Bijlage 2 - Begroting 2026 en meerjarenbegroting 2026-2029 Wolderwijs (1)
Tekst van het document
Begroting 2026 En de meerjarenbegroting 2026 t/m 2029
Onderwijs
Stichting Wolderwijs Schoolstraat 1 7921 AV Zuidwolde Telefoon: 0528-741700 Email: onderwijs@wolderwijs.nl Internet: www.wolderwijs.nl
Inhoudsopgave 1.
Begroting 2026 en meerjarenbegroting 2026 tot en met 2029 .............................................................................5
2.
Algemene uitgangspunten ..................................................................................................................................6
3.
Belangrijke ontwikkelingen met financiële invloed .............................................................................................7
3.1
Ontwikkelingen in de bekostiging .......................................................................................................................7
3.2
Ontwikkelingen in de kosten gerelateerd aan doelen voor 2026 e.v. ...................................................................7
3.3
Overige ontwikkelingen in de kosten ..................................................................................................................9
4.
Toelichting meerjarenbegroting 2026 tot en met 2029 ......................................................................................10
4.1
Baten ................................................................................................................................................................10
4.2
Lasten ...............................................................................................................................................................11
4.3
Financiële baten en lasten .................................................................................................................................15
4.4
Totaalresultaat ..................................................................................................................................................15
4.5
Investeringen en onttrekkingen aan de voorziening groot onderhoud ...............................................................16
5.
Risicoparagraaf .................................................................................................................................................16
6.
Kasstroomoverzicht ..........................................................................................................................................19
7.
Eigen vermogen en kengetallen ........................................................................................................................19
8.
Lijst van afkortingen ..........................................................................................................................................20
2
Voorwoord Voor u ligt de begroting 2026 van Stichting Wolderwijs, inclusief meerjarenbegroting 2026-2029. Met deze begroting zet de organisatie een belangrijke stap in het beleidsrijk begroten. Beleidsrijk begroten betekent dat financiële keuzes in directe samenhang worden gebracht met de strategische koers en de inhoudelijke ambities van de organisatie. De begroting 2026 en meerjarenbegroting 2026-2029 is dan ook niet slechts een financieel document, maar een vertaling van onze gezamenlijke opdracht om kwalitatief hoogwaardig onderwijs te bieden aan ieder kind dat aan ons is toevertrouwd. De financiële beleidsruimte die in de komende jaren ontstaat, wordt doelgericht ingezet op personele inzet. Hiermee beoogt Wolderwijs een structurele bijdrage te leveren aan het verhogen van de onderwijskwaliteit en het verlagen van de werkdruk binnen de organisatie. Deze inzet sluit aan bij onze overtuiging dat ontwikkeling begint bij mensen: bij professionals die de ruimte krijgen om eigenaarschap te nemen, samen te werken en zich te blijven ontwikkelen. De personele inzet vertaalt zich concreet naar drie pijlers: •
Formatieve ondersteuning van de kleinste locaties, waarmee we maatwerk en nabijheid kunnen blijven bieden;
•
Budgettaire ruimte voor het herzien van de organisatiestructuur, zodat verantwoordelijkheden en besluitvorming duurzaam en toekomstgericht kunnen worden ingericht;
•
Overbrugging van het budgettaire gat in de financiering van basisvaardigheden tussen september 2026 en januari 2027, waarmee continuïteit in de ondersteuning van leerlingen wordt geborgd.
Deze keuzes zijn in lijn met de leidende principes van Wolderwijs. We gaan uit van vertrouwen, geven professionele ruimte en werken samen aan een organisatie die zich kenmerkt door ambitie, veranderkracht en eigenaarschap. De begroting 2026 is daarmee niet alleen een financiële verantwoording, maar ook een uitdrukking van onze besturingsfilosofie: dicht bij de praktijk, met ruimte voor dialoog en gericht op duurzame ontwikkeling. In het proces van totstandkoming van de begroting 2026 en de meerjarenbegroting 2026 tot en met 2029 zijn het Wolderwijsberaad (bestuurder, directeuren en beleidsmedewerkers), de RvT-commissie financiën en de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad (GMR) betrokken geweest. De GMR heeft een adviserende rol met betrekking tot de vaststelling of wijziging van de hoofdlijnen van het meerjarig financieel beleid. Over de begroting 2026 en de meerjarenbegroting 2026 tot en met 2029 heeft de GMR een positief advies uitgebracht naar aanleiding van de GMR-vergadering van 02 december 2025. Wij danken alle betrokkenen die hebben bijgedragen aan de totstandkoming van deze begroting. Samen blijven we bouwen aan een toekomstbestendige organisatie waarin kinderen, professionals en partners zich optimaal kunnen ontwikkelen. Zuidwolde, 17 december 2025
Bas Guchelaar Bestuurder
3
Inleiding: Beleidsrijk begroten Beleidsrijk begroten houdt in dat de financiële consequenties van beleidskeuzes verwerkt worden in de meerjarenbegroting. De PO-raad is momenteel actief met dit thema, onder andere door het aanbieden van een leertraject. De Onderwijsraad adviseert al sinds 2018 om te komen tot beleidsmatig begroten en ook het bestuursgerichte toezicht van de inspectie kijkt hiernaar: Lopen er vanuit het strategisch beleidsplan/koersplan duidelijke lijnen naar de locatiedirecteuren en medewerkers en hebben die lijnen zowel een inhoudelijke als een financiële component? Zijn de prioriteiten/speerpunten ook zichtbaar in de budgetten en vindt ook achteraf verantwoording plaats over de realisatie ervan? Het primair en voortgezet onderwijs in Nederland zijn nog maar in beperkte mate bezig met beleidsrijk begroten. Wolderwijs wil hier in ieder geval een begin mee maken door activiteiten of investeringen die uit het koersplan en de schoolplannen voortvloeien, op te nemen in de meerjarenbegroting.
