CConstaterende datDe Wolden
Koppel je AI →
Document · PDF

L. bijlage 1. Samen werken voor Drenthe def.pdf

Gemeenteraad 27 januari 2022, gemeente De WoldenBij agendapunt: Lijst ingekomen stukken januari 20226.675 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Samen werken voor Drenthe Drenthebrede afspraken voor Drentse gemeenschappelijke regelingen, gemeenteraden en colleges

11 augustus 2021 Auteurs: Peter Koekoek en Cindy Elken In opdracht van: VDG bestuur en Griffierskring Drenthe

Inhoud Inleiding ................................................................................................................................................... 3 Opdracht VDG en Griffierskring aan werkgroep ................................................................................. 3 Overzicht voorgestelde afspraken....................................................................................................... 3 Vervolg uitvoering afspraken .............................................................................................................. 3 1. Eenduidige procedure P&C-cyclus GR-en............................................................................................ 4 Wensen................................................................................................................................................ 4 Wettelijke bepalingen ......................................................................................................................... 4 Aanvullende afspraken in Drenthe ...................................................................................................... 4 Procedurevoorstel ............................................................................................................................... 4 2.

Oplegger ontwerpbegrotingen ............................................................................................................ 8 Drentse oplegger GR-en ...................................................................................................................... 8 3. Duidelijkheid financiële kaders GR-en................................................................................................. 9 Voorwerk VDG-PHO Financiën en regio Noord-Holland Noord .......................................................... 9 Voorgestelde financiële spelregels...................................................................................................... 9 4. Slotopmerkingen ............................................................................................................................... 11 Elkaar aanspreken op nakomen van afspraken................................................................................. 11 Samenwerking op drie niveaus ......................................................................................................... 11 Gedrag ............................................................................................................................................... 11 Niveau inhoudelijke advisering ......................................................................................................... 11 5.

Planning implementatie afspraken ................................................................................................... 12 Notitie “Een Drents plan van aanpak voor betere sturing op gemeenschappelijke regelingen” naar VDG-bestuur en Drentse Griffierskring (1 april – 23 april) ................................................................ 12 Consultatieronde (28 april – 14 juli) .................................................................................................. 12 Definitieve voorstellen procedures, vorm en financiën (20 augustus – 18 november).................... 12 Vervolg (2023) ................................................................................................................................... 12 Bijlage 1. Drentse oplegger GR-en......................................................................................................... 14 Bijlage 2. Toelichting op financiële uitgangspunten.............................................................................. 16 Bijlage 3. Nieuwe Wet gemeenschappelijke regelingen ....................................................................... 18 Bijlage 4. Achtergrond en totstandkoming werkgroep en opdracht .................................................... 19

2

Inleiding In Drenthe wordt al heel lang samengewerkt. Het hunebed op de voorkant van deze notitie is daarvan misschien wel het mooiste voorbeeld. Ruim 5000 jaar geleden al bouwden de inwoners van Drenthe grafmonumenten die alleen door samenwerking tot stand konden komen. En ook in onze tijd wordt samengewerkt. Door de jaren heen hebben gemeenten om uiteenlopende redenen belangrijke onderdelen van hun takenpakket ondergebracht in zogeheten gemeenschappelijke regelingen. Hierbij bleven gemeenten weliswaar verantwoordelijk voor deze taken, maar kwam de uitvoering verder van hen af te staan. Gevolg daarvan was een groeiend gevoel bij raads- en collegeleden van verminderde (politieke) invloed op de uitvoering van deze taken. Er zijn de afgelopen jaren veel acties ondernomen om de invloed van het openbaar bestuur op de GR-en te verbeteren. Tot op heden is dat nog niet voldoende gelukt. Eind 2018 hebben de Drentse griffiers het VDG-bestuur om hulp gevraagd bij het vergroten van deze invloed en werd besloten om hiervoor gezamenlijk een nieuwe werkgroep GRIP op GR-en (hierna: GRIP) in te stellen. Deze werkgroep heeft vooral ook gekeken naar wat er in het verleden al is gedaan en brengt veel dingen samen in deze notitie. Deze notitie bouwt daarmee onder andere voort op de eerdere notitie met afspraken over GR’en uit 2015.

Ondertussen wordt er op rijksniveau gewerkt aan een volgende aanpassing van de Wgr, deze wordt in bijlage 3 weliswaar benoemd, maar in deze notitie wordt daarop niet vooruit gelopen. In bijlage 4 vindt u meer achtergrondinformatie over de periode vanaf 2014 tot op heden.

Opdracht VDG en Griffierskring aan werkgroep • • • • •

Eenduidige vorm en procedure voor kaderbrieven voor alle GR-en Eenduidige procedure voor de behandeling van ontwerpbegrotingen van GR-en in de raden Versterken rol van de raad in de sturing op GR-en Verbeteren informatievoorziening van de raden voor wat betreft de scheiding tussen beïnvloedbare en niet-beïnvloedbare GR-taken Meer duidelijkheid over de financiële kaders voor GR-en

Overzicht voorgestelde afspraken •

• •

Eenduidige procedure in Drenthe voor P&C-cyclus van GR-en (zie: hoofdstuk 1) • Invoeren Voorjaarsoverleggen • Invoeren Intergemeentelijke Deelnemersoverleggen • Vervroegen aanleverdatum ontwerpbegroting naar 15 april • Schrappen kaderbrieven • Invoeren Verantwoordingsgesprekken • Invoeren uiterlijke data voor behandeling ontwerpbegrotingen in raden Eenduidige vorm voor ontwerpbegrotingen voor heel Drenthe (zie: hoofdstuk 2) • Invoeren Drentse oplegger GR-en voor ontwerpbegrotingen Meer duidelijkheid over de financiële kaders voor GR-en (zie: hoofdstuk 3) • Invoeren financiële spelregels Drentse GR-en

Vervolg uitvoering afspraken Voor de uitvoering van de afspraken in deze notitie is de bereidheid om mee te werken bij alle partijen doorslaggevend. De afspraken worden op dit moment niet formeel vastgelegd. Toch verwacht de werkgroep GRIP dat de afspraken zullen worden gevolgd, gezien het gezamenlijke belang om een goede werkwijze rond GR-en te krijgen. De werkgroep GRIP gaat ervanuit dat nu de afspraken niet verder geformaliseerd hoeven te worden, maar adviseert wel een evaluatiemoment in te plannen na twee jaar. Na die evaluatie zou het goed zijn om de afspraken op te nemen in de diverse gemeenschappelijke regelingen, zodat deze op die manier vast komen te liggen. 3

1. Eenduidige procedure P&C-cyclus GR-en Er was behoefte aan duidelijkheid over het proces rond kaderbrieven, waarbij gevraagd werd om in heel Drenthe met alle GR-en en gemeenten dezelfde afspraken te maken. De werkgroep GRIP stelt een werkwijze voor waarbij gekeken is naar wat er in Drenthe op dit moment al gebeurt en welke wensen er bij verschillende betrokkenen leven. Daarbij heeft de werkgroep de hele P&C-cyclus als geheel bekeken en daarvoor een integraal procedurevoorstel opgesteld. De P&C-cyclus begint in december en eindigt in juli.

