CConstaterende datDe Wolden
Koppel je AI →
Document · PDF

Concept groeninrichtingsplan park Zuiderhof in Zuidwolde

Besluitvormende vergadering: “D’r op an” 23 april 2026, gemeente De WoldenBij agendapunt: ‘Transformatieplan park De Zuiderhof’6.631 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Groeninrichtingsplan

Park Zuiderhof te Zuidwolde Bijbehorend bij omgevingsplan xxxxx

Inhoudsopgave 1.

Inleiding ........................................................................................................ 3

1.1

Aanleiding ............................................................................................... 3

1.2

Coulisselandschap .................................................................................... 3

1.3

Leeswijzer ............................................................................................... 4

2.

Beplanting randzone........................................................................................ 5

2.1

Noordzijde ............................................................................................... 6

2.2

Oostzijde................................................................................................. 6

2.3

Zuidzijde ................................................................................................. 9

2.4

Westzijde ...............................................................................................11

3.

Ecologische waarde randzone ..........................................................................13

4.

Bufferzone ....................................................................................................15

5.

Schuttingen en hekwerken ..............................................................................18

6.

Aanplant en onderhoud...................................................................................21

6.1

Aanplant ................................................................................................21

6.2

Onderhoud .............................................................................................22

7.

Kostenraming ................................................................................................24

8.

Extra mogelijkheden ......................................................................................25

Bijlage 1: beplantingslijst ......................................................................................27 Bijlage 2: ontwerp bufferzone ................................................................................28

2

1. Inleiding Het park Zuiderhof ligt aan de westkant van Zuidwolde. Ten noorden van het park ligt het Faliebergbos, een gebied dat deel uitmaakt van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Aan de oostzijde ligt een woon-zorgcomplex met bijbehorende parkeerplekken op het achterterrein. Aan de oost- en zuidzijde van het park liggen agrarische percelen die in het Natuurbeheerplan 2025 aangeduid zijn als ‘Dooradering’. 1.1

Aanleiding

Park Zuiderhof heeft de wens om te transformeren van een vakantiepark met de bestemming ‘Recreatiewoningterrein’ naar een woonpark met een woonbestemming. Een woonpark vraagt aparte regels om het groene karakter van het park te waarborgen. Dit betekent dat er voorwaarden worden gesteld voor het gebruik van de woning en bouwregels van de woning. Daarnaast stelt de provincie Drenthe onder andere eisen aan de ruimtelijke kwaliteit en de ecologie. Ontwikkelingen moeten passen in de omgeving en het Drentse landschap versterken. Dit betekent dat er een groene kwaliteitsimpuls wordt gevraagd. Dit groeninrichtingsplan vertaalt de eisen van de kwaliteitsimpuls naar de invulling van een groen woonpark. Daarnaast geeft het advies over extra mogelijkheden die bijdragen aan het groene karakter. Dit groeninrichtingsplan is onderdeel van Omgevingsplan xxx. 1.2

Coulisselandschap

Park Zuiderhof ligt in een coulisselandschap. Een coulisselandschap is een halfopen landschap dat wordt gekenmerkt door onregelmatige percelen die worden afgeschermd door landschapselementen zoals houtwallen en houtsingels; een mix van struiken en bomen. Tussen de elementen door ontstaan doorkijkjes; zo kijk je door de coulissen van het landschap. Landschapselementen zoals houtwallen en houtsingels hadden vroeger een belangrijke functie rondom de agrarische percelen. Destijds was er geen prikkeldraad of stroomdraad. Houtwallen werden gebruikt als veekering, houtsingels als bescherming van het gewas op de akker. Daarnaast kon men af en toe bomen en struiken kappen en werd dit hout gebruikt als brandhout, maar ook om gereedschap of hekken van te maken. Tegenwoordig worden landschapselementen niet meer op een zodanige wijze gebruikt. De komst van prikkeldraad en nieuwe technieken zorgen ervoor dat elementen hun gebruiksfunctie verliezen. Door de jaren heen is dan ook te zien dat de elementen worden onderbroken of zelfs verwijderd. Om het coulisselandschap, wat zo kenmerkend is voor de omgeving, te behouden, is het noodzakelijk om oorspronkelijke elementen te herstellen en waar nodig terug te brengen. Naast de landschappelijke waarde hebben landschapselementen ook een belangrijke ecologische functie.

Elementen zoals houtwallen en houtsingels bieden beschutting en schaduw voor het vee. Daarnaast bieden ze een leefomgeving voor verschillende soorten kleine dieren, vogels en insecten. Ze zorgen voor beschutting, bescherming, nestgelegenheid en voedsel.

3

1.3

Leeswijzer

Hoofdstuk 2 geeft informatie over de beplanting van de randzone. Per zijde wordt informatie gegeven over de huidige situatie en wordt beschreven hoe de toekomstige situatie eruit moet zien. Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 de ecologische waarde van de randzone beschreven. Hoofdstuk 4 laat het ontwerp zien van de bufferzone. In hoofdstuk 5 worden de eisen en voorwaarden voor schuttingen en hekwerken beschreven. Vervolgens wordt er in hoofdstuk 6 aandacht besteed aan de voorwaarden voor aanplant en onderhoud. Hoofdstuk 7 bevat een kostenraming die een beeld geeft van de gemiddelde kosten van de randzone. Als laatste worden in hoofdstuk 8 extra mogelijkheden ten behoeve van de biodiversiteit gegeven. Dit beplantingsplan is geschreven met informatie uit de rapportage van Milieu Adviesbureau Eco Reest. Aan de hand van een veldbezoek is er een conceptadvies opgesteld. Dit advies bevat uitleg, foto’s, aanbevelingen en verbetersuggesties per zijde van het park.

