Bestemmingsplan Dokter Larijweg 87, Ruinerwold
Tekst van het document
Conclusie Het aspect ‘cultuurhistorie’ vormt geen belemmering voor de uitvoering van dit plan.
4.7
Water
In het kader van dit project is op 25 maart 2019 de digitale watertoets uitgevoerd. Op basis van deze toets dient de normale procedure te worden gevolgd. Na bestudering van de informatie en in overleg met de afdeling vergunningen is het waterschap Drents Overijsselse Delta tot het oordeel gekomen dat het plan in aanmerking voor de korte procedure. Concreet betekent dit dat de planvorming doorgang kan vinden onder de voorwaarde dat de standaard waterparagraaf wordt toegepast. Het waterschap Drents Overijsselse Delta beschouwt daarmee het plan als afgehandeld. Standaard waterparagraaf korte procedure In het kader van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is het verplicht ruimtelijke plannen te ‘toetsen op water’, de zogenaamde watertoets. De watertoets is een waarborg voor water in ruimtelijke plannen en besluiten. Deze waterparagraaf heeft betrekking op "herontwikkeling voormalig agrarisch erf naar bedrijvigheid en recreatie. Drie van de vier varkensstallen worden gesloopt". Relevant beleid Het beleid van het waterschap Drents Overijsselse Delta staat beschreven in het waterbeheerplan 2016-2021. Specifiek voor het stedelijke gebied heeft het waterschap het beleid geformuleerd in ‘Water Raakt!’. Daarnaast is de Keur een belangrijk regelstellend instrument waarmee in ruimtelijke plannen rekening moet worden gehouden. Invloed op de waterhuishouding
29
bestemmingsplan Dokter Larijweg 87, Ruinerwold (ontwerp)
Het plan heeft geen schadelijke gevolgen voor de waterkwaliteit en ecologie. Binnen het bestemmingsplan worden niet meer dan tien wooneenheden gerealiseerd en de toename van het verharde oppervlak bedraagt niet meer dan 1500 m². Binnen het plangebied is geen sprake van (grond)wateroverlast. Op het achterste deel van het terrein rond om de voormalige mestsilo is sprake van natte plekken. Dit is lager terrein en wordt nu nauwelijks gebruik behalve voor de paarden van de bewoners. De silo zelf staat iets hoger en direct rond de silo is geen overlast. De initiatiefnemers houden zelf rekening met deze situatie. Deze wateroverlast heeft geen negatieve invloed op de omgeving. Voorkeursbeleid hemelwater Bij de afvoer van overtollig hemelwater moet het afstromend hemelwater ter plaatse in de bodem dan wel op het oppervlaktewater worden teruggebracht. Het waterschap heeft de voorkeur om het hemelwater, daar waar mogelijk, te infiltreren in de bodem. Oppervlakkige afvoer naar de infiltratievoorziening en infiltratie via wadi’s heeft daarbij de voorkeur. Als oppervlakkige infiltratie niet mogelijk is, is ondergrondse infiltratie door middel van bijvoorbeeld een infiltratieriool (IT-riool) of infiltratiekratten een mogelijkheid. Als infiltratie niet mogelijk is dan kan hemelwater via een bodempassage worden geloosd op oppervlaktewater.
De afvoer van overtollig hemelwater uit het plangebied mag, ongeacht de toegepaste methode, niet tot wateroverlast leiden op aangrenzende percelen of het omliggende watersysteem. Schoon hemelwater (bijvoorbeeld vanaf dakoppervlakken) kan direct worden afgevoerd naar oppervlaktewater. Watertoetsproces De initiatiefnemer heeft het Waterschap Drents Overijsselse Delta geïnformeerd over het plan door gebruik te maken van de digitale watertoets. De beantwoording van de vragen heeft ertoe geleid dat de korte procedure van de watertoets is toegepast. De bestemming en de grootte van het plan hebben een geringe invloed op de waterhuishouding in ruimtelijke zin. Deze conclusie is automatisch getrokken op basis van de ingevoerde gegevens op www.dewatertoets.nl. Het proces van de watertoets is goed doorlopen. Het waterschap Drents Overijsselse Delta gaat akkoord met het plan. Conclusie Het aspect ‘water’ vormt geen belemmering voor de uitvoering van dit plan.
4.8
Ecologie
Bij ruimtelijke planvorming dient aandacht te worden besteed aan natuurwetgeving. Hierbij kan een tweedeling gemaakt worden in soortbescherming en gebiedsbescherming. Soortbescherming wordt geregeld in de Flora- en faunawet. De gebiedsbescherming vindt plaats via Vogel- en Habitatrichtlijn (‘Natura 2000-gebieden’). Het plan omvat de herontwikkeling van een perceel met voormalige agrarische bebouwing. Drie voormalige stallen worden gesloopt en elders ingezet voor de bouw van een Ruimte voor Ruimte woning. Binnen het plangebied wordt bedrijvigheid toegestaan in de vorm van recreatie en een ambachtelijk houtbewerkingsbedrijf. De wijzigingen vinden in hoofdzaak plaats binnen het bestaande als zodanig ingerichte bedrijfsperceel. De achterliggende agrarische gronden zijn reeds in gebruik voor het houden van paarden (privé). Tevens is met dit plan de te behouden meest zuidelijke stal alsmede het zuidelijke woonerf, reeds in gebruik voor bedrijvigheid. Het bestaande terrein is grotendeels verhard dan wel bebouwd. Gezien de wijze van inrichting is het niet aannemelijk dat sprake is van beschermde flora. Initiatiefnemer heeft reeds een aanvang gemaakt met het strippen van de te slopen stallen. Daarbij zijn de werkzaamheden beperkt tot de niet asbesthoudende delen.
Deze wijze van sloop (handmatig) is een maatregel waardoor negatieve effecten op fauna kan worden voorkomen of negatieve effecten worden gereduceerd. Door de reeds ingezette (handmatige) sloop is de te slopen bebouwing onaantrekkelijker geworden voor fauna. Met de sloop, bouw en inrichtingswerkzaamheden zal initiatiefnemer de zorgplicht van de wet
30
bestemmingsplan Dokter Larijweg 87, Ruinerwold (ontwerp)
natuurbescherming in acht nemen. Het plangebied is gelegen op circa 3 kilometer van het meest dichtbijgelegen natura 2000 gebied Holtingerveld, op circa 7,3 kilometer van het natura 2000 gebied Dwingelerveld en op circa 9,5 kilometer van het natura 2000 gebied De Wieden. Er is in het kader van dit plan een Aerius berekening uitgevoerd door Fopma natuuradvies. De resultaten en conclusies van het onderzoek zijn weergegeven in het rapport van 18 mei 2020 met nummer 2020-372. De berekening is uitgevoerd op basis van een opgave van de initiatiefnemer, waarbij rekening is gehouden met een verwachte bezettingsgraad. Dit is on het rapport nader aangegeven. Het volledige rapport is bijgevoegd als bijlage 1. In het rapport is aangegeven dat in de sloop- en aanlegfase en in de gebruiksfase de depositie van stikstof op geen enkel meetpunt in het Natura 2000-gebied hoger dan 0,00 mol/ha/jaar. Daarmee is er geen sprake van een vergunningplicht. Conclusie Het aspect ecologie vormt op voorhand geen belemmering voor de uitvoering van dit plan.