Wensen -

Eenduidigheid (door duidelijkheid en dus voorspelbaarheid) (Colleges en Raden) Ontkoppeling inhoudelijk gesprek GR’en-raden en behandeling P&C-cyclus (GR-directies) Ruimte voor differentiatie tussen GR’en (GR-directies) Gevoel van invloed bij raden vergroten (Raden) Intergemeentelijke samenwerking en afstemming (Raden, principe achter GR’en) Verduidelijken vertegenwoordigende rol AB-leden (Raden) Ambtelijk vooroverleg (VDG-PHO Financiën) Houd de procedure behapbaar (Divers)

Wettelijke bepalingen De huidige Wgr geeft slechts beperkte aanwijzingen voor de P&C-cyclus: KADER(BRIEF) - Voor 15 april T-1: DB zendt algemene financiële en beleidsmatige kaders aan de raden BEGROTING - Voor 6 juni T-1: DB zendt ontwerpbegroting aan de raden - Raden kunnen bij het DB hun zienswijze over de ontwerpbegroting naar voren brengen - DB voegt de commentaren waarin de zienswijzen zijn vervat bij de ontwerpbegroting - Voor 1 augustus T-1: AB stelt begroting vast - Voor 1 augustus T-1: DB zendt begroting binnen twee weken na vaststelling aan GS - Na vaststelling zendt AB zo nodig, de begroting aan de raden - De raden kunnen bij GS hun zienswijze naar voren brengen JAARREKENING - Voor 15 april T+1: DB zendt voorlopige jaarrekening aan de raden - Voor 15 juli T+1: AB stelt jaarrekening vast - Voor 15 juli T+1: DB zendt jaarrekening binnen twee weken na vaststelling aan GS

Aanvullende afspraken in Drenthe In de VDG-Werkgroep Wijziging Wgr uit 2015 is een aantal aanvullende afspraken gemaakt: - Spreek een ‘Drentse lijn’ af over de omgang met kaderbrieven. - Zend de kaderbrief vóór 1 februari rechtstreeks naar de deelnemende gemeenteraden. - Zend de ontwerpbegroting vóór 1 mei rechtstreeks naar de deelnemende gemeenteraden.

Procedurevoorstel Voor de P&C-cyclus stelt de werkgroep de volgende procedure voor. Deze procedure is tot stand gekomen na onderzoek naar best practises en een integrale bestudering van de gehele P&C-cyclus van GR-en.

4

Datum December

Actie Gemeenschappelijke Regeling Voorbereiden gespreksnotities Voorjaarsoverleg1 en deze versturen naar AB-leden van deelnemende gemeenten

Januari

Voorbereiding Voorjaarsoverleg in PHO en vaststellen gespreksnotitie voor Voorjaarsoverleg Griffie verzendt notities naar raad Voorbereiding Voorjaarsoverleg in fractievergaderingen Voorjaarsoverleg tussen woordvoerders uit de raad en ABleden van GR-en

Eind januari Begin februari Voor Voorjaarsvakantie (Voorjaarsvakantie start tussen 10 en 26 februari) Februari-Maart Maart-April Voor 15 april Voor 15 april Tweede helft april Mei

Schrijven ontwerpbegroting2 Dir/DB: vaststellen ontwerpbegroting Ontwerpbegroting naar raden Voorlopige jaarrekening3 naar raden

Mei Mei Juni Voor 15 juni Voor 1 juli Begin juli

Voor 15 juli Juli Voor 1 augustus

Actie gemeente Input leveren voor gespreksnotities Voorjaarsoverleg

DB formuleren commentaren op de zienswijzen en deze met de ontwerpbegroting versturen naar AB AB vaststellen jaarrekening en verzending naar GS AB vaststellen definitieve begroting Aanbieden begroting aan GS en raden

Kennisnemen van jaarrekeningen Zomermarkt GR-en4 Intergemeentelijk deelnemersoverleg (IDO)5 Bespreken ontwerpbegroting in PHO Bespreken ontwerpbegroting in B&W Verantwoordingsgesprek6 raden met eigen AB-leden Bespreken ontwerpbegroting7 in raad Indienen zienswijzen bij GR

Eventueel zienswijze indienen bij GS

Bovenstaande procedure verdient op een aantal punten een nadere uitleg: 1. Vlak voor de Voorjaarsvakantie gaan raden in het Voorjaarsoverleg (voorheen Najaarsoverleg) in gesprek met GR’en over inhoudelijke dilemma’s, uitdagingen, ontwikkelingen en wensen. Om een effectief Voorjaarsoverleg te kunnen houden wordt vanuit de GR’en, in afstemming met de AB-leden, hiervoor een korte gespreksnotitie gestuurd waarin wordt aangegeven welke inhoudelijke dilemma’s, uitdagingen en ontwikkelingen er worden voorzien. Deze gespreksnotitie is nadrukkelijk geen financieel stuk en ook niet een soort kaderbrief. Het is een korte notitie, die ter voorbereiding op het overleg in de fracties kan worden besproken om hun inbreng in het overleg te bepalen. In het gesprek kunnen raadsleden over de gespreksnotitie verduidelijkende vragen stellen, richtingen, kaders en eigen wensen meegeven. Dit hele gesprek wordt op inhoud gevoerd zonder daar al te veel de financiën bij te betrekken, hiermee sluit dit instrument aan bij de wens van GR’en om ruimte te hebben voor het inhoudelijk gesprek naast de gesprekken over financiën. Bij voorkeur wordt het Voorjaarsoverleg georganiseerd met individuele raden, zodat ingegaan kan worden op lokale thema’s.

Ook verdient het de voorkeur om dit gesprek vooral te voeren tussen raden en hun vertegenwoordigers in de GR-besturen (de AB-leden) en niet in de eerste plaats met de directeuren. Op deze manier kunnen raden opdrachten meegeven aan de vertegenwoordigers voor hun werkzaamheden in het bestuur van de GR, tegelijkertijd weten de vertegenwoordigers dan beter wat hun raden van hen verwachten. In 5

2.

