CConstaterende datDe Wolden
Koppel je AI →
Document · PDF

Gemeentelijke-handleiding-Regulering-Bestrijdingsmiddelen-NatuurMilieu-Urgenda

Besluitvormende vergadering: “D’r op an” 29 januari 2026, gemeente De WoldenBij agendapunt: Lijst met ingekomen stukken13.456 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Niet gevonden in dit document.

63

H R 8 juli 1991, NJ 1991/691 m.nt. M.Scheltema, ECLI:NL:HR:1991:ZC0315

64

H R 8 juli 1991, NJ 1991/691 m.nt. M.Scheltema, ECLI:NL:HR:1991:ZC031, r.o. 3.3.

30

Vorige pagina

8

Ga naar inhoudopgave

Volgende pagina

65

Reguliere pachtovereenkomsten duren minimaal 6 jaar (art. 7:325 BW).

66

D it geldt ook voor zogeheten teeltpacht (art. 7:396 BW). Het gaat hierbij om losse grond die voor één of twee jaar wordt verpacht en waarop een gewas wordt geteeld waarvoor

Pachtovereenkomsten

vruchtwisseling noodzakelijk is. Van deze pachtvorm wordt echter (nog) nauwelijks gebruik gemaakt. 67

Er is een aparte regeling voor pachtgronden in reservaten, waarbij er aparte regels gelden voor verplichtingen die gericht zijn op natuurbehoud. Dit is vooral relevant voor de Staat en natuurbeheerders zoals natuurmonumenten, voor gemeenten is deze pachtvorm niet aan de orde.

Pacht: algemeen De overheid kan als eigenaar van landbouwgrond deze grond verpachten (art. 7:311-312 BW). Het kan gaan om reguliere pacht van minimaal 6 jaar. 65 Na het einde van de looptijd wordt reguliere pacht in principe automatisch verlengd. Het is bij deze vorm van pacht lastiger om tussentijds duurzaamheidseisen op te leggen. Bij kortlopende geliberaliseerde pacht geldt het continuatierecht niet. Veel gemeenten kiezen daarom tegenwoordig voor deze pachtvorm: geliberaliseerde pacht is flexibeler en meestal van kortere duur. 66 Dit biedt meer mogelijkheden om tussentijds te sturen op bestrijdingsmiddelengebruik. Deze handleiding ziet daarom vooral op geliberaliseerde pacht. 67

Art. 7:389 lid 2, sub a BW bepaalt namelijk dat het moet gaan om pachtovereenkomsten “gesloten met betrekking tot door de Staat of een bij koninklijk besluit aangewezen particuliere terreinbeherende natuurbeschermingsorganisatie in eigendom dan wel erfpacht verworven percelen.” 68

Pacht met kleine oppervlakten (in beginsel niet groter dan één hectare) en teeltpacht zijn vrijgesteld van toezicht door de grondkamer (art. 7:395 BW). Deze pachtvormenhoeven alleen te worden ge-

Toetsing door de grondkamer

registreerd bij de grondkamer (art.

Een pachtovereenkomst kan voorschriften bevatten over het gebruik van bestrijdingsmiddelen. Deze voorschriften moeten de toets van de grondkamer doorstaan. Een pachtovereenkomst moet in de meeste gevallen68 ter goedkeuring worden voorgelegd aan een van de vijf regionale grondkamers (art. 7:321 BW). Deze grondkamers houden toezicht op (o.a.) de pachtprijs (bij reguliere pacht) en de pachtvoorwaarden. De grondkamer keurt de overeenkomst af als daarin buitensporige verplichtingen zijn opgenomen voor de pachter (zie hierna).69 Een partij die het niet eens is met de beslissing van de regionale grondkamer, kan in beroep bij de Centrale Grondkamer in Arnhem.

7:396 BW). In verreweg de meeste gevallen zal een pachtovereenkomst echter wel ter toetsing aan de grondkamer moeten worden voorgelegd. 69

Als er punten zijn die goedkeuring van de pachtovereenkomst verhinderen, dan kan de grondkamer de overeenkomst op die punten wijzigen (art. 7:320 lid 1 BW). De gewijzigde overeenkomst geldt dan als goedgekeurd (art. 7:320 lid 2 BW). Als wijziging niet mogelijk is, vernietigt de grondkamer de overeenkomst.

31

Vorige pagina

Ga naar inhoudopgave

Volgende pagina

Buitensporige verplichtingen niet toegestaan De grondkamer keurt pachtovereenkomsten niet goed als daarin voor de pachter buitensporige verplichtingen staan (art. 7:319 lid 1 onder b BW). De vraag is of beperkingen aan het gebruik van bestrijdingsmiddelen tot een buitensporige verplichting leidt voor de teler. Er zijn geen uitspraken over een totaalverbod op chemische bestrijdingsmiddelen, maar de Centrale Grondkamer heeft zich wel al meermaals gebogen over een glyfosaat-verbod in pachtovereenkomsten.

