesproken dat zij zorgen rondom kinderen samen met het SMW oppakken. De SMW’er kan zelf lichte ondersteuning bieden. Als dat niet voldoende is, dan kan de SMW’er de uvc-rol op zich nemen en waar nodig andere expertises aanhaken, bijvoorbeeld Veilig Opgroeien bij zorgen rondom veiligheid. De Wolden heeft geen scholen voor voortgezet onderwijs. Daarom is er in 2019 gestart met de pilot ‘SMW 12+’. De Woldense SMW’ers zijn aangehaakt bij twee VO-scholen in Hoogeveen: RvE (als onderdeel van Eduwiek) en Wolfsbos. Woldense leerlingen met een hulpvraag worden nu door Woldense SMW’ers geholpen.
In 2021 is het belangrijk om te onderzoeken of en hoe we deze inzet verder kunnen verbreden naar, bijvoorbeeld, de scholen voor voortgezet onderwijs in Dedemsvaart en Meppel. Dit is belangrijk, omdat in de praktijk wordt gemerkt dat vooral die scholen niet voldoende zijn aangesloten op de zorgroute van gemeente De Wolden. Hierdoor wordt er soms te laat aan de bel getrokken of, in sommige gevallen, zelfs helemaal niet. Zoals in deze uitvoeringsnota aangegeven, komen we graag op tijd en zijn we graag zichtbaar op plekken waar onze jongeren komen. Een betere samenwerking zorgt voor goed afgestemde ondersteuning. Nu loopt jeugdzorg en onderwijs/opvang naast elkaar. Een betere samenwerking zorgt voor meer efficiency en effectiviteit van ieders inzet. VOORTGANG Ondanks dat het schoolmaatschappelijk werk van Welzijn De Wolden en SWW elkaar in praktijk goed weten te vinden en de samenwerking op casusnivo gestalte krijgt, is er projectmatig nog onvoldoende inhoud gegeven aan fysieke aansluiting bij de overleggen. Primair is dit ontstaan door de beperkende corona maatregelen. Nu het vooruitzicht is dat er vanaf het komende schooljaar weer meer mogelijk is en reguliere overleggen weer vorm krijgen, zal ook dit onderdeel opgepakt worden.
Naast de initiatieven richting het VO onderwijs in Hoogeveen, is er een afspraak gemaakt om ook de samenwerking met het VO in Meppel en Dedemsvaart te onderzoeken en daar waar mogelijk beter vorm te geven. Plan voor ontmoetingsplek voor jongeren Uit onderzoek van GGD (2019) blijkt dat jongeren in De Wolden relatief eenzaam zijn. De Cliëntenraad Jeugd herkent dit; er zijn niet veel plekken waar Woldense jongeren elkaar kunnen ontmoeten na schooltijd. Welzijn De Wolden, Wolderwijs en de coördinator van het CJG zouden graag onderzoeken of het mogelijk is om een ontmoetingsplaats te organiseren voor jongeren in De Wolden, waar jongeren na school samen kunnen komen om bijvoorbeeld huiswerk te maken. Mogelijk kunnen stagiaires van relevante opleidingen (PABO, Social Work) en/of vrijwilligers begeleiden bij het maken van huiswerk of het organiseren van leuke activiteiten. Huiswerkbegeleiding valt niet onder de Jeugdwet en is geen verantwoordelijkheid van de gemeente. Echter, als het budgetneutraal aangeboden kan worden én eenzaamheid onder jongeren tegen kan gaan, is dit het onderzoeken waard. In 2021 wordt dit plan verder onderzocht en aan het Woldense bestuur voorgelegd.
