E. Verslag opiniërende deel van de vergadering van de gemeenteraad van De Wolden op 27 mei 2021.pdf
Tekst van het document
Verslag opiniërende deel van de vergadering van de gemeenteraad van De Wolden op 27 mei 2021
0.
Omgevingswet
De voorzitter: De conceptnotitie sturing en participatie Omgevingswet. En heel nadrukkelijk dit ook opiniërend bespreken, omdat u al een aantal informatieavonden heeft gehad en ja, dan zou je van informatie naar besluitvorming gaan. Dat leek onze agendacommissie niet heel verstandig, het leek ons goed om ook daar eerst opiniërend met elkaar over in gesprek te gaan. Nou, vandaag toevallig net nieuwe informatie gekregen dat het nog een half jaar uitgesteld is, maar dat heeft te maken met de digitale infrastructuur. Daarmee betekent niet dat we volgens mij stil moeten gaan zitten, dus volgens mij is het heel goed dat wij op dit moment in deze fase dit opiniërend kunnen bespreken, want dan heb je ook de ruimte om het met elkaar te kunnen bespreken. Nou, hier staat nog in mijn notities naar verwachting treedt de Omgevingswet op 1 januari 2022 in werking, maar dat zal een half jaar later zijn. Voordat de wet in werking kan treden moet er door de raad diverse besluiten worden genomen en dat gaat natuurlijk wel gewoon door. Bijvoorbeeld over het participatiebeleid, een aangepaste lezersverordening en over de mate waarin de raad zelf wil besluiten over initiatieven die in strijd zijn met het Omgevingsplan.
Zoals nu tegenwoordig het huidige bestemmingsplan is en neemt de raad over dit laatste punt geen besluit en is op grond van de wet het college daartoe bevoegd en daarom is het denk ik goed om die conceptnotitie met elkaar te bespreken. Inmiddels heb ik de woordvoerders in beeld en het leek me goed om nog eens een keer voor het eerst de heer Pont het woord te geven, van de VVD. De heer Pont: Nou, voorzitter, dank u wel. Nou ja, we hebben het over een notitie die hoort bij een wet die vereenvoudigend moet gaan werken en zwaar hangt op participatie, maar blijkbaar is dat organiseren ervan helemaal niet zo eenvoudig. Zo zien we dat de wet zes jaar geleden in de Tweede Kamer is aangenomen en dat moet je in de tijdgeest plaatsen, dat hoe men over 10 jaar geleden dacht over burgerparticipatie, want toen is die wet voorbereid. Op een aantal fronten zijn we ingehaald door de werkelijkheid als het gaat om veronderstelde zelfredzaamheid en welwillendheid van delen van de bevolking. Er is een verharding en afnemende tolerantie jegens elkaar waar te nemen en dat heeft natuurlijk weer invloed op die participatie. Nou, op het nieuws, dat is al gemeld. Maar er ligt een helder stuk voor ons en volgens ons is daar de input van afgelopen sessies goed verwerkt.
Wat ook goed is om te zien is dat de maar-wat-alsen, die we ook vanavond weer frequent langs hebben zien komen, dat daar ook goed is op voorgesorteerd. Dat schept hopelijk een boel duidelijkheid. Nou, je kunt natuurlijk nooit voor alles en voor elke casus een antwoord verzinnen, maar goed, er is dus een vangnet van Algemene wet bestuursrecht. Dus dat is ook goed dat die hier zo genoemd wordt. Dan ga ik toch nog even wat politieker worden, want als liberalen, als VVD’ers, zijn we voor een overheid die zich terughoudend opstelt en juist wat vereenvoudigend terug leveren ‘…’ regelgeving toe, maar het liberalisme heeft ook als uitgangspunt om zoveel mogelijk vrijheid van het individu, zolang hij die vrijheid van anderen niet beperkt. Nou ja, vertaald naar de Omgevingswet zal dat betekenen het beperken en voorkomen van overlast. We willen vooral op dat laatste goed zicht houden en waar nodig de krachten bundelen om de minder goed geïnformeerde burgers en inwoners goed te helpen ‘…’ goed geïnformeerd worden. Waar we ons wel wat zorgen om maken, hoe voorkomen we nou dat tijdens die periode tussen de ingang van de wet en het gereed zijn van de instrumenten, de ‘…’ geeft dat als hoofdreden op voor het uitstellen.
Zij noemt daar een half jaar, maar we zien in 2.2 dat het een proces van meerdere jaren wordt om invulling te geven aan die fine tuning en waar wij wel benieuwd naar zijn is hoe merken we hoe het voor ons eruitziet, voor de gemeente eruitziet, voor het college eruitziet. Oftewel, gaan we ons gelijk overlaten aan de veronderstelde welwillendheid en oprechtheid van initiatiefnemers als het gaat om participatie? Of gaan we gedurende x-periode strak meekijken en blijft het eigenlijk zoals het is, als het gaat om die participatie en dan geleidelijk loslaten. Het is namelijk niet alleen voor ons een nieuwe werkwijze, maar het is het natuurlijk ook voor de initiatiefnemers en als je 1
dan kijkt naar burgers die bouwen vaak maar één keer in hun leven een nieuw huis, dat is natuurlijk helemaal een spannend traject. Nou ja, we hebben natuurlijk ook een mooie casus, dat initiatieven om bijvoorbeeld op uitnodiging van initiatiefnemers zijn wij onlangs daar geweest om te kijken naar de plannen van de herinrichting van de ijsbaan. Nou ja, mijn vraag zou zijn is dat nou oud denken, of nieuw denken in relatie tot de Omgevingswet? Je zou denken van ja als raad wil je dat allemaal weten, maar als je het stuk leest zou je zeggen ja daar gaan wij dan even plat gezegd niet meer zo over. Erg interessant overigens om te zien dat de participatie van verschillende belanghebbenden uit de gemeenschap leidt tot dat prachtige plan, maar past dat straks wel? Nou, belangrijke onderwerpen, maar participatiebeleid springt er wel bovenuit. Dat is voor ons wel om extra bij stil te moeten staan, al is het maar omdat wij denken dat ook de andere organisaties buiten haar comfortzone gaat komen. In 2.2 wordt gesteld dat eigenlijk niets veranderd naar de verhouding tussen gemeente en samenleving. Straks wordt dat ja, mits, maar in de beleving van de samenleving is het nu toch echt vaak nee, mits. Wij veronderstellen dat ook opnieuw de ambtelijke organisatie op dit gebied een cultuuromslag bevrijd zou moeten gaan worden.
