I. Ontwerpbegroting 2022 VRD versie 1.0
Tekst van het document
25
Geprognosticeerde balans en financiële kengetallen In het BBV is opgenomen dat voor de drie jaren volgend op het begrotingsjaar een geprognosticeerde balans moet worden opgenomen in de begroting. Met het opnemen van deze balans krijgt het bestuur meer inzicht in de ontwikkeling van onder meer investeringen, het aanwenden van reserves en voorzieningen en in de financieringsbehoefte. Geprognosticeerde Balans Activa
1 januari 2022
1 januari 2023
1 januari 2024
1 januari 2025
1 januari 2026
21.826.572 1.294.383
20.731.416
22.658.108
24.365.604
27.008.174
1.293.690
1.292.997
1.292.304
1.291.611
23.120.955
22.025.106
23.951.105
25.657.908
28.299.785
11.648.006 458.841
9.002.083
4.000.816
2.166.772
4.253.857
250.000
250.000
250.000
250.000
12.106.847
9.252.083
4.250.816
2.416.772
4.503.857
1.386.475
750.000
750.000
750.000
750.000
36.614.277
32.027.189
28.951.921
28.824.680
33.553.642
Algemene reserve
1.511.800
1.511.800
1.511.800
1.511.800
1.511.800
Bestemmingsreserves
1.347.022
1.355.022
1.363.022
1.371.022
1.379.022
2.858.822
2.866.822
2.874.822
2.882.822
2.890.822
Voorzieningen
3.466.195
3.004.455
2.551.208
2.105.743
1.665.613
Vaste Schulden
25.535.909
22.738.198
19.939.390
22.140.582
23.841.773
4.753.351
3.417.714
3.586.501
1.695.533
5.155.434
36.614.277
32.027.189
28.951.921
28.824.680
33.553.642
Vaste Activa Materiële vaste activa Financiele vaste activa Vlottende activa Vorderingen Liquide middelen
Overlopende activa Totaal Passiva Vaste Passiva
Vlottende Passiva Kortlopende schulden
Totaal
Financiële kengetallen Om een beeld te krijgen van de financiële positie van de VRD zijn de volgende verplichte financiële kengetallen ontwikkeld en verplicht gesteld in de begroting: 1. netto schuldquote 2. netto schuldquote gecorrigeerd 3. solvabiliteitsratio 4. Structurele exploitatieruimte Netto schuldquote De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de totale inkomsten. Het geeft een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken.
26
Langlopende schulden Kortlopende schulden Financiele activa Vorderingen Liquide middelen Subtotaal Totale baten Netto schuldquote
2021 25.535.909 0 1.294.383 11.648.006 458.841 12.134.679 31.080.603 47,4%
2022 22.738.198 0 1.293.690 9.002.083 250.000 12.192.425 31.431.603 47,0%
2023 19.939.390 0 1.292.997 4.000.816 250.000 14.395.577 31.818.603 53,4%
2024 22.140.582 0 1.292.304 2.166.772 250.000 18.431.506 32.193.603 65,3%
2025 23.841.773 0 1.291.611 4.253.857 250.000 18.046.305 32.580.603 63,3%
Langlopende schulden Kortlopende schulden Vorderingen Liquide middelen Subtotaal Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd
2021 25.535.909 0 11.648.006 458.841 37.642.756 43,2% 39,0%
2022 22.738.198 0 9.002.083 250.000 31.990.281 42,9% 38,8%
2023 19.939.390 0 4.000.816 250.000 24.190.206 49,3% 45,2%
2024 22.140.582 0 2.166.772 250.000 24.557.354 61,3% 57,3%
2022 23.841.773 0 4.253.857 250.000 28.345.630 59,4% 55,4%
Vanuit de VNG wordt geadviseerd om een norm van maximaal 130% aan te houden. De VRD valt ruim onder de norm. Door de afname van de totale schuldenlast en stijgende totale baten door loon- en prijsstijgingen daalt de netto schuldquote in de komende jaren. Solvabiliteitsratio Onder de solvabiliteitsratio wordt verstaan het eigen vermogen als percentage van het balanstotaal. Deze ratio geeft aan in welke mate de VRD in staat is aan haar schulden te voldoen.
Solvabiliteitsratio 2021 2022 2023 2024 2025
7,8% 9,0% 9,9% 10,0% 8,6%
Voor de jaren tot 2023 stijgt de solvabiliteitsratio licht door de inzet van reserves voor incidentele uitgaven. Structurele exploitatieruimte In de jaren 2020 t/m 2024 wordt voor incidentele uitgaven een beroep gedaan op de daarvoor bestemde reserve(s).
Structurele exploitatieruimte 2021 2022 2023 2024 2025
0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0%
Overige overzichten In het BBV staat aangegeven welke overzichten onderdeel van de begroting moeten zijn. Deze overzichten zijn hieronder opgenomen en toegelicht.
Renteschema 27
Op basis van de notitie Rente 2017 staat beschreven hoe de rentetoerekening aan het taakveld Treasury vorm moet worden gegeven. Onderstaande tabel bepaalt het renteresultaat.
