j. bijlage 1 - Reactie NMFD en TBOs op RES 1.0 regio Drenthe
Tekst van het document
Reactie van de Drentse natuur- en milieuorganisaties op de RES 1.0 Aan de Gemeenteraden, Provinciale Staten en Waterschapsbesturen van Drenthe RES 1.0: Een eerste stap De regionale energiestrategie voor de regio Drenthe is aan u gepresenteerd en wordt de komende periode besproken in de Drentse gemeenteraden, Provinciale Staten en Waterschapsbesturen. In de RES 1.0 worden de Drentse ambities geformuleerd om invulling te geven aan duurzame opwekking van elektriciteit en het verminderen van het aardgasgebruik om de CO2-uitstoot terug te dringen. Via de Drentse energietafel hebben wij - met andere maatschappelijke organisaties - de RES bestuurders kunnen adviseren bij het tot stand brengen van deze RES. Dat stellen wij op prijs. Diverse aanbevelingen zijn overgenomen, andere niet. Deze reactie geeft onze visie op de nu voorliggende RES weer. Ons advies daarbij is: Stel de RES als regionale ambitie vast maar zorg tegelijk bij de vertaling van de RES naar uw eigen beleid voor aanscherping en borging van de in de RES opgenomen intenties, met name op gebied van ruimtelijke keuzes, randvoorwaarden en participatie. Onze visie op deze aanscherpingen hebben we samengebracht in onderstaande aanbevelingen voor gemeenten, provincie en waterschappen. De vertaalslag en noodzaak zal per gemeente verschillend zijn.
In een aantal gemeenten hebben we daarom nog specifieke punten toegevoegd in onze aanbiedingsbrief.
Ambitiestelling RES De Drentse natuur- en milieuorganisaties onderschrijven de noodzaak en urgentie om te komen tot een voortvarende aanpak van de klimaatproblematiek en zijn ook ten volle bereid hieraan hun medewerking te verlenen. De overgang naar een duurzame, groene energievoorziening is hierbij dringender dan ooit. Wij vinden dat ook Drenthe een substantiële bijdrage moet leveren aan het behalen van deze doelen. De focus van deze RES 1.0 ligt met name op duurzame opwek van elektriciteit. Ook onze reactie zal zich met name daarop richten. Tegelijk hebben wij in het begin van dit proces aangedrongen op een bredere regionale visie op ons gehele energiesysteem. Het ontbreken van dit plaatje zien wij nog steeds als een omissie. Het zou in onze ogen goed zijn als de provincie hierin het voortouw zou nemen, uiteraard met inbreng van alle betrokken partners en inwoners. Opwek duurzame elektriciteit Extra investeringen in energiebesparingen komen wat ons betreft op nummer 1. Hier moeten nog serieuze vervolgstappen in worden gezet! Want energie besparen betekent kosten besparen en uiteindelijk ook ruimte besparen.
Flink investeren in duurzame opwek van elektriciteit is in alle gevallen keihard nodig. Wij omarmen daarom de in de RES 1.0 gestelde ambitie van 3,45 TWh duurzaam op te wekken elektriciteit op land in 2030. Dit komt neer op bijna een kwart van de totale hoeveelheid gebruikte energie in Drenthe (14,3 TWh, Klimaatmonitor, ref. jaar 2018) en 10% van de landelijke opgave voor 2030. Dat vinden wij een goede inzet en juiste maatvoering voor de gezamenlijke regionale inzet voor 2030. Wij omarmen ook de gekozen mix van zon-op-dak, zon-op-land en windenergie. De RES 1.0 zet terecht sterk in op zon-op-dak op basis van de aanwezige potentie. Maar ook als deze potentie volledig wordt benut, blijft er een opgave voor zon-op-land/overige locaties voor 2030 om de Drentse ambitie van 3,45 TWh te realiseren. Belangrijk is dat hier wel gelet wordt op de volgorde. Het is en/en maar verdringing van zon-op-dak door zon-op-land dient door een goede regionale programmering voorkomen te worden. Hier zijn de intenties goed maar laat de uitwerking nog te wensen over. Dit punt vraagt meer borging en ruimtelijke regie. Veel projecten zijn al gerealiseerd. De ambitiestelling van de nog te realiseren opgave zal per gemeente worden ingevuld. De netwerkbedrijven wijzen hierbij nadrukkelijk op de voordelen van het bij elkaar brengen van vraag en aanbod en ruimtelijke clustering.