Tip bij twijfel over de juridische houdbaarheid van gebruiksvoorwaarden, kan de gemeente een ontwerp-pachtovereenkomst ter toetsing voorleggen aan de grondkamer. Als binnen twee maanden na goedkeuring van de ontwerpovereenkomst, ook de definitieve pachtovereenkomst naar de grondkamer wordt gestuurd, wordt deze goedgekeurd als er inhoudelijks niets aan de overeenkomst is veranderd (art. 7:324 lid 3 BW). N.B: een ontwerp-pachtovereenkomst kan niet meer door de grondkamer worden beoordeeld als de pachter de grond al in gebruik heeft (art. 7:324 lid 4 BW).

In maart 2020 keurde de Centrale Grondkamer een verbod op het gebruik van glyfosaat goed bij 1-jarige pacht.70 In 2022 bepaalde de Centrale Grondkamer dat een glyfosaatverbod bij vierjarige pacht met het oog op de bescherming van de bodem en het bodemleven is toegestaan, ook al is glyfosaat als bestrijdingsmiddel toegelaten tot de markt. De financiële gevolgen van moeilijk te bestrijden onkruid mochten echter niet volledig voor risico van de pachter komen. Dit maakte de eis in de pachtovereenkomst om aan het einde van de pachtperiode de grond ‘schoon’ op te leveren buitensporig.71 Om die reden schrapte de Grondkamer de verplichting om de grond schoon op te leveren. Inmiddels is duidelijk dat de Grondkamer dezelfde lijn volgt bij twee-, drie- en zesjarige pachtovereenkomsten.72

Wijzigen lopende pachtovereenkomsten is lastig Partijen kunnen tussentijdse herziening van de pachtovereenkomst vragen aan de Grondkamer (art. 7:326 BW). De kans op succes is daarbij echter beperkt. Zo wilde het Waterschap Hunze en Aa’s via deze weg een bemestings- en bestrijdingsmiddelenverbod opnemen. Dit verzoek is door de Centrale Grondkamer afgewezen. Tussentijdse herziening is bedoeld om verouderde en onbevredigende bepalingen te elimineren en niet om bepalingen op te leggen die partijen niet zijn overeengekomen en zeker niet bepalingen die het tegendeel inhouden van wat aanvankelijk was afgesproken.73

70

U itspraak Centrale Grondkamer in

71

U itspraak Centrale Grondkamer in

zaak GP 11.812. zaak GP 11.837. 72

Zie de uitspraken in zaken GP 11.840, GP 11.839 en GP 11.835.

73

17 17 CG 28 juli 2015, TvAR 2016/5847 met noot B. Nijman.

32

Vorige pagina

Ga naar inhoudopgave

Volgende pagina

Tip Breng vooraf aan het verpachten nauwkeuring in kaart welke beperkingen aan het gebruik van bestrijdingsmiddelen in de pachtovereenkomst moeten komen. Let bijvoorbeeld op dat niet onbedoeld enkel chemische onkruidbestrijding wordt verboden, terwijl de bedoeling is dat er ook een verbod komt op het gebruik van insecticiden en fungiciden. Neem duidelijk op of: 1. bepaalde teelten verboden zijn; 2. of enkel laag risico-middelen of biologische middelen zijn toegestaan, en; 3. of voor bestrijdingsmiddelengebruik voorafgaande toestemming moet worden gevraagd.

Belangrijk: transparantie in de selectieprocedure Een transparante selectieprocedure is ook nodig om te voldoen aan de eisen uit het Didam-arrest (zie hiervoor Hoofdstuk 7).74 In de lagere rechtspraak is het Didam-arrest (over verkoop van grond) ook toegepast op de uitgifte van pachtgrond.75 Gemeenten dienen voorafgaand aan het sluiten van de pachtovereenkomst duidelijke selectiecriteria en pachtvoorwaarden over het gebruik van bestrijdingsmiddelen op te nemen in de openbare informatie. Gebeurt dit niet, dan kan er bij de selectie niet alsnog op deze criteria geselecteerd worden. Het is daarbij van belang dat de criteria duidelijk geformuleerd zijn (geen vaag taalgebruik) en dat zij haalbaar zijn voor meerdere pachters.

Een gemeente kan in de selectiecriteria verduidelijken dat enkel telers die biologisch telen in aanmerking komen als pachter. Aan een verbod op chemische-synthetische bestrijdingsmiddelen kunnen telers voldoen (het is haalbaar) door te kiezen voor biologische landbouw. Verder kan gedacht worden aan een verbod op bepaalde middelen of intensieve teelten.

