CConstaterende datDe Wolden
Koppel je AI →
Document · PDF

De Wijk, deelplan Prins Clauslaan 6

Gemeenteraad 27 mei 2021, gemeente De WoldenBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan "de Wijk, deelplan Prins Clauslaan 6"18.580 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Dit nest was tijdens het veldbezoek bewoond door een paartje ooievaar. Mogelijk vormt het plangebied verder een klein onderdeel van het foerageergebied van vogels met jaarrond beschermde nesten als huismus en ooievaar (NDFF). Ook kan in de opgaande beplanting een aantal algemene vogelsoorten tot broeden komen, zoals houtduif of winterkoning. Nesten van deze soorten zijn niet jaarrond beschermd. Het plangebied biedt geschikt leefgebied voor een aantal algemene grondgebonden zoogdiersoorten, zoals huisspitsmuis en veldmuis (NDFF). Voor deze te verwachten algemene soorten geldt in de provincie Drenthe een vrijstelling van de verbodsartikelen van de Wnb bij ruimtelijke ontwikkelingen. Uit de directe omgeving van het plangebied is het voorkomen van de niet-vrijgestelde steenmarter, eekhoorn, otter, boommarter en das bekend (NDFF). In het plangebied zijn geen bomen aanwezig met nesten van eekhoorn of geschikte holtes voor boommarter. Verder zijn dassenburchten of andere sporen die duiden op de aanwezigheid van das niet waargenomen tijdens het veldbezoek. Geschikt leefgebied voor otter, zoals oevers met dichte vegetatie en struwelen, is niet aanwezig in het plangebied. Daarnaast zijn geschikte verblijfplaatsen voor steenmarter niet aanwezig in het plangebied door het ontbreken van geschikte bebouwing of houtstapels.

Ook zijn in het plangebied tijdens het veldbezoek geen sporen steenmarter aangetroffen. Hooguit foerageert de soort af en toe in het plangebied.

datum 13-04-2020

projectnummer 277.25.53.00.00

4

De sloot in het midden van het plangebied is mogelijk geschikt als voortplantingswater voor amfibieen. Verder kan het plangebied landbiotoop vormen voor enkele algemene amfibieënsoorten, zoals gewone pad en bruine kikker. Voor deze algemene soorten geldt in de provincie Drenthe een vrijstelling van de verbodsartikelen van de Wnb bij ruimtelijke ontwikkelingen. Niet-vrijgestelde amfibieënsoorten bekend uit de directe omgeving van het plangebied zijn heikikker, knoflookpad en poelkikker (NDFF). De watergang in het plangebied biedt geen geschikt voortplantingswater voor beschermde soorten. Ook is geen geschikt landbiotoop aanwezig, zodat niet-vrijgestelde soorten niet te verwachten zijn in het plangebied. De uit de directe omgeving bekende reptielensoorten adder, muurhagedis en levendbarende hagedis (NDFF), soorten die zijn aangewezen op structuurrijke heideterreinen, veengebieden of stenige of rotsachtige biotopen, kunnen worden uitgesloten door het ontbreken van geschikt biotoop. Beschermde soorten uit de soortgroep ongewervelden zijn gezien de inrichting niet te verwachten in het plangebied. Waarnemingen van beschermde vissen uit de directe omgeving van het plangebied zijn niet bekend en ook niet te verwachten door het ontbreken van geschikte watergangen, aangezien deze sloot niet in verbinding staat met andere watergangen in de omgeving en weinig begroeiing bevat.

TOETSING Als gevolg van de plannen zullen geen vleermuisverblijfplaatsen verloren gaan. Negatieve effecten op verblijfplaatsen van vleermuizen kunnen daardoor uitgesloten worden. Het jaarrond beschermde nest van ooievaar moet bij uitvoering van het plan worden verplaatst naar een andere locatie binnen het plangebied. Aangezien tijdens het veldbezoek is vastgesteld dat het ooievaarsnest bewoond is door een paartje ooievaar is geen nader onderzoek nodig. Het nest wordt verplaatst naar een locatie die binnen de invloedsferen van de beoogde werkzaamheden ligt. Voor het verplaatsen van het nest en omdat deze binnen de invloedsferen van de werkzaamheden staat is een ontheffing voor de Wnb is nodig. Het plangebied zal naar verwachting niet volledig ongeschikt worden als foerageergebied voor de te verwachten vleermuissoorten en vogels met jaarrond beschermde nesten die in het plangebied foerageren. Bovendien is in de directe omgeving van het plangebied in ruime mate alternatief en hoogwaardig foerageergebied aanwezig voor de te verwachten soorten die in bebouwd gebied kunnen foerageren. Negatieve effecten op het foerageergebied van vleermuizen, ten gevolge van de werkzaamheden, treden niet op. Negatieve effecten op vogels met jaarrond beschermde nesten door verlies van foerageergebied treden eveneens niet op.

datum 13-04-2020

projectnummer 277.25.53.00.00

5

Voor de overige vogelsoorten geldt dat, indien de werkzaamheden tijdens het broedseizoen worden uitgevoerd, in gebruik zijnde nesten van vogels kunnen worden verstoord of vernietigd. Dit is bij wet verboden. Vernietiging of verstoring van in gebruik zijnde nestplaatsen kan voorkomen worden door bij de planning en uitvoering van de werkzaamheden rekening te houden met het broedseizoen. Een standaardperiode voor het broedseizoen is er niet; van belang is of een broedgeval aanwezig is, ongeacht de periode. Voor de meeste vogels geldt dat het broedseizoen ongeveer van 15 maart tot 15 juli duurt. Als gevolg van de ontwikkelingen kunnen enkele verblijfplaatsen van algemene amfibieën- en zoogdiersoorten worden verstoord en vernietigd. Ook kunnen hierbij enkele exemplaren worden gedood. De te verwachten algemene soorten worden niet in hun voortbestaan bedreigd en vallen in de vrijstellingsregeling bij ruimtelijke ontwikkelingen van de provincie Drenthe. Het plangebied vormt hooguit een zeer klein onderdeel van het foerageergebied en in de omgeving is in ruime mate alternatief en bovendien hoogwaardiger foerageergebied beschikbaar. Voor deze soorten hoeft geen ontheffing te worden aangevraagd. Wel geldt voor deze soorten de zorgplicht van de Wnb.

Voor de soortgroepen planten, vissen en ongewervelden kunnen negatieve effecten op in het kader van de Wnb beschermde soorten worden uitgesloten doordat het plangebied geen geschikt biotoop vormt voor deze soorten. Gebiedsbescherming Voor

onderhavig plangebied

is

de

volgende wet-

en

regelgeving

op

het

gebied

van gebiedsbescherming relevant: de Wnb en de provinciale structuurvisie en verordening. WET NATUURBESCHERMING In de Wnb is de bescherming van specifieke natuurgebieden geregeld. Het betreft de Natura 2000gebieden, die een internationale bescherming genieten. Plannen en projecten met negatieve effecten op deze gebieden zijn vergunningsplichtig. Relevant daarbij is dat de Wnb een externe werking kent. Van externe werking is sprake als activiteiten buiten een Natura 2000-gebied van invloed zijn op de natuurwaarden in een Natura 2000-gebied. NATUURNETWERK NEDERLAND Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is een samenhangend netwerk van bestaande en nog te ontwikkelen belangrijke natuurgebieden in Nederland en vormt de basis voor het natuurbeleid. Het NNN is als beleidsdoel opgenomen in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. De provincies zijn verantwoordelijk voor de begrenzing, ontwikkeling en bescherming van het NNN. De begrenzing en ruimtelijke bescherming van het NNN is voor provincie Drenthe uitgewerkt in de Omgevingsvisie

datum 13-04-2020

projectnummer 277.25.53.00.00

6

Drenthe en de bijbehorende Provinciale Omgevingsverordening Drenthe. Het NNN in Drenthe kent geen externe werking. INVENTARISATIE In het kader van de Wnb beschermde gebieden liggen op ruime afstand van het plangebied. Het meest nabij gelegen beschermde gebied betreft het Natura 2000-gebied ‘De Wieden’ dat op circa 9,3 kilometer ten westen van het plangebied ligt. Het meest nabijgelegen in het kader van het NNN beschermd gebied ligt op een afstand van circa 32 meter ten zuiden van het plangebied. TOETSING Het plangebied ligt op relatief grote afstand van het Natura 2000-gebied ‘De Wieden’. Het plangebied is gescheiden van het Natura 2000-gebieden door bebouwing, (water)wegen en agrarisch gebied. Gezien de grote afstand, de inrichting van het tussenliggende gebied met bebouwing, wegen en de aard van de ontwikkeling, zijn potentiele effecten op het Natura 2000-gebied zoals licht-, zicht- en geluidsverstoring op voorhand uit te sluiten. Over deze afstand kan echter in potentie wel sprake zijn van een toename van stikstofdepositie op Natura 2000- gebieden. Daarom is een AERIUS-berekening uitgevoerd waaruit blijkt dat tijdens de aanleg- en gebruiksfase geen sprake is van stikstofdepositie boven 0.00 mol N/ha/jaar in stikstofgevoelige habitattypen van Natura 2000-gebieden.

