Nota Jeugdhulp DW.pdf
Tekst van het document
KANSRIJK OPGROEIEN IN DE WOLDEN Perspectief op jeugd (2022 – 2025)
actief en betrokken
dewolden.nl 1
VOORWOORD Kansrijk opgroeien; waar kan dat beter dan in onze mooie groene plattelandsgemeente De Wolden? We zien niet voor niets steeds meer gezinnen van (ver) buiten onze regio die zich in onze dorpen settelen. Toch geven we als gemeente jaarlijks zo’n vijf miljoen euro uit aan allerlei vormen van zorg aan onze jeugd. Hoe komt het toch dat er zoveel vraag is naar jeugdhulp? Zo’n twintig jaar geleden ontving 1 op de 27 kinderen jeugdhulp, nu is dat aantal landelijk 1 op 9. In onze gemeente is dat aantal 1 op 10 en dat zie ik graag anders. Want; leggen we de lat niet te hoog? Willen we misschien te snel ‘reparaties’ met indicaties en behandelingen in plaats van kinderen (en ouders) zelf de kans geven om hun eigen pad te volgen? Het leven is niet maakbaar en niet altijd gemakkelijk. En we zijn en denken ook niet allemaal hetzelfde. Dat maakt ons uniek. Wat we wel allemaal gemeen hebben, is dat we gezien, gehoord en af en toe gesteund willen worden. In dit beleidsplan kunt u lezen dat we vanuit de gemeente in een heel breed netwerk meer gaan inzetten op preventie, samenwerking met scholen, kinderopvang en huisartsen en inzetten van nieuwe zorgvormen dichtbij,
2
bijvoorbeeld Buurtgezinnen, een zelfstandig begeleid wonen-huis en thuiscoaches. Het kansrijk laten opgroeien van onze jeugd is een verantwoordelijkheid van ons allemaal. Dat begint al bij een goede start na de geboorte en loopt door tot het volwassen leven. We hebben dus werk te doen op heel veel terreinen: thuissituatie, gezondheid, school, veiligheid, sport etc. Als moeder van kinderen in de basisschoolleeftijd knijp ik mijn handen dicht hoe zij in een dorpsgemeenschap gezien en gekend worden en daar ook alle kansen krijgen om gezond en positief op te groeien. En dat gun ik alle kinderen en hun ouders/verzorgers in onze prachtige gemeente!
Hilda Mulder Wethouder (o.a.) Jeugd en Onderwijs gemeente De Wolden
INHOUDSOPGAVE Voorwoord - Geschreven door wethouder Hilda Mulder 1.
Inleiding en leeswijzer 4
2. 2.1 2.2 2.3 2.3 2.4 2.5 2.6
Huidige situatie 5 Cijfers 5 Duiding 6 Kaders 6 Landelijk toenemend gebruik van jeugdhulp 6 Herijking sociaal domein De Wolden 8 Evaluatie uitvoeringsnota jeugdhulp 2021 8 Uitvoeringsplan jeugd 11
3. 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6
Woldense jeugd en de toekomst 12 Het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) 12 Visie en missie 15 Ambities en doelen 16 Prioriteiten 16 Integraliteit en samenhang in het sociaal domein 18 Positieve gezondheid 19
4. 4.1 4.2 4.3
Geen kostenbesparing zonder inhoudelijke transformatie 20 Versterken voorliggend veld 20 Budgetplafonds, contractmanagement en strategisch partnerschap 21 Financiële ambitie 21
5.
Uitvoeringsplan jeugd 22
6. 6.1 6.2
Prestatie indicatoren 23 Monitor 23 De stem van de inwoner 24
7.
Bronnen 25
Bijlagen: Uitvoeringsplan Jeugd; Voortgangsrapportage uitvoeringsnota jeugdhulp 2022
3
1. INLEIDING EN LEESWIJZER Het doel van de Jeugdwet (2015) is om de zorg voor jeugdigen sneller, beter en tegen minder kosten te realiseren door het dichter bij inwoners te organiseren. Daarmee kregen de gemeenten de verantwoordelijkheid voor preventie én alle jeugdhulp, van licht tot zwaar. We constateren dat, ondanks deze enorme opgave, continuïteit van zorg en ondersteuning in de afgelopen jaren is gerealiseerd. Inwoners en organisaties weten ons bij vragen over opvoeden en opgroeien te vinden. Tegelijkertijd zien we dat het aantal jeugdigen met een vorm van jeugdhulp niet afneemt. De relatief hoge vraag naar voorzieningen, de wijze waarop tegemoet wordt gekomen aan de vraag en onvoldoende middelen van het Rijk zorgen voor financiële spanning. Daarnaast is de wereld van de jeugdhulp continu in beweging. De tegenstrijdige jurisprudentie volgt elkaar in vlug tempo op en ook het nieuwe regeerakkoord (2021) vraagt weer iets van gemeenten op het gebied van jeugdhulp. De urgentie is groot om, als gemeente, kritisch te (blijven) kijken naar de inrichting van de jeugdhulpwereld. Wat vinden wij jeugdhulp en wat zijn normale opvoedings- en onderwijsvraagstukken? In de kadernota ‘Sociaal Domein duurzaam in balans’ wordt richting gegeven aan de visie op het sociaal domein.
Deze visie is gericht op (het vergroten van de) zelfredzaamheid, maar met hulp voor die inwoners die het niet op eigen kracht kunnen. Daarmee komt de focus voor het beleid op jeugd veel meer te liggen op de maatschappelijke verantwoordelijkheid voor opvoeden, opgroeien en ontwikkelen en op het versterken van het pedagogisch klimaat en preventie. Dat vraagt om een omslag in denken en doen. We streven ernaar dat alle kinderen gezond, veilig, kansrijk en vooral gelukkig opgroeien. Dat is de basis voor de voorliggende nota Jeugdhulp (2022 – 2025). We beginnen deze nota met uitleg over de huidige situatie in De Wolden. Daarna gaan we in op de toekomst; hoe zien we dit voor ons voor de Woldense jeugd? Vervolgens besteden we aandacht aan de transformatieopdracht waar de Nederlandse gemeenten, dus ook De Wolden, voor staan de komende jaren. In het uitvoeringsplan jeugd staat concreet uitgewerkt hoe we deze transformatieopdracht vormgeven. Afsluitend beschrijven we hoe we de resultaten de komende jaren gaan monitoren en rapporteren. We wensen u veel leesplezier!
4
2. HUIDIGE SITUATIE 2.1 CIJFERS In 2020 wonen er 4.743 kinderen en jongeren van 0 tot 18 jaar in De Wolden. Er wonen dan ook 1.405 adolescenten, van 18 tot 23, in De Wolden. Met veel van deze kinderen, jongeren en adolescenten gaat het goed. Dit blijkt uit data van het Centrale Bureau voor Statistiek (CBS), zoals weergeven in onderstaand tabel: % De Wolden
% Nederland
Jaar
Bevolking 0-18
19
21,7
2020
Kinderen met jeugdhulp 0-18
9,4
10,3
2020
Kinderen in éénoudergezinnen
4,9
7,4
2020
Kinderen in uitkeringsgezinnen
3
6
2020
Jeugdhulp met verblijf
6,9
8,6
2020
Kinderen met een jeugdbeschermingsmaatregel
3,9
8,3
2020
Jongeren met een jeugdreclasseringsmaatregel
0
1,4
2020
Absoluut schoolverzuim
0
1,9
2020
Kinderen met een leerachterstand
8,4
12,6
2020
Tienermoeders
0,37
0,39
2020
Voortijdige schoolverlaters
1,1
1,7
2020
Werkloze jongeren
1
2
2020
Huishoudens met schulden
4,4
7,9
2020
Geboortesterfte (vanaf 24 weken zwangerschap)
0,75
0,45
2020
Bron: www.waarstaatjegemeente.nl Sociaal economische status
Bron: SCP - Sociaal economische status
5
Sociaaleconomische status in vergelijking met Nederland
Aantal voorzieningen per verwijzer (2021 in vergelijking met 2020, peildatum 30 december 2021) 2.2 DUIDING Uit bovenstaande tabellen en figuren wordt zichtbaar dat het relatief goed gaat met onze Woldense jeugd. Op veel gebieden laat De Wolden een mooier gemiddeld cijfer zien, dan het gemiddelde in Nederland. Wel zien we dat de sociaaleconomische status in De Wolden vergeleken met Nederland relatief laag is. Daarnaast valt op dat het geboortesterftecijfer relatief hoog is in De Wolden. Het geboortesterftecijfer is niet makkelijk te duiden of te verklaren, dit moet de komende periode nader onderzocht worden in samenwerking met GGD en medische specialisten. De cijfers laten ook zien dat het aantal verwijzingen bij de meeste verwijzers naar jeugdhulp afnemen ten opzichte van vorig jaar. Dit laat voorzichtig zien dat de stappen die we gezet hebben om de grip op jeugdhulp te vergroten, in partnerschap met de andere verwijzers, een positief effect hebben. Denk hierbij aan inzet van de zorgmakelaar voor de gecertificeerde instellingen en de inzet van praktijkondersteuners jeugd voor de huisartsen. Partnerschap met de andere verwijzers loont; we slaan de handen ineen om te zorgen dat alleen nog kinderen in de tweede lijn terechtkomen, die daar écht thuishoren. Daarnaast valt het op dat de huisarts de grootste verwijzer is in De Wolden.
