Kadernota SD DW
Tekst van het document
Kadernota Sociaal Domein 2022-2025 “Duurzaam in balans”
1
conceptversie 27 mei 2021
D
Hoofdstuk 1 Aanleiding, inleiding en achtergrond Aanleiding Bij de behandeling van de gemeentelijke begroting 2020 is besloten om het sociaal domein te gaan herijken. Daarbij is als hoofddoel geformuleerd: Het vaststellen van een nieuwe balans tussen aan de ene kant het handhaven van een goede invulling van onze verantwoordelijkheid voor onze kwetsbare en minder zelfredzame inwoners en aan de andere kant een verantwoorde beheersing van de uitgaven in het sociaal domein. Met een ‘verantwoorde beheersing van de uitgaven’ wordt bedoeld dat de uitgaven in evenwicht moeten zijn met de inkomsten (rijksbijdrage). We willen komen tot een toekomstbestendig sociaal domein zowel qua inhoud als financiën. Als centrale vragen in het proces zijn geformuleerd: a. Wat hebben onze inwoners die niet zelfredzaam zijn, nodig om mee te kunnen doen in de (lokale) samenleving)? In de beantwoording van die vraag staan onze inwoners centraal en niet onze systeemwereld; b. Hoe komen we weer tot een goede balans tussen uitgaven en inkomsten? Daar is het uitgangspunt een budgettair neutrale uitvoering van de taken binnen het sociaal domein. Dit betekent op hoofdlijnen dat de ‘eigen’ historische budgetten en de budgetten van het rijk voldoende moeten zijn om een goede invulling aan de sociaal domein taken te geven. Afgesproken is dat college en gemeenteraad gezamenlijk invulling geven aan het hoofddoel.
Dat doen ze door in gesprek te gaan met maatschappelijke partners, adviesraden, materiedeskundigen en eventueel inwoners (ervaringsdeskundigen). Deze kadernota is de uitkomst van dat proces. Eerst de kaders en daarna de uitwerking daarvan. In deze kadernota leggen we de kaders en speerpunten op hoofdlijnen neer. Als we het daarover eens zijn, kunnen die concreet worden uitgewerkt in uitvoeringsplannen. Dat doen we dan graag met de adviesraden en onze maatschappelijke partners.
Inleiding Met de decentralisaties van 2015 zijn de taken en de verantwoordelijkheden van gemeenten in het sociaal domein fors toegenomen. De eerste jaren hebben we ingezet op het ons zo goed mogelijk eigen maken en uitvoeren van deze nieuwe taken met als uitgangspunt dat onze inwoners die hulp en ondersteuning nodig hebben, niet ‘tussen de wal en het schip raken’. In een goede samenwerking tussen onder andere gemeenteraad en adviesraden en de inzet van bijvoorbeeld de sociale ombudsvrouw is dat gelukt. Deze kadernota schetst het perspectief voor de periode 2022-2025. Vertrouwde begrippen zoals ‘meedoen’, ‘ontwikkelingskansen’ en ‘eigen verantwoordelijkheid’ komen hierin terug. In belangrijke mate blijven we doorgaan op de ingeslagen weg. We willen blijven inzetten op preventie om problemen te voorkomen danwel vroegtijdig te signaleren. Ook samenwerking met maatschappelijke partners en een integrale benadering blijven belangrijk, want in alles wat we doen binnen het sociaal domein blijft onze inwoner die hulp en ondersteuning nodig heeft, centraal staan.
2
conceptversie 27 mei 2021
Om de taken in het sociaal domein goed uit te voeren zijn financiële middelen nodig. De budgetten die het Rijk beschikbaar stelt voor de uitvoering van deze taken zijn ontoereikend. Wanneer we als gemeente blijven werken zoals we nu doen, lopen we tegen structurele tekorten aan. Dat is overigens niet alleen in gemeente De Wolden zo, maar in gemeenten in heel het land. Daardoor zijn we genoodzaakt maatregelen te nemen om de financiële balans te herstellen en financiële kaders te stellen om binnen die balans te blijven.
Hoe zijn we tot deze kadernota gekomen? Ondanks de beperkingen door de Covid19-crisis zijn we in staat geweest om een uitgebreid traject te bewandelen om tot deze kadernota te komen. Daarbij waren gemeenteraad, adviesraden, maatschappelijke organisaties en inwoners betrokken. De aftrap van het proces herijking sociaal domein is gegeven tijdens de raadsbijeenkomst van begin oktober 2020. Daarna kwam de fase van informatieverwerving. Deze hebben raad en college samen ingevuld. Het belangrijkste onderdeel daarvan waren de werksessies “In gesprek met het sociale veld”. In twee werksessies eind november en begin december 2020 zijn vertegenwoordigers van organisaties, inwoners, leden van gemeenteraad en adviesraden, en collegeleden op een leuke en inspirerende wijze digitaal met elkaar in gesprek gegaan (zie in de bijlagen de praatplaten met de opbrengsten van de bijeenkomsten met het veld). Eind januari 2021 en begin februari 2021 is de gemeenteraad geïnformeerd over de actuele ontwikkelingen op het gebied van het sociaal domein en over de financiële maatregelen. Op 4 maart 2021 heeft de gemeenteraad aan de hand van een aantal stellingen over het sociaal domein gedebatteerd. En op 11 maart 2021 werd de gemeenteraad geïnformeerd over de uitkomsten van het onderzoek naar het cliëntenbestand (Wmo, Jeugdwet en Participatiewet) en de doelgroepen analyse door The Alignement House.
Ook werd de gemeenteraad geïnformeerd over het cliëntenbestand van Stichting Welzijn De Wolden. Met de adviesraden (Adviesraad Sociaal Domein en de Clientraden Jeugd, Wmo en Participatie & Wsw) was er gedurende het herijkingstraject regelmatig bestuurlijk contact. Daarnaast zijn de adviesraden steeds op de hoogte gehouden over (de voortgang van) het traject en zijn ze van informatie voorzien. Ook waren leden van de adviesraden bij verschillende bijeenkomsten en raadsavonden aanwezig. In maart 2021 hebben de adviesraden aangegeven wat zij belangrijk vinden om in de kadernota of de uitwerking daarvan mee te nemen. De uitkomsten van de verschillende sessies en bijeenkomsten zijn verwerkt in deze kadernota en/of worden meegenomen in het vervolgtraject als deze kadernota concreet wordt uitgewerkt in een uitvoeringsprogramma.