Nou ja, die lezersverordening, ik noemde het net al, want we zijn toch wel heel erg benieuwd hoe dat gaat uitwerken op onze gemeentelijke financiën. En uiteindelijk gaat het ook om beslissingen, wie gaat bij wat beslissen en de snelheid, dat was ook een dingetje. Wij gaan er wel voor dat de raad de kaders stelt en controleert en dat het college het uitvoert, uiteindelijk. Maar ja, wanneer we daartoe komen dat is nog maar even de vraag. Aan het einde van het stuk gaat het toch echt over die angel in het geheel van ons fonds, die participatieverplichting nog van derden. Eigenlijk is daar zoals dat er nu staat niet heel veel over gezegd, maar waar juist die ‘…’ in de problemen gaat komen. Ook een praktische zaak, ik ga ze niet helemaal opsommen, je kunt je daar van alles bij voorstellen, dat iemand echt met hele praktische zaak weg kan. Maar kort en goed, als alles zo loopt als we dachten en ‘…’ is dat natuurlijk prachtig, waarbij vooral aandacht voor wat er gebeurt buiten de roze wolk van deze wet. Voordat we ingehaald worden door een nieuwe werkelijkheid. Dank u wel, voorzitter. De heer Turksma: Voorzitter. De voorzitter: U ook bedankt voor uw bijdrage.
De heer Turksma? De heer Turksma: Ja, ik zal graag aan de vragen van de heer Pont nog twee aan willen toevoegen, want ik hang aan zijn lippen, maar ik had eigenlijk gehoopt om vanuit het liberale gedachtegoed ook wel iets te kunnen distilleren van welke kant gaat het nu op, maar dat is nog niet gelukt. Allereerst, wat is dan het voorlopige standpunt van de VVD als het gaat om die participatieparagraaf? Dat zou ik heel interessant vinden hoe u daar voorlopig tegenaan kijkt, zet er maar concept tussen, dat doen we met de jaarstukken ook en aan de andere kant geeft u terecht aan dat wij als raadleden geconsulteerd worden als burgers initiatieven tonen. Ja, wat wordt dan straks nog je rol als raadslid als je daar eigenlijk, als je niet uitkijkt, want dat was de laatste sessie kwam wat ook duidelijk naar voren, als je dat volledig neerlegt ter uitvoering van het college. Wat is uw visie daarop? Dus graag even twee uitroeptekens in plaats van al die vraagtekens. De heer Pont: Ja, zeker, maar ik hoopte dat door mijn stuk wel onze bezorgdheid over die participatie door zou klinken. Dan zijn we het daarover eens, zijn we daarover uit. Nou, eigenlijk niet. Wij maken ons daar enorme zorgen over en daarom ook mijn vraag van ja wat wordt er meer ‘…’ wij willen gewoon beschreven hebben van wanneer laten wij nou bepaalde dingen als raad nu los, laten we het over aan het college.
Wij zijn niet zomaar van zins om dat gelijk maar te doen. Het lijkt ons gewoon niet verstandig, al is het maar om dan al die tools waar het college, maar ook de organisatie mee moeten werken, helemaal niet klaar zijn om überhaupt mee te kunnen werken. Dat gaat heel lang duren en waar ik ook eigenlijk mee afsloot is van ik hoop niet dat we ingehaald worden door de volgende werkelijkheid. De vraag is hoe lang kun je door gaan schuiven, een wet doorschuiven die 10 jaar geleden verzonnen is? Maar goed, daar gaat het nu niet om natuurlijk, maar dat is wel onze zware bezorgdheid. De voorzitter: Dank u wel. Kan ik als tweede het woord graag geven aan de heer Haar, van D66? De heer Haar: Jazeker, voorzitter, dank u wel. Er liggen nogal wat opgaven op het gebied van de ruimtelijke ordening in Nederland. Wanneer ik alleen denk aan de wens die er is van dat er 1 miljoen woningen worden gebouwd in de komende jaren. Wanneer ik denk aan de transitie in de landbouw, 2
daarmee samenhangende de ontwikkelingen ten aanzien van natuurgebieden, maar ook de klimaatdoelstellingen, de vragen vanuit de infrastructuur. Die zullen opgelost moeten worden, voorzitter. En ik denk dat daarvoor enige snelheid gebaat is. Ik denk dat de Omgevingswet primair daarin zou moeten voorzien. Eén van de belangrijkste aspecten binnen die Omgevingswet is dan ook van dat er besluitvorming binnen acht weken moet plaatsvinden. Bij dit uitgangspunt moet wel altijd blijven dat het zorgvuldige besluitvorming betreft, waarbij alle betrokkenen gelijke kansen hebben. In het verleden heeft D66 er heel vaak voor gepleit om bij ruimtelijke ordening aangelegenheden, uitbreiding van bestemmingsplannen en dat soort zaken, om omwonenden daarbij te betrekken en gelukkig dat in de nieuwe Omgevingswet dat ook als voorwaarde wordt gesteld. Daarbij wordt nog niet aangegeven hoeveel waarde hier aan de ene kant aan de participatie en inspraak van de omwonenden en aan de andere kant aan de kwaliteit van de initiatiefnemers moet hechten, maar daar komen we denk ik de komende jaren nog wel uitgebreider over te spreken. Ik denk dat we ook niet de illusie zouden moeten koesteren dat we op dit moment alles al rond hebben en alles al weten.
