CConstaterende datDe Wolden
Koppel je AI →
Document · PDF

F. RUD 6b. Jaarrapportage 2022

Gemeenteraad 29 juni 2023, gemeente De WoldenBij agendapunt: Verzamelvoorstellen GR-en17.462 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Jaarrapportage 2022 CONCEPT 8-3-2023 Regionale Uitvoeringsdienst Drenthe Over de periode 1 januari – 31 december 2022

INHOUD LEESWIJZER ........................................................................................................................................ 3 INLEIDING .......................................................................................................................................... 4 SAMENVATTING ................................................................................................................................. 5 HOOFDSTUK 1: IN ÉÉN OOGOPSLAG .................................................................................................... 6 HOOFDSTUK 2: OMGEVINGSWAARDEN ............................................................................................... 7 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5

Bodem ............................................................................................................................................ 7 Geluid ............................................................................................................................................. 9 Lucht ............................................................................................................................................. 11 Omgevingsveiligheid .................................................................................................................... 13 Duurzame energie ........................................................................................................................ 14

HOOFDSTUK 3: ACTIVITEITEN ............................................................................................................ 16 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8

Vergunnen & Besluiten ................................................................................................................ 16 Melden & Ontheffen .................................................................................................................... 17 Informeren & beoordelen ............................................................................................................ 19 Klachten & Handhavingsverzoeken.............................................................................................. 19 Adviseren & Toetsen .................................................................................................................... 20 Bezwaren & (hoger) beroep ......................................................................................................... 21 Toezicht & Handhaving ................................................................................................................ 22 Projecten & Meerwerk ................................................................................................................. 26

HOOFDSTUK 4: HET FINANCIELE KADER ............................................................................................. 28 4.1 4.2 4.3 4.4

Getalsmatige toerekening en het groeimodel ............................................................................. 28 Effecten ........................................................................................................................................ 30 Specifieke uitkering (SPUK) .......................................................................................................... 31 OPenbaarheidsparagraaf ............................................................................................................. 31

HOOFDSTUK 5: MENS EN ORGANISATIE ............................................................................................ 32 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6

Strategische personeelsplanning (SPP) ........................................................................................ 32 De RUD beweegt .......................................................................................................................... 34 Herijking van de huisvesting......................................................................................................... 34 Arbeidsomstandigheden .............................................................................................................. 34 Ziekte en Covid-19........................................................................................................................ 35 Opleiding en kennisdeling ............................................................................................................ 37

HOOFDSTUK 6: LEREN EN ONTWIKKELEN .......................................................................................... 40 6.1 6.2 6.3 6.4 6.5 6.6

Opleidingen .................................................................................................................................. 40 Overdracht bodemtaken Omgevingswet ..................................................................................... 41 Informatisering en Automatisering .............................................................................................. 41 Klachten RUD Drenthe ................................................................................................................. 42 Mandaatbesluit en Regelingen .................................................................................................... 43 Kwaliteit, INK en Collegiale Toetsen............................................................................................. 43

BIJLAGE 1. REALISATIE JAARPROGRAMMA 2022 ............................................................................... 44 BIJLAGE 2. REALISATIE EXTRA OPDRACHTEN 2022 ............................................................................. 45 BIJLAGE 3. DOORVERDELING UREN VAKINHOUDELIJK OVERLEG EN INWERKEN MEDEWERKERS ......... 46 BIJLAGE 4. REALISATIE 2022 IN ÉÉN OOGOPSLAG ............................................................................... 47 BIJLAGE 5. DEFINITIELIJST ................................................................................................................. 48 2

LEESWIJZER Na de inleiding geven we een samenvatting van ons werk. Hoofdstuk 1 bevat de jaarrapportage in één oogopslag. Wat was onze bijdrage in 2022 en waar zaten onze uitdagingen. In hoofdstuk 2 beschrijven we de omgevingswaarden. We vertellen over de vijf omgevingswaarden van onze organisatie; bodem, geluid, lucht, omgevingsveiligheid, duurzaamheid. De overkoepelende activiteiten specificeren we in hoofdstuk 3. Samen met de omgevingswaarden vormen ze onze basis. Vervolgens leest u in hoofdstuk 4 meer over het financiële kader. De Jaarrekening wordt u apart aangeboden. In hoofdstuk 5 schetsen we hoe we georganiseerd zijn en hoe we aandacht geven aan ons personeel. We vertellen hoe we onze medewerkers boeien, begeleiden en binden. Tenslotte lichten we in hoofdstuk 6 enkele ontwikkelingen toe die een rol spelen bij een lerende organisatie zoals de RUD Drenthe is. Zo werken we bijvoorbeeld aan de optimalisering van de (digitale) informatievoorziening.

3

INLEIDING Voor u ligt de jaarrapportage van de RUD Drenthe over 2022. We beschrijven wat in 2022 onze bijdrage is geweest aan een schoon en veilig Drenthe in relatie tot de prognose uit het Jaarprogramma 2022. Er worden successen en risico’s benoemt die bij de uitvoering van onze taken opvielen. Ook geven we aan hoe de RUD Drenthe bij heeft gedragen aan de milieuambities in Drenthe. Want we zijn sterk in lokaal werk maar dragen ook ons steentje bij aan provinciale en landelijke ontwikkelingen. Het Jaarprogramma 2022 week in meerdere opzichten af van voorgaande Jaarprogramma’s. Het bood houvast met een outputsturing zoals deze jaren is gebruikt. Maar het programma sorteerde al wel voor op de transitie naar outcome gestuurd werken. In de Jaarrapportage 2022 ziet u deze mix terug; we vermelden zowel de impact van ons handelen op de leefomgeving, maar geven u daarnaast ook een terugmelding in cijfers. In de komende jaren rapporteren wij meer en meer middels een beschrijving van de effecten op omgevingswaarden. Het Jaarprogramma van 2022 beschreef een opgave gebaseerd op haalbaarheid, noodzakelijkheid, redelijkheid en uitvoerbaarheid. Vooraf is het voorziene meerwerk inzichtelijk gemaakt. Dit is nodig geweest om de formatie structureel op orde te kunnen brengen.

Bovendien zijn de effecten van de 1e fase herijking van de Drentse Maat, en de extra inzet op asbest- en energietoezicht direct bij de start van het jaar in de programmering verwerkt. De provincie Drenthe heeft ervoor gekozen om de herijking van de productie meteen in 2022 in de vraag op te nemen. Gemeentelijke deelnemers kozen voor het in 2022 budgetneutraal doorvoeren van de herijking Drentse maat, en voor een gefaseerde meerjarige groei van onze inzet. Door dit groeimodel heeft de RUD Drenthe de mogelijkheid gekregen om de bedrijfsvoering en capaciteit beheerst aan te passen aan de stijgende vraag. Lopende het jaar informeerden wij u met de 4- en 8- maand rapportages al over de productie en opvallende ontwikkelingen. Daarnaast krijgt elke deelnemer via het management dashboard maandelijks de stand van zaken opgestuurd. Met de Jaarrapportage 2022 brengen we al deze input samen, blikken terug en sluiten het boekjaar. De bijlagen bevatten een verantwoording in uren, aantallen en financiën. Deelnemer specifieke verantwoording communiceren wij in de individuele brieven. Een complete doorrekening leest u terug in de aparte Jaarrekening 2022. Wij wensen u veel leesplezier en zijn natuurlijk bereid u van een toelichting te voorzien bij vragen.

4

SAMENVATTING Heeft de realistische aanpak zijn vruchten afgeworpen? We zijn trots op de uiteindelijke 92% realisatie van het Jaarprogramma 2022. Met de beschikbare capaciteit hebben we maximale resultaten neergezet. We sluiten het jaar 2022 af met een nadelig financieel resultaat. De totaal balans bevat geen verrassingen over productie en resultaten. Grote maatschappelijke kwesties zoals de stikstofcrisis en de energietransitie hebben in 2022 veel invloed gehad op ons werk. De RUD Drenthe is als omgevingsdienst voor de inwoners en bedrijven van Drenthe al bijna 10 jaar een betrouwbare milieupartner. Maar, niet al het werk is programmeerbaar. We moeten daarom ook wendbaar zijn. Zodat we doen dát wat voor een veilige, duurzame en gezonde leefomgeving nodig is. In het afgelopen jaar zijn afhandelingstermijnen van vergunningen soms langer geworden. Ook zijn er meer klachten en meldingen op deze maatschappelijk relevante thema's binnengekomen. We hebben gemerkt dat er forse inzet op toezicht en handhaving is geweest in 2022, mede door het effect van RGT en doordat de economie en het sociale leven na Covid-19 weer op gang is gekomen. Er waren ook situaties die vroegen om het maken van keuzes. Zo heeft het bestuur van de RUD Drenthe voorrang gegeven aan activiteiten met een hoog milieurisico: het risicogericht afschalen.