VOORTGANG Dit onderdeel heeft tot op heden geen doorgang kunnen krijgen als gevolg van de Corona maatregelen. Inmiddels is er wel oriënterend gesproken met oa Welzijn De Wolden. Op dit moment wordt er nog onvoldoende mogelijkheid gezien om hier actief mee bezig te gaan. De wijzigingen in het onderwijslandschap (onderwijs op afstand, extra middelen op scholen om eventuele achterstanden weg te werken en de initiatieven die hier in zijn ontstaan) maken dat er heroverwogen moet worden of er voortgang gegeven moet worden aan een dergelijk plan. Plan voor specialistische kinderopvanggroep Er is weinig ruimte of aanbod tussen gespecialiseerde dagbehandeling in de tweede lijn en reguliere kinderopvang. Kinderen die vanwege ontwikkelingsproblematiek niet goed passen binnen de reguliere opvang, zijn daardoor al gauw aangewezen op een individuele voorziening, bijvoorbeeld in de vorm van dagbehandeling. In een aantal gevallen wordt de dagbehandeling dan ingezet als vervanging van de opvang. Het is de vraag of dat wel de juiste oplossing is voor deze gezinnen. De overgang betekent dat kinderen niet langer op de eigen opvang en in eigen dorp opgevangen kunnen worden. Daarnaast betalen betreffende ouders dan niet langer voor opvang; de oplossing valt dan immers onder de Jeugdwet en daar is geen sprake van een eigen bijdrage. Daarmee is de rekening volledig voor de gemeente.
Wolderwijs en de coördinator van het CJG gaan in 2021 onderzoeken voor hoeveel kinderen dit een probleem is én of er invulling gegeven kan worden aan dat grijze gebied, door bijvoorbeeld een kinderopvanggroep te starten waar een jeugdhulp-begeleider kan optrekken met een kinderopvangleidster. Dit betekent dat deze kinderen in elk geval binnen de eigen gemeente (in dit geval: De Wolden) naar de kinderopvang kunnen én dat ouders ‘gewoon’ kinderopvang betalen (en recht houden op kinderopvangtoeslag). Dit levert ook een bijdrage aan normaliseren. VOORTGANG Dit onderwerp wordt opgepakt in een brede context. I.s.m. beleid willen we het aanbod van (kwetsbare) 2 tot 6-jarigen onder de loep nemen. Het kader daarvoor is normaliseren en transformeren, zo gewoon en zo licht als mogelijk. De opdracht hiervoor wordt binnenkort in het programma-overleg besproken. 6. Meer grip op de kosten voor jeugdhulp Begrenzing jeugdhulp Het afgelopen jaar heeft er een landelijk traject plaatsgevonden m.b.t. de reikwijdte van de Jeugdwet. Geconstateerd is dat de Jeugdwet niet verder hoeft te worden afgebakend, de huidige wet biedt voldoende mogelijkheden om tot een nadere afbakening te komen. We werken op dit moment aan een stevig fundament voor wat betreft de verordening en de beleidsregels.
Voor een deel betreft het een reparatie doordat de huidige beleidsregels tot diverse bezwaren leiden, wat aanscherping in de tekst op korte termijn noodzakelijk maakt. Verder is er ondertussen een nieuwe VNG-modelverordening. We actualiseren de huidige verordening op basis van dit model. We werken op dit moment aan een nadere afbakening d.m.v. een aantal maatregelen om de kosten terug te dringen: beperken instroom door normaliseren, verkorten doorlooptijd en bevorderen uitstroom, beter benutten WLZ. Zie ook hieronder.
