CConstaterende datDe Wolden
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - U&H-strategie Milieu Drenthe (2026-2029)

Besluitvormende vergadering: “D’r op an” 18 december 2025, gemeente De WoldenBij agendapunt: Lijst met ingekomen stukken27.923 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Handhaving energie 7. Het toezicht energie vindt niet gelijktijdig plaats met een integrale controle bij een milieulocatie. Het toezicht energie is dusdanig specifiek, dat het combineren met controles op overige thema’s niet efficiënt is. 8. Bij iedere controle ter plekke bij de locaties met milieuactiviteiten (zie hoofdstuk 3) wordt door de generiek toezichthouder beoordeeld of aan de verplichting voor rapportage energiebesparing is voldaan. Tevens wordt het feitelijk gebruik van elektriciteit en gas geregistreerd. Daarmee krijgt OD Drenthe zicht op bedrijven of instellingen die niet aan de informatieplicht voldoen, terwijl dit wel nodig was. 9. Het jaarlijks selecteren van locaties voor het energietoezicht gebeurt risicogericht. Op basis van risicovariabelen bepaalt OD Drenthe jaarlijks welke locaties door een toezichthouder energie bezocht worden. a. Bedrijven en instellingen die een rapportage informatieplicht hebben ingediend, met een groot (G) of zeer groot (Z) energieverbruik, dus een verbruik van meer dan 200.000 kWh of meer dan 75.000 m3 aardgas(equivalent): i. met rubriceringscode R1 worden allen binnen één jaar na het indienen van de rapportage bezocht. Deze code betekent dat de Erkende Maatregelenlijst (EML)-systematiek wordt gevolgd én dat voor minstens één erkende maatregel de antwoordoptie ‘(Nog) niet uitgevoerd’ is geselecteerd. ii.

met rubriceringscode R2 worden voor minimaal 50% binnen één jaar na indienen van de rapportage bezocht. Het betreft een aselecte steekproef. Deze code betekent dat de EML-systematiek wordt gevolgd én dat voor minstens één erkende maatregel de antwoordoptie ‘Gedeeltelijk uitgevoerd’ is geselecteerd. b. Overige bedrijven en instellingen die een rapportage informatieplicht hebben ingediend worden aselect bezocht. Het aantal controles hiervoor is afhankelijk van de resterende middelen die beschikbaar zijn voor het uitvoeren van energietoezicht.

60

18-6-2025

U&H-strategie milieu Drenthe 2026-2029

Arena Consulting

10. In de voorbereiding van het energietoezicht worden de rapportages informatieplicht inhoudelijk beoordeeld. Indien voor de locatie een onderzoeksplicht en/of EED auditplicht geldt, wordt deze rapportage ook meegenomen in het energietoezicht. 11. Op basis van de rapportages informatieplicht en uitgevoerde controles ontstaat per bedrijf/instelling inzicht in het energiebesparingspotentieel. Eind 2026 is er naar verwachting een goed beeld van het totale energiebesparingspotentieel in Drenthe. Begin 2027 bepalen de colleges van B&W en GS na consultatie van OD Drenthe op basis van dit potentieel het energiebesparingsdoel voor het totaal van de bedrijven/instellingen in Drenthe die onder de informatieplicht vallen.

61

10-7-2025

U&H-strategie milieu Drenthe 2026-2029

Arena Consulting

Bijlage 3. Operationalisering doelstellingen Paragraaf 3.3 Locaties met milieuactiviteiten

Nr. 1

Doelstelling De top 10 SBI-codes met slechtste naleefscore in 2024 (zie figuur 5 in bijlage 2), vertonen in 2029 een naleefscore die gemiddeld gezien tenminste 25% verbeterd is ten opzichte van 2024.