Bij de onderdelen IPPC-agrarisch, energietoezicht en vrije veld toezicht bodem is daardoor verminderd toezicht uitgevoerd. Al onze wettelijke milieutaken zijn gekoppeld aan de vijf omgevingswaarden bodem, geluid, lucht, omgevingsveiligheid en duurzaamheid. De kwaliteit van de leefomgeving kan mede op basis hiervan worden gemeten, verantwoord en beoordeeld. Ook in het nieuwe Jaarprogramma voor 2023 staat deze prioritering van werkzaamheden centraal. Want het bepaalt de effectiviteit van onze inzet. Vanwege factoren als een toegenomen vraag en een krappe arbeidsmarkt is dat essentieel. Samen met onze partners dragen we proactief en resultaatgericht bij aan een veilige, duurzame en gezonde leefomgeving in Drenthe. Zo hebben we in 2022 de voorbereiding op de nieuwe Omgevingswet met onze ketenpartners gezamenlijk uitgevoerd. Met systeemtesten, trainingen, de aansluiting op het Digitaal Stelsel en participatie in pilots is afgelopen jaar veel inzet gepleegd om gereed te zijn voor de nieuwe werkwijze. Het bodeminformatiesysteem (BIS) is voorzien van nieuwe informatie en ook het VTH-beleid is geactualiseerd. Een aantal factoren dragen in 2022 bij aan een productiecijfer lager dan het Jaarprogramma. Het hogere ziekteverzuim, de begeleiding van nieuwe collega's en opname van verlofbuffers heeft negatieve impact gehad op de beschikbaarheid en inzetbaarheid van personeel.

Samen met de omgevingsdiensten van Groningen en Friesland is in 2022 een noordelijke arbeidsmarktcampagne gestart. Het laatste kwartaal van 2022 laat al direct groei in werving zien. Ook laat het laatste kwartaal gelukkig weer dalende verzuimpercentages zien. Positieve ontwikkelingen die de nodige continuïteit verzekeren als het gaat om het realiseren van onze producten en diensten.

5

HOOFDSTUK 1: IN ÉÉN OOGOPSLAG De RUD Drenthe heeft in 2022 op een gevarieerd palet taken, projecten en opdrachten inzet geleverd. Onze activiteiten zijn gerelateerd aan de producten- en dienstencatalogus van de RUD Drenthe. De bijdrage aan de omgevingswaarden is daarbij altijd ons uitgangspunt. We benoemen in dit hoofdstuk enkele successen en aandachtspunten die we dit jaar tegen zijn gekomen bij ons werk. Een tabel met de financiële realisatie in één oogopslag is in bijlage 4 opgenomen. De RUD Drenthe heeft dit jaar een zichtbare bijdrage aan het milieu geleverd, door onder meer deze resultaten: • Onze risicogerichte fysieke controles gericht op energievoorschriften hebben een aanjagend en stimulerend effect op het nemen van energiebesparende maatregelen. Met onze inzet op energie toezicht is/wordt er een totale reductie van circa 2.406 ton CO2 in Drenthe gerealiseerd. • Verbetering van de bodemkwaliteit doordat er meer instemmingen met het saneringsresultaat zijn, en de meldingsbereidheid in het kader van het besluit bodemkwaliteit toe is genomen. • We zorgen voor juiste informatie over (aanwezigheid/opslag van) gevaarlijke stoffen in Drenthe voor het nieuwe landelijke register Externe Veiligheid.

• Inzet van bestuursrechtelijke handhaving is toegenomen, maar leidt niet per sé vaker tot verbeuren van dwangsommen waardoor geconcludeerd kan worden dat een voorgenomen besluit vaak al voldoende leidt tot herstel van overtredingen. Onze BOA’s hebben 11 processen verbaal opgemaakt. De BOA capaciteit is verhoogd en wordt meer zichtbaar zowel binnen als buiten de organisatie. • Het aantal geconstateerde overtredingen in 2022 is significant hoger dan in 2021. We zien dat toezicht naleving bevorderd en daarmee milieurisico's herstelt en beperkt. • Medewerkers van team Vergunningen zijn weer regelmatig fysiek bij gemeenten gaan werken wat heel positief wordt ontvangen. • De RUD Drenthe is ter voorbereiding op de komst van de Omgevingswet aangesloten op het DSO en er is geoefend in de keten (bijvoorbeeld de Omgevingstafel). We worden vaker en meer betrokken bij bouwteams en omgevingstafels wat resulteert in beter advieswerk vroeg in het proces. • De rapportages lezen transparanter en zijn kwalitatief scherper. De wijze van programmeren, prioriteren, afstemmen, bijsturen en verantwoorden verloopt ook efficiënter. • De branche MKB & Gebouwen heeft het hoogste aantal bestuurlijke handhavingstrajecten, op de voet gevolgd door de branche Afval & Industrie.

• Onze piketmedewerkers worden in het kader van de calamiteiten- en rampenbestrijding ingezet op de taken van het team Omgevingszorg van de betreffende gemeenten. Afvaldumpingen en geluidklachten kwamen in 2022 relatief vaak voor. Daarnaast zijn wij bij drie opgeschaalde brand calamiteiten betrokken geweest. We zagen in 2022 ook een uitdaging bij enkele taken en projecten. Meer inzet en aandacht is nodig gebleken voor de volgende risico's: • • •

• •

Een gedeelte van het werk is afhankelijk van het aantal ingediende vergunningaanvragen of meldingen, en daarmee moeilijk te plannen. Urenbesteding van complexe VTH-taken en VTH-projecten is grillig. Betere monitoring, communicatie en bijsturing is hierbij gewenst. Door krapte op de arbeidsmarkt is de werving van benodigde capaciteit voor sommige taakvelden een groot knelpunt. Zo is bijvoorbeeld het tijdig aantrekken van gekwalificeerde toezichthouders niet gelukt. Het opleidings-en ervaringsniveau van nieuw personeel zorgt ervoor dat intern opleiden, begeleiden en ontwikkelen druk legt op de productieve capaciteit. De werkvoorraad is onverminderd groot waardoor doorlooptijden langer worden. Ondanks dat het verzuimpercentage afneemt, is deze nog hoog. Ook de werkdruk blijft een aandachtspunt. 6

HOOFDSTUK 2: OMGEVINGSWAARDEN De omgevingswaarden zijn de basis van ons werk en vormen een schakel met de nieuwe Omgevingswet. In al ons handelen is het van belang dat de maatschappelijke noodzaak en impact wordt geduid vanuit de omgevingswaarden bodem, geluid, lucht, omgevingsveiligheid en duurzaamheid.

2.1 BODEM Door het toetsen van meldingen aan wet- en regelgeving en het toezicht op de toepassing van grond, bagger en bouwstoffen hebben we bijgedragen aan het behoud van een schone bodem in Drenthe, waarbinnen een duurzaam bodembeheer mogelijk is. Naast het beschermen van de Drentse bodem dragen wij bij aan het schoner maken van de Drentse bodem. De bodem in Drenthe wordt geschikt gemaakt voor het gebruik dat maatschappelijk gewenst is. Onze inzet op bodemtaken (zoals advisering over bodemonderzoeken, plannen, en verstrekken van bodeminformatie etc.) is in 2022 minder geweest dan gepland. We hadden last van moeilijk vervulbare vacatures en extra inwerktijd door nog op te leiden nieuwe medewerkers. Tussen de gemeenten bestaan verschillen wat betreft ingezette uren. Waar er grotere overschrijdingen zijn is dit vaak een gevolg van ruimtelijke/infrastructurele ontwikkelingen. Of van transacties in de huizenmarkt waarbij een advies wordt gegeven over een bodemonderzoek. Ook zijn er meer bodeminformatieverzoeken binnen gekomen.

