Bijlage ambtshalve wijzigingen def
Tekst van het document
Bijlage Ambtshalve wijzigingen
Ambtshalve wijzigingen bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Wolddijk 23 Ruinerwold Plankaart noordzijde (verkeer-parkeren toegevoegd) Plankaart zuidzijde (begrenzing recreatief aangescherpt)
Verbeelding ontwerpbestemmingsplan:
Aangepaste verbeelding:
Regels: •
Artikel 3.2.1.a aanvullen met lid 1:
De gezamenlijke oppervlakte van de bedrijfsgebouwen en overkappingen zal per bestemmingsvlak niet meer bedragen dan de bestaande oppervlakte van de gezamenlijke bedrijfsgebouwen ten tijde van de vaststelling van dit bestemmingsplan (568 m2); • • •
• •
3.2.1. lid g vervalt (uitbreiding van de agrarische functie niet meer mogelijk) 4.5.1 aanvullen met lid d: het gebruik van horecavoorzieningen anders dan ten behoeve van de ijs- en speelboerderij. 4.5.1. aanvullen met lid e: het openstellen van de speel- en ijsboerderij en de horecavoorzieningen na 18.00 uur met dien verstande dat het opruimen, vertrekken van gasten tot uiterlijk 19.00 uur mag plaatsvinden. Artikel 5 Verkeer-parkeren invoegen (zie onderstaand); Vernummeren Hoofdstuk 3 (Artikel 5 wordt Artikel 6, Artikel 6 wordt Artikel 7 etc.)
Artikel 5 Verkeer-parkeren 5.1. Bestemmingsomschrijving De voor “Verkeer-parkeren” aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e.
Inritten; Parkeervoorzieningen; met de daarbijbehorende: Boswal en haagplantsoenen; Infrastructurele en waterhuishoudkundige voorzieningen; Sloten, beken en daarmee gelijk te stellen waterlopen. Met dien verstande dat de onder 5.1 genoemde opsomming uitgevoerd wordt conform hetgeen gesteld onder 5.3.2. voorwaardelijke verplichtingen aangaande de aanleg van parkeerruimte en landschappelijke inpassing.
5.2. Bouwregels 5.2.1. Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Op de in lid 5.2. bedoelde gronden mogen bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd, met dien verstande dat: a.
b.
De bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen voor de voorgevelrooilijn bedraagt ten hoogste 1 m en daarachter ten hoogste 2 m, met dien verstande dat de bouwhoogte op zijerven die grenzen aan een openbaar toegankelijk gebied op een afstand van 1 m of minder uit de perceelsgrens ten hoogste 1 m bedraagt; De hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde, zal ten hoogste 5 m bedragen.
Burgemeester en wethouders kunnen met het oog op het voorkomen van een onevenredige aantasting van: • • • • • • •
Het bebouwingsbeeld; De woonsituatie; De verkeerveiligheid; De sociale veiligheid; De milieusituatie; De gebruiksmogelijkheden van omliggende gronden; De landschappelijke, natuurlijke en cultuurhistorische waarden;
Nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing. 5.3. Specifieke gebruiksregels 5.3.1. Strijdig gebruik Onder strijdig gebruik met deze bestemming wordt begrepen het gebruik dat afwijkt van de bestemmingsomschrijving, waaronder in elk geval wordt begrepen: a.
het gebruik van gronden ten behoeve van dagrecreatie, verblijfsrecreatie, detailhandel, opslag en horeca.
5.3.2. Voorwaardelijke verplichting 1.
2.
de landschappelijke inpassing en parkeerplaatsen binnen 1 jaar na onherroepelijk worden van dit bestemmingsplan zijn gerealiseerd en in stand worden gehouden overeenkomstig het in Bijlage C opgenomen inrichtingsplan. Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde onder a indien in plaats van de landschappelijke inpassing of parkeerplaatsen zoals opgenomen in het in Bijlage C andere maatregelen worden getroffen, met dien verstande dat: a. de landschapsmaatregelen of parkeerruimte minimaal gelijk zijn aan de in Bijlage C opgenomen maatregelen; b. er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van in de omgeving aanwezige functies en waarden.
5.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden a.
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden uit te voeren: 1. het aanplanten van bomen en/of houtgewas, over een oppervlakte van meer dan 100 m2 voor zover niet gelegen binnen een bouwperceel, met uitzondering van houtteelt, sier- en fruitteelt en/of overige opgaande teeltvormen; 2. het kappen en/of rooien van houtwallen en/of singels; 3. het verharden van agrarische perceel-, kavelontsluitings- en/of onderhoudswegen buiten het bouwperceel met een grotere breedte van 4 m; 4. het aanbrengen van oppervlakteverhardingen ten behoeve van het agrarisch gebruik buiten het bouwperceel, niet zijnde perceel- en of kavelontsluitingswegen, met een oppervlakte van meer dan 100 m2; 5. het aanleggen van fiets-, voet- en/of ruiterpaden buiten het bouwperceel; 6. het afgraven, ophogen of egaliseren van gronden, zodanig dat er een verschil in hoogte, c.q. diepte ten opzichte van het bestaande maaiveld ontstaat van meer dan 30 cm; 7. het aanleggen van voorzieningen ten behoeve van recreatief medegebruik; 8. het wijzigen van de grondsamenstelling en/of het aanbrengen van voorzieningen ten behoeve van de aanleg van paardrijbakken; 9. het graven of dempen van sloten en daarmee gelijk e stellen waterlopen, uitsluitend indien dit een wijziging van het kavelpatroon tot gevolg heeft; 10.
het aanleggen van wegen ten behoeve van gebiedsontsluiting; 11. het aanplanten van bomen en/of houtgewas ten behoeve van houtteelt, sier- en fruitteelt en/of overige opgaande teeltvormen.
b.
Het sub a vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: 1. Het normale onderhoud betreffen; 2. Reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit bestemmingsplan.
c.
De in sub a genoemde vergunningen kunnen slechts worden verleend, mits: 1. Geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de landschappelijke, natuurlijke, de geomorfologische, cultuurhistorische en de archeologische waarden; 2. Geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de waterhuishouding van het gebied en de omliggende percelen c.q. de gebruiksmogelijkheden daarvan.