Bijlage 1 - U&H-strategie Milieu Drenthe (2026-2029)
Tekst van het document
U&H-strategie milieu Drenthe 2026-2029 Regionale Uitvoerings- & Handhavingsstrategie voor de vergunningverlening, toezicht en handhaving milieu
18-6-2025
U&H-strategie milieu Drenthe 2026-2029
Arena Consulting
Colofon Ons kenmerk
23.929
Datum
18-6-2025
Opdrachtgever
Bestuurlijk - Robert Meijer, voorzitter DB/AB OD Drenthe Ambtelijk - Marjolein Plantinga, gemeentesecretaris Emmen tot 30 april 2025, hierna Theo Dijkstra, gemeentesecretaris Assen.
Auteurs
John Rayer Jos Dolstra
Versie
1.0 (definitief) www.arenaconsulting.nl
1
18-6-2025
U&H-strategie milieu Drenthe 2026-2029
Arena Consulting
Inhoudsopgave BESTUURLIJKE SAMENVATTING .................................................................................................... 3 1. 1.1 1.2 1.3 1.4
INLEIDING ........................................................................................................................... 7 AANLEIDING EN ACHTERGROND ......................................................................................................... 7 TOTSTANDKOMING, POSITIONERING EN STATUS U&H-STRATEGIE MILIEU ................................................. 8 BUDGETNEUTRALITEIT ALS UITGANGSPUNT .......................................................................................... 9 LEESWIJZER .................................................................................................................................. 10
2.1 2.2 2.3 2.4
WETTELIJK KADER EN BESTUURLIJKE UITGANGSPUNTEN .................................................... 11 HET WERKGEBIED VAN DE OD ......................................................................................................... 11 WETTELIJK KADER ......................................................................................................................... 12 ONTWIKKELINGEN ......................................................................................................................... 13 BESTUURLIJKE UITGANGSPUNTEN..................................................................................................... 14
3.1 3.2 3.3
LOCATIES MET MILIEUACTIVITEITEN .................................................................................. 19 OMGEVINGSANALYSE .................................................................................................................... 19 RISICO’S ...................................................................................................................................... 19 U&H-DOELSTELLING ..................................................................................................................... 22
2.
3.
4.
ZORGWEKKENDE STOFFEN ................................................................................................ 23 4.1 OMGEVINGSANALYSE .................................................................................................................... 23 4.2 RISICO’S ...................................................................................................................................... 23 4.3 U&H-DOELSTELLING ..................................................................................................................... 25
5. 5.1 5.2 5.3 6.
BODEM ............................................................................................................................. 26 OMGEVINGSANALYSE .................................................................................................................... 26 RISICO’S ...................................................................................................................................... 27 U&H-DOELSTELLING ..................................................................................................................... 28
ENERGIE ............................................................................................................................ 29 6.1 OMGEVINGSANALYSE .................................................................................................................... 29 6.2 RISICO’S ...................................................................................................................................... 29 6.3 U&H-DOELSTELLING ..................................................................................................................... 30
7. MONITORING EN BORGING VAN KWALITEIT ............................................................................ 31 7.1 BORGING VAN KWALITEIT ............................................................................................................... 31 7.2 MONITORING EN RAPPORTAGE........................................................................................................ 33 BIJLAGE 1. ALGEMENE STRATEGIEËN ........................................................................................... 35 PREVENTIESTRATEGIE .............................................................................................................................. 35 VERGUNNINGSTRATEGIE .......................................................................................................................... 37 TOEZICHTSTRATEGIE ................................................................................................................................ 42 SANCTIESTRATEGIE .................................................................................................................................. 46 GEDOOGSTRATEGIE ................................................................................................................................. 48 BIJLAGE 2. SPECIFIEKE STRATEGIEËN ...........................................................................................
53 LOCATIES MET MILIEUACTIVITEITEN ............................................................................................................ 53 ZORGWEKKENDE STOFFEN ........................................................................................................................ 56 BODEM ................................................................................................................................................. 57 ENERGIE ................................................................................................................................................ 60 BIJLAGE 3. OPERATIONALISERING DOELSTELLINGEN .................................................................... 62 BIJLAGE 4. RELATIE U&H-STRATEGIE MILIEU DRENTHE MET OVERIGE (BELEIDS)DOCUMENTEN .... 64
2
18-6-2025
U&H-strategie milieu Drenthe 2026-2029
Arena Consulting
Bestuurlijke samenvatting
Regionale U&H-strategie milieutaken De gemeenten in Drenthe en de provincie Drenthe zijn als bevoegd gezag verantwoordelijk voor de adequate uitvoering van de advisering, vergunningverlening-, toezicht- en handhavingstaken (VTHtaken) milieu. In een strategie voor Uitvoering en Handhaving (U&H-strategie) stellen zij de ambities voor deze taken vast én benoemen ze binnen welke kaders de uitvoering dient plaats te vinden. De uitvoering is door gemeenten en provincie belegd bij de Omgevingsdienst (OD) Drenthe. In de U&H-strategie milieu wordt beschreven hoe diepgaand OD Drenthe adviesverzoeken, meldingen en (vergunning)aanvragen beoordeelt, hoe met klachten en handhavingsverzoeken wordt omgegaan, waar toezicht plaatsvindt én hoe diepgaand de controles zijn.
Vernieuwde U&H-strategie milieu Drenthe De huidige U&H-strategie 2022-2026 biedt in de praktijk te weinig kaders voor de deelnemers om op te sturen én voor de omgevingsdienst om de VTH-taken uit te voeren. In de U&H-strategie milieu 2026-2029 wordt deze strategie geactualiseerd en geconcretiseerd. Een meer tactische invulling is daarvoor gerealiseerd. Het was ook nodig nog meer verbinding te leggen met lokale en regionale ambities op inhoudelijk vlak, alsmede met actuele landelijke ontwikkelingen bij alle omgevingsdiensten.
De plek van de U&H-strategie milieu binnen het geheel van de Omgevingsdienst De U&H-strategie staat niet op zich. Milieu-ambities van gemeenten en provincie, zoals normen en regels voor verbetering luchtkwaliteit en beperking geuroverlast, verwoordt iedere gemeente en de provincie in eigen milieubeleid en/of hun Omgevingsvisie, omgevingsplan of omgevingsverordening. In de Verordening uitvoering en handhaving omgevingsrecht hebben de gemeenteraden en provinciale staten al eerder kaders meegegeven waarop de U&H-strategie moet worden gebaseerd. De U&H-strategie milieu Drenthe beperkt zich tot de VTH-taken die alle gemeenten en provincie hebben belegd bij de Omgevingsdienst. De strategie heeft dus geen betrekking op taken die door één of enkele gemeenten / provincie zijn ingebracht. Naast deze regionale U&H-strategie milieu beschikken de gemeenten en provincie individueel over een U&H-strategie (ofwel VTH-beleid) voor de VTH-taken die zij zelf uitvoeren. De strategie zelf werkt weer door in een jaarprogramma en in protocollen en werkinstructies. In het jaarprogramma wordt een concrete vertaling gemaakt naar producten en uren, mede met behulp van kentallen en spelregels uit de Drentse Maat.
Strategische uitgangspunten De VTH-doelen en strategie zijn gebaseerd op een aantal bestuurlijke uitgangspunten.
3
18-6-2025
U&H-strategie milieu Drenthe 2026-2029
Arena Consulting
De belangrijkste zijn: 1. Bestuurlijke ambities: verwoord in omgevingsvisies en milieubeleid van gemeenten en provincie. Thema’s als veiligheid, duurzaamheid (energiebesparing, warmte) en emissies naar bodem, water en lucht krijgen bijzondere aandacht. 2. Preventief werken: waar mogelijk voorkomen we onveilige situaties en hinder voor de omgeving. Met meer aandacht voor voorlichting en gedragsbeïnvloeding. 3. Risicogericht werken: niet alleen het toezicht vindt plaats op locaties waar de milieurisico’s het hoogst zijn, maar ook de beoordeling van meldingen en aanvragen is risicogericht. Er wordt ingezet op het reduceren van de grootste milieurisico’s. Een groot deel van de risico’s betreft situaties die niet gemeld of vergund zijn; dit betekent ook dat meer aandacht wordt besteed aan opsporing en vrije veld toezicht om illegale situaties op te sporen. 4. Informatiegestuurd werken: door beter gebruik van de informatie die binnen én buiten OD Drenthe verzameld wordt, komen risico’s boven tafel. De bestuurlijke uitgangspunten zijn vertaald in doelstellingen én beleidsuitgangspunten voor de uitvoering van de VTH-taken, inclusief de advisering door OD Drenthe.