Hier zien wij grote overeenkomsten met de ruimtelijke belangen en de in de RES opgenomen intenties o.a. op gebied van zuinig en meervoudig ruimtegebruik. Ook dit aspect verdient naar onze mening aanscherping bij verdere vertaling van de RES in het ruimtelijke beleid van provincie en gemeenten.
Borging van intenties in beleid en verordeningen We omarmen de RES als eerste stap, maar constateren dat veel van de in de tekst opgenomen intenties nog verder geborgd moeten worden in het provinciaal en gemeentelijk beleid. De gemeenten en de provincie zijn daarvoor nu aan zet. Wij vragen u daarom om bij vaststelling van de RES ook aan te geven welke punten u uit de RES verder vertaald of aangescherpt wilt zien in uw eigen beleid en provinciale en gemeentelijke Omgevingsvisies en verordeningen en geven u hiervoor de volgende handreikingen mee. Gemeenten Veel van de huidige gerealiseerde projecten zijn nog teveel locatie- en ontwikkelaar-gestuurd. Dat moet anders. Onze eerste aanbeveling luidt dan ook om uw eigen energie- en klimaatbeleid te verankeren in de omgevingsvisie voor uw hele gemeente. Zorg dat u in de omgevingsvisie ruimtelijke randvoorwaarden goed op orde heeft en betrek inwoners en stakeholders bij dit afwegingsproces. De in de RES opgenomen uitgangspunten voor ruimte zijn goed maar boterzacht zolang ze niet zijn vertaald in uw eigen ruimtelijke beleid en verordeningen. Wij geven u daarbij de volgende punten mee: Ruimtelijk beleid I.
Voor een stabiele duurzame energievoorziening is een bepaalde mix van zon en wind noodzakelijk, ook op land. Echter, gezien de recente ervaringen en de grote ruimtelijke en maatschappelijke impact staat het draagvlak voor wind zeer onder druk. Inzet op wind kan alleen op basis van een grote investering in een maatschappelijke dialoog over nut en noodzaak en randvoorwaarden. Hinder voor omwonenden, negatieve effecten op vogels en de landschappelijke impact moeten zeer serieus worden genomen en tot een minimum beperkt worden. Het van bovenaf c.q. overheidswege bedenken van de noodzaak in
2
combinatie met de ruimte die geboden wordt aan commerciële ontwikkelaars, is funest voor het draagvlak voor de energietransitie. II.
Voorkom dat opgaven op ongewenste plekken in het landschap terecht komen. Pas het principe van de zonneladder onverminderd toe, veranker dit in uw gemeentelijke verordening, en geef daarin zoveel mogelijk (kwaliteits)sturing aan dit principe door bijvoorbeeld het stellen van aanvullende regels, stimulering, beschikbaar stellen van subsidies, etc. Geef voorrang aan zon-op-dak en initiatieven in de gebouwde omgeving bij aansluiting op het elektriciteitsnet als zon-op-land deze potentie dreigt te verdringen.
III.
Bescherm en versterk landschapskwaliteiten. Maak ten aanzien van locatiekeuzes zorgvuldige afwegingen en laat niet grondposities van ontwikkelaars, of de beschikbaarheid van het netwerk een leidend of sturend principe zijn. De waarde van schone horizonten en waardevolle panorama’s verdient als criterium ook een plek in de toetsing. Neem landschappelijke waarden en uw visie daarop als uitgangspunt. Kies zoveel mogelijk voor functiecombinaties met andere ruimtelijke opgaven en waarborg dat in de totale aanpak. Besteed hierbij expliciet aandacht aan de verbetering voor de landschappelijke en natuurwaarde van een gebied en voor een meetbare toename van de biodiversiteit. Leg dit ook vast in beleid en/of verordening.
