CConstaterende datDe Wolden
Koppel je AI →
Document · PDF

F Onderbouwing Agenda Platteland

Gemeenteraad 25 maart 2021, gemeente De WoldenBij agendapunt: Ingekomen stukken3.487 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Samenwerkingsverband plattelandsgemeenten

Agenda Platteland

Onderbouwing thema’s & agendapunten

Op de Agenda Platteland staan tien agendapunten. De ­uitgebreide toelichting daarbij leest u hier, in dit document. De tien agendapunten zijn ondergebracht in drie hoofdlijnen: Leefbaar platteland, Sociaal platteland en Duurzaam platteland. Die vindt u in deze onderbouwing terug. Deze Onderbouwing hoort bij de Agenda Platteland. Beide documenten vindt u ook op p-10.nl/agendaplatteland.

2

Toelichting thema’s Leefbaar platteland

3

Leefbaar platteland Fysieke bereikbaarheid & vervoer In meer en meer dorpen verdwijnen voorzieningen. Voor bijvoorbeeld de middelbare school, zorgpost, werk en bibliotheek zijn inwoners steeds vaker aangewezen op grotere kernen in de regio. Terwijl er nog maar in beperkte mate een goed netwerk is van openbaar vervoer. Sowieso zijn de fysieke afstanden op ons platteland groot en inwoners en professionals moeten dus steeds vaker en steeds meer kilometers afleggen. Dit heeft op allerlei fronten grote consequenties. Zo zijn er zorgen over de aanrijtijden van ambulances en de bereikbaarheid en beschikbaarheid van de spoedeisende hulp. En hoe bereikt de toerist ons prachtige gebied? Bereikbaarheid wordt vanuit diverse perspectieven een steeds nijpender issue. Tegelijkertijd zien we interessante ontwikkelingen op het gebied van vervoer. Er is steeds meer vernieuwing in individueel vervoer, zoals de elektrische step of deelfiets. Waar mensen vroeger vanaf de bushalte maximaal 1 kilometer wilden lopen, kunnen ze nu met die step of deelfiets 3 kilometer afleggen vanaf een halte. Daarbij kiezen mensen in de toekomst steeds vaker voor een (tweede) deelauto of voor een snelle e-bike in plaats van een tweede auto. De druk op de treinstations die het platteland verbindt met hubs in Nederland zal dus toenemen. Uiteindelijk stappen we met z’n allen niet meer zo vaak in de dorps- of streekbus.

Deze bus, die op basis van provinciale concessies op het platteland elk dorp aandoet, wordt door deze ontwikkelingen steeds minder aantrekkelijk. Dit vraagt om meer ruimte voor gemeenten om zelf aan het roer te staan als het om vervoer gaat (in plaats van de provincie). Platforms als Uber laten zien dat mensen best zelf een ritservice draaiend kunnen houden. Dankzij het grote zelforganiserend vermogen in onze dorpen is dit zeker op het platteland kansrijk. We zijn ook in staat om leerlingenvervoer slim te combineren met andere vormen van vervoer. Over combineren gesproken: terwijl we op het platteland steeds vaker de pakketbezorger zien, neemt het personenvervoer steeds verder af. Door goederen- en personenvervoer slim te combineren, kunnen de ritgarantie en het gebruik toenemen. De platformeconomie kan dat voor ons doen, maar is op dit moment nog te veel gebonden aan strenge regels op het gebied van post- en pakketbezorging en persoonsvervoer. Het platteland komt in zijn kracht als de strenge vervoersregels voor de landelijke gebieden worden versoepeld.

