CConstaterende datDe Wolden
Koppel je AI →
Document · PDF

C.2 Stark Beleidsbegroting 2027-2030

Besluitvormende vergadering: “D’r op an” 25 juni 2026, gemeente De WoldenBij agendapunt: Verzamelvoorstel GR’en De Wolden5.013 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

2027-2030

BELEIDSBEGROTING

www.wijzijnstark.nl

STARK

Beleidsbegroting 2027-2030

Deze begroting dient gelezen te worden als programmabegroting in het kader van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV).

Vastgesteld in het bestuur van Stark op 8 april 2026. J. Westendorp Voorzitter

M. Turksma Secretaris

Handtekening

Handtekening

Gemeenschappelijke Regeling Stark Europaweg 30, 7903 TM Hoogeveen Telefoon 0528 29 48 11

www.wijzijnstark.nl

01

INHOUD Voorwoord

3

2. Organisatie

4

2.1 Missie en visie

5

2.2 Organisatieschema

5

3. Beleidsbegroting 3.1 Beleidsplan en beleidsindicatoren

6 7

3.1.1 Algemeen

7

3.1.2 WSW en Participatie- Beschut werk

8

3.1.2 Participatie- Trajecten en Bedrijfsvoering

9

3.2 Paragrafen

11

3.2.1 Weerstandscapaciteit en continuïteit

11

3.2.2 Risico's en bijzonderheden

12

3.2.3 Benodigd weerstandsvermogen

14

3.2.4 Kengetallen

14

3.2.5 Investeringen met een economisch nut

15

3.2.6 Financiering

15

3.2.7 Onderhoud kapitaalgoederen

16

3.2.8 Wet open overheid

16

3.2.9 Verbonden partijen

16

4. Financiële begroting

17

4.1 Uitgangspunten voor de begroting

18

4.2 Overzicht van baten en lasten 2026

19

4.2.1 Toelichting vooraf

19

4.2.2 Overzicht van baten en lasten

20

4.3 Meerjarenbegroting 2025-2028 5. Bijlagen

25 26

5.1 Meerjarenbegroting na gemeentelijke bijdrage

27

5.2 Geprognosticeerde balans en verloop

29

bestemmingsreserve impulsgelden 5.3 Gemeentelijke omzet en quasi-inbesteding 2026-2029

29

5.4 Overzicht gemeentelijke en rijksbijdrage 2026-2029

30

5.5 Verdeling taakvelden

31

VOORWOORD Voor u ligt de begroting 2027 van Stark met een meerjarenraming tot en met 2030. We begroten realistisch en houden rekening met de wet- en regelgeving, zoals het BBV, richtlijnen van de provincie en actuele ontwikkelingen in de branche alsmede het nieuwe regeerakkoord “Aan de slag”. Stark is een professioneel en modern sociaal ontwikkelbedrijf. Dat zijn wij voor onze medewerkers, de gemeenten en voor het bedrijfsleven. In deze begroting leggen wij u de financiële situatie uit voor 2027 en de jaren erna. Als bedrijf creëren wij sociale waarde door mensen kansen te bieden om te leren en te werken. Daarmee dragen we niet alleen bij aan persoonlijke ontwikkeling en inclusie, maar helpen we ook andere bedrijven om maatschappelijk verantwoord te ondernemen. Wij werken doelgericht en zetten ons in voor omzetoptimalisatie en kostenbesparing waar het mogelijk is. In deze begroting is rekening gehouden met de toekomstvisie voor Stark. De kosten hiervoor worden deels gedekt vanuit de bestemmingsreserve die is ontstaan vanuit het Impulsbudget Sociale Infrastructuur en de Rijksbijdrage Sociale Infrastructuur. De begroting voor 2027 laat een negatief resultaat zien voor gemeentelijke bijdrage van € 1.133.000. Met een gemeentelijke bijdrage van € 1.133.000 verwachten we geen onttrekking nodig te zijn uit de algemene reserve.

Hoogeveen, 20 maart 2026

R. Houthooft, directeur

03

ORGANISATIE

2. ORGANISATIE 2.1 Missie en visie Wij versterken mens én organisatie door professionele en maatschappelijk waardevolle ondersteuning, met de mens als vertrekpunt en vooruitgang als doel. Wij zien waarde in mens en werk. Door mensen en organisaties te verbinden, creëren we duurzame groei en ontwikkeling in onze regio. Onze aanpak zorgt voor wederzijdse versterking: medewerkers worden bekwaam en toekomstbestendig, terwijl we bedrijven ondersteunen in het aantrekken van authentiek en divers talent. Zo creëren we samen duurzame werkgelegenheid. Dat is de kracht van Samen Stark. Stark heeft brede kennis van de arbeidsmarkt en is de verbinder tussen bedrijfsleven en medewerkers in gezamenlijkheid met overheid en opleidingsinstituten.