Ik denk dat de heer Pont al zei dit is een lerend proces en ik ben zeer gelukkig dat dat half jaar uitstel dat er nu gegeven is, met name om de digitale systemen goed op elkaar af te stemmen tussen lokale overheden en de rijksoverheid, maar ik denk dat dat ook erg noodzakelijk is dat dat gebeurt in het geeft ons ook nog even wat ruimte als gemeente zijnde en op het essentiële terrein, met name de participatie, om ons daar nader op te beraden. Eén van de aspecten van de participatie die D66 een beetje vreest is eigenlijk van dat het tot een grote mate van middelmatigheid gaat leiden. Dat er een soortgemene algemene deler gaat ontstaan in de besluitvorming wanneer je praat over wijziging uitbreiding van bestemmingsplan. Ik denk dat de kunst juist is om ook bij uitzonderingen, de bijzonderheden, om daar ook ruimte voor te creëren. En D66 wil wat dat betreft toch wel veel vertrouwen leggen bij het college van B en W en veel vertrouwen betekent in dit geval wat ons betreft ook veel verantwoordelijkheid. Daar doe ik niet te licht over, in de zin van wanneer je verantwoordelijkheid ligt bij een college, om ter wille van een vlotte procedurele ontwikkeling van de ruimtelijke ordening, dat je daar dan ook verantwoording voor vraagt. Die verantwoording mag wat D66 betreft best achteraf gegeven worden.
Ik denk dat wij moeten voorkomen dat wij als raad overal vooraf onze kaders nadrukkelijk willen stellen. Ruime kaders, prima, maar geen al te nauwe kaders. Kaders kunnen bijgesteld worden op basis van ervaringen en wanneer die ervaringen verkeerd zijn dan zullen ze nauwer worden en als die aanleiding er niet is dan blijven ze zoals ze zijn. Dat is eigenlijk een beetje de algemene teneur die wat D66 betreft in deze notitie sturing en participatie zit. Sturing in de ruimte en met name in de tijd en de snelheid en participatie in de breedte van de betrokkenen, omgeving, maar ook de particuliere betrokkenen, aan de ene kant de ondernemer en aan de andere kant dat die op een groene wijze de ruimte krijgen inderdaad, het college van B en W daar meer procesbewaker in is, wat mij betreft, dan daar sturend in optreedt. De Raad stelt het kader vast en dat kader mag wat D66 betreft best tamelijk ruim zijn, omdat het wat ons betreft ruimte moet bieden voor pluriformiteit daarin. Niet ‘…’ eenzaam, maar pluriformiteit. Daar zou ik het op dit moment eigenlijk bij willen laten.
Natuurlijk, je kunt nog alles zeggen van wat er aan planschade, dat daar een alternatieve regeling voor moet komen en dat er een brede adviescommissie moet komen, dat monumenten dat die bewaard moeten worden, maar de twee essentiële dingen wat D66 betreft, de snelheid in handelen, omwille van de grote ruimtelijke doelstellingen of taakstellingen die we in Nederland hebben en aan de andere kant de afstelling van de relatie tussen het college en tussen de raad en daar is D66 voorstander van dat de kaders zo ruim worden gesteld en op basis van ervaring naderhand bijgesteld kunnen worden. Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. De heer Pont. De heer Pont: Ja, misschien een kleine vraag. De heer Haar heeft het over het streven of dat je naar middelmatigheid streeft, komt. Wat bedoelt u daar precies mee? De heer Haar: Nou, ik vind inspraak en ik vind participatie een prima zaak, maar wanneer je dat te ver doorvoert, laat ik het zo formuleren, te ver doorvoert, dan is de kans ruim aanwezig van dat het allemaal in compromissen eindigt. En compromissen die bestaan bij gratie van uitersten, maar die uitersten moeten er dan wel zijn en dat daar bedoel ik mee van dat het tot … De kans is heel erg dat het leidt tot middelmatigheid. De heer Pont: Oké, dank u wel, maar hoe ga je dat voorkomen dan, volgens u? 3
De heer Haar: Door een aantal bevoegdheden wat dat betreft ook bij het college te laten, in het vertrouwen dat het college daar in wijsheid over beslist. En het college weet dat dat vertrouwen te voet komt, maar te paard gaat. De heer Pont: Dank u. De voorzitter: Kijk, nu wordt de lat gelijk al iets hoger gelegd. Ik geef graag het woord aan de heer Turksma van de Partij van de Arbeid. De heer Turksma: Ja, voorzitter, dank u wel. Ja, we bespreken dit opiniërend. Ik denk dat dat prima is, want er is nog best wel veel onduidelijk. Het is altijd goed om op die manier eens wat af te tasten met elkaar van hoe gaan we dat nou in elkaar schroeven? Ik moet u wel zeggen als ik naar die geschiedenis ga van de Omgevingswet, want inmiddels mag je wel over een geschiedenis praten, dan moet je toch constateren dat er niet alleen maar goed nieuws komt uit Den Haag. Want wat was nu eigenlijk de doelstelling van zo’n nieuwe Omgevingswet? Snelheid, het verminderen van het aantal regelingen, maar aan de andere kant wel het borgen van de omgeving, zeker voor de Drentse gemeente is dat heel belangrijk, want we hebben veel kwaliteit in onze omgeving te verliezen. Dus dat moeten we goed borgen. Aan de andere kant wil je ook plannen mogelijk maken, binnen bepaalde kaders die bij de Partij van de Arbeid wat strakker staan dan bij D66, maar we zullen wel zien waar dat uiteindelijk toe leidt.
En als ik dan inderdaad lees dat die wet opnieuw is uitgesteld, dan word ik daar heel erg verdrietig van en als ik ook nog lees dat dat onder andere te maken heeft met het feit dat het hele ICT-systeem wat er, en u weet mijn voorkennis en mijn voorliefde voor ICT-systemen, wat helemaal niet werkte en dat zelfs een simpele kapvergunning er niet doorheen te krijgen was, dan denk ik bij mezelf dat belooft nog wat. Als je dan ook weet dat er nog cruciale vragen zijn over dit stelsel van private kwaliteitsborging in de bouw. Nou, dan zie ik ook dat plafond al naar beneden komen bij nieuwbouw en wie is daar dan straks verantwoordelijk voor? En als je dan ook nog weet dat de verschillende juristen kritiek hebben geuit op de wet, in plaats van versimpeling zou de Omgevingswet een enorme complexiteit opleveren, dan zou mijn eerste opmerking zijn, wie gaat ze in Den Haag nou eens even wakker schudden dat je misschien na 10 jaar maar moet constateren dat je er vanaf moet zien, zeker ook in relatie tot een ontwikkeling die zich landelijk ook al plaatsvindt, dat onder andere vanwege die woningbouwopgave, eigenlijk het Rijk weer meer grip wil hebben op de planologische inrichting van ons land. Maar goed, daar gaan wij in de gemeenteraad van De Wolden niet over. Misschien moet ik zeggen, nog niet over, want dan zou dat inderdaad wel een stuk sneller worden opgestart.