Praktijkvoorbeelden Gemeentelijk grond- en pachtbeleid De selectiecriteria en gebruiksvoorwaarden kunnen verschillen per pachtovereenkomst. Het is efficiënt om hierover in algemene zin keuzes te maken of uitgangspunten te formuleren voor het hele gemeentelijke grondgebied. Dit kan in het gemeentelijk grond- of pachtbeleid. Er zijn verschillende gemeenten die in het pachtbeleid bepaalde intensieve teelten of bestrijdingsmiddelen op alle pachtgronden verbieden. Let wel, daarnaast zullen gemeenten deze voorwaarden óók moeten opnemen in de pachtovereenkomsten.

74

H R 26-11-2021, NJ 2022/149 m.n. C.E.C. Jansen (Didam-arrest), ECLI:NL:HR:2021:1778.

75

Rechtbank Noord-Nederland, 1001-2023, ECLI:NL:RBNNE:2023:82.

33

Vorige pagina

Ga naar inhoudopgave

Volgende pagina

Voorbeelden Voorbeeld 1: verbod op bollenteelt en voorkeur biologische boeren De gemeente Heereveen heeft als beleid dat in alle pachtovereenkomsten een verbod komt op bollenteelt. Als selectiecriterium kan meewegen of een boer biologisch is of niet: “Criteria ten aanzien van grondgebruik: […]- Verbod op bollenteelt; […] Bij selectiecriteria van de pachter kan worden gedacht aan onder meer: […]- Type boer (biologisch of niet biologisch);”76

Voorbeeld 2: verbod intensieve teelten in Heusden In het pachtbeleid (2023) van de gemeente Heusden geldt voor alle (geliberaliseerde) pacht een verbod op intensieve teelten: “Gewassen die vallen onder intensieve teelt mogen niet geteeld worden. Het betreft (bloem)bollen, lelies, aardappelen, asperges, aardbeien en bomen. Deze gewassen zorgen voor uitputten of verschraling van de bodem. […] Daarnaast hebben enkele van deze gewassen, door een hoog gebruik van gewasbeschermingsmiddelen, een significante slechte invloed op de bodemgesteldheid en waterkwaliteit.”77

Voorbeeld 3: glyfosaat-verbod Gemeente Eersel Verschillende gemeenten hebben een verbod op glyfosaat in hun pachtbeleid opgenomen. Een voorbeeld is het ‘Beleid geliberaliseerde pacht vanaf 2020’ van de Gemeente Eersel: “Bij de eerstvolgende geliberaliseerde pachtuitgiftes - ter aanvulling op het ‘beleid geliberaliseerde pacht vanaf 2020’ - geldt een verbod op het gebruik van glyfosaat, dit met uitzondering van pleksgewijze bestrijding van haarden van persistente onkruiden en invasieve exoten”.

Verbod intensieve teelten Er is uitgebreide ervaring opgedaan met het beperken van het gebruik van bestrijdingsmiddelen in de provincies Drenthe en Groningen waar provinciale grond verpacht wordt via uitvoeringsorganisatie Prolander.78 Bij het verpachten van gronden gelden verschillende beperkingen aan het gebruik van bestrijdingsmiddelen waaronder een verbod op bepaalde intensieve teelten.

Verbod op intensief bespoten teelten In de ‘toe¬wij¬zing en voor¬waar¬den ver¬pach¬ting 2025’ van de Provincie Drenthe 79 staat: “De volgende gewassen zijn uitgesloten: meerjarige teelten, bloem(boll)en, bomenteelt en vollegrondsgroenten met uitzondering van bonen.”

76

U itgifteprotocol van gemeente Heereveen (geldend vanaf 15-032024).

77

U itvoeringsregeling Uitgifte geliberaliseerde pacht 2024 van gemeente Heusden.

78

w ww.prolander.nl

79

https://www.prolander.nl/grond/ pachtuitgifte/drenthe

34

Vorige pagina

Ga naar inhoudopgave

Volgende pagina

Behoud biologische landbouw Bij de verpachting van landbouwpercelen waar al biologisch wordt geteeld en de grond SKAL-gecertificeerd is, verpachten Provincie Drenthe en Groningen de grond in principe alleen aan een andere lokale biologische teler. Als er geen belangstelling is onder SKAL-agrariërs, dan kan in deze provincies een nietbiologische teler het perceel pachten. Die zal in principe ook biologisch moeten gaan telen, tenzij de provincie instemt met het vervallen van het biologische keurmerk. Ook andere provincies80 en gemeenten hebben in hun pachtbeleid opgenomen dat SKAL-ondernemers voorrang krijgen bij pacht van SKALgronden. 81 Daar valt veel voor te zeggen, want gronden worden pas als SKALgrond aangemerkt na drie jaar telen met een SKAL-certificaat. Komt er daarna een agrariër zonder SKAL-certificaat dan vervalt de SKAL-status en mag de grond 5 jaar lang niet weer worden ingezet voor SKAL-activiteiten.