2.2 Organisatieschema In onderstaand schema is onze organisatiestructuur weergegeven.

ORGANIGRAM STARK Directie Secretariaat Communicatie

Finance/BC

Binnenbedrijven

Finance

Logistiek

Salarisadministratie

Assemblage

ICT

Facilitair

Inkoop

Horeca

OR HR-advies

Arbeidsontwikkeling Detachering

Groen

HR-administratie

Midden-Drenthe

Detachering

Schoonhoven

Trajecten

Tuinaanleg en onderhoud

Schoonmaak

www.wijzijnstark.nl

05

BELEIDSBEGROTING

3. BELEIDSBEGROTING Stark, het sociaal ontwikkelbedrijf van en voor de inwoners van de gemeenten Hoogeveen, Midden-Drenthe en De Wolden, geeft uitvoering aan de opdrachten van deze gemeenten zoals deze zijn vastgelegd in het Bedrijfsplan. In dit hoofdstuk nemen we u mee in de plannen voor 2027 met de daarbij behorende verplichte beleidsindicatoren. Dit hoofdstuk bevat eveneens de verplichte paragrafen vanuit de BBV.

3.1 BEDRIJFSPLAN EN BELEIDSINDICATOREN 3.1.1 Algemeen De gespreksnotitie in de voorjaarsoverleggen tussen de besturen van de gemeenschappelijke regelingen en de gemeenteraden, vormt het kader voor deze begroting, samen met de voorschriften vanuit de BBV. In de gespreksnotitie zijn de inhoudelijke kansen en uitdagingen van Stark opgenomen. In het regeerakkoord van het kabinet-Jetten I (2026–2030) – het akkoord “Aan de slag: bouwen aan een beter Nederland” wordt participatie vooral gekoppeld aan werk en meedoen in de samenleving. Samenvattend de belangrijkste lijnen over participatie: 1. Meer mensen laten deelnemen aan de arbeidsmarkt Het kabinet wil dat meer mensen werken of actief deelnemen aan de samenleving. Daarbij ligt de nadruk op: · het verhogen van arbeidsparticipatie · het activeren van mensen met een uitkering · betere begeleiding richting werk. 2. Hervorming van sociale zekerheid In het akkoord staan plannen om het stelsel van sociale zekerheid aan te passen zodat werken aantrekkelijker wordt: · prikkels om vanuit een uitkering te gaan werken · aanpassingen in uitkeringen en sociale regelingen · nadruk op eigen verantwoordelijkheid en activering. Dit moet volgens het kabinet zorgen dat mensen sneller participeren op de arbeidsmarkt.

07

3. Participatie van verschillende groepen Het regeerakkoord noemt ook specifieke groepen waarvan participatie moet worden vergroot, bijvoorbeeld: · nieuwkomers (participatie via werk en inburgering) · ouderen (langer actief blijven op de arbeidsmarkt) · mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. 4. Participatie in de samenleving Naast werk gaat participatie ook over meedoen in de maatschappij, zoals: · vrijwilligerswerk · onderwijs en ontwikkeling · betrokkenheid bij de samenleving. 5. Hoe wordt dit gefinancierd? In het regeerakkoord van het kabinet (het akkoord “Aan de slag”, 2026) worden maatregelen rond participatie en arbeid niet uit één aparte pot betaald. Ze worden vooral gefinancierd via aanpassingen in belastingen, sociale zekerheid en bezuinigingen binnen het stelsel van werk en inkomen.

3.1.2 WSW en Participatie – Beschut werk Vanuit onze visie streven we naar een zo optimaal mogelijke deelname aan de arbeidsmarkt voor iedereen. Als dat betekent voor onze SW medewerkers dat zij middels begeleid werken of een detacheringsplek bij een werkgever aan de slag kunnen of een plek krijgen bij ons op de binnen afdelingen, de groenvoorziening of bij onze staf afdelingen, is dat allemaal goed. We streven naar de passende plek en dit kan voor iedereen anders zijn. We kijken naar ieders talenten. In deze begroting 2027 gaan wij uit van de volgende aantallen medewerkers.