4.9
Kabels en leidingen
De ligging van kabels en leidingen onder het maaiveld, in combinatie met bijbehorende beschermingsstroken kan beperkingen geven voor de planontwikkeling. Een omlegging daarvan kan forse financiële consequenties hebben voor de haalbaarheid van plannen. Het beoogde plan betreft realisatie geheel op eigen gronden. Planologisch relevante leidingen zijn hier niet aanwezig. Voor het overige zorgt initiatiefnemer bij de bouw en aanleg voor afstemming met eventuele instanties zoals nutsbedrijven. Conclusie Het aspect ‘kabels en leidingen’ vormt geen belemmering voor de uitvoering van dit plan.
4.10
Parkeren en verkeer
Het plan omvat de herontwikkeling van een perceel met voormalige agrarische bebouwing. Drie voormalige stallen worden gesloopt en elders ingezet voor de bouw van een Ruimte voor Ruimte woning. Binnen het plangebied wordt bedrijvigheid toegestaan in de vorm van recreatie en een ambachtelijk houtbeweringsbedrijf. Met dit plan zal sprake zijn van een toename van de verkeersintensiteit alsmede parkeerbehoefte. Hieronder wordt deze toename getoetst aan de normen zoals vermeld in de CROW-publicatie 381 waarin de parkeer kerncijfers en de kerncijfers verkeersgeneratie voor verschillende bestemmingen in de groepen wonen, werken, winkelen en boodschappen, sport, cultuur en ontspanning, horeca en (verblijfs)recreatie, gezondheidszorg en (sociale) voorzieningen en onderwijs. Op grond van de geldende beheersverordening is voor het noordelijke deel van het plangebied alsmede de daarop aanwezige stallen, een agrarische bedrijfsvoering toegestaan. Zoals aangegeven was voorheen sprake van stallen ten behoeve van twee agrarische bedrijven. Ter plaatse van het plangebied zullen de volgende veranderingen plaatsvinden.
Onderstaande berekeningen zijn gebaseerd op de CROW-kerngetallen van: Woning: Koop, vrijstaand Kantoor/receptie: commerciële dienstverlening Bedrijfsruimte: bedrijf arbeidsintensief, bezoekersextensief
31
bestemmingsplan Dokter Larijweg 87, Ruinerwold (ontwerp)
Logiesverblijven: Hotel*** Daarbij is uitgegaan van de gemiddelde norm bij een ligging in niet stedelijk buitengebied. Voor het houden van paarden is geen specifieke norm aangeven. Hieronder is daarbij een onderbouwing gegeven van het aantal dat is meegenomen in de berekening. Parkeren Voor het houden van de paarden is gerekend met een parkeerplaats per box. De voertuigen zullen veelal twee plaatsen in beslag nemen vanwege de aanhanger. Daarbij zullen de bezoekers met hun paard niet gelijktijdig geparkeerd staan en is er sprake van gebruik van een paardentaxi. Tevens zal een deel van deze parkeerruimte samenvallen met de parkeerbehoefte voor de logiesverblijven voor zover er sprake is van (nacht)verblijf door mens en paard. Voor een agrarisch bedrijf is in dezen aansluiting gezocht bij de norm van een bedrijf arbeidsintensief, bezoekersextensief. Omdat de stallen een aanzienlijke omvang hebben kan de norm niet vermeerderd worden op basis van het bedrijfsvloeroppervlak (bvo). Daarom is er in dezen voor gekozen de norm te vermeerder per stal of te wel 4 stallen maal de norm per 100 m² bvo. Het kantoor/receptie gebouw is geen afzonderlijke activiteit en staat ten dienste van de activiteiten op het perceel. Daarom is in dezen niet voorzien in een afzonderlijke parkeerbehoefte en verkeer aantrekkende werking.
Volgens de voornoemde berekening in de bestaande situatie is er sprake van een parkeerbehoefte van in totaal 12 parkeerplaatsen. En in de nieuwe situatie sprake van een parkeerbehoefte van in totaal 24,5 parkeerplaatsen. Daarmee is met dit plan sprake van de toename van de parkeerbehoefte van in totaal 12.5 parkeerplaatsen. Op het perceel is voldoende ruimte om deze extra behoefte op te vangen. Verkeer Het gebruik van de paardenboxen zal in hoofdzaak samenhangen met de recreatieve activiteiten op het perceel en zal daarmee nauwelijks een extra verkeers-aantrekkende werking hebben. Voor een agrarisch bedrijf is in dezen wederom aansluiting gezocht bij de norm van een bedrijf arbeidsintensief, bezoekersextensief vermeerderd per stal. Volgens de onderstaande tabel is in de bestaande situatie sprake van een verkeergeneratie van 48,2 bewegingen. In de nieuwe situatie is er sprake van een verkeergeneratie van 92,2 bewegingen. Daarmee is met dit plan sprake van een toename van de verkeergeneratie van 44 bewegingen.
32
bestemmingsplan Dokter Larijweg 87, Ruinerwold (ontwerp)
De Dr. Larijweg 87 is een oude verkeersontsluiting welke op meerdere punten verbonden is met de doorgaande ontsluitingsweg Wolddijk. Tevens zijn er op een aantal punten aansluitingen van wegen naar andere richtingen. Het verkeer zal in hoofdzaak verlopen via de Wolddijk. Vanwege andere ruimtelijke ontwikkeling gelegen aan de Wolddijk worden door het bevoegd gezag maatregelen overwogen om de verkeersveiligheid te verbeteren. Deze verbeteringen zullen naar verwachting geen (extra) belemmering op leveren voor de ontsluiting van het plangebied in dezen. Vanwege de ambachtelijke kleinschalige opzet van de bedrijvigheid zal het verkeer verspreidt over de dag aankomen en vertrekken. Daarmee is de wegenstructuur voldoende om de voornoemde toename op te vangen. Conclusie Het aspect parkeren en verkeer vormt geen belemmering voor de uitvoering van dit plan.
4.11
Milieueffectrapportage
In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van een wijzigingsplan plan mer-plichtig, project mer-plichtig of mer-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Daarnaast dient het bevoegd gezag bij de betreffende activiteiten die niet aan de bijbehorende drempelwaarden voldoen, na te gaan of er sprake kan zijn van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu, gelet op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Deze omstandigheden betreffen: de kenmerken van de projecten; de plaats van de projecten; de kenmerken van de potentiële effecten. Het plan omvat de herontwikkeling van een perceel met voormalige agrarische bebouwing. Drie voormalige stallen worden gesloopt en elders ingezet voor de bouw van een Ruimte voor Ruimte woning. Binnen het plangebied wordt bedrijvigheid toegestaan in de vorm van recreatie en een ambachtelijk houtbewerkingsbedrijf. Dit plan omvat de uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met een oppervlakte van ruim minder dan 100 hectare. Daarmee worden met dit plan de drempelwaarden uit het Besluit m.e.r niet overschreden. De herziening van het gebruik is van dien aard dat er geen sprake is van negatieve effecten op natuurgebieden.
Voor dit bestemmingsplan is dan ook geen mer-procedure of mer-beoordelingsprocedure noodzakelijk conform het Besluit m.e.r. Conclusie
33
bestemmingsplan Dokter Larijweg 87, Ruinerwold (ontwerp)
Het aspect milieueffectrapportage vormt geen belemmering voor de uitvoering van dit plan.