Kritische gemeentelijke toegang
Een belangrijk onderdeel van onze visie is dat te veel opvoedingsvraagstukken worden geproblematiseerd en dat mede hierdoor te veel kinderen en jeugdigen met normale ontwikkelingsvraagstukken te snel professionele zorg ontvangen. Structureel meer vragen van burgers om Jeugdhulp bij de gemeentelijke toegang worden vanaf medio 2021 beantwoord en ingevuld door meer in te zetten op eigen kracht en het netwerk. Of door de inzet van voorliggende voorzieningen en de projecten gericht op het versterken van netwerken en autonomie en door het niet afgeven van een individuele voorziening. Inzet is om de zelfredzaamheid en autonomie te versterken zodat gezinnen zelf of met beperkte ondersteuning verder kunnen. Verder zal er nadrukkelijker op richtlijnbehandeling en behandelduur bij zorgaanbieders worden gestuurd. VOORTGANG Goede opvoedingsondersteuning en eventuele jeugdhulp begint met een goed gesprek tussen ouder, kind en jeugdconsulent en met een gedegen onderzoek naar wat er precies nodig is. Goed onderzoek verrichten vraagt scholing, deskundigheid en ervaring en het goed kunnen communiceren. Hierop is veel geïnvesteerd in het afgelopen jaar en het zal verder worden ontwikkeld in de komende jaren. De visie van het CJG op opvoeden is leidraad en deze zal verder worden geoperationaliseerd.
Belangrijk hierin wordt het frequenter en meerjarig monitoren van de voortgang van jongeren met een matig tot hoog risicoprofiel. Er zal gewerkt gaan worden met categorieën en daarop wordt de mate van regie op het zorgproces door de jeugdconsulent op afgestemd. Ook het tijdig op- en afschalen van zorg wordt hierin meegenomen. Dit alles betekent meer afstemming met betrokken partijen en bovenal ook heldere afspraken en verwachtingsmanagement. Knelpunt bij dit onderdeel is dat de formatieve bezetting niet meer toereikend is om dit optimaal vorm te geven. Een voorstel voor uitbreiding komt mee in de begroting. Partnerschap huisartsen versterken In aansluiting op de evaluatie van de positionering van de POH-Jeugd in de huisartsenpraktijken zal er per praktijk een analyse gemaakt worden van het aantal verwijzingen en herindicaties richting de Jeugdhulp. Deze informatie zal worden gedeeld met betrokken praktijken en onderzocht zal worden op welke manier gezamenlijk kan worden gewerkt aan het behalen van de doelstellingen van de Jeugdhulp. VOORTGANG zie ook punt 2 Huisartsen zijn poortwachters in algemene zin van de gezondheidszorg en zij zijn dus een belangrijke partner van het CJG en op het partnerschap zal blijvend worden geïnvesteerd. Naast de inzet van een POH-Jeugd functionaris in de praktijken zal ook meer data per praktijk worden gedeeld en gezamenlijk worden geanalyseerd.
Ook voor de jongeren die in huisartsenparktijken worden gezien en daar worden verwezen naar specialistische voorzieningen gaat gelden dat het monitoren van de voortgang van deze jongeren prioriteit krijgt. Vanzelfsprekend is het hierbij van belang dat zorgaanbieders tijdig en regelmatig de voortgang van een zorgtraject terugkoppelen aan betrokken partijen. Voor het monitoren zal zowel een rol voor jeugdconsulenten uit de gemeentelijke toegang als een rol voor de POH-Jeugd van de betrokken praktijk zijn weggelegd. In de nieuwe verordening/beleidsregels willen we regelen dat alle verwijzingen worden omgezet in een beschikking. We kunnen dan beter sturen op bijvoorbeeld een eindedatum en regelen dat een eventuele herindicatie via de gemeentelijke toegang gaat. Dit geeft dus meer sturing, maar ook meer werk. Een voorstel voor de benodigde formatie komt mee in de begroting. Herijking sociaal domein Vanuit beleid i.s.m. de uitvoering wordt gewerkt aan de herijking van het sociaal domein. De raad heeft ingestemd met het plan van aanpak voor deze ontwikkeling. Op dit moment zijn er diverse interactieve (online) bijeenkomsten t.b.v. dit traject om input op te halen. Dit betreft externe en interne partners. Ook zijn er bijeenkomsten met (ouders van) cliënten geweest.