4
1. Begroting 2026 en meerjarenbegroting 2026 tot en met 2029
Tabel 1: Begroting 2026 en meerjarenbegroting 2026 tot en met 2029 Toelichting resultaten: Nadat in de begrotingsapplicatie (van OBM) de meest recente bekostigingsgegevens zijn ingevuld, aangevuld met respectievelijk de afspraken die zijn vastgelegd in het bestuursformatieplan 2025-2026, de in de kaderbrief 2026 verwoorde doelstellingen (inclusief budgetten), de managementgesprekken die in oktober 2025 zijn gevoerd met de locatiedirecteuren en het overleg in het Wolderwijsberaad, resulteren de begroting voor 2026 de meerjarenbegroting 2026 tot en met 2029. (Tabel 1) Bij de voorbereiding op de begroting bleek voor 2026 en de jaren daarna aanmerkelijk meer financiële ruimte beschikbaar te zijn dan dat bij het opstellen van de vorige meerjarenbegroting (2025) bekend was en kon zijn. Hoe valt dit te verklaren? 1. De groei in het aantal leerlingen in het kalenderjaar 2025 heeft hogere bekostiging tot gevolg; In de vorige meerjarenbegroting werd uitgegaan van 1.275 leerlingen op 1 februari 2025, terwijl het feitelijk aantal leerlingen op die datum 1.289 was (14* € 6.866, -); 2. De groei is zelfs zodanig dat in 2025 ook zgn. groeibekostiging ontvangen is (€ 78.000, -); 3. Vanaf 2027 wordt de subsidie basisvaardigheden omgezet in gerichte bekostiging per leerling, gedurende 5 kalenderjaren (€ 182,- per leerling). Deze informatie is pas bekend geworden in de zomer van 2025; 4.
De energielasten en afschrijvingskosten vallen meer mee ten opzichte van de begroting dan dat de onderhoudskosten tegenvallen; De extra financiële beleidsruimte (€ 370.000, - in 2026, €576.000, - in 2027 en vanaf 2028 € 376.000, -) zetten we op personeel in: (Zie daarvoor ook het voorwoord) 1.
Aantal groepen per locatie: We kiezen voor minimaal 3 groepen per locatie (extra OP-formatie bij de Klimtoren en ’t Echtenest);
5
2.
3.
4.
De toegekende projecten in het kader van de subsidieregeling “Versterking basisvaardigheden” lopen tot eind schooljaar 2025-2026, terwijl vanaf 1 januari 2027 de “subsidie” wordt voortgezet in de vorm van gerichte bekostiging à € 182,- per leerling. De tussenliggende periode van 5 maanden overbruggen we formatief met het bedrag dat per 1 januari 2027 beschikbaar komt; Op 2 locaties is de subsidie “versterking basisvaardigheden” deels ingezet om knelpunten in de formatie op te vangen. Deze knelpunten, die zich voordoen bij de Rozebottel en ‘t Oelebrod, vangen we alsnog alternatief op, namelijk via de hogere bekostiging, waardoor de subsidie meer doelgericht ingezet kan worden; Budgettaire ruimte voor het herzien van de organisatiestructuur (zie paragraaf 3.2 speerpunt 3)
Al met al resulteren de begroting 2026 en de meerjarenbegroting 2026-2029 in tabel 1.
2. Algemene uitgangspunten Hieronder worden de algemene uitgangspunten toegelicht ten behoeve van de meerjarenbegroting 2026 tot en met 2029. De bekostigingsontvangsten vanuit het Ministerie van OCW vinden volledig plaats per kalenderjaar, volgens de t-1 systematiek. De jaarlijkse leerlingaantallen per 1 februari en de grootte van de school zijn bepalend voor de hoogte van de bekostigingsontvangsten van het kalenderjaar erop volgend. Daarnaast ontvangt het bestuur “groeibekostiging” als het aantal leerlingen in een bepaalde maand met 4% of meer is gegroeid vergeleken met de teldatum van 1 februari van het jaar ervoor.
Leerlingaantallen De belangrijkste basisgegevens voor het opstellen van de begroting en meerjarenbegroting zijn de jaarlijkse leerlingaantallen. Naast de al bekende leerlingaantallen van 1 februari 2025 zijn er per school prognoses van de leerlingaantallen tot en met 2029. In de prognoses wordt er rekening gehouden met effecten van onder andere de bevolkingsontwikkeling (CBS), eventuele nieuwbouwprojecten en de ontwikkeling van het marktaandeel. De prognose actualiseren wij tweemaal per jaar, daarmee mede gebruik makend van de data van de Integrale Kind Centra, de lokale kinderopvangorganisaties en input vanuit de locatiedirecteuren.
Tabel 2: Leerlingenprognose Instandhouding scholen De bekostiging van een basisschool wordt beëindigd als het aantal leerlingen van de school gedurende drie achtereenvolgende schooljaren lager is dan de opheffingsnorm van 30 leerlingen, zoals deze is vastgesteld voor de gemeente De Wolden. Er is een uitzondering op deze regel als de gemiddelde schoolgrootte van alle scholen van het schoolbestuur minimaal 10/6e maal de opheffingsnorm bedraagt én het leerlingaantal van de school minimaal 23 is. In dat geval blijft de school in aanmerking komen voor bekostiging. Als een school minder dan 30 leerlingen heeft kan het schoolbestuur een verzoek tot instandhouding indienen. De teldatum voor instandhouding is 1 oktober van elk jaar en daarmee dus anders dan de teldatum voor toekenning van de bekostiging.