Externe rente Lasten Externe rente Baten Saldo rentelasten en rentebaten
2020 358.124 -473 357.650
2021 367.704 -473 367.230
2022 322.225 -473 321.751
2023 276.716 -473 276.243
2024 231.371 -473 230.898
Aan taakvelden toe te rekenen Rente Aan taakvelden toegerekende Rente Rente resultaat voor taakveld Treasury
357.650 357.650 0
367.230 367.230 0
321.751 321.751 0
276.243 276.243 0
230.898 230.898 0
Taakvelden Het volgende overzicht geeft inzicht in het verdelingsprincipe van de programma’s naar de verplichte taakvelden in de gemeentelijke begrotingen.
Taakvelden Nummer Omschrijving 0.7 Gemeentefonds 0.5 Algemene dekkingsmiddelen Totaal baten
2021 bedrag 5.022 26.766 31.788
2022 bedrag 5.022 27.328 32.350
2023 bedrag 5.022 27.618 32.640
2024 bedrag 5.022 28.188 33.210
1.1 0.4 0.61 8.3 0.8
Crisisbeheersing en Brandweer Overhead Treasury Wonen en Bouwen Overige baten en lasten Totaal lasten
24.987 5.768 318 707 31.780
25.324 5.776 323 918 32.342
25.654 5.830 326 821 32.632
25.971 5.883 332 1.016 33.202
0.10 0.10
Reserve mutaties Vennootschapsbelasting
Totaal resultaat
-8
-8
-8
-8
-
-
-
-
-
-
-
-
Toelichting bij tabel Taakvelden: Onder het taakveld 0.4 Overhead zijn de kosten zoals vermeld in het programma Organisatie opgenomen. Het taakveld 8.3 bestaat uit de loonkosten Risicobeheersing. In het taakveld 0.8 overige baten en lasten is de het bedrag voor prijsontwikkeling opgenomen.
28
Beleidsindicatoren Tot slot is een vijftal beleidsindicatoren voorgeschreven. De waarden zijn hieronder aangegeven.
Beleidsindicatoren
2021
2022
2023
2024
Formatie
0,48
0,48
0,48
0,48
0,40
0,40
0,40
0,40
32,0
32,4
32,9
33,3
1,4
1,4
1,4
1,3
11,7
11,7
11,8
11,9
494.139
494.139
494.139
494.139
Fte/ 1000 inwoners
Bezetting Fte/ 1000 inwoners
Apparaatskosten Per inwoner
Externe inhuur Percentage loonkosten
Overheadkosten Per inwoner
Aantal Inwoners Drenthe
29
Bijlage I Toelichting per risico
Rechtspositie brandweervrijwilligers Naast de invoering van de WNRA loopt er nog een vraagstuk waarbij de rechtspositie van brandweervrijwilligers in het geding is. Samen met de werkgevers wil de minister kijken op welke wijze het aspect vrijwilligheid, wat zo kenmerkend is voor Nederland, kan blijven. Ongevallenverzekering Medewerkers van de VRD doen hun werkzaamheden vaak in risicovolle omstandigheden. Om als werkgever de financiële risico’s van ongevallen te kunnen opvangen is er – samen met andere veiligheidsregio’s - een ongevallenverzekering afgesloten. Deze verzekering loopt af op 31 december 2022 en is – zo is aangegeven door de verzekeringsmaatschappijen - in de huidige vorm en kosten niet meer te continueren. De VRD gaat inventariseren op welke wijze zij dergelijke risico’s wil opvangen. Het is daarbij een aannemelijk risico dat de kosten voor ongevallenverzekering gaan toenemen. Inzet en evaluatie grote calamiteiten Wanneer zich een grote calamiteit voordoet leidt dit tot bovenmatige inzet waardoor veel extra kosten gemaakt moeten worden met name door Brandweerzorg, Crisisbeheersing en Rampenbestrijding en GHOR. Er kan inzet van derden nodig zijn en er volgt een uitvoerige evaluatie(leertafel). Dit soort kosten is niet structureel in onze beleidsbegroting voorzien.
Ontwikkelingen 2e loopbaanbeleid/FLO Voor brandweermedewerkers die na 2006 in dienst zijn gekomen heeft de werkgever na 20 jaar de verplichting om te zorgen voor een andere functie. Maatregelen hiervoor worden al eerder in gang gezet, maar het is nog onzeker of dit op termijn tot de gewenste resultaten zal leiden. Medewerkers worden aangespoord en ondersteund om zelf initiatief te nemen om ander werk te vinden. Door (externe) ontwikkelingen op het gebied van de FLO dreigen de regio’s met hogere kosten te maken te krijgen die niet in de voorziening waren meegenomen. Digitale verstoring Onze afhankelijkheid van digitale systemen wordt steeds groter. Denk aan dagelijkse handelingen als bellen, reizen of betalen, slimme sensoren in veiligheidssystemen en volledig geautomatiseerde processen in tal van bedrijfstakken. Steeds vaker zijn verschillende systemen ook nog aan elkaar gekoppeld. Met de toenemende interactie tussen fysiek en digitaal komen onze economie, nationale veiligheid en het normale maatschappelijk leven op onvoorziene manieren in gevaar. Claims als gevolg van effecten Covid-19 bij inzetten In het afgelopen jaar konden veel van de oefen- en opleidingsmogelijkheden niet benut worden. Onzeker is wat dit voor consequenties kan hebben op de inzet van de medewerkers. Gaan we ervaren dat aan kennis en kunde ingeboet is en heeft dit risico's voor de medewerkers tot gevolg.
Daarnaast houden we ook rekening met claims van derden door onoordeelkundige inzet ten gevolge van de ongewenste onderbreking van deze cyclus door Covid-19.
30