CConstaterende datDe Wolden
Koppel je AI →
Document · PDF

Buitengebied, deelplan Westerveldseweg 15, Zuidwolde_ontwerp_1.pdf

Gemeenteraad 22 december 2022, gemeente De WoldenBij agendapunt: Bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Westerveldseweg 15, Zuidwolde25.872 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

BESTEMMINGSPLAN BUITENGEBIED, DEELPLAN WESTERVELDSEWEG 15, ZUIDWOLDE

GEMEENTE DE WOLDEN ONTWERP PLAN

BESTEMMINGSPLAN BUITENGEBIED, DEELPLAN WESTERVELDSEWEG 15, ZUIDWOLDE GEMEENTE DE WOLDEN ONTWERP PLAN

Identificatienummer NL.IMRO.1690.2021BP1002010-ON01 Datum 17-8-2022 Buitengebied, deelplan Westerveldseweg 15, Zuidwolde

Buitengebied, deelplan Westerveldseweg 15, Zuidwolde

bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Westerveldseweg 15, Zuidwolde (ontwerp)

Inhoudsopgave

Toelichting

5

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Opgave bestemmingsplan 1.3 Opbouw toelichting

7 7 7 7

Hoofdstuk 2 Huidige situatie 2.1 Plangebied 2.2 Vigerend recht 2.3 Ruimtelijke en functionele structuur plangebied 2.4 Beoogd plan 2.5 Landschappelijke inpassing en beeldkwaliteit

9 9 11 11 11 12

Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Gemeentelijk beleid

17 17 18 23

Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten 4.1 Bodem 4.2 Archeologie en cultuurhistorie 4.3 Water 4.4 Natuur en ecologie 4.5 Geluid 4.6 Milieuzonering bedrijven 4.7 Milieueffectrapportage (MER) 4.8 Luchtkwaliteit 4.9 Externe veiligheid 4.10 Verkeer en vervoer 4.11 Duurzaamheid

25 25 27 28 31 34 35 37 38 38 42 42

Hoofdstuk 5 Planbeschrijving 5.1 Juridisch systeem 5.2 Regels 5.3 Verklaring van de bestemmingen

45 45 45 45

Hoofdstuk 6 Handhaving 6.1 Algemeen 6.2 Beleidskeuzen

47 47 47

Hoofdstuk 7 Uitvoerbaarheid 7.1 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 7.2 Economische uitvoerbaarheid

49 49 49

Regels

51

Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

Inleidende regels Begrippen Wijze van meten

53 53 60

Hoofdstuk 2 Artikel 3

Bestemmingsregels Agrarisch met waarden

61 61

2

bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Westerveldseweg 15, Zuidwolde (ontwerp)

Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7

Groen Tuin Wonen Waarde - Archeologie 1

64 65 67 71

Hoofdstuk 3 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11

Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Overige regels

73 73 74 75 77

Hoofdstuk 4 Artikel 12 Artikel 13

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

79 79 80

Bijlagen bij toelichting

81

Bijlage 1

Bodemonderzoek

82

Bijlage 2

Watertoets

177

Bijlage 3

Quickscan flora en fauna

180

Bijlage 4

Aanvullend advies externe veiligheid

207

Bijlagen bij regels

215

Bijlage 1

Lijst toelaatbare beroepen en vormen van bedrijvigheid bij wonen

216

Bijlage 2

Ruimtelijk kwaliteitsplan

218

Bijlage 3

Staat van bedrijven

242

3

bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Westerveldseweg 15, Zuidwolde (ontwerp)

4

bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Westerveldseweg 15, Zuidwolde (ontwerp)

Toelichting

5

bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Westerveldseweg 15, Zuidwolde (ontwerp)

6

bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Westerveldseweg 15, Zuidwolde (ontwerp)

Hoofdstuk 1

1.1

Inleiding

Aanleiding

Voorliggend bestemmingsplan heeft betrekking op een project ‘Ruimte voor Ruimte’ waarbij ter compensatie van de sloop van voormalige agrarische bedrijfsbebouwing (ter grootte van circa 6700 m2) op het perceel Westerveldseweg 15 te Zuidwolde in totaliteit 3 compensatiewoningen teruggebouwd gaan worden op dit voormalige agrarische bedrijfsperceel te Zuidwolde. Ten behoeve van de gewenste en noodzakelijke landschappelijke inpassing is een inpassingsplan opgesteld.

1.2

Opgave bestemmingsplan

Dit bestemmingsplan dient goed aan te sluiten bij de ruimtelijk-functionele gewenste invulling voor dit plangebied.

1.3

Opbouw toelichting

Het bestemmingsplan “Bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Westerveldseweg 15, Zuidwolde” bestaat uit de volgende stukken: verbeelding (NL.IMRO.1690.2021BP1002010-ON01 schaal 1:1.000) en een renvooi; regels. Op de verbeelding is de bestemming van het terrein aangegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting geeft een duidelijk beeld van het bestemmingsplan en van de daaraan ten grondslag liggende gedachten, maar maakt geen deel uit van het bestemmingsplan. Achtereenvolgens komen na deze inleiding (hoofdstuk 1) de volgende onderwerpen aan bod: hoofdstuk 2 beschrijft de bestaande situatie en benoemt de huidige planologische regels; hoofdstuk 3 bevat het beleidskader met relevant rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid; hoofdstuk 4 geeft de gewenste ontwikkeling en de planuitgangspunten weer; hoofdstuk 5 gaat in op de randvoorwaarden en belemmeringen vanuit omgevings- en milieuaspecten, zoals bodem, geluid, luchtkwaliteit, wateraspecten, etc.; hoofdstuk 6 gaat in op de planologische regels en de daarbij behorende verbeelding; hoofdstuk 7 gaat in op de handhaafbaarheid van het bestemmingsplan; hoofdstuk 8 gaat in op de maatschappelijke en financiële uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

7

bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Westerveldseweg 15, Zuidwolde (ontwerp)

8

bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Westerveldseweg 15, Zuidwolde (ontwerp)

Hoofdstuk 2

2.1

Huidige situatie

Plangebied

Het perceel bevindt zich op een afstand van circa 750 meter ten westen van het dorp Zuidwolde in het buitengebied/landelijk gebied. Het gebied rondom het plangebied kenmerkt zich door een strooiing van woonbestemmingen en agrarische bestemmingen langs de wegen maar ook ‘van de wegen af’. De gronden zijn voornamelijk agrarisch in gebruik.

9

bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Westerveldseweg 15, Zuidwolde (ontwerp)

10

bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Westerveldseweg 15, Zuidwolde (ontwerp)

2.2

Vigerend recht

Onderstaand een weergave van de verbeelding van de geldende Beheersverordening Buitengebied, zoals deze is vastgesteld op 28 februari 2019.

Binnen deze beheersverordening zijn de gronden bestemd als ‘Agrarisch met waarden’ en nader voorzien van de aanduiding ‘intensieve veehouderij’ met een bijbehorend bouwvlak. Tevens zijn de gronden voorzien van de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie’. De geldende agrarische bestemming is primair bedoeld voor het kunnen uitoefenen van een agrarisch bedrijf, waarbij hier specifiek ook een ‘intensieve veehouderij’ is toegestaan. De bouw van de gewenste 3 compensatiewoningen is als zodanig in strijd met de geldende beheersverordening.

2.3

Ruimtelijke en functionele structuur plangebied

Het perceel betreft een voormalige nertsenfokkerij waarvan de 11 stallen al ruim een jaar leeg staan. De stallen zijn opgetrokken uit damwandplaten en hebben golfplaten daken. Ze hebben een open structuur, d.w.z. er is geen sprake van deuren of een totaal afgesloten geheel. In een aantal stallen zijn nog nertsenkooien aanwezig. De omgeving rond de stallen is bestraat of anderszins verhard of voorzien van een grasveld. Het totale terrein wordt omsloten door bomenrijen. Voornamelijk berken. Naast de voormalige nertsenstallen is er ook een oude schuur aanwezig. Deze schuur is in gebruik als opslagplaats, stalling en werkplaats. De schuur is opgetrokken uit baksteen en heeft een golfplaten dak. Het geheel is gelegen in het landelijke en agrarische buitengebied ten westen van Zuidwolde.