6
In onderstaand schema is de gemiddelde schoolgrootte voor de komende jaren opgenomen. In alle jaren zit er een veilige marge tussen de gemiddelde schoolgrootte en 10/6e maal de opheffingsnorm. Gemiddelde schoolgrootte 01-02-2024
01-02-2025
01-02-2026
01-02-2027
01-02-2028
01-02-2029
127,7
128,9
130,9
129,0
125,5
122,3
10/6e maal opheffingsnorm van 30 = 50,00
Tabel 3: Gemiddelde schoolgrootte
3. Belangrijke ontwikkelingen met financiële invloed Ontwikkelingen in de bekostiging 1) Overgangsregeling nieuw bekostigingsstelsel Met ingang van 2023 is het bekostigingsstelsel vernieuwd/vereenvoudigd. De overgangsregeling, die hierop van toepassing is, is met ingang van 2026 ten einde. Ten opzichte van 2023 ontvangt Wolderwijs in 2026 zo’n € 275.000 minder bekostiging. (Ten opzichte van 2025 ongeveer € 70.000, - minder); 2) Afloop Nationaal Programma Onderwijs De bestemmingsreserve die de Stichting Wolderwijs vanuit de ontvangen NPO-middelen gevormd heeft, is in 2025 (volgens afspraak) volledig ingezet. In 2026 zijn er dus geen NPO-middelen meer inzetbaar; 3) Subsidie Verbetering basisvaardigheden We formuleren concrete doelen op het gebied van basisvaardigheden. Door concrete doelen te formuleren kunnen wij nagaan of onze aanpak het gewenste effect heeft. Voor de KC De Klimtoren (€ 38.000), obs De Rozebottel (€ 122.0000), IKC Het Groene Hart (€ 293.000), KC Ruinerwold (€ 191.000) en IKC ’t Oelebröd (€ 222.000) is de subsidie toegekend voor 2024/2025 en 2025/2026. De locaties IKC De Horst (€ 139.605), obs De Wezeboom (€ 31.980), KC 't Echtenest (€ 15.990) en KC Het Veldboeket (€ 44.895) hebben de subsidie toegekend gekregen voor 2025-2026 en 2026-2027. Vanuit het Masterplan Basisvaardigheden is het plan om in te gaan zetten op structurele bekostiging.
Helaas is dit uitgesteld tot 1 januari 2027. Er is totaal €485 miljoen beschikbaar vanaf 2027 voor alle scholen (po, vo en go), waarvan 450 miljoen via een bedrag per leerling naar de scholen gaat. Dat komt neer op ongeveer € 182 per leerling. De overige € 35 miljoen gaat dan naar de scholen die extra nodig hebben, waarschijnlijk de prioriteitsscholen (niet zijnde Wolderwijs). Nu de voorjaarsnota 2025 (mei 2025) is vastgesteld, is duidelijk geworden dat er geen loon-en prijsbijstelling komt op het bedrag per leerling voor de basisvaardigheden; 4) Bekostiging Professionaliseren en begeleiding starters schoolleiders De bekostiging Professionaliseren en begeleiding starters en schoolleiders werd t/m 2024 aan de schoolbesturen toegekend. In 2025 en de jaren daarna wordt 50% nog aan de schoolbesturen uitgekeerd, de andere 50% gaat naar de Onderwijsregio’s. Voor Wolderwijs betreft het de Onderwijsregio Zwolle e/o. Wat wij vanaf 2026 aan gelden vanuit de Onderwijsregio gaan ontvangen is nog niet helemaal zeker. Vooralsnog begroten wij voorzichtig op 75% van de € 53,- per leerling; 5) Hoogbegaafdheid De staatssecretaris van OCW heeft ervoor gekozen om het budget voor de begaafde leerlingen toe te voegen aan de bekostiging voor zware ondersteuning, omdat hierin al een bedrag voor hoogbegaafde leerlingen aanwezig is.
Dit bedrag per leerling wordt zowel voor het po als vo opgehoogd met ± € 9,78; is voor het po voor 2026 vastgesteld op € 27,47 en wordt uitgekeerd aan de Samenwerkingsverbanden. Wolderwijs vraagt voor 2026 en 2027 pilotgelden aan bij het Samenwerkingsverband ten behoeve van versterking van de expertise op het gebied van (hoog)begaafdheid.
Ontwikkelingen in de kosten gerelateerd aan doelen voor 2026 e.v. In tabel 4 zijn de doelstellingen per beleidsterrein weergegeven voor 2026, voor zover deze een noemenswaardige financiële vertaalslag hebben en nieuw op te nemen zijn in de begroting. De doelstellingen zijn ontleend aan zowel het koersplan als de jaarlijkse doelstellingen ten behoeve van een gezonde bedrijfsvoering.