Daarom zetten we dit op de agenda

1 Landelijke souplesse en ondersteuning voor combivervoer van goederen en personen

4

Leefbaar platteland Digitale bereikbaarheid Digitale bereikbaarheid is voor onze inwoners en ondernemers een levensvoorwaarde en wordt dat in de toekomst alleen maar meer. Steeds meer basale functies in het leven zijn digitaal. Zorg, onderwijs, de bank, dienstverlening van de overheid, bestellen van levensmiddelen: op alle fronten neemt de digitale component rap toe. Sterker nog, steeds vaker is alleen een digitale variant beschikbaar. Soms is dat een bewuste strategische keuze (van bijvoorbeeld banken), soms worden we ertoe gedwongen, zoals door de uitbraak van COVID-19. Vanwege dat laatste gaan we steeds minder naar kantoor en krijgen onze kinderen thuis digitaal les en is het platteland ineens superaantrekkelijk om te wonen en werken. Maar het kan allemaal niet zonder snel internet! De uitrol van glasvezel op het platteland neemt weliswaar in rap tempo toe, maar er dreigen gezinnen en ondernemers buiten de boot te vallen. Als je niet dicht genoeg bij een aansluiting woont of gevestigd bent, heb je geen toegang en sta je buiten het maatschappelijke en economische verkeer. Er dreigt hierdoor een tweedeling in onze maatschappij te ontstaan die we moeten zien te voorkomen. Op basis van de notitie outlook digitale infrastructuur is de schatting dat eind 2023 ­maximaal 30.000 – 50.000 adressen in de kernen nog geen verbinding van tenminste 100 Mbps hebben.

We moeten als Nederland solidair worden en een glasvezelverbinding als grondrecht neerzetten om zo tot 99% dekking te komen.

Daarom zetten we dit op de agenda

2 Verdergaande digitalisering platteland: met name daar waar de aanleg van glasvezel niet rendabel is voor marktpartijen.

Kosten De gemiddelde aansluitkosten voor een huishouden zijn op dit moment € 2.500. Er zijn ook gevallen bekend van € 50.000. De ervaring leert dat de aansluitkosten voor de laatste adressen het hoogst zijn. We gaan daarom bij 30.000 adressen uit van gemiddeld € 15.000 per adres en bij 50.000 adressen van € 10.000 (dit is een grove schatting). Als we ervoor willen zorgen dat iedereen in Nederland digitaal mee kan doen en alle uitdagende adressen snel internet krijgen, kost dit tussen de 450 en 500 miljoen euro.

5

Leefbaar platteland Werken & economie Ruimte voor bedrijven In en bij steden is nauwelijks meer ruimte voor bedrijven. Alle ruimte is geclaimd door het landelijke woningbouwbeleid. Stedelijke bedrijventerreinen kunnen nauwelijks meer uitbreiden of worden omgebouwd naar woonwijken. De gebiedsontwikkeling in Amsterdam Buiksloterham is hier een mooi voorbeeld van. Daar verandert een industrieel bedrijventerrein in een circulaire stadswijk gericht op wonen en werken, waar bijna 9000 woningen gerealiseerd kunnen worden. Een tweede ontwikkeling is dat er sinds de coronacrisis andere eisen gesteld worden aan kantoorlocaties en bedrijfsverzamelgebouwen: minder mensen tegelijkertijd aan het werk maar wel meer ruimte per persoon. Op het platteland hebben we die ruimte! Bij ons zijn bedrijventerreinen een belangrijk fundament onder de lokale samenleving. Mensen vinden er hun (bij)baan en voor bakkers, slagers en horecabedrijven is het een grote klantenbron. Een vitaal lokaal bedrijventerrein is dus in veel opzichten een belangrijke voedingsbron voor een vitaal dorp. De afgelopen 10 jaar zijn veel bedrijventerreinen op het platteland echter op slot gegaan. Door de sterke economische groei zijn ze qua omvang en ontsluiting ingesloten of op een andere manier beperkt.

Wij roepen rijk, provincies en gemeenten op om lokale bedrijventerreinen van het slot af te halen en ontwikkelingsmogelijkheden te blijven bieden.

Daarom zetten we dit op de agenda

3 Investeren in bedrijventerreinen op het platteland met een goede landschappelijke ­inpassing, ontsluiting en voorzieningen.

Werken op het platteland De keuze voor jongeren op het platteland is qua werk sterk gebaseerd op stereotypen en vooroordelen: ‘als boer met laarzen in de drek of richting de stad om het als zakenvrouw te maken’. Jongeren kennen vaak de kansen in hun regio niet en kiezen voor stedelijke gebieden om zich daar te oriënteren. Terwijl de banen op het platteland voor het opscheppen liggen. Kijk maar eens naar het werkeloosheidspercentage: dat ligt op het platteland gemiddeld 22% lager dan in heel Nederland. Regionale platforms die arbeidsmarktbeleid uitzetten, focussen vooral op stadsregio’s, plattelandsgebieden vallen er over het algemeen buiten. Ondernemers op het platteland zijn veelal niet aangehaakt. Daarom pleiten wij voor aanvullend budget voor subregionale arbeidsmarktprojecten. Met als doel studenten en jonge professionals te interesseren voor een carrière buiten de stad.