2.4

Beoogd plan

Na de sloop van de voormalige agrarische bedrijfsgebouwen ontstaat er ruimte voor een herontwikkeling van het voormalige agrarische bedrijfsperceel. Het is de bedoeling dat er 3 nieuwe compensatiewoningen worden gebouwd die op een gedegen wijze landschappelijk worden ingepast. De woningen worden uiteraard gasloos gebouwd, zodat er optimaal wordt ingezet op duurzaamheid en energiezuinigheid. Daar waar het kan zullen de woningen worden voorzien van zonnepanelen om zodoende nog duurzamer te zijn. Er is sprake van een forse kwaliteitsverbetering voor de omringende leefomgeving omdat de planologische rechten voor een intensief agrarisch bedrijf (zoals een pelsdierenfokkerij) met alle voormalige bedrijfsgebouwen gaan verdwijnen en het project zorgvuldig landschappelijk wordt ingepast.

11

bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Westerveldseweg 15, Zuidwolde (ontwerp)

2.5

Landschappelijke inpassing en beeldkwaliteit

Als gevolg van bedrijfsbeëindiging gaat de initiatiefnemer de agrarische 6.674 m2 opstallen slopen en kunnen drie nieuwbouwwoningen ten westen van de bestaande woning worden gebouwd. De landschappelijke inpassing is zowel uitgewerkt voor de compensatiewoning als voor het bestaande, te handhaven erf aan de Westerveldseweg. De ontwikkeling kan onder meer worden gerealiseerd op voorwaarde dat de ruimtelijke kwaliteit wordt versterkt. Dit betekent dat landschappelijke maatregelen dienen te worden genomen om de ruimtelijke kwaliteit op het perceel te versterken. Het Landschappelijk Ontwikkelingskader is hiervoor uitgangspunt geweest. Het doel is te komen tot de juridische en beleidsmatige medewerking voor ontwikkeling van het terrein. De bestaande en cultuurhistorische landschappelijke kwaliteiten spelen een belangrijke rol in de uitstraling en uitdraging van de karakteristiek van het gebied. De gemeente streeft in haar beleid naar compacte erven met een goede landschappelijke inpassing. Hierbij wordt gedacht aan een goede ordening van de gebouwen, een goede functionele inrichting en een logische ontsluiting van het erf. Ook een goed beeld van de toekomstig landschappelijke situatie, vooral vanuit de openbare ruimte gezien, is hierbij belangrijk.

In het door Buro Stad en Land opgestelde landschappelijk inpassingsplan is bovenstaande streven verwerkt waarbij de volgende aspecten zijn voorzien: 1. Waardering voor de historische structuur van het landschap; 2. Goede vorm, grootte en ordening van de gebouwen in verhouding tot het landschap; 3. Goede erfinrichting (plaats van de gebouwen, bomen en structuurgroen op het erf en in de omgeving); 4. Goede ontsluiting van het erf; 5. De ontwikkeling gericht op de toekomst en passend binnen voorziene ontwikkelingen; 6. Goede ruimtelijke ordening in verhouding tot de aanwezige woningen in de directe omgeving; 7. Voldoende afstand tussen de ontwikkeling en andere ruimtelijke elementen; 8. Duurzame ontwikkeling waar mogelijk. Voor een uitvoerige analyse van het landschap en de totstandkoming van het plan wordt dan ook verwezen naar de bijlage ‘Landschappelijke inpassing en beeldkwaliteit Het Westerveld’. Op de hierna weergegeven figuur is het eindbeeld van de nieuwe invulling van het plangebied zichtbaar. Door middel van een zogeheten ‘voorwaardelijke verplichting’ is zorggedragen voor een directe en juridische koppeling tussen bestemmingsplan en inpassingsplan, zodat ook de uitvoering daarvan geborgd is.

12

bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Westerveldseweg 15, Zuidwolde (ontwerp)

Er wordt gedacht aan een modern boerenerf. Een belangrijk doel van dit plan is de ruimtelijke, functionele relatie met de omgeving te versterken. Het erf met (toekomstige) bouwvormen en opstallen zou op een diffuse wijze over moet gaan in het landschap en overeenkomstig de erven en bebouwing langs de Westerveldseweg. Vanwege verruimde bouwmogelijkheden is het van belang dat het boerenerf een landschappelijke kwaliteitsslag maakt. Door landschapselementen als houtwallen, boomgaard, hagen en solitairen terug te brengen wordt de ontwikkeling landschappelijk verankerd. De kleinschaligheid die hier kenmerkend was, wordt teruggebracht Beplanting moet inheems en streekeigen zijn. De ruimtelijke kenmerken van het landschap vormen belangrijke uitgangspunten voor het uitwerken van het plan. De erfinrichting is bovenal sober, beperkt. Infrastructuur is weinig opvallend en dient aan te sluiten bij het agrarische karakter. Doel is te komen tot een plan waarbij 3 bouwlocaties optisch één erfensemble gaan vormen, gebaseerd op het principe van het knooperfconcept met één hoofdontsluiting. Er dient in de ervaring sprake te zijn drie schuurwoningen die samen één ruimtelijke eenheid vormen en architectonisch een grote samenhang vertonen. Het erfinrichtingsplan betreft het gehele nieuwe erf. Het bestaande en nieuwe erf heeft een regelmatige blokvormige kavelvorm.

De nokrichtingen van gebouwen zijn haaks geprojecteerd op de ontsluitingsweg. Bijgebouwen zijn inpandig geïntegreerd in de woningen. Uitgangspunten bij de planuitwerking zijn: Compacte situering van gebouwen; Meest aan de straat gelegen woning minimaal 10 minimaal achter voorgevelrooilijn bestaande boerderij. Afscherming van volumes met groen aan achterzijde niet gewenst. Tussen bestaande en nieuwe kavels en langs de westzijde wordt een stevige lijnvormige groenstructuur voorzien waarmee de opstrekkende verkaveling wordt benadrukt en gewenste privacy wordt verkregen (daarin is een tweetal zichtvensters voorzien). Behoud en versterking van het (groene) straatprofiel, tuin en terreininrichting versterken de beleving van het lint langs de ontsluitingsweg. Bouwvolumes zijn eenvoudig vormgegeven, het dak vormt het beeldbepalende element.

13

bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Westerveldseweg 15, Zuidwolde (ontwerp)

Alle gevels richting de openbare ruimte zijn representatief. Parkeren buiten wordt aan het zicht onttrokken door plaatsen te voorzien tussen/achter de woningen en middels hagen op de erfgrenzen. De architectuur is afgestemd op de bebouwing in de omgeving met een eenvoudige, rechthoekige hoofdvormen met zadeldak. De detaillering, en het kleur- en materiaalgebruik zijn sober, ingetogen. (donkere tinten, niet glimmend). Architectuur Alle woningen Voor de drie gebouwen wordt een eenduidige hoofdvorm en volume voorgesteld, waarbij de meest oostelijke woning (woning 1) groter mag zijn. Het totale bouwvolume is voor het woongedeelte maximaal 825 m3 of inclusief inpandig bijgebouw maximaal 1250 m3. Uitbouwen buiten het hoofdvolume om, is niet toegestaan. De totaal-oppervlakte van woning 1moet voldoen aan de afmeting 22,5 x 10 m., de twee overige woningen 18 x 10 m. Kenmerken: eenvoudige rechthoekige basisvorm dak als beeldbepalend element, symmetrisch, zadeldak één beperkte uitbouw aan de langgevel binnenzijde, erfzijde is mogelijk bijgebouwen zijn inpandig geïntegreerd in de woningen dakvoet zo laag mogelijk houden om aan te sluiten bij de boerderijtypologie van de bestaande woning (omgezet dak met lage goot bijvoorbeeld). doorbreking van de dakvoetlijn aan de binnenzijde (erfzijde) is mogelijk indien ondergeschikt en voldoende dakvoetlijn overblijft.

de toegepaste gevelopeningen moeten refereren aan het karakter van een schuur. Materialisatie schuurwoningen De schuurwoningen kennen een sobere materialisering en detaillering en zijn in dezelfde sfeer uitgewerkt. de schuurwoningen zijn in belangrijke mate uniform met een gelijkwaardige architectuur, materialisering en kleurstelling (geen hout naturel, maar scala aan herfstkleuren, herfstkleurige steen of zwart potdekselwerk). sober en robuust gedetailleerd. dakbedekking dakpannen, vlakke plaat of golfplaat (dus geen stalen dakpanplaat) of zink. geen windveren of daklijst; eventueel een aanvallend dak achter geen dakkapellen toepassen geen schoorstenen op de daken, of het moeten schoorstenen zijn in ondergeschikte vorm, bijvoorbeeld refererend aan streekeigen bijgebouwen of schuren, of aan luchtafvoeren (kunststof zwarte ronde pijpen) gevel herfstkleurige steen of zwart potdekselwerk (of combinaties) ruimte tussen beide schuurwoningen mogelijk als kapschuur (iets naar binnen liggend) uitvoeren, zodat hier direct bergingen, overdekte parkeerplaatsen en opslag ondergebracht worden. Onderstaand enkele referentiebeelden van de schuurwoningen.