34
bestemmingsplan Dokter Larijweg 87, Ruinerwold (ontwerp)
Hoofdstuk 5
Juridische vormgeving
In de voorgaande hoofdstukken is ingegaan op het plangebied, het relevante beleid en de milieu- en omgevingsaspecten. Op basis van de informatie uit deze hoofdstukken is het juridische bindende deel van het bestemmingsplan: de verbeelding en de regels, bepaald. De regels omvatten bepalingen betreffende het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing, regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. De verbeelding geeft de indeling van de bestemmingen en aanduidingen weer.
5.1
Algemeen
Het beleid en de planuitgangspunten, zoals verwoord in de voorgaande hoofdstukken, hebben in de regels van dit plan hun juridische vertaling gekregen. Daarmee zijn de gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden van de gronden in het plangebied vastgelegd. Het plan is opgesteld conform het Handboek bestemmingsplannen van de gemeente De Wolden en de landelijke Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen 2012 (SVBP 2012). De opzet van de bestemmingsregels is gebaseerd op de beheersverordening Buitengebied. Daarbij zijn maatwerkaanpassingen bettreffende deze specifieke ontwikkeling getroffen. De regels van het plan bestaan uit vier hoofdstukken, te weten: 1. 2. 3. 4.
Inleidende regels; Bestemmingsregels; Algemene regels; Overgangs- en slotregels.
Inleidende regels Begrippen (Artikel 1): In dit artikel is een omschrijving gegeven van de in regels van dit bestemmingsplan gebruikte begrippen. Wijze van meten (Artikel 2): Hierbij is een omschrijving aangegeven over de wijze van meten van in de regels aangegeven afstanden, oppervlakte- en inhoudsmaten. Bestemmingsregels In dit hoofdstuk zijn de regels betreffende de binnen het plangebied voorkomende bestemmingen opgenomen. De bepalingen zijn als volgt opgebouwd: 1. Bestemmingsomschrijving: de omschrijving van het gebruik wat is toegestaan binnen de bestemming, 2. Bouwregels: de regels, waar en met welke maatvoering, mag worden gebouwd, 3. Nadere eisen: eisen welke met het oog op het voorkomen van onevenredigs aantasting van de aangegeven aspecten kunnen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing, 4. Afwijken van de bouwregels: de afwijkingsmogelijkheden welke specifiek gelden voor de bouwregels van de betreffende bestemming, 5. Specifieke gebruiksregels: in de specifieke gebruiksregels wordt aangegeven welk gebruik in strijd is met de bestemming, waaronder indien nodig specifieke voorwaardelijke verplichtingen, 6. Afwijken van de gebruiksregels: de afwijkingsmogelijkheden welke specifiek gelden voor de gebruiksregels van de betreffende bestemming, 7.
Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden: vergunningstelsel voor specifiek aangegeven werkzaamheden en werken. In paragraaf 5.2 wordt een nadere toelichting gegeven van en de binnen het plangebied voorkomende bestemmingen. Algemene regels De op het plan van toepassing zijn de algemene regels worden beschreven in hoofdstuk 3. Dit hoofdstuk is opgebouwd uit: 1. Anti-dubbeltelregel: Deze regel is opgenomen om te voorkomen dat een perceel of een gedeelte daarvan, meer dan één keer betrokken wordt bij de beoordeling van een bouwplan en op die wijze
35
bestemmingsplan Dokter Larijweg 87, Ruinerwold (ontwerp)
meer wordt gebouwd dan het bestemmingsplan beoogd. 2. Algemene gebruiksregels: In deze regel is aangegeven wat onder strijdig gebruik wordt verstaan. Deze regel gaat uit van de gedachte dat het gebruik uitsluitend mag plaatsvinden in overeenstemming met de bestemming. 3. Algemene afwijkingsregels: In deze regel is aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven om bij een omgevingsvergunning af te wijken van bepaalde, in het bestemmingsplan geregelde, onderwerpen. De criteria, die bij toepassing van deze bevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven. Overgangs- en slotregels In dit hoofdstuk staan de overgangs- en slotregels vermeld. In de overgangsregels is aangegeven wat de juridische consequenties zijn van bestaande situaties die in strijd zijn met dit bestemmingsplan. In de slotregel wordt aangegeven onder welke titel het plan bekend staat.
5.2
Wijze van bestemmen
In deze paragraaf worden de gemaakte keuzes nader onderbouwd. Hierbij zullen de bestemmingen in dezelfde volgorde als in de regels worden behandeld. Artikel 3 Bedrijf - Voormalig Agrarisch Bedrijf De regels behorende bij deze bestemming zijn overgenomen uit de vigerende beheersverordening buitengebied. Daarbij zijn een aantal maatwerkaanpassingen getroffen. Met een specifieke aanduiding is aangegeven waar bedrijvigheid tot en met categorie 1 en bedrijvigheid tot en met categorie 3.1, zoals vermeld in de Staat van Bedrijfsactiviteiten, is toegestaan. Daarnaast is wonen ten behoeve van het bedrijf, al dan niet in combinatie met ruimte voor een aan-huis-verbonden beroep, dan wel een kleinschalige bedrijfsmatige activiteit toegestaan. De lijst met toelaatbare beroepen en vormen van bedrijvigheid bij woningen is te vinden in Bijlage 3C onder bijlage bij de regels. Tevens is deze bestemming gericht op de instandhouding van de karakteristieke hoofdvorm van de gebouwen. Aanvullend is ondergeschikte detailhandel en het hobbymatig houden van 4 paarden ten behoeve van privé gebruik, toegestaan. Vanwege de milieuzonering bedrijven is in de regels bepaald dat de houtbewerkingsactiviteiten op een afstand van ten minste 50 meter van een woning van derden.
Ten behoeve van de aanleg en instandhouding van de landschappelijke inpassing is voorzien in een voorwaardelijke verplichting waarbij de aanleg voorzien is binnen een 1 jaar na inwerkingtreding van dit bestemmingsplan. Om enige flexibiliteit te houden is voorzien in een afwijking om medewerking te kunnen verlenen aan een gewijzigde inrichting mits de gewijzigde landschapsmaatregelen minimaal gelijk zijn aan de voorgestelde maatregelen en er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van in de omgeving aanwezige functies en waarden. Artikel 4 Recreatie Bij het bepalen van de regels is aangesloten bij de regels bestemming Recreatie van de vigerende beheersverordening buitengebied. Daarbij zijn een aantal maatwerkaanpassingen getroffen ten behoeve van het mogelijk maken van recreatie appartementen in de silo. Tevens is toegestaan activiteiten op het gebied van dienstverlening, sport en spelvoorzieningen en recreatieve voorzieningen. Met daaraan ondergeschikt groepsruimtes, horeca in de vorm van kantines en/of restaurants ten dienste van de recreatie appartementen en groepsruimte, paardenbak en paddock en parkeervoorzieningen. Verder is paardenstalling ten behoeve van de sport en spelvoorzieningen en recreatieve voorzieningen, tot een maximum van 5 paardenboxen, toegestaan.