7
Speerpunt 1:
Doelstelling 2026
In de begroting op te nemen budget
Versterken doorgaande lijn onderwijs en opvang
€10.000,- per jaar gedurende looptijd koersplan
Wolderwijs ontwikkelt jou: “WolderwijsAcademie”
€ 40.000, -
Doorgaande lijn Speerpunt 2: HRM-beleid
Wolderwijs ontwikkelt jou is een belangrijk onderdeel vanuit ons koersplan, daarom vinden we het ook belangrijk de professionalisering een kwaliteitsimpuls krijgt Professionaliseringsplan; budget voor Wolderwijskrachten en beleidsmedewerkers gebaseerd op de 3 V’s, vakmanschap, verandervermogen en vitaliteit Kernvragen voor de kwaliteit van het onderwijs zijn: leren leerlingen genoeg, krijgen ze goed les en zijn ze veilig? Komende jaren gaan we inzetten op de vraag: “Krijgen de leerlingen goed les?”. We gaan met elkaar bespreken hoe een goede les eruitziet en voeren observaties uit op de locaties
Speerpunt 4: We
Directeuren: 7x €3.000,Beleidsmedewerkers 5x € 1.000, -
Basisvaardigheden
Zie ontwikkeling in de bekostiging 3)
Ontwikkeling opleidingsscholen
€ 38.250, -
Actualisatie kosten werving & selectie
€10.000,- werving en selectie directeuren
Meerjarenformatie
De te verwachten meevaller op de exploitatie 2025 zetten wij formatief in in begrotingsjaar 2026
Nu de subsidie basisvaardigheden met ingang van januari 2027 onderdeel gaat vormen van de structurele bekostiging kunnen we 2026 beschouwen als overbruggingsjaar vooruitlopend op de beschikbaarheid van middelen vanaf 2027. Daarmee doen we recht aan de oproep van de GMR om niet verder te korten op de formatie van onderwijzend personeel. Speerpunt 3: We beschikken over transparant organisatiebeleid
Wolderwijskrachten onderwijs WTF x €500,-
Bij het begrotingsproces willen we transparantie en betrokkenheid waarborgen, zodat alle belanghebbenden op de hoogte zijn van de financiële situatie van de stichting
We nemen ruim de tijd voor het begrotingsproces, waarbij afstemming plaats vindt met alle geledingen
Ook herzien en implementeren wij de organisatiestructuur van Wolderwijs
Voor het herzien en implementeren van de organisatiestructuur reserveren wij gedurende 2 schooljaren een ondersteuningsbudget met ingang van 0108-2026: 5 locaties 0,3 fte en 5 locaties 0,2 fte
Het leren van en met collega’s;
Zie budgetten speerpunt 2
verstevigen samenwerking en verbinden tussen locaties onderling
Meer verbinding tussen onderwijs en kinderopvang; Bovenschools investeren en faciliteren op het gebied van ICT en telefonie;
Positieve effecten op de exploitatie door collectieve inkoop en doordat ICT-ers op dezelfde wijze toegerust zijn
Speerpunt 5: Huisvesting en onderhoud
We dragen – samen met de gemeente – zorg voor duurzame huisvestiging in de gemeente De Wolden
Vanuit de projectgroep onderwijshuisvesting van de gemeente De Wolden, waarin Wolderwijs is
8
vertegenwoordigd, is opdracht gegeven om maatwerkadviezen op te stellen voor alle locaties in De Wolden. In die maatwerkadviezen wordt bepaald op welke locaties vernieuwbouw op termijn mogelijk zou kunnen zijn en op welke niet. Als er mogelijkheden zijn tot het uitvoeren van vernieuwbouw, dan wordt ook gekeken welke duurzaamheidsmaatregelen getroffen zouden kunnen worden. In de meerjarenbegroting passen wij de dotaties en onttrekkingen aan de voorziening voor groot onderhoud hierop aan Speerpunt 6: We beschikken over een visie op inclusiever onderwijs en opvang, waarbij thuisnabij onderwijs en opvang het uitgangspunt is
Ambitie om te kunnen blijven investeren in de ontwikkeling van meer inclusieve arrangementen in het reguliere basisonderwijs
Het OT-team ondersteunt de locaties met betrekking tot vraagstukken over inclusiever onderwijs. In de tussentijdse evaluatie is al door de orthopedagogen aangegeven dat één dag niet voldoende is. Voorzichtigheidshalve begroten wij op 2 dagen detachering (€ 42.000, -)
Tabel 4: Doelstellingen per beleidsterrein Overige ontwikkelingen in de kosten 1) Energiekosten Na de explosieve stijging van de energiekosten in 2023 (ruim € 300.000 hoger dan in 2022), zijn de energieprijzen in 2024 opnieuw vastgelegd, resulterend in een daling van de energiekosten met ruim 2 ton. De installatie van zonnepanelen blijkt zijn vruchten af te werpen: de prognose voor de hoogte van de energiekosten in 2025 komt (peildatum augustus 2025) uit op € 247.000, - (ruim € 80.000, - lager dan begroot). Toch blijft er onzekerheid op de energiemarkt, dat maakt dat voorzichtig begroten op de energiekosten raadzaam blijft; 2) Onderhoudskosten Zie hierboven bij speerpunt 5: huisvesting en onderhoud; 3) Schoonmaakkosten De kwaliteit van de schoonmaak laat, volgens meerdere inventarisaties, te wensen over terwijl de kosten van de dienstverlening flink stijgen. We gaan kijken hoe we, gegeven de beschikbare middelen, tot een kwaliteitsslag kunnen komen; 4) Leermiddelen Leermiddelen bestaan niet meer louter uit boekmateriaal (waarop we afschrijven), maar hieraan zijn veelal licentiekosten gerelateerd. Deze kosten komen jaarlijks terug en leggen beslag op de exploitatie en verwerken we door een aanpassing in de meerjarenbegroting.
Bovengenoemde ontwikkelingen leggen, elk op hun eigen manier, een directe of indirecte druk op de cijfers van de begrotingen en het vermogen van de stichting in de komende jaren. In het begrotingsrapport wordt hier per onderdeel verder op ingegaan, evenals de standpunten die voorlopig zijn ingenomen.