14

bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Westerveldseweg 15, Zuidwolde (ontwerp)

15

bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Westerveldseweg 15, Zuidwolde (ontwerp)

Erfinrichting Een belangrijk doel van dit kwaliteitsplan is dat het erf aansluit bij de karakteristieken van de omgeving. De kenmerken van dit landschap worden gevormd door de regelmatige kavelvorm, de diversiteit in architectuur (omgeving) en een relatief open tot halfopen gebied. De gewenste ontwikkeling wordt als zodanig hier ingepast. Om opstallen een ruimtelijke eenheid te laten vormen worden erfgrenzen sterker benadrukt in de vorm van brede, lijnvormige beplantingsvormen. Hiermee wordt tevens de visuele invloed op de omgeving beperkt. verwijderen van laurierkershaag aan zuidzijde behoud van bestaand structuurgroen aan noordzijde aanleg van twee gesloten, brede bossingels (voetmaat min. 6 m. breedte met een kroonprojectie tot 10 m. breedte) op erfgrens en als begrenzing weilandje westzijde van boom- en struikvormers (inheems bosplantsoen) eventueel zichtvensters in westelijke singel max 10 m. breed geen schuttingen, in zichtvensters eventueel streekeigen landhekken hoogstamboomgaard met appel, peer of kers gebruik van streekeigen/inheems plantmateriaal overeenkomstig de landschappelijke kenmerken met o.a. zomereik, walnoot, linde, zwarte els, ruwe berk, scherpe hulst, meidoorn, sleedoorn, hazelaar etc. hagen op erfgrenzen inheems, woning 1 beuk, woning 2 en 3 meer landelijk veldesdoorn of meidoorn.

scheiding tussen kavels schuurwoningen westzijde middels Drents landhek (eiken/kastanje) rond woningen en in tussengebied gebakken verharding in natuurlijke kleuren, herfstkleuren, aardetinten, halfverharding toegangsweg sober, als landweg, max 3.00 m verhard met passeerstrook van bijv. grasbetontegels (2x 60 cm) of keitjes. Uiteindelijk leiden al deze uitgangspunten tot onderstaande inpassing. Omwille van de leesbaarheid wordt tevens verwezen naar de bijlagen van de regels, waar de tekeningen op ware grootte zichtbaar zijn. Door middel van een voorwaardelijke verplichting is de uitvoering van het inpassingsplan ook geborgd.

16

bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Westerveldseweg 15, Zuidwolde (ontwerp)

Hoofdstuk 3

Beleidskader

3.1

Rijksbeleid

3.1.1

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte

Op 13 maart 2012 is de structuurvisie Infrastructuur en Ruimte vastgesteld. Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig. Daar streeft het Rijk naar met een krachtige aanpak die ruimte geeft aan regionaal maatwerk, de gebruiker voorop zet, investeringen scherp prioriteert en ruimtelijke ontwikkelingen en infrastructuur met elkaar verbindt. Dit doet het Rijk samen met andere overheden en met een Europese en mondiale blik. Bij deze aanpak hanteert het Rijk een filosofie die uitgaat van vertrouwen, heldere verantwoordelijkheden, eenvoudige regels en een selectieve rijksbetrokkenheid. Zo ontstaat er ruimte voor maatwerk en ontwikkelingen van burgers en bedrijven. Een actualisatie van het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid is nodig om de nieuwe aanpak vorm te geven. De verschillende beleidsnota’s op het gebied van ruimte en mobiliteit zijn gedateerd door nieuwe politieke accenten en veranderende (wereldwijde) omstandigheden zoals de economische crisis, klimaatverandering en toenemende regionale verschillen die onder andere ontstaan omdat groei, stagnatie en krimp gelijktijdig plaatsvinden. De structuurvisie infrastructuur en ruimte geeft een nieuw, integraal kader voor het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid op rijksniveau en vormt de ‘kapstok’ voor bestaand en nieuw rijksbeleid met ruimtelijke consequenties.

Het rijk kiest met de structuurvisie voor een selectievere inzet van de onderstaande 13 rijksbelangen: Een excellente ruimtelijk-economische structuur van Nederland door een aantrekkelijk vestigingsklimaat in en goede internationale bereikbaarheidvan de stedelijke regio’s met een concentratie van topsectoren; Ruimte voor het hoofdnetwerk voor (duurzame) energievoorziening en energietransitie; Ruimte voor het hoofdnetwerk voor vervoer van (gevaarlijke) stoffen via buisleidingen; Efficiënt gebruik van de ondergrond; Een robuust hoofdnet van wegen, spoorwegen en vaarwegen rondom en tussen de belangrijkste stedelijke regio’s inclusief de achterlandverbindingen; Betere benutting van de capaciteit van het bestaande mobiliteitssysteem; Het instandhouden van het hoofdnet van wegen, spoorwegen en vaarwegen om het functioneren van het mobiliteitssysteem te waarborgen; Verbeteren van de milieukwaliteit (lucht, bodem, water) en bescherming tegen geluidsoverlast en externe veiligheidsrisico’s; Ruimte voor waterveiligheid, een duurzame zoetwatervoorziening en kaders voor klimaatbestendige stedelijke (her)ontwikkeling; Ruimte voor behoud en versterking van (inter)nationale unieke cultuurhistorische en natuurlijke kwaliteiten; Ruimte voor een nationaal netwerk van natuur voor het overleven en ontwikkelen van flora- en faunasoorten; Ruimte voor militaire terreinen en activiteiten; Zorgvuldige

afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten; In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte wordt dieper ingegaan op deze 13 rijksbelangen. Het rijk blijft verantwoordelijk voor het systeem van ruimtelijke ordening. Daarnaast kan een rijksverantwoordelijkheid aan de orde zijn indien: een onderwerp nationale baten en/of lasten heeft en de doorzettingsmacht van provincies en gemeenten overstijgt. Bijvoorbeeld ruimte voor militaire activiteiten en opgaven in de stedelijke regio's rondom de mainports, brainports, greenports en de valleys; over een onderwerp internationale verplichtingen of afspraken zijn aangegaan. Bijvoorbeeld voor biodiversiteit, duurzame energie, watersysteemherstel of werelderfgoed; een onderwerp provincie- of landsgrensoverschrijdend is en ofwel een hoog afwentelingsrisico kent

17

bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Westerveldseweg 15, Zuidwolde (ontwerp)

ofwel in beheer bij het rijk is. Bijvoorbeeld de hoofdnetten van weg, spoor, water en energie, maar ook de bescherming van gezondheid van inwoners. Geconstateerd wordt dat het bestemmingplan Buitengebied, deelplan Westerveldseweg 15, Zuidwolde geen rijksbelangen raakt. Derhalve wordt geconcludeerd dat voldaan wordt aan de uitgangspunten zoals verwoord in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. 3.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)

Het kabinet heeft in de hiervoor genoemde SVIR vastgesteld, dat voor een beperkt aantal onderwerpen de bevoegdheid om algemene regels te stellen zou moeten worden ingezet. De SVIR bepaalt welke kaderstellende uitspraken zodanig zijn geformuleerd, dat deze bedoeld zijn om beperkingen te stellen aan de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op lokaal niveau. Ten aanzien daarvan is een borging door middel van normstelling, gebaseerd op de Wro, gewenst. Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) bevestigt in juridische zin die kaderstellende uitspraken. Slechts daar waar een directe doorwerking niet mogelijk is, bij de Ecologische Hoofdstructuur (de artikelen worden later aan het Barro toegevoegd) en bij de Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, is gekozen voor indirecte doorwerking via provinciaal medebewind. Tevens treden regels ten aanzien van radarverstoringsgebieden op een nader te bepalen tijdstip in werking. De Ladder voor duurzame verstedelijking is per 1 oktober 2012 ook als procesvereiste opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Daarin is in artikel 3.1.6 een lid 2 ingevoegd waarin een motiveringsplicht is opgenomen voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen (inclusief detailhandel) in bestemmingsplannen.