Wat merken onze bedrijven en inwoners hiervan? Inwoners en bedrijven gaan met name merken dat de inzet van de dienst zich vooral richt op de risicovolle activiteiten. Ga je met activiteiten aan de slag die een grote impact hebben op de veiligheid, luchtkwaliteit, geluid, gezondheid of andere milieuaspecten, dan zal het contact vanuit de dienst intensiever zijn. Bij minder risicovolle activiteiten zal je de omgevingsdienst minder zien. Burgers en bedrijven die bewust risicovolle activiteiten niet melden, zullen merken dat de dienst door slim gebruik van data beter gaat opsporen en illegale situaties sneller in beeld heeft en doorpakt. Dit geldt ook voor de meer afgelegen landelijke gebieden, waar meer vrije veld toezicht (surveillance) gaat plaatsvinden en door gebruik van data (waaronder luchtfoto’s) ook gerichter toezicht kan worden gehouden. Uiteindelijk komt dit ten goede aan de veiligheid, gezondheid en leefbaarheid in de provincie.
Inzet middelen versus (bestuurlijke) risico’s Er hangt niet 1 op 1 een prijskaartje aan de (meerjaren)strategie. Bij het opstellen van de U&Hstrategie milieu is als financieel kader aangehouden dat er, uitsluitend als gevolg van de inhoudelijke keuzes in dit meerjarenbeleidsplan, per saldo geen financiële effecten zijn voor de regio als geheel. Opgemerkt wordt dat een ‘budgetneutrale U&H-strategie’ niet betekent dat kosten gelijk blijven. Er kan sprake zijn van een verschuiving in de deelnemersbijdrage onderling en daarnaast is er invloed van autonome effecten als indexatie. De wet schrijft niet voor hoeveel keer er ergens gecontroleerd moet worden. De U&H-strategie milieu betreft een afweging tussen ambities en middelen. De ‘budgetneutrale benadering’ wordt mede ingegeven door het uitgangspunt van de huidige sobere en meest doelmatige uitvoering ter afdekking van de (bestuurlijke) risico’s van de milieutaken. Zo trekken we bij deze vernieuwde U&H-strategie de lijn door van een uitvoeringsniveau waarbij Drenthe noch het beste jongetje van de klas is (want niet passend bij de Drentse milieuopgave en daardoor onnodig duur), noch de uiterste kwaliteitsbodem cq de grenzen van de wet opzoekt (want te veel risico’s).
4
18-6-2025
U&H-strategie milieu Drenthe 2026-2029
Arena Consulting
Uitwerking in strategie Gezien het uitgangspunt van een ‘budgetneutrale benadering’ vindt vernieuwing van strategie derhalve plaats door inhoudelijke keuzes. Met als uitgangspunt dat de extra inzet op bepaalde VTHtaken in balans is met de afname van inzet op andere taken. Er vindt daarmee een verschuiving plaats van taken en dus inzet. Zo verwachten we dat een intensiever vooroverleg en voorlichting leidt tot minder constatering van overtredingen en intensieve handhavingszaken. In paragraaf 1.3 hebben we overige taakverschuivingen uitgewerkt in een tabel.
VTH-doelstellingen en instrumenten sturing In de U&H-strategie milieu zijn VTH-doelen opgenomen en voor ieder doel ook één of meerdere indicatoren. Over de realisatie van de VTH-doelen legt OD Drenthe de komende jaren verantwoording af in haar jaarverslag. Door te monitoren ontstaat inzicht in de efficiency van de aanpak; op basis van monitoring kunnen meer effectieve instrumenten worden ingezet. De inzet van instrumenten is uitgewerkt in de preventie-, vergunning-, toezicht-, sanctie- en gedoogstrategie. Voor locaties met milieuactiviteiten (voorheen inrichtingen), zorgwekkende stoffen, bodem en energie zijn specifieke beleidsuitgangspunten benoemd. Naast de VTH-doelen voor locaties met milieuactiviteiten, zorgwekkende stoffen, bodem en energie zijn doelstellingen ten aanzien van kwaliteitsborging opgenomen. Deze doelen sluiten aan bij de onderwerpen die door de gemeenteraden en provinciale staten in hun Verordening uitvoering en handhaving omgevingsrecht zijn opgenomen: uitvoeringskwaliteit, dienstverlening en financiën.
Proces van tot stand komen van de U&H-strategie milieu Drenthe 2026-2029 In 2024 is in opdracht van de deelnemers van OD Drenthe door Arena Consulting, in nauw overleg met de accounthouders en in afstemming met medewerkers van OD Drenthe, gewerkt aan de vernieuwde U&H-strategie milieu Drenthe 2026-2029. De aansturing van het proces gebeurde vanuit de deelnemers. Aan de hand van een opgeleverde eerste conceptversie, vond een bespreekronde plaats, onder meer met een bestuurlijke bijeenkomst, een reactietraject en een Webinar voor raads- en statenleden. In de bijeenkomsten zelf lag de nadruk op toelichting op VTH-milieudoelen, risico’s en kwaliteit. Daarnaast is via het reactietraject het inhoudelijk gesprek gevoerd naar aanleiding van enkele uitvoeringsscenario’s, die in de eerste conceptversie waren opgenomen. Per scenario was benoemd wat consequenties zijn voor uitvoeringsniveau én impact voor ureninzet en milieukwaliteit. In de reacties van de deelnemers kwamen geen overwegende voorkeuren of wensen naar voren voor meer of minder ambities op uitvoeringsniveau en/of middelen (financiële scenario’s) ten behoeve van de U&H-strategie als geheel. In de ontwerpversie van de U&H-strategie milieu Drenthe 2026-2029 zijn de vele waardevolle opmerkingen en suggesties uit de bespreekronde verwerkt.
De ontwerpversie is via de colleges voorgelegd aan alle raden en aan de staten van Drenthe, met de gelegenheid om een zienswijze in te dienen. Naar aanleiding van de ingekomen zienswijzen en de besprekingen zijn in de voorliggende definitieve versie wijzigingen aangebracht.
5
18-6-2025
U&H-strategie milieu Drenthe 2026-2029
Arena Consulting
Het betreft de volgende wijzigingen ten opzichte van de ontwerpversie: •
De titel van het document is aangevuld met ‘milieu’.
•
De impact voor onze bedrijven en inwoners is opgenomen in de bestuurlijke samenvatting.
•
De adviserende rol van de omgevingsdienst t.a.v. energiebesparing richting bedrijven / instellingen is beperkt (pagina 29 en 60).
•
De rol van OD Drenthe bij gewasbeschermingsmiddelen is verduidelijkt (paragraaf 4.2 en pagina 57).
•
De rol en betrokkenheid van het Openbaar Ministerie bij de volgende actualisatie van de risicoanalyse (pagina 54) en verwijzing naar de landelijke prioriteiten van de strategische milieukamer (pagina 17 en 18) zijn opgenomen.
Enkele zienswijzen hadden betrekking op de financiële effecten voor individuele gemeenten; deze komen in beeld bij de uitwerking van de jaarprogramma’s. Tenslotte zijn enkele niet-inhoudelijke tekstcorrecties gedaan.