Vanwege de hinderafstanden is in de regels bepaald dat de paardenstalling op een afstand van ten minste 50 meter van een woning van derden te toegestaan. In afwijking van de voornoemde regels van de vigerende beheersverordening is in dit plan betreffende de gezamenlijke oppervlakte van de bedrijfsgebouwen, waaronder overkappingen, aangegeven dat de mestsilo mee gerekend wordt tot de bestaande oppervlakte bedrijfsgebouwen. Dat omdat in de bestaande situatie ingeval van de mestsilo geen sprake is van een gebouw maar een ander bouwwerk geen gebouwd zijnde, welke met deze ontwikkeling wordt gewijzigd naar een bedrijfsgebouw. Artikel 5 Waarde - Archeologie De dubbelbestemming ‘waarde-archeologie’, zoals vastgelegd in de beheersverordening Buitengebied blijft behouden in dit plan. De bijbehorende bepalingen, zoals vastgelegd in de beheersverordening
36
bestemmingsplan Dokter Larijweg 87, Ruinerwold (ontwerp)
Buitengebied De Wolden, zijn overgenomen in dit plan.
37
bestemmingsplan Dokter Larijweg 87, Ruinerwold (ontwerp)
38
bestemmingsplan Dokter Larijweg 87, Ruinerwold (ontwerp)
Hoofdstuk 6 Economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid 6.1
Economische uitvoerbaarheid
Het gaat om een particulier initiatief waarbij de initiatiefnemer garant staat voor de economische uitvoerbaarheid van het plan. Eventuele planschadekosten en aan dit plan verwante kosten, komen daarmee voor rekening van de initiatiefnemer.
6.2
Inspraak en overleg
Inspraak Het college heeft de bevoegdheid te besluiten of inspraak wordt verleend bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid. Gezien de ruimtelijke impact van het voorliggende plan is de optie voor inspraak gegeven. Er is één inspraakreacties ontvangen. De inspraakreactie heeft geleid tot verduidelijking van de plankaart en tekstuele aanpassingen. Verder is door de initiatiefnemer de eigenaren respectievelijk bewoners van nabijgelegen (woon)percelen geïnformeerd worden over het ruimtelijke voornemen alsmede het ontwerpbestemmingsplan. overleg In het kader van het overleg ex artikel 3.1.1 Bro is door het college het ontwerpbestemmingsplan toegezonden aan de provincie, het waterschap en Veiligheidsregio Drenthe. De provincie, het waterschap en de Veiligheidsregio Drenthe hebben geen opmerkingen op het bestemmingsplan. Zienswijzen Het voorliggend bestemmingsplan zal als ontwerp gedurende een periode van 6 weken ter visie worden gelegd. Binnen deze termijn is eenieder in de gelegenheid een zienswijze op het plan in te dienen. Vaststelling Het voorliggend bestemmingsplan zal door het college voor besluitvorming worden voorgelegd aan de gemeenteraad.
39
bestemmingsplan Dokter Larijweg 87, Ruinerwold (ontwerp)
40
bestemmingsplan Dokter Larijweg 87, Ruinerwold (ontwerp)
Bijlagen bij toelichting
41
bestemmingsplan Dokter Larijweg 87, Ruinerwold (ontwerp)
Bijlage 1 Rapport akoestisch onderzoek
42
CONCEPT Rapport: 20191402 Akoestisch onderzoek De Perenhoeve aan de Dr. Larijweg 87 te Ruinerwold
Datum: 30 augustus 2019
Opdrachtgever: vof De Perenhoeve Dr. Larijweg 87 7961 NP Ruinerwold Contactpersoon : dhr. N. Westenbrink
Uitgevoerd door: Ingenieursbureau Spreen Annerweg 34d 9471 KV Zuidlaren t: 050 4090290 e: info@bureauspreen.nl Contactpersoon : Ing. W. Spreen
INHOUDSOPGAVE
1 1.1 1.2 1.3
INLEIDING ..............................................................................................................................4 Aanleiding en doelstelling ........................................................................................................4 Situatie....................................................................................................................................4 Bedrijfsomschrijving.................................................................................................................5
2 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5
WETTELIJK KADER ...............................................................................................................6 Normstelling ............................................................................................................................6 Beoordeling geluidhinder volgens VNG-publicatie....................................................................6 Geluidsvoorschriften Activiteitenbesluit milieubeheer ...............................................................7 Indirecte hinder .......................................................................................................................7 Beoordeling.............................................................................................................................7
3 3.1 3.2
BEDRIJFSSITUATIE ...............................................................................................................8 Representatieve bedrijfssituatie...............................................................................................8 Samenvatting berekende bedrijfssituatie..................................................................................9
4 4.1 4.2 4.3 4.4
GEHANTEERDE UITGANSPUNTEN ....................................................................................10 Algemeen..............................................................................................................................10 Geluidsmetingen ...................................................................................................................10 Gehanteerde geluidsvermogenniveaus..................................................................................10 Rekenmodel ..........................................................................................................................12
5 5.1 5.1.1 5.1.2 5.2 5.2.1 5.2.2 5.3 5.4
BEREKENING GELUIDSBELASTING ...................................................................................12 Toetsing aan streefwaarden VNG publicatie ..........................................................................12 Langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus VNG ..................................................................12 Maximale geluidsniveaus VNG ..........................................................................................12 Toetsing aan geluidsvoorschriften Activiteitenbesluit..............................................................14 Langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus Activiteitenbesluit...............................................14 Maximale geluidsniveaus Activiteitenbesluit .......................................................................14 Indirecte hinder .....................................................................................................................14 Best beschikbare technieken .................................................................................................15
6
RESUMÉ...............................................................................................................................16
2
Figuren: 1. objecten en bodemgebieden 2. beoordelingspunten 3. geluidsbronnen 4. geluidbronnen maximale geluidsniveaus 5. situatie met scherm 6. geluidsbronnen indirecte hinder 7. geluidsbelasting indirecte hinder Bijlagen: 1. berekende geluidsvermogenniveaus 2. objecten 3. beoordelingspunten 4. geluidsbronnen 5. geluidsbronnen maximale geluidsniveaus 6. langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus 7. maximale geluidsniveaus gebouwuitstraling werkplaats 8. maximale geluidsniveaus overige geluidsbronnen 9. maximale geluidsniveaus met scherm 10. maximale geluidsniveaus zonder laden/lossen 11. geluidsbronnen indirecte hinder 12. rekenparameters
3
1
INLEIDING
1.1
Aanleiding en doelstelling
Het perceel Dr. Larijweg 87, 7961 NP te Ruinerwold is een voormalig agrarisch bedrijfsperceel gelegen. De familie Westenbrink is voornemens het perceel te herontwikkelen. Het terrein wordt heringericht voor bedrijvigheid en recreatie. Vanwege de bestemmingswijziging dient aan de hand van een akoestisch onderzoek de geluidsbelasting op de omgeving inzichtelijk te worden gemaakt. In het akoestisch onderzoek dient de geluidsbelasting ten gevolge van de gehele inrichting in beeld te worden gebracht voor de representatieve bedrijfssituatie. Tevens dient de geluidsbelasting ten gevolge van de verkeersbewegingen op de openbare weg (de indirecte hinder) te worden beoordeeld. Om te onderbouwen dat bij de woningen in de omgeving sprake is van een goed woon- en leefklimaat, is akoestisch onderzoek verricht naar de geluiduitstraling van de inrichting en de daarbij behorende geluidsbelasting op de omliggende woningen. De geluidsbelasting is getoetst aan de streefwaarden volgens de VNG-publicatie. De inrichting valt onder de werkingssfeer van het Activiteitenbesluit Milieubeheer. In dit onderzoek zijn tevens de geluidsbelastingen ter plaatse van de woningen van derden getoetst aan de geluidsvoorschriften van het Activiteitenbesluit. Ten slotte is de geluidsbelasting ten gevolge van het verkeer van en naar de inrichting (indirecte hinder) inzichtelijk gemaakt en beoordeeld.