08

Het subsidieresultaat van Stark ziet er naar verwachting voor 2027 als volgt uit:

We ontvangen rijksbijdrage voor de kosten van de SW doelgroep en de gemeentelijke bijdrage ontvangen we voor de kosten van de beschutte werkplekken en de banenafspraak. Ook het collectief vervoer wordt gefinancierd uit de gemeentelijke bijdrage. Het subsidieresultaat beschut werken is negatief geraamd in 2027. Dit is in lijn met de begroting 2026 en de jaarrekening 2025. Het negatieve subsidieresultaat geldt branche breed. Zowel bij de personeelskosten beschut werken als bij de gemeentelijke bijdrage beschut werken houden we rekening met een loon- en prijscompensatie van 2% en een groei van het aantal plaatsen voor beschut werk van 15 medewerkers in 2025. Banenafspraak Het subsidieresultaat banenafspraak is negatief geraamd in 2027. Dit is in lijn met de begroting 2026 en de jaarrekening 2025. Vanuit het visietraject zijn er 20 BAB Overbrugbanen begroot voor 2027. Dit heeft een negatief effect op het resultaat, aangezien een BAB Overbrugbaan een negatief subsidieresultaat kent. 3.1.2 Participatie – Trajecten en Bedrijfsvoering Trajecten Ook onze trajectdeelnemers proberen we door middel van diverse tools te ondersteunen om een weg (terug) te laten vinden naar werk. Het doel van deze trajecten is dat er werknemersvaardigheden opgebouwd worden, waardoor de deelnemers kunnen uitstromen naar regulier werk.

Nadat het traject is afgerond, kunnen de gemeenten de deelnemers plaatsen op de arbeidsmarkt. Bij voorkeur direct aansluitend aan het traject. Daarom is het van groot belang dat de samenwerking tussen de gemeenten en Stark goed verloopt. In onderstaand overzicht worden de verwachte aantallen trajecten per deelnemende gemeente weergegeven.

09

Bedrijfsvoering Stark heeft te maken met CAO stijgingen voor de medewerkers. Dit heeft zijn weerslag in de personeelskosten en de bedrijfskosten. Wij begroten realistische kosten en zetten ons in voor omzetoptimalisatie en kostenbesparing. Als we kijken naar de kosten en baten van onze bedrijfsvoering, ziet het bedrijfsresultaat er als volgt uit voor 2027.

Het bedrijfsresultaat geeft een indicatie of wij in staat zijn om de begeleidingskosten en overheadlasten te dragen door de brutomarge, zonder een subsidiebijdrage. Het verwachte resultaat voor 2027 is positiever dan de beleidsbegroting 2026. Het verwachte resultaat over 2027 is beter dan de realisatie over 2025. De stijging van de netto toegevoegde waarde per uur in 2025 verwachten we in 2027 verder door te zetten. Het efficiënter werken volgens het lean-principe heeft al zijn vruchten afgeworpen en verdere optimalisatie is haalbaar. Speerpunt blijft de ontwikkeling van onze medewerkers, die door optimalisatie en waar mogelijk automatisering kansen krijgen voor een ander type werkzaamheden. De detacheringsomzet groeit licht door een stijging van de tarieven en de instroom van BAB overbrugbanen. De uitstroom van de SW populatie blijft hier een uitdaging. We blijven hierbij zoeken naar de talenten van medewerkers en de mogelijkheden in het bedrijfsleven, bijvoorbeeld voor (de uitbreiding van) werkplekken op locatie. Nieuwe instroom vanuit de deelnemende gemeenten is gewenst om deze omzet te behalen. Hieronder vallen ook de BAB overbrugbanen. Als organisatie richten we er ons op om zo kostenefficiënt als mogelijk te werken. De kosten van het begeleidend personeel zijn het grootste deel van onze kosten.

Hierin blijft het bewegen tussen een optimale bezetting qua kosten aan de ene kant en de juiste begeleiding voor de ontwikkeling en productiviteit van onze medewerkers. De stijging in de kosten wordt met name veroorzaakt door CAO stijgingen en door het aantrekken van personeel voor de invulling van het visietraject.

10

3.2 PARAGRAFEN In dit hoofdstuk zijn de verplichte paragrafen opgenomen volgens de artikelen 9 en 26 van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV). 3.2.1 Weerstandscapaciteit en continuïteit De weerstandscapaciteit van Stark bestaat uit een algemene bedrijfsreserve. In onderstaande tabel wordt het verloop van deze reserve weergegeven.

Onze algemene reserve zetten we in om risico’s en incidentele uitgaven op te kunnen vangen. Hierover meer in de paragraaf 3.2.2 Risico’s en bijzonderheden en 3.2.3 Benodigd weerstandsvermogen. Indien de algemene reserve is uitgeput worden op grond van de Gemeenschappelijke Regeling Stark de tekorten van Stark gedekt door de deelnemende gemeenten. De deelnemende gemeenten zijn verantwoordelijk voor de continuïteit. Daarmee is de continuïteit van de organisatie gewaarborgd. De bestemde reserve welke in 2021 is gevormd, diende ter dekking van voorziene eenmalige kosten welke anders de gemeentelijke bijdrage in de exploitatie zou verhogen. De voorziene kosten in de bestemde reserve bestaan uit incidentele kosten voor de nieuwbouw, niet zijnde kapitaallasten, voor bijvoorbeeld adviseurs, projectmanagement en verhuiskosten (€ 401.000). In 2024 is de nieuwe huisvesting opgeleverd. De bestemmingsreserve wordt afgebouwd in hetzelfde tempo als de afschrijving op de nieuwbouw (40 jaar). Naast deze bestemmingsreserve is er een bestemmingsreserve voor de impulsgelden.