3.

4.

5.

formeel-financiële zin krijgen zij later eventueel ook nog een opdracht mee in de vorm van zienswijzen op de ontwerpbegroting. Tot slot verdient het voorkeur om meerdere Voorjaarsoverleggen op één moment te plannen, parallel dan wel na elkaar, om agendadruk bij raden tegen te gaan. Maar ook hiervan kan afgeweken worden, bijvoorbeeld wanneer voor een specifieke GR een ander moment in het jaar logischer is. Zowel de organisatie van het Voorjaarsoverleg als de regie op de voorbereiding ervan ligt bij de griffiers. Wettelijk is het DB van een GR verplicht om uiterlijk 15 april de ‘algemene financiële en beleidsmatige kaders’ naar de raad te sturen, hieruit is de kaderbrief ontstaan. Veel GR’en, colleges en raden worstelen met dit instrument. Tegelijkertijd is er in 2015 in Drents verband afgesproken om de ontwerpbegroting uiterlijk 1 mei naar de raden te sturen om voldoende tijd te hebben voor het formuleren van zienswijzen. Ook in de ontwerpbegroting staan uiteraard de kaders uit de kaderbrief, maar dan veel meer ingevuld. Door de aanlevertermijn van de ontwerpbegroting nog twee weken te vervroegen, naar 15 april, voldoet het DB aan de wettelijke eis zonder een aparte kaderbrief te hoeven opleveren. Het afschaffen van kaderbrief voorkomt veel bestuurlijke drukte die overbodig wordt als de ontwerpbegroting vroeg in het jaar kan worden opgeleverd.

Bij sommige GR’en is het nu gebruikelijk om de ontwerpbegroting te laten vaststellen door het AB, aan de andere kant is het soms gebruikelijk om de definitieve begroting te laten vaststellen door het DB. Beide werkwijzen stroken niet met de Wgr. In de wet staat expliciet dat de ontwerpbegroting door het DB naar de raden wordt gestuurd, voordat deze inclusief zienswijzen van de raden en commentaar op de zienswijzen aan het AB wordt aangeboden ter vaststelling. Omdat deze werkwijzen in strijd zijn met de Wgr zijn deze geschrapt in de voorgestelde procedure. Ook dit levert tijdswinst en meer rust op. Bovendien voorkomt dit de bekende spagaat van AB-leden die als AB-lid al hebben ingestemd met de ontwerpbegroting en vervolgens na behandeling in de raad een zienswijze van hun raad in het AB moeten verdedigen bij de vaststelling van de definitieve begroting. Wettelijk is het DB van een GR verplicht om uiterlijk 15 april een voorlopige jaarrekening naar de raden te sturen. De wet zegt verder niet wat de raden met de jaarrekening kunnen of mogen doen, maar de algemene lezing is dat raden deze ter informatie krijgen toegestuurd. In de eerste versie van het Drentse Plan van Aanpak stond dat de Werkgroep de Zomermarkt GR’en (voorheen Informatiemarkt GR’en) overbodig vond, maar dat er behoefte aan bleek te zijn en dit instrument daarom in tact bleef.

In hun reactie hebben diverse GR’en aangegeven behoefte te hebben aan het uit elkaar halen van gesprekken met de raad over inhoud en over financiën. Die gedachtelijn volgend kan de Zomermarkt juist weer een goede rol vervullen. Door in het voorjaar een Voorjaarsoverleg te introduceren over puur de inhoud, zie toelichting 1, kan de Zomermarkt toegespitst worden op een gesprek over financiën met als basis de zojuist opgeleverde ontwerpbegroting. Omdat deze Zomermarkten vooral gaan over de ontwerpbegrotingen en de eventueel in te dienen (intergemeentelijke) zienswijzen, heeft het bij de Zomermarkten de voorkeur om deze regionaal te organiseren, dus tegelijkertijd met verschillende raden. En even als bij de Voorjaarsoverleggen is er gezien de agendadruk van raden voorkeur op Zomermarkten te houden met meerdere GR’en tegelijk. In tegenstelling tot het Voorjaarsoverleg is het bij de Zomermarkt logischer om raden in gesprek te laten gaan met de directeuren van de GR’en. Ten eerste omdat de AB-leden nog niet met de ontwerpbegroting hebben ingestemd (zie toelichting 2). Ten tweede omdat de AB-leden nog in gesprek komen met hun raden in de eigen raadsbehandelingen van de ontwerpbegrotingen. De invulling van de Zomermarkten ligt bij de griffiers, waarbij wordt meegegeven dat het doel is dat er goede wederzijdse uitwisseling van informatie plaatsvindt tussen raden en GR-en.

Om binnen intergemeentelijke samenwerkingsverbanden daadwerkelijk invloed te kunnen uitoefenen is het belangrijk om als deelnemers gezamenlijk punten in te brengen en dus op zoek te gaan naar gemeenschappelijke belangen van meerdere deelnemers. Het aangewezen moment daarvoor is de tijd tussen oplevering van ontwerpbegroting en vaststelling van 6

definitieve begroting, voordat de ambtelijke advisering richting de eigen colleges plaats vindt. De werkgroep GRIP adviseert om dit instrument toe te voegen en voor iedere GR een Intergemeentelijk Deelnemersoverleg (IDO) te introduceren. Dit overleg is het meest effectief als dit alleen een overleg van ambtenaren van de deelnemende gemeenten is en erop is gericht om coalities te vinden met gemeenschappelijke belangen, zodat AB-leden samen op kunnen trekken bij de behandeling van de ontwerpbegroting in de raad en de begroting in de AB-vergadering. Uiteraard is het definitief vormen van gelegenheidscoalities een rol van de politiek, maar in het IDO kan ambtelijk verkend worden welke gemeenschappelijke belangen er tussen deelnemers zijn, zodat de ambtenaren hun collegeleden hierover kunnen informeren. Overigens is er bij sommige GR’en al sprake van een soort IDO (VRD, GGD, RUD), maar niet altijd met de doelstelling zoals hierboven beschreven. 6. Aangezien de AB-leden van GR’en naast hun GR-bestuurlijke verantwoordelijkheid ook een gemeentebestuurlijke verantwoordelijkheid hebben die wordt gecontroleerd door de raad, is het vanzelfsprekend dat er verantwoording wordt afgelegd van gevoerd beleid door ieder AB-lid aan de eigen raad.