4

2. Beplanting randzone De 5 meter randzone van het park is verdeeld in zijdes. Per zijde wordt de huidige staat van de beplanting beschreven. Vervolgens wordt door middel van een beplantingsplan omschreven hoe de randzone moet worden ingevuld om de beplanting te herstellen en het park landschappelijk beter in te passen. Aan de zuidzijde en de westzijde zijn de woningen en/of terrassen gericht op het omliggende coulisselandschap. Om deze reden is er ruimte voor zichtlijnen. Deze zichtlijnen en de plek hiervan zijn weergegeven in figuur 1 op de volgende pagina. Voor beide zijdes zijn beplantingsplannen ter plaatse van de zichtlijn uitgewerkt. Bestaande beplanting Bestaande (inheemse) beplanting in het park is zeer waardevol. Niet alleen in de randzone, maar binnen het gehele park. Het is belangrijk om oude, bestaande bomen en struiken te behouden vanwege de ecologische waarde ervan. Deze bomen en struiken bieden voedsel, nestplekken, verblijfsplaatsen, veiligheid en mogelijkheid voor verplaatsing voor onder andere vogels, kleine dieren en insecten. Ze zijn daarom zeer belangrijk voor de biodiversiteit. In en rondom het park staan veel volwassen eikenbomen. Eén volwassen eik kan ecologisch functioneren voor een paar honderd soorten. Om deze reden is de bestaande (inheemse) beplanting de basis voor de beplantingsplannen.

Bestaande beplanting blijft behouden en de strook wordt vervolgens, met zorg en aandacht voor de bestaande beplanting, aangevuld volgens het beplantingsplan. Voor het beplantingsplan wordt beplanting aangeplant die vermeld staat op de beplantingslijst in bijlage 1. Per zijde wordt beschreven uit welke lijst er gekozen dient te worden gekozen. Op de plek van de randzones staat ook bestaande beplanting die niet inheems is. Om kaalslag te voorkomen, mogen de meeste soorten blijven behouden. Niet inheemse woekerende beplanting dient echter wel verwijderd te worden. Dit betreft de volgende soorten: - Amerikaanse vogelkers (Prunus serotina) - Japanse duizendknoop (Fallopia japonica) - Woekerende bamboe soorten (Alleen Fargesia soorten mogen blijven behouden) Het behouden van bestaande, niet inheemse beplanting betekent dat ook aangeplante soorten zoals Laurier, Rhododendron en coniferen mogen blijven behouden. Echter, deze soorten worden niet opgenomen in de beplantingslijst en mogen niet in de randzones niet (opnieuw) worden aangeplant. Alleen soorten die vermeld staan in de beplantingslijst mogen worden aangeplant in de randzone. Kapvergunning Voor het kappen van bestaande beplanting is een kapvergunning nodig. Verdere informatie over de kapvergunning is opgenomen in het omgevingsplan.

5

Figuur 1: Randzones Zuiderhof

2.1

Noordzijde

De noordzijde van het park grenst deels aan het fietspad en de berm van de Meppelerweg. Daarnaast grenst het park aan de percelen van de Meppelerweg 47 en 47a, welke geen onderdeel zijn van het park. Door deze verschillende percelen heeft het park aan de noordzijde geen rechtlijnige begrenzing. Daarom hoeft het park aan de noordzijde niet voorzien te worden van een randzone. 2.2

Oostzijde

Aan de oostzijde grenst het park aan een woon-zorgcomplex. De achterzijdes van de woningen zijn gericht naar de buitenkant van het park, de randzone. Om die reden wordt de oostzijde gezien als de dichtbegroeide zijde. De oostzijde wordt opgesplitst in een noordelijke en zuidelijke helft vanwege het verschil in de huidige situatie. 6

Oostzijde noordelijke helft In de noordelijke helft grenst de oostzijde aan de houtwal. Deze houtwal ligt deels op de percelen van het park en deels op het naastgelegen perceel van het woon-zorgcomplex. Beide delen zijn ongeveer de helft. In deze helft van de oostzijde is de rij bomen met onderbegroeiing in de vorm van een houtwal nog behoorlijk volledig. Omdat de houtwal deels binnen de randzone valt en het park vanuit het landschap gezien al is ingepast, is er meer vrijheid in de beplanting van de randzone.

Figuur 2: Bestaande houtwal op het naastgelegen perceel, grenzend aan de noordelijke helft van de oostzijde. Foto: Eco Reest

Beplanting De randzone heeft een breedte van 5 meter. De basis van de noordelijke helft van de oostzijde is het versterken van de houtwal met Zomereiken en onderbegroeiing door de aanleg van heesters, eventueel in combinatie met Zomereiken. Op plekken waar de houtwal volledig is, kan dit ook betekenen dat er geen beplanting hoeft worden toegevoegd om te voldoen. Voor de beplanting gelden de volgende eisen: De randzone bestaat uit minimaal 4 rijen beplanting. Voor de beplanting gelden de volgende eisen: - Zomereiken zijn optioneel. Wanneer zomereiken worden geplant, dient er een onderlinge afstand van ongeveer 8 meter te zijn; - De beplanting wordt aangeplant volgens figuur 3; - Voor heesters geldt maximaal 30% van één soort; - Heesters volgens de beplantingslijst Heesters houtsingel; - Bestaande beplanting mag blijven behouden, behalve de op pagina 5 genoemde niet inheemse woekerende beplanting.

7

Figuur 3: Beplanting oostzijde noordelijke helft

Oostzijde zuidelijke helft In de zuidelijke helft grens de oostzijde aan het parkeerterrein van het woonzorgcomplex. Over een lengte van ongeveer 70 meter is nauwelijks nog onderbegroeiing te zien. Wel zijn er her en der bomen behouden gebleven.

Figuur 4: Oostzijde zuidelijke helft. Foto: streetsmart.cyclomedia.com

In de zuidelijke helft is het belangrijk om de rij Zomereiken met onderbegroeiing door te zetten. Omdat de beplanting in dit deel alleen over het park loopt en niet over het perceel van het woon-zorgcomplex, oogt deze strook smaller dan in de noordelijke helft. Beplanting De randzone heeft een breedte van 5 meter. De basis van de zuidelijke helft van de oostzijde is een rij Zomereiken met onderbegroeiing. Voor de beplanting gelden de volgende eisen:

8

De randzone bestaat uit minimaal 4 rijen beplanting. Voor de beplanting gelden de volgende eisen: - Zomereiken staan gemiddeld om de 8 meter. Waar deze ontbreekt, wordt het aangeplant; - De beplanting wordt aangeplant volgens figuur 5; - Voor heesters geldt maximaal 30% van één soort; - Heesters volgens de beplantingslijst Heesters houtsingel; - Bestaande beplanting mag blijven behouden, behalve de op pagina 5 genoemde niet inheemse woekerende beplanting.