In de toelichting van het bestemmingsplan moet hiervoor een verantwoording plaatsvinden aan de hand van een drietal opeenvolgende treden ("ladder duurzame verstedelijking"). Op 1 juli 2017 is het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gewijzigd, waarbij een nieuwe Laddersystematiek geldt die inhoudt dat de toelichting bij een uitwerkingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling bevat. Indien het plan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, moet er tevens gemotiveerd worden waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Bij de beschrijving van de behoefte van de ontwikkeling kan het gaan om zowel kwantitatieve als kwalitatieve aspecten. Het vervolgstap uit de genoemde ladder heeft betrekking op de vraag of de ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied ingepast kan worden. Momenteel is in jurisprudentie de lijn aanwezig dat een woningbouwproject vanaf 12 woningen wordt aangemerkt als een stedelijke ontwikkeling. Voorliggend bestemmingsplan gaat uit van de bouw/realisatie van maximaal 3 (compensatie)woningen en is daarmee niet ladderplichtig. Gezien de fraaie ligging in het landelijk gebied in de directe nabijheid van Zuidwolde is de verwachting ook zeker aanwezig dat er veel interesse zal zijn voor de kavels.

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1

Omgevingsvisie en –verordening Drenthe

Provinciale Staten hebben op 3 oktober 2018 de Omgevingsvisie- en Omgevingsverordening Drenthe 2018 vastgesteld De Omgevingsvisie is voor Drenthe een centraal visiedocument. Deze Omgevingsvisie is het strategische kader voor de ruimtelijk-economische ontwikkeling van Drenthe. De ambitie ziet toe op het waarderen van de Drentse kernkwaliteiten en het ontwikkelen van een bruisend Drenthe passend bij deze kernkwaliteiten. Deze ambitie vormt het hart van ons beleid waarmee wordt ingezet op ‘ontwikkelen met ruimtelijke kwaliteit’, mede vanuit de wetenschap dat landschapskwaliteit een belangrijke vestigingsfactor is. In de omgevingsvisie worden zes verschillende kernkwaliteiten benoemd die de Drentse ruimtelijke identiteit inhoud geven. Het gaat om landschap, cultuurhistorie, aardkundige waarden, archeologie, rust en natuur. Wonen

18

bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Westerveldseweg 15, Zuidwolde (ontwerp)

Voor wat betreft wonen heeft de provincie de ambitie om Drenthe als woonprovincie aantrekkelijker te maken met gevarieerde en leefbare woonmilieus, die voorzien in de woonvraag. De provincie verwacht dat gemeenten een gemeentelijke woonvisie opstellen en dat de lokale visies in een bovenlokale strategie, een regionale woonvisie wordt vervat. De Wolden maakt samen met Hoogeveen, Meppel en Westerveld deel uit van de woonregio Zuidwest Drenthe. Het proces om te komen tot een regionale woonvisie is doorlopen en vervolgens is op 30 oktober 2012 de Regionale Woonvisie door de diverse colleges van de betrokken gemeenten vastgesteld. Bij de verdeling van de woningbehoefte streeft de provincie ernaar de groei van de bevolking en de arbeidsplaatsen te concentreren in de (sub)streekcentra en één derde in de overige kernen. De toedeling van de woonopgave aan de (sub)streekcentra en overige kernen is de verantwoordelijkheid van de gemeenten. De provincie verwacht van gemeenten dat de toedeling gebeurd op basis van de functie van de kern binnen de gemeente. De provincie vindt het van belang dat, waar mogelijk, de woonopgave van deze kernen wordt benut om de dorpsranden 'af te hechten'. Dit verbetert de ruimtelijke kwaliteit.

Hieronder volgen de relevante delen uit de Omgevingsvisie die relevant zijn voor het voorliggende ruimtelijk initiatief op het gebied van de regeling ‘Ruimte voor ruimte’ en ‘Wonen’. 3.2.1.1 Provinciale regeling Ruimte voor Ruimte Als onderdeel van de provinciale omgevingsvisie is de zogeheten Ruimte voor Ruimte – regeling opgesteld. Dit is een regeling ter verbetering van de ruimtelijke kwaliteit in het landelijk gebied door het verwijderen van landschap-ontsierende agrarische bedrijfsgebouwen en waarvoor ter compensatie van de sloop een woning mag worden gebouwd. Dit onderwerp is verder doorvertaald vertaald in de Provinciale Omgevingsverordening. Bij eventuele aantasting van de kernkwaliteiten streeft de provincie naar compensatie. In overleg met gemeenten en andere partners wordt hier verder invulling aan gegeven. In de provinciale omgevingsverordening is in artikel 2.16 is het beleidsuitgangspunt aangaande de ruimte-voor-ruimte regeling doorvertaald in de regels, deze luiden als volgt: Artikel 2.16 Ruimte-voor-ruimte regeling 1. Een ruimtelijk plan voor een gebied, niet gelegen binnen het bestaand stedelijk gebied, kan voorzien in een ruimte-voor-ruimte regeling als in dat gebied voormalige agrarische bedrijfsbebouwing aanwezig is. 2. De ruimte-voor-ruimte regeling wordt vormgegeven met inachtneming van het volgende: a.

toepassing van de regeling is alleen mogelijk voor agrarische bedrijfsbebouwing die op 2 juni 2010 al aanwezig was; b. de randvoorwaarde dat de sloopnorm voor 1 compensatiewoning tenminste 750 m2 en tenminste 2.000 m2 voor maximaal 2 compensatiewoningen aan agrarisch bedrijfsbebouwing bedraagt; c. een beperkte afwijking van de onder b genoemde randvoorwaarde is mogelijk mits sprake is van een extra kwaliteitsslag; d. in het ruimtelijk plan mag de mogelijkheid worden geboden tot het samenvoegen van agrarische bebouwing op meerdere percelen (saldering) om te kunnen komen tot de sloopnorm van 750 m2 of tot 2.000 m2; e. randvoorwaarden voor inpassing, omvang, inhoud en uiterlijk van de compensatiewoning worden vastgelegd; f. de randvoorwaarde dat bouw van een compensatiewoning niet plaatsvindt in gebieden die op kaart D3 (Natuurnetwerk Nederland) en/of kaart D11 (Beekdal en bergingsgebied) zijn aangeduid, tenzij de oorspronkelijke agrarische bedrijfsbebouwing wordt verwijderd in de betreffende gebieden. Onderstaand zal nader worden ingegaan op de genoemde uitgangspunten in relatie tot voorliggend bestemmingsplan. 1. Het plangebied bevindt zich in het landelijk gebied/buitengebied zodat het provinciale beleid van toepassing kan worden verklaard. a. De bebouwing was reeds aanwezig voor 2010.

Onderstaand een weergave van de luchtfoto van 2005 toen het merendeel van de bebouwing al aanwezig was.