Gezien de terreinomstandigheden, de afstand tot beschermde gebieden, de inrichting van het tussenliggende gebied en de aard van de ontwikkeling, zijn met betrekking tot het voorgenomen plan geen negatieve effecten op het NNN te verwachten. Conclusie Op basis van de uitgevoerde beknopte natuurtoets (d.d. 1 april 2020) is gezien de aangetroffen terreinomstandigheden en de aard van de ontwikkeling een voldoende beeld van de natuurwaarden ontstaan. Aangezien het ooievaarsnest in het plangebied wordt verstoord doordat deze verplaatst wordt, kunnen negatieve effecten op ooievaar niet op voorhand uitgesloten worden. Een ontheffing voor de Wnb is noodzakelijk. Met betrekking tot de planning en uitvoering van de werkzaamheden dient verder rekening te worden gehouden met het broedseizoen. Er treedt geen negatief effect op in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb) beschermde Natura 2000-gebieden. Zo laat de stikstofberekening zien dat het plan niet leidt tot een toename van stikstofdepositie in stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden. Een vergunning van de Wnb is dan ook

datum 13-04-2020

projectnummer 277.25.53.00.00

7

niet nodig. Daarnaast is de ontwikkeling is op het punt van provinciaal ruimtelijk natuurbeleid niet in strijd met de Provinciale Omgevingsverordening Drenthe.

datum 13-04-2020

projectnummer 277.25.53.00.00

8

bestemmingsplan De Wijk, deelplan Prins Clauslaan 6 (ontwerp)

Bijlage 2 Berekening stikstofdepositie

45

Notitie stikstofberekening Opdrachtgever: Actium Van:

BügelHajema Adviseurs

Onderwerp:

Berekening stikstofdepositie Dunninghe, te De Wijk

Datum:

09-04-2020

projectnummer: 27.72.5530000

INLEIDING In het kader van het bestemmingsplan Dunninghe De Wijk is de depositie van stikstof ten gevolge van de realisatie van woningen in de gemeente De Wolden berekend. Het project maakt de bouw van een wooncomplex mogelijk in de vorm van 14 aanleunwoningen op een locatie in het stedelijk woonmilieu. De depositie van stikstof in Natura 2000-gebieden ten gevolge van de emissie van NOx en NH3 van deze ontwikkeling, alsmede van het verkeer van en naar de locatie is berekend met het programmapakket AERIUS (9 april 2020). Deze notitie vormt een toelichting op de berekening. INVOERGEGEVENS AERIUS In AERIUS zijn standaard emissie-kengetallen opgenomen op basis waarvan de emissies van NOx en NH3 worden bepaald. Naast de bronnen van de gebouwen en mobiele werktuigen dienen ook de verkeersbewegingen op en van en naar het terrein in de berekeningen meegenomen te worden. Conform de “Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator” dient de verkeersgeneratie beschouwd te worden totdat het verkeer is opgenomen in het heersende verkeersbeeld. Dit is het geval wanneer het aan- en afrijdende verkeer zich door zijn snelheid en rij- en stopgedrag nog niet, dan wel niet meer onderscheidt van het overige verkeer dat zich op de betrokken weg bevindt. De berekening heeft dienovereenkomstig plaatsgevonden. Door de opdrachtgever is aangegeven dat de woningen gasloos worden uitgevoerd.

Dit betekent dat er geen rekening behoeft te worden gehouden met een emissie van NOx ten behoeve van de verwarming. Ten behoeve van de verkeersgeneratie van de woningen en de werkzaamheden zijn de volgende invoergegevens in AERIUS gebruikt (afbeelding 1).

Emissie mobiele werktuigen op de locatie (bron 1) In de navolgende tabel zijn de invoergegevens van de mobiele werktuigen op de bouwlocatie weergegeven. Voor de in te zetten mobiele werktuigen, het aantal draaiuren en het bouwjaar (stageklasse) is per m2 uitgegaan van gemiddelden, gebaseerd op het bronbestand en andere projecten in de gemeente De Wolden.

functie

aantal

werktuig

vermogen

belasting

in kW

em.

eenheid

draaiuren

factor.

stage

Emissie

klasse

NOx (kg)

woningen

14

kraan

200

50%

3,6

8

u/

woning

48

III

17,3

heistelling

200

50%

3,6

4

u/

woning

24

III

8,6

graafmachine

200

60%

2,9

8

u/

woning

48

III

16,7

betonstorter

200

50%

3,6

4

u/

woning

24

III

8,6

totale emissie mobiele werktuigen

51,3

Tabel 1. Emissie mobiele werktuigen bouwlocatie

Werkverkeer (bron 2) Wat betreft het werkverkeer is rekening gehouden met de volgende ritten per jaar. Voor de berekening is uitgegaan van gemiddelden, gebaseerd op het bronbestand en vergelijkbare projecten. Per 100 m2 te slopen en te bouwen gebouwen is er uitgegaan van 100 verkeersbewegingen licht verkeer, 20 verkeersbewegingen middelzwaar vrachtverkeer en 4 verkeersbewegingen zwaar vrachtverkeer: -

licht verkeer 600 ritten/jaar;

-

middelzwaar vrachtverkeer 120 ritten/jaar;

-

zwaar vrachtverkeer 24 ritten/jaar.

Bij de indeling van verkeer in licht, middelzwaar en zwaar (vracht)verkeer is uitgegaan van figuur 6.1 van de ‘Instructie gegevensinvoer AERIUS Calculator 2019’ (tabel 2). Tabel 2. Bepaling voertuigcategorieën (InfoMil) Categorie Alledaagse omschrijving Lichte motorvoertuigen

- alle personenauto’s - de meeste bestelauto’s - vrachtwagens met 4 wielen

Middelzware motorvoertuigen

- alle autobussen -vrachtwagens met 2 assen en 4 achterwielen

Zware motorvoertuigen

-vrachtwagens met 3 of meer assen - vrachtwagens met aanhanger - trekkers met oplegger

De totale emissie van het werkverkeer bedraagt minder dan één kg NOx/jr. Verkeersgeneratie gebruiksfase (bron 3) In het model is het verkeer van en naar de planlocatie opgenomen, waarbij gebruik is gemaakt van CROW publicatie 381, december 2018. Daarbij is uitgegaan van de kencijfers voor sociale huurappardatum 09-04-2020

projectnummer 27.72.5530000

2

tementen (5,3 ritten per woning per etmaal). Dit houdt in dat rekening moet worden gehouden met ongeveer 74,2 ritten per etmaal. De emissie van deze verkeersbewegingen bedraagt circa 4,00 kg NOx/jr. De totale emissie van het project bedraagt ongeveer 55,49 kg NOx/jr. Model De emissie en depositie van het plan zijn bepaald met behulp van het AERIUS pakket (9 april 2020). Navolgend is van het model een afbeelding opgenomen.

Afbeelding 1 - AERIUS model

datum 09-04-2020

projectnummer 27.72.5530000

3

REKENRESULTATEN EN CONCLUSIE De berekening met AERIUS genereert een rekenresultaat en een pdf bestand waarin wordt geconstateerd dat er geen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden zijn met een overschrijding van een projectbijdrage van meer dan 0,00 mol N/ha/jaar. Dit pdf bestand is als bijlage opgenomen.

Afbeelding 2 - Rekenresultaat

ECOLOGISCHE BEOORDELING Er treedt door de stikstofdepositie geen negatief effect op in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb) beschermde Natura 2000-gebieden. Een vergunning van de Wnb is in het kader van de stikstofdepositie dan ook niet nodig.

datum 09-04-2020

projectnummer 27.72.5530000

4

Bijlage 1

datum 09-04-2020

projectnummer 27.72.5530000

5

Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.

Berekening Situatie 1 Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens

Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. RZ4N7MX7kHHy (09 april 2020) pagina 1/6

Resultaten

Contact

Activiteit

Rechtspersoon

Inrichtingslocatie

Actium

Julianaweg tussen 21 en 23, 7957BK De Wijk

Omschrijving

AERIUS kenmerk

Dunninghe De Wijk

RZ4N7MX7kHHy

Datum berekening

Rekenjaar

Rekenconfiguratie

09 april 2020, 17:06

2021

Berekend voor natuurgebieden

Totale emissie

Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)

Toelichting

Resultaten

Situatie 1

NOx

55,49 kg/j

NH3

< 1 kg/j

Natuurgebied

Uw berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.