3
conceptversie 27 mei 2021
Hoofdstuk 2 Het sociaal domein in De Wolden 2.1 Visie sociaal domein Onze visie op de inrichting van het sociaal domein bestaat uit een aantal uitgangspunten. Wij willen dat onze inwoners:
zich zo gezond, positief en veilig mogelijk ontwikkelen; meedoen in onze (lokale) samenleving; zo lang mogelijk in hun leefomgeving blijven; zo goed mogelijk sociaal en financieel zelfredzaam zijn.
Zelfredzaamheid en eigen verantwoordelijkheid In de eerste plaats gaan we uit van zelfredzaamheid en eigen verantwoordelijkheid. Onze inwoners zijn primair zelf verantwoordelijk voor hun gezondheid, hun gezin, hun ontwikkeling, meedoen in de samenleving en het zo lang mogelijk in hun woningomgeving kunnen blijven. Daarbij vinden we ‘een beroep doen op de naaste omgeving’ vanzelfsprekend. Ondersteunen inwoners Inwoners die (nog) niet zoveel mogelijk zelfredzaam zijn, ondersteunen we. Daarbij is het uitgangspunt dat we ondersteuningsvragen van onze inwoners zo vroeg mogelijk in beeld willen krijgen of nog liever, willen voorkomen.
2.2 Wat zien we aan trends en ontwikkelingen? In het sociaal domein zien we een aantal trends en ontwikkelingen die zowel landelijk maar ook in De Wolden spelen. De belangrijkste trends voor De Wolden staan hieronder vermeld per pijler van het sociaal domein.
2.2.1 WMO Algemeen In het algemeen zijn het onze oudere inwoners die een beroep doen op de Wmo. De voorziening waar het meest gebruik van wordt gemaakt is de huishoudelijke hulp. Die voorziening levert een belangrijke bijdrage aan het langer thuis kunnen blijven wonen. Minder jongeren en meer senioren De Nederlandse bevolking verandert van samenstelling, het aantal ouderen neemt sterk toe en het aantal jongeren daalt. Hierdoor stijgt de gemiddelde leeftijd van de bevolking en neemt de demografische druk toe (wat betekent dat het aantal personen jonger dan 20 jaar en ouder dan 65 jaar stijgt ten opzichte van het werkende deel van de bevolking). Daarbij zien we wel een toename van gezonde/vitale ouderen door verbeterde leefomstandigheden en gezondheidszorg. Zorg dichtbij en integraal Zorg en ondersteuning zal vaker dichtbij of aan huis verleend worden. Door de toenemende levensverwachting, innovatie in de zorg en de vergrijzing verandert de zorgvraag en neemt de zorgvraag toe. Door andere wensen ten aanzien van levenskwaliteit en keuzevrijheid willen veel mensen hun leven ook op hogere leeftijd graag voortzetten zoals zij gewend zijn. Ook het verlenen van zorg buiten een instelling (extramuralisering) en financiële scheiding van wonen & zorg beïnvloeden de locatie waar mensen zorg ontvangen. Ouderen blijven langer thuis wonen in plaats 4
conceptversie 27 mei 2021
van naar een verpleeghuis/bejaardenhuis te gaan, waardoor juist ook de zwaardere zorg aan huis stijgt. Van curatief naar preventief Zowel in de jeugdzorg als in de langdurige zorg is er een toegenomen aandacht voor vroegtijdige signalering van risicovolle situaties en tijdige interventie ter voorkoming van zwaardere ondersteuning en zorg. De trend laat een beweging zien van een focus op bestrijding van ziekte en intensieve ondersteuning naar een focus op behoud van gezondheid en eigen kracht door aanpassing van leefstijl en preventie. Ieder mens is uniek Ieder is mens is uniek en er is dan ook een beweging zichtbaar van afhankelijkheid van een standaard aanbod van voorzieningen naar een persoonlijke invulling van wonen, welzijn, onderwijs en zorg. Deze persoonlijke invulling vraagt om flexibilisering van het aanbod, andere vormen van interactie met inwoners en ook aanpassing van het gemeentelijk dienstverleningsconcept. Minder overheid, meer inwoner De relatie tussen de burger en de overheid verandert, waarbij de burgers steeds meer initiatief nemen. Hierbij neemt de overheid steeds meer een faciliterende positie in. Vanuit een versobering van collectieve voorzieningen wordt ook vanuit de politiek meer beroep gedaan op de eigen kracht van burgers om meer ondersteuning binnen het eigen netwerk (familie, buurt en mantelzorgers) te zoeken.
Meer regionaal en lokaal samenwerken De noodzaak voor gemeenten om regionaal samen te gaan werken neemt toe door een toenemende mate van decentralisatie van taken. Dit betreft zowel de samenwerking met andere gemeenten als de lokale integrale samenwerking in gemeenten zelf met bijvoorbeeld zorginstellingen maar ook de samenwerking met inwoners(initiatieven). Toename technologie thuis Door gebruik te maken van technisch ondersteunende voorzieningen in huis, kan voor ouderen en hulpbehoevenden de mogelijkheid worden gecreëerd om langer zelfstandig en veilig te kunnen wonen. Met behulp van sensoren, omgevingsbesturing en hierop aangesloten mechanica kunnen mobiliteits- en levensstijlbeperkingen worden ondersteund en kan snel worden ingegrepen bij onveilige situaties. Zorgprofessionals en mantelzorgers kunnen via technologie ook op afstand contact houden en een patiënt in de gaten houden.