Toch heeft de gemeentelijke toegang de hoogste kosten voor jeugdhulp. Dat is verklaarbaar als we kijken naar de vormen (of modules) van jeugdhulp waar elke verwijzer vooral naar verwijst. De huisartsen verwijzen vooral naar GGZ-zorg op interventieniveau 5, 6 en – incidenteel – 7 of naar de lichtere vormen van begeleiding. De gemeentelijke toegang verwijst echter naar álle vormen van jeugdhulp en voor alle doelgroepen binnen de jeugdhulp; van lichte begeleiding tot langdurige en zware jeugdhulp met verblijf, specialistische dagbesteding, GGZ-zorg, traumabehandeling, intensieve gezinsbehandelingstrajecten (al dan niet met verblijf) en, niet te vergeten, de persoonsgebonden budgetten. Vanzelfsprekend is zwaardere, langdurige zorg per kind duurder, dan lichte, kortdurende zorg. Het is van belang deze nuance te kennen bij het duiden van de cijfers. 2.3 KADERS 1. Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind Op 20 november 1989 namen de Verenigde Naties het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind aan. In dit Kinderrechtenverdrag staan 54 artikelen met afspraken over de rechten van kinderen en jongeren tot 18 jaar. Bijna alle landen in de wereld hebben het Kinderrechtenverdrag ondertekend. Nederland ook, sinds 1995. Na ratificering van het verdrag moet een land zich aan het verdrag houden.
Een land moet er dan voor zorgen dat alle wetten en regels zo worden aangepast dat zij voldoen aan de eisen die het verdrag stelt. Vanzelfsprekend heeft ook de Jeugdwet rekening gehouden met dit Kinderrechtenverdrag. 6
2. De Jeugdwet Gemeenten zijn sinds 2015 verantwoordelijk voor jeugdhulp, van preventie tot jeugdbescherming en van lichte, laagdrempelige hulp tot residentiële jeugdzorg. De Jeugdwet is geen ‘zwart-wit’ wet. Een aantal jaren na de transitie werd zichtbaar dat gemeenten door heel Nederland worstelden met deze reikwijdte: hoe baken je deze wet nu gedegen af? De VNG heeft in 2020 de kaders van de Jeugdwet onderzocht, naar aanleiding van de vraag van gemeenten; hoe kaderen we de toeleiding tot jeugdhulp, nu de vraag groeit en de tekorten toenemen? De conclusie van dit onderzoek was dat de oplossing niet zit in een strakker kader, maar juist in ‘doen wat nodig is’. Dat betekent dat er wordt gekeken wat jeugdigen en gezinnen nodig hebben om tot een oplossing te komen en wordt losgelaten waar men ‘recht’ op denkt te hebben. Gemeenten hebben relatief veel beleidsvrijheid. Deze nota, maar ook de verordening en de beleidsregels voor jeugdhulp, sluiten aan op ‘doen wat nodig is’. 3. Doelgroepen Deze nota jeugdhulp is voor alle jeugdigen in De Wolden, ook voor relatief kleine groepen, bijvoorbeeld jeugdigen die hoog specialistische zorg nodig hebben. Denk hierbij ook aan kinderen met een ernstig meervoudige handicap of een korte levensverwachting.
Gemeente De Wolden gaat waar nodig uit van maatwerk en kan naast expertise van het gezin zelf, ook expertise van derden betrekken bij het maken van een geschikt plan. 4. De verwijzers In de Jeugdwet is vastgelegd dat de gemeente zelf, alsook huisartsen, jeugdartsen, medisch specialisten, rechters en de gecertificeerde instellingen de wettelijke verwijzers zijn naar de jeugdhulp. De gemeente kan de verwijzing van een wettelijk verwijzer formeel niet tegen houden. Wel stelt de Jeugdwet dat de gemeente afspraken dient te maken met de overige verwijzers in diens gemeente. De overige verwijzers dienen mee te werken aan het maken van deze afspraken. Gemeente De Wolden investeert op het partnerschap met de overige verwijzers, bijvoorbeeld door inzet van de zorgmakelaars voor de gecertificeerde instellingen en de inzet van de POH-jeugd bij enkele huisartsenpraktijken. Daarnaast hebben de huisartsen één contactpersoon voor de gemeente aangewezen. Met deze huisarts is een paar keer per jaar overleg. Het partnerschap is niet vanzelfsprekend; het is van belang om te blijven investeren in een goede samenwerking met elkaar. 5.
De transformatieopdracht Het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) heeft in 2015 enkele transformatiedoelen vastgesteld: - Preventie en uitgaan van eigen verantwoordelijkheid en eigen mogelijkheden van jongeren en hun ouders, met inzet van hun sociale netwerk. - De-medicaliseren, ontzorgen en normaliseren door onder meer het opvoedkundig klimaat te versterken in gezinnen, wijken, scholen en in voorzieningen als kinderopvang en peuterspeelzalen. - Eerder de juiste hulp op maat bieden om dure gespecialiseerde hulp te verminderen. - Integrale hulp aan gezinnen volgens het uitgangspunt ‘één gezin, één plan, één regisseur’. Door ontschotting van budgetten ontstaan meer mogelijkheden voor betere samenwerking en innovaties in hulp aan jongeren.
Voorbeeldcasus: hoe brengen we de transformatie in praktijk? Dina is een meisje van twee jaar en zes maanden. Ze woont met haar ouders en oudere broers Thijs (vijf jaar) en Maarten (acht jaar) in Ruinen. Dina heeft een taal- en spraakachterstand. Dit is al vroeg gesignaleerd door de jeugdverpleegkundige van GGD Drenthe, werkzaam bij het consultatiebureau. Dina gaat drie dagdelen per week naar het Medisch Orthopedagogisch Centrum (MOC) in Hoogeveen. Deze specialistische vorm van jeugdhulp wordt nu ingezet, al vroeg in het leven van Dina, om haar de mogelijkheid te bieden door te stromen naar het regulier basisonderwijs. Voor het vervoer naar het MOC, hebben de ouders van Dina binnen het eigen netwerk een oplossing gevonden. Opa brengt en haalt Dina twee dagen, moeder kan het de derde dag doen. Het is fijn dat, dit is gelukt op eigen kracht. Voor Dina is het fijn dat bekenden haar brengen en halen. Ouders ervaren de zorg voor Dina, Thijs en Maarten als zwaar. Thijs en Maarten vragen, net als Dina, elk op hun eigen manier een specifieke aanpak van ouders. Ouders merken dat er weinig tijd is om op te laden, waardoor ze vaak niet de geduldige, consequente en energieke ouders kunnen zijn die ze zouden willen zijn. In overleg met het Centrum voor Jeugd en Gezin wordt er daarom een Buurtgezin aangehaakt bij het gezin.
Dit is een steungezin dat vrijwillig vraaggezinnen, met een hulpvraag, bijstaat. De kinderen gaan eens per week uit school naar het Buurtgezin, waar ze ook blijven eten. Ouders nemen die dag om op te laden.”
7
2.4 LANDELIJK TOENEMEND GEBRUIK VAN JEUGDHULP Landelijk zien we het gebruik van jeugdhulp gestaag toenemen de afgelopen jaren. Dit constateert ook het Nederlands Jeugd instituut (NJi) in 2020. Het NJi heeft samen met de VNG een aantal oorzaken gevonden voor dit toenemend gebruik van jeugdhulp. 1. Ontwikkelingen in het opgroeien en opvoeden van kinderen Het aantal echtscheidingen, prestatiedruk en problematisch social mediagebruik neemt toe. Daarnaast ligt de lat voor veel jeugdigen en diens gezinnen hoog. Dit maakt dat ‘normale’ opvoedvragen nu sneller dan vroeger worden aangeduid als ‘een probleem van betreffend gezin’ waarvoor een verwijzing nodig is, in plaats van een normaal obstakel in de opvoeding waar veel ouders vroeg of laat tegen aan lopen. 2. Het nieuwe stelsel De Jeugdwet is geen ‘zwart-wit’ wet. De wet laat veel ruimte voor interpretatie. Dit heeft als voordeel dat jeugdhulpverleners (en verwijzers) veel professionele ruimte hebben om maatwerk te leveren. De andere kant is, dat de wet zo open en breed is, dat lastig te bepalen is wie of wat er onder deze wet valt. Daarnaast staan gemeenten voor de transformatie-uitdaging. Een complicerende factor is dat de gemeente niet de enige verwijzer is; ook huisartsen, medisch specialisten, gecertificeerde instellingen en de rechtbank mogen naar tweedelijns jeugdhulp verwijzen.