De realisatie van een wooncomplex

Situatie 1

RZ4N7MX7kHHy (09 april 2020) pagina 2/6

Resultaten

Locatie Situatie 1

Emissie Situatie 1

Bron Sector

Emissie NH3

Emissie NOx

-

51,26 kg/j

werkverkeer Wegverkeer | Binnen bebouwde kom

< 1 kg/j

< 1 kg/j

Bron 3 Wegverkeer | Binnen bebouwde kom

< 1 kg/j

4,00 kg/j

Mobiele werktuigen Mobiele werktuigen | Bouw en Industrie

Resultaten

Situatie 1

RZ4N7MX7kHHy (09 april 2020) pagina 3/6

Resultaten

Emissie (per bron)

Naam Locatie (X,Y)

Situatie 1

NOx

Voertuig

Omschrijving

AFW

Brandstof verbruik (l/j)

Uitstoot hoogte (m)

Spreiding (m)

Warmte Stof inhoud (MW)

Emissie

hijskraan (200kw)

4,0

4,0

0,0 NOx

17,28 kg/j

AFW

heistelling 200kw

4,0

4,0

0,0 NOx

8,64 kg/j

AFW

graafmachine 200kw

4,0

4,0

0,0 NOx

16,70 kg/j

AFW

betonstorter 200kw

4,0

4,0

0,0 NOx

8,64 kg/j

Naam Locatie (X,Y) NOx NH3

Resultaten

Mobiele werktuigen 215889, 520587 51,26 kg/j

Soort

Voertuig

Standaard

werkverkeer 215872, 520738 < 1 kg/j < 1 kg/j

Aantal voertuigen Stof

Emissie

Licht verkeer

600,0 / jaar NOx NH3

< 1 kg/j < 1 kg/j

Standaard

Middelzwaar vrachtverkeer

120,0 / jaar NOx NH3

< 1 kg/j < 1 kg/j

Standaard

Zwaar vrachtverkeer

24,0 / jaar NOx NH3

< 1 kg/j < 1 kg/j

Situatie 1

RZ4N7MX7kHHy (09 april 2020) pagina 4/6

Resultaten

Naam Locatie (X,Y) NOx NH3

Resultaten

Bron 3 215870, 520737 4,00 kg/j < 1 kg/j

Soort

Voertuig

Aantal voertuigen Stof

Emissie

Standaard

Licht verkeer

74,2 / etmaal NOx NH3

3,31 kg/j < 1 kg/j

Standaard

Middelzwaar vrachtverkeer

2,0 / etmaal NOx NH3

< 1 kg/j < 1 kg/j

Situatie 1

RZ4N7MX7kHHy (09 april 2020) pagina 5/6

Resultaten

Disclaimer

Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.

Rekenbasis

Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2019A_20200403_6c571f9654 Database versie 2019A_20200403_6c571f9654 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2019A

Resultaten

Situatie 1

RZ4N7MX7kHHy (09 april 2020) pagina 6/6

bestemmingsplan De Wijk, deelplan Prins Clauslaan 6 (ontwerp)

Bijlage 3 Akoestisch onderzoek

57

A k oe s ti sch on d er z o e k Be st em m in g sp l an D u n n in gh e D e W ij k , gem een te D e W o ld e n

A k oe s ti sch on d er z o e k Be st em m in g sp l an D u n n in gh e D e W ij k , gem een te D e W o ld e n

Inhoud

Rapport met bijlagen

1 april 2020 Projectnummer 277.25.53.00.00.00

Inhoudsopgave 1

Inleiding

3

2

Situatie

4

3

Wet geluidhinder

5

3.1

Wegverkeerslawaai

5

3.1.1

Zones

5

3.1.2

Binnenwaarde

6

3.1.3

Aftrek artikel 110 g

6

3.2

Cumulatie

7

4

Rekenmethode

8

5

Uitgangspunten

9

5.1

Fysieke gegevens

9

5.2

Verkeersgegevens

9

6

7

Berekening en toetsing

10

6.1

Berekening geluidsbelasting woningen

10

6.2

Toetsing

11

6.3

Cumulatie

12

Conclusie en samenvatting

13

Bijlagen

Akoestisch onderzoek Bestemmingsplan Dunninghe De Wijk - 1 april 2020

1

Inleiding In opdracht van Actium heeft BügelHajema Adviseurs B.V. een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar geluidsbelasting op de te realiseren woningen in het kader van het Bestemmingsplan Dunninghe De Wijk in de gemeente De Wolden. De Wet geluidhinder beschouwt een woning als een geluidsgevoelig gebouw. Daarom dient er een toetsing plaats te vinden aan de eisen in de Wet geluidhinder. Een akoestisch onderzoek is op grond van de Wet geluidhinder noodzakelijk wanneer een geluidsgevoelig gebouw gelegen is binnen een door deze wet aangewezen geluidszone. De nabij de woningen gelegen Julianaweg kent ter plaatse van het voornemen een maximum snelheid van 30 km/uur. Deze weg heeft daarmee in de zin van de Wet geluidhinder geen zone. Akoestisch onderzoek zou achterwege kunnen blijven. Echter in het kader van een goede ruimtelijke ordening is toch besloten deze weg akoestisch nader te onderzoeken. Hierbij wordt aangesloten bij de normstelling uit de Wet geluidhinder. Doel van het onderzoek is het bepalen van de geluidsbelasting op de gevel van de woningen en deze te toetsen aan de Wet geluidhinder. Toetsing van de karakteristieke geluidwering voor het vaststellen van de binnenwaarde van de woningen valt buiten het kader van dit onderzoek. Het akoestisch onderzoek heeft plaatsgevonden overeenkomstig het “Reken- en meetvoorschrift geluid 2012” (RMG 2012).

De resultaten van het akoestisch onderzoek zijn opgenomen in de voorliggende rapportage.

Akoestisch onderzoek Bestemmingsplan Dunninghe De Wijk - 1 april 2020

3

2

Situatie Het initiatief heeft betrekking op de locatie gelegen aan de Julianaweg in De Wijk in de gemeente De Wolden. Voor deze locatie worden plannen voorbereid waarbij de realisatie van een zestal woningen mogelijk wordt gemaakt. De volgende afbeelding geeft de voorgenomen situering van de zes te realiseren woningen.

Figuur 1. Locatie woningen in rood weergegeven

Akoestisch onderzoek Bestemmingsplan Dunninghe De Wijk - 1 april 2020

4

3

Wet geluidhinder In de Wet geluidhinder (Wgh) dient met betrekking tot de geluidsbelasting van een (spoor)weg de LAeq over alle perioden van 07.00-19.00 uur, van 19.00-23.00 uur en van 23.00-07.00 uur te worden bepaald. De Lden is de logaritmisch gemiddelde waarde van de berekende geluidsbelasting in genoemde dag-, avond- en nachtperiode, waarbij gebruik wordt gemaakt van een ‘energetische’ middeling. Een en ander volgens de formule:

De Wet geluidhinder geeft uitsluitend grenswaarden ten aanzien van de geluidsbelasting op de gevels van woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen. De definitie van een gevel luidt: ‘De bouwkundige constructie die een ruimte in een woning of onderwijsgebouw scheidt van de buitenlucht, daaronder begrepen het dak, met uitzondering van een constructie zonder te openen delen en met een in NEN 5077 bedoelde karakteristieke geluidwering die ten minste gelijk is aan het verschil tussen de geluidsbelasting van die constructie en 33 dB’. De berekende geluidsniveaus worden afgerond naar het dichtstbijzijnde gehele getal, waarbij een halve eenheid wordt afgerond naar het dichtstbijzijnde even getal zoals aangegeven in artikel 1.3.1 van het RMG 2012.

3.1

Wegverkeerslawaai

3.1.1 Zones De Wgh richt zich wat betreft wegverkeerslawaai op de zogenaamde zoneringsplichtige wegen. In principe zijn alle wegen zoneringsplichtig behalve: -

wegen die deel uitmaken van een woonerf (art. 74.2a);

-

wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt (art. 74. 2b).

Langs zoneringsplichtige wegen is een geluidszone gelegen waarvan de breedte wordt bepaald door het aantal rijstroken alsmede de ligging in stedelijk of buitenstedelijk gebied conform artikel 74 van de Wgh. Indien wordt gebouwd binnen de geluidszone, verplicht de Wgh door middel van akoestisch onderzoek aandacht te besteden aan de geluidssituatie. Het stedelijk gebied wordt gedefinieerd als: ‘Het gebied binnen de bebouwde kom, doch, voor de toepassing van hoofdstukken VI (zones langs wegen) en VII (zones langs spoorwegen) voor zover het betreft een autoweg of autosnelweg als bedoeld in het Reglement verkeersregels en

Akoestisch onderzoek Bestemmingsplan Dunninghe De Wijk - 1 april 2020

5

verkeerstekens 1990, met uitzondering van het gebied binnen de bebouwde kom, voor zover liggend binnen de zone langs die autoweg of autosnelweg.’