19

bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Westerveldseweg 15, Zuidwolde (ontwerp)

a. Er wordt voor circa 6700 m2 aan bebouwing gesloopt, zodat ruimschoots worden voldaan aan de gestelde minimale sloopnorm. b. Een beperkte afwijking is hier niet nodig er is voldoende m2 aan te slopen bebouwing aanwezig; c. Salderen is niet nodig gezien de omvang van de te slopen bebouwing; d. Voor de totale herinrichting van het plangebied is een landschappelijk inpassingsplan en beeldkwaliteitsplan opgesteld die akkoord is bevonden door de gemeente en die door middel van een voorwaardelijke verplichting aan het bestemmingsplan wordt gekoppeld en zodoende ook is ingericht op een daadwerkelijke uitvoering van het landschappelijk inpassingsplan; e. Er is geen sprake van een beekdal of NNN gebied (zie ook de kaarten bij de kernkwaliteiten). Op voorhand kan worden gesteld dat aan de provinciale randvoorwaarden wordt voldaan daar waar het betreft de regeling Ruimte voor Ruimte en de bouw van twee compensatiewoningen. Er is echter de wens om nog een extra compensatiewoning te bouwen. Een extra woning kan niet vanuit de regeling Ruimte voor Ruimte. Wel biedt artikel 2.17 van de Omgevingsverordening Drenthe hier een mogelijkheid in. Onderstaand hetgeen is gesteld in artikel 17.2 lid 2 Artikel 2.17 Woningbouw a. Een ruimtelijk plan kan voorzien in incidentele bouwmogelijkheden buiten het bestaand stedelijk gebied in de gevallen: 1.

bedrijfswoningen, een tweede woning bij een agrarisch bedrijf, het splitsten van boerderijen in twee of meer woningen, en nieuwbouw die past binnen de kaders van de ruimtevoor- ruimte regeling; 2. incidentele nieuwbouw van een enkele woning buiten bestaand stedelijk gebied is mogelijk, mits: b. de bebouwing is gelegen in een bebouwingslint of een cluster van bebouwing; c. er sprake is van een signifcante verbetering van de ruimtelijke kwaliteit; d. er sprake is van een landschappelijke inpassing passend bij de gebiedskenmerken die zijn vastgelegd in een landschappelijk inpassingsplan, en; e. het plan past binnen de gemeentelijke woonvisie. Langs de Westerveldseweg bevinden zich meerdere woningen. Ook zal op deze plek straks sprake zijn van een kleinschalig bebouwingscluster van meerdere woningen. Er zal daarbij sprake zijn van een meer dan significante verbetering van de ruimtelijke kwaliteit omdat er voor bijna 6700 m2 aan bebouwing

20

bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Westerveldseweg 15, Zuidwolde (ontwerp)

wordt gesloopt en planologisch gezien het recht op het kunnen exploiteren van een intensief agrarisch bedrijf verdwijnt. Het woon- en leefklimaat voor de omgeving verbetert daarbij dan dus ook. Ten behoeve van de landschappelijke inpassing is een beeldkwaliteitsplan en inpassingsplan gemaakt die door middel van een voorwaardelijke verplichting is gekoppeld aan de regels en zodoende ook de uitvoering ervan is geborgd. 3.2.2

Kernkwaliteiten

Daarnaast is beoordeeld of er sprake is van zogeheten Kernkwaliteiten waarmee rekening dient te worden gehouden. Daartoe is gebruik gemaakt van de kaartenviewer behorend bij de Omgevingsvisie. Kernkwaliteit aardkundige waarden

Op basis van de kernkwaliteitenkaart blijkt dat er ter plaatse sprake is van een kernkwaliteit Aardkundige waarden van het laagste niveau. Voor deze generieke gebieden geldt dat de provincie geen sturende rol heeft en deze kernkwaliteit verder niet van belang is. Kernkwaliteit landschap

Er is

sprake van een kernkwaliteit

Landschap,

21

te weten Esdorpenlandschap.

Voor het

bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Westerveldseweg 15, Zuidwolde (ontwerp)

Esdorpenlandschap geldt dat van provinciaal belang is: de essen: deze voor het esdorpenlandschap kenmerkende open ruimtes zijn veelal omgeven met esrandbeplanting; Het provinciaal beleid is gericht op: behoud van de open ruimte en het versterken van esrandbeplanting; Gelet op het feit dat de initiatiefnemer aan de oostzijde wil uitbreiden worden dan ook landschappelijke maatregelen aan de op de naar achter strekkende erfgrenzen voorzien waarmee de historische structuur van haaks geprojecteerde houtwallen kan worden hersteld/geoptimaliseerd. De nieuwbouw wordt in de richting van deze structuur geplaatst. Het terugbrengen van transparantie is een belangrijk uitgangspunt. Door zichten op en over het erf te realiseren wordt dit gewaarborgd. Achterzijde (en in mindere mate de voorzijde) van het erf blijven open waardoor deze belangrijkste zichtlijnen worden behouden en versterkt. Kernkwaliteit Cultuurhistorie Er is sprake van een kernkwaliteit Cultuurhistorie, hieronder is dit zichtbaar gemaakt. Er is sprake van het laagste niveau daarin, zodat deze kaartlaag geen directe provinciale doorwerking met zich meebrengt voor het plan.

Kernkwaliteit Archeologie Er is sprake van een kernkwaliteit Archeologie, specifieker aangeduid met ‘archeologische waarden – toets verwachte archeologische waarden beekdal’ en een generiek onderzoekniveau. Hierna is dit zichtbaar gemaakt.

22

bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Westerveldseweg 15, Zuidwolde (ontwerp)

In paragraaf 4.1 is uitvoerig ingegaan op het onderdeel Archeologie voor de locatie aan de Westerveldseweg 15 te Zuidwolde. Het verzoek is verenigbaar met het provinciaal beleid.

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1

Landschappelijk Ontwikkelingskader De Wolden

Het LOK is een uitvloeisel van de gemeentelijke structuurvisie. Het LOK stelt zoals gezegd kaders aan ruimtelijke ontwikkelingen in het landelijk gebied. Het LOK geeft aan hoe nieuwe ontwikkelingen in het buitengebied van de gemeente een plek kunnen krijgen passend binnen de karakteristieken van het landschap. Binnen het LOK is het plangebied aangemerkt als esdorpenlandschap. De ondergrond wordt gevormd door de flank van de stuwwal van Zuidwolde. Het essenlandschap is een oud Drents cultuurlandschap. De lange geschiedenis van het gebied is nog steeds terug te zien. De essen, beekdalen, hooi- en weilanden zijn samen met de dorpen en gehuchten nog steeds de dragers van het gebied. De kleinschaligheid en variatie van het gebied maakt het een aantrekkelijk gebied voor inwoners en toeristen. Landschappelijke karakteristiek Er is sprake van een kleinschalig, gevarieerd landschap met een afwisseling van houtsingels, bospercelen en boomgroepen en laanbeplanting langs de wegen. Kenmerken zijn: microreliëf in de vorm van steilranden en essen; boerderijen en bebouwing aan de rand van de essen en in dorpen; grillig wegenpatroon en verkavelingspatroon met overhoeken. De lange geschiedenis van de esdorpen is nog steeds te zien in het landschap. Historische boerderijen, erven, oude boomgaarden, houtsingels en essen maken het een waardevol gebied.

De van oudsher relevante elementen zijn ook nu nog de drager van het landschap: de essen als bouwland, de beekdalen als hooiland en de heidevelden als weidegebied (nu onderdeel van de jonge veldontginningen). Te midden van de essen en op de overgangen naar de beekdalen liggen de dorpen. Het wegenverloop is kronkelig. De bolle vorm van de essen en de aanwezige steilranden zorgen op kleine schaal voor

23

bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Westerveldseweg 15, Zuidwolde (ontwerp)

hoogteverschil. De variatie en de kleinschaligheid van het landschap maken het gebied aantrekkelijk om te wonen en te recreëren. Op de rug van Zuidwolde kent de vrije verkavelingsstructuur die voor het esdorpenlandschap zo kenmerkend is (zoals bij Ruinen en Echten) juist een duidelijke gerichtheid. Waarschijnlijk omdat de ruimte op de rug beperkt was, is het gebied meer rationeel opgezet. De dorpen liggen, net als de essen en de verbindende weg, bovenop de rug en op de flanken van de stuwwal zijn strooksgewijs de weilanden gelegen. Deze opstrekkende verkaveling is nog goed te zien. Samen met het forse hoogteverschil vormen de lange lijnen met beplanting een mooi panorama.