Dit betekent dat de regie op de toeleiding naar jeugdhulp versnipperd is. Ook vraagt de transformatie veel investering in de pedagogische kwaliteit van de leefomgeving en in preventie. 3. De hoge verwachtingen over jeugdhulp (hoewel de effecten niet altijd meetbaar zijn) Professionals lijken vaak te kiezen voor de inzet van zorg met in het achterhoofd ‘better safe than sorry’. Echter, bewijs of de inzet van zorg ook effect heeft op welzijn en veiligheid en actieve monitoring daarop, is beperkt. 4. Onvoldoende integrale samenwerking in het sociaal domein In veel gevallen ligt de oorzaak van problemen niet bij het kind, maar bij de opvoeders en de omgeving. Denk hierbij aan echtscheiding, intergenerationele problematiek, schulden, armoede, verslaving of huiselijk geweld. Deze factoren leiden tot stress. Het kind laat vervolgens reactief gedrag zien; het gaat dan vaak om een ‘gezonde’ reactie van het kind op een ‘ongezonde’ situatie. Bovendien wijst wetenschappelijk onderzoek uit dat chronische stress zeer schadelijk is, vooral (maar niet alleen) voor kinderen in ontwikkeling. Chronische stress kan impact hebben op de hersenontwikkeling, de emotie-regulatie en het gedrag van kinderen. Dat vraagt om een brede benadering en integrale aanpak in het sociaal domein.
Dat gaat overigens verder dan het ‘gemeentelijk’ sociaal domein; ook een samenwerking met de buurt, Woldenspecifiek met bijvoorbeeld het ketenbeleid en natuurlijk samenhang met sport horen daarbij. Een recent landelijk onderzoek van AEF geeft bovendien aan dat de instroom van jeugdigen niet toeneemt, maar dat vooral de uitstroom niet bevorderd. 2.5 HERIJKING SOCIAAL DOMEIN DE WOLDEN De gemeenteraad van De Wolden heeft de Kadernota Sociaal Domein ‘Duurzaam in Balans’ vastgesteld. Deze kadernota dient, sociaal domein breed, als een paraplu waar ook deze nota jeugdhulp onder valt. De visie zoals vastgesteld in de kadernota op de inrichting van het sociaal domein bestaat uit een aantal uitgangspunten. Wij willen dat onze inwoners: • zich zo gezond, positief en veilig mogelijk ontwikkelen; • meedoen in onze (lokale) samenleving; • zo lang mogelijk in hun leefomgeving blijven; • zo goed mogelijk sociaal en financieel zelfredzaam zijn. In de eerste plaats gaan we uit van zelfredzaamheid en eigen verantwoordelijkheid. Onze inwoners zijn primair zelf verantwoordelijk voor hun gezondheid, hun gezin, hun ontwikkeling, meedoen in de samenleving en het zo lang mogelijk in hun woningomgeving kunnen blijven. Daarbij vinden we ‘een beroep doen op de naaste omgeving’, of ‘Woldens noaberschap’, vanzelfsprekend. Inwoners die (nog) niet (optimaal) zelfredzaam zijn, ondersteunen we.
Daarbij is het uitgangspunt dat we ondersteuningsvragen van onze inwoners zo vroeg mogelijk in beeld willen krijgen of nog liever, willen voorkomen.
8
2.6 EVALUATIE UITVOERINGSNOTA JEUGDHULP 2021 In 2021 is de uitvoeringsnota jeugdhulp vastgesteld. Deze uitvoeringsnota geeft weer hoe er uitvoering wordt gegeven aan een aantal thema’s. De uitvoeringsnota is op deze thema’s geëvalueerd. Dit heeft in september van 2021 een voortgangrapportage opgeleverd. Deze is opgenomen in de bijlagen. Samengevat heeft de evaluatie de volgende resultaten opgeleverd: 1. Vergroten eigen kracht en probleemoplossend vermogen • De (vernieuwde) visie en missie van het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) zijn vastgesteld, wat leidt tot een gezamenlijke benaderingswijze van gezinnen. In deze visie en missie is onder andere meer aandacht voor de inzet van en samenwerking met het sociaal netwerk van (kwetsbare) jeugdigen en gezinnen; • Tijdens huisbezoeken om een verwijzing af te geven of juist te evalueren, is specifiek aandacht voor de motivatie van de jeugdige en het gezin. Als er zorgen zijn over deze motivatie, kunnen er voorwaarden gesteld worden, bijvoorbeeld over de duur van de verwijzing en de frequentie van evaluaties. Immers, jeugdhulp is een investering in kinderen en gezinnen. Om deze investering te doen slagen, is commitment nodig van alle betrokken partijen. De afspraken hierover komen terug in de beschikking die het college afgeeft; • Er wordt vooraf beter nagedacht en gesproken over de looptijd van de verwijzing.
Dit kan leiden tot kortere, maar ook juist tot langere indicaties. Hier wordt onder andere rekening gehouden met de gemiddelde behandelduur. De verordening en beleidsregels jeugdhulp 2022 geven hier ook betere kaders voor; • De pilot ‘jongvolwassenen (16 tot 27 jaar)’ is in ontwikkeling. Het doel is om vroegtijdig multidisciplinair te werken bij deze specifieke doelgroep binnen het sociaal domein. De resultaten zijn bemoedigend, de samenwerking leidt namelijk tot een meer samenhangende aanpak, een verbeterde regiefunctie en het lijkt te leiden tot verkorte doorlooptijden. Van belang wordt om de uitkomsten te vergelijken met de andere ontwikkelingen binnen het sociaal domein die gericht zijn op multidisciplinaire samenwerking en integrale aanpak. Uiteindelijk moet het leiden tot een meer uniforme en gestandaardiseerde werkwijze. Verder is de pilot PrOWIJZ van start gegaan. PrOWIJZ staat voor project met de O van Onderwijs, Werk, Inkomen, Jeugd en Zorg (Wmo). Voor de ambtenaren in het sociaal domein staat dit project en deze groep bekend om het integraal werken. Het doel van PrOWIJZ is om met elkaar te onderzoeken hoe er binnen het sociaal domein effectief en efficiënt samengewerkt kan worden, hoe we kunnen ontschotten, met name als er sprake is van meervoudige problematiek.
We haken hierbij aan op de herijking van het sociaal domein, de omgekeerde toets, stress sensitief werken en de AVG-trainingen. Daarnaast wordt aangehaakt op het bestaande sociale team in De Wolden. 2. Normaliseren en aansluiten bij de leefwereld van gezinnen (zo licht en kortdurend mogelijk zo lang en zwaar als nodig is) • De inzet van de praktijkondersteuner jeugd (POH-jeugd) is in 2021 geëvalueerd met de huisartsenpraktijken en de POH’ers. Er is een gemeentelijke POH’er ingezet bij de praktijk in Ruinen en Ruinerwold. In Zuidwolde wordt ook gewerkt met een POH-jeugd, maar deze POH’er is niet in dienst van de gemeente. Huisartsen en de POH’ers zijn beide tevreden over de inzet. Een aandachtspunt is het ontbreken van een evaluatie, of terugkoppeling, van aanbieders aan de huisartsen en de POH-Jeugd na verwijzing van een inwoner. Het is daardoor niet altijd duidelijk welke effecten ingezette hulp heeft gehad. In de nieuwe verordening en beleidsregels jeugdhulp 2022 is daarom vastgelegd dat de gemeentelijke toegang daar een grotere rol in gaat spelen, bijvoorbeeld door herindicaties veelal via deze route te laten lopen. De gemeentelijke toegang kan dan de gebruikelijke route bewandelen, wat betekent dat er een gedegen evaluatie moet plaatsvinden, alvorens de inzet van zorg verlengd wordt.