Het buitenstedelijk gebied wordt gedefinieerd als: ‘Het gebied buiten de bebouwde kom alsmede, voor de toepassing van hoofdstukken VI (zones langs wegen) en VII (zones langs spoorwegen) voor zover het betreft een autoweg of autosnelweg als bedoeld in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, het gebied binnen de bebouwde kom, voor zover liggend binnen de zone langs die autoweg of autosnelweg.’

In onderstaande tabel zijn de zonebreedtes opgenomen. Tabel 1. Zonebreedtes wegverkeer Aard gebied stedelijk buitenstedelijk

Aantal rijstroken

Zonebreedte ter weerszijden van de weg

1 of 2

200 m

3 of meer

350 m

1 of 2

250 m

3 of 4

400 m

5 of meer

600 m

De in de nabijheid van het plangebied gelegen Julianaweg kent plaatse een maximum snelheid van 30 km/uur. Deze weg heeft daarmee formeel gezien geen zone. In het kader van een goede ruimtelijke ordening en op basis van jurisprudentie wordt deze weg toch nader akoestisch onderzocht. Aangetoond moet worden of ten gevolge van deze weg sprake is van een acceptabel woon- en leefklimaat. De Julianaweg heeft een zekere verkeersfunctie. De Weg vormt de ontsluiting van het dorp in zuidelijke richting. Onderzocht dient te worden of ten gevolge van het verkeer op deze weg sprake is van een acceptabel woon- en leefklimaat. Bij gebrek aan een wettelijk kader wordt bij de beoordeling van de Julianaweg aangesloten bij de normstelling die de Wgh kent voor gezoneerde wegen. De voorkeursgrenswaarde van 48 dB wordt als richtwaarde beschouwd. De maximale ontheffingswaarde van 63 dB wordt als maximaal aanvaardbare waarde beschouwd. Voorts wordt toepassing gegeven aan artikel 110g Wgh. 3.1.2 Binnenwaarde Indien geen of onvoldoende maatregelen ter beperking van de gevelbelasting (kunnen) worden getroffen, dient het binnenklimaat te worden beschermd. De geluidwering van de uitwendige scheidingsconstructie dient hierop te zijn afgestemd. Voor geluidsgevoelige bebouwing is dit geregeld in het Bouwbesluit.

De karakteristieke geluidwering van een uitwendige scheidingsconstructie die de scheiding vormt tussen een verblijfsgebied en de buitenlucht moet, ter beperking van geluidhinder in het verblijfsgebied, ten minste gelijk zijn aan het verschil tussen de geluidsbelasting van die uitwendige scheidingsconstructie en 33 dB. 3.1.3 Aftrek artikel 110 g Met het oog op de verwachting dat de geluidsproductie van motorvoertuigen in de toekomst zal afnemen door technische ontwikkelingen en aanscherping van typekeuringen, mag een aftrek worden

Akoestisch onderzoek Bestemmingsplan Dunninghe De Wijk - 1 april 2020

6

gehanteerd op de berekende geluidsbelastingen alvorens deze aan de wettelijke grenswaarden worden getoetst (art. 110g Wgh). De aftrek bedraagt: -

Voor wegen waarvoor de representatief te achten snelheid van lichte motorvoertuigen 70 km/uur of hoger is geldt een aftrek van:

-

-

4 dB voor situaties met een geluidsbelasting van 57 dB zonder aftrek volgens art. 110g Wgh;

-

3 dB voor situaties met een geluidsbelasting van 56 dB zonder aftrek volgens art. 110g Wgh;

-

2 dB voor andere waarden van de geluidsbelasting.

Voor wegen waarvoor de representatief te achten snelheid van lichte motorvoertuigen lager is dan 70 km/uur geldt een aftrek van 5 dB.

Voor de beoordeling van de 30 km/uur wegen in het kader van een goede ruimtelijke ordening is 1

rekening gehouden met een aftrek van 5 dB. Uit diverse onderzoeken blijkt dat bij rustig rijdend verkeer (dus niet versnellend naar 50 km/uur of meer) bij een snelheid van 30 km/uur het rolgeluid van de banden dominant is, net als bij gezoneerde wegen uit de Wgh. In de berekeningen heeft daarom dienovereenkomstig een aftrek plaatsgevonden. Bij toetsing van het binnenniveau van geluidsgevoelige bebouwing moet worden gerekend met een gevelbelasting zonder aftrek conform artikel 110g van de Wgh.

3.2

Cumulatie

De beoordeling van de geluidssituatie vindt afzonderlijk plaats voor de onderscheidbare zoneringsplichtige wegen. Cumulatie van meerdere geluidsbronnen mag echter niet leiden tot een onaanvaardbare situatie (art 110f Wgh). Het RMG 2012 geeft in hoofdstuk 2 van bijlage 1 aan dat er alleen sprake kan zijn van cumulatie indien de ten hoogste toelaatbare waarde van meerdere bronnen wordt overschreden. Voorgeschreven wordt verder dat moet worden aangegeven op welke wijze rekening is gehouden met samenloop bij de te treffen maatregelen. Hiermee wordt rekening gehouden in die zin dat de cumulatie wordt betrokken bij het beoordelen van de gevelwering van de geluidsgevoelige bebouwing.

1

Zie o.a. “Praktijkreeks Geluid en Omgeving – Wegverkeerslawaai, Auteurs: W. Schoonderbeek, C. Padmos en H. van Leeuwen, Sdu–uitgevers, Den Haag 2014” waar op pagina 53, tabel 3.2 staat dat het omslagpunt waarbij rolgeluid dominant wordt, optreedt bij een snelheid van 15 tot 25 km/uur bij personenwagens. Dit is gebaseerd op meerdere onderzoeken.

Akoestisch onderzoek Bestemmingsplan Dunninghe De Wijk - 1 april 2020

7

4

Rekenmethode Akoestisch onderzoek in het kader van de Wgh dient plaats te vinden overeenkomstig het RMG 2012, de regeling als bedoeld in artikel 110d en e (Wgh). Bijlage III bij dit voorschrift geeft twee rekenmethoden weer: -

Standaard Rekenmethode I, gebaseerd op een vereenvoudiging van de situatie waarbij de weg bij benadering recht is en de invoergegevens zoals de verkeersintensiteiten en de hoogteverschillen in de weg geen belangrijke variaties vertonen.

-

Standaard Rekenmethode II, bedoeld voor de meer complexe situaties die niet voldoen aan de randvoorwaarden voor de Standaard Rekenmethode I.

De onderhavige situatie is te complex om met rekenmethode I te kunnen berekenen. Dit maakt het gebruik van Standaard Rekenmethode II noodzakelijk. Voor het uitvoeren van de methode II berekeningen van het wegverkeer is gebruik gemaakt van het computerprogramma Winhavik versie 9.04. Hiertoe is de situatie gedigitaliseerd. In het invoermodel worden rijlijnen ingebracht, reflecterende bodemgebieden, hoogtelijnen, gebouwen en eventueel schermen. De rijstroken zelf, de zijwegen, waterpartijen en andere verharde oppervlakken zijn beschouwd als reflecterende bodemgebieden, de overige gebieden als absorberend. Bij de berekeningen zijn verder de volgende uitgangspunten en rekenparameters gehanteerd: − aantal reflecties:

maximaal 1 stuks;

− openingshoek:

2 graden;

− bodemfactor:

0 (harde bodem), vervolgens zijn alle bodemoppervlakten in het rekenmodel geïmporteerd en voorzien van een bodemfactor.

De aftrek op grond van artikel 110g Wgh en het Europees bronbeleid op de berekende geluidsbelasting is in het rekenmodel verdisconteerd in de groepsreductie. Op de gevel van de betreffende geluidsgevoelige bebouwing liggen de waarneempunten op verschillende hoogten afhankelijk van de hoogte van het betreffende gebouw en of het een geluidsgevoelige functie betreft. De invoergegevens van het opgestelde Standaard Rekenmethode II rekenmodel, alsmede de grafische weergaven daarvan zijn als bijlagen bij dit onderzoek toegevoegd. De rekenresultaten worden besproken in hoofdstuk 6.

Akoestisch onderzoek Bestemmingsplan Dunninghe De Wijk - 1 april 2020

8

5

Uitgangspunten 5.1

Fysieke gegevens

Ten behoeve van het onderhavige onderzoek is gebruik gemaakt van door de opdrachtgever verstrekte ondergronden. De overige ten behoeve van de modellering benodigde gegevens met betrekking tot terreingesteldheid en gebouwen zijn met behulp van Google Streetview geïnventariseerd dan wel door opdrachtgever aangeleverd.