Bron: RUD Drenthe, toezichthouder aan het werk

7

De uitvoering van de bodemtaken bestaat uit drie onderdelen: • Bevoegd gezag taken Wet bodembescherming (Wbb), concreet uitgewerkt in het provinciaal Programma bodem en ondergrond 2022-2025 + de jaarplannen bodem (gemeente Emmen en Provincie) • Uitvoering in kader van het Besluit Bodemkwaliteit (alle gemeenten) • Bodem specialistische advisering.

2.1.1 TAKEN WET BODEMBESCHERMING (BEVOEGD GEZAG TAKEN WBB) We hebben voor de Provincie als bevoegd gezag Wbb een evaluatieverslag opgeleverd van het Meerjarenprogramma Bodem en Ondergrond over de periode 2016 tot en met 2021. Het verslag laat zien welke doelstellingen uit het Bodemconvenant en het meerjarenprogramma bodem en ondergrond in Drenthe door ons zijn behaald. We zien dat in het algemeen de kwaliteit van de bodem in Drenthe waar nodig geschikt is gemaakt voor het gebruik wat maatschappelijk gewenst is. Bodemvervuilingen die leiden tot onaanvaardbare risico's voor mens, ecologie of verspreiding naar en via het grondwater (de spoedlocaties), zijn goeddeels aangepakt of in uitvoering. Een aantal bodemsaneringen hebben een langere looptijd en blijven op de bodem uitvoeringsagenda staan. Naast de aanpak van de spoedlocaties zijn ook locaties gesaneerd om gewenste ontwikkelingen mogelijk te maken. Deze saneringen zijn uitgevoerd door gemeenten of initiatiefnemers van de ontwikkeling. Om het bodembeleid te verbreden tot een meer integrale benadering zijn projecten uitgevoerd die beleidsmatige verbindingen leggen met andere maatschappelijke opgaven zoals klimaat, energie, kwaliteit van het grondwater, ruimtelijke kwaliteit en landschappelijke - en biodiversiteit.

In de deelnemers rapportage van de Provincie en gemeente Emmen wordt een gedetailleerde verantwoording over het jaar 2022 gegeven.

2.1.2 GEBIEDSBEHEER GEBIEDSGERICHT GRONDWATERBEHEER Met het Gebiedsgericht grondwaterbeheer worden binnen een afgebakend gebied verontreinigingen beheerd en wordt de grondwaterkwaliteit op gebiedsniveau bewaakt en verbeterd. Naast de uitvoering van het gebiedsgericht grondwaterbeheer in Hoogeveen, Emmen en Assen zijn we in een vergevorderde fase met het gebiedsgericht grondwaterbeheer plan in Coevorden. Er is een bestuursovereenkomst opgesteld waarin afspraken zijn opgenomen tussen de Provincie en gemeente Coevorden. Voor zowel Assen, Hoogeveen, Coevorden (vanaf 2023) als Emmen geldt dat de RUD Drenthe namens de provincie Drenthe/ gemeente Emmen de rol als gebiedsbeheerder vervult. De RUD stuurt de monitoring aan en zorgt dat gebiedspartners betrokken en geïnformeerd blijven.

2.1.3 BODEMBEHEER (BKK, NOTA BODEMBEHEER) Rondom het grondverzet stellen wij in opdracht van onze opdrachtgever(s) voorstellen van beleidswijzigingen op die door onze opdrachtgever(s) worden vastgesteld. Om grondverzet zonder duur onderzoek (partijkeuring) mogelijk te maken hebben alle bevoegde gezagen een bodemkwaliteitskaart opgesteld. Onder welke voorwaarden daarvan gebruik kan worden gemaakt is opgenomen in de nota bodembeheer. Daarmee besparen burgers, bedrijven en overheden veel geld op bodemonderzoek. De kaarten moeten elke vijf jaren worden her beoordeeld en de nota bodembeheer eens in de tien jaar. In het afgelopen jaar hebben we voor verschillende gemeenten in het beheergebied goedbezochte informatiebijeenkomsten gehouden over het Drentse beleid inzake bodembeheer. Er zijn plannen om in 2023 deze voorlichting voort te zetten, ook aan bedrijven in de provincie.

2.1.4 BODEMENERGIESYSTEMEN In 2022 zagen we een flinke toename van het aantal aanvragen voor aanleg van gesloten bodemenergiesystemen. De huidige energiecrisis is daar ongetwijfeld de oorzaak van. Voor alle Drentse gemeenten samen zijn er 186 meldingen voor de aanleg van ca. 400 gesloten bodemenergiesystemen 8

afgehandeld. Daarbij gaat het ook om projecten waar bij meerdere woningen gesloten bodemenergiesystemen worden aangelegd. De meldingen voor de gesloten bodemenergiesystemen worden door ons geregistreerd in het Landelijk Grondwater Register (LGR). Door het opnemen van het bodemenergiesysteem in het LGR kan bij eventuele nieuwe initiatieven in de omgeving rekening worden gehouden met bestaande systemen. Zo wordt voorkomen dat bodemenergiesystemen elkaar negatief gaan beïnvloeden waardoor het doelmatig functioneren wordt geschaad. Bij de aanleg van een WKO-installatie, het mechanisch boren, houden wij toezicht.

2.2 GELUID Geluidbelasting en geluidbeleving spelen een belangrijke rol in de samenleving. Geluidoverlast heeft direct effect op de woonbeleving. Als mensen regelmatig aan te veel en te hard lawaai worden blootgesteld kan dat grote gevolgen hebben voor de gezondheid. Je kunt hierbij onder andere denken aan een te hoge bloeddruk last van het hart maar bijvoorbeeld ook psychische problemen als gevolg van de onrust en irritatie.

2.2.1 INDUSTRIELAWAAI EN GELUIDZONERING De voorbereiding voor de invoering van de Omgevingswet is gestart. In het kader van de Omgevingswet moeten gezoneerde industrieterreinen worden omgezet naar een nieuwe systematiek. Dit wordt begeleid en besproken in noordelijk verband (3Noord-verband). Met betrekking tot het project “Herziening geluidzone Bargermeer” is de planning dat het bestemmingsplan, voor inwerkingtreding van de Omgevingswet, kan worden afgerond. Begin 2022 is geconstateerd dat het vooraf geraamde budget niet toereikend is.

2.2.2 WEG- EN RAILVERKEERSLAWAAI EN HOGERE GRENSWAARDEN De uitvoering van de werkzaamheden was in 2022 niet uitzonderlijk anders dan voorgaande jaren. Aanvragen komen met enige regelmaat binnen en in 2022 zijn daadwerkelijk hogere grenswaarden vastgesteld. Er zijn hierover geen bijzonderheden te vermelden.

2.2.3 EVENEMENTEN In 2022 waren, vooral in de zomerperiode, de evenementen weer volop aanwezig. Dit heeft geresulteerd in meer advieswerk en geluidsmetingen vergeleken met de jaren ervoor. Alhoewel deze werkzaamheden tot ons reguliere werkpakket behoren drukt dit wel op de uitvoering van overige advieszaken. Geluidsmetingen kosten veel tijd en er zijn meer adviezen en metingen met betrekking tot klachten nodig geweest dan voorzien in 2022. Het aantal adviezen in het kader van vergunningverlening en meldingen was iets minder maar vergeleken met de andere werkzaamheden geeft dit niet de extra benodigde ruimte.

2.2.4 GELUIDKLACHTEN Zoals in het Jaarprogramma van 2022 al is aangegeven hebben we in het verslagjaar te maken met veel klachten op het gebied van warmtepompen en airco’s. Ook het Laagfrequente geluid komt hierin voor. Deze ontwikkeling is en blijft zorgwekkend. We zien hierin een duidelijke toename van het werk (advisering, geluidmetingen en dergelijke). Door onze expertise en ook de uitkomsten van metingen zijn enkele warmtepompen weer verwijderd. De meeste gemeenten weten ons voor deze metingen goed te vinden. 9

Een nieuw fenomeen, welke we nog niet in het Jaarprogramma hebben benoemd, is de komst van padel banen. Landelijk is hierop de aandacht gevestigd en in Drenthe zien we deze banen in aantallen groeien. Daarmee groeit ook de omgevingsoverlast. Het kost onze geluidsadviseurs extra tijd vooral omdat wetgeving hierin is achtergebleven. De groei in klachten en het aantal geluidmetingen maakt dat wij momenteel te weinig tijd hebben om alle klachten goed af te handelen. Hier zit een groot punt van zorg. Preventie, adviseren aan de voorkant, gaan we nog beter en strakker vormgeven om de werkdruk te verlagen en behapbaar te houden.