Daarnaast zullen concrete stappen gezet worden in het delen van data (spiegelinformatie), bijvoorbeeld het aantal verwijzingen per praktijk. Dat zorgt voor concretere gesprekken met de huisartsen; waar moeten we samen aan werken? Verder is het van belang om de inzet waar mogelijk uit te breiden in De Wolden bij praktijken die dit willen. Zichtbaar wordt dat het aantal verwijzingen via de huisartsen voorzichtig beginnen af te nemen. Hetzelfde geldt voor de verwijzingen van de gemeentelijke toegang. Dat is een goede ontwikkeling. Het laat zien dat partnerschap loont; de gemeente slaat de handen ineen met de andere verwijzers om er samen voor te zorgen dat alleen kinderen die écht in de tweede lijn horen, daar terecht komen. Uitbreiding van de POH’ers is wenselijk, zodat we deze resultaten verder kunnen vergroten; • In januari van 2021 is stichting Buurtgezinnen van start gegaan in gemeente De Wolden. In De Wolden zijn er in het tweede kwartaal vier vraaggezinnen en zes steungezinnen aangemeld. De vraaggezinnen zijn allen bekend binnen de jeugdhulpverlening. De vraaggezinnen geven aan dat zij door de laagdrempelige inzet van het Buurtgezin voelen dat de draagkracht en draaglast meer in balans is. Gemeente De Wolden ging, in eerste instantie, uit van vijf koppelingen per jaar. Omdat het project een succes blijkt, is het project uitgebreid met de mogelijkheid voor nog eens vijf 9
koppelingen. • Er is doorlopend aandacht voor de stem van de inwoner, bijvoorbeeld door maandelijks aan te sluiten bij de Cliëntenraad Jeugd. 3. We zijn graag op tijd • Het jaar 2022 staat in het teken van het evalueren van de diverse voorliggende, preventieve programma’s die gemeente De Wolden inkoopt of inzet. Denk hierbij aan ‘De IB’er vroeg erbij op het IKC’ en ‘YOOP’ en ‘Vroeg Erbij’ van Yorneo. De evaluaties worden één tot twee keer per jaar gedaan door het CJG. De betrokken partijen worden uitgenodigd bij deze evaluaties, bijvoorbeeld de kinderopvangorganisaties, GGD en Welzijn De Wolden. Uit evaluaties blijkt dat alle ingezette programma’s in meer of mindere mate positieve effecten laten zien. Dat is positief, maar vooralsnog wordt ook onderzocht of deze positieve effecten voldoende zijn om door te gaan met de programma’s. 4. Elk kind heeft het recht om veilig op te groeien • In 2021 is de regiovisie ‘Geweld hoort nergens thuis’ in De Wolden vastgesteld. In 2022 gaat gemeente De Wolden uitvoering geven aan deze visie, waarbij specifiek wordt gekeken hoe deze visie een aanvulling kan zijn op hetgeen er al is opgebouwd op het gebied van (kind)veiligheid. • Om te onderzoeken op welke onderdelen gemeente De Wolden nog kan ontwikkelen, wordt er in 2022 een zelfscan gedaan.
Deze zelfscan kan input opleveren waar gemeente De Wolden zich kan verbeteren; • Gemeente De Wolden werkt met de meldcode voor Huiselijk Geweld en Kindermishandeling. Deze meldcode gaat over alle vormen van huiselijk geweld, dus heeft onder andere betrekking op partnergeweld (en kinderen die hier getuige van zijn), oudermishandeling- en uitbuiting, mensenhandel en verwaarlozing. Alle ambtenaren met klantcontact worden daarom getraind. Voor 2022 is het een aandachtspunt om nog meer uit te stralen dat de meldcode van het hele sociaal domein is; samen hebben we een signaleringsrol als het gaat om onze (kwetsbare) inwoners, van -9 maanden tot 100 jaar. • Behalve interne aandacht voor de meldcode, stralen we dit ook uit naar onze partners. De meldcode wordt ook gehanteerd bij, bijvoorbeeld, onze welzijnsorganisatie en de jeugdgezondheidszorg. Daarnaast werkt het CJG, maar ook RMC, met de Drentse Verwijsindex. De Drentse Verwijsindex (DVi) is een digitaal hulpmiddel voor professionals om hun betrokkenheid bij een jeugdige kenbaar te maken. Doen twee of meer professionals dit voor dezelfde jeugdige, dan ontstaat er een match. De professionals weten zo sneller of de jeugdige ook bekend is bij zijn of haar collega ́s. In de Verwijsindex staat alleen benoemd wie er betrokken zijn. Er staat geen inhoudelijke informatie in de DVi.
De DVi draagt bij aan snellere afstemming tussen professionals, zodat jeugdigen betere hulpverlening krijgen; • Als er sprake is van een bedreigde ontwikkeling en/of er zijn zorgen over de veiligheid van het kind en de al ingezette hulp en/of het inzetten van hulp alleen zal onvoldoende zijn om de zorgen over de veiligheid te kunnen wegnemen, dan is het nodig dat er wordt overgegaan tot het erbij halen van gespecialiseerde ondersteuning in het vrijwillig kader. Binnen het CJG van de samenwerkingsorganisatie De Wolden-Hoogeveen kan dan “Veilig Opgroeien” als gespecialiseerde ondersteuning erbij gehaald worden. 5. Betere samenhang tussen jeugdhulp, onderwijs en kinderopvang • Op 24 juni 2021 heeft de gemeenteraad ingestemd met het voortzetten van schoolmaatschappelijk werk voor jongeren boven de 12 jaar in De Wolden. De verbinding met de Hoogeveense scholen is goed. Er wordt nu gekeken hoe de verbinding met Meppel en Dedemsvaart verbeterd kan worden, zodat Woldense jongeren beter in beeld blijven van de eigen welzijnsorganisatie, bijvoorbeeld door school maatschappelijk werkers van De Wolden aan te haken bij deze scholen; • De plannen voor een ontmoetingsplaats voor jongeren, alsook het ontwikkelen van gespecialiseerde kinderopvang, zijn als gevolg van de coronacrisis aangehouden.
Voor kinderopvang plus is inmiddels een werkgroep gevormd, met kinderopvang, het speciaal onderwijs, beleid en uitvoering gezamenlijk aan tafel. In 2022 krijgen deze plannen verder vorm; • Een ambtelijke werkgroep heeft het initiatief genomen om een uitvoeringsplan jeugdhulp en onderwijs te maken. De contouren voor deze agenda staan al. In 2022 wordt deze agenda, in samenspraak met het onderwijs, meer gevuld. 6. Meer grip op de inzet van jeugdhulp en de kosten daarvan • Jeugdigen, jongeren en gezinnen in een matig tot hoog risicoprofiel worden frequenter en meerjarig gemonitord. Er gaat gewerkt worden met categorieën en daarop wordt de mate van regie op het zorgproces door de jeugdconsulent afgestemd. Ook het tijdig op- en afschalen van zorg wordt hierin meegenomen; • In aansluiting op de evaluatie van de positionering van de POH-Jeugd in de huisartsenpraktijken zal er per praktijk een 10
analyse gemaakt worden van het aantal verwijzingen naar en herindicaties voor jeugdhulp. • In de nieuwe verordening en beleidsregels Jeugdhulp 2022 wordt vastgesteld dat alle verwijzingen door derden (met uitzondering van de gecertificeerde instellingen) door de gemeentelijke toegang worden omgezet in een beschikking. Dit zorgt ervoor dat de gemeentelijke toegang meer richting kan meegeven als het gaat om een passende zorgaanbieder of een passende eindtijd. Daarnaast zorgt dit ervoor dat er intensiever wordt overlegd tussen andere verwijzers, zoals de huisartsen en de gemeentelijke toegang. • Er is in Drenthe een bestuurlijk transformatieakkoord afgesloten met de grootste aanbieders. De Jeugdhulpregio Drenthe stuurt op verdere operationalisering van deze thema’s. De thema’s zijn: a. Van probleemgericht naar positieve gezondheid b. Van stepped care naar matched care1 c. Van incidenteel samenwerken naar samen continu verbeteren d. Van incidenteel en individueel leren naar structureel en samen leren e. Van regeldruk naar waarde toevoegen f. Van versnippering naar samenwerking. • Voor het onderdeel onderwijs-jeugdhulp is de Drentse ambitie onderwijs-jeugdhulp vastgesteld. Deze ambitie zal steeds terugkomen als verdere ontwikkelingen ontplooid worden. Vanuit deze werkgroep is ook een overzicht gemaakt van voorbeelden onderwijs-jeugdhulp, ter inspiratie en om van elkaar te leren.
• Medio 2020 zijn er twee Drentse zorgmakelaars aangesteld als onderdeel van de activiteiten in het kader van het Drents transformatieplan. De zorgmakelaars zijn aangesteld om de samenwerking tussen de gemeenten en de Gecertificeerde Instellingen (GI) te versterken. De opdracht aan de Drentse zorgmakelaars is in november 2020 vastgesteld door het Algemeen Bestuurlijk Overleg (ABO). De zorgmakelaars zijn hier slagvaardig mee aan de slag gegaan. Zo hebben ze trainingen geregeld voor de medewerkers van de gecertificeerde instellingen op het gebied van ons inkoopbeleid. Daarmee kunnen deze medewerkers dit optimaal toepassen en de zorg zo efficiënt mogelijk inzetten. Daarnaast hebben de zorgmakelaars een bijdrage geleverd aan de doorbraakaanpak en het opstellen van een samenwerkingsprotocol met de gecertificeerde instellingen. • In januari 2020 is een toezichthouder jeugd aangesteld. De toezichthouder heeft een plan opgesteld voor toezicht op zowel zorg in natura (ZIN) aanbieders, als hulpverleners die worden betaald uit een persoonsgebonden budget (PGB). Jaarlijks is er een jaarverslag en een jaarplan waar de activiteiten in staan voor het volgende jaar. 2.6 UITVOERINGSPLAN JEUGD Vanaf begin 2021 is gewerkt aan een uitvoeringsplan jeugd.
