BP - Ruinen, Groene Weg
Tekst van het document
33
bestemmingsplan Ruinen, Groene Weg (ontwerp)
34
bestemmingsplan Ruinen, Groene Weg (ontwerp)
Bijlagen bij toelichting
35
bestemmingsplan Ruinen, Groene Weg (ontwerp)
Bijlage 1 Bodemonderzoek Sigma 9842rap
36
Sigma Bouw & Milieu Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen Tel. (0591) 65 91 28 Fax (0591) 65 93 25 www.sigma-bm.nl E-mail info@sigma-bm.nl
juni ’21
Onderwerp:
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN 5740+A1 Achter Meester Harm Smeengestraat nr. 33 te Ruinen
Projectnummer:
21-M9842
Opdrachtgever:
De Stijll
Datum:
10 juni 2021
0
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Achter Meester Harm Smeengestraat nr. 33 te Ruinen
onderwerp
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN 5740+A1 Achter Meester Harm Smeengestraat nr. 33 te Ruinen
datum
donderdag 10 juni 2021
projectnummer
20-M9854
in opdracht van
Mol Bouwconsult Hoofdstraat 9A 7902 EA Hoogeveen
uitgevoerd door
Sigma Bouw & Milieu Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen tel: (0591) 659128 fax:(0591) 659325
Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens de norm NEN-EN-ISO 9001:2015, het uitvoeren van milieukundige bodemonderzoeken en geotechnische onderzoeken Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens “Beoordelingsrichtlijn voor het procescertificaat Monsterneming Bouwstoffenbesluit SIKB 1000 protocol 1001: Monsterneming grond voor partijkeuringen”
Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens “Beoordelingsrichtlijn voor het procescertificaat Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek SIKB 2000 protocollen 2001, 2002 en 2018”
(het onderhavige onderzoek heeft uitsluitend betrekking op de beoordelingsrichtlijn BRL SIKB 2000, protocol 2001 en 2002)
Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar worden gemaakt door middels van druk, fotokopie, microfilm of anderszins zonder voorafgaande, schriftelijke toestemming van de opdrachtgever of Sigma Bouw & Milieu.
juni ’21
1
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Achter Meester Harm Smeengestraat nr. 33 te Ruinen
Inhoudsopgave 1
2
INLEIDING ...................................................................................................................................3 1.1
Algemeen ............................................................................................................................3
1.2
Aanleiding van het bodemonderzoek ...................................................................................3
1.3
Doel van het onderzoek .......................................................................................................3
1.4
Referentiekader van het onderzoek .....................................................................................4
1.5
Opbouw van het rapport ......................................................................................................4
VOORONDERZOEK ....................................................................................................................5 2.1
3
4
5
Hypothese en onderzoeksstrategie .................................................................................... 11
VELDONDERZOEK ................................................................................................................... 12 3.1
Uitvoering van het veldonderzoek ...................................................................................... 12
3.2
Resultaten van het veldonderzoek ..................................................................................... 13
CHEMISCH-ANALYTISCH ONDERZOEK.................................................................................. 15 4.1
Onderzoeksprogramma chemisch-analytisch onderzoek .................................................... 15
4.2
Toetsingscriteria ................................................................................................................ 16
4.3
Analyseresultaten en interpretatie ...................................................................................... 18
4.3.1
Milieuhygiënische kwaliteit grond ................................................................................... 18
4.3.2
Milieuhygiënische kwaliteit grondwater ........................................................................... 21
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ....................................................................................... 23
LITERTUURLIJST ............................................................................................................................ 28 COLOFON ........................................................................................................................................ 29
Bijlagen 1. Topografisch overzicht 1A. Historisch topografisch overzicht 2. Onderzoekslocatie met boorplan (1:500) 3. Beschrijvingen inspectiegaten/boringen/foto’s 4. Analysecertificaten 5. Onafhankelijkheidsverklaring
juni ’21
2
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Achter Meester Harm Smeengestraat nr. 33 te Ruinen
1
INLEIDING
1.1
Algemeen
In opdracht van De Stijll is in april/mei 2021 door Sigma Bouw & Milieu een verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 uitgevoerd op een perceel gelegen achter de Meester Harm Smeengestraat nr. 33 te Ruinen. De plaats en situering van de onderzoekslocatie is weergegeven in bijlage 1 en 2. In dit onderzoek worden allereerst de locatiegegevens, de historische gegevens ofwel het bodemgebruik in het verleden evenals de resultaten van eventuele voorgaande bodemonderzoeken besproken. Vervolgens wordt de bodemopbouw, geologie en geohydrologie besproken. Op basis van de resultaten van het vooronderzoek is een onderzoekshypothese opgesteld. Het verdere onderzoek is op basis van deze hypothese uitgevoerd. De onderzoeksresultaten worden geïnterpreteerd. Aan de hand van de interpretatie van de onderzoeksresultaten wordt een eindconclusie geformuleerd. kwaliteitsborging: Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens de norm NEN-EN-ISO 9001:2015. Het verkennend milieukundig bodemonderzoek is uitgevoerd volgens de richtlijnen uit het besluit uitvoeringskwaliteit Bodembeheer (KWALIBO). Zo is de gehanteerde onderzoeksstrategie opgesteld volgens de normen NEN-5725 en NEN-5740 en zijn de veld- en laboratoriumwerkzaamheden uitgevoerd volgens geldende beoordelingsrichtlijnen en accreditatieschema’s.
De veldwerkzaamheden van Sigma Bouw & Milieu zijn verricht onder het procescertificaat BRL SIKB 2000 (Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek) waarvoor Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd en erkend door het ministerie van I&W. In het kader van het onderhavige onderzoek zijn de protocollen 2001 (plaatsen van handboringen en peilbuizen t.b.v. het nemen van grond- en grondwatermonsters) en 2002 (het nemen van grondwatermonsters) van toepassing. Sigma Bouw & Milieu verklaart bij deze volledig onafhankelijk te zijn in de uitvoering van het onderzoek en op geen enkele wijze gerelateerd te zijn aan de eigenaar van het te onderzoeken terrein.
1.2
Aanleiding van het bodemonderzoek
Aanleiding tot de uitvoering van dit verkennend milieukundig bodemonderzoek vormt de geplande herontwikkeling van de onderzoekslocatie.
1.3
Doel van het onderzoek
Het verkennend bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 heeft tot doel inzicht te verkrijgen in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem en vast te stellen of er sprake is van bodemverontreiniging. Aan de hand van dit onderzoek wordt inzicht verkregen in hoeverre het bodemgebruik van de locatie heeft geleid tot verontreiniging. Op basis van de onderzoeksresultaten kan een milieuhygiënische beoordeling worden gegeven ten aanzien van de beoogde c.q. de toekomstige gebruiksmogelijkheden van de locatie. Indien uit de onderzoeksresultaten blijkt dat er sprake is van bodemverontreiniging zal worden beoordeeld of vervolgonderzoek noodzakelijk geacht wordt.
juni ’21
3
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Achter Meester Harm Smeengestraat nr. 33 te Ruinen
1.4
Referentiekader van het onderzoek
Teneinde de kwaliteit van de grond op de onderhavige locatie juist in te schatten is de onderzoeksopzet van het bodemonderzoek gebaseerd op de onderzoeksstrategie voor verkennend bodemonderzoek, onderzoeksnorm NEN 5740+A1 (literatuur 1). 1.5
Opbouw van het rapport
In het voorliggende rapport komen de volgende aspecten aan de orde: vooronderzoek, (hoofdstuk 2) veldonderzoek, (hoofdstuk 3) chemisch-analytisch onderzoek, (hoofdstuk 4) conclusies en aanbevelingen, (hoofdstuk 5).
juni ’21
4
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Achter Meester Harm Smeengestraat nr. 33 te Ruinen
2
VOORONDERZOEK
Het vooronderzoek wordt voorafgaand aan het feitelijke onderzoek (veld- en chemisch-analytisch onderzoek) uitgevoerd. Het vooronderzoek omvat het verzamelen van informatie over het vroegere en huidige gebruik van de onderzoekslocatie en de omgeving, onder meer gericht op het vinden van mogelijke bronnen van bodembelasting. De uitwerking van het vooronderzoek is gebaseerd op de onderzoeksnorm NEN 5725, strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek (literatuur 9). In de NEN-5725 (2017) zijn zeven aanleidingen tot vooronderzoek naar landbodems geformuleerd. Voor elke afzonderlijke aanleiding tot vooronderzoek dienen verschillende onderzoeksvragen te worden beantwoord. De verplicht te onderzoeken aspecten zijn per aanleiding omschreven in Tabel 1. Tabel 1: onderzoeksaspecten milieuhygiënisch vooronderzoek
Onderzoeksaspecten 1. Locatiegegevens
Aanleiding tot vooronderzoek Eigendomssituatie
A 0
B 0
C
D
3. Verwachting t.a.v. de bodemkwaliteit
F
G
✓
Hoogteligging 2. Bodemopbouw en geohydrologie Bodemopbouw
E
✓
✓
✓
✓
✓
✓
Antropogene lagen in de bodem
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
Geohydrologie
✓
✓
Geval van ernstige bodemverontreiniging?