Figuur 5: Beplanting oostzijde zuidelijke helft

2.3

Zuidzijde

Aan de zuidzijde grenst het park aan de Westerveldseweg: een weg die bestemd is voor fietsers (en voetgangers) en niet bestemd is voor autoverkeer. Naast de weg liggen agrarische percelen in een coulisselandschap. Tussen de weg en het park liggen een greppel en een groenstrook. De groenstrook valt buiten de grenzen van het park, de greppel valt deels in de randzone van het park. De woningen aan de zuidzijde zijn gericht op het zuiden. Vanuit de woning en/of vanaf het terras hebben bewoners zicht op de percelen in het coulisselandschap. De huidige groenstrook verschilt per deel. Sommige delen van de strook zijn beplant met boomvormers en heesters. Bij andere delen is nauwelijks of geen beplanting of is de tuin voorzien van hekwerk.

Figuur 6: Zuidzijde langs de Westerveldseweg. Foto: Eco Reest

9

Beplanting De randzone heeft een breedte van 5 meter. De basis van de zuidzijde is een rij Zomereiken met onderbegroeiing die passend is in het omliggende landschap. Om het zicht te kunnen behouden op het omliggende landschap, zijn er in de zuidzijde open en dichte delen toegestaan. Ter plaatse van de dichte delen krijgt de randzone een dichte, groene structuur in de vorm van een houtsingel met boomvormers en struikvormers. Ter plaatse van het hoofdgebouw en de zichtlijnen mag een open deel worden gemaakt met ruimte voor struikvormers, hagen en vaste planten. Dicht deel De basis van het dichte deel zijn Zomereiken met onderbegroeiing. Het dichte deel bestaat uit 4 rijen beplanting met een onderlinge afstand van 1 meter. In elke rij staat de beplanting ook op een onderlinge afstand van 1 meter. Voor de beplanting gelden de volgende eisen: - Zomereiken staan gemiddeld om de 8 meter. Waar deze ontbreekt, wordt het aangeplant; - De buitenste rij bestaat voor 50% uit Zwarte els (Alnus glutinosa) in verband met de greppel; - De beplanting wordt aangeplant volgens figuur 7; - Voor heesters geldt maximaal 30% van één soort; - Heesters volgens de beplantingslijst Heesters houtsingel; - Bestaande beplanting mag blijven behouden, behalve de op pagina 5 genoemde niet inheemse woekerende beplanting.

Figuur 7: Beplanting dicht deel Zuidzijde

Open deel Om het zicht op het omliggende landschap te behouden, mag ter plaatse van het hoofdgebouw een open deel in de randzone worden gemaakt. Een open deel is optioneel, de gehele randzone van een perceel mag ook dicht zijn. Een open deel heeft een maximale breedte van 8 meter en wordt aangevuld met struikvormers, hagen en/of vaste planten. Voor de beplanting gelden de volgende eisen; - Minimaal 30% van de oppervlakte van de randzone bestaat uit struikvormers of hagen; - De rij Zomereiken wordt niet onderbroken, gemiddeld elke 8 meter staat een Zomereik; 10

-

2.4

De onderlinge afstand tussen beplanting bedraagt maximaal 1,5 meter; Voor heesters geldt maximaal 30% van één soort; Beplanting volgens de beplantingslijst Heesters houtsingel, Heesters overig, Hagen en Vaste planten; Bestaande beplanting mag blijven behouden, behalve de op pagina 5 genoemde niet inheemse woekerende beplanting. Westzijde

De westzijde van het park grenst aan agrarische percelen met bomenrijen die kenmerkend zijn voor het coulisselandschap. De bomenrij langs het park is op meerdere plekken onderbroken en de onderbegroeiing ontbreekt. Er staan verschillende schuttingen, hekwerken en bouwwerken in de randzone. Basis beplanting De randzone heeft een breedte van 5 meter. De basis van de westzijde is een rij Zomereiken met onderbegroeiing die passend is in het omliggende landschap. Om het zicht te kunnen behouden op het omliggende landschap, zijn er in de westzijde open en dichte delen toegestaan. Ter plaatse van de dichte delen krijgt de randzone een dichte, groene structuur in de vorm van een houtsingel met boomvormers en struikvormers. Ter plaatse van het hoofdgebouw en de zichtlijnen mag een open deel worden gemaakt met ruimte voor struikvormers, hagen en vaste planten.

Figuur 8: Westzijde met onderbroken bomenrij. Foto: Eco Reest

Dicht deel De basis van het dichte deel zijn Zomereiken met onderbegroeiing. Het dichte deel bestaat uit 4 rijen beplanting met een onderlinge afstand van 1 meter. In elke rij staat de beplanting ook op een onderlinge afstand van 1 meter. Voor de beplanting gelden de volgende eisen: - Zomereiken staan gemiddeld om de 8 meter. Waar deze ontbreekt, wordt het aangeplant; - De beplanting wordt aangeplant volgens figuur 9; 11

-

Voor heesters geldt maximaal 30% van één soort; Bomen volgens de beplantingslijst Boomvormers, heesters volgens de beplantingslijst Heesters houtsingel; Bestaande beplanting mag blijven behouden, behalve de op pagina 5 genoemde niet inheemse woekerende beplanting.

Figuur 9: Beplanting dicht deel westzijde

Open deel Om het zicht op het omliggende landschap te behouden, mag ter plaatse van het hoofdgebouw een open deel in de randzone worden gemaakt. Een open deel is optioneel, de gehele randzone van een perceel mag ook dicht zijn. Een open deel heeft een maximale breedte van 8 meter en wordt aangevuld met struikvormers, hagen en/of vaste planten. Voor de beplanting gelden de volgende eisen; - Minimaal 30% van de oppervlakte van de randzone bestaat uit struikvormers of hagen; - De rij Zomereiken wordt niet onderbroken, gemiddeld elke 8 meter staat een Zomereik; - De onderlinge afstand tussen beplanting bedraagt maximaal 1,5 meter; - Voor heesters geldt maximaal 30% van één soort; - Beplanting volgens de beplantingslijst Heesters houtsingel, Heesters overig, Hagen en Vaste planten; - Bestaande beplanting mag blijven behouden, behalve de op pagina 5 genoemde niet inheemse woekerende beplanting.