6
18-6-2025
U&H-strategie milieu Drenthe 2026-2029
Arena Consulting
1. Inleiding Voor u ligt de uitvoerings- en handhavingsstrategie (hierna: U&H-strategie)1 milieu 2026-2029 van alle Drentse gemeenten en de provincie Drenthe. Het document is een actualisatie en nadere uitwerking van de U&H-strategie 2022-2026, die in het najaar 2022 door het AB is aangeboden en door alle colleges in 2023 is vastgesteld. De colleges van de gemeenten en provincie zijn verplicht om een U&H-strategie vast te stellen, die voor de regio als geheel uniform is. In voorliggende U&H-strategie milieu hebben de deelnemers van de omgevingsdienst gezamenlijk beschreven hoe invulling wordt gegeven aan de advisering, vergunningverlening, toezicht en handhavingstaken (VTH-taken) milieu, die gemeenten en provincie hebben overgedragen aan de omgevingsdienst Drenthe (OD Drenthe). Onder het milieu valt ook nadrukkelijk de bodem, reductie van zorgwekkende stoffen en energiebesparing.
1.1 Aanleiding en achtergrond De gemeenten, provincie en OD Drenthe hebben een gemeenschappelijk belang en een gezamenlijke ambitie in het behouden van een duurzame, veilige en gezonde fysieke leefomgeving. Door prioriteiten, doelen en werkwijzen met elkaar af te spreken, wordt meerjarig naleving van wet- en regelgeving bevorderd en worden risico’s voor de leefomgeving beter beheerst. Met een uniforme manier van taakuitvoering en een gelijke behandeling van ondernemers en inwoners bij de uitvoering van de taken zorgen we voor een gelijk speelveld in het gebied. Met deze strategie leggen de gemeenten, provincie en OD Drenthe hiervoor een basis. Deze strategie geldt voor de taken die door OD Drenthe worden uitgevoerd voor alle gemeenten en provincie. Het betreft de gemandateerde taken die wettelijk verplicht door de gemeenten en provincie bij OD Drenthe zijn ingebracht én overige milieutaken die alle deelnemers van de omgevingsdienst hebben ingebracht. De strategie heeft dus geen betrekking op taken die één of enkele van de deelnemers bij OD Drenthe heeft belegd, zoals beoordeling van meldingen voor en toezicht op ontbranding van vuurwerk, beoordeling van meldingen en aanvragen bouwen voor locaties onder provinciaal bevoegd gezag en tijdelijke ontheffingen voor opstijgen en landen buiten een vliegveld (TUG).
De VTH-taken in het kader van de RIE-4 bedrijven en Seveso-inrichtingen (voorheen BRZO) vallen buiten de scope van deze U&H-strategie milieu. Dit zijn de meest risicovolle bedrijven waarvoor uitsluitend de provincie bevoegd gezag is. Deze taken zijn belegd bij de Omgevingsdienst Groningen (ODG), die hiervoor is uitgerust.2 Binnen Drenthe gelden zodoende meerdere U&H-strategieën; afhankelijk van de VTH-taak (RIE4/Seveso, overige milieutaken en overige VTH-taken) én het bevoegd gezag is zodoende één van de U&H-strategieën geldend. Daarmee kunnen er geen tegenstrijdigheden op taakniveau zijn.
De al bestaande wettelijke plicht is vanaf 1-1-2024 geregeld in de Omgevingswet. In dat kader wordt de benaming ‘Uitvoerings- en Handhavingsstrategie’ (U&H-strategie) gebruikt voor de bekende term ‘VTH-beleid’. De uitvoeringstaak is vastgelegd in de Omgevingswet (art. 18.18) en bevat in ieder geval het stellen van maatwerkvoorschriften, het verbinden van voorschriften aan een omgevingsvergunning, het beoordelen van en beslissen op een aanvraag om een omgevingsvergunning, actualisering, wijziging, intrekking en revisie en het uitbrengen van advies (art. 16.15 Omgevingswet). De handhavingstaak is geregeld in de Omgevingswet (art. 18.1) en omvat het houden van toezicht op de naleving, het behandelen van klachten over de naleving en het opleggen en ten uitvoer leggen van een bestuurlijke sanctie. 2 OD Drenthe adviseert ODG over bodemtaken bij Seveso-inrichtingen in Drenthe. 1
7
18-6-2025
U&H-strategie milieu Drenthe 2026-2029
Arena Consulting
De strategie is onderdeel van de beleidscyclus (zie ook paragraaf 2.2) en vormt het raamwerk voor het jaarprogramma van OD Drenthe. In deze strategie zijn de prioriteiten, U&H-doelstellingen en werkwijzen opgenomen voor VTH en de samenwerking met externe partners. Het bevat dus zowel strategische, tactische als operationele elementen. Bevoegde gezagen hebben een wettelijke verplichting om een uniforme U&H-strategie vast te stellen. Deze bepaling staat in de Omgevingswet in het artikel 13.5, lid 2 van het Omgevingsbesluit. ‘De bestuursorganen die deelnemen in een omgevingsdienst stellen gezamenlijk een uniforme uitvoerings- en handhavingsstrategie vast voor de werkzaamheden, bedoeld in artikel 13.12, eerste lid.’ Artikel 13.12 lid 1 beschrijft de basistaken.3 In artikel 13 van het Omgevingsbesluit zijn ook diverse overige eisen opgenomen waaraan de U&Hstrategie dient te voldoen. Zie hiervoor ook paragraaf 2.3 van voorliggend document. De Drentse gemeenten en de provincie Drenthe moeten dus voor het werkgebied van OD Drenthe overeenstemming bereiken op het vlak van uitvoering en handhaving van in ieder geval de basistaken. Doordat ook overige milieutaken door alle gemeenten en de provincie bij OD Drenthe zijn belegd, heeft voorliggende U&H-strategie milieu ook betrekking op deze taken.
De samenleving mag van de overheid een professionele kwaliteit van de uitvoering van de VTH-taken verwachten. Binnen het VTH-stelsel blijven provincies en gemeenten verantwoordelijk voor de VTHmilieutaken. Zij zijn de bevoegde gezagen. OD Drenthe is belast met de uitvoering van de VTH-taken milieu.
1.2 Totstandkoming, positionering en status U&H-strategie milieu Deze U&H-strategie milieu is tot stand gekomen met inbreng van de 12 Drentse gemeenten, de provincie Drenthe en OD Drenthe. Vóórdat colleges van Burgemeester en Wethouders (B&W) en Gedeputeerde Staten (GS) de U&Hstrategie milieu vaststellen, is deze U&H-strategie ter consultatie voorgelegd aan het Openbaar Ministerie (OM). De basis voor het document lag in de U&H-strategie 2022-2026. Dit document werd het fase 1 document genoemd. Voorliggende actualisatie en nadere uitwerking vervangt het fase 1 document. Uitwerking heeft met name plaatsgevonden van doelstellingen, ambities van gemeenten en provincie en specifieke uitgangspunten voor de uitvoering en handhaving van locaties met milieuactiviteiten, zorgwekkende stoffen, bodem en energie. De U&H-strategie milieu blijft in ontwikkeling. Daarbij wordt zoveel mogelijk aangesloten bij lopende opgaven. Deze U&H-strategie geeft aan welke uniforme doelen Drentse gemeenten en de provincie Drenthe stellen bij de uitvoering en handhaving en welke strategieën OD Drenthe gebruikt om de doelen te bereiken. De doelen zijn benoemd voor de grootste milieurisico’s; door op deze doelen te sturen, trachten we de impact op het milieu beheersbaar houden. De U&H-strategie milieu is uniform voor de milieutaken die de deelnemers gezamenlijk hebben ingebracht bij OD Drenthe.
Dit betekent dat de gemeenten en provincie eigen strategieën moeten vaststellen voor de taken die niet aan OD Drenthe zijn overgedragen of die door één of enkele gemeenten/provincie aan OD Drenthe zijn overgedragen. Het staat de gemeenten en provincie vrij om de uniforme strategieën ook van toepassing te verklaren op haar eigen taken. De U&H-strategie milieu heeft een looptijd van vier jaar. Na drie jaar vindt een evaluatie plaats.
3
De basistaken zijn de milieutaken van gemeenten en provincie die zij verplicht moeten onderbrengen bij een omgevingsdienst.