Als je nu naar die wet zelf kijkt dan moet ik u eerlijk zeggen dan weet ik het eigenlijk ook nog niet zo precies. Dus ik vroeg al aan de heer Pont van ja je zit maar te vragen, maar heb je de oplossing? Ja, ik moet u eerlijk bekennen, ik zit met diezelfde vragen, want betekent nu die nieuwe Omgevingswet dat dat even los van de rol van de raad dat een aanvrager even om zich heen vraagt joh vind je het goed dat ik de schuur 300 meter langer maak en vervolgens dient hij het plan in en gaat hij doen. Werkt dat zo? Of leggen we de kaders neer en als je maar denkt dat je binnen die kaders je plannen passen, dan kan je gang gaan? In hoeverre ga je een sterker belang hechten aan het consulteren van de omgeving? En tot hoever is die omgeving dan? Zijn dat je directe buren of mag ik ook iets vinden van hoe De Brink in Ruinen er over 10 jaar uitziet? Ik vind eerlijk gezegd van wel, even los van mijn functie als raadslid. En dan denk ik alles bij elkaar van, nogmaals ik hoop eigenlijk dat ze in Den Haag bij zinnen komen, dat dit gewoon helemaal anders moet, maar als we dan toch hier op één moment tot de besluitvorming zullen komen, maar ik voorspel u dan hebben we al de derde burgemeester gehad hier, dus dat zou nog wel even aanlopen.
Dan kies ik er toch voor, als Partij van de Arbeid, om daar dicht op te blijven zitten, want wij worden nu eenmaal als raadsleden, wij zijn de vertegenwoordigers van onze burgers. Het college is daarin een afspiegeling van, maar niet meer dan dat. Dat betekent dat wij in onze rol als vertegenwoordigers van onze burgers, dat kiezersmandaat elke keer zouden moeten kunnen inzetten voor het meest kostbare wat wij in Nederland hebben en je kan dat tegenwoordig trouwens behoorlijk letterlijk nemen, maar zeker ook het meest kostbare in figuurlijke zin, namelijk de kwaliteit van onze buitenomgeving die enorm onder druk staat. Misschien beseffen we ons dat niet allemaal, maar ik neem u graag een keer mee als het mag, volgens coronamaatregelen, om eens tussen Den Haag en Rotterdam en dat is best een groot gebied, te proberen om een buitenweggetje te berijden en dan geen huizenblokken te zien, hoe mooi ze ook zijn, hoe hard ze ook nodig zijn. Geen industrieterrein of geen vliegvelden. Ik heb dat 4
onlangs weer mogen doen en ik ben me kapot geschrokken, ik kom uit die buurt en ik denk van het is toch niet te geloven, je kan daar je kont niet keren of je komt een nieuwe woonwijk tegen of een nieuwe spoorwegovergang of een viaduct of een snelweg, of wat dan ook. Dus die snelheid vind ik wat dat betreft eigenlijk niet eens meer zo belangrijk. Het behoud van kwaliteit om onze omgeving op een goede manier te behouden, te beheren en daar waar mogelijk ‘…’, heel erg belangrijk vinden, en als dat in de nieuwe Omgevingswet moet nou, dan doen we dat in die nieuwe Omgevingswet. Trouwens, er moet gewoon een hele andere nieuwe wet. Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Bedankt, de heer Turksma, eerst hadden we geen en in één keer twee de heer Haars, maar dat lost zich al op, zie ik al. Ik heb begrepen dat de heer Haar … De heer Turksma: ‘…’ vooruitlopen op de verkiezingsuitslagen van de gemeenteraad, denk ik, want D66 heeft het landelijk ook goed gedaan. Dus dat verdubbelt, hè. De voorzitter: Goed, daar laat ik me even niet over uit. Ik geef het woord aan Gemeentebelangen, de heer Jansen. En misschien, ik weet niet, de heer Haar heeft zijn microfoon uit? Ik denk dat hij hem aan heeft gedaan misschien wel. Ja. De heer Jansen. De heer Jansen: Ja, dank u wel. Dank u wel, voorzitter.
Is het nu Omgevingswet of is het Omgevingswat? Als raad zijn wij in twee avonden niet alleen bijgepraat, maar ook heel veel te weten gekomen over de do’s en don’ts van de nieuw op te richten Omgevingswet. Wordt nu alles anders of is het oude wijn in nieuwe zakken? De waarheid ligt zoals wel vaker in het midden. Planning is om deze megawet op 1 januari 2022 in te laten gaan. Er zijn vermoedens, maar de werkelijkheid heeft mij ook ingehaald, dat de minister van Binnenlandse Zaken de uitvoering met een half jaar gaat uitstellen tot 1 juli 2022. Ook een langer uitstel valt denk ik niet uit te sluiten. Gezien ook de bewoordingen van mijn collega’s. Duidelijkheid ontbreekt, waardoor ook het in gang houden van de nieuwe processen om te komen tot onderhevig zijn aan ja we hebben toch nog tijd? Dat wij als gemeente straks slechts acht weken om een omgevingsvergunningaanvraag te reageren vraagt om een heldere kijk op de toekomst. Hoe om te gaan met participatie? Als Gemeentebelangen vinden wij het dan ook belangrijk dat de oriëntatiefase voorafgaand aan het indienen van de aanvraag goed moet zijn ingericht.