VOORTGANG Het plan herijking is ondertussen vastgesteld. We nemen de uitvoering ter hand i.o.m. de projectleider. Drentse transformatieactiviteiten In Drenthe zijn extra middelen verworven van het Rijk om transformatie te bewerkstelligen. We werken aan drie thema’s in Drenthe: Kleinschalige woonvoorzieningen en het Reizend Specialistisch Team Drentse jeugdacademie om kennis te ontwikkelen en uit te wisselen Inzet Drentse zorgmakelaar (zie hieronder) VOORTGANG Er wordt geprobeerd om, in de regio, meer vaart te krijgen in het project kleinschalige woonvoorzieningen. Daarnaast wordt er gewerkt met een Reizend Specialistisch Team. Het idee van dit team is, dat de jongere niet van plek naar plek moet verhuizen als hij of zij in de residentiële jeugdzorg is opgenomen; een professioneel team om de jongere heen reist met de jongere mee en vergroot zo de kans dat een plaatsing slaagt. Deze voorziening is nodig om bijvoorbeeld de jeugdige uit de doorbraakaanpak te kunnen voorzien van een passende plek. Terugkoppeling aan bestuurders van de genoemde activiteiten vindt plaats middels de jeugdhulpregio. Daarnaast is in Drenthe een bestuurlijk transformatieakkoord afgesloten met de grootste aanbieders. Vanuit beleid vindt verder uitwerking hiervan plaats op basis van een aantal thema’s/bewegingen.
Vanuit de jeugdhulpregio Drenthe wordt gestuurd op verdere operationalisering van deze thema’s. De thema’s zijn: a. b. c. d. e. f.
Van probleemgericht naar positieve gezondheid Van stepped care naar matched care Van incidenteel samenwerken naar samen continu verbeteren Van incidenteel en individueel leren naar structureel en samen leren Van regeldruk naar waarde toevoegen Van versnippering naar samenwerking.
Voor de onderdelen a, b, e en f zijn eigenaren benoemd en zijn er activiteiten ontplooid. Verder spelen de contractmanagers een belangrijke rol in de relatie met de aanbieders. Voor onderdeel b is ingezet op een werkwijze om gezinnen die zijn vastgelopen weer constructief te ondersteunen. Betreft met name een leertraject om onze werkwijze duurzaam te verbeteren. In de loop van 2021 bekijken we of en wanneer we starten met Regie op drie, medio in relatie met de doorontwikkeling. Voor onderdeel f is een Drentse werkgroep van start gegaan m.b.t. versterken samenwerking onderwijsjeugdhulp. Wij nemen deel aan deze werkgroep. VOORTGANG Voor het onderdeel onderwijs-jeugdhulp is ondertussen de Drentse ambitie onderwijs-jeugdhulp vastgesteld. In de verdere ontwikkelingen op dit gebied willen we deze ambitie steeds terug laten komen. Ook de overeenkomst waarbinnen we de samenwerking en de doorzetting regelen past hier prima binnen. De werkgroep werkt nu aan een inventarisatie van Drentse inspirerende voorbeelden. Een aantal van deze voorbeelden worden gepresenteerd bij de Drentse Jeugdacademie. Zo kunnen we ideeën opdoen en van elkaar leren.