5.2

Verkeersgegevens

De verkeersgegevens van de Julianaweg zijn verkregen van de gemeente De Wolden. Deze gegevens zijn weergegeven in onderstaande tabel 2 en opgenomen in bijlage 2. Als prognose oor de ontwikkeling van het verkeer is een 0,5% per jaar tot 2030 aangehouden. Per wegvak is behalve de etmaalintensiteit van belang hoe het verkeer verdeeld is tussen dag-, avond- en nachturen. Bovendien is de verdeling van de aantallen en snelheden per voertuigcategorie uitgesplitst. De voertuigcategorieën worden hierbij als volgt ingedeeld: -

lichte motorvoertuigen (personenauto’s en bestelauto’s);

-

middelzware motorvoertuigen (autobussen, vrachtwagens met twee assen en vier achterwielen);

-

zware motorvoertuigen (vrachtwagens met drie of meer assen, vrachtwagens met aanhanger, trekkers met oplegger).

Deze gegevens zijn eveneens van de gemeente verkregen. Tabel 2. Verwachte verkeersintensiteit 2030, samenstelling en verdeling verkeer per wegvak weg

etmaal intensiteit

uurpercentage

lichte mvt

middelzw. mvt

zware mvt

2018 Julianaweg

1.220

2030 1295

dorp in Julianaweg

1.223

1298

dorp uit

dag

6.82

94.79

4.26

0.95

avond

3.67

96.80

2.92

0.28

nacht

0.44

97.64

1.97

0.39

dag

6.59

95.21

3.48

1.31

avond

3.99

97.49

2.25

0.26

nacht

0.62

98.32

1.40

0.28

In de berekeningen is verder rekening gehouden met klinkers als wegverharding en met de wettelijke maximumsnelheid ter plaatse van 30 km/uur.

Akoestisch onderzoek Bestemmingsplan Dunninghe De Wijk - 1 april 2020

9

6

Berekening en toetsing 6.1

Berekening geluidsbelasting woningen

De berekende geluidsbelasting op de gevels van de woningen is weergegeven in bijlage 1 en in onderstaande afbeelding en tabel. De geluidsbelastingen in de onderstaande tabel zijn inclusief de aftrek op grond van artikel 110g Wgh van 5 dB. De in rood aangegeven geluidsbelastingen overschrijden de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting van 48 dB.

Figuur 2. Waarneempunten Tabel 3. Geluidsbelasting in dB per waarneempunt per bouwlaag incl. aftrek ogv art. 110g Wgh woning 1

2 3 4 5 6

waarneempunt 1.1 1.2 1.3 2.1 2.2 3.1 4.1 5.1 6.1 6.2

Bouwlaag 45 50 49 49 46 42 40 39 38 29

Akoestisch onderzoek Bestemmingsplan Dunninghe De Wijk - 1 april 2020

1 dB dB dB dB dB dB dB dB dB dB

46 51 49 50 47 44 42 41 40 32

2 dB dB dB dB dB dB dB dB dB dB

10

6.2

Toetsing

Een tweetal woningen voldoet niet aan de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting van 48 dB. De overschrijding van de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting bedraagt maximaal 3 dB vanwege de Julianaweg. De maximale ontheffingswaarde van 63 dB wordt echter niet overschreden. Op grond van de Wgh is de Julianaweg niet ‘zoneplichtig’ en behoeft formeel geen verdere actie te worden ondernomen. Bij gebrek aan een wettelijk kader wordt ook hier bij de beoordeling van deze weg aangesloten bij de normstelling die de Wgh kent voor gezoneerde wegen. De in het Besluit geluidhinder gestelde voorwaarden voor een hogere waarde hebben betrekking op het onvoldoende doeltreffend zijn van de mogelijke bron- en overdrachtsmaatregelen, dan wel op het ontmoeten van overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, landschappelijke of financiële aard. In eerste instantie is gekeken naar maatregelen aan en om de weg en daarna aan het betreffende pand. Daarbij is gedacht aan het volgende. -

Bronmaatregelen Het toepassen van dicht asfaltbeton op de Julianaweg resulteert in een verminderde geluidsbelasting van ongeveer 3 dB op de woningen en is daarmee een doeltreffende maatregel. Echter gelet op het feit dat het hier om een beperkt aantal woningen gaat is het niet reëel om op het betreffende wegvak een verhardingstype toe te passen met een hoger geluid reducerend effect dan de toegepaste klinkerverharding.

-

Vergroting afstand bron-waarneempunt Vergroting van deze afstand is niet mogelijk. Het betreft hier een kavel met een beperkte grootte die aansluit op bestaande bebouwing.

-

Maatregelen in het overgangsgebied Het oprichten van schermen en/of wallen is fysiek niet wenselijk.

-

Maatregelen aan de gevel De overschrijding van de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting bedraagt maximaal 3 dB. Omdat maatregelen aan de weg of tussen de weg en de woningen niet mogelijk zijn, zullen in de betreffende te realiseren woningen, indien noodzakelijk, zodanige gevelmaterialen worden toegepast dat de wettelijke binnenwaarde van 33 dB bij gesloten deuren en ramen niet wordt overschreden. In het traject waarin de omgevingsvergunning voor het bouwen van de betreffende gebouwen wordt voorbereid, dient de aard en mate van isolatie van de gevels te worden bepaald. Bij toetsing van het binnenniveau van geluidsgevoelige bebouwing moet worden gerekend met gevelbelasting zonder aftrek conform artikel 110g van de Wgh. Onderstaand is in de tabel aangegeven aan welke wering de betreffende gevels dienen te voldoen.

Akoestisch onderzoek Bestemmingsplan Dunninghe De Wijk - 1 april 2020

11

Tabel 4. Benodigde geluidwering per gevel in dB gebouw

gevel

wettelijke

1e bouwlaag wering

geluidsbelasting1)

wering

1.2 33 dB 55 dB 1.3 33 dB 54 dB woning 2 2.1 33 dB 54 dB 1) Geluidsbelasting exclusief aftrek op grond van artikel 110g Wgh

22 dB 21 dB 21 dB

56 dB 54 dB 55 dB

23 dB 21 dB 22 dB

woning 1

6.3

2e bouwlaag

geluidsbelasting1)

binnenwaarde

Cumulatie

Zoals opgemerkt in paragraaf 3.2 mag cumulatie van meerdere geluidsbronnen niet leiden tot een onaanvaardbare situatie. De beoordeling van de geluidssituatie vindt afzonderlijk plaats voor de onderscheidbare wegen. Het RMG 2012 geeft in hoofdstuk 2 van bijlage 1 aan dat er alleen sprake kan zijn van cumulatie indien de ten hoogste toelaatbare waarde van meerdere bronnen wordt overschreden. Daar is hier geen sprake van.

Akoestisch onderzoek Bestemmingsplan Dunninghe De Wijk - 1 april 2020

12

7

Conclusie en samenvatting In dit rapport is een akoestisch onderzoek gerapporteerd met betrekking tot de geluidsbelasting vanwege wegverkeerslawaai van Julianaweg op de te realiseren woningen aan de Julianaweg in De Wijk in de gemeente De Wolden. Uit het onderzoek blijkt dat twee van de te realiseren woningen niet voldoen aan de wettelijke eisen wat betreft het wegverkeerslawaai vanwege de Julianaweg. De overschrijding van de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting bedraagt maximaal 3 dB vanwege deze weg. Op grond van de Wgh is de Julianaweg niet ‘zoneplichtig’ en behoeft formeel geen verdere actie te worden ondernomen. Bij gebrek aan een wettelijk kader is bij de beoordeling van deze weg aangesloten bij de normstelling die de Wgh kent voor gezoneerde wegen. Omdat maatregelen aan de bron en in het overgangsgebied niet mogelijk zijn zullen, indien nodig, aanvullende geluidwerende maatregelen aan de betreffende gevels van de geluidsgevoelige bebouwing worden toegepast teneinde te voldoen aan de maximale binnenwaarde van 33 dB. Dit onderzoek dient bij de indiening van het bouwplan mede aangeleverd te worden.