1.2
Situatie
De inrichting is gelegen aan de Dr. Larijweg 87. In afbeelding 1.1 is de situatie met de grens van de inrichting (gele lijn) weergegeven. Afbeelding 1.1: situatie
4
1.3
Bedrijfsomschrijving
In afbeelding 1.2 is het terreinontwerp weergegeven met daaronder de legenda. Afbeelding 1.2: terreinontwerp
A B C D E F
-
Bedrijfswoning Kantoor Winkel/showroom Workshopruimte Werkplaats houtbewerking Paardenstallen gasten
G H I J K L
-
Silo (5 appartementen met groepsruimten) Speelveld Paardenbak Mestopslag Parkeerplaats showroom/workshop Parkeerplaats gasten
De bedrijfswoning (A) is aan de voorzijde gelegen. Alle voertuigen rijden via de oprit ten westen van deze woning naar het achterterrein. Achter de bedrijfswoning bevindt zich een kantoorruimte (B). Op het huidige terrein staan vier voormalige stallen (zie afbeelding 1.1). Hiervan zullen de drie noordelijkste stallen worden gesloopt (zie afbeelding 1.2). In de zuidelijkste stal zijn momenteel een werkplaats voor houtbewerking, een winkel met showroom en een workshopruimte aanwezig. De gasten van de bovenstaande ruimten parkeren op de parkeerplaats (K) ten oosten van het kantoor. De silo zal worden verbouwd tot een accommodatie met 5 appartementen met groepsruimten. De technische installaties worden in de kelder opgesteld. Voor de gasten van deze accommodatie zal een speelveld (H) worden aangelegd. Aangezien de verhuur is gericht op deelnemers van paardenconcoursen in de nabije omgeving, kunnen de gasten ook een eigen paard meenemen. Hiervoor zal het oostelijk gedeelte van de huidige timmerwerkplaats worden verbouwd tot paardenstallen (F). Ook is voorzien in een paardenbak (I) Deze bak is alleen beschikbaar voor de gasten van de accommodatie en niet voor derden. De gasten van de accommodatie parkeren op de parkeerplaats (L) tussen de timmerwerkplaats en de paardenbak. De parkeerplaats is ruim opgezet om het mogelijk te maken hier met paardentrailers te keren.
Ten slotte wordt de mest opgeslagen op een mestkar die tussen de stallen en de parkeerplaats wordt opgesteld (locatie J).
5
2
WETTELIJK KADER
2.1
Normstelling
Om te onderbouwen dat er bij de woningen in de omgeving sprake is van een goed woon- en leefklimaat, is gebruik gemaakt van de VNG publicatie “Bedrijven en milieuzonering” (editie 2009). Tevens zijn de geluidsbelastingen ter plaatse van de woningen van derden inzichtelijk gemaakt en getoetst aan de geluidsvoorschriften van het Activiteitenbesluit.
2.2
Beoordeling geluidhinder volgens VNG-publicatie
Bij het mogelijk maken van een nieuw bedrijf kan op basis van de VNG publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering' op hoofdlijnen bepaald worden welke afstand in acht genomen moet worden tot gevoelige functies. Deze VNG-publicatie bevat richtafstanden per bedrijfstype ten opzichte van woningen. Voor de richtafstand van deze uitgave geldt dat sprake is van een richtlijn, waar gemotiveerd van kan worden afgeweken. De afstanden zoals aangegeven in de VNG publicatie gelden voor een omgevingstype rustige woonwijk en rustig buitengebied, hetgeen aansluit bij deze omgeving. De inrichting kan worden aangemerkt als een categorie 3.1 bedrijf waarvoor een richtafstand voor het aspect geluid geldt van 50 meter tot de dichtstbijzijnde woning. Aangezien de afstand van de grens van de inrichting tot de dichtstbijzijnde woning kleiner is dan 50 meter, is een akoestisch onderzoek uitgevoerd waarbij de geluidsbelasting is getoetst aan het stappenplan van de VNG-publicatie. Het stappenplan is weergegeven in bijlage 5 (blz 194/195) van de VNG-publicatie. Onderstaatnd zijn de relevante aspecten uit dit stappenplan weergegeven. Stappenplan geluid VNG-publicatie: 1.
Indien de richtafstanden niet worden overschreden kan verdere toetsing in beginsel achterwege blijven. Het bouwplan is dan mogelijk.
2. a.
Indien stap 1 niet toereikend is: Bij een geluidbelasting op woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen in gebiedstype rustige woonwijk van maximaal: 45 dB(A) langtijdgemiddelde beoordelingsniveau L Ar,LT (etmaalwaarde); 65 dB(A) maximale geluidniveaus LAmax (etmaalwaarde); 50 dB(A) verkeersaantrekkende werking (etmaalwaarde). Bij een geluidbelasting op woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen in gebiedstype gemengd gebied van maximaal: 50 dB(A) langtijdgemiddelde beoordelingsniveau L Ar,LT (etmaalwaarde); 70 dB(A) maximale geluidniveaus LAmax (etmaalwaarde); 50 dB(A) verkeersaantrekkende werking (etmaalwaarde). Vrijstelling is dan mogelijk. Indien stap 2 niet toereikend is: a Bij een geluidbelasting op woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen in gebiedstype rustige woonwijk van maximaal: 50 dB(A) langtijdgemiddelde beoordelingsniveau L Ar,LT (etmaalwaarde); 70 dB(A) maximale geluidniveaus LAmax (etmaalwaarde); 50 dB(A) verkeersaantrekkende werking (etmaalwaarde). b. Bij een geluidbelasting op woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen in gebiedstype gemengd gebied van maximaal: 55 dB(A) langtijdgemiddelde beoordelingsniveau L Ar,LT (etmaalwaarde); 70 dB(A) maximale geluidniveaus LAmax (etmaalwaarde); (exclusief piekgeluiden door aan- en afrijdende verkeer);
b.
c. 3.
6
c. 4.
2.3
65 dB(A) verkeersaantrekkende werking (etmaalwaarde). Vrijstelling is dan mogelijk met dien verstande dat het bevoegd gezag moet motiveren waarom het deze geluidbelasting in de concrete situatie acceptabel acht. Bij een hogere geluidbelasting dan aangegeven in stap 3 zal vrijstelling doorgaans niet mogelijk zijn.