✓
✓
✓
✓
✓
✓
Kwaliteit o.b.v. BKK
✓
0
✓
✓
✓
✓
✓
O.b.v. uitgevoerde bodemonderzoeken
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
0
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓ 0
✓
✓
✓
✓
✓
4. Gebruik en beïnvloeding van de locatie, verdachte situatie, activiteiten, ongewoon voorval Voormalig Huidig
✓
Toekomstig Asbestverdacht?
✓
✓
✓
✓
5. Terreinverkenning ✓ Verplicht onderzoeksaspect. Indien dit onderzoeksaspect niet van toepassing is, behoort dit in het rapport te worden vermeld en gemotiveerd 0 Optioneel
juni ’21
5
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Achter Meester Harm Smeengestraat nr. 33 te Ruinen
aanleiding vooronderzoek Het onderhavige bodemonderzoek betreft een verkennend bodemonderzoek in het kader van de geplande herontwikkeling van de onderzoekslocatie. Het vooronderzoek is uitgevoerd op basis van aanleiding A, conform paragraaf 6.2.1 “opstellen hypothese bodemkwaliteit ten behoeve van een bodemonderzoek” uit de NEN-5725 (2017). geraadpleegde bronnen in het kader van het vooronderzoek Voor het vooronderzoek zijn de volgende bronnen geraadpleegd: • informatie verstrekt door de opdrachtgever/eigenaar; • informatie verstrekt door de gemeente De Wolden (e-mail d.d. 15-03-2021); • informatie bodemloket.nl; • informatie van de bodematlas van de Provincie Drenthe; • www.topotijdreis.nl; • Kadaster/BAG Viewer; • grondwaterkaart van Nederland; • ahn.nl; • Dinoloket.nl; • handelsbestand van de Kamer van Koophandel; • terreininspectie voorafgaand aan de veldwerkzaamheden. Het uitgevoerde vooronderzoek heeft betrekking tot de onderhavige onderzoekslocatie alsmede de aangrenzende percelen binnen een straal van 25 meter. De onderzoeksvragen voor het opstellen van de onderzoekshypothese en de gekozen onderzoeksstrategie zijn, voor zover relevant, in de onderstaande paragrafen nader uitgewerkt. locatiegegevens In Tabel 2 is een overzicht van de basisinformatie/locatiegegevens weergegeven. Tabel 2: overzicht basisinformatie
Adres Plaats Gemeente Topografisch overzicht Coördinaten Kadastrale aanduiding Eigendomssituatie Oppervlakte onderzoekslocatie (onderzochte deel van de locatie, plangebied) Algemene omschrijving Bebouwing en bouwjaar (Kadaster BAG) Terreinverharding Ondergrondse infrastructuur Archeologische waarden
Geplande herinrichting bijzonderheden: -
juni ’21
Meester Harm Smeengestraat 33 Ruinen De Wolden Zie bijlage 1 X = 220,484 Y= 530,767 Gemeente Ruinen, sectie H nrs. 3986, 3993 en 4785 Niet onderzocht 1.000 m2. De onderzoekslocatie betreft twee schuurruimtes/beringen met erf en tuin. Voor de bebouwing op de locatie is het bouwjaar 1948 en 1992 vermeld. De locatie is deels verhard met klinkers. Geen informatie, bij grondwerk dient een KLICmelding gedaan te worden. De locatie heeft op basis van de archeologische waardenkaart (IKAW) de vermelding “niet gekarteerd”. nieuwbouw woningen.
6
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Achter Meester Harm Smeengestraat nr. 33 te Ruinen
afbakening onderzoekslocatie Het onderhavige onderzoek, het geografisch besluitvormingsgebied, betreft het onderzochte onderzoekslocatie, zoals weergegeven in bijlage 2. Figuur 1. onderzoekslocatie
bodemgebruik In de onderstaande Tabel 3 is de beschikbare informatie weergegeven over het historisch, huidig en toekomstig gebruik van de onderzoekslocatie en de directe omgeving. Tabel 3: beschrijving bodemgebruik
Omschrijving
Gebruik
Potentieel bodembedreigende activiteiten en situaties
Onderzoekslocatie Historisch (op basis van topografische kaarten, Topotijdreis) Huidig
Op kaarten voor 1900 tot 1924 blijkt over de locatie infrastructuur te lopen. Op tussen 1924 en 1934 wordt de locatie weergegeven als agrarisch perceel. Op kaarten na 1934 wordt de locatie als deels bebouwd weergegeven. Schuurruimte/erf/tuin.
Geen.
Toekomstig
Woningen.
Geen.
Directe omgeving (<25 m) Historisch (op Op kaarten vanaf 1934 is in de directe omgeving van basis van de locatie enige bebouwing te herkennen die in de topografische loop der jaren verder wordt uitgebreid. kaarten, Topotijdreis) Huidig en Noordzijde: Meester Harm Smeengestraat en toekomstig achtergelegen woningen. Zuidzijde: Zwederaweg en achtergelegen woningen. Westzijde: achtergelegen woningen aan de Zwederaweg/Meester Harm Smeengestraat. Oostzijde: Esweg/Groeneweg en achtergelegen woningen.
juni ’21
Geen.
Geen.
Geen.
7
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Achter Meester Harm Smeengestraat nr. 33 te Ruinen
bedrijfsmatige activiteiten, bodembedreigende activiteiten en calamiteiten In Tabel 4 staat een overzicht weergegeven van de potentieel bodembedreigende activiteiten en calamiteiten op basis van de beschikbare informatie. Tabel 4: overzicht potentieel bodembedreigende activiteiten en calamiteiten
Gebruik
De onderzoekslocatie, het beoogde plangebied, betreft twee schuurruimtes/bergingen met erf en tuin. Voor de locatie Meester Harm Smeengestraat nr. 33 is op Bodemloket de vermelding benzineservicestation opgenomen. Voor de berging van het woonhuis was in het verleden een shop gesitueerd. De afleverpunten waren oostelijk van het woonhuis gesitueerd. Noordoostelijk van de vrijstaande schuur was een tankcluster gesitueerd. Voor zover bekend is het terreindeel achter de vrijstaande schuur alleen gebruikt als tuin.
Bouwvergunning Milieuvergunning Handelsregister
Er is geen informatie beschikbaar omtrent evt. (voormalige) potentieel bodembedreigende activiteiten/calamiteiten (verbranding afval, opslag van gevaarlijke stoffen etc.) op de onderzoekslocatie. Voor de onderzoekslocatie is in het verleden een bouwvergunningen verleend. Niet bekend. De locatie wordt vermeld in het handelsregister van de Kamer van Koophandel onder: - TH. Kolk (vestiging is opgeheven of verplaatst)
Aanwezigheid brandstoftanks
Aanwezigheid asbest
Op de onderzoekslocatie waren meerde tanks aanwezig. In het kader van het Subat zijn de tanks verwijderd (zie ook voorgaande onderzoeken). Er is geen andere informatie omtrent de eventuele aanwezigheid of voormalige aanwezigheid van boven- of ondergrondse brandstoftanks op de onderzoekslocatie, t.p.v. het plangebied. Er bestaat altijd de mogelijkheid dat boven- en ondergrondse brandstoftanks in het verleden geplaatst zijn zonder melding, de aanwezigheid van dergelijke tanks blijkt niet uit de verkregen informatie. Op basis van de asbestdakenkaart van de Gemeente De Wolden worden de daken op de locatie aangemerkt als asbestverdacht. Tijdens de locatie-inspectie is geconstateerd dat de daken voorzien zijn van een goot, zodat evt. emissie (erosie) van asbestvezels (door weersinvloeden) naar de onderliggende onverharde bodem (druppelzone) wordt voorkomen.
Er is geen informatie bekend omtrent de evt. aanwezigheid van asbest in de bodem t.p.v. het plangebied. Er bestaat altijd de mogelijkheid dat asbest (afval/puin) ed. is begraven. Op voorhand is hiervan geen informatie bekend. Ophogingen/dempingen/stortingen Er is geen andere informatie omtrent evt. met bodemvreemd materiaal gedempte watergangen/ sloten t.p.v. de onderzoekslocatie (binnen het onderzochte terreindeel).
juni ’21
8
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Achter Meester Harm Smeengestraat nr. 33 te Ruinen
PFAS-verdachtheid
Niet gesprongen explosieven
Verdachte activiteiten < 25 m
Er is geen informatie omtrent evt. opgebrachte gebiedsvreemde grond (ophogingen), verhardingsmateriaal, puinmateriaal en/of afval op de onderzoekslocatie. Op of nabij de onderzoekslocatie bevinden zich geen locaties die de bodem verdacht maken voor PFAS en GenX verbindingen als gevolg van puntbronnen. De kans op verontreiniging met PFAS in de grond t.p.v. de onderzoekslocatie t.g.v. puntbronnen wordt gering geacht. De bovengrond, diepere geroerde bodemlagen en de waterbodem zijn op basis van het Tijdelijk Handelingskader PFAS in heel Nederland verdacht op het diffuus voorkomen van PFAS als gevolg van atmosferische depositie. Verwacht wordt dat de bodem van de onderzoekslocatie diffuus onverdacht is voor PFAS en onverdacht is op GenX. Geen informatie, in Nederland zijn er niet gesprongen explosieven (NGE) uit de Tweede Wereldoorlog in de grond achtergebleven. De (potentiële) aanwezigheid van niet gesprongen explosieven kan een bedreiging inhouden bij grondroerende werkzaamheden en kan tot vertraging leiden bij planvorming en uitvoering van werkzaamheden. NGE's worden met name aangetroffen ter plaatse van 'strategische doelen' zoals binnensteden, verbindingswegen, spoorwegen, bruggen en havens. De gemeente is op basis van regelgeving verantwoordelijk voor het opsporen en ruimen va niet gesprongen explosieven uit de Tweede Wereldoorlog.