11

3.2.2 Risico’s en bijzonderheden In deze paragraaf bespreken we de risicoanalyse. Er kunnen algemene risico’s zijn, waar iedere organisatie mee te maken krijgt, risico’s welke af te dekken zijn door verzekeringen, risico’s waar beheersmaatregelen voor te treffen zijn en risico’s waarop de organisatie geen invloed heeft. Ook is niet aan ieder risico direct een waarde te koppelen. Een risico betekent niet dat het ook gaat gebeuren. Bij een risico waar enigszins een waarde aan te koppelen is, is het risicobedrag: kans x effect/impact. In onderstaande tabel is deze berekening weergegeven.

Personeelskosten begeleidend personeel De invulling van het visietraject vraagt extra begeleidend personeel. Het is nog niet exact duidelijk op het moment van schrijven welke functies op welk moment vervuld zullen worden. Er is daarom een inschatting gemaakt om deze kosten zo realistisch mogelijk in te schatten, samen met het MT en de kwartiermaker. Echter kunnen de werkelijke kosten afwijken, zowel in positieve als negatieve zin. Daarnaast worden de impulsgelden/rijksbijdrage sociale infrastructuur t/m 2029 jaarlijks gebruikt om een deel van de extra kosten voor begeleidend personeel op te vangen. Vanaf 2029 is deze voorziening leeg, en zullen de kosten door de exploitatie opgevangen moeten worden.Er zijn na 2030 ook gelden beschikbaar, maar deze zijn nog niet aan Stark toegekend in de collegebesluiten. Personeelskosten regeling nieuw beschut De regeling nieuw beschut is een doelgroep met een negatief subsidieresultaat. Extra instroom zal er daardoor voor zorgen dat het resultaat negatief beïnvloed wordt. Dit kan versterkt worden door een grotere uitstroom binnen de SW-populatie dan is begroot, door bijvoorbeeld arbeidsongeschiktheid of overlijden. Ziekteverzuim Het ziekteverzuim binnen Stark is hoog. Hoewel het ziekteverzuim in 2025 gedaald is, blijft het verzuim net iets hoger dan het landelijk gemiddelde.

Met de komst van de nieuwe Arbodienstverlener begin 2026 hopen we hierin nog een stap te maken, maar het hoge verzuim blijft kosten en verlies van productieve uren met zich meebrengen.

12

BAB Overbrugbanen Een van de pijlers van het visietraject is het in dienst nemen van medewerkers die onder de ‘BAB overbrugbanen’ vallen. Deze mensen neemt Stark aan tegen loonwaarde. Aangezien de opbrengsten per uur voor de binnenlocatie niet opwegen tegen de nog resterende loonkosten, gaat dit een negatief resultaat brengen. We hebben rekening gehouden met 20 op fulltime basis. Zodra dit er meer worden, zal het verlies toenemen, zodra het onder dit aantal blijft kan het verlies meevallen. Dit betekent een hogere of lagere onttrekking uit de voorziening. Daarnaast is in de huidige omzet van de assemblage en detachering rekening gehouden met de groei van de BAB overbrugbanen. Zodra deze groei niet gerealiseerd wordt, kan dat een effect hebben op de omzet. Cyberrisico Stark is voor haar werkzaamheden steeds meer afhankelijk van digitale systemen. Daardoor nemen ook de cyberrisico’s toe, zoals verstoring van systemen, datalekken of uitval van dienstverlening. Dit kan gevolgen hebben voor de continuïteit van het werk en het vertrouwen van onze samenwerkingspartners. Stark blijft aandacht houden voor informatiebeveiliging, privacy en bewust omgaan met digitale risico’s. Cyberrisico’s worden meegenomen in het risicomanagement en waar nodig in beleidskeuzes.