9
4. Toelichting meerjarenbegroting 2026 tot en met 2029 Algemeen In vergelijking met eerdere jaren kiezen we ervoor om de begroting over het kalenderjaar 2026 meteen te relateren aan de begroting voor de jaren erna. Op deze manier kunnen we het beleid, dat gebaseerd is op ons koersplan (lopend tot en met 2028) ook al, voor zover mogelijk, qua financiële consequenties in beeld brengen voor de jaren na 2026.
Baten
Tabel 5: Baten Toelichting •
• •
•
•
• • •
De PO-raad geeft, op grond van de eerste regeling bekostiging WPO en WEC 2026 als begrotingsadvies om uit te gaan van een stijging van de bekostigingsbedragen met 3,8% ten opzichte van 2025. Dit betreft de verwachte verhoging ten gevolge van de loonbijstelling 2026, die zal worden verwerkt in de definitieve Regeling bekostiging 2026 (publicatie zomer 2026). Wij hebben het advies van de PO-raad in de begroting voor 2026 opgenomen. De bekostiging in de jaren daarna hebben wij aangepast op basis van de mutaties in het aantal bekostigde leerlingen; Achterstandsmiddelen ontvangen wij niet meer op grond van de door het CBS recentelijk gepubliceerde achterstandsscores; De middelen voor professionalisering en begeleiding van starters en schoolleiders zijn voortaan, voor zover deze naar de schoolbesturen gaan, opgenomen in de basisbekostiging; Van het deel dat naar de onderwijsregio gaat verwachten we inkomsten onder de noemer “baten onderwijsregio”; De geoormerkte subsidie vanuit OCW en de niet-geoormerkte subsidie vanuit OCW betreffen beide de subsidie basisvaardigheden waarvoor de diverse locaties projectplannen hebben ingediend (personeel en materieel zijn uitgesplitst als “geoormerkt” en “niet-geoormerkt); Doorbetaling vanuit het Samenwerkingsverband (SWV): In de begroting van het SWV is de ambitie opgenomen om de deelname aan SBO en SO terug te brengen om te kunnen blijven
investeren in de ontwikkeling van meer inclusieve arrangementen in het reguliere basisonderwijs. Voor 2026 gaan we nog uit van een gelijkblijvend bedrag, mede omdat wij ook pilotgelden “hoogbegaafdheid” vanuit het SWV verwachten Huisvestingsvergoeding gemeente: We verwachten dat met ingang van het schooljaar 2027-2028 de noodunits bij De Rozebottel vervangen zijn door 2 nieuwe permanente lokalen; Overige subsidies: Provinciale subsidie ter bevordering van cultuureducatie op de scholen; Huurbaten: Op een aantal scholen geven wij onderwijsruimte in medegebruik (onder andere muziekverenigingen)
10
• • • •
Vergoeding salariskosten detachering: Wij detacheren enkele collega’s (onder andere bij het SWV) Overige baten personeel: Doorbelasting personeelskosten aan Stichting Kindcentra Wolderwijs Baten ondersteuningsbekostiging: Betreft de subsidie ter ondersteuning van leerlingen met visuele of auditieve beperkingen Overige baten: Doorbelasting van huisvestingskosten aan Stichting Kindcentra Wolderwijs.
Lasten Personeelslasten Uit het bestuursformatieplan 2025-2029: “In de afgelopen jaren zijn we geconfronteerd met veel tijdelijke subsidies zoals NPO, extra handen in de klas, basisvaardigheden en subsidie voor inhaal- en ondersteuningsprogramma's. Dit betekent dat veel medewerkers met tijdelijke contracten zijn aangesteld. Vanwege de tijdelijke looptijd van deze subsidies kunnen deze contracten niet worden omgezet naar vaste contracten”. Overigens, nu de subsidie basisvaardigheden met ingang van januari 2027 onderdeel gaat vormen van de structurele bekostiging kunnen we 2026 beschouwen als overbruggingsjaar vooruitlopend op de beschikbaarheid van middelen vanaf 2027. Daarmee doen we recht aan de oproep van de GMR om niet verder te korten op de formatie van onderwijzend personeel. (Zie ook Speerpunt 2) In tabel 6 volgt een overzicht van de ontwikkeling in de personeelslasten in procenten van de totale kosten van Wolderwijs:
Personeelslasten in % van de totale lasten Realisatie 2024 Begroting 2025 Prognose 2025 Begroting 2026 Begroting 2027 Begroting 2028 Begroting 2029
82,09% 81,19% 81,24% 81,21% 81,58% 81,36% 81,37%
Tabel 6: Personeelslasten in % van de totale kosten
11
Tabel 7: Personele inzet inclusief vacatures gesplitst naar functiecategorie
Tabel 8: Gedetailleerde weergave van de personeelslasten
12
•
•
• • •
Het grootste gedeelte van het personeelsbestand, ruwweg zo’n 76%, bestaat uit leraren. Ondersteuning in de klas verlenen OOP-ers. (De leraar ondersteuners onderwijsassistenten) Overig ondersteund personeel bestaat uit facilitair medewerkers, administratief medewerkers en medewerkers van het bestuursbureau. De locatieleiding is in handen van zeven directeuren; enkele directeuren zijn leidinggevende van meer dan 1 locatie. In de vorige meerjarenbegroting (2025-2029) is verwoord dat de totale formatieve ruimte/inzet in de komende jaren zal verminderen met 3% per jaar. Bij het opstellen van die begroting was nog niet bekend dat de middelen ter versterking van de basisvaardigheden de eerstkomende jaren, met ingang van 2027, onderdeel gaan vormen van de basisbekostiging (€ 182,- per leerling). Aangezien deze middelen, bij inzet, leiden tot formatieve behoefte, streven we ernaar om formatie, die tijdelijk ingezet is in het kader van de subsidieprojecten “versterking basisvaardigheden”, te behouden. Voor zover krimp alsnog noodzakelijk blijkt, kunnen we deze opvangen door natuurlijk verloop; Het gemiddelde verzuim over de afgelopen 12 maanden was in augustus 2025 11,0%, wat 1,2% hoger is dan een jaar geleden. Dit percentage ligt aanzienlijk boven de doelstelling van 7%. In het geval van verzuim van personeel worden er vervangingskosten gemaakt.