Akoestisch onderzoek Bestemmingsplan Dunninghe De Wijk - 1 april 2020

13

Bijlagen

BIJLAGE 1 – REKENBLADEN WEGVERKEERSLAWAAI

Opbouw model

Geluidsbelasting vanwege de Julianaweg

Invoergegevens en rekenresultaten

BIJLAGE 2 – VERKEERSGEGEVENS

Julianaweg dorp uit Evaluatie periode dinsdag 13 maart 2018,0:00 - maandag 19 maart 2018,0:00 Snelheidslimiet 36 km/h Aantal Snelheidsovertredingen 43.54 % Tweewielers 324 Gemiddelde Afstand 50.89 s Auto 6018 Druk verkeer 10.40 % Bestelwagen 913 GDV 1261 Vrachtwagen 230 GJV 460265 Vrachtwagen Trailer 79 Aandeel zwaar vervoer 4.09 % Rijrichting Wegrijdend Totaal 7564 Bewerker: Commentaar: Locatie: Julianaweg thv 34 Richting aankomende voertuigen: dorp in Richting wegrijdende voertuigen: dorp uit tijd 23:00-0:00 0:00-1:00 1:00-2:00 2:00-3:00 3:00-4:00 4:00-5:00 5:00-6:00 6:00-7:00 7:00-8:00 8:00-9:00 9:00-10:00 10:00-11:00 11:00-12:00 12:00-13:00 13:00-14:00 14:00-15:00 15:00-16:00 16:00-17:00 17:00-18:00 18:00-19:00 19:00-20:00 20:00-21:00 21:00-22:00 22:00-23:00

LV 141 81 26 17 8 5 8 66 83 269 381 378 437 473 472 491 599 584 662 623 413 336 214 164

MV 3 2 0 0 0 0 0 0 1 9 18 18 24 15 14 29 19 21 17 14 10 6 5 5

ZV 0 0 0 0 0 0 0 1 0 6 8 6 8 9 7 8 8 5 3 7 0 1 2 0

Vd[km/h] 22 36 35 32 28

Vmax[km/h] 66 72 60 54 44

V85 [km/h] 38 43 42 40 34

35

72

42

werkdag 5291 weekend 1949 weekintensiteit weekdagintensiteit

358 0.62%

LV 352 98.32%

MV 5 1.40%

ZV 1 0.28%

5726 6.59%

LV 5452 95.21%

MV 199 3.48%

ZV 75 1.31%

1156 3.99%

LV 1127 97.49%

MV 26 2.25%

ZV 3 0.26%

6614 1949 8563 1223 1229 1236 1242 1248 1254 1260 1267 1273 1279 1286 1292 1298

jaar 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030

Julianaweg dorp in Evaluatie periode dinsdag 13 maart 2018,0:00 - maandag 19 maart 2018,0:00 Snelheidslimiet 36 km/h Aantal Snelheidsovertredingen 24.27 % Tweewielers 423 Gemiddelde Afstand 47.59 s Auto 5657 Druk verkeer 16.76 % Bestelwagen 1228 GDV 1276 Vrachtwagen 288 GJV 465740 Vrachtwagen Trailer 60 Aandeel zwaar vervoer 4.55 % Rijrichting Aankomend Totaal 7656 Bewerker: Commentaar: Locatie: Julianaweg thv 34 Richting aankomende voertuigen: dorp in Richting wegrijdende voertuigen: dorp uit tijd 23:00-0:00 0:00-1:00 1:00-2:00 2:00-3:00 3:00-4:00 4:00-5:00 5:00-6:00 6:00-7:00 7:00-8:00 8:00-9:00 9:00-10:00 10:00-11:00 11:00-12:00 12:00-13:00 13:00-14:00 14:00-15:00 15:00-16:00 16:00-17:00 17:00-18:00 18:00-19:00 19:00-20:00 20:00-21:00 21:00-22:00 22:00-23:00

LV 108 59 34 14 8 1 3 21 117 243 343 392 418 523 447 549 657 607 686 626 436 292 169 132

MV 1 1 1 0 0 0 1 1 5 17 19 24 17 23 21 26 30 22 34 14 13 8 6 4

ZV 1 0 0 0 0 0 0 0 1 1 7 4 5 3 4 4 5 8 7 7 3 0 0 0

Vd[km/h] 18 32 34 31 26

Vmax[km/h] 47 68 57 52 43

V85 [km/h] 23 39 41 37 33

32

68

39

werkdag 5228 weekend 2005 weekintensiteit weekdagintensiteit

254 0.44%

LV 248 97.64%

MV 5 1.97%

ZV 1 0.39%

LV 5608 94.79%

MV 252 4.26%

ZV

5916 6.82%

56 0.95%

1063 3.67%

LV 1029 96.80%

MV 31 2.92%

ZV 3 0.28%

6535 2005 8540 1220 1226 1232 1238 1245 1251 1257 1263 1270 1276 1282 1289 1295

jaar 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030

Colofon Opdrachtgever Actium Rapport BügelHajema Adviseurs Projectleiding H. Kerperien Projectnummer 277.25.53.00.00.00

BügelHajema Adviseurs bv Bureau voor Ruimtelijke Ordening en Milieu BNSP Vaart nz 48-50 9401 GN Assen T 0592 316 206 F 0592 314 035 E info@bugelhajema.nl W www.bugelhajema.nl Vestigingen te Assen, Leeuwarden en Amersfoort

bestemmingsplan De Wijk, deelplan Prins Clauslaan 6 (ontwerp)

Bijlage 4 Watertoets

84

datum 1-4-2020 dossiercode 20200401-59-22913 Geachte U heeft een watertoets uitgevoerd op de website www.dewatertoets.nl. Op basis van deze digitale toets concluderen wij dat belangen van het waterschap worden geraakt. U volgt daarom de normale procedure. Binnen 4 weken neemt waterschap Drents Overijsselse Delta contact met u op en ontvangt u een uitgangspuntennotitie. Deze notitie ontvangt u op het door u opgegeven emailadres @bugelhajema.nl. In de uitgangspuntennotitie vindt u meer informatie over de bestaande waterhuishouding en vindt u concrete uitgangspunten voor uw plan. Wij adviseren u deze uitgangspunten te verwerken in uw plan. Over het vervolg van het watertoetsproces vindt u in de uitgangspuntennotitie meer informatie.

Verklaring Dit document is een automatisch gegeneerd bestand op basis van de door u ingevulde gegevens. U bent akkoord gegaan met de door u ingevulde gegevens en u heeft verklaard alles naar waarheid te hebben ingevuld. www.dewatertoets.nl

bestemmingsplan De Wijk, deelplan Prins Clauslaan 6 (ontwerp)

Bijlage 5 Uitgangspunten watertoets

86

UITGANGSPUNTENNOTITIE WOONZORGCENTRUM DUNNINGHE

Het plan ligt aan de Prins Clauslaan 6 in de gemeente De Wolden. Het beleid van waterschap Drents Overijsselse Delta, is beschreven in het Waterbeheerplan 2016-2021 en de beleidsnotitie stedelijk waterbeheer Water Raakt! (2015). Een goede vertaling van het beleid naar deze uitgangspuntennotitie is tevens afhankelijk van de informatie die de initiatiefnemer van het plan heeft aangeleverd. De initiatiefnemer heeft het plan als volgt omschreven: ‘’Woonzorgcentrum Dunninghe ligt aan de rand van het het dorp De Wijk. In het complex zijn onder andere 46 aanleunwoningen aanwezig in de koop- en huursector. De aanleunwoningen in de huursector worden verhuurd door woningstichting Actium. Actium is van plan om een nieuwe vleugel met 14 aanleunwoningen in de sociale huursector te realiseren. Hiervoor is een schetsplan opgesteld (zie bijlage). De nieuwe bebouwing bestaat uit twee bouwlagen met een kap. Met deze opzet wordt aangesloten op de bestaande bebouwing op het terrein. Op de begane grond bevinden zich zes woningen en verder bergingen. Op de verdieping worden acht woningen gerealiseerd. Ten noorden van de nieuwbouw worden 24 parkeerplaatsen gerealiseerd. Door het plan neemt de hoeveelheid verharding toe met circa 1.220 m2.’’

1. Doel en inhoud van het document Het doel van de uitgangspuntennotitie is om in de initiatieffase van een plan bruikbare informatie aan te leveren voor de waterhuishouding in en rond het plangebied. Dit kan worden opgenomen in de waterparagraaf van het inrichtingsplan, bestemmingsplan of ruimtelijke onderbouwing. De uitgangspuntennotitie bevat:  de bestaande waterhuishouding van het plangebied (paragraaf 2);  concrete uitgangspunten voor het plan op basis waarvan u de waterhuishouding kunt regelen (paragaaf 3) en  informatie over het vervolg van de watertoets en de uiteindelijke beoordeling van het waterschap in het kader van de watertoets (paragraaf 4). Beschikbare gegevens van het waterschap Sommige gegevens die u kunt gebruiken voor het plan, zijn digitaal beschikbaar. Hieronder vindt u een omschrijving van verschillende gegevens. Legger waterschap (https://www.wdodelta.nl/actueel/legger/ ) Op de website van het waterschap vindt u een geoportaal met de legger van het waterschap. De legger bestaat uit kaarten en tabellen met de volgende gegevens: de locatie van wateren en dijken; de eisen (vorm en afmetingen) waaraan wateren en dijken moeten voldoen; de ruimte die we rond de dijken reserveren voor toekomstige dijkversterkingen; wie het onderhoud moet uitvoeren.