12

3. Ecologische waarde randzone Naast de landschappelijke waarde heeft de randzone een ecologische waarde. Voor het ecologisch functioneren in de omgeving is de randzone vanuit ecologisch perspectief niet van groot belang, maar de randzone zorgt wel voor een verbetering van de ecologische waarde en een verbetering van de aansluiting van het park op de omgeving. Op verschillende maatregelen kan de ecologische waarde worden verbeterd. Deze maatregelen moeten worden uitgevoerd/nageleefd. Beplantingsplan Aan veel zijdes is momenteel een onderbreking te zien in de bomenrijen. Deze onderbrekingen zijn een aantasting op de landschappelijke waarde omdat het niet meer aansluit op het omliggende landschap, maar ook de ecologische waarde wordt aangetast. Lijnvormige elementen, zoals bomenrijen, worden door dieren gebruikt om zich te verplaatsen. Onderbrekingen in bomenrijen zorgen ervoor dat de rijen minder of zelfs ongeschikt zijn voor verplaatsingen van dieren. Dit heeft invloed op de (mogelijkheden voor) leefomgevingen van dieren. Daarnaast zorgt de onderbegroeiing met stekels en bessen voor voedsel, een veilige schuilplaats en draagt het bij aan de mogelijkheden voor verplaatsen. De beplanting van de randzone van park Zuiderhof heeft een basis van een rij Zomereiken met onderbegroeiing. Dit plan moet worden uitgevoerd volgens de uitwerking in hoofdstuk 2.

Hierdoor ontstaat er weer een volledige bomenrij en worden de leefomstandigheden van dieren verbeterd.

Figuur 10: Zomereiken met onderbegroeiing aan de Burg. Tonckensstraat. Foto: Google Maps

Bestaande inheemse beplanting Bestaande beplanting is in hoofdstuk 2 al eens genoemd. Omdat bestaande inheemse beplanting een grote ecologische waarde heeft, wordt het nogmaals benoemd in dit hoofdstuk. Oude, bestaande, inheemse bomen en struiken bieden voedsel, nestplekken, verblijfsplaatsen, veiligheid en mogelijkheden voor verplaatsing van onder andere vogels, kleine dieren en insecten. Bestaande inheemse beplanting is zeer belangrijk voor de biodiversiteit. Een voorbeeld: één volwassen eik kan ecologisch functioneren voor een paar honderd soorten. Bestaande inheemse beplanting in de randzone is de basis voor de beplantingsplannen. De bestaande inheemse beplanting blijft behouden en de strook wordt vervolgens, met 13

zorg en aandacht voor de bestaande beplanting, aangevuld volgens de beplantingsplannen in hoofdstuk 2. Niet alleen in de randzone, maar binnen het gehele park is de bestaande inheemse beplanting zeer waardevol. Het is belangrijk om oude bomen te behouden en te beschermen. Hoe ouder de boom, hoe groter de ecologische betekenis ervan. Naast kleine dieren, insecten en korstmossen zijn er ook veel vogelsoorten aanwezig op het park die gebonden zijn aan deze bomen. Voor het kappen van bestaande beplanting is een kapvergunning nodig. Verdere informatie over de kapvergunning is opgenomen in het omgevingsplan.

14

4. Bufferzone Ten behoeve van de waterhuishouding op park Zuiderhof wordt een bufferzone gecreëerd. Het park ligt op leemgrond, waardoor een wadi niet mogelijk is. Daarom krijgt de bufferzone de vorm een verlaagd terrein bestemd voor waterberging. De bufferzone zorgt ook voor een kwaliteitsimpuls van het park. Er is ruimte voor water, ruimte voor biodiversiteit en er is ruimte voor een speelfunctie. Op het park ligt een terrein met een speeltuin en een voormalig volleybalveldje. Het voormalig volleybalveld wordt ingezet voor de bufferzone. Omdat de speeltuin aan vervanging toe is, is ook de verbinding gezocht met het speelterrein. Voor het geheel is een ontwerp gemaakt.

Figuur 11: Voormalig volleybalveld en speeltuin. Foto: streetsmart.cyclomedia.com

Ontwerp Voor het geheel is één ontwerp gemaakt. De verschillende onderdelen kunnen los van elkaar worden uitgevoerd. Het totaal dient binnen xxx jaar na inwerkingtreding van het plan te worden aangelegd. Waterberging Op de plek van de waterberging is momenteel al een laagte. Deze wordt verder uitgewerkt volgens het ontwerp op de volgende pagina. Rondom de waterberging is een bloemrijk grasland met daarin een halfverhard pad en een pad van stapstenen. Hierdoor krijgt de waterberging ook een speelfunctie. Met het toevoegen van één of meerdere bankjes of zitgelegenheden kan er ook een ontmoetingsfunctie worden gemaakt. Aan de rand van de waterberging worden heesters of kleine bomen geplant. De bestaande heesters achter het veld kunnen blijven behouden.

15

Voor de beplanting gelden de volgende voorwaarden: - Bloemrijk grasland o Er wordt een mengsel voor bloemrijk grasland gezaaid; o Een mengsel moet passen bij het gebied en bestand zijn tegen natte en droge grond. Voor advies en eventueel aankoop van een passend mengsel kan (de website van) Cruydt Hoeck worden geraadpleegd. - Kleine bomen en heesters o Kleine bomen van boomgrootte 3 of boomgrootte 2: kleiner dan 12 meter. o De beplanting dient bestand te zijn tegen natte en droge grond en lichte overstromingen. Daarom kan er gekozen worden uit de volgende soorten: ▪ Krentenboompje, Amelanchier lamarckii ▪ Gele kornoelje, Cornus mas ▪ Wilde kardinaalsmuts, Euonymus europaeus ▪ Alnus cordata, hartbladige els ▪ Wilg soorten, salix … Speeltuin De stapstenen vormen de verbinding naar de natuurlijke speeltuin. De grond die wordt gewonnen uit de laagte kan gebruikt worden om een heuvel te creëren voor het spelen. Met natuurlijke speelelementen kan weer een volwaardige en aantrekkelijke speeltuin worden gemaakt. Een zitgelegenheid op het speelterrein zorgt voor een prettige plek voor bijvoorbeeld ouders die op hun spelende kind willen letten, maar zorgt ook voor een algemene ontmoetingsfunctie. Voor de speeltuin kan gekozen worden voor bloemrijk grasland of speelgazon.