Er is gekeken hoe jeugdhulp efficiënter en effectiever gemaakt kan worden, met daarmee ook meer grip op de inzet van jeugdhulp (alsook de kosten). Het uitvoeringsplan biedt een scala van activiteiten om hier aan te werken. De agenda vindt u in de bijlagen van deze nota. In hoofdstuk 5 is een korte samenvatting van dit uitvoeringsplan opgenomen.
1 Stepped care: de cliënt wordt niet zwaarder of langer behandeld dan strikt noodzakelijk. In de praktijk betekent dit dat er wordt begonnen met een lichte interventie, tot is gebleken dat dit niet voldoende is Matched care: staat voor het afstemmen van de behandeling op kenmerken van de patiënt, zoals de ernst van de problematiek, mentale en sociale vaardigheden, omgevingsfactoren en wensen en behoeften van de patiënt. 11
3. WOLDENSE JEUGD EN DE TOEKOMST Veel Woldense kinderen en gezinnen zijn zelfredzaam. Dat betekent dat ze niet tot nauwelijks een beroep doen op (voorliggende) voorzieningen. In sommige gevallen zijn er wel opvoedvragen. Gezinnen kunnen zich dan wenden tot het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) De Wolden Hoogeveen. 3.1 HET CENTRUM VOOR JEUGD EN GEZIN (CJG) DE WOLDEN HOOGEVEEN Wie vormen het CJG? Het CJG De Wolden Hoogeveen is een netwerkorganisatie en bestaat uit vier moederorganisaties, gevormd door Welzijn De Wolden, Stichting Welzijnswerk Hoogeveen, GGD Drenthe en Samenwerkingsorganisatie De Wolden Hoogeveen. De CJG-professionals die werken bij een van deze moederorganisaties zijn allemaal werkzaam met en voor jeugdigen, zoals jeugd- en gezinswerkers, gedragswetenschappers, jongerenwerkers, schoolmaatschappelijk werkers, POH-ers Jeugd en jeugdverpleegkundigen. Het CJG is er voor alle opvoed- en opgroeivragen, van licht en laagdrempelig, tot zwaardere zorgvragen waarbij specialistische hulp nodig is. Brede intake Toegang tot het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) De Wolden verloopt middels een brede intake. Alle collega’s binnen het CJG werken met een basisformulier. Dit formulier wordt ingevuld om een integraal beeld te vormen over het gezin. Niet alleen het kind staat centraal, maar ook omgevingsfactoren.
Is er steunend sociaal netwerk? Hoe groot is het probleemoplossend vermogen van het gezin in samenspraak met dit netwerk? Wat blijft er dan over waar een oplossing voor moet komen? Hebben ouders werk en inkomen? Is er sprake van een verslaving? Wat gaat er al goed? Maar ook: zijn er zorgen over de veiligheid? Dit zijn enkele voorbeeldvragen. 1Gezin1Plan1Aanspreekpunt in De Wolden CJG De Wolden Hoogeveen werkt volgens het 1Gezin1Plan1Aanspreekpunt-principe. Dat betekent dat we, mede door de brede intake, kijken naar het hele gezin en zoveel mogelijk leefgebieden. Als er meerdere partijen en/of hulpverleners betrokken zijn, óf er is sprake van complexe problematiek die gevolgd moet worden, kan er een uitvoeringscoördinator (UVC) aangesteld worden. Dit is dan het aanspreekpunt. De UVC is ‘de rode draad’ in het proces. De UVC blijft betrokken en haakt waar nodig anderen aan, maar schaalt waar het kan ook weer af. Daarnaast bewaakt hij of zij de voortgang en zorgt dat de betrokken partijen van elkaar weten waar ze aan werken. Daarnaast kan de UVC er via het multidisciplinair overleg (MDO) een verwijzing aanvragen voor de tweede lijn, mocht dat voor een gezin nodig zijn.
Contactpersonen Ouders, maar ook huisartsen, kunnen zich direct wenden tot het CJG De Wolden Hoogeveen, door te bellen met onze bureaudienst (elke werkdag bereikbaar tussen 8:30 en 17:00), te mailen of door een vraag te stellen op de website. Het is ook mogelijk dat ouders hun vraag elders stellen. Doordat onze contactpersonen op veel plekken aanwezig zijn, komt een gezin dan alsnog bij het CJG De Wolden Hoogeveen terecht (in plaats van ‘meteen’ bij de tweede lijn). Dat ziet er als volgt uit: -9 maanden t/m 4 jaar: jeugdverpleegkundigen van GGD Drenthe Voor stellen die in verwachting zijn en kinderen tot 4 jaar, zijn de jeugdverpleegkundigen van GGD Drenthe de contactpersonen. Zij zien de gezinnen immers al bij het consultatiebureau, maar kunnen ook preventief, dus tijdens de zwangerschap, al op huisbezoek en extra ondersteuning bieden. Als er zorgen zijn over kinderen in die leeftijdscategorie, doet de jeugdverpleegkundige een brede intake. De jeugdverpleegkundige kan eventueel opschalen naar een uitvoeringscoördinator van Welzijn De Wolden, als er vragen en zorgen spelen op meerdere levensgebieden of als er zorgen zijn over veiligheid. Voorbeeldcasus consultatiebureau Juun is een jongen van zes maanden oud. De ouders van Juun zijn nog maar kort uit elkaar. Juun en zijn zus, Esmee (vier jaar), wonen deels bij moeder en deels bij vader. Ze wonen in Zuidwolde.
De jeugdverpleegkundige op het consultatiebureau merkt tijdens de consulten op, dat ouders het over veel onderwerpen in de opvoeding niet eens kunnen worden. Zo wil vader niet dat Juun wordt gevaccineerd, terwijl moeder dit wel wil. Moeder wil op haar beurt 12
niet dat Juun de helft van de tijd bij vader is, zoals zijn zus Esmee, terwijl vader dat wel wil. Het lukt ouders onvoldoende om samen goed te kijken welke beslissingen te nemen in het belang van Juun en Esmee. Ze maken regelmatig ruzie bij overdrachtsmomenten. Juun en Esmee zijn daarbij aanwezig. De jeugdverpleegkundige maakt haar zorgen bespreekbaar met ouders. In overleg wordt besloten om de school maatschappelijk werker van de school van Esmee te vragen de casusregie (uitvoeringscoördinatie) op te pakken. Het doel van deze inzet is, om laagdrempelig met ouders te kijken of en hoe ze tot een goed plan kunnen komen voor beide kinderen. Waar nodig kan andere expertise ingevlogen worden, bijvoorbeeld van een zorgaanbieder, een vrijwilliger of Veilig Opgroeien.
4 tot 18 jaar: schoolmaatschappelijk werk van de welzijnsorganisaties Alle scholen in De Wolden hebben een schoolmaatschappelijk werker (SMW). De SMW’er hoort bij het CJG, maar is in dienst van de welzijnsorganisatie. Met de scholen is afgesproken dat zij zorgen of vragen rondom extra ondersteuning voor kinderen samen met het SMW oppakken. De SMW’er kan zelf lichte ondersteuning bieden. Als dat niet voldoende is, dan kan de SMW’er de UVC-rol op zich nemen en waar nodig andere expertises aanhaken, bijvoorbeeld Veilig Opgroeien bij zorgen rondom veiligheid en/of via het multidisciplinair CJG-overleg (MDO) een verwijzing doen naar de tweede lijn. Tekenend voor De Wolden is de goede samenwerking tussen de intern begeleiders (IB’ers) van de scholen en het SMW.