Dit Verantwoordingsgesprek kan op meerdere momenten en manieren worden vormgegeven, maar een combinatie met de behandeling van de ontwerpbegroting in de raad lijkt het meest voor de hand liggend en kost het minst extra tijd of agendadruk. 7. Voor sturing op de GR-en is samenwerking van deelnemers van belang, zoals al bij voorgaande punten genoemd. Voor de behandeling van de ontwerpbegrotingen adviseert de werkgroep GRIP aan de gemeenteraden om die samenwerking te zoeken en zoveel mogelijk tot gelijkluidende of zelfs gezamenlijke zienswijzen te komen. Deze stap is echter niet opgenomen in het overzicht, omdat raden dit op verschillende manieren kunnen invullen. Zo kan er gekozen worden voor: • Afstemming via partijlijnen • Advisering via intergemeentelijke raadswerkgroepen • Raadsrapporteurs • Intergemeentelijke adviescommissies (voorstel in nieuwe Wgr) De werkgroep laat de wijze waarop samenwerking wordt gezocht aan de raden. Een voorwaarde voor het kunnen samenwerken is wel dat in alle raden de ontwerpbegrotingen op ongeveer hetzelfde moment worden behandeld, daarom is in het overzicht hiervoor een uiterlijke datum voor behandeling in de raden opgenomen. Net als de wijze van samenwerking laat de werkgroep ook de precieze wijze van behandeling aan de raden.

Hiervoor zijn bijvoorbeeld de volgende mogelijkheden: • Rechtstreeks bespreken in (een bijeenkomst van) de raad, al of niet in aanwezigheid van AB-leden • Eerst behandeling in het college en vervolgens een raadsvoorstel behandelen in de raad • Een (voor)bespreking in een intergemeentelijke raadswerkgroep en/of commissie (zie ook wijziging Wgr) met besluitvorming in afzonderlijke raden NB: Niet voor iedere GR is het financieel en politiek belang even groot. Een raad kan er daarom voor kiezen om voor sommige GR-en niet de hele bovenstaande procedure te volgen en bijvoorbeeld alleen de ontwerpbegroting af te wachten. De werkgroep adviseert raden om hierover in het najaar een besluit te nemen en hierover de GR-en te informeren.

7

2. Oplegger ontwerpbegrotingen Naast behoefte aan duidelijkheid over de behandeling van P&C-stukken is er ook al langer behoefte aan duidelijke afspraken over de kaderbrieven. De Wgr stelt weinig kaders voor de kaderbrieven. In bovengenoemd procedurevoorstel vervalt de kaderbrief doordat met de ontwerpbegroting voldaan wordt aan de wettelijke vereisten. Afspraken over de kaderbrieven zijn daarmee niet nodig, wel heeft de werkgroep gekeken naar afspraken over de ontwerpbegroting. De werkgroep stelt voor om een vaste Drentse oplegger voor de ontwerpbegroting in te voeren voor alle gemeenten en alle GRen in Drenthe.

Drentse oplegger GR-en De Drentse oplegger GR-en heeft ten doel dat raadsleden snel overzicht krijgen van alle relevante informatie in de ontwerpbegroting zodat de ontwerpbegroting vooral nog dient voor nadere toelichting. Tegelijkertijd kan de gevraagde informatie in de oplegger worden gezien als een set criteria voor de informatie die in ieder geval in de ontwerpbegroting moet zijn terug te vinden. Tot slot kunnen de opleggers ook voor ambtelijke advisering en behandeling in de colleges gebruikt worden. Het advies is daarom om de oplegger in het hele besluitvormingsproces te gebruiken en hierin ook de ambtelijke adviseringen en conceptzienswijzen op te nemen. In Drenthe zijn er al opleggers in omloop. Om te komen tot een Drentse oplegger zijn bestaande opleggers naast elkaar gelegd en samengevoegd. Ook is gekeken naar het rapport van Hiemstra & De Vries (december 2020), waarin verslag is gedaan aan het Ministerie van BZK over een onderzoek naar een betere informatiepositie van raadsleden bij GR-en en ook een oplegger wordt geadviseerd. Tot slot is naar aanleiding van de reacties in de consultatieronde nog eens goed gekeken naar welke informatie in de oplegger echt nodig is.

Aangezien de informatie in de opleggers voor de gemeenten grotendeels gelijk is, zou het goed zijn om met de GR-en de afspraak te maken dat zij in ieder geval het gemeenschappelijke deel van de opleggers voor de gemeenten invullen en meesturen met hun ontwerpbegrotingen. De werkgroep stelt voor om de volgende onderwerpen in de opleggers op te nemen: • Contactgegevens • (Juridisch) belang van de gemeente in de GR en het algemeen belang van de GR • Oorspronkelijk(e) doel/opdracht van de GR • Wettelijke basis van de GR en eventuele regionale of lokale regelgeving • Overzicht wettelijke en niet-wettelijke taken GR en beleidsruimte deelnemers • Overzicht deelnemers en verdeling financiën en invloed over de deelnemers • Nieuw beleid, nieuwe ontwikkelingen, nieuwe taken inclusief kosten(raming) • Risico’s en onzekerheden inclusief kosten(raming) en beheersmaatregelen • Ontwikkeling gemeentelijke bijdrage aan de GR (lopend begrotingsjaar (eventueel bijgesteld), begrotingsjaar en drie opvolgende jaren) • Meer- en minderkosten ten opzichte van lopende begroting • Ontwikkeling totale omvang begroting GR (lopend begrotingsjaar (eventueel bijgesteld), begrotingsjaar en drie opvolgende jaren) • Ontwikkeling financiële positie (o.a.

reserve en solvabiliteit) • Ambtelijke reactie, financieel en beleidsinhoudelijk • Conceptzienswijze op ontwerpbegroting zoals door college aan raad voorgesteld De uitgewerkte Drentse oplegger GR-en is als bijlage 1 bij deze notitie opgenomen.