3.3 Locaties met milieuactiviteiten

2

4.3 Zorgwekkende stoffen

3

4.3 Zorgwekkende stoffen

4

5.3 Bodem

5

5.3 Bodem

6

6.3 Energie

7

De top 10 SBI-codes met grootste risico’s in 2024 op milieueffecten, ondermijning en maatschappelijk/bestuurlijke impact (zie figuur 4) vertonen in 2029 een verbeterd gedrag bij overtredingen ten opzichte van 2024. De uitvoerders van asbestsaneringen in risicoklasse 2a vertonen in 2029 minimaal een gelijkblijvend gedrag bij overtredingen ten opzichte van 2025. Het aantal asbestsaneringen dat onterecht zonder melding wordt uitgevoerd neemt af; bij ketentoezicht worden in 2029, met gelijkblijvende inspanning als in 2023, minder overtredingen geconstateerd dan in 2023. Bij alle bouwactiviteiten, omgevingsplanactiviteiten en gemeentelijke werkzaamheden waarvoor een bodemonderzoek nodig is, wordt een bodemonderzoek door OD Drenthe beoordeeld vóórdat de vergunning wordt verleend of melding wordt geaccepteerd. De uitvoerders van activiteiten op of in de bodem vertonen in 2029 minimaal een gelijkblijvend gedrag bij overtredingen ten opzichte van 2025. Bedrijven en instellingen met een zeer groot (Z) energieverbruik voldoen in 2027 allen aan de Onderzoeksplicht.

Indicator • Opgetelde naleefscore van de top 10 SBI-codes met slechtste naleefscore in 2024 in het rapportagejaar. Bron: data uit Digitalechecklisten.nl en het zaaksysteem van OD Drenthe. De naleefscore wordt bepaald door het aantal (vooraankondigingen van) last onder dwangsom, hercontroles en milieuklachten per SBI-code. Daarbij krijgt iedere vooraankondiging/dwangsom 5 punten, iedere hercontrole 2 punten en iedere milieuklacht 0,5 punt. Per SBI-code worden deze punten bij elkaar opgeteld en gedeeld door het totaal aantal zaken bij bedrijven met deze SBI-code. Deze score is vervolgens geschaald (op basis van de hoogste en laagste waardes) op een getal van 1 (goed naleefgedrag) tot 5 (slecht naleefgedrag). • Percentage van het aantal controles die zijn uitgevoerd in het rapportagejaar met overtredingen bij de SBI-codes in de top 10 met grootste risico’s in 2024 op milieueffecten, ondermijning en maatschappelijk / bestuurlijke impact, waarbij de overtreding met het slechtste gedrag calculerend (C) of bewust en structureel/crimineel (D) is. Bron: Digitalechecklisten.nl. • Percentage van het aantal controles die zijn uitgevoerd in het rapportagejaar met overtredingen bij asbestsaneringen in risicoklasse 2a, waarbij de overtreding met het slechtste gedrag calculerend (C) of bewust en structureel/crimineel (D) is. Bron: Digitalechecklisten.nl.

• Percentage van het aantal door ketentoezicht gecontroleerde stortbonnen bij de milieustraat in het rapportagejaar voor het storten van asbest, waarbij het afvalstroomnummer in het LAVS niet gekoppeld kan worden aan een asbestinventarisatierapport. Bron: LAVS in combinatie met registratie van stortbonnen. • Aantal van een steekproef van 10 aanvragen voor bouwactiviteiten, omgevingsplanactiviteiten en gemeentelijke werkzaamheden per gemeente, waarbij een bodemonderzoek nodig was én dit door OD Drenthe is beoordeeld vóórdat de vergunning door de gemeente is verleend of melding is geaccepteerd. Bron: analyse uit steekproef. •

•

Percentage van het aantal controles die zijn uitgevoerd in het rapportagejaar met overtredingen bij activiteiten in of op de bodem, waarbij de overtreding met het slechtste gedrag calculerend (C) of bewust en structureel/crimineel (D) is. Bron: Digitalechecklisten.nl. Percentage van het aantal bedrijven en instellingen waarvan OD Drenthe vermoedt dat ze een zeer groot (Z) energieverbruik hebben, dat in het rapportagejaar of vier jaar hieraan voorafgaand voldoet aan de Onderzoeksplicht. Bron: IPWM database en overzicht van bedrijven met een zeer groot (Z) energieverbruik.