Deze vervangingskosten krijgen wij grotendeels vergoed omdat wij zijn aangesloten bij het Vervangingsfonds (ziekteverzuim) en vervangingen bij zwangerschapsverlof vergoed worden vanuit UWV. Een hoog ziekteverzuimpercentage heeft een malus (boeteclausule) van het Vervangingsfonds tot gevolg. Deze malus hebben we opgenomen in de begroting. (Malus Vervangingsfonds) In het geval van ziekteverzuim hebben de leidinggevenden als casemanager een essentiële rol. Ter ondersteuning van het arbeidsomstandigheden- en verzuimbeleid neemt Stichting Wolderwijs diensten af bij de gecertificeerde Arbodienst Perspectief. De Arboarts vervult de rol van een onafhankelijke schakel tussen de werkgever en werknemer bij ziekte en re-integratie en geeft deskundig advies over arbeidsomstandigheden en verbetering daarvan. Bij alle ziektegevallen wordt er gebruik gemaakt van de juiste interventies; passende coaching en begeleiding en het in voldoende mate aandacht hebben voor de individuele problematiek. Om het ziekteverzuimpercentage naar beneden te krijgen zal er naast het curatief handelen meer focus gelegd worden op het preventief handelen. Hiervoor wordt samenwerking gezocht met partijen die hierin kunnen ondersteunen.
Salariskostendetachering: salariskosten van personeel van Wolderwijs dat gedetacheerd is naar het Samenwerkingsverband en waar vergoeding vanuit het Samenwerkingsverband tegenover staat Scholing: Zie Speerpunt 2; Wolderwijs zet stevig in op scholing/ontwikkeling.” Overige personele lasten (412330): Deze zijn in 2025 te hoog begroot.
13
Tabel 9: Gedetailleerde weergave van de afschrijvingskosten, huisvestingslasten en overige lasten • • •
Afschrijvingen: door flinke investeringen in, met name, ICT, stijgen de afschrijvingslasten. Huisvestingslasten: Zie hiervoor met name de paragraaf “ontwikkeling in de overige kosten”; Overige lasten: o ICT-licenties en ICT-pakketkosten: licentie leerlingenvolgsysteem, Microsoft, Cloudwise
14
o o o
o o o
Honorarium onderzoek jaarrekening: de kosten stijgen mede in verband met de plicht tot consolidatie van de jaarrekeningen van Onderwijs en Kinderopvang Onderwijsleerpakket verbruik: verbruiksmateriaal in de lessen Licenties methoden: Nieuwe methoden nemen we op in de meerjareninvesteringen (OLP), maar de licentiekosten komen jaarlijks terug; deze boeken we daarom rechtstreeks ten laste van de exploitatie. Uitgevers werken steeds meer met digitaal gebruiksmateriaal Projecten: Kosten bedrijfsbus (444100) en “Het beste idee van Wolderwijs/ innovatieprijs” (444510) Overige kosten subsidie: materiele uitgaven in het kader van de subsidie “versterking basisvaardigheden” Diverse kosten: kosten kwaliteitsmetingen schoonmaak
Financiële baten en lasten
Tabel 10: Financieel resultaat •
Wolderwijs stapt over naar Schatkistbankieren, waardoor de rentebaten zullen stijgen.
Totaalresultaat
Tabel 11: Totaalresultaat met uitsplitsing naar inzet van vooruit ontvangen projectgelden in de exploitatie In 2025 en 2026 ontvangt Wolderwijs subsidiegelden in het kader van de verbetering basisvaardigheden. Deze gelden zetten de locaties in op basis van ingediende projectplannen (Speerpunt 2). Vanaf 2027 ontvangen de scholen ter verbetering van de basisvaardigheden € 182,- per leerling. Aangezien hierbij waarschijnlijk sprake zal zijn van gerichte bekostiging, nemen we deze gelden op onder de projectgelden ter vereenvoudiging van de verantwoording.