Binnen dit essenlandschap gelden in algemene zin de volgende landschappelijke onderleggers: Organisch vertakt wegenstelsel vanuit de dorpen; Dorpen op overgangen hoog (rug) en laag (beekdal); Kleine escomplexen als satellietdorp Oorspronkelijke koppeling tussen dorp, es en beekdal Vrijwel geen bebouwing in beekdalen Esrandbeplantingen (geriefhout) Erfbeplantingen, kleine boselementen, singels en langs wegen Elzensingels in beekdal haaks op beekloop Op rug van Zuidwolde patroon van bosstroken en singels haaks op de rug Onregelmatige blokverkaveling, plaatselijk wel duidelijke gerichtheid in verkaveling Boomgroepen en singelbeplanting markeren erf in landschap met kenmerkend rafelig silhouet Oriëntatie bebouwing varieert (maar juist niet op de rug) Veel erven historische waarde Opzet eenvoudig met onderscheid voorerf en achtererf Boomgaard, sier- en/of moestuin, beukenhagen Doorwerking vanuit het LOK naar de erfinrichting Uit de analyse blijkt dat het erf, de gewenste nieuwbouw en toegangsweg aan de noordzijde een sterke relatie hebben met de opstrekkende verkavelingsrichting. Gelet op het feit dat de initiatiefnemer aan de oostzijde wil uitbreiden worden dan ook landschappelijke maatregelen aan de op de naar achter strekkende erfgrenzen voorzien waarmee de historische structuur van haaks geprojecteerde houtwallen kan worden hersteld/geoptimaliseerd.

De nieuwbouw wordt in de richting van deze structuur geplaatst. Het terugbrengen van transparantie is een belangrijk uitgangspunt. Door zichten op en over het erf te realiseren wordt dit gewaarborgd. Achterzijde (en in mindere mate de voorzijde) van het erf blijven open waardoor deze belangrijkste zichtlijnen worden behouden en versterkt. De weide aan de westzijde van de kavels blijft behouden en kan verschraald worden ten behoeve van de ecologische kwaliteit. De weide is puur bedoeld als landelijke markering. Het kan dienen als speelruimte of als weide voor hobbydieren. Een kruiden-/faunarijke akker moet het resultaat zijn. Dat dit gebied open blijft is een vereiste. Vanwege verruimde bouwmogelijkheden is het van belang dat het boerenerf een landschappelijke kwaliteitsslag maakt. Door landschapselementen als houtwallen, boomgaard, hagen en solitairen terug te brengen wordt de ontwikkeling landschappelijk verankerd. De kleinschaligheid die hier kenmerkend was, wordt teruggebracht. Beplanting moet inheems en streekeigen zijn. De ruimtelijke kenmerken van het landschap vormen belangrijke uitgangspunten voor het uitwerken van het plan. De erfinrichting is bovenal sober, beperkt. Infrastructuur is weinig opvallend en dient aan te sluiten bij het agrarische karakter.

In het erfinrichtingsplan is verder ook nog verwoord hoe de inrichting van het erf aansluit bij de karakteristieken van de omgeving. In zowel Bijlage 1 van de regels als in paragraaf 2.4 van de toelichting van dit bestemmingsplan is hier nader op ingegaan. De planvorming en de bijbehorende erfinrichting past binnen de uitgangspunten van het LOK.

24

bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Westerveldseweg 15, Zuidwolde (ontwerp)

Hoofdstuk 4

Omgevingsaspecten

In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de relevante omgevingsaspecten. Op grond van artikel 3.1 Wet ruimtelijke ordening (Wro) dient te worden bezien of het plan uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening verenigbaar is met de eisen die aan de omgeving worden gesteld. Het plan dient een aanvaardbaar woon- en leefklimaat te waarborgen en de belangen van omwonenden niet te schaden. Dit plan voorziet in het ontwikkelen van 3 woningen.

4.1

Bodem

4.1.1

Wettelijk kader

Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) dient in verband met de uitvoerbaarheid van een plan rekening te worden gehouden met de bodemgesteldheid in het plangebied. Bij functiewijzigingen dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of er sprake is van een saneringsnoodzaak. In de Wet bodembescherming (Wbb) is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). Voor een nieuw geval van bodemverontreiniging geldt, in tegenstelling tot oude gevallen (voor 1987), dat niet functiegericht maar in beginsel volledig moet worden gesaneerd. Nieuwe bestemmingen dienen bij voorkeur te worden gerealiseerd op bodem die geschikt is voor het beoogde gebruik. 4.1.2

Vooronderzoek Bodemloket

Onderstaand de weergave van de kaart uit het Bodemloket. Het perceel is nog nauwelijks onderzocht. Er is verkennend bodemonderzoek nodig.

25

bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Westerveldseweg 15, Zuidwolde (ontwerp)

4.1.3

Onderzoek

Door onderzoeksbureau Sigma Bouw en Milieu is vervolgens een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Het onderzoeksrapport daarvan is als bijlage bij het bestemmingsplan gevoegd. Hierna volgen de resultaten van het uitgevoerde onderzoek. Naar aanleiding van de resultaten van het verkennend- en nader bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond zijn de volgende conclusies getrokken en aanbevelingen gedaan. verkennend milieukundig bodemonderzoek NEN-5740+A1 grond Op basis van zintuiglijke waarnemingen zijn in het opgeboorde bodemmateriaal puinresten waargenomen. Op het maaiveld zijn zintuiglijk puin- en plasticresten waargenomen. Een samenvatting van de toetsingsresultaten staat weergegeven in onderstaande tabel.

plangebied bovengrond (0.0-0.5 m-mv) De bovengrondmengmonsters MM1, MM2 en MM4 bevatten geen van de onderzochte stoffen verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde en/of de detectiewaarde. Bovengrondmengmonster MM3 bevat een verhoogd gehalte zink (zware metalen) t.o.v. de achtergrondwaarde, de tussenwaarde (indicatie voor nader onderzoek) en de bodemindex-waarde (>0.5) wordt in dit geval niet overschreden zodat er uit milieuhygiënische overweging geen directe aanleiding bestaat tot het instellen van aanvullend onderzoek. Bovengrondmengmonster MM5 bevat een verhoogd gehalte minerale olie t.o.v. de achtergrondwaarde, de tussenwaarde (indicatie voor nader onderzoek) en de bodemindex-waarde (>0.5) wordt in dit geval niet overschreden zodat er uit milieuhygiënische overweging geen directe aanleiding

26

bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Westerveldseweg 15, Zuidwolde (ontwerp)

bestaat tot het instellen van aanvullend onderzoek. ondergrond (0.5-2.0 m-mv) Ondergrondmengmonster MM6 bevat een verhoogd gehalte PCB’s (som 7) t.o.v. de achtergrondwaarde, de tussenwaarde (indicatie voor nader onderzoek) en de bodemindex-waarde (>0.5) wordt in dit geval niet overschreden zodat er uit milieuhygiënische overweging geen directe aanleiding bestaat tot het instellen van aanvullend onderzoek. Ondergrondmengmonster MM7 bevat geen van de onderzochte stoffen verhoogd t.o.v. achtergrondwaarde en/of de detectiewaarde.

de

grondwater peilbuis 1 (1.4-2.4 m-mv) Het grondwater t.p.v. peilbuis 1 bevat een verhoogd gehalte nikkel (zware metalen) t.o.v. de tussenwaarde / bodemindex-waarde (>0.5) en een verhoogd gehalte barium (zware metalen) t.o.v. de streefwaarde. Het verhoogd gemeten gehalte nikkel (zware metalen) in het grondwater t.p.v. peilbuis 1 overschrijdt de tussenwaarde / bodemindex-waarde (>0.5) en geeft daardoor aanleiding tot het instellen van aanvullend onderzoek. In overleg met het bevoegd gezag kan, wanneer er geen sprake is van natuurlijk verhoogde achtergrondwaarden, een herbemonstering en heranalyse van het grondwater noodzakelijk zijn. Het matig verhoogd gemeten gehalte nikkel (zware metalen) in het grondwater ter plaatse van peilbuis 1 hangt naar verwachting op voorhand niet samen met een locatiespecifieke verontreiniging. Ter verificatie hiervan wordt, wanneer na afstemming met de gemeente blijkt dat er geen sprake is van een natuurlijk verhoogd gehalte, geadviseerd het grondwater ter plaatse van peilbuis 1 opnieuw te bemonsteren en te analyseren op het gehalte nikkel (zware metalen).