(Als dit er niet staat, geldt de Keur.) ArcGIS Online (http://www.arcgis.com/features/index.html) Het waterschap heeft diverse gegevens ontsloten via het webportaal van ArcGIS Online. Zoek op deze website naar ‘wdodelta’ en u vindt alle beschikbare gegevens die mogelijk relevant kunnen zijn bij de uitwerking van het plan. Klimaatatlas WDODelta (https://wdodelta.klimaatatlas.net ) Via de klimaatatlas kunt u de lokale situatie voor neerslag en hitte in het stedelijk gebied zien. Deze gegevens geven een goed inzicht in mogelijke risico’s bij hoosbuien of extreme hitte. De klimaatatlas kan helpen om bestaande risico’s of risico’s die voortkomen uit de ruimtelijke ontwikkeling te minimaliseren. Algemene Hoogtekaart Nederland (http://www.ahn.nl/index.html ) Om een indicatief beeld van de hoogteligging van het plan te krijgen adviseren we om gebruik te maken van de Algemene Hoogtekaart Nederland. U kunt op deze site uw locatie aanwijzen om de exacte hoogte te bepalen.

Informatie over de bodem en grondwaterstanden is te vinden op de website van de provincie Overijssel (http://gisopenbaar.overijssel.nl/viewer/app/atlasvanoverijssel_basis/v1) Informatie over de bodem en grondwaterstanden is te vinden op de website van de provincie Drenthe https://geo.drenthe.nl/geoportaal/src/?topic=bodematlas&lang=nl&bgLayer=openbasiskaart.nl&layers=GBI.FO Uitgangspuntennotitie Pagina 1 van 5 _MASK_DR_NL

2. Bestaande waterhuishouding Het plan ligt in het stroomgebied De Reest. Rond het plangebied liggen secundaire watergangen die in het beheer van het waterschap zijn. Het peilgebied heeft een maximumpeil van NAP + 0,4 m. Dit peil is de instelhoogte van het kunstwerk. Lokaal kunnen er verschillen optreden in het peil afhankelijk van de afstand tot de instelhoogte.

Figuur 1 Kaartbeeld bestaande waterhuishouding rond het plangebied.

-

De hoogte van het maaiveld ligt gemiddeld op ongeveer NAP + 2,80 m. De bodem (deklaag) bestaat voornamelijk uit zandgronden. De maximale grondwaterstand ligt op max 20 – 40 cm onder het maaiveld.

3. Uitgangspunten voor het plan op inrichtingsniveau Het waterschap adviseert de onderstaande uitgangspunten te verwerken in het plan. De initiatiefnemer is vrij te bepalen op welke wijze wordt voldaan aan de uitgangspunten. Eventueel kan over maatregelen advies worden gevraagd aan het waterschap. De uitgangspunten die in deze paragraaf worden benoemd, moeten zichtbaar worden verwerkt in het plan. Dat houdt in dat de initiatiefnemer in de waterparagraaf aangeeft hoe wordt omgegaan met de uitgangspunten en op welke wijze deze worden vertaald naar het plangebied. Indien noodzakelijk worden de uitgangspunten vertaald naar de plankaart (bijvoorbeeld waterberging) en/of de planregels/ algemene regels. Het integraal overnemen van onderstaande uitgangspunten zonder verdere onderbouwing is niet voldoende! Alleen plannen waarin de uitgangspunten goed zijn vertaald kunnen in de vervolgfase van het bestemmingsplan door het waterschap worden beoordeeld.

Uitgangspuntennotitie

Pagina 2 van 5

Watersysteem Aanvoer van voldoende water, waarborg van de waterkwaliteit en ruimte voor water. 

Watergangen: Binnen het plangebied ligt een beschermingszone van een secundaire watergang van het Waterschap Drents Overijsselse Delta. De functie van deze watergang(en) moet te allen tijde worden gegarandeerd. Hierbij wordt rekening gehouden met de beschermingszone van deze watergangen zoals in de Keur beschreven. Met betrekking tot deze watergangen gelden de binnen de Keur opgenomen gebodsen verbodsbepalingen. Voor werkzaamheden binnen de beschermingszone moet een Watervergunning worden aangevraagd bij het Waterschap Drents Overijsselse Delta. o Secundaire watergangen (>10 ltr/sec afvoer en <25 ltr/sec gedurende gemiddeld 1 tot 2 dagen per jaar): waterschap is verantwoordelijk voor de inrichting en het beheer, maar de grondgebruikers zijn verantwoordelijk voor het onderhoud (eigenaar is onderhoudsplichtig). In de B-watergangen is een bepaalde vorm van toezicht door het waterschap mogelijk (schouw). Overige wateren: Voor het dempen van overige wateren (ook die niet in beheer zijn bij het waterschap) dient altijd een Watervergunning te worden aangevraagd bij het Waterschap Drents Overijsselse Delta. o C watergangen: hier zijn de grondgebruikers verantwoordelijk voor de inrichting en ze doen zelf het onderhoud. Er geldt geen onderhoudsverplichting en het waterschap houdt geen toezicht of onderhoud goed wordt uitgevoerd.

Wateroverlast Het plan wordt zo ontworpen dat kortstondige hevige buien zonder problemen kunnen worden opgevangen in de openbare ruimte of op particulier terrein. Er treedt geen wateroverlast op bij woningen of andere kwetsbare functies. 

Compensatie nieuwbouw middelgrote plannen: Voor middelgrote plannen geldt als regel dat 10% van het verharde oppervlak wordt ingezet voor berging ter compensatie voor de versnelde afvoer van het 2 afstromende hemelwater. In het plan wordt een verhard oppervlak van circa 1220 m gerealiseerd. Dit houdt 2 in dat een waterbergend oppervlak van circa 122 m wordt aangelegd waarin maximaal 30cm peilstijging is toegestaan. De aan te leggen waterberging wordt ontworpen op basis van een infiltratiesituatie. Gemeentelijk beleid: De gemeente heeft een beleid dat erop is gericht om water vast te houden op particulier terrein. In het gemeentelijke rioleringsplan hebben zij aangegeven hoeveel mm water moet worden geborgen. Het waterschap adviseert rekening te houden met dit beleid.

Waterkwaliteit Het watersysteem wordt zo ontworpen dat het geen risico’s voor de volksgezondheid creëert en voldoende schoon is voor mensen, planten en dieren. 

Kwaliteit afvoer hemelwater: Schoon hemelwater (bijvoorbeeld vanaf dakoppervlakken) kan direct worden afgevoerd naar oppervlaktewater. Speciale aandacht wordt besteed aan duurzaam bouwen en een duurzaam gebruik van de openbare ruimte om een goede kwaliteit van het afgekoppelde hemelwater te garanderen. Licht vervuilde hemelwater (bijvoorbeeld van een woonstraat) wordt via een bodempassage geloosd op het oppervlaktewater.

Doorspoeling oppervlaktewater: Geïsoleerde vijverpartijen of watergangen worden vermeden. Het watersysteem wordt ontworpen met aandacht voor doorspoeling.

Microverontreiniging: Er worden geen materialen gebruikt die een verontreiniging van het oppervlaktewater met zich meebrengen. Metalen, zoals lood, koper of zink mogen niet worden gebruikt.

Riolering Optimaliseren aanvoeren afvalwater naar de rioolwaterzuivering. Verminderen van hydraulische belasting van de rioolwaterzuivering en beperken van riooloverstorten op het oppervlaktewater. 

Gemeentelijk rioleringsbeleid: de gemeente heeft een zorgplicht voor doelmatige verwerking en afvoer van hemelwater, afvalwater en grondwater. In het plan wordt rekening gehouden met het gemeentelijke

Uitgangspuntennotitie

Pagina 3 van 5

rioleringsbeleid. Afvalwater en hemelwater worden op de perceelgrens gescheiden aangeboden. Eventueel geldt er een bergingseis (zie wateroverlast). 

Voorkeursvolgorde afvoer hemelwater: Bij de afvoer van overtollig hemelwater is het landelijk beleid dat het afstromend hemelwater ter plaatse in het milieu worden teruggebracht. Dat kan door infiltratie in de bodem of door berging in het oppervlaktewater. Het waterschap heeft de voorkeur om daar waar mogelijk, het hemelwater oppervlakkig af te voeren en via een wadi te infiltreren in de bodem. Als oppervlakkige infiltratie niet mogelijk is, is ondergrondse infiltratie door middel van bijvoorbeeld een infiltratieriool (IT-riool) of infiltratiekratten een optie. Als infiltratie niet mogelijk is, kan hemelwater via een bodempassage worden geloosd op oppervlaktewater.