Voorbeeldcasus school maatschappelijk werk Milan zit in groep 6 op een basisschool in Zuidwolde. Hij laat thuis veel boosheid zien. Ouders lopen erin vast om het kind te begrenzen en begeleiden op deze momenten. Op school zien ze dit gedrag niet terug. Wel ziet de leerkracht het kind zich niet altijd uitspreekt over emoties en lijkt soms op school overprikkeld. School vraagt de school maatschappelijk werker om hulp. Er wordt gestart met een brede intake bij ouders. Hier wordt er gesproken over de ontwikkeling van het kind, de gezinssituatie en omgevingsfactoren. Vervolgens wordt er een individueel traject gestart met het kind, gericht op het herkennen van emoties, deze leren aanvoelen en tijdig actie ondernemen. Dit wordt gedaan middels verschillende werkvormen met het kind, zoals bijvoorbeeld de woedethermometer. Ook voert de school maatschappelijk werker meerdere gesprekken met Milan. In de gesprekken komt naar voren dat er op school regelmatig situaties zijn die zorgen voor spanning. Milan is bang om zijn emoties op school te laten zien, omdat hij bang is dat kinderen hem raar vinden. Op school loopt hij op zijn tenen, thuis barst hij uit. Er is vervolgens met ouders en leerkracht gesproken over hoe meer ontspanningsmomenten in te bouwen, zodat de spanning niet de hele dag opbouwt.
Na een periode van het toepassen van bovenstaande door ouders, leerkracht en het kind, vertellen ouders dat het kind minder vaak woede-uitbarstingen laat zien. Wanneer deze wel plaatsvinden merken ouders dat zij het kind hier beter in kunnen begeleiden en zijn de ‘uitbarstingen’ van kortere duur. Er is geen specialistische jeugdhulp nodig; inzet van de school maatschappelijk werker was, voor Milan en zijn ouders, voldoende.
Praktijkondersteuner Huisartsen (POH)-jeugd De huisartsen in De Wolden die hiervoor open staan, hebben toegang tot een POH-jeugd. In De Wolden geldt dit voor de praktijken in Ruinen, Zuidwolde en Ruinerwold. De huisarts is, samen met de gemeente, de grootste verwijzer naar jeugdhulp. Tegelijk heeft de huisarts, samen met de andere medisch specialisten, de uitdaging dat zij breed verwijzen; van jeugdhulp tot geriatrie en weer terug. Dit maakt dat een huisarts niet zoveel tijd heeft als ‘andere’ verwijzers om een vraag van een jeugdige goed in kaart te brengen. Nu heeft de huisarts de mogelijkheid om een jeugdige eerst door te verwijzen, binnen de eigen praktijk, naar de POH-jeugd. De POH-jeugd is aanwezig in de praktijken en kan jeugdigen en gezinnen zelf lichte ondersteuning bieden en/of verwijzen naar andere voorliggende voorzieningen, zoals het schoolmaatschappelijk werk. Daarnaast kan de POH-jeugd helpen bij het verduidelijken van de vraag, als er wel een verwijzing nodig is. Hierdoor wordt er extra kritisch gekeken of de tweede lijn echt noodzakelijk is. De POH-jeugd aan het woord Cliënten ervaren het als prettig om in de vertrouwde omgeving van de huisartsenpraktijk geholpen te worden. In de meeste gevallen kan de cliënt, na een gesprek of vijf, weer verder zonder verdere inzet van (gespecialiseerde) hulp.
Voorheen zouden deze cliënten doorverwezen zijn naar tweedelijns zorg, waardoor er ook direct meer gewicht aan de hulpvraag komt te hangen. Het is een goede ontwikkeling dat, dit bij de meeste hulpvragen toch niet nodig blijkt; er kan licht, laagdrempelig en kortdurend op de hulpvraag ingezet worden, tot tevredenheid van de cliënt. Het zogenaamde ‘normaliseren’ ervaren cliënten ook als prettig. 13
Rechtstreeks contact met het CJG: Gemeentelijke Toegang Ouders nemen ook rechtstreeks contact op met het CJG om een vraag te stellen. Zij krijgen dan de bureaudienst aan de telefoon. De bureaudienst wordt ingevuld door de collegae die verantwoordelijk zijn voor de gemeentelijke toegang tot jeugdhulp. De bureaudienst hoort de vraag aan en kijkt binnen het CJG welke collega de beller het beste verder kan helpen. Als uit het verhaal helder wordt dat er mogelijk tweedelijnszorg nodig is, krijgen ouders een aanvraagformulier toegestuurd. Dit aanvraagformulier wordt gescreend en als er inderdaad sprake lijkt te zijn van noodzaak van tweedelijnszorg, gaat een collega van de gemeentelijke toegang op huisbezoek. Er wordt dan een brede intake gedaan en afgewogen welke hulp passend is. Waar nodig wordt een UVC of een cliëntondersteuner ingeschakeld om het gezin te ondersteunen.
Voorbeeldcasus van de gemeentelijke toegang Joris is zeven jaar. Hij woont met zijn ouders in Koekange. Hij is gediagnosticeerd met een autisme spectrum stoornis. Daarnaast heeft hij een verstandelijke beperking. Hij zit op het speciaal onderwijs. Joris komt een paar keer per week in gevaarlijke situaties terecht als hij niet tijdig wordt bijgestuurd. Als Joris veel spanning ervaart, nemen de gevaarlijke momenten toe. Zo zet hij thuis het gas open, klimt hij uit ramen of probeert hij spullen in het stopcontact te steken. In contact met leeftijdsgenoten is hij onvoorspelbaar en soms agressief. Ouders moeten zeker eens per week naar school komen om Joris eerder op te halen. Joris is dan op school niet te handhaven. Ouders kloppen aan bij de gemeentelijke toegang van het Centrum voor Jeugd en Gezin. De medewerker van de gemeentelijke toegang gaat op huisbezoek en en doet een brede intake. Het gezin komt samen met de gemeentelijke toegang tot een plan. Thuis én op school moet er iemand zijn die toezicht houdt, om te voorkomen dat Joris zichzelf en anderen in gevaar brengt. Hiervoor wordt jeugdhulp toegekend. Er wordt een professional ingezet en ouders bieden een deel van de zorg zelf, omdat de hulpmomenten niet vooraf te plannen zijn.
Wel wordt er ingezet op een combinatie van behandeling (het begrijpen en duiden van gedrag, alsook het aanleren van nieuw gedrag) als begeleiding (toezicht bieden én oefenen met de nieuw geleerde vaardigheden). Samen met Joris, ouders en de zorgaanbieder worden er realistische doelen gesteld voor Joris. Er wordt regelmatig door de zorgaanbieders, maar ook door de gemeentelijke toegang samen met het gezin geëvalueerd of er voldoende resultaten worden geboekt met de ingezette hulp. Waar nodig wordt tijdig andere zorg geboden, zodat er optimaal gewerkt wordt aan de ontwikkeling van Joris.
Zorgen over veiligheid: Veilig Opgroeien Als er zorgen zijn over de veiligheid van kinderen en er is expertise op veiligheid nodig in een gezin, kan Veilig Opgroeien betrokken worden. Veilig Opgroeien kan eerst ‘meedenken, meedoen’. De voorfase van de interventie Veilig Opgroeien begint altijd met Meedenken-Meedoen. Er wordt vanuit de specifieke expertise van Veilig Opgroeien door de jeugden gezinswerker meegedacht en eventueel advies gegeven aan de reeds betrokken professional(s). In deze fase zal op basis van de gedeelde informatie en inschatting van de veiligheidssituatie beoordeeld worden of opschaling naar de interventie Veilig opgroeien het best passend is. Ook wordt gezamenlijk afgewogen of er sprake is van structurele of acute onveiligheid (met behulp van een afwegingskader) en het doen van een eventuele melding bij Veilig Thuis besproken. Er is dan nog geen sprake van een traject bij Veilig Opgroeien, maar er wordt wel meegedacht met de uvc. Waar nodig worden er veiligheidsafspraken gemaakt. Als de zorgen te groot zijn of de samenwerking met het gezin verloopt moeizaam, 14
kan Veilig Opgroeien ervoor kiezen om een traject in te zetten. Tijdens dit traject wordt hard gewerkt aan voldoende veiligheid in het gezin. Het is verder van belang dat er na het inzetten van Veilig Opgroeien en gedurende de inzet daarvan zorgvuldig afgewogen wordt of de inzet van deze interventie voldoende toereikend is om de onveilige situatie af te wenden of dat het nodig is de Raad voor de Kinderbescherming te verzoeken een onderzoek te doen. Het is vanuit Veilig Opgroeien belangh om een goede aansluiting en samenwerking te vinden met onder andere Veilig Thuis Drenthe, de Raad voor de Kinderbescherming en waar nodig het gedwongen kader (oftewel, de gecertificeerde instellingen).