Afhankelijk van het gekozen type gras gelden de volgende voorwaarden: - Bloemrijk grasland o Er wordt een mengsel voor bloemrijk grasland gezaaid; o Een mengsel moet passen bij het gebied en bestand zijn tegen natte en droge grond. Voor advies en eventueel aankoop van een passend mengsel kan (de website van) Cruydt Hoeck worden geraadpleegd. - Speelgazon o Er wordt een mengsel van graszaad gezaaid; o Een mengsel moet een hoge betredingstolerantie hebben en daardoor geschikt om te spelen. Parkeren Het huidige parkeren is onduidelijk. Daarom heeft parkeren ook een plek gekregen in het ontwerp. De parkeerplekken worden uitgevoerd met groen zodat dit bijdraagt aan de groene uitstraling van het gebied. Daarnaast is er ruimte voor heesters tussen het parkeren en de speeltuin. Voor de heesters kan er gekozen worden uit de soorten die vermeld staan op de beplantingslijst Heesters overig. Voor het parkeren gelden de volgende voorwaarden: - Het parkeren wordt uitgevoerd met grastegels of bestrating wordt zodanig gelegd dat er ruimte is voor groen; - De fundering (ondergrond) moet geschikt zijn voor grastegels of bestrating en tevens geschikt zijn voor graszaad; - Er wordt een mengsel van graszaad ingezaaid; - Een mengsel moet een hoge betredingstolerantie hebben en moet bestand zijn tegen het berijden van auto’s.

- Voor de heesters kan gekozen worden uit de soorten van de beplantingslijst Heesters overig.

16

Figuur 12: Ontwerp bufferzone en speeltuin

In bijlage 2 is het ontwerp inclusief inspiratiebeelden opgenomen.

17

5. Schuttingen en hekwerken Op het park staan veel schuttingen, hekwerken en bouwwerken. Deze belemmeren een vrije doorgang voor dieren die zich over de grond verplaatsen, maar dragen ook niet bij aan een groene uitstraling. Om het groene karakter te versterken en de ecologische waarde te verbeteren, worden er voorwaarden gesteld aan schuttingen en hekwerken. We maken een onderscheid in de voorwaarden voor schuttingen, hekwerken en bouwwerken op verschillende plekken op een perceel: - Schuttingen, hekwerken en bouwwerken in de randzone; - Schuttingen en hekwerken buitenzijde randzone; - Schuttingen en hekwerken binnenzijde randzone; - Schuttingen en hekwerken perceelsgrens straatzijde; - Schuttingen en hekwerken overige perceelsgrenzen. Schuttingen, hekwerken en bouwwerken in de randzone Schuttingen, hekwerken en bouwwerken ter plaatse van de randzone moeten worden verwijderd. Aan de buitenzijde en binnenzijde van de randzone zijn schuttingen en hekwerken onder bepaalde voorwaarden toegestaan. Schuttingen en hekwerken buitenzijde randzone De zijde van de perceelsgrenzen van de randzone wordt gezien als de buitenzijde. In de basis wordt geadviseerd om geen schuttingen en hekwerken aan de buitenzijde te plaatsen. Zo blijft de ecologische waarde van de randzone optimaal.

Indien het gewenst is om een hekwerk of schutting te plaatsen, bijvoorbeeld als omheining voor honden, dan is het volgende type hekwerk toegestaan: - Een hekwerk bestaande uit houten palen of groene kunststof palen met een groen tuingaas met een maximale hoogte van 1 meter, waarbij: o Het tuingaas een maaswijdte (openingen) heeft van minimaal 10x10 cm; o Of er aan de onderzijde minimaal elke meter een opening is met een minimale breedte van 15 cm en een minimale hoogte van 10cm. o Een houten toegangspoort is toegestaan.

Figuur 13: Hekwerk met tuingaas, links met maaswijdte 10 cm (Foto: Hornbach), rechts met opening aan de onderzijde.

Voor het gedeelte van de randzone aan de oostzijde langs de parkeerplaats, met een lengte van 70 meter (zie figuur 1), wordt een uitzondering gemaakt. Voor de drie percelen die langs dit gedeelte liggen, gelden de volgende voorwaarden voor schuttingen en hekwerken aan de buitenzijde van de randzone van de oostzijde: - Een hekwerk bestaande uit houten palen of groene kunststof palen met een groen tuingaas met een maximale hoogte van 2 meter, waarbij: o Het tuingaas een maaswijdte (openingen) heeft van minimaal 10x10 cm; 18

o o

Of er aan de onderzijde minimaal elke meter een opening is met een minimale breedte van 15 cm en een minimale hoogte van 10cm. Een houten toegangspoort is toegestaan.

Schuttingen en hekwerken binnenzijde randzone De zijde van de woningen van de randzone wordt gezien als de binnenzijde. In de basis wordt geadviseerd om geen schuttingen en hekwerken aan de binnenzijde te plaatsen. Zo blijft de ecologische waarde van de randzone optimaal. Indien het gewenst is om een hekwerk of schutting te plaatsen, bijvoorbeeld als omheining voor honden, dan moet het voldoen aan minimaal één van de volgende voorwaarden ten behoeve van de ecologische waarde: - Het hekwerk heeft een maaswijdte (openingen) van minimaal 10x10 cm; - Het hekwerk heeft aan de onderzijde minimaal gemiddeld elke meter een opening met een minimale breedte van 15 cm en een minimale hoogte van 10cm. - Het hekwerk heeft aan de onderzijde een open ruimte van minimaal 10cm; - Het hekwerk heeft een open structuur. Het streefbeeld is een hekwerk of de schutting bestaande uit natuurlijke materialen: hout, schermen of matten van bijvoorbeeld riet, wilgentenen of bamboe. Dit streefbeeld is een advies, geen eis. Bovengenoemde voorwaarden zijn wel verplicht.