Voorbeeldbepaling behoud biologische landbouwgrond “landbouwpercelen die reeds zijn omgeschakeld naar biologische landbouw (SKAL gecertificeerde grond). Deze grond wordt in eerste instantie alleen aan omliggende biologische bedrijven verpacht. Als er geen biologische pachter beschikbaar is/er geen belangstelling is vanuit een biologische pachter, dan wordt een gangbare agrariër als pachter gezocht via de reguliere openbare procedure. Voor het laten vervallen van het biologische keurmerk van het perceel is vooraf schriftelijke toestemming van de provincie nodig.”82

Algeheel verbod op gebruik bestrijdingsmiddelen Voor percelen die in een NNN-gebied liggen, gelden in de provincie Groningen en Drenthe strengere voorwaarden dan voor andere gronden. Daar mogen bestrijdingsmiddelen alleen na voorafgaande schriftelijke goedkeuring pleksgewijs gebruikt worden. 83 In de Provincie Noord-Brabant geldt een verbod op ‘chemische bestrijdingsmiddelen’ op pachtgronden binnen 1 km van een stikstofgevoelig Natura 2000-gebied. 84

80

B ijvoorbeeld de provincie Noord-Brabant:

81

Zie bijvoorbeeld de provincie Noord-Brabant (https://www. groenontwikkelfondsbrabant. nl/homepage/wat-kunnenwij-voor-u-betekenen/ duurzaamheidsscore) en de gemeente Heusden (Uitvoeringsregeling Uitgifte geliberaliseerde pacht 2024).

Voorbeeldbepaling 1 (Provincie Drenthe) - algemeen verbod op bestrijdingsmiddelen “Uitsluitend na afstemming met en na voorafgaande schriftelijke goedkeuring van verpachter is onder voorwaarden pleksgewijze behandeling met chemische (gewasbeschermings) middelen mogelijk.”

Die laatste laat de voorrang echter alleen gelden als de SKAL-ondernemer een bod uitbrengt wat vergelijkbaar is met andere hoogste bieders. 82

https://www.prolander.nl/ grond/pachtuitgifte/drenthe

Voorbeeldbepaling 2 (Provincie Noord-Brabant) - algemeen verbod op bestrijdingsmiddelen “Op het pachtobject mogen geen chemische bestrijdingsmiddelen zoals glyfosaat houdende middelen (bijvoorbeeld Roundup) worden gebruikt; Pleksgewijze bestrijding van probleemonkruiden (akkerdistel, Jacobkruiskruid enz.) is alleen mogelijk in overleg en met schriftelijke toestemming van de provincie.”

83

‘ Bijlage 2, gebruiksvoorschriften binnen het NNN (www.prolander.nl/ grond/pachtuitgifte/bijlage-2drenthe/)

84

w ww.brabant.nl/info/ beheer-provinciale-gronden/ uitleg-pachtpakketten-2024/ duurzame-pacht-2024/

35

Vorige pagina

Ga naar inhoudopgave

Volgende pagina

Een verbod op bestrijdingsmiddelen kan ook gelden voor slechts een gedeelte van het perceel. Daar is voor gekozen op sommige percelen in provincie Drenthe en Groningen die niet binnen een NNN-gebied liggen, maar wel bedoeld zijn om de natuur te versterken. Hier moet de pachter grasranden aanleggen. Daarbij geldt: “Er worden in principe geen bestrijdingsmiddelen gebruikt”.85

Verbod op een specifiek middel Er kan ook gekozen worden voor een verbod op een specifiek middel. Zo geldt op de ruilpercelen in provincie Drenthe en Groningen, die niet binnen een NNN-gebied liggen maar wel bedoeld zijn om de natuur te versterken, een glyfosaatverbod.86 Ook de Provincie Noord-Brabant hanteert een verbod op het gebruik van glyfosaat op pachtgronden.87

Voorbeeldbepaling glyfosaatverbod “Het gebruik van glyfosaat is niet toegestaan. Uitsluitend na afstemming met en na voorafgaande schriftelijke goedkeuring van de verpachter is pleksgewijze (be)handeling toegestaan. Het streven is erop gericht minder chemische bestrijdingsmiddelen te gebruiken.”

Zoals hiervoor besproken levert een glyfosaatverbod een buitensporige last op als de pachter de grond helemaal onkruidvrij moet opleveren.