Immers, met de Omgevingswet krijgen inwoners meer ruimte om eigen verantwoordelijkheid te nemen over de inrichting van hun leefomgeving, waarbij uitgegaan wordt dat initiatieven met en door de samenleving worden geïnitieerd en gerealiseerd, maar ook dat de niet initiatiefnemers die geraakt worden kunnen participeren. Wat wij hierin als Gemeentebelangen missen is de rol van de dorpsbelangenverenigingen. Tot nu toe wordt en zeker bij de wat grotere projecten zoals bijvoorbeeld ingebracht bij de dorpsvisies een belangrijke rol toegekend. Als Gemeentebelangen zouden wij graag zien dat deze rol ook bij de nieuwe Omgevingswet wordt gecontinueerd. Naast de rol van dorpsbelangen is het misschien goed om eens een pilot te starten op het gebied van gebiedsparticipatie door onze bewoners, zoals straks gaat gelden bij de nieuwe Omgevingswet. Een tip van onze kant: Berghuizen, een klein woonplan achter de bestaande bouw met een tot nu toe te smalle toegangsweg en aangrenzend daaraan de wens voor de bouw van de woning. Naast de andere adviezen op het gebied van participatie, waar wij als fractie van Gemeentebelangen ons verder in kunnen vinden, geeft het voorliggend stuk conceptnotitie sturing en participatie Omgevingswet ons ook sturingsprincipes als basis voor het inrichten van de diverse processen in de organisatie.
Hoe stellen wij als raad onze kaders? Waar willen wij wellicht zelf over beslissen? Wat laten we over aan het college en welke mate van participatie is gewenst bij planologische initiatieven die afwijken van het omgevingsplan? Voorzitter, tot op heden zijn we tevreden over de manier waarop het college omgaat met de bevoegdheid ten aanzien van het verlenen van de vergunning. Ons advies als Gemeentebelangen is net als bij de andere adviezen dan ook graag iets wat goed functioneert niet helemaal op de kop gooien. Doe oude wijn niet in nieuwe zakken, maar maak nieuwe wijn in nieuwe zakken, alleen dan op de oude manier. Dank u wel. De voorzitter: Daar moesten we even over nadenken, denk ik, maar … De heer De Wit. De heer De Wit: Dank u, voorzitter. Ik heb even de vraag welke dorpsbelangen hierop zat te wachten, want ik ken van meerdere dorpsbelangen dat ze echt niet zitten te wachten op een zwaardere rol om een soort gemeentebestuur light te worden en dat heb ik letterlijk nog anderhalve maand geleden 5
gehoord van bijvoorbeeld dorpsbelang Ruinen, omdat ze de dorpsvisie al een ontzettend zware wissel vinden trekken op al hun menskracht. Welke dorpsbelangen zouden we dan wel willen? De heer Jansen: ‘…’. De voorzitter: De heer Jansen. De heer Jansen: Ja, wat dat betreft in de samenleving zijn er wat geluiden gekomen dat Berghuizen, want dat is ook onze tip, dat daar nog wel iets geïnitieerd zou kunnen worden en vandaar ook onze tip om daar iets te gaan doen. Dat is wel een hele kleine gemeenschap. De heer De Wit: Ja, maar ik bedoel even specifiek wat je nu aan het begin, dat dorpsbelangen, betrokkenen bij die participatie en ik weet dus van andere dorpsbelangen, bijvoorbeeld van Ansen weet ik nog heel goed, toen daar het vakantiepark kwam, zat dat dorpsbelang daar gigantisch mee in de maag, van Schoolkring Ansen die wilden natuurlijk geen partij kiezen, daar zijn ze ook helemaal niet voor, maar het dorp was gespleten. De ene helft was faliekant voor, de andere helft faliekant tegen en als zij dus in die participatie betrokken worden, dan krijgen ze een soort hele aparte rol en ze zijn ook nog niet eens een keer democratisch gekozen. Dus daar zitten ze echt niet op te wachten. Dat weet ik zeker van drie dorpsbelangen al. De heer Jansen: Dat is wel de rol van participatie natuurlijk. Van overleg en overleggen. De voorzitter: Dank u wel.
U moet misschien nadenken in welk stadium, maar daar gaat u nog wel met elkaar over hebben, denk ik. Ik denk dat het goed is om het woord te geven aan het CDA, de heer De Wit. De heer De Wit: Oké, dank u, voorzitter. Er werd genoemd dat het al 10 jaar duurt. Ik zat er eens even over na te denken, maar dat is eigenlijk al veel langer. Ik durf te zeggen begin jaren 90. Want de eerste ideeën van dit soort participatie, die stammen al van de vierde nota ruimtelijke ordening. Dus dat even zodat iedereen het weet. Dat noemden we toen de beleidsarena, want de participanten die vechten met elkaar en de uitkomst kan elke keer anders zijn. Dat was een geweldig idee, vond men toen, maar oké, dat voor wie het interessant vindt. Nou, ook al kan de invoering van de Omgevingswet mogelijk nog lang duren, het is wel belangrijk dat de raad zich nou gaat uitspreken voor de kaders die we eraan gegeven. Ik vond een aantal bijdragen er nog wat vaag in zitten, het kan best wel wat concreter, want niets doen is geen optie, aangezien dan de raad niet veel in te brengen heeft. De verklaring van geen bedenkingen gaat bijvoorbeeld er af, als we niet zelf met een nieuwe advieslijst komen. Nou oké. De notitie geeft goed weer wat er in een aantal sessies met de raad aan de orde is geweest, daar zijn we erg over te spreken.
De adviezen zijn logisch, maar dat zullen de anderen ook vinden, vaak toch wel open deuren. Organiseer het voortraject goed, nou oké. Dus dat kunnen wij ook adviseren aan elkaar. Daarnaast is er trouwens nog een Drenthe breed webinar gehouden, waar enkelen van de raad ook waren op 21 mei en dat gaf ook goede inzichten. Dus wie die presentatie nog niet heeft, probeer het even te bemachtigen, want er werd toen niet zozeer gekeken vanuit de Omgevingswet, maar meer vanuit de raad en dat vond ik wel een interessante zienswijze. Bij de dialoogavond over dienstverlening, die is ook natuurlijk nog geweest, kwam de huidige adviescommissie voor niet bijstandsvrije gebieden er eigenlijk niet zo heel goed af. Er waren minder positieve verhalen over en één van de adviezen is om zo’n commissie een wat grotere of een andere rol te geven hierin. Nou, ook bij onze fractie zijn klachten bekend over die commissie. De Omgevingswet kan de mogelijkheid bieden om hier zelf een commissie in te stellen die veel dichter bij De Wolden staat. Dat is iets wat wij wel daaraan willen meegeven. Ondanks de adviezen in deze conceptnotitie maakt de fractie van CDA zich toch zorgen over een aantal zaken. We zijn echt niet bang voor initiatieven, maar de meeste initiatieven gaan ook gewoon hartstikke goed.