Figuur 14: Hekwerken van natuurlijke materialen met open onderzijde (links) en hekwerk met open structuur (rechts). Foto: Adequat.eu

Schuttingen en hekwerken perceelgrens straatzijde. Deze zijde betreft de zijde(s) van het perceel die aan de straat grenzen. In de basis wordt geadviseerd om geen schuttingen en hekwerken te plaatsen. Zo blijft de ecologische waarde van de randzone optimaal. Voor deze zijde(s) geldt: groen waar kan, schutting of hekwerk indien noodzakelijk. Indien het gewenst is om een hekwerk of schutting te plaatsen, bijvoorbeeld als omheining voor honden, dan gelden de volgende voorwaarden: - Het hekwerk heeft een maximale hoogte van 1 meter; - Het hekwerk voldoet aan één van de volgende voorwaarden ten behoeve van de ecologische waarde: o Het hekwerk heeft een maaswijdte (openingen) van minimaal 10x10 cm; o Het hekwerk heeft aan onderzijde minimaal gemiddeld elke meter een opening is met een minimale breedte van 15 cm en een minimale hoogte van 10cm. o Het hekwerk heeft aan de onderzijde een open ruimte van minimaal 10cm; o Het hekwerk heeft een open structuur.

19

Het streefbeeld is een hekwerk of de schutting bestaande uit natuurlijke materialen: hout, schermen of matten van bijvoorbeeld riet, wilgentenen of bamboe. Dit streefbeeld is een advies, geen eis. Bovengenoemde voorwaarden zijn wel verplicht. Indien een hogere erfafscheiding gewenst is, bijvoorbeeld ten behoeve van privacy, dan kan dit in de vorm van een haag als een groene erfafscheiding. Deze erfafscheiding moet voldoen aan de volgende voorwaarden: - De erfafscheiding heeft een maximale hoogte van 2 meter; - De beplanting is volgens de beplantingslijst Hagen. Een bestaande haag van een andere beplanting mag blijven behouden. Een nieuwe haag mag alleen met beplanting volgens de beplantingslijst Hagen worden aangeplant. Figuur 15: Beukenhaag. Foto: Garmundo.nl Schuttingen en hekwerken overige perceelsgrenzen Deze zijde betreft de overige zijden van het perceel. In de basis wordt geadviseerd om geen schuttingen en hekwerken te plaatsen. Zo blijft de ecologische waarde van de randzone optimaal. In de basis geldt: groen waar kan, schutting of hekwerk indien noodzakelijk. Voor de overige perceelsgrenzen zijn er verschillende opties mogelijk: - Een groene erfafscheiding, met de volgende voorwaarden: o De erfafscheiding heeft een maximale hoogte van 2 meter; o De beplanting is volgens de beplantingslijst Hagen. Een bestaande haag van een andere beplanting mag blijven behouden.

Een nieuwe haag mag alleen met beplanting volgens de beplantingslijst Hagen worden aangeplant. - Een schutting of hekwerk, met de volgende voorwaarden: o Het hekwerk heeft een maximale hoogte van 2 meter; o Het hekwerk heeft een groene uitstraling. Dit kan op de volgende manieren: ▪ Het hekwerk bestaat uit natuurlijke materialen: hout, schermen of matten van bijvoorbeeld riet, wilgentenen of bamboe. ▪ Het hekwerk wordt bekleed met beplanting zoals klimplanten. o Het hekwerk voldoet aan één van de volgende voorwaarden ten behoeve van de ecologische waarde: ▪ Het hekwerk heeft een maaswijdte (openingen) van minimaal 10x10 cm; ▪ Het hekwerk heeft aan de onderzijde minimaal gemiddeld elke meter een opening is met een minimale breedte van 15 cm en een minimale hoogte van 10cm. ▪ Het hekwerk heeft aan de onderzijde een open ruimte van minimaal 10cm; ▪ Het hekwerk heeft een open structuur. Er gelden verschillende termijnen voor aanpassingen van schuttingen, hekwerken en bouwwerken: - Binnen xxx jaar na inwerkingtreding van het plan: schuttingen, hekwerken en bouwwerken in de randzone en schuttingen en hekwerken aan de buitenzijde van de randzone en aan de binnenzijde van de randzone. - Binnen xxx jaar na inwerkingtreding van het plan: schuttingen en hekwerken aan de perceelsgrens straatzijde en overige perceelsgrenzen.

20

6. Aanplant en onderhoud De beplanting moet met zorg en aandacht worden aangeplant en onderhouden om ervoor te zorgen dat de randzone groeit tot een waardevolle landschappelijke en ecologische toevoeging. In dit hoofdstuk worden eisen, voorwaarden en adviezen gesteld ten aanzien van de aanplant en het onderhoud. 6.1

Aanplant

Voor het aanplanten van de boomvormers, heesters en hagen zijn er twee punten waar rekening mee gehouden moet worden en waar voorwaarden aan worden gesteld: - De ideale planttijd; - De minimale maat van de beplanting (alleen boomvormers en heesters). Voor vaste planten gelden geen voorwaarden. De ideale planttijd (boomvormers, heesters en hagen) De ideale planttijd verschilt per soort. Over het algemeen kunnen bomen, heesters en hagen het beste aangeplant worden in de maanden november tot en met april. De beplanting is in deze tijd van het jaar in rust en hebben verkleurd of verdord blad. Er wordt geen energie gestopt in de aanmaak van nieuw blad. Omdat dit veel energie kost, is het belangrijk om planten voor er nieuwe blaadjes gevormd worden. Om deze reden moeten bomen, heesters en hagen worden aangeplant tussen half november en half maart, mits het niet vriest. De beplanting van de randzone moet uitgevoerd worden binnen twee jaar na inwerkingtreding van het omgevingsplan. Minimale maat van beplanting (boomvormers en heesters) Boomvormers en heesters zijn verkrijgbaar in verschillende maten. Deze maten worden als volgt aangegeven: - De minimale maat voor heesters wordt aangegeven in hoogte (cm). - De minimale maat voor bomen wordt aangegeven in diameters (cm).