8
18-6-2025
U&H-strategie milieu Drenthe 2026-2029
Arena Consulting
In deze strategie beschrijven de deelnemers de kaders die ze aan OD Drenthe meegeven: de doelen die gerealiseerd dienen te worden met de inzet van de VTH-taken én de wijze waarop de uitvoering van VTH-taken plaatsvindt. Strategie is geen wet. Er kan door de OD beargumenteerd én in overleg met de betrokken deelnemer(s) van keuzes in de U&H-strategie milieu worden afgeweken. In bijlage 4 is de relatie tussen de U&H-strategie en overige (beleids)documenten voor de VTH-taken beschreven. Bij ieder van de gerelateerde documenten is benoemd hoe ze op de strategie aansluiten.
1.3 Budgetneutraliteit als uitgangspunt Bij de totstandkoming van de U&H-strategie milieu hebben de gemeenten en provincie als uitgangspunt gesteld dat wijzigingen in de strategie niet dienen te leiden tot verhoging of verlaging van de kosten. Daarbij wordt als referentiejaar de begroting 2025 gehanteerd. Bij het opstellen van de U&H-strategie milieu is daarom als financieel kader aangehouden dat er, uitsluitend als gevolg van de inhoudelijke keuzes in dit meerjarenbeleidsplan, per saldo geen financiële effecten zijn voor de regio als geheel. Gezien het uitgangspunt van een ‘budgetneutrale benadering’ vindt vernieuwing van strategie derhalve plaats door inhoudelijke keuzes. De feitelijke doorvertaling van de strategie naar de benodigde uren vindt nog plaats in het jaarprogramma. Vooruitlopend daarop is het uitgangspunt dat de gevraagde extra inzet voor werkzaamheden van OD Drenthe in balans is met de beperktere inzet voor andere werkzaamheden. In onderstaande tabel zijn deze verschuivingen in beeld gebracht.
Verwachte extra inzet door U&H-strategie •
•
• •
•
• • •
Meer betrokkenheid bij vooroverleg en voorlichting bij meldingen en aanvragen voor nieuw gemelde of vergunde activiteiten. Meer aandacht bij de inhoudelijke beoordeling van meldingen en (vergunning)aanvragen van vergunningverleners en specialisten bij activiteiten met een hoog milieurisico. Meer intrekkingen van niet-gebruikte vergunningen. Meer controles en intensievere betrokkenheid van specialisten bij toezicht op activiteiten (locaties met milieuactiviteiten, zorgwekkende stoffen, bodem en energie) met een hoog milieurisico. Constatering van meer en ernstigere overtredingen en daardoor meer intensieve handhavingszaken door het toezicht gericht op risicovolle situaties in te richten. Meer beoordelingen van bodemonderzoeken bij ruimtelijke ontwikkelingen. Meer informatiegestuurd werken/gebruik van dataanalyses voor opsporing overtredingssituaties. Meer preventief toezicht in het vrije veld en gevelcontroles naar illegale (locaties met milieuactiviteiten, zorgwekkende stoffen en bodem) activiteiten.
Verwachte afname van inzet door U&H-strategie •
•
•
•
Minder constatering van overtredingen en minder intensieve handhavingszaken bij controles van meldingen en aanvragen bij nieuw gemelde of verunde activiteiten. Minder aandacht bij de inhoudelijke beoordeling van meldingen en (vergunning)aanvragen van vergunningverleners en specialisten bij activiteiten met een laag milieurisico. Minder controles en beperktere betrokkenheid van specialisten bij toezicht op activiteiten (locaties met milieuactiviteiten, zorgwekkende stoffen, bodem en energie) met een laag milieurisico en/of bij activiteiten bij goede nalevers. Minder inzet voor klachten over milieubelastende activiteiten door particulieren én niet urgente milieuklachten (klachten zonder acuut gevaar).
Figuur 1. Voornaamste wijzigingen in verwachte inzet als gevolg van voorliggende U&H-strategie. Verschuivingen van inzet door bijv. wetswijziging of economische ontwikkelingen zijn hierbij buiten beschouwing gelaten.
9
18-6-2025
U&H-strategie milieu Drenthe 2026-2029
Arena Consulting
1.4 Leeswijzer Hoofdstuk 2 behandelt het wettelijk kader en benoemt de bestuurlijke uitgangspunten bij de uitvoering van de VTH-taken. Daarbij staat centraal wat we willen bereiken: met een gelijkblijvende
inzet aan middelen een hoger milieurendement realiseren.
In
de
hoofdstukken 3 t/m 6 worden de hoofdthema’s verdiept: locaties met milieuactiviteiten (voorheen inrichtingen), zorgwekkende stoffen, bodem en energie. Van ieder hoofdthema worden de context en risico’s beschreven en doelstellingen benoemd. In hoofdstuk 7 wordt aandacht besteed aan organisatorische aspecten als kwaliteitsborging, monitoring en rapportering. De bijlagen bevatten de details met meer tactische uitwerking: de gevolgen van de U&H-strategie milieu voor de uitvoering van de VTH-taken. In bijlage 1 zijn uitwerkingen opgenomen die over de hele breedte gelden voor alle taken van OD Drenthe en in bijlage 2 de specifieke uitwerkingen per hoofdthema. Bijlage 3 bevat een samenvattende tabel met concretisering van de doelstellingen om de voortgang te kunnen meten. In bijlage 4 is de relatie gelegd tussen de U&H-strategie milieu en overige (beleids)documenten die betrekking hebben op de VTH-taakuitvoering.
10
18-6-2025
U&H-strategie milieu Drenthe 2026-2029
Arena Consulting
2. Wettelijk kader en bestuurlijke uitgangspunten In het omgevingsrecht worden regels gesteld waar het bevoegd gezag zich aan moet houden bij het uitvoeren van de VTH-taken. De eisen aan de inrichting van processen zijn wettelijk vastgelegd. Dit wettelijk kader wordt in de volgende paragraaf beschreven, gevolgd door de uitgangspunten.
2.1
Het werkgebied van de OD
De U&H-strategie milieu betreft het werkgebied van OD Drenthe (zie afbeelding hieronder). Het betreft de gemeenten Aa en Hunze, Assen, Borger-Odoorn, Coevorden, Emmen, Hoogeveen, Meppel, Midden-Drenthe, Noordenveld, Tynaarlo, Westerveld, De Wolden en de provincie Drenthe.
Figuur 2. Overzicht van het werkgebied van OD Drenthe
Het landschap en de rijke geschiedenis van Drenthe wordt door veel mensen enorm gewaardeerd. De natuur, leefbaarheid, omgevingswaarden en schoonheid van de omgeving maken de provincie volgens velen uniek. Naast rust zijn er in Drenthe ook een aantal bijzondere, landelijk bekende bedrijven te vinden zoals Astron in Dwingeloo, Wildlands Adventure Zoo in Emmen en het TT-Circuit in Assen. Binnen de bedrijven is de agrarische sector het sterkst vertegenwoordigd, gevolgd door de recreatieve sector. Zware industrie bevindt zich onder andere op het Getec Park in Emmen.
11
18-6-2025
2.2
U&H-strategie milieu Drenthe 2026-2029
Arena Consulting
Wettelijk kader
De Omgevingswet vraagt van de overheid een integrale benadering van VTH-taken binnen de fysieke leefomgeving. Het transparant formuleren en uitvoeren van een U&H-strategie is in relatie tot de gemeenschappelijke doelstellingen een belangrijke opgave. Landelijk zijn hiervoor kwaliteitscriteria ontwikkeld voor VTH. Met deze kwaliteitscriteria wordt de kwaliteit van de processen, de uitvoeringsorganisaties (gemeenten, provincies, omgevingsdiensten) en haar medewerkers geborgd. Hiermee wordt een gelijk speelveld bewerkstelligd. De kwaliteitscriteria zijn leidend voor de U&H-strategie. Ze beschrijven onder meer de eisen die gesteld worden aan de sluitende beleidscyclus. Deze beleidscyclus staat bekend als de ‘BIG 8’-cyclus. Aan de hand van de ‘BIG 8’ zijn de volgende zeven stappen in het beleidsproces te onderscheiden:
Figuur 3. BIG 8-cyclus
Voorliggende U&H-strategie milieu heeft betrekking op de linker cirkel en is richtinggevend voor de operationele cyclus (rechter cirkel). Elke gemeente en provincie is verplicht om een of meerdere documenten vast te stellen waarin gemotiveerd wordt welke doelen de omgevingsdienst moet behalen bij de uitvoering en handhaving en welke activiteiten door de omgevingsdienst daartoe uitgevoerd dienen te worden. Dit gebeurt in de volgende documenten : 1. Verordening uitvoering en handhaving Omgevingsrecht: door alle gemeenteraden en provinciale staten zijn hierin de kaders opgenomen waarbinnen de VTH-taken uitgevoerd dienen te worden. De verordeningen zijn uniform voor de taken die alle gemeenten en de provincie door OD Drenthe laten uitvoeren. Zo worden onderwerpen benoemd waarover het college doelstellingen dient te formuleren en is aangegeven dat voldaan moet worden aan kwaliteitscriteria voor VTH.