Ook worden er trainingen gegeven aan medewerkers om het bewustzijn te vergroten en wordt er bij de selectie van onze ICT-partners zorgvuldig uitgevraagd hoe zij Stark begeleiden in het beheersen van de risico’s. Vervoerskosten Het kan zijn dat als de diesel en benzineprijzen zo hoog blijven vanwege de situatie in het Midden-Oosten, dat de indexering op de vervoerskosten hoger is dan 3%. De kosten belasten wij door aan de gemeente en heeft voor Stark geen effect op het resultaat, maar is wel een risico voor de deelnemende gemeentes. Daarnaast zouden ook onze kosten voor machines in het Groen en energiekosten hoger kunnen worden. Hiervoor is op dit moment nog geen risico inschatting gemaakt. Regeling compensatie transitievergoeding Het vervallen van de compensatieregeling per 1-7-2026 vergroot het financiële risico voor Stark aanzienlijk. Transitievergoedingen bij beëindiging na langdurige arbeidsongeschiktheid komen dan volledig ten laste van Stark, zoals nu al gebeurt in situaties waarin UWV niet compenseert wanneer het dienstverband binnen 104 weken wordt beëindigd. Dit leidt tot hogere en minder voorspelbare personeelslasten, met mogelijk substantiële impact op de exploitatie, zeker gezien het aantal medewerkers met langdurige ziekte binnen de SW‑doelgroep.

Aangezien deze afschaffing momenteel ter discussie staat is hier nog geen voorziening voor gevormd, maar wordt dit wel als risico gezien.

13

3.2.3 Benodigd weerstandsvermogen De algemene reserve per 1 januari 2027 bedraagt € 2.204.000. Als we het risicobedrag afzetten als ratio van het beschikbaar vermogen, ziet dat er als volgt uit:

3.2.4 Kengetallen Onderstaande kengetallen zijn erop gericht om op eenvoudige wijze inzicht te geven in de financiële positie (en het verloop daarvan) van Stark.

Netto schuldquote en de netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. Deze quote is gedaald door de aflossing op de lening en de hogere verwachte baten. Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin Stark in staat is aan de financiële verplichtingen te voldoen. Onder de solvabiliteitsratio wordt verstaan het eigen vermogen als percentage van het totale balanstotaal. Deze is licht gestegen door het lagere balanstotaal. Structurele exploitatieruimte De structurele exploitatieruimte geeft inzicht in de mate waarin Stark financiële ruimte heeft om structurele kosten te dekken met structurele inkomsten. Deze ratio is negatief, doordat Stark een gemeentelijke bijdrage heeft om de structurele kosten te dekken.

14

3.2.5 Investeringen met een economisch nut De waardering van de materiële vaste activa is gebaseerd op de historische kostprijs of vervaardigingsprijs, verminderd met de afschrijvingen. 3.2.6 Financiering Op grond van de Wet Financiering Decentrale Overheden (wet Fido) wordt jaarlijks een treasuryparagraaf in de begroting toegevoegd. Het algemene beleid betreffende de uitvoering van de treasuryfunctie is neergelegd in het treasurystatuut. Het treasurybeleid is gericht op het minimaliseren van de financiële risico’s en binnen de geldende kaders een zo optimaal mogelijk rendement te behalen. Onderstaande tabel geeft de begrote omvang van de kasgeldlimiet weer.

De jaarlijkse verplichte aflossingen en de renteherzieningen mogen, conform de wet Fido, niet meer bedragen dan 20% van het begrotingstotaal. In onderstaande tabel is de berekening van de renterisiconorm weergegeven.

15

3.2.7 Onderhoud kapitaalgoederen In 2026 zal er een meerjarenonderhoudsplan worden opgesteld voor het pand aan de Europaweg. Er zal een voorziening worden gevormd voor het bekostigen van de onderhoudskosten uit dit plan. Deze voorziening mag namelijk conform BBV enkel gevormd worden wanneer er een recent meerjarenonderhoudsplan aanwezig is. Indien nodig, passen we het bedrag aan als dit uit het meerjarenonderhoudsplan komt. Met de huidige kennis schatten we in dat deze jaarlijkse dotatie aan de voorziening voldoende is om de komende 10 tot 20 jaar te kunnen investeren in groot onderhoud. 3.2.8 Wet open overheid In de Wet open overheid (Woo) wordt beoogd dat bestuursorganen zowel actief als op verzoek zoveel mogelijk informatie verstrekken. Stark verstrekt naast informatie op verzoek, ook actief informatie bijvoorbeeld in de vorm van de jaarstukken en besluiten van het bestuur. Deze informatie wordt gedeeld op de website van Stark. Er is een contactpersoon benoemd, waar informatieverzoeken kunnen worden gedaan. Informatie wordt op een gestructureerde manier bewaard binnen de organisatie. 3.2.9 Verbonden partijen Stark participeert in Stark Sales en Participation BV. (SSP BV). SSP BV is een moedermaatschappij van twee deelnemingen. In onderstaand overzicht zijn deze deelnemingen weergegeven. Stark-Flex BV en PVA BV zijn personeels-BV’s.

16

FINANCIËLE BEGROTING

4. FINANCIËLE BEGROTING De financiële begroting bestaat uit de baten en lasten van 2027 en een toelichting daarop. Daarnaast wordt er inzage gegeven in de meerjarenraming over de jaren 2028 tot en met 2030.