Voor aanvullende informatie wordt verwezen naar de gemeente. Op de locatie Meester Harm Smeengestraat nr. 35 wordt melding gemaakt van een bestrijdingsmiddelenopslag.
voorgaande bodemonderzoeken in Tabel 5 is een overzicht van voorgaande bodemonderzoeken en informatie van de bodemkwaliteitskaart weergegeven. Tabel 5: overzicht voorgaande bodemonderzoeken en bodemkwaliteitskaart
voorgaande bodemonderzoeken Onderzoekslocatie
Meerdere onderzoeken. De locatie is in 1999 door het SUBAT gesaneerd. Evaluatie rapport sanering vm. tankstation aan de Mr. H. Smeengestraat 33 te Ruinen Van Limborgh, projectcode 1908, d.d. november 1999 Conclusies: Bij de grondsanering zijn plaatselijke lichte verhoogde gehalten minerale olie en aromaten in de grond achtergebleven. Verwacht wordt door natuurlijke afbraak de gehalten verder afnemen en dat aanvullende saneringsmaatregelen niet noodzakelijk zijn. Tijdens de eindbemonstering werd in het grondwatermonster uit de peilbuis aan de Esweg nog een verhoogd gehalte minerale olie aangetroffen. Op basis van de fractieverdeling van de C-ketenlengte wordt geconcludeerd dat deze verontreiniging niet gerelateerd kan worden aan het vm. verkooppunt voor motorbrandstoffen. In september 2000 is door de provincie Drenthe ingestemd met de evaluatie (DR/315/005, Bo/A3/2000001191).
juni ’21
9
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Achter Meester Harm Smeengestraat nr. 33 te Ruinen
omgeving <25 m
-
Vermoeden van (een geval van ernstige) bodemverontreiniging op de locatie of een deel daarvan informatie bodemkwaliteitskaart
-
-
bodemopbouw, geohydrologie en antropogene beïnvloeding De ondiepe geologie in het onderzoeksgebied is afgeleid van de Grondwaterkaart van Nederland (Dienst grondwaterverkenning TNO/DGGV) en ontleend aan het dinoloket (www.dinoloket.nl). De bovenste laag, de deklaag, heeft een hoogte van ca. 9 m+NAP. In Tabel 6. staat de geohydrologische opbouw weergegeven. Tabel 6: geohydrologische opbouw
diepte m-mv 0-3,0 3,0-4,0 4,0-14,5 14,5-16,0 16,0-36,0
beschrijving
formatie
zand, fijne categorie leem, sterk zandig zand, zeer fijn, grindhoudend zand, matig grof, grindhoudend zand, matig grof, matig grindig
Boxtel Drente, laagpakket van Gieten Drachten Peelo Urk
De stromingsrichting van het ondiepe grondwater van het eerste watervoerend is in het kader van dit onderzoek niet vastgesteld. Opgemerkt dient te worden dat de stromingsrichting van het grondwater beïnvloed kan worden door drainagepatroon, ligging van sloten, riolering, kabels, leidingen en funderingen. (financieel-) juridische situatie In Tabel 7 zijn de financieel- juridische aspecten weergegeven. Tabel 7: financieel/juridische aspecten
kadastrale gegevens opdrachtgever/ belanghebbende rechtspersonen
Gemeente Ruinen, sectie H nrs. 3986, 3993 en 4785 -
In het kader van onderhavig bodemonderzoek is behoudens de opgenomen kadastrale gegevens geen nadere financieel juridische informatie verzameld. Het uitvoeren van een daadwerkelijke juridische toets maakt geen deel uit van onderhavig bodemonderzoek.
juni ’21
10
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Achter Meester Harm Smeengestraat nr. 33 te Ruinen
2.1
Hypothese en onderzoeksstrategie
Volgens de onderzoeksnorm NEN 5740 dient, m.b.t. de aanwezigheid van eventuele bodemverontreiniging, vooraf een onderzoekshypothese te worden opgesteld. De hypothese kan worden opgesteld op basis van bekende (historische) gegevens, uit de betrokken informatie kan blijken dat de onderzoekslocatie, vooraf, als “verdacht” of “onverdacht” wordt aangemerkt. Op basis van de historische informatie uit het vooronderzoek blijkt dat een deel van de locatie geruime tijd in gebruik is geweest als tankstation. Het tankstation is in 1999 door de SUBAT gesaneerd waarbij plaatselijke lichte verhoogde gehalten minerale olie en aromaten in de grond zijn achtergebleven. Nabij de Esweg zou mogelijk sprake zijn van een verontreiniging met minerale olie die niet gerelateerd kon worden aan het voormalige verkooppunt. T.a.v. het plangebied is geen andere informatie beschikbaar omtrent evt. (voormalige) potentieel bodembedreigende activiteiten (verbranding afval, opslag van gevaarlijke stoffen etc.) of evt. (voormalige) potentieel bodembedreigende calamiteiten. De onderzoekslocatie, het beoogde plangebied is als milieuhygiënisch "onverdacht" aangemerkt. Op basis van deze hypothese is het bodemonderzoek t.p.v. de onderzoekslocatie uitgevoerd conform de bijbehorende onderzoeksstrategie, volgens NEN 5740+A1, paragraaf 5.1, strategie voor een onverdachte locatie (ONV-NL) (literatuur 1).
In Tabel 8 is de gehanteerde onderzoeksstrategie weergegeven. Tabel 8: gehanteerde onderzoeksstrategie
mogelijke verontreiniging (deel)locatie
grond
grondwater
onderzoeksstrategie
-
-
ONV-NL
NEN-5740+A1 plangebied (ca. 1.000 m2) Op basis van bekende informatie zijn geen gegevens bekend dat op de locatie sprake zou kunnen zijn van een bodemverontreiniging met asbest. Op voorhand is geen concrete informatie bekend waaruit blijkt dat t.p.v. de onderzoekslocatie asbesthoudend materiaal in de bodem aanwezig is. Er is in dit onderzoek vooralsnog geen onderzoek naar de aanwezigheid van asbest in grond uitgevoerd. Het opgeboorde monstermateriaal op de onderzoekslocatie is in dit onderzoek visueel beoordeeld op de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal. Opgemerkt dient te worden dat asbestanalyses geen deel uitmaken van uitgevoerde analyses in het kader van de NEN-5740+A1. Onderhavig onderzoek betreft geen asbest onderzoek in bodem volgens NEN-5707+C2 of NEN-5897+C2. Er bestaat echter altijd de mogelijkheid dat asbest (afval/puin) ed. in de bodem terecht gekomen is of is begraven. Alleen een verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707+C2 of onderzoek asbest in puin volgens NEN-5897+C2 kan een uitspraak doen over de evt. aanwezigheid van asbest in de bodem. Tevens dient opgemerkt te worden dat aanwezig puinmateriaal en/of (half)verhardingsmaterialen niet chemisch-analytisch zijn onderzocht.