Geluidsvoorschriften Activiteitenbesluit milieubeheer
De inrichting valt onder de werkingssfeer van het Activiteitenbesluit milieubeheer. De voor dit onderzoek relevante geluidsvoorschriften uit dit besluit zijn onderstaand weergegeven. Artikel 2.17 1. Voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (L Ar,LT) en het maximaal geluidsniveau (LAmax), veroorzaakt door de in de inrichting aanwezige installaties en toestellen, alsmede door de in de inrichting verrichte werkzaamheden en activiteiten en laad- en losactiviteiten ten behoeve van en in de onmiddellijke nabijheid van de inrichting, geldt dat: a. de niveaus op de in tabel 2.17a genoemde plaatsen en tijdstippen niet meer bedragen dan de in die tabel aangegeven waarden; Tabel 2.17a 07:00–19:00 50 dB(A) 70 dB(A)
LAr,LT op de gevel van gevoelige gebouwen LAmax op de gevel van gevoelige gebouwen
19:00–23:00 45 dB(A) 65 dB(A)
23:00–07:00 40 dB(A) 60 dB(A)
b. de in de periode tussen 07.00 en 19.00 uur in tabel 2.17a opgenomen maximale geluidsniveaus (LAmax) niet van toepassing zijn op laad- en losactiviteiten; In de toelichting van het activiteitenbesluit is aangegeven dat onder de laad- en losactiviteiten tevens aanverwante activiteiten worden verstaan zoals het slaan van autoportieren en het starten, aanrijden, manoeuvreren en wegrijden van de voertuigen.
2.4
Indirecte hinder
Bij de beoordeling wordt onderscheidt gemaakt tussen de directe en de indirecte hinder. De directe hinder betreft de geluidsbelasting ten gevolge van geluidsbronnen op het terrein van de inrichting. De indirecte hinder betreft de geluidsbelasting ten gevolge van geluidsbronnen buiten het terrein van de inrichting. In tegenstelling tot de directe hinder wordt de indirecte hinder beoordeeld op een wijze die nagenoeg overeenkomt met de wijze waarop verkeerslawaai wordt beoordeeld. Hiermee wordt de beoordelingswijze voor industrielawaai op basis van de Circulaire industrielawaai uit 1979 op dit punt verlaten. Dit houdt in dat aan de geluidsbelasting, veroorzaakt door aan de inrichting toe te rekenen verkeersbewegingen buiten het terrein van de inrichting, uitsluitend een maximum wordt gesteld in de vorm van een gemiddelde geluidsbelasting in een etmaal en niet meer tevens een maximum aan de geluidsbelasting op een bepaald moment (piekniveau). Met betrekking tot de indirecte hinder geldt een voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A) (etmaalwaarde) en een maximale grenswaarde van 65 dB(A) (etmaalwaarde) op de gevels van woningen of andere geluidsgevoelige gebouwen. Indien de voorkeursgrenswaarde wordt overschreden dienen aanvullend bron- en/of overdrachtsmaatregelen te worden overwogen.
2.5
Beoordeling
De beoordeling vindt plaats conform module A van de Handleiding meten en rekenen industrielawaai 1999, hierna HMR1999 genoemd.
7
Bij de berekening van de geluidsbelasting wordt rekening gehouden met het invallend geluidsniveau, dus zonder gevelreflectie. Het maximale geluidsniveau dient conform de HMR1999 te worden gecorrigeerd met de meteocorrectieterm conform de formule L Amax = Lmax - Cm.
3
BEDRIJFSSITUATIE
3.1
Representatieve bedrijfssituatie
Werkplaats houtbewerking De werkplaats voor houtbewerking is momenteel gesitueerd in het oostelijk gedeelte van de zuidelijke stal. De timmerwerkplaats is kleinschalig van karakter. Aangezien ook vaak werkzaamheden op locatie plaats vinden, zullen niet op alle dagen activiteiten in de werkplaats plaats vinden. Op een representatieve dag wordt in de timmerwerkplaats door één persoon gedurende 6 uren effectief gewerkt tussen 10.00 uur tot 17.00 uur. In de noordgevel is een overheaddeur geplaatst. In dit onderzoek is er van uitgegaan dat deze overheaddeur gedurende 1 uur in de dagperiode open kan staan. Om de paardenstallen voor de gasten van de accommodaties te kunnen realiseren zal de timmerwerkplaats aan de oostzijde met één stramien worden ingekort. De houtbewerkingsmachines worden momenteel afgezogen met een afzuiging die tegen de oostgevel van de timmerwerkplaats is gemonteerd. Aangezien hier paardenstallen worden gerealiseerd, komt deze afzuiging te vervallen en wordt elke relevante houtbewerkingsmachine voorzien van een binnen opgestelde filterzak. De aanvoer van materialen en afvoer van de producten geschiedt met een platte kar die achter een personenauto wordt gekoppeld. De kar wordt ten noorden van de timmerwerkplaats geladen en/of gelost waarbij een heftruck gedurende 15 minuten in bedrijf kan zijn.
Op een representatieve dag rijden er drie personenauto’s met een kar van en naar de timmerwerkplaats. Eéns per maand wordt er staal aangevoerd. De vrachtwagen blijft hierbij op de openbare weg staan. Vervolgens wordt over het algemeen één pallet met de kraan van de vrachtwagen op een kar gelost, die momenteel met een heftruck naar het terrein ten noorden van de timmerwerkplaats gereden. De opdrachtgever heeft aangegeven dat hiervoor een personenauto met trekhaak kan worden ingezet om de geluidsbelasting op de omgeving te beperken. Dit is in het voorliggende onderzoek als uitgangspunt gehanteerd. Hoewel dit geen representatieve bedrijfssituatie betreft is de aanvoer van staal vooralsnog wel bij de berekening van de representatieve bedrijfssituatie betrokken (worst case).
Winkel/showroom/workshop Op een representatieve dag parkeren er in de dagperiode gemiddeld vijf klanten van de winkel/showroom met de auto die op parkeerplaats K. Tevens kunnen hier in de dagperiode en/of avondperiode 10 auto’s parkeren van de personen die een workshop volgen. De geluiduitstraling van de activiteiten in de winkel/showroom en workshop zijn als niet immissierelevant aan te merken.
8
Silo met 5 appartementen en groepsruimte In de silo worden 5 appartementen gerealiseerd. Zoals aangegeven verblijven kunnen deze gasten ook met hun paard concoursen in de omgeving bezoeken. Voor het parkeren van de gasten inclusief transportbewegingen met een paardentrailer is rekening gehouden met 9 auto’s in de dagperiode, 2 auto’s in de avondperiode en 1 auto in de nachtperiode. In dit onderzoek is rekening gehouden met de optredende maximale geluidsniveaus als gevolg van het opladen van de paarden op het parkeerterrein. In de silo wordt ook een groepsruimte gerealiseerd. Deze wordt over het algemeen gebruikt door de gasten van de appartementen. Hier kunnen echter ook workshops worden gehouden, waarbij in de dagperiode 10 personenauto’s parkeren op parkeerterrein (L). De gasten van de accommodaties beschikken over een speelveld. De afstand van dit speelveld tot de dichtstbijzijnde woning van derden bedraagt ruim 90 meter. Het stemgeluid van is daarmee ten opzichte van de overige geluidsbronnen als niet immissierelevant aan te merken Afvoer afval en paardenmest De inhoud van de afvalcontainers wordt afgevoerd met een vrachtwagen. Deze vrachtwagen keert op de achterste parkeerplaats (L). De paardenmest wordt vanuit de stallen met kruiwagens naar de mestkar gereden.
