CConstaterende datDe Wolden
Koppel je AI →
Document · PDF

c. Tarieventabel Verordening rioolheffing - getekend

Besluitvormende vergadering: “D’r op an” 19 december 2024, gemeente De WoldenBij agendapunt: Vaststelling Belastingvoorstellen (24RV024)751 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Tarieventabel behorende bij de "Verordening rioolheffing 2025". Hoofdstuk I Maatstaf van heffing 1.

De belasting als bedoeld in artikel 2 van de verordening Rioolheffing, wordt geheven naar het aantal kubieke meters water dat vanuit het eigendom wordt afgevoerd. 2. Het aantal kubieke meters water wordt gesteld op het aantal kubieke meters water dat in de laatste aan het begin van het belastingjaar voorafgaande en afgerekende verbruiksperiode naar het eigendom is toegevoerd of is opgepompt. Ingeval de verbruiksperiode niet gelijk is aan een periode van een jaar, wordt de hoeveelheid water door herleiding naar tijdsgelang bepaald. Bij die herleiding wordt een gedeelte van een week voor een volle week gerekend. 3. Het aantal kubieke meters water als bedoeld in Hoofdstuk II van deze tabel, wordt voor de volgende categorieën eigendommen als volgt vastgesteld: a. voor alleen tot woonhuis dienende eigendommen welke worden bewoond door meer dan één persoon: 200m3 b. voor alleen tot woonhuis dienende eigendommen welke worden bewoond door één persoon of niet permanent mogen worden bewoond en worden gebruikt voor recreatieve doeleinden: 180m3 c. voor tot woonhuis dienende eigendommen welke worden bewoond door meer dan één persoon en tevens worden gebruikt ten behoeve van een bedrijf met een agrarische bestemming van waaruit water wordt geloosd: 400m3 d.

voor tot woonhuis dienende eigendommen welke worden bewoond door één persoon en tevens worden gebruikt ten behoeve van een bedrijf met een agrarische bestemming van waaruit water wordt geloosd: 360m3 4.

Ingeval gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie moet die pompinstallatie zijn voorzien van een: a. watermeter, waarvan de hoeveelheid opgepompt water kan worden afgelezen, of b. bedrijfsurenteller, waarvan het aantal uren dat een pompinstallatie met vaste capaciteit in bedrijf is geweest kan worden afgelezen.

De eerste volzin is niet van toepassing indien vaststelling van de hoeveelheid opgepompt water geschiedt op grond van enige andere wettelijke bepaling. Hoofdstuk II Belastingtarieven 1. De belasting bedoeld in artikel 2 van de verordening Rioolheffing wordt: a voor alleen tot woonhuis dienende eigendommen, welke worden bewoond door meer dan één persoon waarvoor het waterverbruik is bepaald op 200m3, vastgesteld op

€ 237,48

Pagina 4 van 5

b voor alleen tot woonhuis dienende eigendommen, welke worden bewoond door één persoon waarvoor het waterverbruik is bepaald op 180m3, of een pand welke niet permanent mag worden bewoond en wordt gebruikt voor recreatieve doeleinden, vastgesteld op

€ 213,36

c voor tot woonhuis dienende eigendommen welke worden bewoond door meer dan één persoon en tevens worden gebruikt ten behoeve van een bedrijf met een agrarische bestemming waarvoor het waterverbruik is bepaald op 400m3, vastgesteld op

€ 474,96

d voor tot woonhuis dienende eigendommen welke worden bewoond door één persoon en tevens worden gebruikt ten behoeve van een bedrijf met een agrarische bestemming waarvoor het waterverbruik is bepaald op 360m3, vastgesteld op

€ 426,72

e voor percelen die enkel een directe of indirecte aansluiting op de gemeentelijke riolering hebben voor de afvoer van hemel- of grondwater

€ 59,16

Indien vanuit het bedrijfsgedeelte als bedoeld in sub c of d aantoonbaar geen water wordt afgevoerd door de gemeentelijke riolering, wordt het aantal kubieke meters water, afhankelijk van het aantal personen, op aanvraag vastgesteld overeenkomstig het gestelde in lid 1 sub a of b. 2. De belasting, bedoeld in artikel 2 van de verordening Rioolheffing, voor zover dit geheven wordt van andere eigendommen als bedoeld in Hoofdstuk II lid 1 van deze tabel, bedraagt per jaar: a. € 118,74 voor iedere 100 m3 waterverbruik of gedeelte daarvan t/m 400 m3, en b. € 117,00 voor iedere 100 m3 waterverbruik of gedeelte daarvan boven de 400 m3 t/m 2.500 m3, en c. € 92,00 voor iedere 100 m3 waterverbruik of gedeelte daarvan boven de 2.500 m3 t/m 5.000 m3, en d. € 66,00 voor iedere 100 m3 waterverbruik of gedeelte daarvan boven de 5.000 m3 t/m 7.500 m3, en e. € 46,00 voor iedere 100 m3 waterverbruik of gedeelte daarvan boven de 7.500 m3 t/m 10.000 m3, en f. € 30,00 voor iedere 100 m3 waterverbruik of gedeelte daarvan boven de 10.000m3 met dien verstande dat minimaal € 237,48 en maximaal € 8.781,96 verschuldigd is, waarbij de op voet van Hoofdstuk I lid 2 van deze tabel berekende hoeveelheid toegevoerd of opgepompt water wordt verminderd met de hoeveelheid water die aantoonbaar niet is afgevoerd.

Behoort bij raadsbesluit van 19 december 2024, nummer 24RB024/13.c Zuidwolde, 19 december 2024 De raad voornoemd, griffier, J. van Roeden-Hoekstra Pagina 5 van 5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14978302/1