8

3. Duidelijkheid financiële kaders GR-en In raden en colleges wordt vrijwel ieder jaar geconstateerd dat de begrotingen van de GR-en alleen maar uitzetten en dat daar weinig tegen te doen is. Van tijd tot tijd, zeker in financieel moeilijke tijden, proberen gemeenten taakstellingen op te leggen, maar zelden succesvol en vaak weinig doelgericht of onderbouwd. Daarbij komt dat de verhouding tussen GR-begroting en gemeentebegroting soms mank loopt omdat er geen afspraken zijn over bijvoorbeeld indexering. Een GR kan met 2% indexeren terwijl een deelnemende gemeente met 1,5% indexeert, waardoor afwijkingen ontstaan in de gemeentebegroting. Bovendien wordt afstemming van beide begrotingen extra bemoeilijkt doordat de GR-begroting al voor 1 augustus klaar moet zijn en de gemeentelijke begroting pas in de eerste helft van november. Al deze zaken resulteren in discussies over financiën die discussies over de inhoud verdringen en die met financiële spelregels eenvoudig zijn op te lossen

Voorwerk VDG-PHO Financiën en regio Noord-Holland Noord Het VDG-PHO Financiën is al een aantal jaar bezig met het zoeken naar een oplossing voor de financiële discussies. Drenthebrede financiële kaders zouden daarbij kunnen helpen. De werkgroep GRIP heeft het werk van het PHO bekeken en stelt voor om nu Drentse financiële kaders op te stellen voor alle in Drenthe werkzame GR-en. Hierbij is ook gekeken naar regio Noord-Holland Noord, waar al ten minste sinds 2012 gewerkt wordt met financiële kaders en deze in 2019 zijn geëvalueerd en opnieuw vastgesteld; de hieronder voorgestelde kaders zijn overgenomen van Noord-Holland Noord.

Voorgestelde financiële spelregels Concreet stelt de werkgroep GRIP voor om de volgende financiële spelregels in te voeren: Indexatie 1. Voor het prijsindexcijfer gaan we uit van de prijsontwikkeling van de Prijs Bruto Binnenlands Product zoals opgenomen in het Centraal Economisch Plan (CEP) met lange tijdreeksen van het CPB per peildatum 1 november (Jaar T-2). 2. Het loonindexcijfer is op basis van de Prijs overheidsconsumptie, beloning werknemers zoals opgenomen in het Centraal Economisch Plan (CEP) met lange tijdreeksen van het CPB per peildatum 1 november (Jaar T-2). 3. De standaard verhouding loon-/prijsontwikkeling wordt vastgelegd op 70/30. De gemeenschappelijke regeling kan van deze verhouding afwijken. In dat geval moet dit onderbouwd worden opgenomen in de kaderbrief. 4. De gemeenschappelijke regelingen gebruiken het onder 1.1 en 1.2 genoemde indexatiecijfer afgerond op één cijfer achter de komma - zelf en expliciet als basis voor de jaarlijks op te stellen kaderbrief, begroting en de daarbij bijbehorende berekeningen van de deelnemersbijdrage. De deelnemersbijdrage en gedragslijn autonome ontwikkeling 1. De deelnemersbijdrage wordt in het lopende begrotingsjaar niet aangepast. Een incidenteel voor- of nadeel komt tot uiting in het rekeningresultaat van de gemeenschappelijke regeling. 2.

Bij ontwikkelingen als gevolg van veranderingen in het loon- en prijspeil wordt de deelnemersbijdrage in het komende begrotingsjaar (T+2) wel aangepast. 3. Voor het werkelijk prijsindexcijfer gaan we uit van de prijsontwikkeling van de Prijs Bruto Binnenlands Product zoals opgenomen in het Centraal Economisch Plan (CEP) met lange tijdreeksen van het CPB die jaarlijks in maart (T+1) worden afgegeven. 4. Voor het werkelijke loonindexcijfer gaan we uit van de Prijs overheidsconsumptie, beloning werknemers zoals opgenomen in het Centraal Economisch Plan (CEP) met lange tijdreeksen van het CPB die jaarlijks in maart (T+1) worden afgegeven.

9

Weerstandsvermogen c.q. algemene reserve 1. De weerstandscapaciteit is aanwezig bij de deelnemers en beperkt bij de gemeenschappelijke regeling. 2. Het dagelijks bestuur (DB) van de gemeenschappelijke regeling vermeldt in de jaarstukken en begroting het verschil tussen benodigd en beschikbaar weerstandsvermogen in totaal en naar rato voor de afzonderlijke deelnemers. 3. Een algemene reserve is toegestaan om ontwikkelingen in het loon- en prijspeil af te dekken, met een maximale omvang van 2,5% van de lasten van het betreffende jaar. 4. Als de verwachting is dat de ontwikkelingen in het loon- en prijspeil boven de maximale omvang van 2,5% uitkomt, is afwijken van de richtlijn van 2,5% mogelijk. Hiervoor doet het DB van de gemeenschappelijke regeling een gemotiveerd voorstel aan het algemeen bestuur. 5. Het bedrag boven het vastgestelde maximum van de algemene reserve, vloeit naar rato van de deelnemersbijdrage terug naar de deelnemers. Hardheidsclausule 1. Wanneer bovenstaande regels leiden tot onredelijkheid of onbillijkheid kan de gemeenschappelijke regeling hiervan afwijken. 2. Voor de afwijking(en) wordt een motivatie gegeven in de ontwerpbegroting. In bijlage 2 vindt u een toelichting op bovenstaande uitgangspunten.

10

4. Slotopmerkingen Elkaar aanspreken op nakomen van afspraken Voor de effectiviteit van deze notitie zal doorslaggevend zijn of zowel raden als colleges en GR-en elkaar ook (durven) aanspreken op het nakomen van afspraken. Dit geldt voor alle drie, want van allen worden acties en veranderingen verwacht. Hiermee wordt ook van allen (personele) inzet verwacht, waarbij het uiteraard afhangt van hoe de situatie op dit moment al is bij een gemeente of GR en waarbij het soms niet gaat om extra inzet, maar meer om een verschuiving van die inzet. Vooralsnog ziet de werkgroep GRIP bereidheid om samen tot goede werkafspraken te komen en zal elkaar aanspreken voldoende zijn om afspraken ook in de praktijk te brengen. Om dit te toetsen stelt de werkgroep GRIP voor om direct al een evaluatiemoment in te plannen voor over twee jaar.

Samenwerking op drie niveaus Samenwerking is het sleutelwoord om echt sturing te krijgen op GR-en. Dit geldt vooral voor intergemeentelijke samenwerking. De raden hebben deze samenwerking de afgelopen jaren gezocht in drie regio’s. Het zou goed zijn om deze samenwerking ook uit te breiden naar het bestuurlijk en ambtelijk niveau. De werkgroep GRIP adviseert de colleges om, rekening houdend met de ontstane regio’s, samenwerking te zoeken met de andere colleges in hun regio op het gebied van GR-en en dit ook te organiseren voor hun ambtelijke ondersteuning.