De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland adviseert het volgende: “Voegt u een verbod op het gebruik van glyfosaat toe? Neem dan het volgende beding op: Verpachtster zal pachter bij het einde van de pachtovereenkomst niet aanspreken op het niet opleveren in de staat waarin het gepachte in gebruik is gegeven als dit niet opleveren in die staat het rechtstreeks gevolg is van het verbod op het gebruik van glyfosaat en pachter redelijkerwijs geen andere maatregelen heeft kunnen treffen om dit te voorkomen.”88 85

B ijlage 1, gebruiksvoorschriften ruilgronden (buiten NNN)

Ophogen bod van duurzame telers Een manier om minder bestrijdingsmiddelengebruik te promoten, is om bij de gunning van pachtgronden het uitgebrachte bod van telers met een duurzaamheidscertificaat fictief op te hogen. Dit is de aanpak van het Rijksvastgoedbedrijf bij geliberaliseerde pachtgronden. Een SKAL-certificaat levert in 2024 een 15% hoger bod op en in 2027 is dat 30 %. Een On the Way to PlanetProof-certificaat levert nu een verhoging van 10% op en in 2027 is dat 20%.89 De Provincie Noord-Brabant hoogt het bod van SKAL-gecertificeerde ondernemers op met 62%. In navolging daarvan heeft de Brabantse gemeente Heusden deze percentages opgenomen in het gemeentelijke pachtbeleid.90

86

B ijlage 1, gebruiksvoorschriften

87

w ww.brabant.nl/info/

ruilgronden (buiten NNN) beheer-provinciale-gronden/ uitleg-pachtpakketten-2024/ geliberaliseerde-pacht-2024/ 88

w ww.rvo.nl/ onderwerpen/pachtenen-pachtovereenkomsten/ overeenkomst-laten-toetsen

89

‘Rijksvastgoedbedrijf verduurzaamt grondportefeuille’ (nieuwsbericht van 22-07-2024 op www.rijksvastgoedbedrijf.nl).

90

U itvoeringsregeling Uitgifte geliberaliseerde pacht 2024.

36

Vorige pagina

Ga naar inhoudopgave

Volgende pagina

Het fictief ophogen van biedingen door duurzame telers geeft hen meer kans om als pachter geselecteerd te worden. Echter, ook niet-biologische telers kunnen geselecteerd worden. Als een gemeente bepaalde teelten of bestrijdingsmiddelen wil verbieden dan blijft het belangrijk om, naast het ophogen van biedingen, beperkingen op te nemen in de pachtovereenkomst.

Tip het is aan te bevelen om het ophogingspercentage van biedingen door duurzame telers zo te kiezen dat zij ook daadwerkelijk meer kans maken. Het ophogingspercentage dient het verschil in draagkracht met telers van sommige intensief bespoten teelten (zoals lelies) effectief te compenseren. Dit speelt vooral bij geliberaliseerde pachtovereenkomsten waar de pachtprijs per hectare (anders dan bij reguliere pacht)91 niet gemaximeerd is en ook niet door de Grondkamer op redelijkheid wordt getoetst.

91

P.J. Woltjer, R.W. van der Meer en M.J. Voskuilen, ‘Pachtnormen 2024 - Berekening hoogst toelaatbare pachtprijzen voor los land, agrarische bedrijfsgebouwen en agrarische woningen’, WEC, Wageningen: mei 2024.

37

Vorige pagina

9

Ga naar inhoudopgave

Volgende pagina

Kwalitatieve plichten

Als gemeentelijke agrarische gronden worden verkocht, dan kunnen in de verkoop- en leveringsakte bepalingen worden opgenomen over het gebruik van bestrijdingsmiddelen. Op die manier houdt de gemeente toch enige controle over het landgebruik nadat het eigendom is overgedragen. Een gemeente kan dit doen door zogeheten kwalitatieve verplichtingen, eventueel in combinatie met een kettingbeding, op te nemen in de verkoopakte. Kwalitatieve verplichting: wat kan je er mee? Een kwalitatieve verplichting is een verplichting om te dulden of niet te doen die rust op de eigenaar van een registergoed (waaronder grond). De verplichting is vastgelegd in een overeenkomst tussen partijen, maar blijft ook gelden als de grond aan een andere eigenaar wordt doorverkocht. Ook de nieuwe particuliere eigenaar en andere gebruikers zoals huurders of erfpachters zullen zich aan de kwalitatieve verplichtingen moeten houden (art. 6:252 BW).