Daarom zetten we dit op de agenda

4 Subregionaal arbeidsmarktbeleid om jeugd en jonge professionals te interesseren voor carrières op het platteland.

Kosten Circa 100 miljoen euro

6

Leefbaar platteland Toerisme als aanjager voor leefbaarheid In diverse dorpen kunnen voorzieningen blijven bestaan doordat er toeristen en andere bezoekers komen. Denk aan de bakker, slager, restaurants en andere winkels in de kleine Zeeuwse dorpjes. Zonder toeristen in de zomer kunnen deze voorzieningen niet bestaan. Daar hebben de dorpen simpelweg te weinig inwoners voor. Mooi voorbeeld is het dorp Oostburg. Het voorzieningenniveau is hier hoog doordat er veel toeristen naar het dorp komen en doordat er in de zomer veel bezoekers te vinden zijn. Inwoners profiteren van dit voorzieningenniveau en dat heeft een positieve invloed op het vestigingsklimaat, voor zowel inwoners als bedrijven. Toerisme kan dus bijdragen aan de lokale bedrijvigheid, sociale vitaliteit en verbinding in de gemeenschap. Het wordt voor het platteland dan ook steeds minder een opzichzelfstaand doel, maar meer een middel om de vitaliteit en leefbaarheid te ondersteunen. Deze kijk op de vrijetijdssector wordt bekrachtigd in de nationale visie op toerisme, Perspectief 2030, gepubliceerd door het Nederlands Bureau voor Toerisme en Congressen (NBTC). Tegelijkertijd slaat het toerisme soms door, met juist ongewenste effecten op de leefbaarheid. Zoals Amsterdam met toeristen wordt overspoeld kennen onze kleine dorpen dat effect ook.

Zowel het platteland als onze steden hebben dus belang bij een verdere spreiding van het toerisme.

Daarom zetten we dit op de agenda

5 Een landelijke toeristische gebiedsmarketingcampagne voor het Nederlandse platteland

Kosten 10 miljoen euro

7

Toelichting thema’s Sociaal platteland

8

Sociaal platteland Eerste- en tweedelijnszorg De tandarts, huisarts, fysiotherapeut, apotheker en thuisverpleegkundige vormen een belangrijk onderdeel van de zorgstructuur in Nederland. Ze hebben vitale beroepen waar we allemaal gebruik van maken als de omstandigheden erom vragen. We zien dat deze zorg steeds ingewikkelder te organiseren valt en er diverse maatschappelijke vraagstukken spelen. Plattelandsbewoners voelen zich vaak verantwoordelijk voor hun omgeving en kijken naar elkaar om. Mantelzorg verlenen is ‘gewoon’. Dat eigenaarschap is mooi, maar houdt ook het risico in dat mensen lang hun eigen boontjes doppen en er op termijn ‘zwaardere’ zorg nodig is. Hoe houdbaar is de zorg als deze bewoners zelf steeds ouder worden en de beroepsbevolking afneemt? Dat de bevolking op het platteland steeds ouder wordt, zorgt enerzijds voor meer en complexere zorgvragen en anderzijds een afnemend (mantel)zorgaanbod. Daaraan gekoppeld speelt het vraagstuk van opvolging. Is er een andere huisarts, tandarts of fysiotherapeut als iemand stopt? Hoe bereikbaar is de zorg? Op ons platteland zijn de fysieke afstanden groot en is er maar in beperkte mate sprake van een goed netwerk van openbaar vervoer. We zien dat de reisafstanden voor zorgprofessionals fors zijn. Dat betekent dat daar verhoudingsgewijs veel tijd en middelen voor nodig zijn.

Het alternatief digitale zorg is een mooie gedachte en een wens die breed onderschreven wordt, maar daarvoor moet wel de digitale infrastructuur op orde zijn. Dat is tot aan vandaag een ontbrekende schakel. In gemeenten op het platteland staan de betaalbaarheid, beschikbaarheid en bereikbaarheid van eerste- en tweedelijnszorg onder druk. Ze kennen een aantal specifieke risico’s. Denk aan de reisafstanden, beperkte omvang van de beroepsbevolking en de toenemende vergrijzing waardoor de druk verder zal toenemen. Nieuwe, innovatieve zorg- en financieringsvormen zijn nodig om de zorg ook op lange termijn betaalbaar, beschikbaar en bereikbaar te houden. Alles bij elkaar vraagt dit om een integraal aanbod aan ondersteuning. Waarbij zorg zowel fysiek als digitaal vorm moet krijgen en er sterkere verbindingen nodig zijn tussen het ­sociale en medische domein, bijvoorbeeld van huisartsen en specialisten met wijkverpleegkundigen en huishoudelijke hulp. Er is op het gebied van integrale samenwerking al veel mogelijk maar er zijn ook nog drempels. Schotten tussen wetten en financiering werken soms belemmerend. Strakke wettelijke kaders tussen WLZ/ZVW/WMO bijvoorbeeld, werken drempelverhogend én zorgen ervoor dat er soms onnodig dure hulp wordt ingezet. Ruimte om te experimenteren met laagdrempelig integraal zorgaanbod in wijken/buurten en dorpen en behaalde successen te borgen ontbreekt.