Gedrag De voorgestelde afspraken in deze notitie zijn instrumenteel. Of deze afspraken in de praktijk leiden tot de gewenste vergroting van de invloed van raden en colleges op GR’en en algehele duidelijkheid over werkwijzen, is sterk afhankelijk van het gedrag van alle betrokkenen. Met deze notitie worden instrumenten aangeboden en ook in de Wgr zitten instrumenten die kunnen worden gebruikt, zowel in de huidige als in de nieuwe. Maar de werkgroep kan niemand dwingen om die instrumenten in te zetten. Oftewel: je kunt een drinkbak bij een paard neerzetten, maar het paard moet zelf gaan drinken.

Niveau inhoudelijke advisering Het VDG-PHO Financiën vraagt aandacht voor inhoudelijke advisering. Als deelnemers zeggen ‘vang het op binnen eigen begroting’ dan zeggen GR’en ‘zeg maar wat we dan niet meer hoeven te doen’. Voor deelnemers is die vraag vaak niet te beantwoorden omdat zij zelf te weinig inhoudelijke kennis in huis hebben. Een oplossing daarvoor zou zijn dat er per GR gezamenlijk een ambtelijk specialist aangesteld wordt die inhoudelijk op goed niveau kan adviseren aan colleges (en raden).

11

5. Planning implementatie afspraken Notitie “Een Drents plan van aanpak voor betere sturing op gemeenschappelijke regelingen” naar VDG-bestuur en Drentse Griffierskring (1 april – 23 april) -

1 april afronding notitie in werkgroep GRIP 16 april notitie bespreken in VDG-bestuur 23 april notitie bespreken in Drentse Griffierskring 28 april notitie versturen naar te consulteren organen

Consultatieronde (28 april – 14 juli) -

-

Gemeenteraden (formele reactie per brief vragen) Colleges (formele reactie per brief vragen) GR-directies (o.a. gesprek maar ook formele reactie per brief vragen) o 26 en 28 mei gesprek met alle directeuren o 14 juli verdiepend gesprek met vier directeuren Gemeentesecretarissen (formele reactie per brief vragen) VDG-PHO Financiën (formele reactie per brief vragen)

Definitieve voorstellen procedures, vorm en financiën (20 augustus – 18 november) -

20 augustus reacties op consultatie vaststellen in werkgroep 27 augustus terugkoppeling consultatieronde aan GR-directeuren 12 november VDG-bestuur stelt definitieve notitie vast 17 november Griffierskring stelt definitieve notitie vast 18 november versturen notitie naar colleges, raden en GR-en met het verzoek uitvoering te geven aan de werkafspraken vanaf 1 januari 2022

Vervolg (2023) -

Najaar 2023 consultatieronde bij gemeenteraden, colleges, GR-directies, gemeentesecretarissen en VDG-PHO Financiën: hoe bevallen de nieuwe afspraken? December 2023 bespreken in VDG-bestuur en Drentse Griffierskring hoe de afspraken in de praktijk uitpakken en waar eventueel bijsturing nodig is Januari 2024 zo nodig verwerken afspraken in gemeenschappelijke regelingen

12

Bijlagen

13

Bijlage 1. Drentse oplegger GR-en Algemene informatie Naam gemeenschappelijke regeling Portefeuillehouder Contactpersoon gemeenschappelijke regeling plus contactgegevens Accounthouder gemeente plus contactgegevens Vertegenwoordiger gemeente in het bestuur van de gemeenschappelijke regeling Bestuurlijk belang Geef antwoord op de volgende vragen: ➢ De wijze waarop de gemeente een belang heeft in de gemeenschappelijke regeling en het openbaar belang dat ermee gediend wordt. ➢ Waarom heeft de gemeente besloten tot een belang in de gemeenschappelijke regeling en wat is het openbaar belang dat ermee gediend wordt? (Wettelijk) kader ➢ Geef een overzicht van de regelingen en afspraken op basis waarvan de verbonden partij/gemeenschappelijke regeling haar taken uitvoert. Maak hierin een onderscheid tussen wetten (inclusief ministeriële regelingen) en lokale regelgeving of overeenkomsten. Dit is van belang, omdat wettelijke taken in principe niet beïnvloedbaar zijn. Aanvullende afspraken kunnen worden gewijzigd. ➢ Het doel is dat de gemeenteraad inzicht krijgt in de werkzaamheden die de verbonden partij/gemeenschappelijke regeling uitvoert: 1. op basis van wetgeving 2. op grond van aanvullende afspraken. Deelnemende gemeenten Naam gemeente

Verdeelsleutel (%) per gemeente

Aantal zetels (in DB en AB per gemeente)

Nieuw beleid en keuzes Omschrijving onderwerp

Welke bestuurlijke keuzes zijn mogelijk

Op welke wijze worden de keuzes aan de raad voorgelegd?

14

Kosten (structureel of incidenteel)

Te nemen besluiten

➢ Het eerstvolgende te nemen besluit van de verbonden partij/gemeenschappelijke regeling dat over het onderwerp genomen moet worden. Welke relatie is er met de begroting, bestuursrapportage of rekening. Volgende besluiten, Soort stuk Wie is bevoegd Onderwerp/besluit Verwacht kwartaal

Risico’s en beheersmaatregelen Geef hier aan welke risico’s en onzekerheden u ziet, wat de mogelijke financiële impact daarvan is en hoe deze risico’s en onzekerheden worden beheerst. Risico of onzekerheid

Raming mogelijk financieel effect (min.-max.)

Beheersmaatregel

Financiële ontwikkeling van de GR Ontwikkeling saldo GRbegroting vanaf lopende begrotingsjaar, (eventueel bijgesteld)

2021 Lopende begroting

2022 Begr

2023

2024

2025

Ontwikkeling gemeentelijke bijdrage vanaf lopende begrotingsjaar, (eventueel bijgesteld)

2021 Lopende begroting

2022 Begr

2023

2024

2025

Meer- en minderkosten ten opzicht van lopende begroting

Opsomming met toelichting

Financiële positie GR (Vrije) reserve GR Solvabiliteit Exploitatieruimte Eigen vermogen/ vreemd vermogen

2021

2023

2024

2025

2022

Advisering ➢ Opmerkingen vanuit beleidsafdeling gemeente, zowel beleidsmatig als financieel ➢ Eventuele kanttekeningen of bedenkingen vanuit het college ➢ Concept zienswijze of reactie gemeente