2.2.2 Jeugdhulp Algemeen In de jeugdhulp zien we twee grote groepen die een beroep doen op de beschikbare voorzieningen. De eerste groep is de groep waar de kinderen een psychiatrische diagnose, een (licht) verstandelijke beperking, een lichamelijke beperking óf een combinatie van het voorgaande hebben. Dit maakt dat ze (vaak langdurig en specialistische) hulp nodig hebben om de zelfredzaamheid optimaal te ontwikkelen. Daarnaast zien we een relatief grote groep kinderen die gebruik maakt van jeugdhulp, omdat de problematiek reactief van aard is. Deze kinderen groeien bijvoorbeeld op met ouders met een beperking of verslavingsproblematiek, complexe scheidingsproblematiek of met veel armoede en stress. Deze kinderen reageren volstrekt normaal op een niet normale situatie. Onze inzet is erop gericht om de situatie te normaliseren en de stress in het gezin te verminderen. De casuïstiek wordt besproken in het Multidisciplinair overleg en bij Veilig opgroeien. De problemen die daar aan de orde 5
conceptversie 27 mei 2021
komen worden voornamelijk veroorzaakt door echtscheidingen, psychiatrische & psychologische problemen, geweld en opvoedproblematiek. Onze aanpak stemmen we af op deze problematiek. Hierbij hebben we aandacht voor het kind en zijn omgeving. Denk hierbij aan de laagdrempelige inzet van de POH Jeugd bij de huisarts, de brede intake in de gemeentelijke toegang bij het eerste contact om de situatie goed in beeld te brengen en niet alleen het symptoom bestrijden en de thuiscoach die ook een totaal beeld maakt van de thuissituatie. De problematiek is fors en er is vaak sprake van intergenerationele problematiek. Het doorbreken van deze keten en werken aan een duurzame oplossing vergt veel tijd en inspanning. Centrum voor Jeugd en Gezin In 2021 wordt de visie en missie van het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) herzien. Hieraan wordt een gezamenlijke benaderingswijze gekoppeld voor alle collega’s die werkzaam zijn binnen het CJG. In deze visie en missie staat normaliseren, demedicaliseren en het vergroten van de eigen kracht van jongeren en gezinnen centraal. ‘Positieve gezondheid’ vormt de basis voor deze visie en missie. Het is de bedoeling dat alle CJG-partners en collega’s zich conformeren aan deze visie, missie en benaderingswijze, zodat er in gezamenlijkheid aan bovengenoemde doelen gewerkt kan worden.
Aangescherpte beleidsregels Per januari 2020 is de gemeentelijke toegang van start gegaan met nieuwe aangescherpte beleidsregels. Deze beleidsregels zijn het gevolg van een coproductie tussen beleid en uitvoering. De toegang heeft hierdoor heldere beleidskaders gekregen waarbinnen aanvragen voor jeugdhulp al dan niet toegewezen worden. Landelijk zien we veel jurisprudentie op het gebied van eigen kracht; de huidige Jeugdwet (van kracht sinds 1 januari 2015) doet een groter appèl op de eigen kracht en beschikbaarheid van ouders, dan de wetgeving die voor 2015 van kracht was. Dit maakt dat er na de transitie uit 2015, stap voor stap ruimte ontstaat voor transformatie. De nieuwe beleidskaders doen recht aan deze transformatie en passen beter bij de huidige wetgeving. Het AEF-rapport Het AEF-rapport1 laat zien dat er structureel te weinig geld beschikbaar is voor jeugdhulp. Daarnaast is zichtbaar dat de aanbevelingen uit het AEF-rapport, door Team Jeugd en Bijzondere Zorg, in samenwerking met het Centrum voor Jeugd en Gezin al grotendeels zijn uitgewerkt en ingevoerd. Echter, er wordt met kwetsbare gezinnen gewerkt en duurzame verandering kost tijd. Snelle financiële winst door ‘harde’ bezuinigingsmaatregelen, kan aan de achterkant leiden tot grote, maar ook zeer dure crisissituaties. Het is een kwestie van balanceren om écht tot betere zorg tegen lagere kosten te komen.
De financiële resultaten van de genomen maatregelen zullen daardoor wellicht niet meteen zichtbaar zijn; Covid19-crisis De gevolgen van de Covid19-crisis hebben ook invloed op het gebruik van de jeugdhulp. Er is een toename zichtbaar van geestelijke gezondheidsklachten. Het is nu nog onduidelijk wat de gevolgen
1 Het adviesbureau Andersson Elffers Felix (AEF) heeft in opdracht van het Rijk (ministeries van VWS,
Financiën, BZK en JenV) en de VNG onderzocht of er structureel extra middelen nodig zijn voor de uitvoering van de Jeugdwet, en welke maatregelen er genomen kunnen worden om de kosten te verlagen (https://www.aef.nl/nieuws/onderzoek-structurele-middelen-jeugdhulp-gepubliceerd).
6
conceptversie 27 mei 2021
van deze toename op de korte en lange termijn zullen zijn. Het is in ieder geval iets om rekening mee te houden.
Norm voor Opdrachtgeverschap Via de VNG hebben de gemeenten zich uitgesproken om in te stemmen met de Norm voor Opdrachtgeverschap (NvO). Doel van de norm is om aan te geven dat en hoe we willen samenwerken. In de norm komt de regiovisie centraal te staan. In deze visie komen afspraken over welke taken op het gebied van jeugd in samenwerking worden opgepakt en welke inhoudelijke ontwikkelingen in de regio gewenst zijn. In de norm is vastgesteld waar de regiovisie minimaal aan voldoet, de invulling (het hoe) is aan de regio en gemeenten zelf. Met deze norm versterken de gemeenten hun samenwerking bij het bieden van passende hulp aan kinderen. Daar waar een groot deel van de hulp lokaal kan worden geboden, is voor de meer gespecialiseerde jeugdhulp een sterke samenwerking gewenst. Wij zitten in de Drentse werkgroep om vorm en inhoud te geven aan deze norm.