Gemeenten hebben geen middelen om dit uit Wmo en Jeugdwet te bekostigen en experimenteren is lastig.

9

Positief is dat het draagvlak om samen te werken met lokale partijen de afgelopen jaren sterk is gegroeid. Het medisch domein, sociaal domein, kennisinstituten, zorgverzekeraars en ziekenhuizen voelen zich samen verantwoordelijk voor meer gezonde jaren voor de inwoners en voor het terugdringen van zorgkosten. Voor het inrichten van een stevige basis, laagdrempelig en dichtbij de inwoner, is echter tijd, geld en ruimte nodig. Investeren aan de voorkant vraagt lef om te experimenteren maar levert veel gezondheidswinst op. Evaluatie van het experiment ‘dorpsondersteuner’ bewijst dat het kan!

Daarom zetten we dit op de Agenda Platteland:

6 Betere en bereikbare eerste- en tweedelijnszorg: stimuleren en ondersteunen van ­ingezette samenwerking tussen gemeenten, ziekenhuizen, kennisinstituten, zorg­ kantoren en zorgverzekeraars, door samen te werken aan een integrale toegang (1 loketfunctie) tot zorg, voorzieningen en ondersteuning, en dit te faciliteren met ­wetgeving, verantwoordelijkheden en geldstromen met maatwerk per regio

10

Sociaal platteland Wonen In Nederland hebben we een grote opgave op het gebied van huisvesting. De druk op de woningmarkt is enorm! Ons doel is dat onze huidige en toekomstige inwoners en ondernemers kunnen wonen en ondernemen in betaalbare huizen en gebouwen die aansluiten bij de woon- en vestigingsbehoefte ongeacht leeftijd, gezinssamenstelling, bedrijfssamenstelling of hulpvraag. Zodat iedereen een fijn thuis heeft. En je altijd de stap kunt maken naar een passende woning of woonsituatie. Als jongere die het ouderlijk huis wil verlaten, als partners die nadenken over gezinsuitbreiding, die een gezin hebben, die ouder worden en bij wie het huis te groot wordt of juist te klein, als thuiswerker die graag de ruimte wil hebben, als je hulp nodig hebt bij zelfstandig wonen of als zelfstandig wonen niet meer kan. Op het platteland is sprake van huishoudensgroei, bestaat de woningvoorraad voor het merendeel uit koopwoningen en zijn er relatief veel eengezinswoningen. We zien dat er op het platteland behoefte is aan nieuwbouw om de groei op te vangen en dat de huidige woningvoorraad gedateerd, duur, niet duurzaam en niet levensloopgeschikt is en onvoldoende aansluit op de behoefte. Naast nieuwbouw bestaat de woonopgave op het platte­ land dus uit herstructurering, verduurzaming en het levensloopgeschikt maken van de huidige woonvoorraad.

Een opgave die complex is, gelet op het relatief hoge aandeel van particuliere woningen op het platteland. Daarbovenop komt de vraag hoe om te gaan met de agrarische bebouwing die vrijkomt in de buitengebieden. En hebben we de uitdaging van huisvesting van steeds langer thuiswonende ouderen, een groep die gelet op de dubbele vergrijzing toeneemt. De woonopgave is er een die stad en platteland delen en waar we beide een bijdrage aan moeten en kunnen leveren. Met de ruimte die we hebben op het platteland kunnen we hier een grote rol in spelen. Nu meer dan ooit. Door de coronacrisis is dicht bij het werk wonen immers minder van belang geworden. We kunnen daardoor meer verspreid wonen. Om invulling te kunnen geven aan die rol, is het volgende nodig: • fysieke en financiële ruimte voor nieuwbouw voor opvang huishoudensgroei, inloop ­woningtekort en herstructurering; • financiële middelen en passende wet- en regelgeving voor sloop, verduurzaming*, ­herstructurering bestaande woningvoorraad inclusief agrarisch vastgoed en het ­levensloopbestendig maken van woningen; • ruimte voor alternatieve innovatieve woonvormen, flexwonen en extra inzet op ­combinatie wonen en zorg. * transformatie van de bestaande woningvoorraad biedt ook kansen voor de energietransitie.