15

Bijlage 2. Toelichting op financiële uitgangspunten Methodiek indexatie 1 en 2 Indexatie: https://www.cpb.nl/publicaties/, publicatietype CEP en jaartal en de verzamelde bijlagen CEP met lange tijdreeksen. Voor volgende jaren, jaartal in websiteadres aanpassen. Verzamelde bijlage CEP ‘jaartal’ met lange termijnreeksen, peildatum 1 november T-2, downloaden. In dit bestand zijn de volgende twee tabbladen van toepassing: ➢ Bijlage_01_CEP_jaartal; voor Prijs bruto binnenlandsproduct met een cijfer voor het betreffende begrotingsjaar ➢ Bijlage_02_CEP_jaartal; voor Prijs overheidsconsumptie, beloning werknemers voor het betreffende begrotingsjaar. Deze cijfers worden jaarlijks in maart gepubliceerd. In gevallen dat hier aanleiding voor bestaat, worden de cijfers gedurende het jaar herijkt. De meest recente cijfers die per 1 november beschikbaar zijn worden gehanteerd, waarbij de laatste publicatie op zijn laatst in maart van het lopende jaar heeft plaatsgevonden. Mogelijk dat de bijlagen jaarlijks een andere benaming hebben. 3 en 4 De cijfers die uit paragraaf 1 en 2 komen, worden in een verhouding van loon/prijsontwikkeling (70/30) samengebracht tot een gemiddeld indexatiecijfer, afgerond op één cijfer achter komma. Dit cijfer wordt bij de kaderbrief en begroting gebruikt voor de indexatie van de deelnemersbijdrage.

Afwijken van de verhouding kan alleen als dit in de kaderbrief wordt onderbouwd met een berekening. De toe te passen indexering heeft betrekking op de bruto deelnemersbijdrage, voor aftrek van eventuele door de GR gerealiseerde toegevoegde waarde en onttrekkingen aan reserves. Voorbeeldberekening indexatie gemeenschappelijke regelingen Prijsindexatie 2020 *)

2,0%

Loonkostenindex 2020

3,2%

Indexatie 2020 Prijsindex 30% * 2% Loonkostenindex 70% * 3,2%

0,60% 2,24%

Indexatie gemeentelijke bijdrage 2020

2,8%

*) Zie bijlage van de Middellange Termijn Verkenning van het CEP2018

De deelnemersbijdrage en gedragslijn autonome ontwikkeling 1 Gedurende het begrotingsjaar worden geen begrotingswijzigingen aangeboden als gevolg van loon of prijsontwikkelingen. Mutaties in deelnemersbijdragen als gevolg van andere ontwikkelingen worden aan de raden voor zienswijze aangeboden. Uitgangspunt is wel om hierbij zoveel mogelijk aan te sluiten bij de reguliere P&C-cyclus. Uitgangspunt is dat een positief rekeningresultaat in de algemene reserve wordt gestort. Als deze de gestelde maximale hoogte heeft bereikt, vloeit het restant naar rato terug naar de deelnemers van de regeling. Het DB kan het AB een voorstel doen voor alternatieve aanwending. 2-4 Afwijkingen van werkelijke indexatie (jaar T) t.o.v. begrote indexatie (T-2), conform artikel 1.1 en 1.2, leiden tot correctie (positief en negatief) van de deelnemersbijdrage bij begroting (jaar T+2). Hierbij wordt gebruik gemaakt van dezelfde tabel als artikel 1, die in maart van T+1 worden gepubliceerd.

16

Weerstandsvermogen c.q. algemene reserve 1 Uitgangspunt is dat de weerstandscapaciteit bij de deelnemers is opgenomen en de gemeenschappelijke regeling alleen een beperkt weerstandsvermogen op de balans heeft. 2 Om als deelnemer voldoende weerstandscapaciteit op te nemen voor de risico’s van de gemeenschappelijke regeling, vermeldt de gemeenschappelijke regeling in de begroting en jaarstukken het niet afgedekte risico naar rato van de afzonderlijke deelnemers. 3-4 Om de gemeenschappelijke regeling wel een buffer te geven om financiële ontwikkelingen af te dekken, wordt een algemene reserve toegestaan van maximaal 2.5% van de lasten van het betreffende jaar. Het algemeen bestuur (AB) kan besluiten van dit percentage positief of negatief af te wijken. 5 Een overschrijding van het (in het AB) gestelde maximum, vloeit naar rato terug naar de deelnemers.

17

Bijlage 3. Nieuwe Wet gemeenschappelijke regelingen Op dit moment ligt er een wetsvoorstel voor een nieuwe Wgr. De reacties zijn tot nu toe zeer kritisch en het is daardoor nog maar zeer de vraag of deze Wgr er zal komen en wanneer. Daarom heeft de werkgroep GRIP deze nieuwe Wgr voorlopig buiten beschouwing gelaten, maar het is goed om hier afsluitend toch nog te melden wat de grootste veranderingen zullen zijn, mocht deze Wgr ongewijzigd door de Kamers komen en in werking treden: 1. Verruimen zienswijzeprocedure: De wetswijziging maakt het mogelijk om voor meer besluiten van het GR-bestuur een zienswijzenprocedure af te spreken. Bovendien worden GR-besturen verplicht schriftelijk te reageren op zienswijzen. 2. Regionale gemeenschappelijke raadscommissies: De deelnemende raden kunnen door deze wetswijzigingen een gezamenlijke commissie van raadsleden afdwingen bij het GR-bestuur. Deze commissie adviseert de raden en het bestuur en kan gezamenlijke standpunten van de deelnemende raden voorbereiden. De organisatie van de commissies is aan het GR-bestuur. De instelling en samenstelling is aan de raden. 3. Samenstelling besturen/raadsleden in besturen: Met deze wijziging wordt geregeld dat er in collegeregelingen naast de verplichte bestuursleden uit de deelnemende colleges ook raadsleden zitting kunnen krijgen in het GR-bestuur. 4.

Afspraken over participatie: Deze wijziging ziet erop dat in elke regeling wordt afgesproken hoe om te gaan met participatie van inwoners op taken en bevoegdheden met grote maatschappelijke relevantie. 5. Actieve informatieplicht: Met deze wijziging wordt geregeld dat het GR-bestuur eenzelfde actieve informatieplicht krijgt als het college van B&W. 6. Vergoeding leden gemeenschappelijke raadscommissies: Met deze wijziging wordt mogelijk gemaakt dat raadsleden een vergoeding krijgen als zij zitting nemen in een gemeenschappelijke raadscommissie, de vergoeding is gelijk aan de vergoeding voor deelname aan bijzondere commissies, zoals geregeld in het laatste rechtspositiebesluit decentrale politiek ambtsdragers van 15 oktober 2018 (maximaal €120 per maand). 7. Recht van enquête: Deze wijziging breidt het enquêterecht van raadsleden uit. Met de introductie van het gemeenschappelijk recht van enquête krijgen de gezamenlijke gemeenteraden de mogelijkheid om onderzoek te doen naar eventuele misstanden bij een gemeenschappelijke regeling als geheel, door een gezamenlijk onderzoek in te stellen naar de bestuursvoering van een gemeenschappelijke regeling. 8. Lokale rekenkamers: Met deze wijziging wordt de mogelijkheid van lokale rekenkamers om onderzoek te doen naar het gevoerde bestuur van een GR verduidelijkt, in de oude wet was dit onduidelijk. 9.