2.2.3 Participatie In 2015 deed de Participatiewet haar intrede en kregen gemeenten de opdracht om zoveel mogelijk inwoners op weg te helpen naar werk bij een reguliere werkgever. De gemeente De Wolden weet op dat vlak goede resultaten te boeken. Zo is er sinds juni 2020 is er een daling te zien in het bijstandsbestand van de gemeente De Wolden. De bijstandspopulatie bevat op moment van schrijven zo’n 240 cliënten en zit daarmee onder het Nederlands gemiddelde. Binnen deze populatie hanteert de gemeente een indeling in groepen die gebaseerd is op mate van afstand tot de arbeidsmarkt, en voorzien we cliënten van een op maat gemaakt plan om weer te komen tot werk. Dit is noodzakelijk om dat onze cliënten vaak mensen zijn die niet gelijk de stap richting betaald werk kunnen maken. In meer dan de helft van de gevallen is de verwachting dat men meer dan twee jaar nodig zal hebben om deze stap te kunnen maken. De redenen hiervoor lopen uiteen maar er zijn een aantal constante factoren die bijstandsgerechtigden belemmer in hun zoektocht naar werk. Zo is men vaak relatief laag opgeleid, ouder dan 50 en komen arbeidsbeperkingen regelmatig voor. Ondanks deze factoren is er voortdurend in- en uitstroom in het bijstandsbestand. Eén van de redenen hiervoor is dat we er toch in slagen onze cliënten aan het werk te krijgen of te laten beginnen met een opleiding.
Daarnaast doen mensen geen beroep meer op een uitkering omdat zij een relatie krijgen, met pensioen gaan of verhuizen naar een andere gemeente. Toch is in toenemende mate zichtbaar dat mensen die een beroep doen op de Participatiewet aanzienlijke problematiek met zich meedragen. Deze doelgroep vraagt een grote mate van investering op het gebied van scholing, werkervaring en persoonlijke ontwikkeling om met te kunnen doen, en mee te blijven doen, aan de arbeidsmarkt. Flexibele arbeidsmarkt De gemeente De Wolden streeft altijd naar duurzame uitstroom van haar bijstandscliënten. Dit betekent dat er een reële kans bestaat dat cliënten bij aanvaarding van werk niet binnen een jaar of twee weer terugkeren in de uitkering. De ontwikkeling van de arbeidsmarkt bemoeilijkt deze doelsteling. Bedrijven zijn steeds minder geneigd om werknemers een vaste aanstelling te geven om 7
conceptversie 27 mei 2021
daarmee een flexibele schil in de organisatie te behouden. Dit geeft hen te gelegenheid om in tijden van economische tegenspoed de organisatie relatief gemakkelijk te laten krimpen. Hier is het in toenemende mate een opgave om cliënten langdurig uit te laten stromen richting werk. Digitalisering en praktisch geschoolde arbeid Digitalisering van maatschappij en arbeidsmarkt zet onverminderd door. Veel banen die 30 jaar geleden nog voorkwamen verdwijnen en keren niet meer terug. In veel, maar zeker niet alle, gevallen betreft het hier arbeid van praktisch geschoolde aard. De arbeidsmarkt vraagt daarmee steeds meer van werkzoekenden op het gebied van opleiding en persoonlijke ontwikkeling. Voor mensen die werk hebben betekend dit bijscholing om hun baan ook naar de toekomst toe te kunnen behouden. Voor werkzoekenden betekend het dat voldoen aan de eisen van werkgevers steeds lastiger wordt omdat men simpelweg niet beschikt over het vereiste opleidingsniveau. Voor de gemeente ligt hierin een opgave om onze bijstandscliënten te voorzien van voldoende scholing waarmee zij voor nu en naar de toekomst toe een plek op de arbeidsmarkt krijgen en behouden. Arbeidsmarktregio Drenthe (AMRD) Werkgevers en werknemers houden zich niet aan gemeentegrenzen. Aansluiting in de regio is noodzakelijk om zoveel mogelijk van onze cliënten te voorzien van een nieuwe baan.
Daarom neemt de gemeente De Wolden deel aan de Arbeidsmarktregio Drenthe. In deze regio richten de gemeente zich samen met 5 andere Drentse gemeenten onder andere op de uitvoering van de banenafspraak. Binnen de banenafspraak wordt gestreefd naar het begeleiden naar werk van mensen met een arbeidsbeperking. Per regio heeft het Rijk hiervoor een quotum opgelegd waaraan de arbeidsmarktregio’s dienen te voldoen in 2025. De AMRD, en daarmee de gemeente De Wolden is hiermee op de goede weg. Aansluiting bij de AMRD is verder naar de toekomst toe noodzakelijk omdat het Rijk steeds meer regionaal lijkt te willen sturen op het gebied van participatie en hiervoor de arbeidsmarktregio’s als middel gebruikt. Dit was onder andere zichtbaar bij de verdeling van steun- en herstelpakketten die zich richten op het beperken van de effecten van het coronavirus op de economie en arbeidsmarkt. De middelen uit deze herstelpakketten, een daarbij horende taken, worden voor een groot deel niet bij de gemeente zelf, maar bij de arbeidsmarkregio neergelegd. Naast regionale samenwerking in dit verband is er ook de binding met de Regio Zwolle. Binnen die samenstelling richt men zich onder andere op de aanpak van tekorten op de arbeidsmarkt en het verhogen van de arbeidsparticipatie.
Ook zet men in op het ontwikkelen van de werkkwalificaties van de beroepsbevolking van deelnemende gemeenten om te komen tot een inclusieve arbeidsmarkt. Zowel de Regio Zwolle als ook de Arbeidsmarktregio Drenthe dragen op positieve wijze bij aan de doelstellingen van de gemeente De Wolden op het gebied van arbeidsparticipatie. Covid19/Corona Het coronavirus brengt grootschalige economische en maatschappelijke veranderingen met zich mee. De daling en groei van het bijstandsbestand van de gemeente gaat hand in hand met landelijke economische ontwikkelingen en corona is hierin geen uitzondering. Zo is er in grote mate sprake van verschuiving van vraag en aanbod op de arbeidsmarkt, waarbij voornamelijk meer vraag is naar mensen in de zorg en de techniek. Ook kiezen veel bedrijven ervoor om flexwerkers te ontslaan of geen contractverlenging te geven. In veel gevallen betreft het hier mensen die jonger zijn dan 27 8
conceptversie 27 mei 2021
jaar. Deze doelgroep is zichtbaar toegenomen in ons bijstandsbestand. Toch lijken de effecten van corona in De Wolden nog niet te leiden tot een groeiende bijstandspopulatie. De zorg die hierover landelijk heerst is dat een groei in de bijstandspopulatie nog zal volgen op het moment dat alle steunmaatregelen (zoals de TONK, TOZO en NOW), die nu nog van kracht zijn, wegvallen.