Het verhoogd gemeten gehalte barium (zware metalen) in het grondwater ter plaatse van peilbuis 1 overschrijdt de tussenwaarde (indicatie voor nader onderzoek) en de bodemindex-waarde (>0.5) niet zodat er voor deze stof uit milieuhygiënische overweging geen directe aanleiding bestaat tot het instellen van aanvullend onderzoek. peilbuis 2 (1.4-2.4 m-mv) Het grondwater t.p.v. peilbuis 1 bevat een verhoogd gehalte barium, cadmium (zware metalen) en benzeen (vluchtige aromaten) t.o.v. de streefwaarde, de tussenwaarde (indicatie voor nader onderzoek) en de bodemindex-waarde (>0.5) wordt in deze gevallen niet overschreden zodat er uit milieuhygiënische overweging geen directe aanleiding bestaat tot het instellen van aanvullend onderzoek.

4.2

Archeologie en cultuurhistorie

Met het Verdrag van Malta wordt de veiligstelling van het Europese erfgoed geregeld. De uitgangspunten van dit verdrag zijn op nationaal niveau uitgewerkt in de Erfgoedwet 2016. 4.2.1

Archeologie

Het geldend bestemmingsplan heeft voor het plangebied een dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie’. De locaties van de compensatiewoningen zijn reeds verstoord door de aanwezigheid van de vele bedrijfsgebouwen die daar gesloopt gaan worden. Er is zodoende geen onderzoek meer nodig omdat gronden daar reeds verstoord zijn. Meldingsplicht vondstmeldingen Wel blijft op basis van artikel 5.10 de algemene meldingsplicht voor toevalsvondsten van kracht. Indien er tijdens de werkzaamheden het vermoeden bestaat dat er sprake is van een archeologische toevalsvondst dan dient dit te worden gemeld bij het bevoegd gezag.

27

bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Westerveldseweg 15, Zuidwolde (ontwerp)

4.2.2

Cultuurhistorie

Modernisering Monumentenwet (MoMo)/Wijziging Bro Per 1 januari 2012 is de wijziging van het Bro in werking getreden die een verplichting inhoudt om in de toelichting van het bestemmingsplan een beschrijving op te nemen van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. Wat zijn cultuurhistorische waarden? De Memorie van Toelichting bij het Besluit ruimtelijke ordening zegt met betrekking tot artikel 3.1.6 het volgende: "Bij cultuurhistorische waarden gaat het over de positieve waardering van sporen, objecten, patronen en structuren die zichtbaar of niet zichtbaar onderdeel uitmaken van onze leefomgeving en een beeld geven van een historische situatie of ontwikkeling. In veel gevallen bepalen deze cultuurhistorische waarden de identiteit van een plek of gebied en bieden ze aanknopingspunten voor toekomstige ontwikkelingen. Deze cultuurhistorische elementen kan men niet allemaal als beschermd monument of gezicht aanwijzen, maar zijn wel onderdeel van de manier waarop we ons land beleven, inrichten en gebruiken" Het begrip cultuurhistorie heeft drie aspecten: 1. Historische (stede)bouwkunde / bovengrondse monumentenzorg; bijvoorbeeld kastelen, kerken, oude boerderijen of landhuizen, maar ook stedenbouwkundige elementen als beschermde stads- of dorpsgezichten; 2.

Archeologie; sporen en vondsten van menselijk handelen in het verleden in de bodem zijn achtergebleven, bijvoorbeeld potscherven, resten van voedselbereiding, graven, maar ook verkleuringen in de grond die duiden op bewoning of infrastructuur. Een verzamelterm hiervoor is 'archeologische waarden'. Alle archeologische waarden bij elkaar zijn het 'bodemarchief'. Deze sporen kunnen zich ook onder water bevinden zoals bijvoorbeeld verdronken nederzettingen of scheepswrakken; 3. Cultuurlandschap/historische geografie: alle landschappelijke elementen die het gevolg zijn van menselijk handelen in het verleden, bijvoorbeeld verkavelingspatronen, pestbosjes, landgoederenzones of ontginningsassen. Het plangebied kent geen nadere gemeentelijke waardetoedeling die een directe relatie heeft met cultuurhistorie. Er is geen sprake van een beschermd dorpsgezicht oid. Vanuit cultuurhistorie is er geen belemmering tot uitvoering van het gewenste bouwplan.

4.3

Water

Deze waterparagraaf is erop gericht om de actuele watersituatie en het actuele waterbeleid in beeld te brengen. Daarnaast is de waterparagraaf vooral bedoeld om een brug te slaan naar de procedures en toetsingsinstrumenten van de waterbeheerder. De gemeente de Wolden is gelegen in het beheersgebied van het waterschap Drents Overijsselse Delta welke verantwoordelijk is voor het waterkwantiteit- en waterkwaliteitsbeheer. 4.3.1

Beleid en regelgeving

Waterbeleid De Europese Kaderrichtlijn Water is richtinggevend voor de bescherming van de oppervlaktewaterkwaliteit in de landen in de Europese Unie. Aan alle oppervlaktewateren in een stroomgebied worden kwaliteitsdoelen gesteld. Ruimtelijk relevant rijksbeleid is verwoord in de Nota Ruimte en het Nationaal Waterplan (inclusief de stroomgebiedbeheerplannen). Waterschappen hebben een speciale verantwoordelijkheid voor het water. Ze hebben wettelijk vastgelegde taken die aangeven wat de maatschappij van hun mag verwachten. Namelijk het zorgen voor een goede bescherming tegen hoog water, voor een goed functionerend regionaal watersysteem en voor het zuiveren van afvalwater. In het waterbeheerplan 2016-2021 staat beschreven hoe het waterschap Drents Overijsselse Delta hier uitvoering aan gaat geven en welke maatregelen hiervoor nodig zijn.

28

bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Westerveldseweg 15, Zuidwolde (ontwerp)

Het beleidsplan van het waterschap Drents Overijsselse Delta is opgesteld in gezamenlijkheid met de waterschappen Rijn en IJssel en Vechtstomen, dit door de ligging in het deelstroomgebied Rijn-Oost welke behoort tot het internationale stroomgebied van de Rijn. Voor dit stroomgebied zijn de doelen van het waterbeheer en de aanpak ervan in grote lijnen gelijk. Per waterschap zijn aanvullingen of uitvoeringsmaatregelen voor het eigen beheergebied toegevoegd. Het waterschap Drents Overijsselse Delta richt zich op de volgende aspecten: Bescherming tegen overstromingen en werken aan veiligheid: veilig water Zorgen voor de juiste hoeveelheid water en passende waterpeilen: voldoende water Zorgen voor een goede waterkwaliteit die nodig is voor mens, plant en dier: schoon water Verwerken van afvalwater en het benutten van energie en grondstoffen daaruit: afvalwater Het waterschap adviseert bij ruimtelijke plannen (o.a. bestemmingsplannen) om te komen tot een duurzame ruimtelijke inrichting. Dit is een van de manieren om de vorengenoemde aspecten mee te laten wegen in de diverse besluitvormingsprocessen. Tevens wordt de betrokkenheid en de waterschapsbelangen gewaarborgd met het doorlopen van de digitale watertoets. Veilig water De waterschappen zijn verantwoordelijk voor het op orde brengen en houden van de dijken om overstromingen en wateroverlast te voorkomen.

Dit met het oog op de waterveilige regio, waarin inwoners veilig kunnen wonen, werken en recreëren. Door klimaatverandering is de kans op overstromingen vergroot. Om de gevolgen te beperken adviseert het waterschap bij ruimtelijke ontwikkelingen en werkt zij aan het vergroten van de bewustwording van risico's op wateroverlast en overstromingen. Afvalwaterketen Het waterschap Drents Overijsselse Delta zorgt voor het opvangen en zuiveren van het afvalwater van bijna alle inwoners en bedrijven. Zo draagt zij bij aan de volksgezondheid en een goede waterkwaliteit. De afvalwaterbehandeling is een gedeelde zorg met de gemeente, omdat de gemeente verantwoordelijk is voor de riolering. Hoofddoel van het waterschap is een effectieve en efficiënte behandeling van afvalwater en een effectieve en efficiënte (afval)waterketen. Er is een functionele samenhang tussen het rioolstelsel, de rioolwaterzuiveringsinstallaties (RWZI's) en het oppervlaktewater. De waterschappen en gemeenten in Rijn-Oost hechten daarom veel belang aan goede samenwerking binnen deze samenhang. Samenwerking leidt tot optimalisatie van de afvalwaterketen, betere dienstverlening, betere waterkwaliteit en tot kostenbesparing. Dit alles kan leiden tot een duurzamer afvalwaterketen.