Evaluatie GR: Deze wijziging regelt dat er afspraken moeten worden gemaakt over het evalueren van GR-en, het stelt niet verplicht om GR-en te evalueren. 10. Gevolgen uittreding: Door deze wijziging worden GR-en verplicht om in hun regeling meer afspraken op te nemen over de gevolgen van uittreding. 11. Verandering begrotingscyclus: Deze wijziging geeft ruimte voor latere aanlevering van stukken om de P&C-cyclus van de GR-en meer aan te laten sluiten bij de P&C-cyclus van gemeenten, hoewel lokaal afgesproken kan worden om kortere termijnen aan te houden. De termijnen wijzigen als volgt: Huidig Voorgestelde wijziging Kaderbrief naar de raad Uiterlijk 15 april Uiterlijk 30 april Begroting naar GS Uiterlijk 1 augustus Uiterlijk 15 september Zienswijzetermijn ontwerpbegroting 8 weken 10 weken

18

Bijlage 4. Achtergrond en totstandkoming werkgroep en opdracht Raadsperiode 2014-2018 -

-

1 januari 2015: Nieuwe Wgr, één van de aanpassingen was de introductie van de kaderbrief 29 mei 2015: Rapport Werkgroep Wijziging Wgr van de VDG, de belangrijkste adviezen waren een eenduidige werkwijze rond kaderbrieven en deadlines voor de aanlevering van kaderbrieven en ontwerpbegrotingen bij de gemeenteraden 6 april 2016: Start Werkgroep taakstelling GR-en Drenthe van het VDG-PHO Financiën, belangrijkste doel was te komen tot Drenthe-brede afspraken over vorm, procedure en inhoud van financiële stukken van GR-en en de introductie van deelnemersoverleg 30 september 2016: Conferentie Drentse griffiers en GR-directeuren, belangrijkste uitkomsten van deze conferentie was dat er behoefte is aan meer verbinding en stroomlijning van processen en dat GR-en meer duidelijkheid willen over wat raden van hen verwachten en dus beter opdrachtgeverschap Vanaf 2016: Griffiers van diverse gemeenten ontwikkelen in toenemende mate instrumenten om de kloof tussen GR en raad te overbruggen en de sturing van de raad te vergroten, daarbij wordt vaak intergemeentelijke samenwerking gezocht waardoor er in Drenthe geleidelijk drie regio’s zijn ontstaan

Totstandkoming nieuwe werkgroep Drentse griffierskring en VDG -

-

-

-

Op 9 november 2018 is in het VDG-bestuur een verzoek van de Drentse griffierskring besproken om een gezamenlijke werkgroep ‘Grip op GR-en’ (hierna: GRIP) op te zetten en in deze werkgroep ten minste de volgende punten te analyseren en hierop voorstellen te maken: o Eenduidige vorm en procedure voor kaderbrieven voor alle GR-en o Eenduidige procedure voor de behandeling van ontwerpbegrotingen van GR-en in de raden o Versterking rol van de raad in de sturing op GR-en o Verbeteren informatievoorziening van de raden voor wat betreft de scheiding tussen beïnvloedbare en niet-beïnvloedbare GR-taken Na consultatie van de Drentse colleges van B en W op 17 januari 2019 heeft het VDG-bestuur de werkgroep GRIP ingesteld, bestaande uit de volgende leden: o Rikus Jager (bestuurlijk trekker vanuit VDG-bestuur) o Jisse Otter (wethouder financiën gemeente Emmen) o Martin Nanninga (secretaris vanuit VDG) o Johan Kok (raadsadviseur/plv. griffier gemeente Coevorden) o Mark Visser (medewerker gemeente Emmen) o Cindy Elken (griffier gemeente Hoogeveen) o Peter Koekoek (griffier gemeente Tynaarlo) Op 28 maart 2019 is in VDG-PHO Financiën is een memo besproken die voortborduurt op de werkzaamheden van de werkgroep van de VDG in 2015 en die van het PHO in 2016-2018.

Dit memo adviseert eisen te stellen aan de inhoud van kaderbrieven, een zienwijzeprocedure in te stellen voor kaderbrieven, een ambtelijk vooroverleg in te voeren en afspraken te maken over informatievoorziening en de rol van gemeentelijk vertegenwoordigers in GR-en. De werkgroep GRIP kwam op 1 juli 2019 voor het eerst bij elkaar.

19

-

-

In een volgend overleg van de werkgroep op 10 december 2019 werd de opdracht verder uitgewerkt in deelopdrachten: • Eenduidige vorm en procedure voor kaderbrieven voor alle GR-en • Eenduidige procedure voor de behandeling van kaderbrieven en ontwerpbegrotingen van GR-en in de raden • Versterking rol van de raad in de sturing op GR-en • Verbeteren informatievoorziening aan de raden voor wat betreft de scheiding tussen beïnvloedbare en niet-beïnvloedbare GR-taken • Afspraken over loon- en prijsindexering • Afspraken over zienswijzeprocedure voor kaderbrieven • Instellen van een ambtelijk vooroverleg • Afspraken over informatievoorziening aan gemeenteraden In 2020 hebben de werkzaamheden van de werkgroep stilgelegen omdat betrokkenen in beslag werden genomen door andere werkzaamheden in verband met de Coronapandemie. Op 8 februari 2021 kwam de werkgroep bij elkaar om haar werkzaamheden weer op te starten. Sindsdien komt de werkgroep maandelijks bij elkaar om tussentijds uitgewerkte acties te bespreken en verder te brengen richting een advies aan het VDG-bestuur. In de VDG-bestuursvergadering van 5 februari werd afgesproken dat het VDG-bestuur in haar vergadering van 16 april bijgepraat zou worden over in ieder geval de volgende drie onderwerpen: 1. Eenduidig procedure kaderbrieven 2. Format kaderbrieven 3. Beperking financiële uitdijing

20

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11014343/1