Een voorbeeld is te vinden in de overeenkomsten die de Provincie Drenthe hanteert bij de verkoop van natuurgronden en waarbij o.a. een verbod op bestrijdingsmiddelengebruik geldt:92 “a. Partijen komen hierbij met betrekking tot het terrein, ten behoeve van de Provincie, een kwalitatieve verbintenis als bedoeld in artikel 6:252 van het Burgerlijk Wetboek overeen, inhoudende hetgeen in lid 4 is aangegeven. b. Partijen komen overeen dat de verplichtingen als bedoeld in lid 4 en de daaraan verbonden consequenties zoals bepaald in lid 5, overgaan op degenen die het goed onder bijzondere en algemene titel zullen verkrijgen en dat mede gebonden zullen zijn degenen die van de rechthebbende een recht tot gebruik van het goed zullen verkrijgen, conform artikel 6:252 van het Burgerlijk Wetboek.”

92

Een voorbeeld ‘Tekst kwalitatieve

verplichting in overeenkomst

38

Vorige pagina

Ga naar inhoudopgave

Volgende pagina

Een kwalitatieve verplichting kan alleen verplichten om iets te dulden of niet te doen. Bij de formulering van een kwalitatieve verplichting moet daar rekening mee worden gehouden.

De volgende kwalitatieve verplichtingen zijn toegestaan omdat zij een niet-doen inhouden: “De eigenaar mag op het perceel geen chemisch-synthetische bestrijdingsmiddelen gebruiken, uitgezonderd laag risico-middelen en bestrijdingsmiddelen die zijn toegestaan in de biologische landbouw volgens Uitvoeringsverordening 2021/1165, anders dan parafine oliën.” “Op het perceel mag geen bloem(boll)en-, pootaardappelen-, fruit- of bomenteelt plaatsvinden tenzij binnen deze teelten enkel gebruik wordt gemaakt van laag risico middelen en bestrijdingsmiddelen toegestaan in de biologische landbouw volgens Uitvoeringsverordening 2021/1165, anders dan parafine oliën en Lambda-cyhalothrin.”

Een kwalitatieve verplichting mag niet leiden tot een plicht om iets te doen. Het is niet mogelijk om voor te schrijven dat een boer bepaalde duurzame teeltmethoden toepast. Een kwalitatieve verplichting mag de eigenaar ook niet beperken in zijn recht om de grond te vervreemden of te bezwaren met bijvoorbeeld een erfdienstbaarheid of erfpacht (art. 6:252 lid 5 BW).

De volgende bepaling is niet toegestaan als kwalitatieve verplichting omdat het een plicht om iets te doen omvat: “De eigenaar die gewassen op het perceel teelt, doet dit conform de SKAL-richtlijnen.”

Uit het Didam-arrest93 volgt dat alle potentiële gegadigde de kans moeten krijgen om mee te dingen. Dit brengt mee dat in de openbare selectieprocedure duidelijk moet staan welke kwalitatieve plichten er gelden ten aanzien van het gebruik van bestrijdingsmiddelen en welke selectiecriteria er op dit onderwerp gelden (zie voor meer details hoofdstuk 7 en 8).94

Minder sterk alternatief: kettingbeding Een kettingbeding is minder sterk dan een kwalitatieve verplichting. Het is een beding in een overeenkomst dat plichten oplegt aan de nieuwe eigenaar en de nieuwe eigenaar daarnaast verplicht om deze verplichtingen ook op te leggen aan zijn rechtsopvolgers. Vaak gaat een kettingbeding samen met een boeteclausule voor als het kettingbeding geschonden wordt.

93

H R 26-11-2021, NJ 2022/149 m.n. C.E.C. Jansen (Didam-arrest),

Kettingbedingen zijn vooral nuttig waar een actieve plicht om iets te doen in de verkoopakte wordt opgenomen, omdat dit niet mogelijk is via een kwalitatieve verplichtingen. Bij beperkingen aan het gebruik van bestrijdingsmiddelen, 39

ECLI:NL:HR:2021:1778. 94

H R 26-11-2021, NJ 2022/149 m.n. C.E.C. Jansen (Didam-arrest), ECLI:NL:HR:2021:1778, r.o. 3.1.4.

Vorige pagina

Ga naar inhoudopgave

Volgende pagina

gaat het echter normaal gesproken om een niet-doen en is de kwalitatieve verplichting te verkiezen. Een groot nadeel van kettingbedingen is dat als de nieuwe eigenaar nalaat de verplichtingen door te geven, de gemeente het kettingbeding normaal gesproken niet meer kan inroepen tegen een volgende eigenaar. De ketting is dan doorbroken. Ook bij faillissement en executoriale hypothecaire verkoop zal de ketting doorbroken worden.