10-7-2025

U&H-strategie milieu Drenthe 2026-2029

Paragraaf 6.3 Energie

Nr. 8

Doelstelling Alle bedrijven en instellingen met een groot (G) of zeer groot (Z) energieverbruik voldoen in 2029 aan de Informatieplicht.

6.3 Energie

9

Bedrijven en instellingen met een groot (G) of zeer groot (Z) energieverbruik, hebben bij een 2e controle op energiebesparing minimaal 90% van de verplichte energiebesparingsmaatregelen genomen.

7.1 Kwaliteitsborging

10

7.1 Kwaliteitsborging

11

Behoud van de juridische kwaliteit van besluiten op aanvragen en handhavingszaken door OD Drenthe ten opzichte van 2023. Het jaarprogramma van de OD is voor 100% gerealiseerd.

7.1 Kwaliteitsborging

12

Beschikbaarheid van voldoende middelen ieder jaar om (1) de geconstateerde risico’s aan te pakken én (2) beleidsdoelen te realiseren.

Arena Consulting

Indicator • Percentage van het aantal bedrijven en instellingen waarvan OD Drenthe weet of vermoedt dat ze een groot (G) of zeer groot (Z) energieverbruik hebben, dat zich in het rapportagejaar of vier jaar hieraan voorafgaand heeft gemeld in het kader van de energiebesparingsplicht. Bron: IPWM database en overzicht van bedrijven met een groot (G) of zeer groot (Z) energieverbruik. • Gemiddeld percentage van de verplichte energiebesparingsmaatregelen dat bedrijven en instellingen met een groot (G) of zeer groot (Z) energieverbruik bij 2e controles (die zijn uitgevoerd in het rapportagejaar) hebben genomen. Bron: IPWM en Digitalechecklisten.nl. Toelichting: na een 1e controle is bij OD Drenthe bekend welke energiebesparingsmaatregelen door het bedrijf/de instelling genomen moeten worden. Zodra het bedrijf/de instelling een 2e keer gecontroleerd wordt (bijv. naar aanleiding van een nieuw ingediende rapportage door het bedrijf/de instelling) kan OD Drenthe bepalen welk percentage van de verplichte energiebesparingsmaatregelen daadwerkelijk gerealiseerd is. Voor deze indicator wordt alleen gekeken naar bedrijven/instellingen met een groot (G) of zeer groot (Z) energieverbruik die in het betreffende rapportagejaar hun 2e controle energiebesparing hebben gehad en wordt hiervan het gemiddelde genomen van alle percentages die deze bedrijven/instellingen hebben gerealiseerd.

• Percentage van het aantal beroepszaken dat in het rapportagejaar is afgerond, waarbij de zaak het resultaat heeft ‘beroep gegrond’. Bron: zaaksysteem van OD Drenthe. • Percentage van de geprogrammeerde productie in het jaarprogramma van de OD, dat daadwerkelijk in het rapportagejaar is gerealiseerd. Bron: jaarverslag van OD Drenthe. • Percentage van de geprogrammeerde uren in het jaarprogramma van de OD, dat daadwerkelijk in het rapportagejaar is gerealiseerd. Bron: jaarverslag van OD Drenthe.

Figuur 6. Doelstellingen en indicatoren met hun bron. Onder het rapportagejaar verstaan we het jaar waarop het jaarverslag van OD Drenthe betrekking heeft.

63

10-7-2025

U&H-strategie milieu Drenthe 2026-2029

Arena Consulting

Bijlage 4. Relatie U&H-strategie milieu Drenthe met overige (beleids)documenten De

U&H-strategie

milieu

Drenthe

staat

niet

op

zich.