juni ’21
11
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Achter Meester Harm Smeengestraat nr. 33 te Ruinen
3
VELDONDERZOEK
In dit hoofdstuk wordt het uitgevoerde veldwerkonderzoeksprogramma beschreven. Daarnaast worden de resultaten van het veldonderzoek weergegeven. 3.1
Uitvoering van het veldonderzoek
Het veldonderzoek is uitgevoerd onder procescertificaat BRL SIKB 2000 en conform de eisen uit de protocollen 2001 en 2002. Het onderzoeksprogramma is ruimtelijk weergegeven in bijlage 2. In deze bijlage zijn alle geplaatste boringen geprojecteerd. Het uitvoeren van boringen, het plaatsen van de peilbuis en het nemen van grondmonsters heeft plaatsgevonden op 14 april 2021. Het bemonsteren van het grondwater is (conform NEN-5740+A1) ruim een week na plaatsing van de peilbuizen op 05 mei 2021 uitgevoerd. De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd door en onder toezicht van dhr. M. van Wuykhuyse geregistreerd veldwerker van Sigma Bouw & Milieu te Emmen. Bedrijfsen persoonerkenningen zijn weergegeven op de internetsite van Bodem+ (https://www.bodemplus.nl/aanvragen/erkenningen/zoekmenu). Een onafhankelijkheidsverklaring is opgenomen in bijlage 5. Voorafgaand aan het plaatsen van boringen is een locatie-inspectie gehouden. De locatie betreft schuurruimtes, stalling, erf en tuin. Op basis van de locatie-inspectie zijn geen bijzonderheden waargenomen. Alle geplaatste boringen zijn zodanig ruimtelijk verspreid over de onderzoekslocatie dat een zo representatief mogelijke indruk van de onderzoekslocatie wordt verkregen. De positionering van alle boringen is weergegeven in bijlage 2. Het veldwerkprogramma staat weergegeven in Tabel 9. Tabel 9: veldwerkprogramma
Onderdeel
Aantal
Diepte (m-mv)
Nummers
7
0,5
4 t/m 10
1 1
2 4,0
2, 3 1
2
Onderzoekslocatie ( 1.000 m ) Boringen Peilbuis
In verband met de mogelijke aanwezigheid van een verontreiniging met minerale olie in het grondwater aan de Esweg is de peilbuis op de grens van de locatie geplaatst. De geplaatste peilbuis is opgebouwd uit 1 meter HDPE peilfilter omstort met filtergrind. Het filtergrind zorgt voor een goede instroming van het grondwater in het filter, daarnaast voorkomt het dat het filter dichtslibt. Het peilfilter bevindt zich 0,5 meter beneden het grondwaterniveau. Boven het peilfilter bevindt zich blinde HDPE opzetbuis, omstort met bentoniet (zwelklei). De zwelklei dient ervoor te zorgen dat toestroming vanuit de bovengrond wordt voorkomen. De peilbuis is geplaatst conform de eisen uit het protocol 2001.
juni ’21
12
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Achter Meester Harm Smeengestraat nr. 33 te Ruinen
monstername grond Het vrijkomende bodemmateriaal is zintuiglijk beoordeeld op bodemkundige eigenschappen, o.a. de korrelgrootteverdeling (textuur), kleur en eventueel aanwezige verontreinigingskenmerken. Na de zintuiglijke beoordeling is het bodemmateriaal in trajecten van 0,5 meter of per afwijkende bodemlaag bemonsterd. Grondmonsters t.b.v. analyse op vluchtige aromaten zijn m.b.v. een steekbus bemonsterd. Grondmonsters zijn genomen conform de eisen uit het protocol 2001. monstername grondwater Om een representatief grondwatermonster te verkrijgen is de peilbuis, na plaatsing en voor monstername, grondig (3 maal de inhoud van het peilfilter) afgepompt. Voorafgaand aan de bemonstering is de grondwaterstand t.o.v. het maaiveld ingemeten. Grondwatermonsters zijn genomen conform de eisen uit het protocol 2002 en NEN-5744 (literatuur 11). Tijdens de monstername van het grondwater is in het veld de zuurgraad (pH) en de elektrische geleidbaarheid (EGV) bepaald. 3.2
Resultaten van het veldonderzoek
bodemopbouw De boorprofielbeschrijvingen van alle verrichte boringen met bijbehorende zintuiglijke waarnemingen zijn grafisch uitgewerkt en opgenomen in bijlage 3. In Tabel 10 is op basis van de waarnemingen de lokale bodemopbouw beschreven. Tabel 10: lokale bodemopbouw
bodemlaag m-mv 0,0-0,5 0,5-1,1 1,1-1,4 1,4-1,6 1,6-2,1 2,1-3,6 3,6-4,0
hoofdbestanddeel
toevoeging
kleur
zand zand zand zand leem zand zand
zwak siltig zwak siltig zwak siltig zwak siltig zwak zandig matig siltig zwak siltig
grijs-bruin licht beige-grijs licht beige-bruin oranje-geel neutraal grijs licht grijs licht geel
Veldmetingen grondwater De resultaten van de veldwaarnemingen van het grondwater zijn in weergegeven in Tabel 11. Tabel 11: veldwaarnemingen grondwater
Peilbuis filtertraject grondwaterstand voorpompen pH EGV troebelheid m-mv m-mv liter geleidingsvermogen (NTU) µS/cm 1 3,0-4,0 2,72 6 7,1 180 9,0
juni ’21
13
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Achter Meester Harm Smeengestraat nr. 33 te Ruinen
Zintuiglijke waarnemingen grond Het bij de boringen vrijkomende bodemmateriaal is zintuiglijk beoordeeld op eventuele afwijkingen. De zintuiglijke waarnemingen zijn omschreven en grafisch weergegeven in bijlage 3. In het opgeboorde materiaal ter plaatse van boring 2 zijn koolasresten aangetroffen. Op basis van zintuiglijke waarnemingen zijn in het opgeboorde monstermateriaal van de overige boringen geen afwijkingen waargenomen welke duiden op een vorm van bodemverontreiniging. grondwater Het bemonsterde grondwater bevatte geen zintuiglijk waarneembare afwijkingen. asbest Tijdens de locatie-inspectie is aandacht geschonken aan de aanwezigheid van asbest op het maaiveld, hierbij is op het maaiveld geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Het opgeboorde monstermateriaal (grond) is zintuiglijk beoordeeld op de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal. In het opgeboorde monstermateriaal zijn geen bijmengingen waargenomen. Met nadruk wordt vermeld dat onderzoek naar de aanwezigheid van asbest in de bodem/puin geen onderdeel uitmaakt van het onderhavige onderzoek dat volgens NEN-5740+A1 is uitgevoerd. Het onderhavige onderzoek kan daarom geen uitspraak doen over de aan- of afwezigheid van asbest in de bodem op de onderhavige locatie. Opgemerkt dient te worden dat geen asbestanalyses van grond en/of puin e.d. hebben plaatsgevonden.
Asbestanalyses maken geen deel uit van verkennend bodemonderzoek in het kader van de NEN-5740+A1. Tevens wordt opgemerkt dat de zintuiglijke beoordeling op asbest en de locatie-inspectie niet opgevat dient te worden als een onderzoek uitgevoerd op basis van NEN-5707+C2 (asbestonderzoek in grond) en/of NEN-5897+C2 (monsterneming en analyse van asbest in onbewerkt bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat). Alleen een asbestonderzoek volgens NEN-5707+C2 / NEN-5897+C2 geeft meer zekerheid over de aanwezigheid van asbest in de bodem resp. puin. De chemische samenstelling van eventueel aanwezig verhardingsmateriaal is niet in dit onderzoek onderzocht.