Voorbeeldcasus ‘Veilig Opgroeien’ Dimitri is een jongen van zeven jaar. Hij heeft een zus van negen jaar. Dimitri woont nog niet zo lang in De Wolden; recentelijk is hij met zus en ouders uit Bulgarije naar De Wolden verhuisd. Ouders hebben beide werk gevonden in Nederland. Dimitri gaat naar het speciaal onderwijs vanwege gedragsproblematiek. Hij laat veel agressie en woede zien op school. Nadat hij een klasgenoot heeft aangevallen, geeft school aan dat hij op deze manier niet te handhaven is in de klas. School betrekt de school maatschappelijk werker. De school maatschappelijk werker komt er tijdens de brede intake achter, dat Dimitri vaak alleen thuis is met zijn zus. Ouders moeten ’s avonds vaak werken en bovendien kan Dimitri, vanwege zijn gedragsproblematiek, niet naar een reguliere buitenschoolse opvang (BSO). Ouders hebben (nog) geen sociaal netwerk in De Wolden. De school maatschappelijk werker vindt het onveilig dat de kinderen alleen thuis zijn, zeker gelet op de agressieproblematiek van Dimitri. Veilig Opgroeien wordt daarom, na overleg met ouders over de zorgen, betrokken. De school maatschappelijk werker neemt de casusregie (de uitvoeringscoördinatie) op zich en blijft het vaste gezicht en aanspreekpunt. Veilig Opgroeien vliegt bij voorkeur kortdurend in om de veiligheid te waarborgen.
De uitvoeringscoördinator (in de vorm van de school maatschappelijk werker) en Veilig Opgroeien maken, samen met het gezin, een plan. De kinderen worden uitdrukkelijk bij dit plan betrokken. Er wordt met ouders afgesproken dat de kinderen niet alleen thuis mogen zijn. Er wordt met school onderzocht wat ervoor nodig is om Dimitri mee te laten doen op school. Er wordt specialistische zorg ingezet voor Dimitri, gericht op het reguleren van zijn boze gevoelens. Daarnaast wordt er met ouders gekeken hoe zij een sociaal netwerk kunnen opbouwen in Nederland, bijvoorbeeld inzet van een Buurtgezin. Veilig Opgroeien schaalt af, met de afspraak dat de uitvoeringscoördinator de veiligheid blijft monitoren en opnieuw aan de bel trekt, als er (nieuwe) zorgen zijn over veiligheid.
3.2 VISIE EN MISSIE Gemeente De Wolden gaat uit van inclusie: elke inwoner en dus ook elk kind kan zichzelf zijn, ongeacht zijn achtergrond, geloof, gender of geaardheid. Ieder doet op een eigen manier mee aan de samenleving: ook als er bijvoorbeeld sprake is van een beperking, hoor je erbij in De Wolden. Ieder krijgt gelijke kansen om zich optimaal te ontwikkelen binnen de eigen mogelijkheden. In De Wolden is ‘normaal’ een zeer breed begrip; niet alles wat afwijkt van het gemiddelde of de norm, is meteen ‘niet normaal’ of ‘een probleem’. Elk kind groeit op een plezierige, gezonde en veilige manier op en krijgt hiertoe alle kansen. Positieve gezondheid is de verbindende zienswijze tussen de verschillende CJG-partners, maar ook daarbuiten. Opvoeden is in de eerste plaats de taak van ouders/verzorgers. We zijn er voor ouders en jeugd, laagdrempelig en dichtbij, ondersteunen hen indien nodig bij het opvoeden en opgroeien. De focus ligt op het welzijn en de veiligheid van het kind (-9 maanden tot 23 jaar). Er wordt zoveel mogelijk hulp en ondersteuning geboden in de directe leefomgeving van het kind (‘zo thuis mogelijk’). Waar nodig wordt passende zorg ingezet. De inzet is zo licht en kortdurend mogelijk en zo zwaar en langdurig als nodig is. De kernwaarden zijn: • De Wolden is een inclusieve gemeente, waarin iedereen meetelt, meedoet, bijdraagt naar vermogen en zich thuis voelt.
• Opvoeden doen we samen, ook als het moeilijk of spannend wordt. • We werken, samen met het gezin en het netwerk, aan duurzame oplossingen. • Het woord ‘normaal’ is een breed en ruim begrip voor gemeente De Wolden. • We communiceren open, zorgvuldig en transparant met onze inwoners; er wordt zorgvuldig met gevoelige informatie omgegaan. Voorbeeldcasus ‘Normaal is een breed begrip in De Wolden’ Jayde is veertien jaar. Ze zit op het voortgezet onderwijs. Ze doet de theoretische leerweg (TL). Jayde is gediagnosticeerd met ADHD. Ze vindt het erg lastig om haar dagelijkse taken, waaronder haar huiswerk, te plannen. Haar kamer is een rommel en ouders moeten haar voortdurend vragen of haar huiswerk wel af is. Tijdens het maken van haar huiswerk raakt 15
ze afgeleid en kijkt ze veel op haar telefoon. Ouders vinden het vervelend om iedere dag strijd te hebben met Jayde over bovenstaande onderwerpen. Ze vragen daarom jeugdhulp aan, zodat iemand Jayde kan helpen met het bijhouden van haar kamer en het plannen en maken van haar huiswerk. De aanvraag wordt afgewezen, om verschillende redenen: - Er is hier sprake van ‘normaal’ (maar mogelijk ‘lastig’) pubergedrag. Het feit dat Jayde gediagnosticeerd is met ADHD, neemt niet weg dat ook Jayde het recht heeft om ‘puber te zijn’; - Het plannen en maken van huiswerk valt niet onder de Jeugdwet. Hulp hierbij wordt daarom niet toegekend. Ouders en Jayde zijn natuurlijk niet geholpen met de afwijzing. Er wordt daarom gekeken of er iemand in het netwerk van het gezin bereid is om Jayde te helpen. Is dat niet het geval, dan is er mogelijk een vrijwilliger of een maatje die een rol kan spelen. Zodoende wordt er gezocht naar een oplossing, zonder hiervoor jeugdhulp toe te kennen.
3.3 AMBITIES EN DOELEN In de kadernota ‘Sociaal domein duurzaam in balans’, vastgesteld door de gemeenteraad in juni van 2020, zijn enkele doelen gesteld voor de Woldense jeugd. Het gaat om de volgende ambities: - Betere zorg tegen reële kosten voor onze Woldense jeugd en gezinnen; - Versterken samenwerking en samenhang onderwijs-jeugdhulp door middel van een gezamenlijk uitvoeringsplan met interne en externe partners; - Versterken samenwerking en samenhang met en tussen het gehele sociaal domein en betrokken ketenpartners door het aanbrengen van structuur, heldere regiefunctie en het formuleren van gezamenlijke ambities; - Voor de doelgroep kwetsbare twee- tot zesjarigen willen we het aanbod herijken en waar mogelijk inzetten op normaliseren; - De keten voor acute problematiek (crisissituaties) vlottrekken en de reguliere zorg weer versterken (opdracht van het Rijk); - We investeren in onze 12-plussers en richten ons op een blijvende verbinding voor deze doelgroep met onze gemeente én met het voortgezet onderwijs; - We zetten een stap extra om kinderen te ondersteunen waarvan ouders op problematische wijze uit elkaar gaan, door de samenwerking tussen verschillende partijen (van de Rechtspraak tot jeugdhulp) te versterken. Daarnaast komt het Rijk, in samenwerking met VNG, met een hervormingsagenda. Gemeente De Wolden dient uitvoering te geven aan deze hervormingsagenda.
Het past niet bij gemeente De Wolden om ‘af te wachten’. Daarom is alvast gestart met het uitvoeringsplan jeugdhulp, om te werken aan de transformatiedoelen. De implementatie van de hervormingsagenda, zal onderdeel worden van dit uitvoeringsplan jeugd, als wij deze ontvangen hebben en zal passen binnen deze nota jeugdhulp. We werken aan de transformatie, onder andere aan de hand van de volgende vijf activiteiten: 1. SMW12+ 2. Begeleid zelfstandig wonen 3. Thuiscoaches 4. Moeders van De Wolden 5. POH-Jeugd Deze activiteiten zijn onderdeel van het raadsbesluit, genomen op 24 juni 2021. De activiteiten worden in 2023 geëvalueerd. Op basis van de evaluaties wordt besloten of en hoe de activiteiten worden voortgezet. 3.4 PRIORITEITEN 1. Zo licht en kortdurend als kan, zo zwaar en langdurig als nodig is De focus ligt op het vergroten van de eigen kracht en het probleemoplossend vermogen van gezinnen. Waar nodig wordt geholpen het sociaal netwerk te betrekken en te versterken. Het voorliggend veld is adequaat ingericht, waardoor kinderen, jongeren en ouders versterkt worden en daarmee de noodzaak voor geïndiceerde jeugdhulp wordt teruggedrongen. Dit maakt dat de hoge druk op de GGZ afneemt, waardoor de plekken goed toegankelijk zijn voor kinderen en gezinnen die dit écht nodig hebben.
Een doorlopende ketensamenwerking is gerealiseerd voor de eerste 1000 dagen van een kind (verloskundigen, consultatiebureau, welzijnswerk, alsook Moeders van De Wolden).