Maar er blijkt de laatste tijd toch sprake van een toename van slecht verlopen initiatieven die bij de bestuursrechter of de Raad van State terecht komen. We zijn beducht dat erdoor te veel abstractie in de kaders van de raad qua ‘…’ of gewoon lomperiken, die zijn er ook, te gemakkelijk schade aan de omgeving en dat zij ook de sociale verhoudingen kunnen toebrengen. Dus onze zorgen even op een rij. Heeft de raad nog voldoende te zeggen? Nou, het CDA pleit daarom voor een goede en duidelijke bindende advieslijst. Een tweede punt. Is er wel een gelijk speelveld voor initiatiefnemers en omwonenden en of belanghebbenden? Door goed te definiëren en dat geldt voor heel veel zaken in de Omgevingswet, door goed te definiëren wat de diverse stappen om de participatieladder te houden, maak het duidelijk en voorkom dat een 6
achteloze mededeling van een initiatiefnemer de titel van een participatiegesprek krijgt. En ook moet de drempel voor facilitatie door de gemeenten van die participatie, dit zijn ook wel brein… bekbrekers, bedoel ik, niet te hoog liggen, want niet iedereen is gelijk in hoe je participatie vormgeeft. Niet iedereen kan erop los praten, zoals wij dat in de raad misschien wel kunnen. Bij alle kloven die we hebben kunnen we er niet nog een extra participatiekloof bij hebben, die kunnen we echt missen als kiespijn. Ja, dat is ook een uitgangspunt van het CDA, publieke gerechtigheid, is wat minder bekend, maar ja, daar gaat het over. We hebben een derde punt. Worden de begrippen en de belanghebbenden van omwonenden en nee, worden de begrippen omwonende en belanghebbende wel voldoende duidelijk gedefinieerd? Want het CDA denkt dat het begrip omwonende en belanghebbende heel duidelijk moet zijn en niet te eng gedefinieerd, anders kom je later misschien in een proces van een initiatief die mensen alsnog weer tegen bij de bestuursrechter of de Raad van State. Nou, nu is het vierde punt. Komt het gemeentelijk apparaat goed door de beginfase? Als je kijkt in het rapport, het systeem is klaar om ingeplugd te worden in het stopcontact van de BSO, van het Digitale Stelsel Omgevingswet.
Maar ja, de procedures, de protocollen, dat is nog niet helemaal klaar en dat is natuurlijk eigenlijk hoe je ermee omgaat. Nou, een goed omschreven adaptatiefase kan het ambtelijk apparaat tijdelijk de draaiuren geven van wat betekent zo’n adaptatiefase, in feite een oefenperiode, die draaiuren geven die nodig zijn om de procedure goed te doorlopen. Dit is in de presentatie van vrijdag ook uitgebreid naar voren gekomen hoe je dit kan oppakken. Een vijfde punt is houdt de gemeente nog regie? Nou, een goed vooroverleg moet goed gedefinieerd zijn en niet bang zijn om snel op te schakelen naar een omgevingstafel, want een positief advies van de omgevingstafel kan alleen maar gunstiger zijn voor de realisatie van dat initiatief. En de bindende advieslijst die kan dat trouwens op dit punt ook helpen om complexe gevallen niet door de grote mazen van die acht weken termijn te laten glippen, want dat is wel een beetje de angst, dat we even niet opletten en ze zijn er doorheen geglipt. En een zesde punt van ons is, is de bekendheid bij de inwoners wel voldoende? Nou, momenteel is de Omgevingswet nog vaag. Het lijkt ook een andere naam voor hetzelfde beestje, we hebben de oude wijn, nieuwe zakken ook al gehoord, dus daar ben ik het wel mee eens.
Voor veel inwoners zal het pas concreet worden als ze ermee te maken krijgen en van tevoren moet iedereen dus goed weten waar men de kaders kan vinden die de raad heeft gegeven, want we kunnen niet van mensen eisen dat ze van tevoren die uit hun hoofd gaan leren hoe dit werkt. Dus ook wat de rechten en plichten zijn en nu is de verwijzing van de gemeentewebsite nog allemaal naar de landelijke Omgevingswet en dan wordt het al gauw heel abstract. Ja, dat is dan echt niet goed genoeg meer, dan moet dat heel erg duidelijk zijn. Nou, dat waren eigenlijk de punten die ik wilde noemen vanuit de fractie van het CDA. Dank u, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Even kijken of er vragen zijn vooral. Als laatste wil ik dan graag … Oh, toch wel. De heer Pont. De heer Pont: Ja, De heer De Wit heeft het over de ‘…’ ik noem dat altijd de ja ‘…’ leermoment voor de raad. Hoe ziet de heer De Wit dat dan voor zich? De rol van de raad in die ‘…’ partijen dat de organisatie draaiende moet … De heer De Wit: Ja, ik heb dat, is meer aan de organisatie, je hebt het over de leercurve, dat is al meer iets voor de raad. Dit was iets wat uit die sessie kwam en dan was het dus echt een rijtje van dingen. Denktijd, ik doe het even uit het hoofd voor, denktijd, handelingstijd, beslistijd en oefentijd.