Lozing afvalwater: Voor de lozing van afvalwater (al het water waarvan de initiatiefnemer zich moet ontdoen) op oppervlaktewater vanuit een woning of een (agrarisch) bedrijf gelden de volgende regels: o Voor lozingen van huishoudelijk afvalwater vanuit woningen geldt het “Besluit lozing afvalwater huishoudens” (Blah). Uitgangspunt is dat het huishoudelijk afvalwater op een gemeentelijk rioolstelsel wordt geloosd. Indien niet mogelijk is, moet een voorziening worden aangelegd die een gelijkwaardig milieubeschermingsniveau biedt. o Voor lozingen van afvalwater van een (agrarisch) bedrijf geldt het “Activiteitenbesluit”. o Voor lozingen vanuit niet-inrichtingen geldt het “Besluit lozen buiten inrichtingen” (Blbi).

Externe werking ruimtelijk plan Beschermen en handhaven grond- en oppervlaktewatersysteem om nadelige gevolgen op de omgeving te voorkomen 

Relatie oppervlaktewater en grondwater: In nieuw te ontwikkelen gebied worden de waterstanden binnen het in te richten gebied tijdens of na het bouwrijp maken niet structureel verlaagd. Voor tijdelijke of structurele grondwateronttrekking is op grond van de Waterwet een melding of vergunning van het waterschap nodig.

Verdroging / vernatting: Het waterschap gaat bij het plan uit van het bestaande grond- en oppervlaktewaterregime.

4. Vervolg watertoets en beoordeling Informeel overleg over de uitgangspunten Dit document geeft u handvatten om uitvoering te geven aan de waterhuishouding. Het is de bedoeling dat u op basis van dit document het plan uitwerkt. Mocht u nog vragen hebben over de uitgangspunten notitie of graag in gesprek gaan over de uitwerking van de waterhuishouding in het plan dan gaan wij graag met u in gesprek. Het waterschap denkt graag met u mee! Beoordeling en officieel wateradvies Wanneer u de uitgangspunten hebt verwerkt in uw plan, stuurt u deze ter beoordeling naar het waterschap. In de meeste gevallen geeft het waterschap haar wateradvies in het vooroverleg zoals dat bedoeld is in artikel 3.1.1. van het Besluit ruimtelijke ordening. Het waterschap kan alleen een officieel wateradvies afgeven op basis van een compleet plan. Dat wil zeggen dat wij een bestemmingsplan beoordelen op basis van de toelichting, de voorschriften en de plankaart. Alleen de waterparagraaf geeft ons onvoldoende informatie. Controle op het watertoetsproces Het waterschap controleert of het wateradvies is opgenomen in het plan. Afhankelijk van het moment waarop ons wateradvies is gegeven, gebeurt dat op basis van het voorontwerp of het ontwerp bestemmingsplan.

Geldigheid van het uitgangspuntennotitie De uitgangspunten in deze uitgangspuntennotitie komen tot stand op basis van de beleidsregels van het waterschap. Ruimtelijke plannen hebben soms een lange doorlooptijd. Tegelijkertijd ontstaan er soms veranderende inzichten in het beleid ten aanzien van de waterketen, waterkeringen en het watersysteem. Om te garanderen dat de juiste uitgangspunten worden toegepast in de planvorming

Uitgangspuntennotitie

Pagina 4 van 5

hanteert het waterschap een uiterste houdbaarheidsdatum van maximaal 1 jaar. Wanneer het termijn verstreken is kunt u contact opnemen met het waterschap voor eventueel een verlenging van nogmaals 1 jaar. Heeft u een watervergunning nodig op grond van de Waterwet? Het wateradvies dat uiteindelijk wordt afgegeven in het kader van de watertoets is geen watervergunning. Gaat u werkzaamheden verrichten in de verbodszone van de Keur, of gaat u grondwater onttrekken voor de werkzaamheden? Dan kunt u een watervergunning aanvragen op onze website: www.wdodelta.nl De aanvraag zal getoetst worden aan het dan vastgestelde beleid. In de uitgangspunten (paragraaf 2) is aangegeven waar mogelijk een watervergunning voor moet worden aangevraagd.

© Waterschap Drents Overijsselse Delta Dit document is opgesteld door Gijs Frederiks op 7-4-2020. De geleverde informatie in deze uitgangspuntennotitie is houdbaar tot maximaal 1 jaar na opsteldatum en heeft alleen betrekking op het plan, zoals dat wordt genoemd in dit document. Kijk voor meer informatie over de watertoets op de website van het waterschap.

Uitgangspuntennotitie

Pagina 5 van 5

bestemmingsplan De Wijk, deelplan Prins Clauslaan 6 (ontwerp)

Bijlage 6 Aanmeldnotitie vomrvrije m.e.r.-beoordeling

92

Memo Opdrachtgever: Actium

projectnummer: 277.25.53.00.00

Van:

BügelHajema Adviseurs

Onderwerp:

Aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling bestemmingsplan Uitbreiding Dunnighe De Wijk

Datum:

01-04-2020

Wettelijk kader Op 1 april 2011 is het Besluit milieueffectrapportage gewijzigd door het 'Besluit reparatie en modernisering

milieueffectrapportage'

en

is

bepaald

dat

de

grenswaarden

voor

een

m.e.r.-

beoordelingsplicht indicatief zijn. Het bevoegd gezag moet bij de betreffende activiteiten die niet aan de bijbehorende drempelwaarden voldoen, nagaan of sprake kan zijn van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu, gelet op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling (85/337/EEG). In het kader hiervan is een vormvrije m.e.r.-beoordeling uitgevoerd. In het kader van de wijziging van het Besluit m.e.r. is een handreiking opgesteld over de vraag hoe moet worden vastgesteld of een activiteit met een omvang onder de drempelwaarde toch belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben. In de handreiking is opgenomen dat voor elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteit(en) die voorkomen op de D-lijst en die een omvang hebben die beneden de drempelwaarden ligt, een toets moet worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Voor deze toets wordt de term ‘vormvrije m.e.r.-beoordeling’ gebruikt. Uit deze toets kunnen twee conclusies volgen: belangrijke nadelige milieueffecten zijn uitgesloten of belangrijke nadelige milieueffecten zijn niet uitgesloten. In het eerste geval is de activiteit niet m.e.r.-(beoordelings)plichtig, in het andere geval moet een m.e.r.-beoordeling worden uitgevoerd en de bijbehorende procedure worden gevolgd.

De toetsing in het kader van de vormvrije m.e.r.-beoordeling moet plaatsvinden aan de hand van de selectiecriteria in bijlage III van de EEGrichtlijn milieueffectbeoordeling. In bijlage D van het Besluit m.e.r. (D11.2) is de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject opgenomen. Ten aanzien van woningen ligt de drempelwaarde op een aaneengesloten gebied met 2.000 of meer woningen. Dit bestemmingsplan maakt 14 woningen mogelijk. Het is daarmee niet rechtstreeks plan-m.e.r.-, project-m.e.r. of m.e.r.-beoordelingsplichtig.

Kenmerken van het project Het plan omvat de bouw van 14 aanleunwoningen aan de Julianaweg in De Wijk. Ten noorden van de 2

woningen worden 24 parkeerplaatsen aanleg. De oppervlakte van het plangebied is circa 4.000 m . Het plan wordt gerealiseerd op een locatie die momenteel al onderdeel is van het woon-zorgcomplex Dunninghe. Plaats van het project Het plangebied ligt niet in een gevoelig gebied, zoals een Natura 2000-gebied of binnen het Nederlands Natuurnetwerk. De locatie ligt binnen de dorpsstructuur van De Wijk. Zoals hiervoor aangegeven, vindt de ontwikkeling plaats op gronden die nu al in gebruik zijn bij het woon-zorgcomplex. Kenmerken potentiële effecten Een woningbouwlocatie met 14 aanleunwoningen heeft geen belangrijke uitstraling van milieueffecten naar de omgeving. Het bereik van het effect van een woningbouwlocatie is lokaal en heeft geen grensoverschrijdend karakter. Significante nadelige effecten op het milieu zijn uitgesloten. Conclusie Het project is in zekere zin onomkeerbaar, maar in vergelijking met de drempelwaarde van een stedelijk ontwikkelingsproject van een geringe omvang. Wanneer er geen ‘belangrijke nadelige gevolgen’ zijn voor het milieu is het conform de wetgeving en de vigerende praktijk niet nodig om een volledige m.e.r.-procedure te doorlopen. Uit het voorgaande blijkt dat geen relevante effecten zijn die het doorlopen van de m.e.r.-procedure noodzakelijk maken. Het doorlopen van een m.e.r.-procedure is niet nodig.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10123786/1