Drentse Zorgmakelaar Medio 2020 zijn er 2 Drentse zorgmakelaars aangesteld als onderdeel van de activiteiten in het kader van het Drents transformatieplan. De zorgmakelaars zijn aangesteld om de samenwerking tussen de gemeenten en de Gecertificeerde Instellingen (GI) te versterken. We weten uit de analyses de afgelopen jaren dat de kosten per kind bij de GI’s het hoogst zijn. De verwachting is dat een betere samenwerking ook een verlaging van de kosten teweeg kan brengen. De zorgmakelaars zijn eerst aan de slag gegaan om kennis te maken, een netwerk op te bouwen en een analyse te maken van punten die maken dat de samenwerking niet optimaal verloopt. Uit deze analyse zijn de taken van de zorgmakelaar naar voren gekomen:
Advies en bemiddeling in de uitvoering De basis op orde: verduidelijken en implementeren van de regionale werkafspraken Zorgdragen voor kennisverbreding (keten)breed Monitoren van trends en ontwikkelingen
Inzet zal daar plaatsvinden waar de samenwerking stagneert en de ketenpartners er niet gezamenlijk uitkomen. De zorgmakelaar neemt de taken niet over maar is ondersteunend aan en versterkt de betrokken (keten)partners in de processen, taken en samenwerking. Het monitoren van het effect van de inzet van de zorgmakelaar wordt door de projectgroep uitgevoerd, onder leiding van de projectleider uit Emmen. Verantwoordelijk bestuurder voor dit onderdeel is wethouder Robert Kleine. De zorgmakelaars zijn in dienst van de coördinerende gemeente Hoogeveen. VOORTGANG De opdracht van de Drentse zorgmakelaars is in november 2020 vastgesteld door het ABO waarna ze hier slagvaardig mee aan de slag zijn gegaan. Zo hebben ze trainingen geregeld voor de medewerkers van de GI op het gebied van ons inkoopbeleid. Daarmee kunnen deze medewerkers dit optimaal toepassen en de zorg zo efficiënt als mogelijk regelen. De zorgmakelaars hebben een bijdrage geleverd aan de doorbraakaanpak. Deze was opgelegd door het rijk omdat landelijk kinderen met een jeugdbeschermingsmaatregel niet snel genoeg een passend aanbod krijgen. Voor vragen, advies en bemiddeling zijn de zorgmakelaars beschikbaar voor gemeenten en voor de GI’s. Verder is een samenwerkingsprotocol opgesteld, waardoor een goede samenwerking georganiseerd kan worden en helder is wie wat doet en hoe we elkaar goed kunnen vinden.
Er wordt gewerkt aan de implementatie van dit protocol. Tot slot zijn de makelaars bezig met de organisatie van een afschaaltafel zodat bij beëindiging van een maatregel tijdig de benodigde ondersteuning voor het vervolg wordt geregeld. Toezichthouder Jeugd In januari 2020 is een toezichthouder jeugd aangesteld. Er is een plan van aanpak vastgesteld en de uitvoering hiervan is ter hand genomen. VOORTGANG De toezichthouder heeft een plan opgesteld voor toezicht op zowel ZIN- als pgb-aanbieders. Voor de controle op ZIN-aanbieders is een kader voor een materiële controle noodzakelijk. Deze is reeds aangeboden aan het college. Zodra deze is gepubliceerd kunnen materiële controles en steekproeven op ZIN-aanbieders worden gestart. Op dit moment worden de voorbereidingen getroffen om controle te doen bij ZIN-aanbieders waar de beschikking 100% verzilverd wordt. Dit kan namelijk een signaal van fraude zijn.
Voor de controle van PGB-aanbieders heeft de toezichthouder een plan opgesteld om inwoners beter te informeren over het beheer van het pgb. Door middel van een budgetplan informeren wij hen over de risico’s en verantwoordelijkheden. Tegelijkertijd beschrijft de budgethouder in dit plan hoe zij het budget van plan zijn in te gaan zetten en welke zorgaanbieder zij hiervoor willen gebruiken. Als de gemeente hiermee akkoord gaat wordt dit plan met afspraken toegevoegd aan de beschikking. De toezichthouder controleert de zorgaanbieder aan de hand van een kennismakingsdocument op de basis, expertise en kwaliteit van aanbod. Gaat de toezichthouder akkoord dan dient de budgethouder een zorgovereenkomst in, die de budgethouder controleert op alle voorgaande afspraken. Naast een preventieve controle worden ook steekproeven gedaan om te controleren of de budgetten op de afgesproken wijze worden besteed. Naast de controle op zorgaanbieders heeft de toezichthouder i.o.m. de uitvoering gekeken naar het verwijsgedrag van huisartsen, met name ten aanzien van de herindicatie. Hier heeft de toezichthouder nieuwe signalen uit gehaald die zijn toegevoegd aan het signalenbestand. Als deze signalen over een specifieke zorgaanbieder binnenkomen, kan dit aanleiding zijn voor het starten van een onderzoek.