Zo werd het genoemd en dat is dus echt voor de organisatie dat ze niet overrompeld worden van dit gaat moeilijker, of we weten toch niet precies hoe dit moet gaan en voor je het weet heb je acht weken voorbij en er staat een kerncentrale of ‘…’ in onze tuin, dat moeten we toch niet hebben. Dat zal allemaal reuze meevallen maar ik wil maar aangeven daar ging het me met name om de raad, als wij van tevoren die kaders stellen, maar gewoon op een doel. Het nadenken, ik heb er dus al heel veel genoemd. Dat inderdaad die bindende advieslijst op orde hebben en ook zeggen van nou er kan best al snel worden opgeschakeld worden naar een omgevingstafel, dat meer experts gaan kijken als het wat complexer wordt en dat we dan niet te lang moeten laten modderen, want of dan gaan initiatieven de smoor in en dan wordt het allemaal middelmatigheid, zoals de heer Haar al noemde, of er glippen dingen door die je daar eigenlijk helemaal niet wil. Ja, heb je zo een beetje een antwoord? En wat de raad moet doen ga ik ‘…’. 7
De heer Pont: ‘…’ zou dan zijn dat op het moment dat de gemeente of het ambtelijk apparaat draaiende maakt, dan moeten wij goed gaan opletten. De voorzitter: Goed. De heer De Wit: Ja, maar ze kunnen dus al voor de Omgevingswet begint al een beetje oefenen om die methode al in gang te zetten, dat is eigenlijk het belangrijkste wat we dus meekregen. Dat sprak me heel erg aan hoor, dat is niet een punt van mij, ik ga het ook niet claimen. Het is van mevrouw ‘…’ En ja, dat sprak mij wel aan, gewoon dat we dus al wat droogzwemmen zonder dat het misgaat en dat ze dan in de smiezen krijgen oké onze huidige zaken ook nog versnellen door op die manier te doen, maar dat het nog niet meteen misgaat. Het was hun idee ook niet oh we wachten tot die wet er een keer is, maar gewoon al eerder beginnen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Ik wil graag hopsakee het woord geven aan de heer Wiechers van de ChristenUnie. De heer Wiechers: Ja, dank u wel, meneer de voorzitter. Ik heb met belangstelling naar alle zorgpunten van de heer De Wit geluisterd, dat spreekt me ook wel aan moet ik zeggen. Ik wil toch nog even terugkomen op het proces. Ik geloof dat niet, zolang wij in de raad zitten, dan kijk ik ook even naar Albert, hebben wij altijd al die Omgevingswet zo’n beetje om de oren gehad, maar om even terug te komen op het besluit van nu.
Gisteren was daar nog overleg met de ‘…’ van die faculteit en ik had ook vanavond die brief gezien van mevrouw ‘…’ Over het uitstellen tot 1-7-2022, maar ik weet niet of u het weet dat er gisteren bij het overleg 3 punten werden genoemd en dat was namelijk uitstel tot 1 april 2022, uitstel tot 1 juli 2022, maar het derde wat ook een aantal mensen naar voren heeft bracht, is afstel. Dus gewoon de Omgevingswet niet doorvoeren. En is die brief vandaag gekomen, maar er is nog geen definitief besluit genomen. Dat besluit wordt pas in het najaar genomen. Dus ik zit er nog steeds in mijn achterhoofd mee van al die uitstellen en afstellen dat we tot nu toe gehad hebben. Wat gebeurt er nu ook weer in het najaar? Ik ben daar wel heel erg nieuwsgierig, maar ook heel erg kritisch op, als ik heel eerlijk ben. Want ik vind dat het niet bepaald een proces is wat de schoonheidsprijs verdient, wat invoeren betreft en ik begrijp dat het problemen oplevert. Dat begrijp ik, maar ik vind het wel erg, erg, erg lang duren. Dan wil ik vragen over die sturing en participatie. We hebben die twee sessies gehad en ‘…’ allemaal dingen die al eerder genoemd zijn hoef ik allemaal niet te herhalen. Die vergunningsverlening is straks in een korte tijd, dat zijn allemaal goede zaken, maar daarvoor zoals al eerder genoemd ook het voortraject heel belangrijk.
Het moet duidelijk zijn waar de verantwoordelijkheid ligt, ook om zoals de heer Pont al noemde, om te voorkomen dat er inderdaad onenigheid bestaat. En dat moet via het participatiebeleid. De raad die moet wel goed Nederlander worden in het proces, zo geven we als raad, dat beseffen we ook allemaal, een aantal bevoegdheden uit handen richting college. Maar wij houden en daar leg ik toch de nadruk op, een kaderstellende, takenstellende en sturende rol en daar moeten we ook regelmatig evalueren, monitoren, de zaak goed in de gaten houden. In dat alles is het participatieproces daar ontzettend belangrijk in. Dat komt ook eigenlijk naar voren in de minimaal besluiten die wij moeten nemen, de nadruk op moeten, voordat het proces in kan treden en voordat het proces van voor de intreding van de wet. Ik herhaal ze ook nog even, de heer De Wit heeft al een rijtje genoemd, maar ik wil ze toch even herhalen. Dat is die bindende advieslijst, de heer De Wit noemde het net ook al, voor het vaststellen van buitenplantsoen ‘…’. Ook het participatiebeleid moeten we vaststellen en dan deel ik ook de zorgen van de VVD. De gemeenteadviescommissie, de heer Haar noemde hem al even, over ruimtelijke kwaliteit en de rijksmonumenten. Het laatste is zelfs verplicht en de lezersverordening moet nog worden aangepast.
Zodra die wet in werking treedt zijn de bestemmingsplannen, de eerste plannen van rechtswege tijdelijk omgevingsplan. Ook de omgevingsvisie is ook heel erg van belang in het leerproces en ook onze toekomstvisie zou hier nog een grote rol in mee gaan spelen. De speelruimte die bepalen we zelf als raad, dat moeten we ook gewoon echt eventjes goed in de gaten blijven houden, dat we als raad die speelruimte bepalen en die moeten we niet uit handen laten geven, terwijl wij heel veel van de verantwoordelijkheden bij het college laten. Ik eindig, want wij kunnen ons in de meeste adviezen van dit hele rapport kunnen we ons wel vinden, maar ik vond het ook heel leuk die op het einde verwoorde ambities en die ambities daar staan we volledig achter. Hier wilde ik het op dit moment bij laten, meneer de voorzitter. 8
De voorzitter: Dank u wel. Volgens mij is dit echt een mooi moment geweest waarbij u als raad voor het eerst echt met elkaar in gesprek bent geweest over hoe u aankijkt tegen de Omgevingswet en met name de zaken waar je straks ook over moet besluiten en daarom leek het ons als agendacommissie ook te vroeg om daar ook nu gelijk al in de besluitvormende fase te gaan, want dan hadden we dit nu gemist en dat is gewoon jammer. Dus mooi dat dat we die ruimte nemen en ik vraag de wethouder, mevrouw Hempen die hier natuurlijk volop mee aan de gang is met deze mooie Omgevingswet, soms ook voor de nodige hoofdbrekens zorgt, maar wat neemt u mee uit deze beraadslagingen, wat kunt u hiermee? Dat vraag ik u. Mevrouw Hempen: Nou, volgens mij is het meeste wat genoemd is staat in de notitie, maar ik wil nog even gewoon eventjes naar die Omgevingswet toe, want inderdaad het uitstellen werd uitgesteld en inmiddels is er dan 1 juli 2022, als het niet weer opnieuw wordt uitgesteld. Ik hoop toch dat er op een gegeven moment het één en ander wel doorgaat, maar we weten in elk geval we hebben nu even de datum juli 2022 en het moet eenvoudiger en sneller om maar vooral ook de omwonenden, de inwonersparticipatie, die betrokkenheid die wordt groter.