12
18-6-2025
U&H-strategie milieu Drenthe 2026-2029
Arena Consulting
2. U&H-strategie: hierin zijn de bestuurlijke uitgangspunten en doelstellingen opgenomen (wat bereikt moet worden, dus het strategisch beleidskader) en de strategieën uitgewerkt (hoe dit bereikt moet worden, dus het operationeel beleidskader). Deze strategieën bestaan uit een aantal componenten: preventie, vergunningverlening (incl. advisering), toezicht, sanctioneren en gedogen. Zij vormen de uitwerking van de werkwijze en intensiteit van de werkzaamheden door OD Drenthe. 3. Jaarprogramma: een uitwerking van de U&H–strategie vindt in een jaarprogramma plaats. Dit gebeurt bij voorkeur meerjarig voor meer stabiliteit in de uitvoering en beperking van de administratieve lasten bij totstandkoming en besluitvorming. In dit jaarprogramma wordt benoemd welke VTH-instrumenten OD Drenthe concreet gaat inzetten en wat, binnen de begroting, de formatieve en financiële gevolgen zijn. Eventuele aanscherping van doelstellingen uit voorliggende U&H-strategie kan ook in dit jaarprogramma plaatsvinden. 4. Jaarverslag: hierin wordt jaarlijks verantwoording over de realisatie van de activiteiten afgelegd en wordt gerapporteerd over het (al dan niet) bereiken van de U&H-doelstellingen. Naast
bovenstaande
documenten
zijn
de
gemeentelijke
omgevingsplannen,
provinciale
omgevingsverordening en (milieu)beleidsdocumenten van groot belang. In deze documenten zijn de regels en normen voor onder meer de milieuthema’s opgenomen. Denk daarbij aan het maximaal toegestane geluidsniveau en de kwaliteit van bodem én lucht die acceptabel is. De bevoegde gezagen hebben een eigen bevoegdheid en verantwoordelijkheid om deze regels en normen vast te leggen; regels en normen verschillen inhoudelijk en zijn soms wel en soms niet door individuele bevoegde gezagen vastgelegd.
2.3
Ontwikkelingen
Diverse ontwikkelingen hebben gevolgen voor de VTH-taken. Er is een toenemende aandacht voor milieuthema's zoals de stikstofproblematiek, milieucriminaliteit en drugsafval, indirecte lozingen, Zeer Zorgwekkende Stoffen, klimaatadaptatie, energietransitie en circulaire economie. Daarnaast is de maatschappij aan verandering onderhevig; onze inwoners verwachten steeds meer transparantie in besluitvorming, én voelen zich steeds meer betrokken bij de omgeving en nemen een actieve houding aan. De grootste ontwikkeling met invloed op het werk van OD Drenthe is de in 2024 in werking getreden Omgevingswet. Het gaat voor deze U&H-strategie milieu te ver om ieder van deze ontwikkelingen en de impact op de VTH-taken te beschrijven.
Omgevingswet Onder de Omgevingswet zijn de wet- en regelgeving en beleidskaders voor milieu ondergebracht in diverse nieuwe instrumenten. Thematische wetgeving op het gebied van bijvoorbeeld bodem, geluid en lucht is in de Omgevingswet gebundeld en gewijzigd. De provincie Drenthe heeft een Omgevingsvisie en omgevingsverordening en de gemeenten een Omgevingsvisie en omgevingsplan. Onderdelen van het milieubeleid kunnen in specifieke omgevingsprogramma’s worden uitgewerkt. In deze documenten bepalen de provincie en gemeenten de regels en de normen waaraan de activiteiten op hun grondgebied dienen te voldoen. Deze vormen dus het toetsingskader. Voorliggende U&H-strategie milieu bevat geen (inhoudelijke) toetsingskaders. De strategie heeft betrekking op de wijze en intensiteit waarmee de toetsingskaders bij de beoordeling van adviesverzoeken, aanvragen en meldingen én in het toezicht worden meegenomen.
13
18-6-2025
U&H-strategie milieu Drenthe 2026-2029
Arena Consulting
Voor een efficiënte taakuitvoering is OD Drenthe gebaat bij uniformiteit van regels en normen. Een belangrijk deel van de decentrale regels en normen wordt gesteld in het omgevingsplan en onderliggende omgevingsprogramma’s. Beide vormen een belangrijk toetsingskader voor OD Drenthe. Door OD Drenthe en deelnemers wordt gewerkt aan een blauwdruk voor de regels ten aanzien van milieu in het omgevingsplan. Met deze blauwdruk wordt getracht de kwaliteit van de lokale leefomgeving in stand te houden en waar mogelijk te verbeteren. Door in het omgevingsplan of -programma normen op te nemen, hoeven deze niet bij ieder besluit op een aanvraag gespecificeerd en onderbouwd te worden.
Als gevolg van het overgangsrecht blijft in een aantal situaties de oude wetgeving en beleid voorlopig gelden. Dit betreft onder meer de Wet bodembescherming en bodembeleidsdocumenten voor situaties die in de Aanvullingswet bodem zijn benoemd. Maar ook de huidige hoofdelementen van het gemeentelijk beleid blijven van kracht. Hierbij moet gedacht worden aan een milieubeleidsplan, een verkeers- en vervoersplan en de gemeentelijke structuurvisie. De doelstellingen die hierin opgenomen staan, verschillen per bevoegd gezag. Er worden ook andere instrumenten ingezet (dan VTH) om deze doelstellingen te realiseren. Met de U&H-strategie milieu wordt voor de taken die OD Drenthe uitvoert getracht zo veel mogelijk aan te sluiten bij deze beleidsdoelen. De Omgevingswet bevat een voorzorgsbeginsel en een algemene en specifieke zorgplicht. Dit houdt in dat overheden, bedrijven én burgers verantwoordelijk zijn voor een veilige en gezonde leefomgeving. En dus niet alleen de overheid. Deze algemene zorgplicht is vooral een vangnet voor het geval er geen specifieke decentrale of rijksregels zijn. De komende periode moet duidelijk maken hoe invulling kan worden gegeven aan de zorgplicht.
Uitgangspunten van de Omgevingswet zijn minder regels en meer ruimte voor initiatieven in het fysieke domein, vertrouwen (maar waar nodig ook doeltreffend en harder optreden), meer eigen verantwoordelijkheid met zorgplicht en een evenwichtige ontwikkeling van de ruimtelijke omgeving. Daarin moet meer opgavegericht gewerkt gaan worden: afwegingen zijn per situatie nodig van ruimtelijke en bedrijfsontwikkelingen in relatie tot de feitelijk lokale omgevings- en levenskwaliteit. De impact van de Omgevingswet op OD Drenthe is groot. In een impactanalyse zijn eind 2023 de onderwerpen benoemd die de grootste impact hebben. Op basis daarvan heeft het AB van OD Drenthe tijdelijke uitvoeringskeuzes gemaakt; daar waar krapte in de uitvoeringscapaciteit ontstaat wordt sindsdien met een prioriteitsvolgorde gewerkt. Deze prioriteiten zijn daarbij grotendeels gebaseerd op een inschatting van de risico’s. De eerste ervaringen daarmee zijn gebruikt om in voorliggende U&H-strategie milieu keuzes voor de komende periode te maken. Het monitoren en indien nodig bijstellen hiervan blijft nodig, met name door de nog maar beperkte periode dat de Omgevingswet wordt uitgevoerd.