juni ’21
14
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Achter Meester Harm Smeengestraat nr. 33 te Ruinen
4
CHEMISCH-ANALYTISCH ONDERZOEK
In dit hoofdstuk worden de uitvoering, het toetsingskader en de resultaten van de chemische analyses besproken. Vervolgens worden de resultaten van het chemisch-analytisch onderzoek geïnterpreteerd Het chemisch onderzoek van grond is uitgevoerd door het NEN-EN-ISO 17025 geaccrediteerde milieulaboratorium van Omegam. Alle analyses zijn geanalyseerd volgens het accreditatieschema AS3000 “laboratoriumanalyses voor milieuhygiënisch bodemonderzoek”, waarvoor Omegam is geaccrediteerd en erkend door het ministerie van I&W. De conservering van grond- en grondwatermonsters is uitgevoerd conform SIKB protocol 3001 “conserveringsmethoden en conserveringstermijnen voor milieumonsters”. 4.1
Onderzoeksprogramma chemisch-analytisch onderzoek
grond Teneinde in het kader van het verkennend bodemonderzoek een indruk te krijgen van de algemene kwaliteit van de grond zijn de grondmonsters, welke tijdens het veldonderzoek zijn genomen, in het laboratorium met elkaar gemengd tot grondmengmonsters. Van het totaal aantal genomen grondmonsters op de locatie zijn vier grond(meng)monsters samengesteld en geanalyseerd. grondwater Uit de geplaatste peilbuis is een grondwatermonster genomen en geanalyseerd. In onderstaande Tabel 12 wordt de samenstelling van de grondmengmonsters, grondwatermonsters, de monsternamediepte en de uitgevoerde analyses weergegeven. Tabel 12: analyseschema
Monstercode boringnummer(s)
diepte (m-mv) zintuigelijke waarnemingen
analysepakket
grond 1 (MM1) 2 (M2) 3 (MM3) 4 (MM4)
4+5+6 2 3+7+8+9 1+2+3
0,05-0,5 0-0,5 0-0,5 0,5-2,0
koolas -
NEN-grond(*)+AS3000 NEN-grond(*)+AS3000 NEN-gr.(*)+PFAS+AS3000 NEN-grond(*)+AS3000
Grondwater 1 (peilbuis)
1
3,0-4,0
-
NEN-grondw.(**)+AS3000
verklaring van de gebruikte afkortingen en codes:(1) * NEN-grond = Standaard Pakket Grond omvat AS3000 voorbehandeling, 9 zware metalen, PAK (10-VROM), minerale olie (GC), PBC’s, droge stof, organische stof en lutum; **NEN-water = Standaard Pakket Grondwater omvat AS3000 voorbehandeling zware metalen, vluchtige aromaten (incl. naftaleen), chloorhoudende oplosmiddelen, chloorbenzenen, minerale olie, styreen en bromoform; Zware metalen = barium (Ba)/cadmium (Cd)/Cobalt(Co)/koper (Cu)/lood (Pb)/nikkel (Ni)/zink (Zn)/Molybdeen (Mo)/kwik(Hg); Vluchtige aromaten = Benzeen (B), Tolueen (T), Ethylbenzeen (E), Xylenen (X), Naftaleen (N) Styreen (S) (BTEXNS); PCB = Polychloorbifenylen; PAK = Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen; VOH = Vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen. Bromoform = Tribroommethaan
juni ’21
15
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Achter Meester Harm Smeengestraat nr. 33 te Ruinen
4.2
Toetsingscriteria
Om de kwaliteit van de bodem en de mate van verontreiniging te kunnen beoordelen, zijn de analyseresultaten van grondmonsters getoetst aan de geldende toetsingswaarden; 1) de achtergrondwaarde (AW-2000) zoals opgenomen in bijlage B van “de Regeling Bodemkwaliteit” 2) de interventiewaarde zoals opgenomen in tabel 1 van “de Circulaire Bodemsanering”, De toetsing van de meetresultaten is uitgevoerd middels BoToVa, de Bodem Toets Validatie Service van de overheid voor grond, grondwater en waterbodem, waarbij de toetsmodules T12 en T13 zijn gehanteerd. BoTova gaat uit van het wettelijk kader dat per 1 juli 2013 van kracht is. In de BoToVa toetsing worden de meetwaarden gecorrigeerd/teruggerekend voor de “standaard bodem” (humus=10% en lutum=25%). Generiek toetsingskader Voor de beoordeling van de analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters wordt gebruik gemaakt van de achtergrondwaarden grond zoals opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit, de streefwaarden grondwater en interventiewaarden grond en grondwater zoals opgenomen in de Circulaire bodemsanering. Achtergrondwaarde (AW-2000): De achtergrondwaarde (AW-2000) geeft de kwaliteit weer die 'van nature' voorkomt in de bodem van natuur- en landbouwgronden waarvoor geldt dat er geen sprake is van belasting door lokale verontreinigingsbronnen.
De achtergrondwaarden zijn opgenomen in het Besluit Bodemkwaliteit en zijn gebaseerd op het onderzoek ‘Achtergrondwaarden 2000’. Hierin zijn gehalten vastgesteld van een groot aantal stoffen in bodem van natuur- en landbouwgronden in Nederland. De achtergrondwaarde (AW-2000) geeft het niveau aan waarbij sprake is van duurzame bodemkwaliteit. Bij overschrijding van de achtergrondwaarde is er sprake van bodemverontreiniging. Tussenwaarde/bodemindex-waarde >0,5:; De gemiddelde waarde van de achtergrondwaarde en de interventiewaarde (S+I)/2, hierna te noemen 'tussenwaarde'(T), wordt gehanteerd om aan te geven dat bij overschrijding de kans aanwezig is dat er sprake is van een ernstige verontreiniging, ofwel dat nader onderzoek noodzakelijk is. De tussenwaarde heeft geen wettelijke status maar is een indicatieniveau voor het uitvoeren van aanvullend onderzoek. De tussenwaarde geeft het concentratieniveau aan waarboven onder bepaalde omstandigheden risico’s voor mens en milieu aan de orde kunnen zijn. De tussenwaarde is zodoende een indicatiewaarde voor nader onderzoek. Bij overschrijding van de T-waarde of bodemindex waarde (>0,5) dient aanvullend/nader bodemonderzoek in overweging genomen te worden. Een nader onderzoek wordt uitgevoerd indien er een vermoeden bestaat dat er sprake is van een ernstig geval van bodemverontreiniging.
Interventiewaarde: De interventiewaarde (I) geeft aan dat bij overschrijding van deze waarde de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, plant en dier ernstig zijn verminderd of dreigen te worden verminderd. Is er sprake van een ernstige bodemverontreiniging en wordt de interventiewaarde in meer dan 25 m3 grond of 100 m3 grondwater (bodemvolume) overschreden, dan kan er noodzaak zijn tot sanering. De saneringsurgentie wordt bepaald door blootstellingsrisico's van mens, dier en plant en de verspreidingsrisico's van de betreffende stoffen (actuele risico’s). De interventiewaarden zijn gebaseerd op de risico's voor de volksgezondheid en het milieu (onderzoek RIVM). Bij de beoordeling van bodemverontreiniging aan de hand van de genoemde toetsingswaarden spelen nog een aantal aspecten een rol. Rekening dient te worden gehouden met het feit dat de mobiliteit van stoffen in de bodem en daardoor de verspreiding van stoffen afhankelijk is van diverse bodemkenmerken. Daarnaast speelt de bestemming en het gebruik van de locatie in de huidige situatie alsmede de toekomstige situatie, een grote rol bij de beoordeling van de risico's voor het milieu.
juni ’21
16
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Achter Meester Harm Smeengestraat nr. 33 te Ruinen
PFAS
De afkorting PFAS staat voor poly- en perfluoralkylstoffen. Dit zijn door de mens gemaakte stoffen die van nature niet in het milieu voorkomen. Voorbeelden van PFAS zijn GenX, PFOA perfluoro octanoic acid en PFOS perfluoroctaansulfonaten. PFAS betreft een grote groep stoffen waarvan een aantal stoffen op de lijst met (potentieel) zeer zorgwekkende stoffen (ZZS) staat. Door de specifieke eigenschappen die PFAS hebben, worden ze al decennia lang gebruikt in industriële processen en veel alledaagse producten, zoals brandblusschuim en cosmetica. Uit diverse onderzoeken is gebleken dat deze stoffen persistent, mobiel en schadelijk zijn voor de gezondheid van mensen en dieren en dat ze door onder andere lozingen en verplaatsingen via de lucht inmiddels wijdverspreid in het milieu voorkomen. Per 8 juli 2019 is het tijdelijk handelingskader PFAS van kracht. Vanaf 29 oktober 2019 heeft het ministerie voorlopige toepassingsnormen voor PFOA en voor andere PFAS (waaronder PFOS en GenX) vastgesteld. Deze voorlopige toepassingsnormen zijn vastgesteld voor de functieklassen uit het besluit bodemkwaliteit. In het kader van toekomstig grondverzet op de locatie is een mengmonsters van de bovengrond onderzocht op PFAS (bijlage 4). De resultaten zijn getoetst aan de voorlopige toepassingsnormen zoals opgenomen in het tijdelijk handelingskader (tabel 13).
Tabel 13 Toepassingsnorm voor toepassen grond en baggerspecie op landbodem (in µg/kg d.s.)1
Toepassingseis (o.b.v.) andere parameters*
Bijzonderheden t.a.v. grondwater bij de toepassing
PFOS (µg/kg d.s)
PFOA (µg/kg d.s)
landbouw/natuur
geen
1,4
1,9
Overige PFAS (per individuele stof en incl. GenX) (µg/kg d.s) 1,4
toepassing onder grondwaterniveau(2)
1,4
1,9
1,4
toepassing binnen grondwaterbeschermingsgebied geen
0,1
0,1
0,1
3
7
3
toepassing onder grondwaterniveau
1,4
1,9
1,4
toepassing binnen grondwaterbeschermingsgebied
0,1
0,1
0,1
wonen of industrie
*De toepassingseis is het resultaat van de dubbele toets aan zowel de eis die geldt voor de functie (landbouw/natuur, wonen of industrie) als de eis die geldt voor niet verslechteren van de bodemkwaliteit/stand-still (landbouw/natuur, wonen of industrie). De strengste van de beide toetsen is de toepassingseis. (1) Op de waarden uit deze tabel hoeft (tot 10%) geen bodemtypecorrectie toegepast te worden (dit is overeenkomstig de systematiek zoals die op dit moment al voor PAK geldt).
juni ’21
17
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Achter Meester Harm Smeengestraat nr. 33 te Ruinen
4.3
Analyseresultaten en interpretatie
In deze paragraaf zijn de resultaten van de chemische analyses van de grond- en grondwatermonsters, gerelateerd aan toetsingswaarden, weergegeven in tabelvorm. Na elke tabel worden de onderzoeksresultaten besproken. In bijlage 4 zijn van alle uitgevoerde analyses de analysecertificaten van Omegam opgenomen. 4.3.1
Milieuhygiënische kwaliteit grond
boven- en ondergrond (0,0-2,0 m-mv) In Tabel 13 wordt een volledig overzicht weergegeven van de analyseresultaten getoetst aan de toetsingswaarde. Tabel 13: gemeten gehaltes (mg/kg d.s.) in grond met beoordeling conform de Wet Bodembescherming Project OPID 26444326#21-M9842-Mr. H. Smeengestraat 33 Ruinen Certificaten 1177193 Toetsing T.12 - Beoordeling kwaliteit van grond volgens Wbb Toetsversie BoToVa 3-1-2000 Toetsdatum: 8 juni 2021 09:08 Parameters Toetsing Monster 6701616 Monster 6701617 Monster 6701618 Monster 6701619 1, 04: 10-50, 05: 10-50, 06: 5-50 2, 02: 0-50 3, 03: 0-50, 07: 0-50, 08: 0-50, 09: 0-40 4, 01: 50-140, 02: 50-90, 03: 50-200 Max. Bodemindex 0,004 Max. Bodemindex 1,932 Max. Bodemindex 0,22 Max. Bodemindex 0,004 Toetsoordeel Voldoet aan Achtergr.w. Toetsoordeel Overschrijding Achtergr.w. Toetsoordeel Overschrijding Achtergr.w. Toetsoordeel Voldoet aan Achtergr.w. Analyse Eenheid AW T I Ana.Res. Std.Res. T.Oordeel B.Index Ana.Res. Std.Res. T.Oordeel B.Index Ana.Res. Std.Res. T.Oordeel B.Index Ana.Res. Std.Res.