Bij verkoop van gronden kan het gebruik van bestrijdingsmiddelen beter gereguleerd worden via een kwalitatieve verplichting dan via enkel een kettingbeding. Een kettingbeding kan makkelijker doorbroken worden bij verkoop van de grond, waardoor de nieuwe eigenaar niet meer gebonden is aan de beperkingen aan het gebruik van bestrijdingsmiddelen.

95

Een voorbeeld van een kettingbeding en boetebeding is te vinden in art 18.4 uit de ‘Tekst kwalitatieve verplichting in overeenkomst Groenruil’ (www.prolander.nl/grond/ groenruil/): “Koper verbindt

Kwalitatieve verplichtingen worden overigens wel vaak gecombineerd met een kettingbeding (incl. boeteclausule) om ze nog sterker te maken.95

zich deze bepaling bij elke vervreemding in eigendom van het Gekochte of een gedeelte

Tegenprestatie door gemeente

daarvan, zo ook bij de vestiging

In de verkoopakte kan worden afgesproken dat de gemeente een tegenprestatie levert (art. 6:252 lid 4 BW). Het zal dan vaak gaan om een geldsom, maar het kan ook gaan om landonderhoud. Hiermee kan de groep potentiële kopers worden vergroot.

Gekochte of een gedeelte daarvan,

van een zakelijk genotsrecht op het alsmede bij elke vervreemding van dat zakelijk genotsrecht, aan de nieuwe verkrijger in eigendom of zakelijk genotsrecht op te leggen, ten behoeve van Verkoper

Procedure voor vestiging kwalitatieve plichten

te bedingen en aan te nemen en om die bedingen, alsmede

Een kwalitatieve verplichting heeft pas werking tegenover rechtsopvolgers en gebruikers als de verplichting is opgenomen in een notariële akte die is ingeschreven in de openbare registers (art. 6:252 lid 2 BW).96 In de overeenkomst wordt opgenomen dat partijen elkaar machtigen om deze inschrijving uit te voeren. Hier kan ook bepaald worden wie de kosten van die inschrijving draagt. Het is redelijk dat de gemeente dit doet, aangezien zij belang heeft bij de kwalitatieve verplichting.

het in dit lid bepaalde, in elke verdere akte van vervreemding in eigendom of vestiging casu quo vervreemding van een zakelijk genotsrecht woordelijk te doen opnemen, zulks op verbeurte voor de Koper en/of iedere opvolgende verkrijger in eigendom of zakelijk genotsrecht, die verzuimt te bedingen, op te leggen, aan te doen nemen of te doen opnemen,

Een voorbeeld hiervan is te vinden in de overeenkomsten die de Provincie Drenthe hanteert bij de verkoop van natuurgronden97: “c. De kosten van het vestigen van deze kwalitatieve verbintenis en van de inschrijving in de openbare registers zijn voor rekening van de Provincie. d. Partijen machtigen elkaar over en weer om de inhoud van deze kwalitatieve verbintenis als onderdeel van deze Verkoopovereenkomst daartoe als beding in de zin van artikel 6:252 Burgerlijk Wetboek in te schrijven in de desbetreffende (openbare) registers op de wijze, zoals de toepasselijke wetten dit voorschrijven. Deze volmacht is als onderdeel van deze Verkoopovereenkomst onherroepelijk en vervalt niet door overlijden of onbekwaamheid van de Koper of beperkt gerechtigde.”

van een onmiddellijk opeisbare boete van € 25.000,- (zegge: vijfentwintigduizend euro) ten behoeve van Verkoper, zonder dat enige ingebrekestelling daartoe zal worden vereist, zodat de bedongen boete terstond zal kunnen worden gevorderd.” 96

Zie voor enkele weinig voorkomende complicaties art. 6:252 lid 3 BW.

97

Zie ‘Tekst kwalitatieve verplichting in overeenkomst Groenruil’ (www.prolander.nl/grond/ groenruil/).

40

Vorige pagina

Ga naar inhoudopgave

Volgende pagina

Duur en wijzigen van kwalitatieve verplichtingen Een kwalitatieve verplichting kan voor bepaalde tijd of voor onbepaalde tijd bestaan. Het ligt voor de hand om beperkingen aan het gebruik van bestrijdingsmiddelen voor onbepaalde tijd te laten gelden. Kwalitatieve verplichtingen kunnen gewijzigd worden of eindigen op alle wijzen waarop een overeenkomst gewijzigd of beëindigd kan worden. Denk aan: opzegging of aanpassing met wederzijds goedvinden, ontbinding (6:256 BW) en wijziging wegens onvoorziene omstandigheden (6:258 BW).