2.3.Wat doen we nu al in het sociaal domein? Per pijler in het sociaal domein geven we aan waar we nu al op inzetten. 2.3.1 Wmo De Wmo is primair gericht op de inwoner die ondersteuning nodig heeft om zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving te kunnen blijven en in de (lokale) samenleving te kunnen meedoen. Die ondersteuning is aanvullend op de eigen verantwoordelijkheid en zelfredzaamheid. Daarnaast kent de Wmo ook wat meer algemene opdrachten en doelstellingen gericht op algemene voorzieningen en preventie om die eigen verantwoordelijkheid en zelfredzaamheid nadere invulling te geven. Met de oprichting van de Stichting Onafhankelijke Clientondersteuning voldoen we niet alleen aan een wettelijke verplichting, maar kijken we ook nadrukkelijk wat er in de Woldense situatie het beste is. Vanuit de context van de Wmo zoeken we meer de verbinding met andere beleidsterreinen en vooral ook met maatschappelijke organisaties. De buurtteams zijn een mooi voorbeeld van een gezamenlijke aanpak om inwoners snel, integraal en dichtbij te helpen. Binnen de buurtteams werken de kernpartners politie, Actium, Welzijn De Wolden en gemeente nauw samen om zowel fysieke als sociale zaken snel en adequaat aan te pakken. Of anders snel door te verwijzen. Door de Corona-crisis is het thema ‘eenzaamheid’ nog nadrukkelijker in beeld gekomen.
Samen met de zorg, welzijn en bibliotheek kijken we naar een integrale aanpak voor de korte en wat langere termijn. In De Wolden neemt het aantal ouderen toe met kans op een toenemend beroep op voorzieningen en toename van gezondheidsvraagstukken. Wat kunnen we daar gezamenlijk aan doen? Binnen de integrale ouderenzorg gaan we daar samen met zorgorganisaties, welzijn en huisartsen mee aan de slag. Een inclusieve samenleving betekent dat mensen met een handicap volwaardig kunnen deelnemen aan het maatschappelijk leven. Volwaardig betekent zonder te worden gediscrimineerd, met de vrijheid om zelf keuzes te maken en met gelijke kansen en gelijke toegang tot voorzieningen en diensten als mensen zonder beperking. In eerste instantie hebben we ns gericht op aanpassingen van de fysieke omgeving. De volgende fase is om te kijken waar sociale en/of mentale belemmeringen zijn en om vervolgens samen met betrokken personen en organisaties daar iets aan te gaan doen. Beschermd wonen wordt momenteel voor negen Drentse gemeenten, waaronder De Wolden, uitgevoerd door centrumgemeente Assen. Om meer regionale en lokale invulling te kunnen geven wordt de regio Assen gesplitst in een regio Noordmidden en Zuidwest Drenthe. In onze regio gaan we samenwerken met Hoogeveen, Meppel en Westerveld.
Een van de belangrijkste in het kader van de decentralisatie is om mensen vanuit beschermd wonen te laten doorstromen naar thuiswonen+ om daarmee meer integratie in de lokale samenleving te bevorderen.
9
conceptversie 27 mei 2021
2.3.2 Jeugdhulp Gemeente De Wolden vindt het van belang dat alle Woldense kinderen de kans krijgen om veilig op te groeien en zich optimaal te kunnen ontwikkelen binnen de eigen mogelijkheden. Wanneer de veiligheid in het geding is, komen we gevraagd en ongevraagd in actie. Wanneer er belemmerende factoren zijn die de ontwikkeling stagneren, kan er op diverse manieren een hulpvraag gesteld worden. Daarnaast is de jeugdhulp landelijk, maar ook zeker in De Wolden, aan het transformeren. Kortgezegd richt die transformatie zich op het normaliseren van bepaalde opvoedvragen, het demedicaliseren van onze jeugd waar dit kan en het kijken naar wat er nodig is om een kind te helpen, in plaats van waar men wel of geen recht op heeft. Er zijn volop ontwikkelingen binnen de jeugdhulp waaraan gewerkt wordt. Doel is om de ondersteuning aan ouders en jeugdigen verder te verbeteren en daarbij de kosten voor jeugdhulp omlaag te brengen. Voor jeugdhulp zijn in 2021 de volgende ambities geformuleerd: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.
Inzetten op het vergroten van de eigen kracht en probleemoplossend vermogen van gezinnen. Normaliseren van de situatie en aansluiten bij de leefwereld van gezinnen (zo licht en kortdurend mogelijk, zo lang en zwaar als nodig is). We zijn graag op tijd (zo vroeg mogelijk signaleren en indien nodig interveniëren); Elk kind heeft het recht om veilig op te groeien (als de veiligheid in het geding is, komen we altijd in actie, ook buiten kantoortijden). Er is een goede verbinding tussen kinderopvang, onderwijs en jeugdhulp. We hebben grip op de kosten voor jeugdhulp. We gaan inzetten op begrenzing; begrenzen van het aantal aanbieders, begrenzen van het aantal hulpverleners rond gezinnen, begrenzen van de administratieve druk en begrenzen van de winsten van aanbieders in de jeugdzorg.
Deze ambities zijn de komende jaren van kracht. Zie hiervoor ook het uitvoeringsplan jeugd 2021. 2.3.3 Participatie Participatie richt zich op begeleiding richting scholing of werk, met een betaalde baan als het einddoel. Hierbij gaat de gemeente voor de kortste weg voor inwoners om weer uit de uitkering te komen. Echter wel met het oog op duurzame uitstroom. Daarbij kijkt de gemeente naar de mate van afstand tot de arbeidsmarkt en ontvangt men ondersteuning op basis van hun persoonlijke situatie. Cliënten die kans maken op een betaalde baan krijgen allen ondersteuning bij hun re-integratie. Deze ondersteuning bestaat ui coaching van werknemersvaardigheden en re-integratieactiviteiten. Hierbij is altijd oog voor de mogelijkheden en wensen van de werkzoekenden, maar kijken we ook naar de kansen die er bestaan op de arbeidsmarkt. Indien betaald werk nog een stap te ver is, wordt maatschappelijke participatie gestimuleerd en werken we aan mogelijke problematiek bij de cliënt. Zo doet een deel van deze groep vrijwilligerswerk of ontvangt men begeleiding van hulpverleningsinstellingen, bijvoorbeeld als er sprake is van een geestelijke of lichamelijk arbeidsbeperking of schuldenproblematiek. Of een cliënt weinig of veel afstand heeft tot de arbeidsmarkt, maakt voor het idee achter onze aanpak geen verschil. Maatwerk is hierin altijd het devies.