Er

zijn

diverse

overige

(beleids)documenten die een relatie hebben met de U&H-strategie milieu. In deze notitie wordt de relatie tussen deze (beleids)documenten uitgelegd. Verordening uitvoering en handhaving (omgevingsrecht): iedere gemeenteraad en Provinciale Staten van de provincie Drenthe heeft een verordening met deze naam (of van diens voorloper, de Verordening uitvoering en handhaving Omgevingsrecht) vastgesteld. In de verordening staan de eisen die de gemeenteraad en PS stellen aan de VTH-taakuitvoering. De verordeningen zijn (nagenoeg) identiek en moeten dit (volgens de Omgevingswet) voor de basistaken ook zijn. De U&H-strategie milieu Drenthe geeft invulling aan de eisen uit deze verordeningen voor zover het de milieutaken betreft die onder OD Drenthe zijn belegd. Voor de overige VTH-taken dient de gemeente/provincie zelf beleid op te stellen (zie volgende paragraaf). VTH-beleid ofwel U&H-strategie voor de niet-milieutaken: ieder college van B&W en GS van de provincie Drenthe hebben beleid vastgesteld voor de VTH-taken die niet door alle deelnemers aan OD Drenthe bij de OD zijn belegd. Het gaat dan bijvoorbeeld over VTH-beleid voor de bouwtaken of zwemwaterkwaliteit. Dit beleid blijft ook met de U&H-strategie milieu Drenthe bestaan; het heeft immers betrekking op een ander deel van de VTH-taken.

In het VTH-beleid voor de niet-milieutaken kan ieder college keuzen maken die afwijken van keuzen in de regio. Dat is met de U&H-strategie milieu Drenthe niet, omdat deze regionaal identiek worden uitgevoerd. We willen namelijk voorkomen dat OD Drenthe per gemeente anders moet gaan werken. Jaarprogramma van OD Drenthe: bevat de concrete doorvertaling van de U&H-strategie milieu Drenthe naar taken, de producten en uren die OD Drenthe in één of meerdere jaren uitvoert en de relatie met de zaaktypen en productresultaten. Het is dus een concretisering van de doelstellingen uit de meerjaren U&H-strategie milieu Drenthe. Tussentijdse rapportages en jaarverslag van OD Drenthe: bevat de verantwoording van de taakuitvoering door OD Drenthe. De tussentijdse rapportages en het jaarverslag geven dus weer welke prestaties zijn geleverd en hoeveel uren zijn geleverd. In het jaarverslag wordt ook gerapporteerd over het doelbereik: van de doelstellingen in de U&Hstrategie milieu Drenthe wordt beschreven in hoeverre deze bereikt zijn. Producten- en Dienstencatalogus (PDC): overzicht van de producten en diensten die OD Drenthe kan leveren. Van de producten en diensten is een omschrijving en afbakening opgenomen, evenals de relatie gelegd met de producten uit de Drentse Maat. Drentse maat: in maart 2015 als versie 1.0 vastgesteld door de Raad van Opdrachtgevers van OD Drenthe.

Het document bevat het uniforme uitvoeringsniveau (producten, frequenties, beoordelingsdiepgang en urenramingen per product) voor een belangrijk deel van de taken die door OD Drenthe worden uitgevoerd. De producten uit de Drentse Maat zijn anders geformuleerd dan de producten in de PDC. De relatie tussen beide wordt in de PDC gelegd.