Op het moment dat de mestkar vol is, wordt deze met een tractor afgevoerd, elders gelost en vervolgens met de tractor teruggebracht. Dit zal ongeveer eens per twee weken plaats vinden. De vrachtwagen en de tractor hebben nagenoeg hetzelfde geluidsvermogenniveau en volgen nagenoeg dezelfde route. Om de representatieve situatie niet te overschatten is voor een representatieve dag rekening gehouden met één vrachtwagen of tractor die keert op de grote parkeerplaats. Overig Voor het bezorgen van diverse kleinere goederen kan in de dagperiode 2 maal een pakketdienst naar het kantoor rijden Muziek/omroepinstallatie Op het terrein zal geen muziek ten gehore worden gebracht. Ook is op het terrein geen omroepinstallatie aanwezig. In de groepsruimte in de silo kan wel achtergrondmuziek ten gehore worden gebracht, hetgeen ten opzichte van de overige activiteiten als niet immissierelevant wordt aangemerkt.
3.2
Samenvatting berekende bedrijfssituatie
In tabel 3.1 is de berekende bedrijfssituatie in tabelvorm weergegeven. Tabel 3.1: berekende bedrijfssituaties geluidbron Houtbewerking timmerwerkplaats Open overheaddeur timmerwerkplaats Heftruck laden/lossen bij timmerwerkplaats Personenauto werkplaats (incl. metaalkar) Personenauto’s parkeerplaats K Personenauto’s parkeerplaats L Bestelauto Vrachtwagen/tractor afval/mest
dagperiode 07.00 – 19.00 6 uur 1 uur 15 minuten 4x 15 x 19 x 2x 1x
9
avondperiode 19.00-23.00 ----10 x 2 ---
nachtperiode 23.00- 07.00 -----1 ---
4
GEHANTEERDE UITGANSPUNTEN
4.1
Algemeen
Met betrekking tot de te hanteren geluidsniveaus zijn in de huidige timmerwerkplaats op 21 augustus 2019 geluidsmetingen verricht. De metingen en berekeningen zijn uitgevoerd conform de HMR1999.
4.2
Geluidsmetingen
De metingen zijn verricht met de onderstaande apparatuur: Bij het uitvoeren van de metingen is gebruik gemaakt van de onderstaande apparatuur: real-time frequency analyzer fabrikaat Brüel & Kjær type 2250 serienummer: 22579703 datum certificatie: 24-2-2017 certificatie voor: 24-2-2019 certificaatnummer: AC-4737
voorversterker Type ZC-0032 serienummer: 14322 datum certificatie: 24-2-2017 certificatie voor: 24-2-2019 certificaatnummer: AC-4737
microfoon fabrikaat Brüel & Kjær type 4189 serienummer: 2578333 datum certificatie: 24-2-2017 certificatie voor: 24-2-2019 certificaatnummer: AC-4737
akoestische kalibrator fabrikaat Brüel & Kjær type 4231 serienummer: 2579270 datum certificatie: 23-2-2017 certificatie voor: 23-2-2019 certificaatnummer: AC-4735
software real-time frequency analyzer BZ-7223 Frequency Analysis Software Voor en na elke serie metingen is met een akoestische kalibrator de meetopstelling gekalibreerd. Met deze kalibrator is de gevoeligheid van het instrument bij 1 kHz gecontroleerd.
4.3
Gehanteerde geluidsvermogenniveaus
Gebouwuitstraling In de huidige timmerwerkplaats zijn metingen uitgevoerd aan een zaag, metaalzaag, afkortzaag en een schaafbank. Zoals aangegeven worden de relevante machines voorzien van een stofzak waardoor de huidige externe stofafzuiging komt te vervallen. Voor de overige werkzaamheden met handgereedschap is uitgegaan van een gemiddeld geluidsniveau van 70 dB(A). In tabel 4.1 is het gemiddeld ruimteniveau berekend op basis van de besproken bedrijfstijden per activiteit en het gemeten ruimteniveau per activiteit. Tabel 4.1: representatief ruimteniveau Geluidsbron Zaag Metaalzaag Afkortzaag Schaafbank Overig Gemiddeld
Bedrijfstijd 60 min 30 min 30 min 60 min 180 min 360 min
Ruimteniveau 87 dB(A) 89 dB(A) 91 dB(A) 87 dB(A) 70 dB(A) 85 dB(A)
Op basis van de metingen en bedrijfstijden is in dit onderzoek uitgegaan van een gemiddeld ruimteniveau van 85 dB(A) gedurende 6 uren in de dagperiode. Het gemeten maximaal geluidsniveau in de werkplaats ligt 10 dB(A) hoger.
10
In de noordgevel van de werkplaats is een overheaddeur (4,0 x 2,0 m) geplaatst. Tevens zijn in de noordgevel twee ramen (1,5 x 1,0 meter) geplaatst met dubbele beglazing. De gevels van het gebouw bestaan uit 20 mm hout. Deze zullen nog worden voorzien van een extra bekleding. In dit onderzoek is vooralsnog echter uitgegaan van een enkele wand van 20 mm hout met een geluidsisolatie van Ra = 23 dB(A) (worst case). Het dak bestaat uit een asbest dak die aan de binnenzijde is afgewerkt met een plaat gelijkwaardig aan gipskartonplaat. Het dak zal worden vervangen. In dit onderzoek is voor het dak vooralsnog echter uitgegaan van een enkele asbestcementplaten met een geluidsisolatie van Ra = 27 dB(A) (worst case). Met de bovenstaande gegevens is met methode uitstraling gebouwen (methode II.7) de geluiduitstraling van het gebouw berekend (zie bijlage 1). Hierbij is uitgegaan van het standaard spectrum houtbewerking. Dit spectrum is in tabel 4.2 weergegeven. Tabel 4.2: standaard spectrum houtbewerking frequentie Ci, houtbewerking
125 - 13
250 -6
500 -7
1k -6
2k -9
4k -9
8k -16
[Hz] [dB]
Transport Voor het rijden van de personenauto’s, bestelauto’s en vrachtwagens/tractoren op het terrein is uitgegaan van geluidsvermogenniveaus van respectievelijk L WR = 90 dB(A), LWR = 96 dB(A) en LWR = 103 dB(A). De inrichting beschikt over een kleine heftruck. Het geluidsvermogenniveau van deze heftruck is ter plaatse gemeten en deze bedraagt L WR = 103 dB(A) (zie bijlage 1). Voor de maximale geluidsniveau ten gevolge van het transport is er van uitgegaan dat deze 3 dB hoger liggen dan de equivalente geluidsniveau. Op het moment dat de voertuigen de Dr. Larijweg oprijden is het voertuig al buiten de grens van de inrichting. Ter plaatse van de grens van de inrichting is daarom voor de voertuigen er ook van uitgegaan dat de maximale geluidsniveaus 3 dB hoger liggen dan de equivalente geluidsniveaus. De bovenstaande en de overige gehanteerde equivalente en maximale geluids(vermogen)niveaus zijn weergegeven in tabel 4.3.