2.2.5 GELUIDMETINGEN Zoals aangegeven hebben we steeds meer te maken met geluidmetingen. Een recente trend die wij ervaren bij handhavingszaken is dat er meer en meer klagers/veroorzakers zich in beginsel kritisch opstellen. Het vertrouwen in een onafhankelijke geluidsmeting van onze adviseurs lijkt soms niet aanwezig te zijn. Er wordt gebruikgemaakt van geijkte geluidsmeters die jaarlijks gekalibreerd worden. Het gebrek aan vertrouwen wordt door onze experts als een extra belastende factor ervaren.

2.2.6 WARMTEPOMPEN Door de verduurzamingsopgave komen (geluidklachten over) warmtepompen steeds vaker voor. Alhoewel het Bouwbesluit 2012 per 1 april 2021 is aangepast met een artikel waarin nieuwe geluidseisen worden gesteld aan buiten opgestelde installaties op de erfgrens, levert dit nog niet de mogelijkheden tot goede regulering. Het vergt enige creativiteit bij onze adviseurs. Het is een scherpe norm wat blijkt uit een aantal handhavingsgevallen met betrekking tot warmtepompen.

2.2.7 WINDTURBINES De windparken Oostermoer en Drentse Monden zijn als extra opdracht opgenomen in het Jaarprogramma 2022. Inmiddels is duidelijk dat dit consequent regulier werk voor onze adviseurs meebrengt. Wij zijn sinds 2021 betrokken bij de projectgroep “Windturbineparken Drentse Monden en Oostermoer”. Naast het geluidsaspect (LFG en normaal geluidsoverlast) is daar ook het aspect slagschaduw bijgekomen. Hierover hebben we overleg in 3Noord-verband (het overleg tussen Noordelijke omgevingsdiensten). Met de groei van grotere windturbines groeit ook de hoeveelheid aan werk (advies, vergunningverlening en toezicht en handhaving). In de urenbesteding voor 2022 is het aandeel voor het verbreden van kennis en kennisdeling duidelijk terug te zien. Dit zien we ook terug bij bijvoorbeeld andere omgevingsdiensten (bijvoorbeeld OFGV (Omgevingsdienst Flevoland & Gooi en Vechtstreek). Wij adviseren deze werkzaamheden, op basis van de binnengekomen aanvragen, op reguliere basis in te calculeren (dus niet als extra opdracht) en in de begroting 2024 extra rekening hiermee mee te houden.

2.2.8 LAAGFREQUENT GELUID Voor laagfrequent geluid (LFG) zien we een duidelijke groei. Dit kan verklaard worden door de toename van het aantal LFG producerende bronnen (elektrische apparaten). Voor LFG ontbreekt wet- en regelgeving, maar ook de capaciteit en tijd om degelijk onderzoek uit te voeren. Onderzoeken naar een bron kunnen jaren kosten terwijl uiteindelijk niet gehandhaafd kan worden. Het betreft een landelijk maatschappelijk probleem waarbij wij een rol zien voor de Omgevingsdienst NL. Dit is de vereniging van de 29 regionale uitvoeringsdiensten in Nederland, en kan dit richting de landelijke politiek op de kaart zetten.

10

2.3 LUCHT Luchtkwaliteit en geur zijn onderwerpen die een hoge prioriteit hebben wat de behoefte aan advies voor deze aspecten groot maakt. Om kwalitatief goed advies te kunnen geven zijn de adviseurs veel tijd kwijt aan het informatie halen op locatie.

2.3.1 INDUSTRIËLE EMISSIES Voor vergunningverlening en meldingen verzorgen we een integrale luchttoets. Van belang hierbij zijn de ontwikkelingen op basis van de Best Beschikbare Technieken (BBT) en de ontwikkelingen met betrekking tot bijvoorbeeld Zeer zorgwekkende stoffen (ZZS). Een nieuwe ontwikkeling in de uitvraag betreft het meten van onder andere stofemissie en formaldehyde. Aangezien wij deze expertise niet voldoende in huis hebben is samenwerking gezocht met andere Omgevingsdiensten.

2.3.2 GEUR Grip krijgen op geursituaties bij overlast blijft lastig. Het is moeilijk en kost veel tijd om goede antwoorden te geven aan de verschillende partijen die de overlast ervaren en/of veroorzaken. Er is onzekerheid over de mogelijk risico’s van luchtemissies van ZZS voor de volksgezondheid, bij het milieu maar ook in het binnenklimaat (inpandig). Hierbij wordt continu samenwerking met adviesbureaus, gemeenten en GGD gezocht.

2.3.3 ZEER ZORGWEKKENDE STOFFEN Zeer zorgwekkende stoffen die bij voldoende contact met mens en milieuschadelijk zijn, noemen we ZZS. Denk onder andere aan kankerverwekkende en hormoon verstorende stoffen (bijvoorbeeld ook Per- en polyfluoralkylstoffen (PFAS)). Wij inventariseren, controleren en adviseren op noodzakelijk gebruik en op mogelijke alternatieven. Veel bedrijven maken nog gebruik van ZZS en dienen de blootstelling (immissie) aan die stoffen zoveel mogelijk te beperken. Daarom nemen wij emissies en immissie van ZZS-stoffen steeds meer mee bij integrale adviezen. Landelijk is hier ook uitvoerig aandacht voor. In 2022 is de vergunning van een provinciaal bedrijf aangescherpt. Deze ambtshalve wijziging heeft geleid tot voorschriften met emissiegrenswaarden voor specifieke ZZS-emissies vanuit diverse bronnen bij het bedrijf. In 2022 is ook vanuit de inventarisatie oplosmiddelenbesluit meer aandacht gekomen voor ZZS bij het beoordelen van de oplosmiddelenboekhouding. Specifiek wordt gelet op de CMR (Carcinogeen, Mutageen, Reproductie toxisch) componenten (artikel 2.30 Activiteitenbesluit) in de vluchtige organische stoffen. Dit krijgt de volle aandacht bij de beoordeling van oplosmiddelenboekhoudingen.

2.3.4 AANPAK STIKSTOF Alhoewel de aanpak van stikstof niet in basis bij onze omgevingsdienst ligt (maar via de natuurwetgeving bij de provincie) hebben wij hier wel mee te maken. Denk aan het verlenen van toestemmingen (de verklaring van geen bedenkingen, samenhang met milieuvergunningen en natuurvergunningen) en het uitvoeren van integraal toezicht. Ook leveren onze specialisten expertise bij deze problematiek (stikstofdepositie) en hebben wij actief samenwerking en afstemming gezocht bij onze collega’s van de provincie en andere partners. We zien dat zienswijzen, bezwaren en beroepen in de procedure voor (agrarische) vergunningverlening toenemen, vooral door natuurorganisaties. De stikstofproblematiek heeft ook in 2022 gezorgd voor veel langere doorlooptijden in de vergunningverleningsprocedure door steeds weer nieuwe ontwikkelingen rondom het aspect natuur. Hierbij maakt het niet uit of het onderdeel natuur aanhaakt of niet. Jurisprudentie en nieuwe ontwikkelingen in het provinciaal beleid maken naast het opstellen van een MER-beoordelingsbesluit 11

vooral het opstellen van een (ontwerp-)beschikking steeds ingewikkelder. Reeds opgestelde documenten moeten soms meerdere malen worden herzien. Vertraging betekent een hogere tijdsinzet per product. Samen met de provincie monitoren we deze zaken aan de hand van een voortgangslijst.

2.3.5 LUCHTKWALITEIT Om luchtkwaliteit beter te ontsluiten en hierover informatie te geven zijn we gestart met het registreren en monitoren van de luchtkwaliteit op Drents niveau (gegevens ophalen uit het veld). Het toepassen van monitoringsystemen is een ontwikkeling ter ondersteuning van het lopend werk voor de Europese monitoringsverplichtingen (bijvoorbeeld oplosmiddelen). Daarnaast is het Schone Lucht Akkoord (SLA) basis voor een belangrijk deel van de uitvoerende werkzaamheden van de adviseurs. Het akkoord is getekend door de provincie Drenthe en de gemeente Assen. In diverse dossiers is SLA geïmplementeerd. Denk bijvoorbeeld aan ambtshalve wijziging van vergunningvoorschriften met emissie eisen voor ZZS en het toepassen SLA in de revisieprocedure van een IPPC- bedrijf.