Bouwen op het platteland moet plaatsvinden in goede afstemming met bewoners en gebruikers en met oog voor de ruimtelijke kwaliteit van het platteland. Gemeenten spelen een cruciale rol op basis van de lokale kennis van de omgevingskwaliteiten.

11

Door te investeren in wonen op het platteland kan de vraag beter gekoppeld worden aan het aanbod en ontstaat er passende duurzame huisvesting voor de huidige en toekomstige plattelandsbewoner en stedeling. Nieuwbouw, sloop, verduurzaming en kwaliteitsverbetering zorgen bovendien voor een economische impuls op het platteland (die ook in het licht van corona meer dan nodig is) en voor een toename van het aantal inwoners en van ondersteuning voor voorzieningen op het platteland, wat de sociale structuur versterkt.

Daarom zetten we dit op de Agenda Platteland:

7 Volkshuisvestingsfonds om samen te investeren in nieuwbouw, sloop, verduurzaming, herstructurering bestaande woningvoorraad en alternatieve innovatieve woonvormen op het platteland

Kosten Minimaal 500 miljoen per jaar

12

Toelichting thema’s Duurzaam platteland

13

Duurzaam platteland Energietransitie Minimaal 50% van alle wind- en zonneparken is in eigendom van de lokale omgeving: dit streven naar lokaal eigendom hebben we vastgelegd in het Klimaatakkoord. Dit streven krijgt vorm, in heel Nederland is het aantal energiecoöperaties flink gegroeid. De Lokale Energie Monitor die jaarlijks verschijnt, laat een groei zien van 400 in 2017 naar 518 energiecoöperaties in 2019. Op het platteland leveren vele lokale energiecoöperaties een actieve bijdrage aan de energietransitie. Zij zorgen ervoor dat de opbrengst van de energieproductie ten goede komt aan lokale gemeenschappen, dat ook andere plattelandsopgaven worden aangepakt en dat de landschappelijk ingreep beperkt blijft. De energietransitie is dus in goede handen bij plattelanders. Omdat de inwoners hier zelf aan zet zijn, is er een groter draagvlak op het platteland voor de energietransitie. Om dit te behouden en versterken, hebben deze energiecoöperaties ondersteuning nodig. Want ze lopen nu tegen een aantal muren op. De huidige wet- en regelgeving op het gebied van energie bijvoorbeeld is sterk gebaseerd op bestaande systemen. Lokale energiecoöperaties kopen bij voorkeur in de directe omgeving energie in tegen een eerlijke prijs. Dit maakt het moeilijk opboksen tegen de grote energiereuzen die op de Europese markt inkopen tegen lagere prijzen.

Het huidige ontwerp van de Warmtewet beperkt de toekomst van de warmtevoorziening door een model uit het verleden te verplichten. Daarin wordt gekozen voor integrale warmtebedrijven met een langdurige aanwijzing. Keuzevrijheid en marktwerking worden hierdoor ernstig beperkt. Warmtecoöperaties, marktpartijen en netwerkbedrijven krijgen onvoldoende ruimte om een rol te spelen in de warmtemarkt en nieuwe initiatieven te ontplooien. Dit maakt de ontwikkeling naar een nieuwe generatie ‘open’ en coöperatieve warmtenetten onwaarschijnlijk. Om als platteland daadwerkelijk een belangrijke rol te vervullen in de energietransitie moet verder de verzwaring van het elektriciteitsnetwerk voortvarend aangepakt worden. Dit geldt ook voor het realiseren van voorzieningen voor de opslag van energie en warmte.

Daarom zetten we dit op de Agenda Platteland:

8 Energiecoöperaties beter positioneren, beperkende regelgeving (zoals de Energiewet en Warmtewet) wegnemen en voorkomen dat marktpartijen voorrang krijgen. R­andvoorwaarde hierbij is de verzwaring van het energienetwerk en realisatie van voorzieningen voor de opslag van warmte en energie.