Maar hierin gaan we wel uit van eigen 10
conceptversie 27 mei 2021
kracht. Het inzetten van een re-integratievoorziening gebeurt voor die inwoners voor wie dit noodzakelijk is. Indien men een grote afstand heeft tot de arbeidsmarkt maar wel de beschikking heeft over een sociaal netwerk wat kan bijspringen, dan zet de gemeente geen voorziening in. Voorliggende voorzieningen zijn er met een reden, en de bijstand fungeert als laatste vangnet voor hen die het op eigen kracht niet meer redden.
11
conceptversie 27 mei 2021
Hoofdstuk 3 De Kaders voor het sociaal domein 3.1 Hoe willen we onze inwoners ondersteunen en welke uitgangspunten hanteren we daarbij? We vinden dat onze inwoners primair zelf verantwoordelijk zijn voor hun gezondheid, hun gezin, hun ontwikkeling, meedoen in de samenleving en het zo lang mogelijk in hun woonomgeving te kunnen blijven. Daarbij vinden we ‘een beroep doen op de naaste omgeving’ vanzelfsprekend. Inwoners die (nog) niet zoveel mogelijk zelfredzaam zijn, ondersteunen we. Daarbij is het uitgangspunt dat we ondersteuningsvragen van onze inwoners zo vroeg mogelijk in beeld willen krijgen of nog liever, willen voorkomen. 3.2 Inwoner centraal De centrale vraag is wat onze inwoner die niet zelfredzaamheid is, nodig heeft om te kunnen meedoen. In de beantwoording van die vraag staat onze inwoner centraal en niet onze systeemwereld. 3.3 Kaders en uitgangspunten In de ondersteuning van onze inwoners gaan we uit van de volgende kaders en uitgangspunten: Onze dienstverlening en samenwerking zijn gebaseerd op vertrouwen en gelijkwaardigheid Inwoners zijn in eerste instantie verantwoordelijk voor zichzelf en voor elkaar. De gemeente helpt pas als zij zichzelf en elkaar niet langer kunnen helpen. Onze maatwerkvoorzieningen zijn het sluitstuk. Inzet op preventie/voorliggende voorzieningen loont.
De uitgangspunten van positieve gezondheid vormen de basis voor de benadering van inwoners door (onze) professionals. Meer inzetten op de gezonde toekomst van de jeugd. Ondersteuning is niet vrijblijvend Iedere bijstandscliënt verdient aandacht en een op maat gemaakt traject. Mensen met arbeidsbeperking moeten bij een reguliere werkgever kunnen werken. Woonvormen realiseren waar jong en oud bewust samenwonen en elkaar vrijwillig ondersteunen. Aantal nieuwe zorginstellingen reguleren. Voorkomen is beter dan genezen (preventie) Meer integrale benadering/aanpak problematiek Samenwerking: intern en extern We blijven binnen de financiële kaders. Financiën op orde
12
conceptversie 27 mei 2021
Toelichting op de kaders en uitgangspunten a. Onze dienstverlening en samenwerking zijn gebaseerd op vertrouwen en gelijkwaardigheid Onze dienstverlening is gebaseerd op vertrouwen en gelijkwaardigheid. Dat geldt richting onze professionele medewerkers, maar ook naar onze cliënten en naar met ons samenwerkende organisaties. We passen onze administratieve richtlijnen aan op basis van het werken ‘met vertrouwen’. We vragen geen onnodige gegevens van klanten. We maken haalbare afspraken. We komen onze beloften na. We proberen de ander net even iets meer te helpen dan wat we hebben afgesproken (dienstverlening). We realiseren ons steeds dat wat wij doen impact heeft op de ander en dat we daarom rekening met de ander moeten en willen houden. b.
Inwoners zijn in eerste instantie verantwoordelijk voor zichzelf en voor elkaar. De gemeente helpt pas als zij zichzelf en elkaar niet langer kunnen helpen. Onze maatwerkvoorzieningen zijn het sluitstuk. De maatschappij kan veel zelf oplossen. De gemeente dient pas in beeld te komen wanneer inwoners het zelf niet meer redden. Als inwoners hulpbehoevend zijn en dit niet zelf kunnen oplossen en een beroep doen op de gemeente dan dient het aanbod ook passend te zijn. We houden daarbij rekening met individuele omstandigheden en kijken wat er écht nodig is. De wijze waarop- of devolgorde waarin we een vraag van een inwoner/huishouden behandelen: - Wat heeft u nodig. - Wat kunt u zelf. - Wat kan uw omgeving bijdragen. - Welke voorliggende voorzieningen kunnen worden benut. - Moet een maatwerkvoorziening (individuele voorziening) worden ingezet? c. Inzet op preventie/voorliggende voorzieningen loont. Gemeente De Wolden ziet dat een sterk preventief en voorliggend veld op meerdere manieren loont voor de inwoners. Het is in het belang van inwoners om tijdig problemen te signaleren, zodat we er samen voor kunnen zorgen dat problemen niet erger worden en niet meer leed veroorzaken dan nodig. Voorkomen is beter dan genezen. In de eerste plaats geldt dat natuurlijk voor de inwoner zelf.
Maar ook voor de gemeente die ziet dat inwoners daardoor zichzelf en dus ook elkaar, beter kunnen redden zonder hulp van de gemeente. Daarnaast voorkomt preventie vaak een beroep op duurdere ondersteuning en zorg. Op het vlak van de preventie heeft de gemeente een stimulerende, faciliterende en/of regisserende rol. d.