T.Oordeel B.Index Lutum/Humus Organische stof % (m/m ds) 0,9 10 0 7,9 10 0 6,9 10 0 0,2 10 0 Lutum % (m/m ds) 1,4 25 0 2 25 0 1,6 25 0 4,3 25 0 Droogrest droge stof % 90,5 90,5 @ 0 79,5 79,5 @ 0 81 81 @ 0 93,1 93,1 @ 0 Metalen ICP-AES barium (Ba) mg/kg ds 190 555 920 < 20 < 54 @ 0 400 1600 @ 1,932 49 190 @ 0 < 20 < 42 @ 0 cadmium (Cd) mg/kg ds 0,6 6,8 13 < 0.2 < 0.24 0 0,46 0,62 1.0 AW(WO) 0,002 0,4 0,56 0 < 0.2 < 0.23 0 kobalt (Co) mg/kg ds 15 102,5 190 < 3 < 7.4 0 <3 < 7.4 0 <3 < 7.4 0 <3 < 5.9 0 koper (Cu) mg/kg ds 40 115 190 < 5 < 7.2 0 31 53 1.3 AW(WO) 0,087 41 73 1.8 AW(IND) 0,22 <5 < 6.7 0 kwik (Hg) (niet vluchtig) mg/kg ds 0,15 18,08 36 < 0.05 < 0.05 0 0,16 0,22 1.5 AW(WO) 0,002 0,17 0,23 1.6 AW(WO) 0,002 < 0.05 < 0.05 0 lood (Pb) mg/kg ds 50 290 530 < 10 < 11 0 89 130 2.5 AW(WO) 0,167 64 92 1.8 AW(WO) 0,088 < 10 < 11 0 molybdeen (Mo) mg/kg ds 1,5 95,75 190 < 1.5 < 1.0 0 < 1.5 < 1.0 0 < 1.5 < 1.0 0 < 1.5 < 1.0 0 nikkel (Ni) mg/kg ds 35 67,5 100 < 4 <8 0 6 18 0 4 12 0 <4 <7 0 zink (Zn) mg/kg ds 140 430 720 < 20 < 33 0 140 290 2.1 AW(IND) 0,259 100 210 1.5 AW(IND) 0,121 < 20 < 30 0 Minerale olie minerale olie (florisil clean-up)mg/kg ds 190 2595 5000 < 35 < 120 0 67 85 0 49 71 0 < 35 < 120 0 Polycyclische koolwaterstoffen naftaleen mg/kg ds < 0.05 < 0.035 0 0,08 0,08 0 < 0.05 < 0.035 0 < 0.05 < 0.035 0 fenantreen mg/kg ds 0,08 0,08 0 1,1 1,1 0 0,6 0,6 0 0,09 0,09 0
anthraceen mg/kg ds < 0.05 < 0.035 0 0,46 0,46 0 0,24 0,24 0 < 0.05 < 0.035 0 fluoranteen mg/kg ds 0,23 0,23 0 2,1 2,1 0 1,1 1,1 0 0,2 0,2 0 benzo(a)antraceen mg/kg ds 0,15 0,15 0 1,2 1,2 0 0,71 0,71 0 0,13 0,13 0 chryseen mg/kg ds 0,15 0,15 0 1,4 1,4 0 0,9 0,9 0 0,16 0,16 0 benzo(k)fluoranteen mg/kg ds 0,09 0,09 0 0,83 0,83 0 0,62 0,62 0 0,12 0,12 0 benzo(a)pyreen mg/kg ds 0,14 0,14 0 1,1 1,1 0 0,67 0,67 0 0,14 0,14 0 benzo(ghi)peryleen mg/kg ds 0,09 0,09 0 0,85 0,85 0 0,56 0,56 0 0,1 0,1 0 indeno(1,2,3-cd)pyreen mg/kg ds 0,08 0,08 0 0,7 0,7 0 0,51 0,51 0 0,09 0,09 0 Sommaties som PAK (10) mg/kg ds 1,5 20,75 40 1,1 1,1 0 9,8 9,8 6.5 AW(IND) 0,216 5,9 5,9 4.0 AW(WO) 0,114 1,1 1,1 0 Polychloorbifenylen PCB - 28 mg/kg ds < 0.001 < 0.0035 0 < 0.001 < 0.00089 0 < 0.001 < 0.0010 0 < 0.001 < 0.0035 0 PCB - 52 mg/kg ds < 0.001 < 0.0035 0 < 0.001 < 0.00089 0 < 0.001 < 0.0010 0 < 0.001 < 0.0035 0 PCB - 101 mg/kg ds < 0.001 < 0.0035 0 0,002 0,0025 0 0,001 0,0014 0 < 0.001 < 0.0035 0 PCB - 118 mg/kg ds < 0.001 < 0.0035 0 0,001 0,0013 0 < 0.001 < 0.0010 0 < 0.001 < 0.0035 0 PCB - 138 mg/kg ds < 0.001 < 0.0035 0 0,005 0,0063 0 0,003 0,0043 0 < 0.001 < 0.0035 0 PCB - 153 mg/kg ds < 0.001 < 0.0035 0 0,003 0,0038 0 0,002 0,0029 0 < 0.001 < 0.0035 0 PCB - 180 mg/kg ds < 0.001 < 0.0035 0 0,002 0,0025 0 < 0.001 < 0.0010 0 < 0.001 < 0.0035 0 Sommaties som PCBs (7) mg/kg ds 0,02 0,51 1 0,005 <
0.024 0,004 0,014 0,018 0 0,009 0,013 0 0,005 < 0.024 0,004 Legenda @ x AW(IND) x AW(WO) N.B.
juni ’21
Geen toetsoordeel mogelijk x maal Achtergrondwaarde (Industrie) x maal Achtergrondwaarde (Wonen) <= Achtergrondwaarde De vermelde tussenwaarde is door MijnLab berekend en is niet afkomstig uit BoToVa
18
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Achter Meester Harm Smeengestraat nr. 33 te Ruinen
interpretatie onderzoeksresultaten grond In Tabel 145 staat een samenvatting weergegeven van de toetsresultaten van de onderzochte mengmonsters. Tabel 145: samenvatting toetsresultaten per mengmonster
>I -
PFAS n.o.
Indicatieve toetsing Bbk* AW*
cadmium, koper, kwik, lood, zink PAK koper, kwik, lood, zink, PAK
-
n.o.
Industrie*
-
Niet toepasbaar
-
-
PFOS > toepassingsnorm wonen of industrie n.o.