Om ervoor te zorgen dat er binnen een relatief korte tijd een volledige randzone ontstaat, worden er minimale maten gehanteerd voor de beplanting. De minimale maat verschilt per zijde en is afhankelijk van de bestaande beplanting. In de onderstaande tabel staat de minimale maat voor de randzones van park Zuiderhof. Voor hagen en vaste planten in de randzone en de overige beplanting op het park geldt geen minimale maat. Tabel 1: Minimale maat beplanting

Minimale maat Zijde Bomen (cm) Heesters (cm) Oostzijde, 8-10, hoogstam 80% 60/100, blote wortel noord 20% 120/150, blote wortel Oostzijde, 10-12, hoogstam 60% 60/100, blote wortel zuid 20% 80/120, blote wortel 20% 120/150, blote wortel Zuidzijde 8-10, hoogstam 80% 60/100, blote wortel 20% 120/150, blote wortel Westzijde 10-12, hoogstam 60% 60/100, blote wortel 20% 80/120, blote wortel 20% 120/150, blote wortel

21

6.2

Inzaaien

Ook voor bloemrijk grasland en speelgazon is het belangrijk om rekening te houden met de ideale inzaaitijd. Onderstaande adviezen zijn algemene adviezen. Raadpleeg het product voor de ideale methode voor het inzaaien. Bloemrijk grasland Voor bloemrijk grasland is het belangrijk dat de grond wordt vrijgemaakt van aanwezige begroeiing en dat hardnekkige wortelonkruiden worden verwijderd. Vervolgens kan de toplaag los worden gemaakt met een cultivator of een hark. Het bloemrijk mengsel kan worden gemengd met zand voor een gelijkmatige verdeling, echter is dit niet verplicht. Daarna kan het mengsel worden ingezaaid in het voorjaar (rond april) of in het najaar (rond september). Speelgazon Ook voor het speelgazon is het belangrijk dat de grond wordt vrijgemaakt van aanwezige begroeiing en dat hardnekkige wortelonkruiden worden verwijderd. Vervolgens kan de toplaag los worden gemaakt met een cultivator of een hark. Daarna is het belangrijk dat de bodem wordt geëgaliseerd. Het graszaad kan worden ingezaaid in het voor jaar (aprilmei) of in het najaar (augustus-september). Het is hierbij belangrijk dat de bodemtemperatuur minimaal 10 graden is. Bij een lagere grondtemperatuur ontkiemt het graszaad niet of nauwelijks. 6.3

Onderhoud

Om de beplanting goed te laten groeien, is het van belang onderhoud uit te voeren aan de beplanting. Het onderhoud bestaat uit het geven van water, inboet, het snoeien van de beplanting en het maaien van gazon en grasland. Het onderhoud van beplanting is onderdeel van de instandhoudingsverplichting die is opgenomen in het omgevingsplan. Water geven Het is belangrijk om er zorg voor te dragen dat de beplanting voldoende water heeft. Hangende beplanting en grond die droog aan voelt zijn kenmerken voor beplanting die water nodig heeft. Ten aanzien van water geven worden de volgende eisen gesteld: - Als er een week geen regen is gevallen, worden gedurende het eerste jaar na aanplant de westzijde en zuidzijde elke 3 weken voorzien van water; - Als er een week geen regen is gevallen, wordt gedurende het eerste jaar na aanplant de oostzijde elke 2 weken voorzien van water; - Na het eerste jaar wordt er tot het derde jaar maandelijks gecontroleerd of de beplanting voldoende water heeft. Inboet De beplanting dient na 1 jaar gecontroleerd te worden op de volledigheid van aantallen. Wanneer er meer dan 20% van de beplanting is uitgevallen, dan moet er nieuwe beplanting worden aangeplant, volgens het beplantingsplan. Snoeien Het snoeien van boomvormers, heesters en hagen is van belang om een evenwichtige randzone te behouden.

Echter, de eerste 3 jaar mogen boomvormers en heesters niet gesnoeid worden om de beplanting de ruimte te geven om te groeien. Na 3 jaar mag er maximaal 20% teruggesnoeid worden. Vervolgens is het van belang om elke 6 of 7 jaar de beplanting met maximaal 30% terug te snoeien. Haagplanten hebben ook voldoende tijd nodig om te groeien tot een haag. Hagen mogen naar wens worden gesnoeid.

22

Bij het snoeien is het belangrijk om gefaseerd te snoeien. Op deze manier wordt niet ineens alle beplanting teruggesnoeid en blijft een deel van de beplanting aanwezig voor de insecten, vogels en kleine zoogdieren. Om dezelfde reden is het belangrijk om het onderhoud uit te voeren buiten de broedperiode van 15 maart tot 15 juli. Als laatste is het aan te raden om een deel van de beplanting ruig te laten voor overwinterende insecten, vogels en kleine zoogdieren. Maaien Om het bloemrijk grasland bij de bufferzone te behouden, is het belangrijk om te maaien. Het bloemrijk grasland dient twee of twee keer per jaar te worden gemaaid. Het maaisel dient vervolgens te worden afgevoerd om de bodem schraal genoeg te houden. Als voor de speeltuin wordt gekozen voor bloemrijk grasland, gelden de voorwaarden voor het maaien van de bufferzone ook voor speeltuin. Indien er wordt gekozen voor speelgazon, gelden de volgende voorwaarden: - Afhankelijk van de temperatuur dient er tussen maart en oktober minimaal één keer per week te worden gemaaid. Deze frequentie mag worden afgestemd op de weersomstandigheden; - Het speelgazon kan worden gemaaid tussen de 4 en 5 cm;

23

7. Kostenraming Om een beeld te geven van de kosten van de randzone is er een kostenraming gemaakt. Deze raming is op basis van een rij Zomereiken met onderbegroeiing met 4 rijen beplanting. De kostenraming is gebaseerd op de volgende punten: - De basis van de kostenraming is gebaseerd op een lengte van 100m 1 (strekkende meter). Deze getallen zijn afgeronde waarden. - Vervolgens is de kostenraming vertaald naar de lengte van het beplantingsplan zoals afgebeeld per zijde: één stukje heeft een lengte van 10m1. - Er is geen rekening gehouden met bestaande beplanting. De kostenraming is op basis van een lege strook. - De basis van de kostenraming bestaat uit boomvormers en heesters. Hagen en vaste planten zijn er niet in opgenomen. Hiermee sluit de raming voornamelijk aan bij de dichte delen en dichte zijde. - De kostenraming is verdeeld in twee posten: beplanting en werkzaamheden. Hiermee wordt inzicht gegeven in het globale prijsverschil tussen zelf aanplanten of laten aanplanten door een bedrijf. - Alle prijzen zijn inclusief btw. - De prijzen zijn op basis van een raming gemaakt in februari 2025. Deze kostenraming is een globale raming voor de randzone. Prijzen kunnen stijgen of dalen. Aan deze kostenraming kunnen geen rechten worden ontleend. Tabel 2: Kostenraming

Kostenraming 100m1 Onderdeel Totale kosten € 7.500 Beplanting € 3.100 Werkzaamheden € 4.400

10m1 € 750 € 310 € 440

Zomereiken zijn duurder in aanschaf dan bosplantsoen. Hierdoor valt de kostenraming relatief hoog uit. Voor de raming is geen rekening gehouden met de bestaande Zomereiken.