2.3.6 ASBEST De werkzaamheden voor asbest zijn breed. We verzetten veel werk in het beoordelen van meldingen en het houden van toezicht (zie Hoofdstuk 3). Daarnaast leveren we inzet bij de verwijdering van asbestdaken. De acties in Drenthe rond de verwijdering van asbestdaken hebben er inmiddels toe geleid dat van de daken die begin 2018 nog asbesthoudend waren inmiddels 38% is gesaneerd. Hoe dat zich verhoudt tot andere regio's in Nederland is onduidelijk, aangezien hier geen actuele vrij beschikbare gegevens van zijn. Bij de inventarisatie asbestdaken in Drenthe in 2018 werd 5,2 miljoen aanwezige m2 geconstateerd. Daarvan is inmiddels 2 miljoen m2 gesaneerd. Het niet van kracht worden van een asbestdakenverbod heeft ertoe geleid dat de bereidheid om asbestdaken te vervangen in Drenthe, net als in de rest van het land, flink is teruggelopen. In onderstaande figuur is dit per kwartaal vanaf 2018 tot en met 2022 voor Drenthe weergegeven. Uit onderstaande figuur valt op te maken dat de aankondiging van het verbod in oktober 2018 en het ingezette Drentse beleid hebben geleid tot een verdubbeling van het aantal gesaneerde daken. Daarentegen heeft het verwerpen van het asbestdakenverbod in de Eerste kamer in juni 2019 geleid tot een drastische afname in het aantal gesaneerde m2, maar is er desalniettemin nog steeds gemiddeld zo'n 5.000 m2 per kwartaal gesaneerd.

Dit wordt mede gestimuleerd door de werkgroep asbestdaken waarin de Drentse gemeenten, de provincie en de RUD Drenthe zijn vertegenwoordigd.

12

Figuur 1: oppervlakte gesaneerde asbestdaken

Onze inbreng betreft het actueel houden van de asbestkaart door gesaneerde daken eraan toe te voegen en twijfelgevallen met behulp van de asbestanalyzer te verifiëren. We geven advies bij lokale initiatieven van bewoners om daken te saneren. Het aanschrijven, in samenspraak met gemeenten, van asbestdakenbezitters is ook een taak voor de RUD Drenthe. Zo organiseren we bijvoorbeeld bijeenkomsten (fysiek of online de zogeheten webinars) om hen te informeren over saneringsmogelijkheden.

2.4 OMGEVINGSVEILIGHEID Omgevingsveiligheid is de nieuwe benaming van externe veiligheid. In Nederland is de ruimte voor wonen en werken schaars. Mensen willen gezond en veilig leven, en het bedrijfsleven wil ruimte voor economische groei behouden. Deze blijvende zoektocht naar een optimaal gebruik van de beperkte ruimte is het onderwerp van omgevingsveiligheid. Bij omgevingsveiligheid gaat het om de risico’s van het gebruik en transport van gevaarlijke stoffen, de veiligheid van inrichtingen en de veiligheid van nieuwe, zich snel ontwikkelende technologieën. Het gaat om de feitelijke risico’s, met soms grote onzekerheden, én om waargenomen risico’s.

2.4.1 ENERGIETRANSITIE De aangekondigde trend in energietransitie zet zich gestaag door. Wij krijgen steeds vaker de verzoeken tot opslagen en het verwerken van energiebronnen. Voornamelijk betreft het hier waterstof. Denk hierbij aan een garagebedrijf wat waterstof voor voertuigen opslaat of een waterstoftankstation voor bussen en vrachtwagens. Voor dit soort bedrijven is maatwerk nodig in het kader van zorgplicht. Zo worden incidenten voorkomen dan wel beperkt. Waterstofincidenten behoren tot ongewone voorvallen omdat hiervoor nog geen wettelijke voorschriften gelden. Daarnaast zien we een toenemende vraag voor advies over het toepassen van waterstof in aardgasgestookte stookinstallaties als energiebesparing.

2.4.2 EXPLOSIEVEN EN VUURWERK De afgelopen jaren waren er, door COVID 19, minder vuurwerkevenementen, 2022 was voor de vuurwerkevenementen een druk jaar. Er zijn 40 aanvragen voor vuurwerkevenementen behandeld (2019: 29). Vier vuurwerkevenementen zijn in verband met extreme droogte vervallen. De rest zijn, met aanpassingen zoals ander vuurwerk of besproeien van de ondergrond, wel doorgegaan. Tijdens de vuurwerkevenementen zijn geen overtredingen geconstateerd. In 2022 mocht er na twee jaar weer consumentenvuurwerk worden verkocht en afgestoken. Het aantal verkooppunten is in Drenthe de afgelopen jaren gestaag afgenomen waarbij vooral de laatste jaren diverse verkooppunten zijn gestopt. Waren er in 2016 nog 78 verkooppunten is dat in 2022 geslonken naar 46 verkooppunten. Voor een deel komt dit doordat landelijke winkelketens hebben aangegeven geen vuurwerk meer te willen verkopen. Bij alle verkooppunten is in september/oktober een voorcontrole geweest. Dit was deels administratief en deels fysiek. Verder zijn alle verkooppunten in Drenthe tijdens de drie verkoopdagen bezocht door onze medewerkers. Er werden kleine overtredingen geconstateerd die direct zijn verholpen.

2.4.3 REGISTER EXTERNE VEILIGHEIDSRISICO’S We hebben ons aangesloten bij het Register Externe Veiligheidsrisico’s (REV). Dit systeem is bedoeld om alle grotere risico’s met gevaarlijke stoffen vast te leggen. Er is landelijk budget beschikbaar om onze gegevens daarin te plaatsen maar het kost ook inzet van onze specialisten om dit te verzorgen en te 13

begeleiden. Onze adviezen spitsen zich steeds meer toe op problematiek voorkomend uit de energietransitie. De uitvoering van de adviezen is op een adequaat niveau. Op het thema omgevingsveiligheid is er veel verandering in aantocht vanwege de nieuwe Omgevingswet. Onze adviseurs werken samen met de noordelijke omgevingsdiensten om deze veranderingen door te voeren in het Register externe veiligheid (REV). Net als voor het (milieu)locatiebestand in Drenthe zijn wij gedelegeerd bronhouder voor het REV, zodat de risicogegevens op een goede en volledige wijze in de Atlas Leefomgeving terecht komen en te raadplegen zijn. In 2022 is een groot aantal van de locaties en risicovolle milieubelastende activiteiten in het REV ingevoerd. Een aantal activiteiten kan nog niet ingevoerd worden omdat de Bevoegd Gezag Module (BGM, een hulpmiddel voor bronhouders om geconverteerde data uit het Register Risicosituaties Gevaarlijke Stoffen (RRGS) te controleren, valideren en publiceren) hiervoor nog niet geschikt is. Ministeries dragen hiervoor verantwoordelijkheid en landelijke initiateven lopen.

2.5 DUURZAME ENERGIE In het klimaatakkoord van Parijs is vastgelegd dat de wereldwijde klimaatopwarming in 2100 beperkt moet zijn tot 2°C vergeleken met het niveau van vóór de opkomst van de industrie. In het verlengde hiervan hebben provinciale staten van Drenthe de doelstelling uitgesproken in de vastgestelde Energieagenda 2020 – 2023 om in 2050 energieneutraal te zijn. Deze doelstellingen, die de burger en het bedrijfsleven steeds sterker zullen gaan raken, vragen om concrete maatregelen en plannen in het heden.