15
Investeringen en onttrekkingen aan de voorziening groot onderhoud
Tabel 12: Investeringen en onttrekkingen aan de voorziening groot onderhoud • • • • • •
Algemeen: (vervangings-) investeringen vinden planmatig plaats aan de hand van een meerjareninvesteringsplan; daarbij houden we rekening met verbouw- of nieuwbouwplannen; Investeringen in inventaris omvat de aanschaf van leerlingensets, materialen speellokaal, kasten e.d.; Investeringen in OLP: nieuwe methoden voor onder andere lezen, rekenen, taal en schrijven; Investeringsplannen met betrekking tot OLP zijn up-to-date tot en met 2027; Investeringen in ICT: Devices (voor leerlingen en personeel) en digiborden; Investeringen in gebouwen: in 2029 staat vervanging van vaste inrichting gepland bij De Horst; Onttrekking aan de voorziening groot onderhoud geschiedt op basis van het Meerjarenonderhoudsplan (MJOP). Voorbeelden van uitgaven die ten laste van de voorziening komen zijn, vervanging cv-ketels, vervanging (pvc-)vloerbedekking, aanpassingen aan de verlichting, binnen schilderwerk, aanpassingen aan een brandmeldcentrale en dergelijke
5. Risicoparagraaf Binnen Wolderwijs helpen we kinderen zich te ontwikkelen tot de beste versie van zichzelf. Daarom werken we voortdurend aan de kwaliteit van ons onderwijs, onze scholen, personeelsleden en aan de kwaliteit van de organisatie als geheel. Dit is alleen mogelijk als we ook werken aan borging van de continuïteit van Wolderwijs. Deze continuïteit komt in gevaar wanneer de lasten niet meer uit de baten bestreden kunnen worden en er onvoldoende (liquide) vermogen aanwezig is om het al dan niet tijdelijke financiële tekort te dekken. Om aan de doelstelling van het borgen van de continuïteit te kunnen blijven voldoen, is het daarom nodig om zicht te krijgen op de belangrijkste financiële risico’s waaraan de organisatie wordt blootgesteld en hoe deze risico’s worden beheerst. Dit kunnen we samenvatten tot de vraag hoeveel vermogen nodig is om het financieel risicoprofiel af te dekken. Omdat we veel waarde hechten aan borging van de continuïteit, hebben we een extern bureau gevraagd om tot een heldere beschrijving en onderbouwing van de risico's, waarmee Wolderwijs te maken heeft, te komen door middel van een nieuw financieel risicoprofiel voor Stichting Wolderwijs. Bij de voorbereiding op het profiel zijn diverse gremia van Wolderwijs betrokken geweest, zoals een vertegenwoordiging van de GMR, RvT, het Wolderwijsberaad, de controller en de bestuurder.
Het profiel is de uitkomst van een risico-inventarisatie, waarna via een simulatietechniek een vertaling is gemaakt naar het benodigd buffervermogen voor het afdekken van het opgestelde risicoprofiel. De inventarisatie heeft geresulteerd in de identificatie van een aantal risico’s. Deze risico’s zijn weergegeven in onderstaande tabel 13, waarin ook opgenomen per risico respectievelijk de kans van optreden van het risico en de mogelijke financiële impact van het zich voordoen van het risico:
16
Tabel 13: Risico's Via de risicosimulatie is bepaald dat op basis van de huidige omgevingsfactoren en de huidige gehanteerde begrotingsuitgangspunten, met een gewenste zekerheid van 95%, een buffervermogen van € 807.000 (6,9% van de jaarbaten, niveau 2024) toereikend is om het financiële risicoprofiel van Wolderwijs af te kunnen dekken. In onderstaand figuur 1 confronteren we het berekend benodigd buffervermogen met het (ultimo 2024) beschikbaar eigen vermogen en het aanwezige netto werk kapitaal (=de liquiditeitspositie van Wolderwijs, van belang om te weten in hoeverre Wolderwijs aan haar kortlopende verplichtingen, zoals salarisbetalingen, kan voldoen):
Figuur 1: Benodigd buffervermogen
17
Confrontatie van het berekende buffervermogen met respectievelijk het aanwezige eigen vermogen (ultimo 2024) en het aanwezige netto werk kapitaal (ultimo 2024) leidt tot de volgende bevindingen: 1) Benodigde buffer versus beschikbare eigen vermogen (1a) Het eigen vermogen op statusdatum (ultimo 2024) bedraagt € 1.096.512. Een vermogen van € 807.000 is toereikend om het financieel risicoprofiel af te kunnen dekken. Daarom kan geconstateerd worden dat er op statusdatum (ultimo 2024) een surplus in het eigen vermogen aanwezig is van € 289.512. 2) Totaal eigen vermogen versus minimale waarde o.b.v. solvabiliteitseis; Hoe verhoudt de ruimte in het eigen vermogen bezien vanuit het financieel risicoprofiel zich ten opzichte van de norm voor de solvabiliteit volgens het toezicht kader van de Inspectie van het Onderwijs? (1b) De Inspectie van het Onderwijs heeft in het financieel toezicht kader een minimale solvabiliteit (eigen vermogen + voorzieningen/ balanstotaal) gedefinieerd van 30%. Dit betekent dat het minimale eigen vermogen vanuit de solvabiliteitseis aan de onderkant is afgegrensd. Bezien vanuit de optiek van de minimale solvabiliteit is sprake is van een surplus in het TOTAAL eigen vermogen van € 1.065.119. Het surplus in het eigen vermogen bezien vanuit de solvabiliteitseis is dus groter dan het surplus bezien vanuit het benodigd buffervermogen.