10-7-2025

U&H-strategie milieu Drenthe 2026-2029

Arena Consulting

Op basis van de Drentse maat kentallen en ervaringscijfers van aantallen aanvragen en meldingen en aantal locaties (inrichtingen) wordt jaarlijks een begrote (financiële) bijdrage berekend voor iedere deelnemer van OD Drenthe. Dit wordt gezien als de verantwoorde inzet voor dat jaar. De feitelijke realisatie is voor een belangrijk deel afhankelijk van de vraag naar producten. In 2021 zijn de kentallen herijkt door de kentallen op basis van een benchmark gelijk te trekken met de landelijke gemiddelden. Zodra de U&H-strategie milieu Drenthe is vastgesteld, kan ook de Drentse maat worden geactualiseerd. In de U&H-strategie milieu staan immers wijzigingen van frequenties en beoordelingsdiepgang, waardoor ook kentallen en productbeschrijvingen wijzigen. Financieringsafspraken: in een begroting of bijdrageregeling van OD Drenthe wordt bepaald op welke wijze de taakuitvoering financieel wordt gedekt. In Drenthe is de Drentse maat voor de totstandkoming van de begroting de basis. Voor de taken die niet in de Drentse maat zijn uitgewerkt worden apart financieringsafspraken gemaakt. Het afrekenen vindt plaats op basis van geleverde producten. In 2024 door het Interbestuurlijk programma (IBP) Versterking

VTH

vastgestelde

Financieringssystematiek

omgevingsdiensten

wordt

voorgesteld daarbij zoveel mogelijk aan te sluiten bij de regionale opgaven en daarmee de regionale U&H-strategie milieu. Een intensievere uitvoering van de VTH-taken dient immers te leiden tot een hogere bijdrage. De keuze hoe OD Drenthe gefinancierd wordt, wordt niet in het kader van de U&H-strategie milieu Drenthe gemaakt. Dit is immers een aparte bevoegdheid van het algemeen bestuur. Noordelijke Maat: beleidsmatige norm gebruikt door de drie Noordelijke provincies en de Omgevingsdienst

Groningen

met

een

risicoanalyse,

prioriteiten,

ambities

en

uitvoeringsniveau voor uitvoering van de VTH-taken bij de complexe bedrijven. Dit zijn naast Seveso-inrichtingen (voorheen Brzo) ook RIE4-bedrijven die door aard en omvang grote gevolgen kunnen hebben voor de leefomgeving. Tevens vindt op basis van de Noordelijke Maat een doorrekening van benodigde inzet en kosten plaats. De uitvoering van de VTHtaken bij de complexe bedrijven vindt plaats door Omgevingsdienst Groningen. De complexe bedrijven vallen dus niet binnen de scope van de U&H-strategie milieu Drenthe. Landelijke handhavingsstrategie Omgevingsrecht en Landelijke Gedoogstrategie: landelijk vastgestelde strategieën waarin bepaald wordt hoe de VTH-medewerkers hun taken moeten uitvoeren. Dit geldt voor het handhaven (hoe te sanctioneren bij het aantreffen van bepaalde type overtredingen) en het gedogen (wanneer wel/niet te gedogen en hoe te handelen). In de U&H-strategie milieu Drenthe wordt aangegeven dat deze worden toegepast; daarnaast zijn specifieke uitwerkingen (aanvullingen) in de U&H-strategie mogelijk. Thematisch beleid of omgevingsprogramma’s: bevat voor een specifiek thema de beleidsmatige keuzen die door het college van B&W of GS worden vastgesteld. Voorbeelden zijn Duurzaamheidsbeleid, Milieubeleid, Bodembeleid of een Omgevingsprogramma Natuur.

Hierin kan bijvoorbeeld worden vastgelegd binnen hoeveel jaren bodemsaneringen moeten zijn uitgevoerd of aan welke geluidsnorm bepaalde geluidsbronnen moeten voldoen. Ieder college is bevoegd om eigen thematisch beleid en programma’s vast te stellen. Dergelijke beleid en normstellingen zijn niet opgenomen in de U&H-strategie milieu Drenthe; de U&Hstrategie milieu beperkt zich tot de keuzen t.a.v. intensiteit en diepgang van de VTHtaakuitvoering.

65

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16288654/1