Specifiek is in het waterschapsbeleid ten aanzien van de opvang en transport van afvalwater het volgende opgenomen: Waterkwaliteitsspoor Het waterkwaliteitsspoor wordt gebruikt om de kwaliteit van het water in het stedelijk gebied te verbeteren door inzicht te krijgen in de vervuilingsbronnen (bijv. overstorten) Afkoppelen verhard oppervlak Optimaliseren van bestaand bergingscapaciteit in het stedelijk gebied door het regenwater van de riolering af te koppelen en het bestaande rioleringsstelsel te optimaliseren Verminderen rioolvreemd water Het terugdringen van rioolvreemd water (bijv. drainage en/of bronneringswater) draagt bij aan minder lozingen uit overstorten, een betere kwaliteit van het gezuiverde afvalwater en een lager energieverbruik. 4.3.2

Watertoetsproces

Ten behoeve van het bestemmingsplan is op 8 april 2020 de watertoets uitgevoerd. Na bestudering van de informatie vanuit het waterschap Drents Overijsselse Delta van de voorgenomen plannen en het maken van een afweging heeft het waterschap op 1 mei 2020 aangegeven dat het plan in aanmerking komt voor de korte procedure. Concreet betekent dit dat u direct door kunt gaan met de planvorming onder de voorwaarde dat de standaard waterparagraaf uit dit document wordt toepast. Deze tekst dient één op één overgenomen te worden in het bestemmingsplan. In deze waterparagraaf is het wateradvies van het waterschap

29

bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Westerveldseweg 15, Zuidwolde (ontwerp)

automatisch verwerkt. Het waterschap Drents Overijsselse Delta beschouwt hiermee het plan als afgehandeld. STANDAARD WATERPARAGRAAF KORTE PROCEDURE In het kader van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is het verplicht ruimtelijke plannen te ‘toetsen op water’, de zogenaamde watertoets. De watertoets is een waarborg voor water in ruimtelijke plannen en besluiten. Relevant beleid Het beleid van het waterschap Drents Overijsselse Delta staat beschreven in het waterbeheerplan 2016-2021. Specifiek voor het stedelijke gebied heeft het waterschap het beleid geformuleerd in ‘Water Raakt!’. Daarnaast is de Keur een belangrijk regelstellend instrument waarmee in ruimtelijke plannen rekening moet worden gehouden. U kunt de genoemde documenten raadplegen op onze site www.wdodelta.nl. Invloed op de waterhuishouding Het plan heeft geen schadelijke gevolgen voor de waterkwaliteit en ecologie. Binnen het bestemmingsplan worden niet meer dan tien wooneenheden gerealiseerd en de toename van het verharde oppervlak bedraagt niet meer dan 1500 m2. Binnen het plangebied is geen sprake van (grond)wateroverlast. Voor de aanleghoogte wordt een ontwateringsdiepte geadviseerd van minimaal 80 centimeter. Dit is de afstand tussen de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) en onderzijde bouwvloer. Bij het bouwen zonder kruipruimte kan worden volstaan met een kleinere ontwateringsdiepte.

Om wateroverlast binnen woningen en bedrijven te voorkomen adviseren wij om een drempelhoogte van 30 centimeter boven het straatpeil te hanteren (as van de weg). Voor lager gelegen ruimtes, zoals kelders en parkeergarages, wordt aandacht besteed aan het voorkomen van wateroverlast door bijvoorbeeld instromend hemelwater. Voorkeursbeleid hemelwater Bij de afvoer van overtollig hemelwater moet het afstromend hemelwater ter plaatse in de bodem dan wel op het oppervlaktewater worden teruggebracht. Het waterschap heeft de voorkeur om het hemelwater, daar waar mogelijk, te infiltreren in de bodem. Oppervlakkige afvoer naar de infiltratievoorziening en infiltratie via wadi’s heeft daarbij de voorkeur. Als oppervlakkige infiltratie niet mogelijk is, is ondergrondse infiltratie door middel van bijvoorbeeld een infiltratieriool (IT-riool) of infiltratiekratten een mogelijkheid. Als infiltratie niet mogelijk is dan kan hemelwater via een bodempassage worden geloosd op oppervlaktewater. De afvoer van overtollig hemelwater uit het plangebied mag, ongeacht de toegepaste methode, niet tot wateroverlast leiden op aangrenzende percelen of het omliggende watersysteem. Schoon hemelwater (bijvoorbeeld vanaf dakoppervlakken) kan direct worden afgevoerd naar oppervlaktewater.

Watervergunning (of melding) op grond van de Keur Het wateradvies dat is afgegeven in het kader van de watertoets is geen watervergunning of melding. Gaat u werkzaamheden verrichten in de beschermingszone van een waterstaatswerk (dus: een dijk of een watergang)? Wordt hemelwater afgevoerd op oppervlaktewater of wordt er grondwater onttrokken? Dan moet u een watervergunning aanvragen op de website: www.omgevingsloket.nl. Op basis van de door u ingevulde gegevens ziet u hieronder welke watervergunning u nodig heeft. Indien hieronder geen specificatie staat, hoeft u geen watervergunning aan te vragen. Watertoetsproces De initiatiefnemer heeft het Waterschap Drents Overijsselse Delta geïnformeerd over het plan door gebruik te maken van de digitale watertoets. De beantwoording van de vragen heeft er toe geleid dat de korte procedure van de watertoets is toegepast. De bestemming en de grootte van het plan hebben een geringe invloed op de waterhuishouding in ruimtelijke zin. Deze conclusie is automatisch getrokken op basis van de ingevoerde gegevens op www.dewatertoets.nl. Het proces van de watertoets is goed doorlopen. Het waterschap Drents Overijsselse Delta gaat akkoord met het plan.

30

bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Westerveldseweg 15, Zuidwolde (ontwerp)

4.4

Natuur en ecologie

4.4.1

Normstelling

Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden. Deze wet heeft de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en Faunawet vervangen. De bescherming van Natura 2000 gebieden, diersoorten, plantensoorten en bossen (houtopstanden) wordt nu via deze wet geregeld. De provincie is per 1 januari 2017 het bevoegde gezag voor soortenbescherming en houtopstanden. Deze bevoegdheden lagen voorheen bij het Rijk. Daarnaast is de provincie bevoegd gezag gebleven voor Natura 2000 bescherming en faunabeheer. De provincie is verantwoordelijk voor het afgeven van vergunningen en ontheffingen voor al deze gebieden. Hierop geldt alleen een uitzondering als het rijksaangelegenheden betreft. Provinciale Staten hebben op 14 december 2016 regels gesteld en vrijstelling gegeven over de soortenbescherming, faunabeheer en houtopstanden in de Provinciale omgevingsverordening Drenthe. In deze verordening zijn de vrijstelling voor beweiden en bemesten en de soortenvrijstellingen van het rijk overgenomen. Verder zijn er regels gesteld om faunabeheer mogelijk te maken. Ten slotte zijn de spelregels voor houtopstanden (voorheen Boswet) vastgelegd. Zo is bepaald aan welke eisen een compensatieverzoek moet voldoen en is de mogelijkheid voor het aanleggen van tijdelijk bos geregeld.

Daarnaast hebben Gedeputeerde Staten op 20 december 2016 de beleidsregels Wet natuurbescherming Drenthe vastgesteld. Deze beleidsregels gaan over het toedelen van ontwikkelingsruimte in relatie tot de PAS (Natura 2000), soortenbescherming en houtopstanden. De provincie Drenthe zet zich ook in voor actieve soortenbescherming. 4.4.2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12160892/1