2.5.1 ENERGIETOEZICHT Een belangrijke klimaatdoelstelling is het met 49% verminderen van de CO2-uitstoot in 2030 ten opzichte van 1990. Dit doel kan onder andere bereikt worden door het doorvoeren van energiebesparende maatregelen door burgers en bedrijven. Het houden van toezicht op deze maatregelen is één van de instrumenten die landelijk ingezet wordt om de Nederlandse klimaatdoelstellingen te halen. Wij voeren het toezicht uit vanuit het Jaarprogramma en in het kader van de Versterkte Uitvoering Energietoezicht (verder VUE 2021). In onze najaar rapportage hebben wij de prognose afgegeven om voor dit product 50% van het Jaarprogramma te realiseren. Krapte op de arbeidsmarkt is één van de oorzaken dat deze prognose op 255 uur niet gehaald is. Ten opzichte van het Jaarprogramma hebben we 45% van de ingebrachte uren daadwerkelijk voor dit product ingezet. Hiervoor hebben we (inclusief de inzet vanuit VUE 2021) 154 energiecontroles opgezet. Tijdens deze controles zijn 412 overtredingen, waarvan er inmiddels 248 ongedaan zijn gemaakt, geconstateerd. Wanneer ook de resterende overtredingen ongedaan zijn gemaakt, wordt er door onze activiteiten een totale reductie van circa 2.406 ton CO2 gerealiseerd. Deze reductie is berekend op basis van het TNO-rapport TNO2020P11691 en op basis van informatie afkomstig van RVO.

Op 1 juli 2019 is de informatieplicht energiebesparing opgenomen in het Activiteitenbesluit. In dit besluit is voorgeschreven dat bedrijven, met een elektriciteitsverbruik van meer dan 50.000 kWh of 25.000 m3 aardgasequivalent, alle maatregelen op het gebied van energiebesparing dienen te nemen met een terugverdientijd korter dan 5 jaar. Voor deze bedrijven geldt ook dat zij ons moeten informeren over de voortgang van de implementatie van de energiebesparende maatregelen. Bij de start van deze informatieplicht was er landelijk, en zeker ook in Drenthe, een forse stijging van het aantal rapportages waar te nemen. De toestroom van de rapportages laat nu een dalende trend zien. Dit is te verklaren doordat bedrijven elke 4 jaar aan de informatieplicht moeten voldoen. De rapportages worden door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) ontvangen, beoordeeld en ingeschaald in risicogroepen. Hierbij heeft de groep R1 het hoogste risico en R3 het laagste risico op de hoeveelheid te nemen maatregelen.

14

Rapportage jaar 2019 2020 2021 2022 Totaal

Aantal ingediende rapporten 1.234 249 316 78 1.877

Tabel 1: informatieplicht energiebesparing

2.5.2 OMGEVINGSVISIE ONDER DE OMGEVINGSWET Het maken van beleid is niet de taak van de RUD Drenthe, wel zien wij door de komst van de nieuwe Omgevingswet een belangrijke rol voor ons om op inhoudelijk gebied te adviseren. We hebben gemerkt dat door de mogelijkheid om straks gebiedsgericht regels vast te stellen voor de verschillende omgevingswaarden, onze specialisten al vaker worden gevraagd om mee te denken. Gemeenten die invulling geven aan de omgevingsplannen willen de RUD Drenthe graag vroeg aan tafel. Een positieve ontwikkeling waardoor samenwerking onderling en met andere ketenpartners (waterschappen, VRD, GGD, GGZ, Rijkswaterstaat, Ministeries e.a.) wordt gestimuleerd.

2.5.3 WINDMOLENPARKEN EN ZONNEWEIDES Wij hebben slechts ten dele te maken met de aanleg van de windparken. Het in werking hebben kan klachten veroorzaken en initieert verder toezicht. Dit staat onder andere beschreven in 2.2.7. De uitbreiding vooral ten aanzien van grotere en kleinschalige windmolenparken gaat nog door (Emmen en Noord-Drenthe). Zonneweides lijken vooralsnog geen directe omgevingshinder te vormen.

2.5.4 REGIONALE ENERGIETRANSITIE (RES) Regionaal is de Regionale Energie Strategie (RES) van belang. Elke gemeente, provincie en waterschap werkt binnen één van de dertig regio’s samen met stakeholders aan een RES. De RES is een instrument om te komen tot keuzes voor de opwekking van duurzame elektriciteit, de warmtetransitie in de gebouwde omgeving en de daarvoor benodigde opslag- en energie-infrastructuur. Wij hebben adviezen uitgebracht over de mogelijkheden van energietransitie (dit loopt voornamelijk via experts omgevingsveiligheid).

15

HOOFDSTUK 3: ACTIVITEITEN Naast de inspanning op omgevingswaarden voeren we ook de basis VTH-taken uit. Dit zijn werkzaamheden die vanuit de wetgeving moeten worden gedaan, de ‘core business’ van onze omgevingsdienst. Bij de uitvoering van de activiteiten baseren we ons handelen op impact op de omgevingswaarden zoals in Hoofstuk 2 benoemd. Daarmee is er een onlosmakelijke verbinding tussen beide hoofdstukken. De kwaliteit van de leefomgeving kan op basis van de omgevingswaarden worden gemeten, verantwoord en beoordeeld.

3.1 VERGUNNEN & BESLUITEN 3.1.1 WET ALGEMENE BEPALINGEN OMGEVINGSRECHT Een belangrijke activiteit is onze taak bij de behandeling van omgevingsvergunningen en maatwerkbeschikkingen. Ook het opstellen van de beschikkingen voor het saneren van de bodem en het toetsen en beoordelen van de aanvragen voor bodemenergiesystemen (Warmte-Koude-Opslag) zijn onze verantwoordelijkheid. In 2022 zijn minder nieuwe vergunningen aangevraagd. Het aantal MER-beoordelingen en advisering MER ligt nagenoeg gelijk aan 2021. Dit wijst erop dat de ontwikkeling in de fysieke ruimte nog niet is aangetrokken. Daarnaast zien we door de gewijzigde BBT (best beschikbare techniek) - conclusies dat we minder actualisaties hebben afgehandeld dan we hadden verwacht en gepland. Vanwege de hoge werkdruk, door ziekte en het relatief hoge aantal lopende procedures, is de focus gelegd bij de vraag gestuurde producten. Vergunningen Drentse Maat Niet Drentse Maat Totaal

Realisatie 26.917 12.925 39.842

JP2022 26.558 9.038 35.956

% t.o.v. JP2022 101% 143% 111%

Tabel 2: vergunnen & besluiten

3.1.2 WET BODEMBESCHERMING De provincie Drenthe en de gemeente Emmen zijn bevoegd gezag Wet bodembescherming (Wbb). In 2022 zijn, ten opzichte van 2021, minder Wbb beschikkingen afgegeven. Dit betreft historische verontreinigingen die voor 1987 zijn ontstaan. De doelstelling voor de aanpak van spoedlocaties is bijna geheel behaald. De actuele spoedlijst bevat 30 locaties die allen zijn beschikt. Bij 27 locaties is er gesaneerd en zijn de risico's voor verspreiding beheerst. Van de overige drie locaties is bij één locatie de sanering nog niet gestart. Onderstaande grafiek laat zien dat er afgelopen jaar minder beschikkingen zijn afgegeven dan voorgaande jaren. Dit is deels te verklaren door het feit dat er meer aanvragen zijn binnengekomen die niet volledig waren en die uiteindelijk zijn ingetrokken of afgekeurd. Veel van deze aanvragen worden op een later moment waarschijnlijk opnieuw ingediend. Ook zijn er in het laatste kwartaal van 2022 veel aanvragen ingediend, deze zijn nog in procedure en dus nog niet beschikt. In 2022 zijn er 58 saneringen gestart, 13 minder ten opzichte van 2021 maar 18 meer dan in 2020. Dit betekent ook dat vanuit toezicht en handhaving hier minder inzet op is gepleegd in vergelijking met 2021.

16

Figuur 2: beschikkingen Wbb

3.2 MELDEN & ONTHEFFEN Het aantal ingediende meldingen is vergelijkbaar met 2021, maar vanwege de complexheid, vaak onvolledigheid en lange doorlooptijden voor adviezen zijn hier wel meer uren voor gemaakt. Naast deze meldingen zijn er ook meldingen ontvangen van nieuwe verontreinigingen. Dit zijn verontreinigingen die na 1987 zijn ontstaan: de zorgplichtgevallen. Voor de aanleg van gesloten bodemenergiesystemen zijn er meer meldingen ontvangen dan in 2021.