3) Benodigde buffer versus beschikbare Netto Werk Kapitaal (2) Omdat het eigen vermogen mede dient voor de financiering van materiële vaste activa (Gebouwen en terreinen, inventaris en apparatuur etc.), is het van belang om vast te stellen in hoeverre het berekende benodigde buffervermogen ook in liquide vorm aanwezig is. Als maatstaf hiervoor wordt het aanwezige Netto Werk Kapitaal gebruikt. Het Netto Werk Kapitaal op statusdatum (ultimo 2024) bedraagt € 858.038. Een vermogen van € 807.000 is toereikend om het financieel risicoprofiel af te kunnen dekken. Daarom kan geconstateerd worden dat er op statusdatum (ultimo 2024) een surplus in het Netto Werk Kapitaal (de ‘aanwezige liquiditeitspositie’) aanwezig is van € 51.038. Het benodigd buffervermogen is dus (op statusdatum) volledig in liquide vorm beschikbaar. Het adviesbureau wijst erop dat de aanwezige liquiditeitspositie een momentopname is. Het adviesbureau heeft ook onderzocht of ons Eigen Vermogen niet te hoog is: Voor schoolbesturen luidt de formule voor de bepaling van de signaleringwaarde voor het normatieve publieke vermogen als volgt:
Het normatieve publieke eigen vermogen van Wolderwijs bedraagt € 1.862.275. Dit betekent dat op statusdatum (ultimo 2024) het publiek eigen vermogen ad € 1.096.512 lager is dan het normatieve publieke eigen vermogen en er daarom geen sprake is van een (mogelijk) bovenmatig vermogen volgens de signaalwaarde van de inspectie. Het externe bureau heeft een aantal aanbevelingen opgenomen in haar rapport. Enkele daarvan waarmee we in de komende periode aan de slag gaan: •
Periodiek beoordelen in hoeverre het benodigd buffervermogen in liquide vorm aanwezig is, door actief te sturen op aanwezige kasstromen. Daartoe nemen wij voortaan een kasstroombegroting op in de meerjarenbegroting. (Zie paragraaf 7 hierna)
•
Het periodiek rapporteren (in het jaarverslag en tussentijds) over de ontwikkelingen in de beheersing van uw belangrijkste te beheersen financiële risico’s.
18
6. Kasstroomoverzicht
Saldo liquide middelen 31 dec t-1
2025 2026 2027 2028 2029 prognose begroting begroting begroting begroting € 1.967.000 € 1.847.000 € 2.011.700 € 2.235.400 € 2.291.300
Kasstroom uit operationele activiteiten Resultaat Afschrijvingen Mutaties werkkapitaal Mutaties voorzieningen groot onderhoud en personeel totaal
€ € € € €
210.000 -100.000 170.000 280.000
Kasstroom uit investeringsactiviteiten Investeringen inventaris, ict, OLP -/totaal
€ €
-400.000 € -400.000 €
-220.000 € -220.000 €
Mutatie Liquide middelen
€
-120.000 €
Eindsaldo liquide middelen
€
Netto werkkapitaal op 31-12:
€
€ € € € €
48.700 310.000 26.000 384.700
€ € € € €
19.700 302.000 87.000 408.700
€ € € € €
90.900 307.000 3.000 400.900
€ € € € €
-39.100 288.000 -482.000 -233.100
-185.000 € -185.000 €
-345.000 € -345.000 €
-220.000 -220.000
164.700 €
223.700 €
55.900 €
-453.100
1.847.000 €
2.011.700 €
2.235.400 €
2.291.300 €
1.838.200
712.000 €
876.700 €
1.100.400 €
1.156.300 €
703.200
Tabel 14: Kasstroomoverzicht Toelichting: Als we het kasstroomoverzicht relateren aan ons financieel risicoprofiel, dan is in de jaren 2026 tot en met 2028 de aanwezige liquiditeitspositie op orde (benodigde buffer netto werkkapitaal is € 807.000, -). In 2029 “duiken” we eronder, met name door een grote onttrekking aan de voorziening groot onderhoud. In de jaren tot aan 2029 zullen we hierop goed monitoren.
7. Eigen vermogen en kengetallen De benodigde buffer in het eigen vermogen, berekend in paragraaf 6 bedraagt ultimo 2024 €807.000, -. Het feitelijk (geprognotiseerde) eigen vermogen geven we hieronder weer: Eigen Vermogen 01 januari boekjaar Prognose exploitatieresultaat 31 december boekjaar
€ € €
2025
2026
2027
2028
2029
1.096.500 € € 1.096.500 €
1.096.500 € 48.700 € 1.145.200 €
1.145.200 € 19.700 € 1.164.900 €
1.164.900 € 90.900 € 1.255.800 €
1.255.800 -39.100 1.216.700
Tabel 15: Eigen vermogen Uit tabel 16 blijkt dat het geprognotiseerde eigen vermogen in de komende jaren voldoende groot is om het financieel risicoprofiel af te kunnen dekken. Ook voldoen we aan de solvabiliteitseis van de Onderwijsinspectie. Financiële kengetallen
Signaleringswaarde
Prognose ultimo 2026
Streefwaarde Wolderwijs
Solvabiliteit ((eigen vermogen + voorzieningen)/totale passiva)
30%
54%
60%
Liquiditeit (vlottende activa/ kortlopende schulden)
0,75
1,32
1,25
Weerstandsvermogen (eigen vermogen/ totale baten)
5%
9%
7%
Tabel 16: Overige kengetallen
19
8. Lijst van afkortingen ARBO AVG CAO Fte GMR IB(‘er) IKC MJOP NPO OCW OLP OOP OP PO RAP RvT SO&P SWV UWV VVF WIA WW
Arbeidsomstandigheden Algemene Verordening Gegevensbescherming Collectieve arbeidsovereenkomst Fulltime employment Gemeenschappelijke medezeggenschapsraad Intern begeleider Integraal kindcentrum Meerjarenonderhoudsplan Nationaal Programma Onderwijs Onderwijs, cultuur en wetenschappen Onderwijsleerproducten Onderwijsondersteunend personeel Onderwijzend personeel Primair onderwijs Regionale aanpak personeelstekort Raad van toezicht Samen opleiden en professionaliseren Samenwerkingsverband Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen Vervangingsfonds Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen Werkloosheidswet
20