Bijlage 1 Stand van zaken provinciaal afgestemde urgentieregeling def (1)
Tekst van het document
Bijlage 1: Stand van zaken provinciaal afgestemde urgentieregeling Inleiding De Drentse gemeenten, woningcorporaties, Woonbond namens de Drentse huurdersorganisaties en de Provincie Drenthe, werken gezamenlijk aan een regionaal afgestemde urgentieregeling, die straks onderdeel wordt van de gemeentelijke huisvestingsverordening zoals vereist vanuit de Wet versterking regie volkshuisvesting (Wvrv). Omdat de wet nog niet volledig is vastgesteld en regionale afspraken eveneens in ontwikkeling zijn, bevindt de urgentieregeling zich in een dynamische fase waarin voortschrijdend inzicht wordt verwerkt. Deze bijlage geeft u een helder overzicht van het traject en de huidige stand van zaken. Na de gemeenteraadsverkiezingen van maart wordt met de nieuwe gemeenteraad verder gesproken over de inhoud van de definitieve regeling.
Terugblik afgelopen jaar Tijdens het VDG Ruimte en Wonen van oktober 2024 is de bestuurlijke opdracht vastgesteld om gezamenlijk aan de slag te gaan met een provinciaal afgestemde urgentieregeling. In het voorjaar van 2025 zijn de eerste concrete stappen gezet om tot deze afgestemde regeling te komen. Op 23 juni heeft er digitaal een raadssessie plaatsgevonden. Tijdens deze digitale raadssessie nam RIGO de verschillende raden mee in het proces om te komen tot een provinciaal afgestemde urgentieregeling. Uw raad was hiervoor uitgenodigd.
Huidige ontwikkeling van de urgentieregeling De model-urgentieregeling krijgt steeds meer vorm. Het document wordt stap voor stap aangevuld en aangescherpt zodat het aansluit bij zowel de wettelijke verplichtingen als de Drentse uitvoeringspraktijk. Hoewel de basis van de regeling inmiddels staat, is de volledige uitwerking mede afhankelijk van landelijke regelgeving die op dit moment nog in behandeling is. De wetgever werkt onder meer aan de verplichting om gezinnen met minderjarige kinderen zonder vaste woon- of verblijfplaats in alle urgentieregelingen als urgente categorie op te nemen. De ontwikkeling van de urgentieregeling hangt samen met regionale processen die nog moeten starten. In het bijzonder gaat dit om de zogenoemde fair shareafspraken: afspraken tussen gemeenten om de huisvesting van urgente groepen evenwichtig over Drenthe te verdelen. De wijze waarop deze verdeling wordt vormgegeven, bepaalt mede welke groepen woningzoekenden straks moeten beschikken over een regionale binding om voor urgentie in aanmerking te komen. Tegelijkertijd moet worden gewaarborgd dat wettelijke urgente categorieën geen bindingseis opgelegd krijgen, conform de landelijke kaders.
Inhoud en reikwijdte van de urgentieregeling De urgentieregeling richt zich op woningzoekenden die vanwege hun omstandigheden niet kunnen wachten op reguliere woonruimte en daarom met voorrang gehuisvest moeten worden. De wet schrijft tien verplichte urgente categorieën1 voor. Daarnaast wordt, op basis van een recent amendement, de verplichting toegevoegd om ook gezinnen met minderjarige kinderen zonder vaste woon- of verblijfplaats urgentie te verlenen. Aangezien de landelijke uitwerking nog volgt, worden de precieze criteria voor deze categorie later toegevoegd. Naast de wettelijke categorieën moet er beoordeeld worden of het wenselijk is om enkele aanvullende regionale urgente groepen op te nemen. Hierover gaat de werkgroep graag met de nieuwe raad in gesprek. De werkgroep werkt momenteel aan een voorzet waarbij er rekening wordt gehouden met criteria, voorwaarden en de rol van regionale binding. Hierbij wordt zorgvuldig gekeken of alle bestaande uitstroomgroepen in de huidige praktijk voldoende geborgd zijn, zodat geen enkele doelgroep tussen wal en schip raakt. De regeling regelt uitsluitend de urgentiestatus en de absolute voorrang die daarbij hoort. Woningcorporaties blijven daarnaast hun eigen voorrangsregels hanteren, bijvoorbeeld passendheidscriteria (inkomen en omvang huishouden), doelgroeplabels (bijvoorbeeld jongeren en ouderen) of doorstroombevordering.
Deze aanvullende regels veranderen niets aan de urgentiestatus maar bepalen wel welke woningen passend zijn en in welke volgorde ‘reguliere’ woningzoekenden worden benaderd. Woningcorporaties behouden bovendien ruimte om in bijzondere situaties maatwerk te bieden buiten de urgentieregeling om, bijvoorbeeld wanneer sprake is van overlastproblematiek of noodzakelijke herhuisvesting.
Uitvoering en benodigde afspraken Hoewel de regeling een aantal uitvoeringskaders bevat, blijven veel operationele keuzes bewust bij de woningcorporaties en gemeenten liggen. De regeling beschrijft onder meer hoe urgentieverklaringen worden afgegeven, hoe lang deze geldig zijn, in welke situaties de vergunningplicht niet van toepassing is en op welke wijze de regionale verdeling wordt geborgd. De mogelijkheid blijft bestaan om per casus een zoekprofiel mee te geven, zodat urgente woningzoekenden gericht kunnen worden begeleid naar passende woonruimte, rekening houdend met afspraken over spreiding.
Samenhang met bestaande regionale afspraken De urgentieregeling sluit nauw aan bij de bestaande uitstroomconvenanten in de regio’s Assen en Emmen. Deze convenanten bevatten afspraken over uitstroom uit beschermd wonen, maatschappelijke opvang, vrouwenopvang en andere vormen van begeleid wonen. Omdat deze doelgroepen grotendeels overeenkomen met de wettelijke urgente categorieën, vormen de uitstroomconvenanten een bouwsteen voor de provinciaal afgestemde urgentieregeling.
Vooruitblik en vervolgstappen Zodra de landelijke besluitvorming verder is gevorderd en de regionale fairshare-afspraken zijn gemaakt, worden de algemene en artikelsgewijze toelichting uitgewerkt en volgt een juridische toets. Hierna start de fase van advisering en formele besluitvorming. De precieze planning is afhankelijk van de inwerkingtreding van de Wvrv en van de snelheid waarmee fairshare tot stand komt. De verwachting is dat de regeling uiterlijk eind 2026 gereed zal zijn, dit is echter onder voorbehoud van politieke besluitvorming. De huidige gemeenteraden worden met deze bijlage geïnformeerd over de stand van zaken. Met de nieuwe gemeenteraden wordt na maart het gesprek gevoerd over de inhoudelijke keuzes en de verdere uitwerking van de regeling, alvorens de regeling definitief wordt gemaakt.