IV.
Verwerk de aanbevelingen van de netwerkbedrijven in uw beleid. Ga na welke voordelen clustering en ruimtelijke combinaties (energievraag-aanbod) hebben in uw gemeente en stem dit af met uw buurgemeente en provincie.
V.
Sluit natuurgebieden en waardevolle landschappen uit als locatie voor energieprojecten en zorg altijd voor goede landschappelijke inpassing. Leg dit vast in beleid en/of verordening.
Participatie In de RES zijn goede voornemens m.b.t. participatie en lokaal eigenaarschap weergegeven. Bij de projectontwikkeling lijkt vooral gerekend te worden op de inzet en de voortrekkersrol van ontwikkelaars. Wij plaatsen hier gezien alle ervaringen grote vraagtekens bij. Wat ons betreft neemt en houdt de gemeente de regie over het participatieproces VI.
Neem als gemeenten de verantwoordelijkheid en het voortouw in burgerparticipatie en leg de minimale eisen voor burgerparticipatie (planvorming, financiële participatie en 50% lokaal eigendom) bij grootschalige energieprojecten vast in uw beleidskaders. Waarborg de minimale verplichtingen waar projecten aan moeten voldoen in beleid en draag zorg voor goede communicatie met burgers en initiatiefnemers over hun rollen en aandeel in het proces.
Provincie In de RES 1.0 hebben de Drentse gemeenten nadrukkelijk niet gekozen voor gezamenlijke regionale sturing op het gebied van ruimte. Het is daarom extra van belang dat de provincie zorg draagt voor deze regionale ruimtelijke sturing en de verankering van het provinciaal belang inzake de Drentse natuur- en landschapswaarden en de ruimtelijke principes uit het klimaatbeleid in de provinciale omgevingsvisie en -verordening. Ga hierbij uit van een regionale visie op de energietransitie waarin alle andere ruimtelijke opgaven integraal worden meegenomen. Houd hierbij ook rekening met aanbevelingen van de netwerkbedrijven. Met het clusteren van vraag en aanbod en ruimtelijke combinaties kunnen ruimte, energie én kosten worden bespaard. Maak hierbij gebruik van de “routekaart RES en elektriciteitsnetwerk 2030” en koppel deze aan de regionale visie op de energietransitie en ruimtegebruik. Dit houdt wat ons betreft concreet in dat nu nagegaan moet worden waar ruimtelijke clustering mogelijk is en voordelen biedt voor zowel energie als netbelasting en kosten. Deze opties dienen dan in de ruimtelijke afwegingen een betere plek te 3
krijgen (nu lijken deze niet in beeld en lijkt het net vooral volgend aan grondgebonden projectontwikkeling). Betrek burgers bij dit proces. Dat kan bijvoorbeeld in de vorm van een regionaal Burgerenergieberaad, met een duidelijke opdracht, zoals als optie benoemd in de RES. Provincie en waterschappen De energietransitie vormt slechts één van de ruimtelijke opgaven waar we voor staan in Drenthe. Andere grote ruimtelijke opgaven voor met name provincie en waterschappen zijn onder andere de wateropgave en stikstof. Wij adviseren om de energietransitie en deze andere ruimtelijke opgaven integraal te benaderen en te onderzoeken welke ruimtelijke combinaties er mogelijk en relevant zijn. Breng de locaties waar deze kansen zich voordoen in beeld en onderzoek de verschillende opties.
Tot slot De voorliggende RES 1.0 voor Drenthe is een eerste stap die een gedegen vertaling en aanscherping in uw eigen beleid verdient. Met deze RES is ook een stap vooruitgezet in de regionale samenwerking, sturing en afstemming die essentieel is voor het succes. Verdere doorontwikkeling is noodzakelijk en voorzien. Wij zetten ons graag samen met andere maatschappelijke partners in om hier mede invulling aan te geven en gaan hierover graag met u in gesprek.
4