14

Duurzaam platteland Warmtetransitie en verduurzaming woningen De warmtetransitie is voor plattelandsgemeenten extra uitdagend. Dat blijkt onder meer uit het onderzoek dat het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB) deed naar de betaalbaarheid van de warmtetransitie in krimpgebieden. Niet alle plattelandsgemeenten zijn krimpgebied, maar een aantal factoren uit het onderzoek is plattelandsbreed herkenbaar, zoals de lage woningdichtheid en de demografische opbouw van de bevolking. Lage woningdichtheid maakt het verwarmen van woningen met een warmtenet vaak onrendabel. Voor andere opties, zoals een warmtepomp of all-electric oplossing, is een goed geïsoleerde woning nodig (met minstens label B). Dit betekent een extra investering. Doordat de woningwaarde op het platteland lager is dan in de rest van het land, is het moeilijker om een lening af te sluiten voor investeringen in de woning. Daar komt bij dat de gemiddelde leeftijd van bewoners hoger is en oudere mensen volgens het onderzoek minder bereid zijn om te investeren in de eigen woning. Dit maakt dat de warmtetransitie op het platteland extra aandacht vraagt. We willen waken voor het ontstaan van energiearmoede. De gevolgen van de energietransitie voor bestaande woningen moeten voor iedereen haalbaar en betaalbaar zijn.

Daarom zetten we dit op de Agenda Platteland:

9 Financieringsinstrument warmtetransitie voor verduurzaming particulier woningbezit op platteland en in lintbebouwingen

Kosten 600 miljoen euro

15

Duurzaam platteland Klimaatverandering en -adaptatie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering, zoals zeespiegel­ stijging, hogere rivierafvoeren, wateroverlast en langere perioden van droogte en hitte. Dit vraagt maatregelen in de leefomgeving. Willen we het platteland vitaal houden, dan moet dit in samenhang met andere opgaven gebeuren. Klimaatadaptatie is nu vooral ingericht vanuit de beheerstak van organisaties (riool, openbare ruimte, hoogwaterveiligheid, waterbeheer en hittestress). De verbinding met het ruimtelijk domein is beperkt. Daardoor is bij ruimtelijke ontwikkeling een integrale afweging ten aanzien van adaptatie zeer beperkt. Een ander gevolg van de huidige beheersmatige benadering is een sterk verkokerde financiering. Dit werkt belemmerend voor een integrale aanpak. Een integrale aanpak waarin ook klimaatadaptatie een plek heeft, is vooral gebaat bij een gebiedsgerichte aanpak. En bij experimenteerruimte voor initiatieven van inwoners en gebruikers van het gebied. Ook de klimaatadaptieve landbouw moet een plek krijgen in deze gebiedsgerichte aanpak. De transitie in de landbouw en de beweging richting circulaire landbouw kunnen alleen succesvol zijn als dit ook perspectief heeft vanuit het oogpunt van klimaatadaptatie.

Landbouw die geen rekening houdt met verdroging, vernatting, verzilting, frequentere hagelbuien en veranderingen in de kwaliteit van de bodem is niet circulair. Een integrale oplossing, waarbij de transformatie van de landbouw ondersteund wordt door de juiste gebiedsgerichte afwegingen ten aanzien van klimaat, heeft kansen voor de toekomst. Daar waar perspectief vanuit klimaat ontbreekt, ligt de experimenteerruimte voor andere opgaven. Zowel het afvoeren als het vasthouden van water kan bijdragen aan nieuwe recreatieve en natuurontwikkelingen en tegelijkertijd bijdragen aan perspectief voor de landbouw elders. Ook de huidige discussies rondom stikstof en PFAS hebben effect op de ontwikkelingen op het platteland. Op deze onderwerpen wordt volop ingezet door diverse partijen/organisaties. Voor de aanpak van dit soort grotere opgaven waar verschillende overheidslagen bij betrokken zijn, maken we gebruik van instrumenten als het IBP en Regiodeals. Dit zijn belangrijke instrumenten. Maar door de wijze waarop ze zijn georganiseerd, pakken vooral systeempartijen hun rol en middelen.

Daarom zetten we dit op de Agenda Platteland:

10 Ruimte voor de kracht van lokale gemeenschappen en krachtige agrarische bedrijven bij de aanpak van klimaatverandering en wateradaptatie (door rijk en provincie)

16

Samenwerkingsverband plattelandsgemeenten

www.p-10.nl/agendaplatteland

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9880847/1