3.2.1 AANLEG GESLOTEN BODEMENERGIESYSTEMEN Het aantal meldingen per gemeente van gesloten bodemenergiesystemen in 2022 ten opzichte van 2021 is weergegeven in onderstaande tabel. Meldingen aanleg gesloten bodemenergiesystemen per gemeente Aa en Hunze Assen Borger-Odoorn Midden-Drenthe Noordenveld Tynaarlo Coevorden De Wolden Emmen Hoogeveen Meppel Westerveld Totaal

2021 9 3 8 7 13 17 4 7 15 4 4 17 108

2022 15 12 12 18 18 34 10 12 18 10 13 14 186

Tabel 3: meldingen van gesloten bodemenergiesystemen

17

3.2.2 ZORGPLICHTGEVALLEN Uit bijgaand overzicht is te zien dat in 2022 iets meer zorgplichtgevallen zijn gemeld en gesaneerd ten opzichte van 2021. Ook het aantal ingediende evaluaties op zorgplichtgevallen ligt hoger. De verwachting is dat het saneren van historische verontreinigingen in Drenthe steeds minder wordt en de verontreinigingen ontstaan na 1987 meer aan het licht komen.

Figuur 3: zorgplichtgevallen

3.2.3 ASBEST SLOOPMELDINGEN Wij hebben 100% van de ingediende reguliere asbestsloopmeldingen beoordeeld op ontvankelijkheid en waar mogelijk geaccordeerd. Dit doen wij omdat zonder deze accordering een asbestsanering niet gestart mag worden. Dit maakt wel dat wij niet bij (zoals in 2018 is afgesproken) 45% van de geaccordeerde regulier asbestsloopmeldingen daadwerkelijk toezicht hebben gehouden, maar bij 36% van deze asbestsloopmeldingen. Ondanks dat we in de tweede helft van 2022 de formatie, voor dit product, op orde hebben gebracht, hebben we deze achterstand niet meer kunnen bijsturen. Enerzijds is dit veroorzaakt door het moeten inwerken van (ingehuurde) collega's, anderzijds daalt het aantal asbestsaneringen na de zomerperiode sterk. In het laatste kwartaal hebben we, door het geringe aantal asbestsaneringen voortkomend uit reguliere asbestsloopmeldingen, ons kunnen richten op het uitvoeren van audits (toezicht asbest mutatie) bij asbestsaneringen die in opdracht van woningbouwcorporaties worden uitgevoerd. Dit is steekproefsgewijs uitgevoerd. In 35% van de toezicht bezoeken was er sprake van overtredingen. De prognose van 85% van de ingebrachte uren is voor dit product bijna besteed. Product Advisering asbest inventarisatierapportage (mutatie) Advisering asbest inventarisatierapportage (regulier) Toezicht asbest (mutatie) Toezicht asbest (regulier) Totaal

Aantal 629 1517 449 551 3.146

Tabel 4: asbest sloopmeldingen

18

3.3 INFORMEREN & BEOORDELEN Informatieverzoeken komen veelvuldig voor. Uiteindelijk zijn er 228 zaak gerelateerde informatieverzoeken in 2022 afgehandeld. Opgemerkt moet worden dat de minder lastige en kleinere verzoeken hierin niet worden meegeteld in aantal. Ook de beoordeling van rapportages, tank certificaten en keuringscertificaten is een meer verscholen product omdat deze vaak tijdens de toezichtactiviteit of vergunningen activiteit worden uitgevoerd. Deze maken dus veelal integraal deel uit van andere hoofdprocessen. Wij zien geen afwijkingen met betrekking tot het aantal.

3.3.1 ELEKTRONISCH MILIEUJAARVERSLAG In Drenthe hebben 30 bedrijven de verplichting om een elektronisch Milieujaarverslag (e-MJV’s) in te dienen. Het is relevant dat het door bedrijven jaarlijks te maken eMJV goed wordt opgesteld omdat dit voor monitoring wordt gebruikt. Voldoet een bedrijf niet aan de verplichting dan wordt er een handhavingstraject ingezet. In het Jaarprogramma is voor de beoordeling van e-MJV’s 528 uur ingebracht. Dit jaar is 777 uur besteed. De overbesteding van 47% wordt vooral veroorzaakt door het inzetten van handhaving bij zeven bedrijven en het beoordelen van aanvullende aangeleverde informatie na de eerste beoordeling van de e-MJV’s, wat voorkomt uit de in 2022 doorgevoerde verbeterslag in beoordeling van e-MJV’s. Daarnaast is in 2022 de verbeterslag verder doorgezet en zijn aanvullende procedures opgezet voor de beoordeling in 2023. Onze adviseurs ondersteunen de toezichthouders bij de beoordeling van het aspect lucht in het elektronisch milieujaarverslag (eMJV). Kwalitatief is hierdoor een verbeterslag gemaakt.

3.4 KLACHTEN & HANDHAVINGSVERZOEKEN Omdat milieuklachten en -incidenten, waaronder ongewone voorvallen, niet alleen tijdens kantooruren voorkomen is een 24/7 piketdienst ingericht. In sommige gevallen leidt overlast ertoe dat er een handhavingsverzoek wordt ingediend. Na het beoordelen van het verzoek en de voor de zaak relevante feiten en omstandigheden nemen we een besluit op het verzoek.

3.4.1 PIKET Onze piketorganisatie is opgenomen in het classificatiesysteem van de Meldkamer Noord- Nederland (MKNN). Wanneer hulpverleningsdiensten de inschatting maken dat er door een calamiteit onomkeerbare milieuschade wordt veroorzaakt of dreigt worden we rechtsreeks door het MKNN benaderd en kan onze piketdienst, waar nodig, adequaat handelen. We hebben verder binnen de Veiligheidsregio Drenthe (VRD) toebedeelde taken in het kader van de calamiteiten- en rampenbestrijding. Onze piketmedewerkers worden tijdens deze rol ingezet op de taken van het team Omgevingszorg van de betreffende gemeente. Ook afval(dumpingen) en geluidklachten kwamen in 2022 relatief vaak voor. We zijn onder andere betrokken geweest bij de volgende incidenten: • Dumpingen van gevaarlijke afvalstoffen, zoals restanten van synthetische drugsproductie; • (Asbest)branden; • Een aangereden LPG vulpunt (liquefied petroleum gas), waarbij lekkage is ontstaan; • Een vrachtwagen met een lekkende dieseltank; • Een brandende tractor, waarbij diesel de sloot is ingestroomd. In 2022 zijn wij bij 3 opgeschaalde calamiteiten betrokken geweest. Dit betrof telkens een grote brand. In 2022 zijn er door de Covid-19 nasleep geen oefeningen georganiseerd door de VRD en/of gemeenten.

3.4.2 KLACHTEN 19

In 2022 hebben wij in totaal 581 klachten en meldingen ongewoon voorval ontvangen. Dit is ten opzichte van 2021 iets afgenomen (612). In 2022 zijn er relatief veel meldingen van geurhinder gedaan. Bij de meeste klachten zijn in goed overleg met de klagers oplossingen gevonden. Deze (soms intensievere inzet) voorkomt handhavingstrajecten die nog veel meer tijd vragen. Daarnaast is er een stijging van het aantal meldingen op het onderdeel Bodem. Een reden hiervan kan zijn dat de brandweer ons informeert bij autobranden indien er vloeistoffen op de bodem kunnen terechtkomen. Soort klacht Klacht bedrijven Klacht bodem Klacht geluid Klacht lozingen Klacht lucht Klacht overig milieu Klacht piket Melding ongewoon voorval (Hoofdstuk 17 Wm) Melding ongewoon voorval (art.27 en 30 Wbb) Totaal

Aantal 9 48 142 21 217 50 2 73 19 581

Tabel 5: klachten en meldingen ongewoon voorval

3.4.3 ONGEWOON VOORVALLEN Een melding ongewoon voorval (Hoofdstuk 17 Wm) is een verplichting voor bedrijven om een milieucalamiteit te melden. Opvallend is de toename van het aantal meldingen ongewoon voorval Wbb (Wet bodembescherming). Deze meldingen komen binnen doordat de bodem (mogelijk) is verontreinigd als gevolg van bijvoorbeeld een voertuigbrand. Bij 31% van de klachten was geen sprake van overtreding van milieuvoorschriften.