24

8. Extra mogelijkheden De beplantingsplannen van de verschillende zijdes zijn de basis voor de randzone van Park Zuiderhof. Aan deze plannen moet worden voldaan. Naast de randzones zijn er meer mogelijkheden waarmee een extra bijdrage wordt geleverd aan de natuur en biodiversiteit. In dit hoofdstuk worden een aantal opties toegelicht. Takkenrillen Een takkenril is een afgebakende plek met paaltjes of opstaande takken waartussen dood hout gestapeld of gevlochten kan worden. Takkenrillen bieden schuilplekken en broedplekken voor kleine dieren, vogels en insecten. Ook planten zoals paddenstoelen of mossen groeien op zulke plekken. Een takkenril is eenvoudig te maken en is een zinvolle verwerking voor snoeihout. De flora en fauna helpen vervolgens om het dode hout af te breken. Zo is de voedselketen weer rond.

Figuur 16: Een bestaande takkenril aan de oostzijde. Foto: Eco Reest

Nestkasten/huismussen Park Zuiderhof is een geschikte plek voor verschillende soorten vogels. Deze vogels zijn momenteel al aanwezig op het park. Om de plek nog aantrekkelijker te maken zijn er verschillende mogelijkheden. Bij woningen kan gedacht worden aan het aanpassen van de dakrand of het inbouwen van kasten voor huismussen of vleermuizen. Daarnaast kunnen er op de percelen nestkasten geplaatst worden voor andere bosvogels. Houdt bij het plaatsen van nestkasten Figuur 17: Verschillende nestkasten. Foto: winkel.natuurpunt.be rekening met zon, schaduw en windrichting. De gewenste situatie verschilt per vogelsoort. Inheemse beplanting In veel tuinen zien we beplanting met hoge sierwaarde. Echter, dit zijn vaak exotische soorten die nauwelijks waarde hebben voor inheemse diersoorten. Een goede vervanger voor deze beplanting is inheemse beplanting. Inheemse beplanting is beplanting die van nature, zonder ingrijpen van de mens, al eeuwenlang in Nederland voorkomt. Inheemse planten passen bij het lokale klimaat en zijn optimaal aangepast aan de bodem en de dieren. Hierdoor gaan ze minder snel dood en hebben ze minder verzorging nodig.

Figuur 18: Een tuin met inheemse beplanting. Bron: atlasleefomgeving.nl

25

Inheemse planten zijn een goede voedingsbron voor dieren. Daarnaast zijn veel inheemse planten ook waardplanten: planten die belangrijk zijn voor de groei en vermeerdering van diersoorten. Bloemenweides Een bloemenweide is een veld dat bestaat uit verschillende soorten bloemen en grassen. Bij voorkeur worden hier meerjarige, inheemse, streekeigen soorten voor gebruikt. Deze bloemenweides zijn goed vlinders en insecten, maar zijn ook mooi om naar te kijken. Waar je een gazon in de zomer minimaal wekelijks moet maaien, kost een bloemenweide minder moeite, tijd en geld in onderhoud. Een bloemenweide moet, afhankelijk van de grond, één tot drie keer per jaar gemaaid worden. Een bijkomend Figuur 19: Bloemenweide. Foto: Tuinen Sannen voordeel is dat een stuk grond ingericht als bloemenweide meer water kan opnemen dan een strak gemaaid gazon.

26

Bijlage 1: beplantingslijst Boomvormers Nederlandse naam Gewone es Grauwe abeel Ruwe berk Zoete kers Zomereik

Latijnse naam Fraxinus excelsior Populus canenscens Betula pendula Prunus avium Quercus robur

Heesters houtsingel Nederlandse naam Boswilg Eenstijlige meidoorn Gelderse roos Geoorde wilg Gewone hazelaar Gewone vlier Gewone vogelkers Hulst Krentenboompje Sleedoorn Vuilboom (sporkehout) Wilde lijsterbes

Latijnse naam Salix caprea Crataegus monogyna Viburnum opulus Salix aurita Corylus avellana Sambucus nigra Prunus padus Ilex aquifolium Amelanchier lamarckii Prunus spinosa Rhamnus frangula Sorbus aucuparia

Heesters overig Nederlandse naam Aalbes Boerenjasmijn Brem Gele kornoelje Hondsroos Mispel Rode kornoelje Rode ribes Struikheide

Latijnse naam Ribes rubrum Philadelphus soorten Cytisus scoparius Cornus mas Rosa canina Mespilus germanica Cornus sanguinea Ribes sanguineum Calluna vulgaris

Hagen Nederlandse naam Eenstijlige meidoorn Gewone beuk Haagbeuk Hulst Veldesdoorn Wilde liguster

Latijnse naam Crataegus monogyna Fagus sylvatica Carpinus betulus Ilex aquifolium Acer campestre Ligustrum vulgare

Vaste planten Voor vaste planten kunnen de volgende websites worden geraadpleegd. Deze geven een goed beeld van de mogelijkheden voor vaste planten (en andere inheemse beplanting). - Arborealis Kwekerij: https://www.arborealis.nl/inheemse-planten - Cruydt-Hoeck: https://www.cruydthoeck.nl/webshop/producten/inheemsebloemen-en-planten/ - Yarinde: https://yarinde.nl/collections/inheemse-tuinplanten 27

Bijlage 2: ontwerp bufferzone

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16812517/1