16
2. Samenhang tussen jeugdhulp, onderwijs en kinderopvang Gemeente De Wolden ziet het onderwijs en de kinderopvang als twee van de belangrijkste partners voor jeugd. Het onderwijs en de kinderopvang zien en kennen de kinderen en gezinnen. Daarnaast streven we naar een sluitende aanpak voor voor- en vroegschoolse educatie (VVE). Het is in de praktijk merkbaar dat ook de Wet op Passend Onderwijs geen ‘zwart-wit’ wet is. Dit betekent dat op casusniveau gedegen samenwerking nodig is tussen jeugdhulp en onderwijs; het kind mag niet ‘wegvallen’ in het grijze gebied tussen deze twee wetten. De Wet op Passend Onderwijs en de Jeugdwet bieden de mogelijkheid om de ondersteuning van kinderen integraal op te pakken. Niet alleen het onderwijs, maar ook de kinderopvang ziet mogelijkheden om het gebruik van jeugdhulp terug te dringen. Hoe we de samenhang met onderwijs en kinderopvang concreet willen versterken, is uiteengezet in hoofdstuk 5: het uitvoeringsplan jeugd. Het is een doel om tot een gezamenlijk Woldens onderwijsakkoord te komen met het onderwijs en de samenwerkingsverbanden voor passend onderwijs, waar we door middel van een gezamenlijke ambitie en duidelijkheid over ieders verantwoordelijkheid, samen de beste ondersteuning bieden aan onze Woldense kinderen.
Optimale ontwikkelkansen Het bieden van optimale ontwikkelkansen voor alle kinderen is uitgangspunt van handelen voor de gemeente. Het voorkomen van ontwikkelachterstanden, door preventief beleid te voeren en het tijdig interveniëren bij zichtbare ontwikkelachterstanden vraagt dan ook inzet van alle geledingen rondom het kind. Uit onderzoek is gebleken dat ontwikkelachterstanden bij het kind zowel kindgericht als systeemgericht kunnen zijn. Ook is duidelijk dat, kindgerichte ontwikkelachterstanden het meest effectief op zo jong mogelijke leeftijd kunnen worden aangepakt. Een vroeg signalering bij de consultatiebureaus is dan ook waardevol. Hierna kan een gericht aanbod worden gedaan in het kader van een VVE-programma vanaf de leeftijd van twee jaar bij de kinderopvang. In het kader van de doorgaande lijn wordt dit ondersteuningsaanbod zo nodig voortgezet binnen het basisonderwijs. Bij systeemproblematiek kan vervolgens ook schoolmaatschappelijk werk (SMW) en buitenschoolse opvang (BSO) worden geïnitieerd. Ook het zich ontwikkelende kind kan door omstandigheden vastlopen waardoor er sprake kan zijn van dreigende ontwikkelachterstanden. Door de inzet van begeleiding binnen de onderwijssetting en indien nodig inzet van specialistische jeugdhulp worden kinderen ondersteund in hun verder ontwikkeling.
Nationaal Programma Onderwijs (NPO) Ten tijde van het opstellen van deze nota, bevindt Nederland zich nog in de coronacrisis. Het is nog niet duidelijk welke effecten de coronacrisis heeft én, nog belangrijker, op welke kinderen. Wel zien we al de gevolgen van corona in de jeugdhulp. Hoe kunnen we jonge kinderen, leerlingen en studenten kansen bieden op volwaardig onderwijs en een goede toekomst, ook na de coronacrisis? Dat is de vraag waar kinderopvang, scholen, besturen, gemeenten en andere betrokkenen nu voor staan. Hiervoor is het Nationaal Programma Onderwijs (NPO) in het leven geroepen. Gemeenten hebben in dit nationaal plan een belangrijke rol toebedeeld gekregen voor voorschoolse educatie en het funderend onderwijs. De gemeente heeft een verbindende rol, signaleert witte vlekken en regelt het aanbod. Gemeente De Wolden heeft samen met het onderwijs besloten om deze middelen vooral te richten op het vergroten van het welbevinden van kinderen na – of nog deels tijdens – deze coronacrisis. Een goede afstemming tussen onderwijs en jeugdhulp is ook op dit onderdeel van groot belang. Regionaal Meld- en Coördinatiepunt (RMC) Het Regionaal Meld- en Coördinatiepunt voortijdig schoolverlaten (RMC) richt zich voor vier gemeenten op het tegengaan van voortijdig schoolverlaten (vsv); namelijk De Wolden, Hoogeveen, Meppel en Westerveld.
Het RMC biedt begeleiding aan jongeren van 18 tot 23 jaar die school hebben verlaten zonder een startkwalificatie. Het hebben van een startkwalificatie vergroot de kansen op duurzaam werk aanzienlijk. Het RMC stimuleert en helpt jongeren om terug naar school te gaan en alsnog een startkwalificatie te halen. De jongeren voor wie dit geen optie is, worden begeleid naar werk, of dagbesteding, of zorg. Ook voert het RMC samen met het voortgezet onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs (MBO) van Zuidwest Drenthe het Programma regionale aanpak voortijdig schoolverlaten 2020-2024 uit. Dit programma richt zich op jongeren vanaf 12 jaar en wil hen alle kansen bieden op het behalen van een startkwalificatie en een soepele overstap naar duurzaam werk. Vanuit dit programma is er speciale aandacht voor kwetsbare jongeren of jongeren die zich op een kwetsbaar moment in hun leven bevinden, zoals een overstap van het praktijkonderwijs of voortgezet speciaal onderwijs naar een vervolgopleiding, naar werk, of naar dagbesteding. Ook is er een coachpoule gestart met vsv-coaches voor alle jongeren van 12 jaar en ouder. Het doel van deze coaching is om bij (dreigende) schooluitval via laagdrempelig contact 17
de jongere op school te houden of terug naar school te leiden en waar nodig de jongere te bewegen richting hulp. Als school geen optie is, dan wordt er geholpen met de stap naar werk of dagbesteding. De coachpoule bestaat uit coaches van verschillende organisaties: Welzijn De Wolden, Stichting Welzijnswerk Hoogeveen, Welzijn Mensenwerk en MEE Drenthe. Hierdoor hebben de coaches korte lijnen met het schoolmaatschappelijk werk en jongerenwerk op de verschillende scholen in de regio. Ook voor De Woldense jongeren is dit belangrijk, omdat zij op allerlei scholen in de regio onderwijs volgen. De vsv-coach is geen hulpverlener en werkt niet met vaste contactmomenten, maar is vrij om ‘te doen wat de jongere nodig heeft’. In de praktijk blijkt dat jongeren die uitvallen vaak baat hebben bij een volwassene die naast hen staat zonder hulpverlener te zijn. Vanuit gemeente De Wolden gaat een stroom leerlingen naar het middelbaar beroepsonderwijs in Meppel. Het RMC onderzoekt samen met het MBO van Meppel en alle omliggende gemeenten, waaronder gemeente De Wolden, hoe er op het MBO een mooie verbinding gemaakt kan worden tussen onderwijs en zorg. Uitgevallen leerlingen die nog geen startkwalificatie hebben en (enige tijd later) terug willen naar het beroepsonderwijs, hebben hiervoor soms een aanloop nodig met (intensieve) ondersteuning die verder gaat dan wat school kan bieden.
Ook zittende leerlingen op het MBO hebben niet altijd voldoende aan de ondersteuning die school kan bieden. Voor deze verschillende doelgroepen wordt onderzocht hoe het MBO en (jeugd)hulp aan elkaar verbonden kan worden. Dit alles om leerlingen alle kansen te bieden om een startkwalificatie te behalen en een goede positie te hebben om duurzaam werk te vinden op de arbeidsmarkt. 3. Samen verantwoordelijk voor veiligheid In 2021 is de regiovisie ‘Geweld hoort nergens thuis’ in De Wolden vastgesteld. In 2022 gaat gemeente De Wolden uitvoering geven aan deze visie, waarbij specifiek wordt gekeken hoe deze visie een aanvulling kan zijn op hetgeen er al is opgebouwd op het gebied van (kind)veiligheid. De borging van en expertise op kindveiligheid is niet alleen belegd bij het CJG; ook de Raad voor de Kinderbescherming, Veilig Thuis Drenthe en de gecertificeerde instellingen spelen een grote rol, alsook onze partners betreffende de signaleerfunctie. De samenwerking in de keten dient optimaal te functioneren. Hoe gewerkt wordt aan optimalisatie, is ook nader uitgewerkt in de uitvoeringsplan jeugd (zie hoofdstuk 5). 3.5 INTEGRALITEIT EN SAMENHANG IN HET SOCIAAL DOMEIN In hoofdstuk 2 is reeds aandacht besteed aan enkele oorzaken van het toenemend jeugdhulpgebruik.