De uitgangspunten van positieve gezondheid vormen de basis voor de benadering van inwoners door (onze) professionals. We willen dat binnen vijf jaar alle professionals in De Wolden samen denken en werken aan het bevorderen van Positieve Gezondheid en de zes dimensies (lichaamsfuncties, zingeving, kwaliteit van leven, mentaal welbevinden, meedoen en dagelijks functioneren). Dit betekent een verandering van gedrag, kennis en vaardigheden bij zowel inwoners als professionals. Professionals worden getraind in het leren voeren van het andere gesprek. Dit uitgangspunt daagt professionals uit om breder te 13
conceptversie 27 mei 2021
kijken dan hun eigen expertisegebied. Juist door het inzetten van interventies buiten het gezondheidsdomein kunnen we gezondheidswinst boeken. Interventies op het gebied van bijvoorbeeld schuldhulpverlening of arbeidsbemiddeling zijn soms een beter startpunt voor het verbeteren van de gezondheid dan een aanpak die zich alleen richt op een gezondere leefstijl. Hiermee voldoen we aan vroegsignalering. e. Meer inzetten op de gezonde toekomst van de jeugd. Gemeente De Wolden is sinds 2014 een Jongeren Op Gezond Gewicht (JOGG) gemeente. JOGG staat voor ‘gezonde jeugd gezonde toekomst’. Met deze lokale integrale aanpak maken we samen de omgeving waarin kinderen en jongeren opgroeien structureel gezonder door projecten zoals de Gezonde School, Gezondere Supers, de gezondere sportomgeving en Kindermenu 2.0. ‘Wie de jeugd heeft, heeft de toekomst’. f. Ondersteuning is niet vrijblijvend De gemeente helpt inwoners die ondersteuning nodig hebben. Deze hulp is zo licht mogelijk, maar zo zwaar als nodig is. Daarbij is het uitgangspunt dat gekeken wordt naar wat iemand nodig heeft. Het toekennen van een voorziening (vorm van ondersteuning) heeft een bepaalde mate van wederkerigheid. We bespreken dat met een inwoner, zodat ook een inwoner kan inzien dat gemeenschapsmiddelen op een verantwoorde en zorgvuldige wijze worden ingezet.
Daarmee willen we ook meer kostenbewustzijn bij onze inwoners bewerkstelligen. g. Iedere bijstandscliënt verdient aandacht en een op maat gemaakt traject. Inwoners van gemeente De Wolden die een bijstandsuitkering ontvangen dienen stappen te zetten richting (betaald) werk. Voor al deze inwoners maakt de gemeente een traject dat gericht is op participatie en dat rekening houdt met de omstandigheden van de individuele inwoner. Geen enkele cliënt blijft op deze manier van aandacht verstoken. h. Mensen met arbeidsbeperking moeten bij een reguliere werkgever kunnen werken. In 2015 deed de Participatiewet haar intrede met de gedachte dat eenieder, ook personen met een arbeidshandicap, kunnen werken bij een reguliere werkgever. De gemeente schept samen met het bedrijfsleven hiervoor de voorwaarden en laat inwoners met een beperking op deze wijze volwaardig meedoen aan de arbeidsmarkt. i.
Woonvormen realiseren waar jong en oud bewust samenwonen en elkaar vrijwillig ondersteunen. Ouderen worden geacht zo lang mogelijk zelfstandig te wonen, hiervoor moeten voldoende woningen zijn waar ouderen met een bepaalde hulpvraag goed kunnen wonen. Een idee is om woonvoorzieningen te realiseren waar jong en oud samenwonen, elkaar kunnen ontmoeten en ondersteunen, te denken valt aan kangoeroewoningen, samenwonen in een hof of in een verzorgingshuis. Plekken waar mensen hun eigen appartement hebben, maar ook naar een gemeenschappelijke ruimte kunnen waar ze met elkaar kunnen eten en praten. Een eerste stap is te onderzoeken aan welke woonvormen de meeste behoefte is. j. Aantal nieuwe zorginstellingen reguleren. We krijgen regelmatig verzoeken voor vestiging van zorginstellingen in onze gemeente. Soms kan een dergelijke vestiging leiden tot een grotere druk op onze voorzieningen en op de financiën in het
14
conceptversie 27 mei 2021
sociaal domein. Vanuit ook andere beleidsterreinen willen we samen randvoorwaarden opstellen om verzoeken tot vestiging te toetsen om zodoende nieuwe vestiging van zorginstellingen te reguleren. k. Voorkomen is beter dan genezen (preventie) Als de juiste mensen zo vroeg mogelijk kinderen en gezinnen kunnen helpen is er minder kans dat zorgen zich op negatieve manier verder ontwikkelen. Een sterk preventief veld kenmerkt zich door een goede verbinding tussen verschillende domeinen en is dichtbij gezinnen en kinderen georganiseerd. Om De Woldense ambities voor jeugd waar te maken, is een sterk preventief veld nodig. l. Meer integrale benadering/aanpak problematiek CJG De Wolden Hoogeveen werkt volgens het ‘1Gezin1Plan1Aanspreekpunt’-principe. Dat betekent dat we, mede door de brede intake en het basisformulier, kijken naar het hele gezin en relevante leefgebieden. Als er meerdere partijen en/of hulpverleners betrokken zijn, óf er is sprake van complexe problematiek die gevolgd moet worden, kan er een uitvoeringscoördinator (uvc) aangesteld worden. Die is dan het aanspreekpunt. De uvc is ‘de rode draad’ in het proces. De uvc blijft betrokken en haakt waar nodig anderen aan, maar schaalt waar het kan ook weer af. Daarnaast bewaakt hij of zij de voortgang en zorgt dat de betrokken partijen van elkaar weten waar ze aan werken.