Mengmonster 1 (MM1)
Boringen Diepte 4+5+6 0,05-0,5
Zintuigelijk >AW -
2 (M2)
2
0-0,5
koolas
3 (MM3)
3+7+8+9
0-0,5
-
4 (MM4)
1+2+3
0,5-2,0
-
Legenda >AW
overschrijding achtergrondwaarde (bodemindex =<0,5)
>T >I
overschrijding tussenwaarde (criteria voor nader onderzoek, bodemindex >0,5) overschrijding interventiewaarde (bodemindex >1)
Bbk
besluit bodemkwaliteit
>T -
-
AW*
*= beoordeling is excl. onderzoek naar PFAS-verbindingen, onderzoek naar deze verbindingen is vanaf 8 juli 2019 verplicht bij beoordeling van hergebruiksmogelijkheden van de grond
bovengrond (0-0,5 m-mv) Bovengrondmengmonster MM1 (boring 1+2+5) bevat geen van de onderzochte stoffen verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde. Het bovengrondmonster van boring 2 bevat een verhoogd gehalte cadmium, koper, kwik, lood, zink en PAK t.o.v. de achtergrondwaarde. De verhoogd gemeten gehalten cadmium, koper, kwik, lood, zink en PAK in het bovengrondmonster van boring 2 zijn mogelijk deels te relateren aan de zintuiglijk waargenomen bijmengingen met koolas in het bodemmateriaal. Bovengrondmengmonster MM3 (boring 3+7+8+9), ter plaatse van de tuin, bevat een verhoogd gehalte koper, kwik, lood, zink en PAK t.o.v. de achtergrondwaarde. De verhoogd gemeten gehalten koper, kwik, lood, zink en PAK in het bovengrondmengmonster MM3 zijn niet te relateren aan zintuiglijk waargenomen bijmengingen in het bodemmateriaal. In het kader van de afvoer van grond is het mengmonsters aanvullend onderzocht op PFAS. Het gehalte PFOS overschrijdt de toepassingsnorm voor wonen of industrie. Op basis van de indicatieve toetsing aan het Besluit bodemkwaliteit is de grond niet toepasbaar. De afgeleide indicatieve interventiewaarde voor som PFOS in grond bedraagt momenteel 110 μg/kg d.s., deze waarde wordt niet overschreden. ondergrond (0,5-2,0 m-mv) Ondergrondmengmonster MM4 (boring 1+2+3) bevat geen van de onderzochte stoffen verhoogd t.o.v.
de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde.
juni ’21
19
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Achter Meester Harm Smeengestraat nr. 33 te Ruinen
Algemeen In gebieden welke reeds langere tijd door de mens in gebruik zijn (o.a. langdurige bewoning of menselijk gebruik) worden vaker verhoogde gehalten aan o.a. zware metalen en PAK’s in de grond gemeten. In algemene zin wordt opgemerkt dat antropogene beïnvloeding van een locatie in de meeste gevallen een negatief effect heeft op de kwaliteit van de bodem. Polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) ontstaan bij de onvolledige verbranding van koolstofbevattende materialen. Het zijn teerachtige stoffen die ontstaan bij de onvolledige verbranding van koolstofhoudende materialen als hout, fossiele brandstoffen, tabak of levensmiddelen. De aanwezigheid van PAK’s in de bodem zijn vaak het gevolg van de aanwezigheid van teerhoudende of koolstofhoudende stoffen, zoals bv. koolas, verbrandingsresten of teerresten. PCB’s zijn meer dan 100 jaar geleden ontdekt. De productie en het commerciële gebruik van deze stoffen begon rond 1929. In Nederland is productie en gebruik van PCB’s sinds 1998 verboden. PCB’s zijn vanwege hun eigenschappen (bestand tegen hoge temperatuur en druk, vrijwel onbrandbaar, goed oplosbaar in olie en vet) in veel producten toegepast.
Voorbeelden hiervan zijn de toepassing ervan in condensatoren, transformatoren, hydraulische-of warmtegeleidingssystemen, koelvloeistof, smeermiddel en weekmaker in kunststoffen, in verf, inkt, lak, kit, lijm, koolstofvrij kopieerpapier, (organochloor)bestrijdingsmiddelen (die vooral zijn toegepast als insecticiden) etc. Tegenwoordig zijn PCB’s vooral nog aanwezig in transformatoren die gefabriceerd zijn voor ca. 1980. PCB's (polychloorbifenylen) staan al tientallen jaren in de belangstelling als bedreiging voor de volksgezondheid. Dat danken ze aan een slechte afbreekbaarheid, een neiging tot stapelen in dierlijk (en dus ook humaan) vetweefsel en uiteenlopende toxische eigenschappen. Verspreiding van persistente verontreinigingen gaat hoofdzakelijk via de lucht, ze komen vervolgens terecht op gewassen, de bodem en in water. Door hun lipofiele eigenschappen (vetoplosbaar) treedt vervolgens stapeling op in met name dierlijk vetweefsel. In het milieu hechten PCB's zich in sterke mate aan grond en slib. PCB’s zijn geen natuurlijk voorkomende stoffen. De aanwezigheid van PCB's in het milieu is met name het gevolg van industriële productie en het gebruik van PCB's van ongeveer 1929 tot 1980.
Opmerking: Wanneer het gehalte van een parameter beneden de rapportagegrens van AS3000 ligt mag er, conform de Wijziging Regeling Bodemkwaliteit (Stc. 122, 27 juni 2008), voor de betreffende parameter vanuit worden gegaan dat deze voldoet aan de achtergrondwaarde (AW2000). Op basis van de circulaire bodemsanering 2009 zijn de toetsingswaarden voor barium (zware metalen) tijdelijk ingetrokken. Indien er op een locatie sprake is van een antropogene bron kan het gemeten gehalte barium indicatief worden getoetst aan de voormalige interventiewaarde.
juni ’21
20
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Achter Meester Harm Smeengestraat nr. 33 te Ruinen
4.3.2 Milieuhygiënische kwaliteit grondwater In Tabel 15 wordt een volledig overzicht weergegeven van de analyseresultaten getoetst aan de toetsingswaarde. Tabel 15: gemeten gehaltes (µg/l) in grondwater met beoordeling conform de Wet Bodembescherming Project Certificaten Toetsing Toetsversie
OPID 26883994#21-M9842-Mr. H. Smeengestraat 33 Ruinen 1186440 T.13 - Beoordeling kwaliteit van grondwater volgens Wbb BoToVa 2-1-2000 Toetsdatum: 8 juni 2021 09:07
Parameters
Toetsing
Analyse Eenheid Metalen ICP-MS (opgelost) barium (Ba) µg/l cadmium (Cd) µg/l kobalt (Co) µg/l koper (Cu) µg/l Kwik (Hg) (niet vluchtig) µg/l lood (Pb) µg/l molybdeen (Mo) µg/l nikkel (Ni) µg/l zink (Zn) µg/l Minerale olie minerale olie (florisil clean-up) µg/l Vluchtige aromaten benzeen µg/l ethylbenzeen µg/l naftaleen µg/l o-xyleen µg/l styreen µg/l tolueen µg/l xyleen (som m+p) µg/l Sommaties aromaten som xylenen µg/l Vluchtige chlooralifaten 1,1,1-trichloorethaan µg/l 1,1,2-trichloorethaan µg/l 1,1-dichloorethaan µg/l 1,1-dichlooretheen µg/l 1,1-dichloorpropaan µg/l 1,2-dichloorethaan µg/l 1,2-dichloorpropaan µg/l 1,3-dichloorpropaan µg/l cis-1,2-dichlooretheen µg/l dichloormethaan µg/l monochlooretheen (vinylchloride) µg/l tetrachlooretheen µg/l tetrachloormethaan µg/l trans-1,2-dichlooretheen µg/l trichlooretheen µg/l trichloormethaan µg/l Sommaties som C+T dichlooretheen µg/l som dichloorpropanen µg/l Vluchtige gehalogeneerde alifaten - divers tribroommethaan (bromoform)µg/l
S
Legenda @ N.B.
juni ’21
T
Monster 6724875 1, 01-1: 300-400 Max. Bodemindex 0,026 Toetsoordeel Voldoet aan Streefwaarde Ana.Res. Std.Res. T.Oordeel B.Index
I
50 0,4 20 15 0,05 15 5 15 65
337,5 3,2 60 45 0,175 45 152,5 45 432,5
625 6 100 75 0,3 75 300 75 800
< 20 < 0.2 <2 3,8 < 0.05 <2 <2 <3 < 10
-
0 0 0 0 0 0 0 0 0
50
325
600
< 50
-
0
0,2 4 0,01
15,1 77 35,005
30 150 70
-
6 7
153 503,5
300 1000
< 0.2 < 0.2 < 0.02 < 0.1 < 0.2 < 0.2 < 0.2
0 0 0 0 0 0 0
0,2
35,1
70
0,2
-
0
0,01 0,01 7 0,01
150,005 65,005 453,5 5,005
300 130 900 10
-
7
203,5
400
0,01 0,01 0,01 0,01
500,005 2,505 20,005 5,005
1000 5 40 10
24 6
262 203
500 400
< 0.1 < 0.1 < 0.2 < 0.1 < 0.2 < 0.2 < 0.2 < 0.2 < 0.1 < 0.2 < 0.2 < 0.1 < 0.1 < 0.1 < 0.2 < 0.2
-
0 0 0 0,006 0 0 0 0 0 0 0,026 0,002 0,006 0 0 0
0,01 0,8
10,005 40,4
20 80
0,1 0,4
-
0,007 0
630
< 0.2
@
0
-
-
-
Geen toetsoordeel mogelijk <= Streefwaarde De vermelde tussenwaarde is door MijnLab berekend en is niet afkomstig uit BoToVa
21
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Achter Meester Harm Smeengestraat nr. 33 te Ruinen
interpretatie resultaten grondwater In Tabel 16 staat een samenvatting weergegeven van de toetsresultaten van het onderzochte grondwatermonster. Tabel 16: samenvatting toetsresultaten per grondwatermonster Grondwatermonster
Diepte filter
Zintuigelijk
>S
>T
>I
Pb1
3,0-4,0
-
-
-
-
Legenda >S
overschrijding streefwaarde (bodemindex <=0,5)
>T
overschrijding tussenwaarde (criteria voor nader onderzoek, bodemindex >0,5)
>I
overschrijding interventiewaarde (bodemindex >1)
peilbuis 1 (3,0-4,0 m-mv) Het grondwater ter plaatse van peilbuis 1 bevat geen van de onderzochte stoffen verhoogd t.o.v. de streefwaarde en/of detectiewaarde.