4.1 UITGANGSPUNTEN VOOR DEZE BEGROTING

Bij het opstellen van deze begroting zijn de volgende documenten als uitgangspunt genomen: de beleidsbegroting 2026 van Stark; de beheersbegroting 2026, zoals die op 21 januari 2026 in het bestuur is vastgesteld. Overige uitgangspunten in de begroting zijn: de verwachtingen voor 2027 op basis van de op dit moment bekende feiten en omstandigheden; het volume SW 2027 in arbeidsjaren (aja) wordt gebaseerd op de verwachte eindstand voor het jaar 2026, geen nieuwe instroom en een uitstroom van circa 3,4% tot 5,4% per jaar vanwege natuurlijk verloop; aantal plaatsingen beschut werk in het kader van de Participatiewet is gebaseerd op taakstellingen en prognoses van het rijk en is gelijk gehouden aan de mogelijke groei van 2026; de grondslag voor de bepaling van de rijksbijdrage Stark is de septembercirculaire van 2025. Het macrobudget SW uit de circulaire is gecorrigeerd met een LPOcompensatie van 3%. Dit betreft een schatting, de werkelijke rijksbijdrage volgt in de meicirculaire 2027; er is een inschatting gemaakt van een salarisverhoging SW, jaarlijks per 1 januari van 2%. Daarnaast is rekening gehouden met een krimp in aantal medewerkers van 3,4% tot 5,4% per jaar; de medewerkers beschut werk worden verloond vanuit Stark Flex BV en volgens de cao Aan de Slag, er is rekening gehouden met een salarisverhoging, jaarlijks per 1 januari van 2%.

de begeleidende medewerkers worden verloond vanuit PVA BV en volgens de cao WSGO, er is rekening gehouden met een salarisverhoging, jaarlijks per 1 januari van 2%; er wordt ingezet op stabilisatie van de detacheringsplekken en lichte groei van de omzet door tariefsaanpassingen, en een prijsindexatie van 3% per jaar; eenzelfde niveau in de gemeentelijke omzet trajecten Participatiewet ten opzichte van de trajectenomzet van de afgelopen jaren; gelijkblijvend niveau in de gemeentelijke groenomzet met een indexactie van 3% per jaar; een stijgende de omzet binnen afdelingen ten opzichte van de afgelopen jaren i.v.m. een toenemende netto toegevoegde waarde per uur van €5,00 in 2027 (Realisatie 2025: €3,60). Uiteindelijk moet deze doorstijgen naar €6,00 per uur in 2030; 20 BAB Overbrugbanen met een loonwaarde van 50%; 50 ingevulde dagdelen arbeidsmatige dagbesteding per week.

18

4.2 OVERZICHT VAN BATEN EN LASTEN 2027 4.2.1 Toelichting vooraf

Raamovereenkomst Stark De raamovereenkomst Stark 2019-2026 geeft aan dat de gemeentelijke bijdrage wordt samengesteld uit het exploitatietekort minus de verwachte rijksbijdrage gebaseerd op de taakstelling (het subsidieresultaat). Voor 2027 en verder zijn we uitgegaan van een gelijke systematiek. Voor de verdeling van het hiervoor genoemde exploitatietekort hanteert Stark een verdeling op basis van het aantal aja per gemeente. Deze verdeling wordt toegelicht in paragraaf 5.4. Weergave staat van baten en lasten De staat van baten en lasten in paragraaf 4.2.2. is opgesteld conform de richtlijnen uit de BBV. In bijlage 5.1 wordt de staat van baten en lasten 2027 inclusief de meerjarenraming weergegeven in een exploitatie- en subsidieresultaat, het resultaat na gemeentelijke bijdrage in de exploitatie en eventuele onttrekking aan de algemene bedrijfsreserve.

19

4.2.2 Overzicht van baten en lasten In onderstaand overzicht worden de baten en lasten van de beleidsbegroting 2027 in vergelijking met de beleidsbegroting 2026 en jaarrekening 2025 weergegeven. Het overzicht van baten en lasten is exclusief de gemeentelijke bijdrage in de exploitatie, en inclusief de kosten van het visietraject (€911.000, waarbij er €528.000 uit de voorziening wordt onttrokken). De realisatie 2025 is onder voorbehoud van de resultaatsbestemming richting de bestemmingsreserve (impulsgelden en rijksbijdrage sociale infrastructuur, en bestemmingsreserve nieuwbouw).

20

Toelichting op de begroting Brutomarge De brutomarge bestaat uit de bruto omzet verminderd met de inkoopwaarde van de omzet. In onderstaand overzicht wordt dit weergegeven.

Gemeentelijke omzet In onderstaand overzicht wordt de gemeentelijke omzet weergegeven.