Daarnaast kan de uvc’er via het multidisciplinair overleg (MDO) een verwijzing aanvragen voor de tweede lijn, mocht dat voor een gezin nodig zijn. m. Samenwerking: intern en extern Eén van de ambities richt zich expliciet op het verbeteren van de verbinding. Hoewel er gewerkt wordt vanuit de ‘1Gezin1Plan1Aanspreekpunt’-gedachte, is er zeker ruimte voor meer integraliteit bij gemeente De Wolden, sociaal domein breed. Een grote groep kinderen die jeugdhulp nodig heeft, wordt immers behandeld of begeleid vanwege reactief gedrag. Deze kinderen reageren relatief gezond op een relatief ongezonde omgeving of thuissituatie, bijvoorbeeld doordat er bij ouders verslavingsproblematiek speelt, er is sprake van echtscheidingsproblematiek, ze groeien op met een ouder met een beperking, enzovoort. Door te werken aan betere integraliteit, sociaal domein breed, kan gemeente De Wolden samen met een gezin werken aan duurzame oplossingen voor onze gezinnen. Als het gaat om externe samenwerking met CJG-partners, is het herzien van de visie en missie een belangrijke manier om stil te staan bij samenwerking en partnerschap. n. We blijven binnen de financiële kaders. De uitvoering van het sociaal domein vindt plaats binnen de door de gemeenteraad beschikbaar gestelde financiële middelen. Uitgangspunt is dat er een balans is tussen de uitgaven en inkomsten binnen het sociaal domein.
We geven niet meer uit dan dat we van het rijk ontvangen. Jaarlijkse exploitatiesaldi (Wmo, Jeugdwet, Participatiewet) verrekenen we met de reserve sociaal domein. Op dit moment kent de reserve een minimum van € 0 en een maximum van € 1 miljoen. 75% van de reserve is bedoeld voor het opvangen van schommelingen in de exploitatie en 25% is bedoeld voor transformatie/innovatie sociaal domein. o. Financiën op orde Er is in 2019 geconstateerd dat de Jeugdwet niet verder hoeft te worden afgebakend, de huidige wet biedt voldoende mogelijkheden om tot een nadere afbakening te komen. In het AEF-rapport wordt daarnaast geconcludeerd dat er structureel te weinig geld beschikbaar is voor de jeugdhulp. Dit samen zorgt voor een grote financiële uitdaging. Gemeente De Wolden werkt op dit moment aan
15
conceptversie 27 mei 2021
een stevig fundament voor wat betreft de verordening en de beleidsregels voor de toegang tot jeugdhulp. De nieuwe verordening en beleidsregels gaan in elk geval in op 1 januari 2022. Centraal bij ons handelen en bij elk zorgtraject staat het resultaatgericht werken en kostenbewustzijn. Ingezette interventies dienen onderbouwd te zijn, hulp wordt tussentijds geëvalueerd en het kostenaspect wordt altijd meegewogen. Uitgangspunt is de best mogelijke oplossing tegen het scherpste tarief en hierover zijn we in gesprek met klanten en aanbieders. Wat de Gemeentelijke Toegang al doet, en waar we voortdurend aan werken is steeds benadrukken dat we kijken naar wat het kind nodig heeft en niet naar waar men recht op heeft, dat we normaliseren en dat we vasthouden aan onze beleidsregels.
16
conceptversie 27 mei 2021
Hoofdstuk 4 Financien, monitoring en vervolg 4.1 Financiële uitgangspunten De huidige rijksbijdragen zijn ontoereikend om het sociaal domein naar behoren uit te voeren. Dat geldt in principe voor alle gemeenten. Een van de hoofddoelen van de herijking sociaal domein is een verantwoorde beheersing van de uitgaven in het sociaal domein. Daarmee bedoelen we dat de uitgaven in evenwicht moeten zijn met de inkomsten (rijksbijdrage). Dat evenwicht is er nu en in de nabije toekomst niet. Om dat te bereiken moeten er extra middelen van het Rijk komen of moeten de huidige uitgaven worden verlaagd. Omdat er geen zicht is op structureel extra rijksbijdragen, zijn er bezuinigingsvoorstellen geformuleerd waarover de gemeenteraad een besluit moet nemen. Voor de toekomst gaan we uit van een budgettair neutrale uitvoering van de taken binnen het sociaal domein. Dit betekent op hoofdlijnen dat de ‘eigen’ historische budgetten en de budgetten van het rijk voldoende moeten zijn om een goede invulling aan de sociaal domein taken te geven.
4.2 Monitoring en evaluatie
We blijven de uitvoering van het sociaal domein zowel inhoudelijk als financieel, periodiek monitoren. Dat doen we binnen de reguliere jaarplancyclus en de monitor sociaal domein. Daarnaast willen we voor de gemeenteraad twee keer per jaar (maart/april en september/oktober) een sociaal domein bijeenkomst organiseren waarop de ene keer de inhoud en de andere keer de gegevens en financiën centraal staan. Een overweging is om één van die bijeenkomsten samen met de adviesraden te doen. De uitvoering van deze kadernota en de uitvoeringsprogramma’s gaan we in 2023 evalueren.
4.3 Opstellen uitvoeringsplannen De koers voor het toekomstbestendig sociaal domein ligt op hoofdlijnen vast in deze nota. Deze nota wordt door de raad vastgesteld. De concretisering van deze kadernota in speerpunten en acties wordt opgenomen in een uitvoeringsplan dat we met betrokkenheid van adviesraden en maatschappelijke partners gaan opstellen. De vaststelling van het uitvoeringsplan is een bevoegdheid van ons college. Uiteraard kan ook de gemeenteraad kennisnemen van het uitvoeringsplan.
4.4 Tot slot
We willen iedereen die betrokken is geweest bij de voorbereiding van deze kadernota hartelijk danken voor de bijdrage. Om onze doelstellingen te realiseren is grote betrokkenheid en inzet van onze ketenpartners en de adviesraden sociaal domein vereist. Met onze ketenpartners en de adviesraden is regelmatig overleg en afstemming. Dit gebeurt zowel bestuurlijk als ambtelijk. Daarmee is de borging naar de partners ook geregeld. De opgave in het sociaal domein, is een opgave van ons allemaal!
17
conceptversie 27 mei 2021
Bijlage 1 Praatplaat De stem van het sociale veld
18
conceptversie 27 mei 2021
Bijlage 2 Praatplaat De stem van het sociale veld – verdieping van ideeën
19
conceptversie 27 mei 2021