2.4
Bestuurlijke uitgangspunten
Deze paragraaf benoemt de bestuurlijke uitgangspunten die gehanteerd worden bij de VTH-taken. De colleges van gemeenten en de provincie hebben onderstaande uitgangspunten ook een plek gegeven in hun Omgevingsvisie, college-akkoorden en/of U&H-strategieën voor de VTH-taken die binnen de eigen organisatie worden uitgevoerd. Met voorliggende U&H-strategie milieu wordt daar zoveel mogelijk op aangesloten om de belangen van de inwoners, natuur en milieu te behartigen.
14
18-6-2025
U&H-strategie milieu Drenthe 2026-2029
Arena Consulting
Afstemmen op bestuurlijke ambities In omgevingsvisies en milieubeleid van de deelnemers zijn diverse bestuurlijke uitgangspunten benoemd. De inzet van het VTH-instrumentarium levert een bijdrage aan inhoudelijke prioriteiten in het gemeentelijke en het provinciale beleid. Uit een analyse van de huidige beleidskaders van de deelnemers komen de volgende inhoudelijke prioriteiten voor de taken van OD Drenthe, die door een groot deel (en soms door alle) van de colleges van B&W en GS in hun beleid zijn opgenomen: -
-
-
Een veilige fysieke leefomgeving waarin de risico’s en mate van hinder op een aanvaardbaar niveau liggen; Bedrijven opereren veilig, duurzaam en schoon; Energietransitie wordt ondersteund. De ambities uit de Regionale Energiestrategie (RES) worden gerealiseerd. Bijzondere aandacht is er voor inzet van duurzame warmte; Verbetering van de luchtkwaliteit (Schone Lucht Akkoord) door het nemen van bronmaatregelen, zodat emissies van fijnstof, ammoniak en stikstofoxiden permanent afnemen; Uitstoot van stikstof, fosfaat en overige stoffen die schadelijk zijn voor kwetsbare natuurgebieden neemt af; Nieuwe verontreiniging van bodem en grondwater wordt zoveel mogelijk voorkomen, ontstane verontreinigingen in de bodem worden zoveel mogelijk ongedaan gemaakt; kwaliteit van bodem en water verslechtert niet; Sloop- en opruimwerkzaamheden van asbest vinden veilig plaats; Voormalige en nog in gebruik zijnde stortplaatsen worden goed beheerd, zodat geen nadelige gevolgen voor de omgeving ontstaan; Ondermijnende activiteiten zijn zoveel mogelijk in beeld en worden voorkomen.
Deze inhoudelijke prioriteiten krijgen in de voorliggende U&H-strategie milieu bijzondere aandacht. Dit kan door prioriteiten en U&H-doelstellingen hierop te baseren of deze bij de werkwijzen (strategie) te verdiepen.
Preventief werken De werkwijze van OD Drenthe is bij voorkeur preventief. Deze werkwijze is gericht op het voorkomen van klachten, onvolledige aanvragen en overtreding van regels door onwetendheid. Door te investeren in het vroegtijdig signaleren van mogelijke knelpunten, kan een intensieve inzet in toezicht- en handhavingstrajecten vaak worden voorkomen. Er is dan sprake van spontane naleving. Bij vooroverleggen over initiatieven voor milieubelastende activiteiten staat OD Drenthe tezamen met het bevoegd gezag de initiatiefnemer ter zijde. OD Drenthe is een deskundige gesprekspartner. OD Drenthe zet het VTH-instrumentarium zo gericht mogelijk in om te komen tot goed naleefgedrag. Bij de aanpak van sommige risico’s heeft voorlichting en gedragsbeïnvloeding meer effect dan toezicht
en
sanctioneren.
Tevens
kunnen
hiermee
kostbare
en
bestuurlijk
ongewenste
handhavingstrajecten worden voorkomen. Daarnaast gaat van herkenbaarheid en zichtbaarheid in het veld, bijvoorbeeld door geregeld op risicovolle locaties aanwezig te zijn, ook een preventieve werking uit (‘activiteiten worden gezien’). Door voortdurend te blijven evalueren met welke instrumenten het grootste effect kan worden gerealiseerd en werkwijzen daarop aan te passen, kan zo efficiënt mogelijk resultaat worden behaald. De preventiestrategie is uitgewerkt in bijlage 1 en geldt voor alle taken die OD Drenthe uitvoert. Bij de specifieke strategieën voor locaties met milieuactiviteiten, zorgwekkende stoffen en bodem wordt vooral ingezet op gedragsbeïnvloeding door meer aandacht te hebben bij het toezicht voor doelgroepen met slecht naleefgedrag.
15
18-6-2025
U&H-strategie milieu Drenthe 2026-2029
Arena Consulting
Risicogericht werken breed in de organisatie OD Drenthe richt zich bij het uitvoeren van de taken op de grootste milieurisico's. Dit betekent dat de activiteiten met de grootste milieurisico's bij niet naleving de meeste aandacht krijgen. Door middel van steekproeven worden ook minder risicovolle activiteiten geselecteerd, zodat ook daar mogelijke ontwikkelingen en risico’s in beeld komen en/of bevestigd blijft dat risico’s beperkt zijn. Om die risico's te kunnen inschatten worden jaarlijks risicoanalyses uitgevoerd. Op basis van de risico's
wordt
bepaald
hoe
diepgaand
de
inhoudelijke
beoordeling
van
meldingen
en
(vergunning)aanvragen dient plaats te vinden door de vergunningverlener/specialisten en welke vorm van toezicht hier het beste bij past.4 Deze benadering stelt OD Drenthe met haar deelnemers in staat om onderbouwde keuzes te maken in het uitvoeringsniveau. In 2019 is gestart met het Risico Gericht Toezicht (RGT). De RGT-methodiek wordt met voorliggende U&H-strategie milieu verder verfijnd en breder toegepast. Resultaten van het RGT worden met voorliggende strategie ook gebruikt voor het bepalen van de inzet van specialisten. Door het Interbestuurlijk programma (IBP) Versterking VTH is het risicomodel van Omgevingsdienst de Vallei (OddV) als landelijk goed voorbeeld benoemd. Bij de doorontwikkeling van de RGT-methodiek maakt OD Drenthe zoveel mogelijk gebruik van het risicomodel dat landelijk ontwikkeld wordt. Daarnaast wordt ook bij de beoordeling van adviesverzoeken, (vergunning)aanvragen, meldingen en milieuklachten risicogericht gewerkt. Hiervoor wordt door OD Drenthe nog gezocht naar een passend model, waarmee bij voorkeur zoveel mogelijk wordt aangesloten bij landelijke standaarden en de RGT-methodiek. Zo worden ook de specialisten intensiever betrokken bij die vergunning-, meldingen toezichtdossiers waar het milieurisico op hun specialisme het grootst is.
Ook bij zorgwekkende stoffen en bodem is in voorliggende strategie (zie bijlage 2) het risicogericht werken verder doorgevoerd. Door te investeren in risicogericht werken wordt een betere informatiepositie opgebouwd. De beschikbare capaciteit en middelen worden optimaal benut. Kortom, er wordt gedaan wat nodig en mogelijk is binnen de beschikbaar gestelde middelen. Ook bij het opvoeren van gegevens in registraties werkt OD Drenthe risicogericht. Verplichte gegevens worden binnen de wettelijke termijnen geregistreerd. De niet verplichte gegevens van activiteiten met de hoogste risico’s worden als eerste gevuld. Gegevens van activiteiten met een laag risico worden alleen gevuld als mutaties in het dossier plaatsvinden, bijvoorbeeld bij ontvangst van een aanvraag of melding of toezicht op locatie.