21

De omzet van Stark komt voor een substantieel deel tot stand door opdrachten van de deelnemende gemeenten. De omzet van de deelnemende gemeenten zal naar verwachting over 2027 € 3.164.000 bedragen, een positieve afwijking ter hoogte van € 120.000 ten opzichte van de beleidsbegroting 2026. Met de huidige uitgangspunten in deze begroting is er voldoende ruimte om quasiinbesteding voor onze gemeenten bij Stark mogelijk te maken. De totale omzet vanuit gemeenten bestaat uit de rijksbijdrage, de gemeentelijke bijdrage voor beschut werken, BAB en collectief vervoer en de gemeentelijke omzet in de brutomarge.

Gemeentelijke bijdrage Beschut en vervoer In onderstaand overzicht worden de posten gemeentelijke bijdrage beschut werk, collectief vervoer en loonkostensubsidie banenafspraken weergegeven.

Rijksbijdrage In onderstaand overzicht wordt de rijksbijdrage weergegeven voor de SW doelgroep.

De rijksbijdrage van 2027 is bepaald op basis van de septembercirculaire 2025 gecorrigeerd met een ingeschatte loon- en prijscompensatie van 3,5%.

22

Personeelskosten begeleidend personeel In onderstaand overzicht worden de personeelskosten voor het begeleidend personeel weergegeven.

De stijging in personeelskosten ten opzichte van de voorgaande begroting is ontstaan door indexering van de loonkosten met 2% en toevoeging van personeel voor de invulling van het visietraject. Loonkosten SW en Beschut werken In onderstaand overzicht worden de personeelskosten SW en Beschut werken weergegeven.

In de loonkosten SW is voor 2027 rekening gehouden met een loonstijging van 2%. Daarnaast houden we rekening met 3,4-5,4% krimp in fte. Voor het begeleid werken houden we rekening met een kleine krimp in fte en een jaarlijkse prijsstijging in de loonkostensubsidie. Voor wat betreft het beschut werk verwachten we een jaarlijkse groei in het aantal werkplekken en houden we eveneens rekening met een loonstijging van 2%. De kosten van begeleid werken zijn hoger omdat hier de BAB overbrugbanen in zijn meegenomen. In alle overige kosten is rekening gehouden met krimp en prijsindexering.

23

Overige bedrijfskosten In onderstaand overzicht worden de overige bedrijfskosten weergegeven.

De afschrijvingskosten in 2027 zijn iets hoger vanwege extra investeringen in materieel voor groen. De huisvestingskosten zijn in lijn met de realisatie van 2025. De beleidsbegroting 2026 was te laag ingeschat: het pand was destijds net in gebruik genomen en kosten waren lastig in te schatten. Daarnaast is er een extra ruimte gehuurd voor de Groenafdeling. De indirecte productiekosten zijn in lijn met 2025, en lager dan 2026 door de lagere transportkosten (voorheen veel bewegingen tussen de locaties) en minder machinehuur. De beheerskosten zijn geïndexeerd ten opzichte van 2025 en zijn met name hoger doordat er in de beleidsbegroting 2026 geen kosten voor de accountant en kosten voor het uitbesteden van de salarisadministratie waren begroot. Ook bij de beheerskosten voeren wij zoveel als mogelijk een kostenoptimalisatie door. Er is rekening gehouden met prijsindexering van leveranciers van 3%.

24

4.3 MEERJARENBEGROTING 2027-2030 In onderstaand overzicht wordt de meerjarenbegroting weergegeven.

Toelichting op de meerjarenbegroting In de meerjarenbegroting zijn de volgende ontwikkelingen afwijkend van de meerjarenbegroting van voorgaand begrotingsjaar: In de personeelskosten van de CAO WSW en Aan de Slag is rekening gehouden met een geschatte loonstijging van 2%, bij de CAO Ambtenaren en WSGO met een stijging van 2%; In de bedrijfskosten is rekening gehouden met een geschatte prijsstijging voor de jaren 2027-2030 van 3% per jaar. In 2026 wordt er, conform de beheersbegroting, 479.000 euro onttrokken uit de voorziening impulsgelden, ten behoeve van het visietraject. In 2027-2029 is dit 528.000 euro per jaar. Eind 2029 is hiermee de voorziening leeg. Dit zorgt voor een stijging van de kosten voor begeleidend personeel. Daarnaast zal er meer begeleidend personeel moeten worden aangetrokken om uitstromend SW-personeel op diverse functies te vervangen. Conform het bestuursbesluit van 18 februari 2022 is er rekening gehouden met een dotatie aan een voorziening groot onderhoud ten behoeve van de nieuwbouw;

25

BIJLAGEN

5. BIJLAGEN 5.1 MEERJARENBEGROTING NA GEMEENTELIJKE BIJDRAGE EXPLOITATIE In onderstaand overzicht wordt de meerjarenbegroting uit paragraaf 4.3 weergegeven in een bedrijfsresultaat, exploitatieresultaat, subsidieresultaat en een resultaat na gemeentelijke bijdrage in de exploitatie en onttrekking uit de algemene bedrijfsreserve en bestemde reserve:

In onderstaand overzicht wordt de ontwikkeling van de brutomarge per categorie nader toegelicht.