3.4.4 HANDHAVINGSVERZOEKEN Er zijn 28 handhavingsverzoeken afgerond. Op 1 januari 2023 zijn nog 11 zaken in behandeling, waarvan een drietal wat ouder zijn en een ander verloop kennen in het kader van ruimtelijke ordening waarover contact is met het betreffende bevoegde gezag. Het merendeel van de handhavingsverzoeken betreffen klachten over geluid, licht en andere vormen van hinder bij particulieren. Slechts in 2 gevallen is het verzoek toegewezen en direct overgegaan tot handhaving. In andere gevallen zijn de verzoeken afgewezen en is een ander traject gevolgd óf geen overtreding geconstateerd.

3.5 ADVISEREN & TOETSEN Het aantal gemaakte uren voor de integrale adviezen voor omgevingsvergunningen is hoger dan verwacht. Hier komt de toenemende vraag aan integraliteit en samenhang in terug. Wij sturen daar ook meer op aan. Ook het feit dat milieu bij aanvragen vaak een kritisch aspect is, speelt hierin mee. Met onze specialistische adviezen (bodem, geluid, lucht, omgevingsveiligheid en juridisch) dragen we bij aan allerlei activiteiten. De juridische adviezen kunnen inhoudelijk of toetsend zijn (of een combinatie daarvan). Voor bodem betreft dit ook de bodem/ondergrond (beleids-)adviezen bij omgevingsplannen, ruimtelijke plannen en het beoordelen van bodemonderzoeken bij omgevingsvergunningen en meldingen. Dit gebeurt ook bij nieuwe bedreigingen van de bodem zoals bij drugsafval, en de PFAS.

3.5.1 BELEIDSADVISERING ALGEMEEN 20

De RUD Drenthe vervult een belangrijke adviserende rol bij inhoudelijke beleidsvoorbereidingen bij gemeenten, bijvoorbeeld bij majeure ontwikkelingen zoals de komst van de Omgevingswet. Op die wijze dragen wij actief bij aan het sluiten van de beleidscyclus (Big8).

3.5.2 BELEIDSADVISERING BODEM EN UNIFORM (GEMEENTELIJK) BODEMBELEID We hebben in 2022 actief een bijdrage geleverd aan diverse landelijke en regionale bodem wetgeving en regelingen. We hebben een rol gehad in de landelijke projectgroep PFAS waarin de gezamenlijke overheden onderzoek doen en normen en regelgeving voor de omgang met PFAS in (water) bodem en grondwater voorbereiden ten behoeve van besluitvorming. Regionaal hebben we bijgedragen aan de Actualisatie POV Drenthe. Er is een hoofdstuk en toelichting voorbereid waarin de regels voor het uitvoeren van grondwatersanering zijn opgenomen. Deze gaan gelden na inwerkingtreding van de Omgevingswet. Daarnaast zijn wijzigingen voorgesteld aan de provincie betreffende het hoofdstuk grondwaterbescherming van de POV. Wij zijn in 2022 begonnen met het project ‘blauwdruk bodemregels'. Dit is een vervolg op de 'Verkenning van gezamenlijk bodembeleid in Drenthe'. In het project 'blauwdruk bodemregels’ worden bodemregels geformuleerd die na de inwerkingtreding van de Omgevingswet kunnen worden opgenomen in de Omgevingsplannen van de gemeenten. Doel is te streven naar een uniform bodembeleid in Drenthe. Dit project loopt door in 2023.

3.6 BEZWAREN & (HOGER) BEROEP Ook op de door ons afgegeven beschikkingen en besluiten Wet bodembescherming biedt de Algemene wet bestuursrecht de mogelijkheid tot bezwaar te maken tegen de beslissing of beroep in te stellen.

3.6.1 RECHTSBESCHERMING WET ALGEMENE BEPALINGEN OMGEVINGSRECHT Het afgelopen jaar hebben verschillende bezwaarzaken gespeeld. Twee bezwaarzaken zijn in onderling overleg gegrond verklaard en dus niet voorgelegd aan de bezwaarschriftencommissie. Een andere bezwaarzaak betrof een bezwaar tegen 3 besluiten in één keer. Dit bezwaar is deels gegrond verklaard: één van de drie besluiten is aangepast naar aanleiding van het ingediende bezwaarschrift. Een ander bezwaar dat zich richtte tegen het weigeren van een omgevingsvergunning beperkte milieutoets (OBM) is na uitblijven van reactie van de bezwaarmaker buiten behandeling gesteld. Een bezwaar is ingetrokken omdat het uiteindelijk in overleg met de bezwaarmaker als klacht is afgehandeld door team Toezicht & Handhaving wat het gewenste resultaat bood. Er zijn in 2022 twee beroepszaken afgerond: bij één is de inzet van de RUD niet nodig geweest, in de andere zaak is de eisende partij door de rechter niet ontvankelijk verklaard. Er zijn in totaal 11 zaken afgesloten in het kader van rechtsbescherming bij vergunningverlening. Op 1 januari 2022 waren er nog 10 (hoger) beroepszaken in behandeling. Wij adviseren de bevoegde gezagen in deze gevallen over de betekenis van uitspraken en wat dat in het concrete geval voor gevolgen heeft.

3.6.2 RECHTSBESCHERMING WET BODEMBESCHERMING We hebben afgelopen jaar geen zienswijzen op onze afgegeven besluiten/beschikking ontvangen. Voor 1 saneringslocatie is de beroepszaak in mei behandeld door de Raad van State. De Raad van State heeft naar aanleiding van de zitting de STAB (Stichting Advisering Bestuursrechtspraak) om advies gevraagd vanwege de complexiteit van de zaak. De STAB heeft eind 2022 advies uitgebracht. De Raad van State moet hierover nog een oordeel vellen.

3.6.3 RECHTSBESCHERMING BIJ HANDHAVINGSPROCEDURES Er zijn in 2022 in het kader van handhavingsprocedures 11 zaken afgerond waarbij wij hebben geadviseerd in bezwaarschriftenprocedures. Daarnaast ook 1 zaak waarin wij geadviseerd hebben in een 21

beroepsprocedure. De bezwaren richtten zich tegen de diverse handhavingsbesluiten en invorderingsbeschikkingen. In totaal zijn 7 bezwaar- en beroepsschriften ongegrond verklaard, 4 zijn gegrond verklaard en 3 zijn ingetrokken. In alle gevallen zijn de geconstateerde overtredingen (uiteindelijk) ongedaan gemaakt.

3.6.4 RECHTSBESCHERMING BIJ WOB-/WOO-PROCEDURES In het kader van de Wob hebben wij in 2022 eenmalig geadviseerd in een bezwaarzaak omtrent het aantal openbaar te maken stukken. Bezwaarmaker was van mening dat er meer stukken zouden moeten zijn. Het bezwaar is gegrond verklaard nadat bij een nieuwe zoekslag inderdaad meer stukken boven water kwamen. Daarnaast hebben wij geadviseerd in een beroepszaak wat zich richtte tegen het niet tijdig beslissen, deze is eveneens gegrond verklaard.

3.7 TOEZICHT & HANDHAVING De RUD Drenthe voert toezicht uit en handhaaft op alle milieubelastende activiteiten en regulerende taken waarvoor we de uitvoering doen. Dit doen we om ervoor te zorgen dat alle bedrijven in Drenthe zich houden aan de milieuregels.

3.7.1 LANDELIJKE HANDHAVING STRATEGIE Wij passen in al ons werk de Landelijke handhavingsstrategie (LHS) toe. We zien toe op bijvoorbeeld uitvoering van bodemsanering, grondverzet, aanleg WKO-systemen (warmte/koude opslag), asbest en vrije veld controles (toezicht gebiedsgericht milieu). Het gebiedsgericht milieu toezicht wordt ingezet om illegale grondstromen en activiteiten in of op de bodem op te sporen. Toezicht is het meest planbare en kwantificeerbare deel van onze kerntaak. En ondanks een aantal ontstane vacatures, ziekte en een gespannen arbeidsmarkt hebben we het Jaarprogramma 2022 conform prognose in de najaar rapportage uitgevoerd. Productnr. Product omschrijving 116 Toezicht (RGT+Extra) 120 Klachten 128 Ketentoezicht 127 Beoordeling e-MJV’s 400 Asbest Totaal

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12878778/1