Informatiegestuurd werken Binnen OD Drenthe worden al enkele jaren stappen gezet in het informatiegestuurd werken. Informatiegestuurd werken is een continu proces waarmee op gerichte wijze ruwe data wordt verzameld, geregistreerd en geanalyseerd. De daaruit verkregen informatie en kennis wordt in besluitvormingsprocessen toegepast om de prestaties van de organisatie te verbeteren. Dit geldt zowel voor individuele dossiers als de monitoring en bijsturing van beleid en uitvoering. Informatiegestuurd werken is nodig om bij te dragen aan het voorkomen en/of oplossen van (steeds complexer wordende) maatschappelijke vraagstukken op het gebied van veiligheid, gezondheid, leefbaarheid en duurzaamheid. Deze manier van werken helpt ook om de schaarse capaciteit van medewerkers en middelen zo efficiënt mogelijk in te zetten, waar deze het meest nodig zijn of waar het risico voor de leefomgeving het grootst is.
4
Zie voor de toezichtvormen de toezichtstrategie in bijlage 1.
16
18-6-2025
U&H-strategie milieu Drenthe 2026-2029
Arena Consulting
Verder ondersteunt deze werkwijze ook het uitvoeren van de VTH-taken onder de Omgevingswet. Naast de informatie uit databases blijft de expertise en kennis van medewerkers en externe bronnen noodzakelijk om tot de juiste inzichten en keuzes te komen. De OD is een waardevolle kennispartner. De komende jaren ontwikkelt de OD de informatievoorziening (van interne en externe bronnen) verder om sturingsinformatie op inhoudelijk, financieel en procesmatig niveau te kunnen opleveren. Dit draagt bij aan een beter beeld van de risico’s en problematiek. Zo is bekend dat de modellen en berekeningen voor luchtkwaliteit in de provincie een onvolledig beeld geven, omdat diverse activiteiten niet geregistreerd worden. Het bepalen van de beleidskeuzen en daarmee het ingrijpen op basis van monitoringsresultaten is pas mogelijk als we een kwalitatief goed beeld van de problematiek hebben. Door het samenbrengen van verschillende data, zoals financiën, prognose, realisatie en milieuinformatie kunnen werkzaamheden effectiever en efficiënter worden gepland en uitgevoerd. Ook kunnen opdrachtgevers als input voor het omgevingsplan of toepasbare regels gebruik maken van analyses van milieudata. Door innovaties en het slim inzetten van nieuwe technologieën kan de OD enerzijds haar effectiviteit en efficiency verbeteren.
Digitaal werken wordt steeds belangrijker: digitaal dossieropbouw, digitale uitwisseling van dossiers, archivering en thuiswerken. Dit zorgt anderzijds voor kwetsbaarheid en afhankelijkheid van systemen. De continuïteit van veel systemen is niet altijd vanzelfsprekend. Nieuwe apparaten worden gekoppeld aan een systeem, waarbij vervolgens verschillende systemen worden gekoppeld om data te verzamelen en te gebruiken. Deze ontwikkelingen kunnen onze veiligheid vergroten, maar leiden ook tot nieuwe uitdagingen zoals lekken van privacygevoelige gegevens en toegankelijkheid van informatie over risicovolle locaties voor kwaadwillenden.
Ketentoezicht toepassen als instrument Inzicht en grip op ketens, zoals asbest-, grond-, meststromen en overige afvalstoffen is een van de redenen voor het oprichten van de omgevingsdiensten. Het uiteindelijke doel is om schadelijke effecten vanuit deze ketens op de leefomgeving te voorkomen en milieucriminaliteit in een vroegtijdig stadium te herkennen en op te treden. Om meer inzicht te krijgen in de ketens is het van belang om intensief samen te werken met ketenpartners. Dit gebeurt met name op de landelijke prioriteiten, die worden gesteld door de landelijke strategische Milieukamer. Samen met het verder ontwikkelen van informatiegestuurd werken zorgt samenwerking voor een goede informatiepositie om beter grip te krijgen in de keten en om effectief op te kunnen treden.
Eigen verantwoordelijkheid stimuleren Het nemen van verantwoordelijkheid kan schade aan milieu en overlast in de omgeving voorkomen. De komende jaren stimuleren OD Drenthe, provincie en gemeenten het nemen van de eigen verantwoordelijkheid door inwoners en bedrijven. Dit gebeurt onder andere door het geven van goede en passende voorlichting (gedragsbeïnvloeding) en het toepassen van zorgplicht bij inzet van handhaving als hiervoor wettelijke mogelijkheden zijn. Door bedrijven te stimuleren het goede gesprek te voeren met hun omgeving (participatie) kunnen milieuklachten en handhavingsverzoeken voorkomen worden. Het stimuleren van het oppakken van de eigen verantwoordelijkheid is ook terug te vinden in de preventiestrategie (zie bijlage 1).
17
18-6-2025
U&H-strategie milieu Drenthe 2026-2029
Arena Consulting
Ondermijning aanpakken Inwoners of bedrijven mogen een vergunning of toestemming niet gebruiken om activiteiten uit te voeren met geld dat is verdiend via misdrijven. Ook mag een vergunning niet (mede) worden gebruikt voor het plegen van misdrijven. De gemeenten en provincie toetsen daarom de integriteit van aanvragers. Als hier onaanvaardbare risico’s uit voortkomen, worden bevoegdheden ingezet op grond van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob). Indien een negatief Bibob-advies wordt afgegeven, wordt door het bevoegd gezag in overleg met OD Drenthe een besluit genomen om met aanvullende voorschriften de vergunning alsnog te verlenen, de vergunning te weigeren en/of reeds verleende vergunningen in te trekken. Instrumenten van preventie, toezicht en sanctie worden actief ingezet om ondermijnende activiteiten te voorkomen of te stoppen. De ‘kans op ondermijnende activiteiten’ is een van de risicovariabelen bij het risicogericht werken. Activiteiten die vallen onder ondermijning laten we niet toe. Ondermijning wordt tegengegaan door goed samen te werken bij de uitvoering van de VTH-taken, onder meer met het OM, andere overheden en ketenpartners. Er wordt samen gewerkt, gezamenlijke prioriteiten gesteld en onderling informatie uitgewisseld. OD Drenthe is een erkende partner in de Drentse Aanpak Ondermijning (DAO).
In de DAO zijn werkgroepen geformeerd die gezamenlijk door alle Drentse gemeenten, waterschap en provincie tot een uniforme aanpak van Ondermijning moet leiden. OD Drenthe neemt op verzoek deel aan diverse projecten in het kader van de Drentse aanpak ondermijning. Ten aanzien van milieubelastende activiteiten beschikt OD Drenthe immers over veel ogen en oren in het veld en veel informatie in de registratiesystemen. Signalen van ondermijning die de medewerkers van OD Drenthe opvangen worden bespreekbaar gemaakt met de bevoegde gezagen in onder meer veiligheidsoverleggen. Daar komen ook de landelijke prioriteiten op tafel, die worden gesteld in de landelijke strategische Milieukamer. Dit kan leiden tot nieuwe projecten ter voorkoming van ondermijning. Binnen OD Drenthe wordt tevens gewerkt aan een weerbare organisatie. Naast het signaleren van ondermijnende activiteiten, wordt daarbij door OD Drenthe via onder meer een integriteitsverklaring en trainingen ingezet op bewustwording van ondermijning.
18
18-6-2025
U&H-strategie milieu Drenthe 2026-2029
Arena Consulting
3. Locaties met milieuactiviteiten Dit hoofdstuk bevat de ambities van de gemeenten en provincie voor de U&H-doelstellingen ten aanzien van locaties met milieuactiviteiten (3.3). Om hiertoe te komen wordt in de omgevingsanalyse (3.1) inzicht gegeven in het werkveld en bij de risico’s (3.2) verdiept in de problemen en risico’s die binnen het werkveld worden geconstateerd. In de Omgevingswet is het begrip ‘inrichting’ nagenoeg komen te vervallen. 5 In deze U&H-strategie milieu wordt hiervoor de term locaties met milieuactiviteiten gehanteerd. Het merendeel van de werkzaamheden van OD Drenthe richt zich op deze locaties. Het zijn de locaties waar één of meerdere milieubelastende activiteiten plaatsvinden. Daarbij wordt in hoofdstuk 4 aan de locaties waarbij activiteiten met zorgwekkende stoffen plaatsvinden aandacht besteed, locaties met alleen bodemactiviteiten in hoofdstuk 5 en locaties die alleen voor energiebesparing milieurelevant zijn in hoofdstuk 6. In voorliggend hoofdstuk wordt aandacht besteed aan overige milieubelastende activiteiten.