Ik denk dat dat heel goed bij De Wolden past, want we zijn in elk geval een gemeente die volop daar altijd mee in de weer is, dat we de inwoners ergens bij betrekken. De moet in principe gewoon gaan lukken, maar voordat het zover is moet er nog heel veel gebeuren. Meneer Wiechers refereerde ook al eventjes aan een lijst en dat heeft niet alleen het Rijk onderschat, want ook wij hebben dat wel enigszins onderschat. Voor de invoering van de nieuwe Omgevingswet moet er echt nog flink veel werk verzet worden en deze notitie is gewoon de eerste stap voor de raad om in elk geval al een begin te maken met de kaders. Daar gaan we straks mee verder, dan gaan de besluiten genomen worden, maar dit is gewoon een mooie start om mee te beginnen en we hebben natuurlijk al de toekomstvisie waar we mee bezig zijn en daar wordt dorpsbelangen ook volop in betrokken. Die heeft volop meegedaan aan het maken van de toekomstvisie straks. Ja, en wat de rol verder wordt van dorpsbelangen, dat is volgens mij best ingewikkeld, kunnen we het een keer over hebben, maar dan moet ook vooral dorpsbelangen zelf eens even aangeven wat hun rol daarin kan zijn, maar dan zijn we weer een stap verder, dan gaan we richting participatie. Ik denk inderdaad dat het heel goed is dat we gaan oefenen.
Oefenen met van en hoe werkt nu zoiets? Iets komt binnen en hoe werkt dat dan? Want volgens mij hoorde ik het meneer Haar ook eventjes zeggen van je moet ruimte nemen en eigenlijk moet je achteraf gaan kijken van hebben we dat nou goed gedaan of niet en als dat nodig is dan kan je dingen nog weer bijstellen. Nou, volgens mij werd het ook genoemd in die notitie om het ook op die manier te doen, dus ik denk dat het heel goed is … Ja, en wat wordt je rol als raadslid? Ja, dat gaan jullie zelf bepalen natuurlijk. Wat willen jullie als raadslid zelf in de hand houden en waarvan zeg je van leg dat vooral bij het college neer, die verantwoordelijkheid. De één is daar iets makkelijker in dan de ander, maar dat is wel iets wat uiteindelijk de raad gewoon zelf gaat bepalen. Behoud van kwaliteit hebben we in elk geval nog gehoord en volgens mij werd ook nog eventjes genoemd we hebben toch nog tijd? Nee, dus, we hebben echt geen tijd meer om te wachten. We moeten echt wel flink aan de slag om ervoor te zorgen dat we er straks dus klaar voor zijn. Kaders bijstellen en verantwoordelijkheden kan je dan ook bijstellen op basis van ervaringen die je dan hebt. Even kijken. Nou ja, en wat er nog wel even heel erg belangrijk, die participatie die is keer op keer genoemd, initiatiefnemers zijn, zeg maar, verplicht om participatie te voeren.
Aan de andere kant is participatie andersom ook niet vrijblijvend. Omwonenden zijn ook min of meer wel verplicht om mee te doen in die participatie en niet zeggen weet je wat ik ga op het moment, als we naar de rechter gaan dan participeer ik, want dan ben ik tegen. Dat wil je voorkomen, dus je moet zorgen dat je het aan de voorkant hebt meegenomen. Het kan zijn dat wij daar juist als gemeente de regie in moeten gaan nemen om ervoor te zorgen dat dat dan ook gebeurt. Eens even kijken, ik kom bij het CDA even heel duidelijk ontdekken van dat die in ieder geval vrijdag bij het webinar was geweest, want er werden een paar punten genoemd, ik denk goh die heb ik ook ergens opgeschreven en dat klopte wel, maar dat waren in elk geval een paar mooie punten om ervoor te zorgen dat het straks ook een beetje soepel gaat verlopen en dat het niet één of andere chaos wordt. Nou, ik denk dat we daar naartoe moeten, want de Omgevingswet, het klonk natuurlijk allemaal super. Ik denk dat iedereen wel blij was van goh dit past ons wel, dit past gewoon bij De Wolden om het op deze manier te doen, maar het is nog wel een dingetje, want er moet veel in geregeld worden en als 9
we iets niet willen is dat het chaos wordt, we willen wel graag dat het inderdaad simpeler wordt. Dat het sneller kan, ook dat is best wel een dingetje, maar het moet allemaal kunnen, we gaan er met z’n allen aan werken, maar ik denk dat die Omgevingswet echt wel iets is wat we samen moeten gaan doen. Dus raad, college, maar ook inwoners zorgen dat we samen uiteindelijk naar de Omgevingswet gaan en dat er iets moois uitkomt. Ik heb nog veel meer opgeschreven, maar dat nemen we mee naar het vervolg toe. Bedankt. De voorzitter: Dank u wel. Is dit zo eerst voldoende voor deze beraadslagingen? Nogmaals, mooi dat het op deze manier uitgewisseld is, voor het eerst die mogelijkheid na heel veel informatie die we al gekregen hebben. Wat ook goed was, maar de wethouder die kan dat mooi meenemen namens het college om het vervolgproces in te gaan waar uiteindelijk een aantal besluiten wel een keer voorbereid zullen moeten worden en dan komt u daar uiteindelijk wel weer over te spreken. Akkoord?
10