Opmerking: Wanneer het gehalte van een parameter beneden de rapportagegrens van AS3000 ligt mag er, conform de Wijziging Regeling Bodemkwaliteit (Stc. 122, 27 juni 2008), voor de betreffende parameter van uit worden gegaan dat deze voldoet aan de achtergrondwaarde (AW2000), e.e.a. geldt voor de gecorrigeerde som 1,2dichlooretheen, gecorrigeerde som dichloorpropaan en som xylenen.
juni ’21
22
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Achter Meester Harm Smeengestraat nr. 33 te Ruinen
5
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN
Naar aanleiding van de resultaten van het verkennend milieukundig bodemonderzoek worden de volgende conclusies getrokken en aanbevelingen gedaan. zintuiglijke waarnemingen Op basis van zintuiglijke waarnemingen zijn geen afwijkingen waargenomen. Een samenvatting van de onderzoeksresultaten staat weergegeven in Tabel 17. Tabel 17: samenvatting onderzoeksresultaten >AW of >S
>T
>I
PFAS
Indicatieve toetsing Bbk*
0,05-0,5 -
-
-
-
n.o.
AW*
2
0-0,5
koolas
-
-
n.o.
Industrie*
3 (MM3)
3+7+8+9
0-0,5
-
-
-
1+2+3
0,5-2,0
-
-
-
PFOS > toepassingsnorm wonen of industrie n.o.
Niet toepasbaar
4 (MM4)
cadmium, koper, kwik, lood, zink PAK koper, kwik, lood, zink, PAK -
Grondwater Pb1
1
3,0-4,0
-
-
-
-
n.o.
n.v.t.
Mengmonster
Boringen
Diepte
Grond 1 (MM1)
4+5+6
2 (M2)
Zintuigelijk
AW*
Legenda >AW / >S
overschrijding achtergrondwaarde/streefwaarde (bodemindex =<0,5)
>T
overschrijding tussenwaarde (criteria voor nader onderzoek, bodemindex >0,5)
>I
overschrijding interventiewaarde (bodemindex >1)
*= beoordeling is excl. onderzoek naar PFAS-verbindingen, onderzoek naar deze verbindingen is vanaf 8 juli 2019 verplicht bij beoordeling van hergebruiksmogelijkheden van de grond
grond bovengrond (0-0,5 m-mv) Bovengrondmengmonster MM1 (boring 1+2+5) bevat geen van de onderzochte stoffen verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde. Het bovengrondmonster van boring 2 bevat een verhoogd gehalte cadmium, koper, kwik, lood, zink en PAK t.o.v. de achtergrondwaarde. De verhoogd gemeten gehalten cadmium, koper, kwik, lood, zink en PAK in het bovengrondmonster van boring 2 overschrijden de tussenwaarde (indicatiewaarde voor nader onderzoek) en de bodemindex-waarde (>0.5) niet en geven daardoor uit milieuhygiënische overweging, naar onze mening, geen directe aanleiding tot het instellen van aanvullend onderzoek. Bovengrondmengmonster MM3 (boring 3+7+8+9), ter plaatse van de tuin, bevat een verhoogd gehalte koper, kwik, lood, zink en PAK t.o.v. de achtergrondwaarde. De verhoogd gemeten gehalten koper, kwik, lood, zink en PAK in het bovengrondmengmonster MM3 overschrijden de tussenwaarde (indicatiewaarde voor nader onderzoek) en de bodemindex-waarde (>0.5) niet en geven daardoor uit milieuhygiënische overweging, naar onze mening, geen directe aanleiding tot het instellen van aanvullend onderzoek. juni ’21
23
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Achter Meester Harm Smeengestraat nr. 33 te Ruinen
In het kader van de afvoer van grond is het mengmonster MM3 aanvullend onderzocht op PFAS. Het gehalte PFOS overschrijdt de toepassingsnorm voor wonen of industrie. Op basis van de indicatieve toetsing aan het Besluit bodemkwaliteit is de grond niet toepasbaar. Het in het bovengrondmengmonster MM3 gemeten gehalte PFOS overschrijdt het indicatieve niveau voor ernstige verontreiniging (INEV) voor grond (110 µg/kg d.s PFOS) niet. Als de gemeten concentraties onder de INEV’s blijven zijn er doorgaans geen onaanvaardbare risico’s voor mens of milieu. ondergrond (0,5-2,0 m-mv) Ondergrondmengmonster MM4 (boring 1+2+3) bevat geen van de onderzochte stoffen verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde.
grondwater peilbuis 1 (2,1-3,1 m-mv) Het grondwater ter plaatse van peilbuis 1 bevat geen van de onderzochte stoffen verhoogd t.o.v. de streefwaarde en/of detectiewaarde.
toetsing hypothese Op basis van de vooraf gestelde hypothese is de onderzoekslocatie in eerste aanleg als milieuhygiënisch onverdacht aangemerkt. In Tabel 19 is de noodzaak tot vervolgonderzoek beoordeeld aan de hand van de onderzoeksresultaten. Tabel 19: Noodzaak vervolgonderzoek Locatie
Hypothese
Correct?
Verkennend onderzoek met nieuwe hypothese?
Nader onderzoek?
Mr. Harm Smeengestraat 33
verdacht
ja, verhoogde gehalten aangetoond
nee, onderzoeksinspanning voldoende
nee, er zijn geen matig tot sterk verhoogde gehalten in de grond gemeten.
Op basis van de resultaten van het verkennend bodemonderzoek blijkt dat de locatie niet vrij is van bodemverontreiniging. De plaatselijk verhoogd gemeten chemische verontreinigingen overschrijden de tussenwaarde en/of de bodemindex >0.5 niet en geven daardoor geen aanleiding tot het instellen van een nader onderzoek. De vooraf gehanteerde hypothese is gezien de doelstelling van het onderzoek alsmede de bekende onderzoeksresultaten voldoende om conclusies te verbinden betreffende de kwaliteit van de bodem t.p.v. de onderzoekslocatie. Opgemerkt wordt dat de conclusies betrekking hebben op de chemische gesteldheid van de bodem (excl. asbest). Een asbestonderzoek in grond of puin conform de NEN 5707+C1 resp. NEN 5897 maakt geen onderdeel uit van de scope van onderhavig onderzoek. Op basis van dit onderzoek dat volgens NEN-5740+A1 is uitgevoerd kan geen uitspraak worden gedaan omtrent de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal in de bodem of puin. Indien een formele uitspraak over het voorkomen van asbest in de bodem gewenst is dient een asbestonderzoek uit gevoerd te worden conform de NEN 5707+C1 of NEN 5897.
juni ’21
24
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Achter Meester Harm Smeengestraat nr. 33 te Ruinen
Afwijkingen in de werkzaamheden Er hebben bij de uitvoering van veldwerkzaamheden geen afwijkingen plaatsgevonden t.o.v. het geldende protocol BRL SIKB 2001. Er hebben bij de uitvoering van analysewerkzaamheden geen afwijkingen plaatsgevonden t.o.v. de geldende protocollen AS3000 en/of overige geldende analysemethoden.
Aanbevelingen 1) Bij evt. grondverzet in het kader van toekomstige herontwikkeling moet voorkomen worden dat grond met een verschillende milieuhygiënische kwaliteit wordt vermengd. De bovengrond t.p.v. het bovengrondmengmonster MM3 is op basis van het gehalte PFOS niet toepasbaar. Wanneer t.p.v. grondwerkzaamheden worden voorzien wordt geadviseerd wordt om voorafgaand aan uit te voeren grondwerk binnen het betreffende gebied enkele aanvullende boringen en analyses op PFAS-stoffen uit te voeren teneinde inzicht te verkrijgen in de omvang en verspreiding van evt. niet toepasbare grond binnen dit deel van het plangebied. Wanneer grond van de locatie wordt afgevoerd wordt geadviseerd de betreffende partij middels een AP04 keuring te onderzoeken om de definitieve milieuhygiënische kwaliteit en de afzetmogelijkheden vast te kunnen stellen. 2) In het kader van de voorgenomen herontwikkeling van de locatie dient de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem zoveel mogelijk aan te sluiten bij het toekomstige bodemgebruik. Voor de toetsing van de bodemkwaliteit, bv. bij wijziging van functies of bestemming, kan door het bevoegd gezag naast de toetsing aan de achtergrondwaarde en de interventiewaarde gebruik worden gemaakt van de functienormen uit het Besluit bodemkwaliteit. Deze toetsing is niet wettelijk verplicht.