3.1
Omgevingsanalyse
In de provincie Drenthe zijn 12.595 locaties met milieuactiviteiten (peildatum 1-1-2024) bekend met één of meerdere vergunningplichtige of meldingsplichtige activiteiten. Hiervoor beoordeelt OD Drenthe (vergunning) aanvragen en meldingen in het kader van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Voor de locaties met milieuactiviteiten voert OD Drenthe het toezicht en de handhaving uit. Dit zijn deels locaties die vallen onder de basistaken en deels locaties die aanvullend zijn ondergebracht bij OD Drenthe (plustaken). In het locatiebestand van OD Drenthe wordt onderscheid gemaakt in de volgende typen locaties: locaties met een of meerdere activiteiten die vergunningplichtig zijn overige locaties met een of meerdere activiteiten die meldingsplichtig zijn Deze bedrijven zijn op basis van SBI-codering6 ingedeeld in 3 branchegroepen. OD Drenthe maakt onderscheid in de branchegroepen: Afval & Industrie (12% van locaties); Agrarisch (28% van locaties); Gebouwen en MKB (60% van locaties).
3.2 Risico’s In deze paragraaf worden de voornaamste risico’s van locaties met milieuactiviteiten beschreven. De intensiteit van het beoordelen van meldingen en besluiten op vergunningaanvragen, evenals het toezicht op milieubelastende activiteiten is beperkt bij wet vastgelegd. Zo is in het Omgevingsbesluit een plicht opgenomen om regelmatig te bepalen of milieuvoorschriften in de vergunning nog toereikend zijn (actualiseringsplicht). In dit besluit is verder vastgelegd dat elke locatie met een IPPC-installatie met grote milieurisico’s minimaal 1x per jaar een controlebezoek krijgt én elke locatie met een IPPC-installatie met beperkte milieurisico’s minimaal 1x per 3 jaar een controlebezoek krijgt. Een gevolg van een dergelijk minimaal uitvoeringsniveau is dat veel locaties dan niet of niet tijdig bezocht worden en daardoor na verloop van tijd niet over de juiste melding/vergunning voor
De Omgevingswet bevat alleen nog één milieubelastende activiteit die Seveso-inrichtingen wordt genoemd. Dit betreft de locaties die voorheen onder het Besluit risico’s zware ongevallen 2015 (BRZO) vielen. 6 Een indeling conform de Standaard Bedrijfsindeling (SBI). 5
19
18-6-2025
U&H-strategie milieu Drenthe 2026-2029
Arena Consulting
uitvoering van hun activiteiten beschikken. Grote risico’s blijven buiten beeld als activiteiten niet bekend zijn omdat er onterecht geen melding of vergunningaanvraag is ingediend. Controles zijn belangrijke momenten om te constateren dat de melding/vergunning niet meer actueel is. Daarnaast is (de dreiging van) een controle en eventueel daaropvolgende sanctie een belangrijke drijfveer om de melding/vergunning situatie op orde te hebben. Een actueel locatiebestand draagt bij
aan
het
verlagen
melding/vergunning
is
van
de
milieudruk en
ook
beter
te
verbeteren
controleren
en
van
naleefgedrag. Een
handhaven.
En
met
een
actuele actuele
melding/vergunning kunnen de gemeentelijke en provinciale beleidsambities (bijv. energiebesparing en reductie van afvalstoffen) beter worden gerealiseerd. Door een laag toezichtniveau op locaties waar milieubelastende activiteiten plaatsvinden, wordt de kans op en het effect van onomkeerbare situaties groter. Er ontstaat langer hinder voor de omgeving, onveilige situaties voor omwonenden, verontreiniging van lucht, water en bodem met gevolgen voor gezondheid en aantasting van natuurwaarden. Door beperkt toezicht is er tevens geen gelijk speelveld tussen bedrijven, is de kans op bezwaar- en beroepsprocedures bij nieuwe aanvragen groter doordat overlastsituaties lang duren én wordt minder actief gestuurd op het realiseren van beleidsambities ten aanzien van bijvoorbeeld energiebesparing, inzet van duurzame energie en reductie van afvalstoffen. OD Drenthe werkt sinds 2020 met een model voor risicogericht toezicht (RGT) voor het inplannen (selecteren) van de reguliere controles op locaties met milieuactiviteiten. Het doel van het model is om de risico’s op onomkeerbare situaties te beperken tot het minimum. De risico-inschatting is gebaseerd op SBI-niveau.7 Om te komen tot een risico-inschatting is een beoordelingsmodel opgesteld: de Drentse risicomatrix.
In deze matrix worden de risico’s per SBI-codes gescoord, waarbij geen onderscheid wordt gemaakt in locaties met een vergunning, melding of meldingsvrije locaties. De score vindt plaats op basis van statische en dynamische variabelen. Statische variabelen: op basis van een inschatting van medewerkers van OD Drenthe, gemeenten en provincie zijn de risico’s ingeschat ten aanzien van: Milieueffecten; voor 8 milieuthema’s is per SBI-code beoordeeld hoe groot de milieueffecten kunnen zijn bij niet naleving van de regels. Daarnaast is per SBI-code bepaald wat de kans is dat niet naleving plaatsvindt. Ondermijning; per SBI-code is een inschatting gemaakt van het effect van ondermijning en de kans op het ontstaan van ondermijning. Maatschappelijk en bestuurlijke impact: voor ieder van de SBI-codes is de mate van bestuurlijke en/of maatschappelijke impact bepaald én de kans op het ontstaan van een dergelijke impact.
7
Het bestand met locaties met een vergunning-, melding- of informatieplicht wordt de komende jaren aangevuld met de milieubelastende activiteiten op de betreffende locaties. Daardoor kan veel specifieker worden bepaald welke activiteiten waar plaatsvinden. Zodra dit bestand voldoende kwaliteit heeft, kunnen ook risico’s op activiteitniveau worden bepaald. Tot die tijd wordt uitgegaan van risico’s op SBI-niveau.
20
18-6-2025
U&H-strategie milieu Drenthe 2026-2029
Arena Consulting
Op basis van deze statische variabelen is de top 10 van meest risicovolle SBI-codes (meting 2024): 1. Composteerbedrijven 2. Glasbewerkingsbedrijven 3. Glasfabrieken 4. Kleur- en verfstoffenfabrieken 5. Anorganische chemische grondstoffenfabrieken 6. Afvalverwerkingsbedrijven 7. Vuilstortplaatsen 8. Autosloperijen 9. Overige groothandel in afval en schroot 10. Tapijt-, kokos- en vloermattenfabrieken Figuur 4. Top 10 van meest risicovolle SBI-codes op basis van statische variabelen (meting 2024), score tussen 1 (laag risico) en 5 (hoog risico).
OD Drenthe hanteert onverkort de Landelijke Handhavingstrategie Omgevingsrecht (LHSO). Bij iedere overtreding wordt een LHSO-score geregistreerd. Deze bestaat conform de interventiematrix uit twee waarden. Zie hiervoor ook de sanctiestrategie in bijlage 1. • Het gedrag van de overtreder, uitgedrukt in A (goedwillend), B (neutraal/onverschillig), C (calculerend/opportunistisch) tot D (notoir/crimineel). • De zwaarte van de overtreding, uitgedrukt in 1 (vrijwel nihil) tot en met 4 (aanzienlijk en/of onomkeerbaar). Bij de controles die in 2023 werden uitgevoerd bij locaties met milieuactiviteiten in de 10 SBI-codes die