27

Bij de binnen afdelingen is rekening gehouden met een stijging van de netto toegevoegde waarde per uur. De brutomarge stijgt hierdoor. De daling van het aantal medewerkers wordt opgevangen door opdrachten met deze hogere brutomarge en door meer efficiëntie in de werkzaamheden, en daarnaast de BAB Overbrugbanen.

Bij de groenvoorziening is rekening gehouden met een lichte inflatiegroei in de omzet per jaar. De detacheringsomzet groeit licht door een stijging van de tarieven en de instroom van BAB overbrugbanen. Wel hebben we te maken met een uitstroom van de SW populatie. Er is tevens rekening gehouden met een indexatie van 3%. Bij de trajecten is rekening gehouden met een gelijke omzet per jaar.

28

5.2 GEPROGNOSTICEERDE BALANS EN VERLOOP BESTEMMINGSRESERVE IMPULSGELDEN In onderstaand overzicht wordt de geprognosticeerde balans weergegeven:

Vanaf 2026 doteren we jaarlijks een bedrag aan de voorziening groot onderhoud. Daarnaast is er een voorziening voor spaarverlof waaraan jaarlijks gedoteerd wordt. In onderstaand overzicht wordt de geprognosticeerde bestemmingsreserve impulsgelden weergegeven:

De bestemmingsreserve wordt gevormd in 2025 en zal eind 2029 leeg zijn volgens bovenstaand overzicht. Het verloop vanaf 2029 en verder zal in de meerjarenbegroting 2028-2031 worden meegenomen.

5.3 GEMEENTELIJKE OMZET EN QUASIINBESTEDING 2026-2029 Zoals genoemd in de financiële toelichting op de gemeentelijke omzet is er voldoende ruimte om omzet voor derden uit te voeren. Onze gemeenten kunnen gebruik blijven maken van quasi-inbesteding bij Stark. De norm verhouding bedraagt 80% - 20%. In onderstaande tabel wordt weergegeven wat de verhouding is tussen de omzet vanuit gemeenten (inclusief de rijksbijdrage) ten opzichte van de omzet voor derden voor de komende jaren.

29

5.4 OVERZICHT GEMEENTELIJKE EN RIJKSBIJDRAGEN 2026-2029 Algemeen Het negatieve resultaat van de exploitatie van Stark wordt bijgedragen door de deelnemende gemeenten. De verdeling wordt bepaald aan de hand van het aantal Aja werkzaam bij Stark per gemeente. Er wordt een bonuskorting verrekend van 6% van de omzet die elke gemeente besteedt bij Stark. Bijdrage in exploitatie 2027 In onderstaand overzicht wordt de berekening van 2027 van de gemeentelijke bijdrage weergegeven.

Bijdrage in exploitatie meerjarenraming In onderstaand overzicht wordt de verdeling van de gemeentelijke bijdrage per jaar weergegeven.

30

5.5 VERDELING TAAKVELDEN Taakveld 0.4 Overhead De overheadkosten bestaan uit de kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. Het onderstaande overzicht laat een weergave zien van het taakveld 0.4 Overhead.

Bruto omzet De bruto omzet is een doorbelasting van de werkzaamheden en kosten van de ondersteunende afdelingen aan de deelnemingen. Personeelskosten begeleiding overhead De afdeling Middelen, waaronder Directie, Finance, HRM, ICT, Administratie, Inkoop en Huisvesting. Daarnaast de managers van de diverse leerwerkafdelingen en de manager Arbeidsontwikkeling & Detachering worden gerekend als overhead. Afschrijvingskosten Dit betreft de afschrijving van de middelen voor de ondersteunende afdelingen zoals inventaris, huisvesting en ICT middelen. Huisvestingskosten In totaal is 20% van de huisvesting ten behoeve van de overhead, hierbij is gekeken naar oppervlakte en naar kosten met betrekking tot de kantoren.

31

Indirecte productiekosten Alle directe en indirecte productiekosten zijn ten behoeve van het primaire proces en vallen niet onder het taakveld Overhead. Beheerskosten Alle beheerskosten komen ten laste van de overhead. Dit betreft o.a. reclame en communicatie, telefonie, abonnementen en kosten voor automatisering. Financiële lasten De financiële lasten hebben betrekking op de financiering van de huisvesting. Van deze lasten wordt 20% toegerekend aan de overhead.

32

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16984448/1