Een voorbeeld over de handhaving van o.a. de kwalitatieve verplichting om geen bestrijdingsmiddelen te gebruiken op Groenruil-gronden in Drenthe.98 “a. Indien Koper één of meer verplichtingen genoemd in lid 4 van dit artikel niet nakomt, kan de Provincie nakoming van de verplichtingen vorderen dan wel deze Verkoopovereenkomst ontbinden. b. Alvorens tot ontbinding over te gaan, dient de Provincie nakoming te vorderen. c. Als de Provincie nakoming vordert is de Koper verplicht om binnen een door de Provincie te stellen termijn de niet-nakoming van één of meer van de verplichtingen genoemd in lid 4 op eerste aanzegging te staken en het terrein in de staat te herstellen waarin het verkeerde vóór de niet-nakoming, zulks op straffe van een dwangsom van ten hoogste € 500,- vermenigvuldigd met het aantal hectares van het terrein waarop één of meer van de verplichtingen genoemd in artikel 4 niet worden nagekomen. Deze dwangsom geldt voor iedere week dat de Koper één of meer van de verplichtingen genoemd artikel 4 niet nakomt, vanaf de datum dat de nakoming wordt gevorderd. d. De Provincie kan de Verkoopovereenkomst ontbinden indien de Koper geen gevolg heeft gegeven aan de vordering tot nakoming. In dat geval is de Koper aan de Provincie een direct opvorderbare boete verschuldigd van ten hoogste << invullen afwaardering>>, vermeerderd met de wettelijke rente.

Dit bedrag kan worden verhoogd met maximaal vijftig procent (50%). e. Bij de vaststelling van de hoogte van de dwangsom, bedoeld onder c, en de boete, bedoeld onder d, wordt rekening gehouden met de ernst van de niet-nakoming van de verplichtingen. f. De wettelijke rente, bedoeld in het vierde lid wordt berekend vanaf de dag van aktepassering.” NB: de Provincie heeft in deze bepaling nagelaten te bepalen dat het vorderen van een boete niet in de weg staat aan het vorderen van nakoming. Dat is wel verstandig en had als volgt gekund:“Het vorderen van een boete op grond van dit artikel belet de Provincie niet nakoming te vorderen van de verplichtingen, daaronder mede begrepen de kwalitatieve verplichtingen uit artikel …., die uit hoofde van deze overeenkomst rusten op Koper.” 98

Zie: ‘Tekst kwalitatieve

verplichting in overeenkomst Groenruil’, te downloaden via: www.prolander.nl/grond/groenruil/

41

Vorige pagina

Ga naar inhoudopgave

Volgende pagina

In uitzonderlijke gevallen kan een rechter een kwalitatieve verplichting wijzigen of ontbinden. Namelijk als er tien jaar zijn verstreken en het ongewijzigd voortduren van de verplichting in strijd is met het openbaar belang (art. 6:259 lid 1, sub a BW) of als degene die haar heeft bedongen er geen redelijk belang meer bij heeft (art. 6:259 lid 1, sub b BW). Beide situaties zullen niet snel aan de orde zijn bij beperkingen aan bestrijdingsmiddelengebruik. Dit dient juist het openbaar belang (gezondheid, milieu en natuur) en raakt, ook in de toekomst, de belangen van de gemeente.

Handhaving Als een kwalitatieve verplichting niet wordt nagekomen, dan staat de gemeente een aantal remedies ter beschikking. Zo kan de gemeente schadevergoeding vorderen (art. 6:74 BW), de overeenkomst ontbinden (6:265 BW) en nakoming vorderen (art. 3:296 BW). Nakoming vorderen zal bij plichten over bestrijdingsmiddelengebruik de eerste keuze zijn. Ook zou een contractueel boetebeding (art. 6:91 BW) kunnen worden opgenomen. Als de eigenaar de kwalitatieve verplichting niet nakomt, dan verbeurt hij een boete. Het is dan aan te raden om in de verkoopakte op te nemen dat de gemeente bevoegd blijft om nakoming van de kwalitatieve verplichting te vorderen ook als zij gelijktijdig de verbeurde boete opeist. De wet sluit namelijk in beginsel uit dat zowel nakoming als een boete wordt gevorderd, maar hier kan in een overeenkomst vanaf worden geweken (art. 6:92 lid 1 BW).

42

Vorige pagina

Ga naar inhoudopgave

Volgende pagina

Geschreven door Anne de Vries (ChemLegal), Stef Nuijen (IJzer Advocaten), FLO Legal

Ondersteund door Aardige Buren, De Bijenstichting, Caring Doctors, Greenpeace Nederland, Natuurmonumenten, Parkinson Vereniging, ParkinsonNL, Pesticide Action Network (PAN) Netherlands, De Vlinderstichting en Vogelbescherming Nederland.

Art direction & design Martijn de Kruijf

Productie Drukkerij Groenprint, Rotterdam

Vorige pagina

Ga naar inhoudopgave

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16482284/1