De toezichthouder heeft vanuit haar expertise meegekeken bij het opstellen van de verordening en de beleidsregels. De planning is dat deze per januari 2022 van kracht worden.
Uitwerking aanbevelingen analyse In 2017, 2018 en 2019 hebben we een analyse opgesteld inzake kosten en gebruik jeugdhulp. Doel van deze rapportage is om meer inzicht te krijgen in de ontwikkelingen van de kosten en het gebruik. De analyse moet aanknopingspunten bieden voor het verder ontwikkelen van het beleid en de uitvoering t.a.v. jeugdhulp en het in balans brengen van de uitgaven en inkomsten op dit gebied. De aanbevelingen uit de analyse zijn door het College vastgesteld. We werken aan de uitwerking van deze aanbevelingen. Verder beraden we ons over de uitvoering van een analyse over 2020. Er lopen op dit moment al veel acties om de kosten terug te dringen. Ook is het dashboard nu beschikbaar waardoor we op onderdelen al acteren lopende het jaar. VOORTGANG De aanbevelingen zijn uitgewerkt en eerder dit jaar besproken op het PHO. Dit jaar is een analyse opgesteld door het Prestatiemanagementteam. We hebben daar meerdere gesprekken over gevoerd. Met deze bredere analyse verwachten we ook beter zicht te krijgen op hoe de aanbieders het doen in de context van alle gemeenten in Zuid. Terugkoppeling van de analyse in ZuidDrenthe komt terug via het Abo Zuid. Kosteneffectieve Jeugdhulp, beter met minder Centraal bij ons handelen en bij elk zorgtraject staat het resultaatgericht werken en kostenbewustzijn.
Ingezette interventies dienen onderbouwd te zijn, hulp wordt tussentijds geëvalueerd en het kostenaspect wordt altijd meegewogen. Uitgangspunt hierbij is de best mogelijke oplossing tegen het scherpste tarief en hierover zijn we in gesprek met klanten en aanbieders. Over dit punt is al het nodige uitgewisseld tussen de wethouder, de programmaregisseurs, de leidinggevende(n) van Jeugd en Bijzondere Zorg en de coördinator van het CJG. Uit deze overleggen blijkt dat allen hetzelfde doel hebben, namelijk gezinnen stimuleren optimaal gebruik te maken van de ingezette hulp zodat we de juiste resultaten behalen voor kinderen en gezinnen. Wel hebben verschillende partijen, verschillende ideeën over het juiste middel om dat doel te bereiken. Wat de Toegang al doet, en waar we voortdurend aan werken is steeds benadrukken dat we kijken naar wat het kind nodig heeft en niet waar men recht op heeft, dat we normaliseren, dat we vasthouden aan
onze beleidsregels en (eventueel) uitleggen dat alle jeugdhulp uit één pot betaald moet worden, wat maakt dat we (extra) goed moeten kijken hoe we jeugdhulp zo effectief mogelijk inzetten. Daarnaast zou het CJG nauwer en frequenter met gezinnen in contact kunnen blijven om te kijken of de ingezette hulp de juiste resultaten oplevert. Hier gaan we ook mee van start! Dat betekent dat we kinderen en ouders nog actiever motiveren om tóch naar behandeling te gaan als we dat hebben ingezet; we hebben immers niet voor niets deze voorziening getroffen. In 2021 kunnen we (wethouder, programmahouders, de afdeling communicatie en het CJG) samen onderzoeken welk middel het best werkt om ons gezamenlijk doel te bereiken. VOORTGANG Dit punt is een aspect bij tal van bovenbeschreven onderwerpen.
actief en betrokken 24
dewolden.nl