Tabel 4.3: gehanteerde geluidsniveaus en geluidsvermogenniveaus geluidsbron (immissierelevant) geluidsvermogenniveau Gebouwuitstraling timmerwerkplaats 85 dB(A)*) Personenauto’s 90 dB(A)*) Bestelauto’s 96 dB(A) Vrachtwagen / tractor 103 dB(A) Lmax timmerwerkplaats 95 dB(A)*) Lmax dichtslaan autoportieren 100 dB(A) Lmax personenauto 93 dB(A) Lmax bestelauto’s 99 dB(A) Lmax vrachtwagen / tractor 106 dB(A) Lmax klepperen lepels heftruck 110 dB(A) Lmax opladen paarden 110 dB(A) *) ruimteniveau
Bij de toetsing van de maximale geluidsniveaus aan de streefwaarden volgens de VNG-publicatie zijn de in tabel 4.3 weergegeven maximale geluidsniveaus betrokken. In de dagperiode zijn de geluidsvoorschriften van het Activiteitenbesluit echter niet van toepassing op de maximale geluidsniveaus (LAmax) ten gevolge van laad- en losactiviteiten. Daarom zijn aanvullend de maximale geluidsniveaus berekend zonder laad- en losactiviteiten in de dagperiode. Dit geldt voor
11
de maximale geluidsniveaus ten gevolge van het afvoeren van afval met de vrachtwagen, afvoeren van mest met de tractor en het transport van paarden.
4.4
Rekenmodel
De geluidsbelasting ter plaatse van de bestaande woningen is berekend met het rekenprogramma Geomilieu V5.1 van DGMR. De harde bodemgebieden (wegen, trottoirs etc.) zijn als zodanig ingevoerd (zie figuur 1). Voor de overige bodemgebieden is uitgegaan van een akoestisch zachte bodem (Bf = 1,0). De geluidsbelasting is in de dagperiode op een hoogte van 1,5 meter en in de avond- en nachtperiode op een hoogte van 5,0 meter beoordeeld. In de bijlagen zijn voor de maatgevende beoordelingspunten tevens de bijdragen per bron weergegeven. De invoergegevens met betrekking tot het rekenmodel zijn weergegeven in de figuren en bijlagen.
5
BEREKENING GELUIDSBELASTING
5.1
Toetsing aan streefwaarden VNG publicatie
5.1.1 Langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus VNG De berekende langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus gedurende de representatieve bedrijfssituatie is weergeven in bijlage 6. De langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus zijn in tabel 5.1 samengevat en getoetst aan de streefwaarden volgens stap 2 van de VNG-publicatie. Tabel 5.1: Langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus getoetst aan streefwaarden VNG-publicatie beoordelingspunt langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LAr,LT in dB(A)) berekend streefwaarden overschrijding VGN-publicatie dag*) avond nacht dag*) avond nacht dag*) avond nacht 01 Dokter Larijweg 86 40 38 24 45 40 35 ---02/03 Dokter Larijweg 86a 39 39 25 45 40 35 ---04/05 Dokter Larijweg 88 34 33 20 45 40 35 ---06/07 Dokter Larijweg 89 29 28 14 45 40 35 ---08/09 Dokter Larijweg 90 29 26 13 45 40 35 ---*) Ho = 1,5 m+MV
De inrichting kan met betrekking tot het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau aan de streefwaarden volgens stap 2 van de VNG-publicatie voldoen.
5.1.2 Maximale geluidsniveaus VNG De maximale geluidsniveaus ten gevolge van de activiteiten in de timmerwerkplaats zijn weergegeven in bijlage 7 en ten gevolge van de overige activiteiten in bijlage 8. In tabel 5.2 zijn de resultaten samengevat, waarbij in de dagperiode de maximale geluidsniveaus ten gevolge van de activiteiten in de werkplaats en ten gevolge van de overige bronnen zijn weergegeven.
12
Tabel 5.2: Maximale geluidsniveaus getoetst aan streefwaarden VNG-publicatie beoordelingspunt maximale geluidsniveaus (LAmax in dB(A)) berekend streefwaarden overschrijding VGN-publicatie dag*) avond nacht dag*) avond nacht dag*) avond nacht 01 Dokter Larijweg 86 32 / 73 60 60 65 60 55 -- / + 8 -+5 02/03 Dokter Larijweg 86a 36 / 73 60 59 65 60 55 -- / + 8 -+4 04/05 Dokter Larijweg 88 38 / 67 54 54 65 60 55 -- / ---06/07 Dokter Larijweg 89 37 / 59 52 47 65 60 55 -- / ---08/09 Dokter Larijweg 90 38 / 57 59 47 65 60 55 -- / ---*) Ho = 1,5 m+MV LAmax gebouwuitstraling – LAmax overige bronnen
De streefwaarden met betrekking tot de maximale geluidsniveaus volgens stap 2 worden alleen ter plaatse van de woningen Dokter Larijweg 86 en 86a overschreden als gevolg van het aan- en afrijden van één vrachtwagen of tractor in de dagperiode en één personenauto in de nachtperiode. Overweging maatregelen stap 2 Aangezien de streefwaarden worden overschreden zijn aanvullende maatregelen overwogen om de maximale geluidsniveaus te reduceren. Om aan de streefwaarden volgens stap 2 te kunnen voldoen dient ten westen van de oprit een 3,75 meter hoog en 60 meter lang geluidsabsorberend geluidsscherm te worden geplaatst. Tevens dient de bestaande schutting (inclusief loopdeur) tussen de woning en de overkapping van de afvalcontainers kierdicht te worden uitgevoerd. Dergelijke afschermende voorzieningen op de erfscheiding zijn vanuit stedenbouwkundig oogpunt redelijkerwijs niet wenselijk. Daarom is onderstaand beschouwd of met afschermde voorzieningen aan stap 3 van de VNG-publicatie kan worden voldaan.
Overweging maatregelen stap 3 Volgens stap 3 zijn gemotiveerd maximale geluidsniveaus toelaatbaar van 70 dB(A) in de dagperiode, 65 dB(A) in de nachtperiode en 60 dB(A) in de nachtperiode. Deze waarden worden alleen ter plaatse van de woningen Dokter Larijweg 86 en 86a overschreden als gevolg van het aan- en afrijden van één vrachtwagen of tractor in de dagperiode. De maximale geluidsniveaus in de dagperiode kunnen worden gereduceerd tot 70 dB(A) door ten westen van de oprit een 1,5 meter hoog en 40 meter lang geluidsscherm (zie figuur 5) te plaatsen. Hierbij is uitgegaan van een kierdicht reflecterend scherm met een massa van tenminste 10 kg/m2. De maximale geluidsniveaus met dit geluidsscherm zijn weergegeven in bijlage 9. Opmerking Hierbij dient te worden opgemerkt dat maximale geluidsniveaus hoger dan 70 dB(A) slechts optreden op het moment dat de vrachtwagen afval komt halen of een tractor mest af zal voeren, hetgeen niet dagelijks plaats zal vinden. Ons inziens zal het optreden van één of twee maximale geluidsniveaus van 73 dB(A) in de dagperiode niet tot ontoelaatbare hinder leiden. De geluidwering van een goed onderhouden woning zal redelijkerwijs tenminste 18 dB(A) bedragen, waarmee wordt voldaan aan een toelaatbaar maximaal geluidsniveau in de woningen van 55 dB(A).
Op basis van het bovenstaande zal het bevoegd gezag moeten overwegen of het plaatsen van een geluidsscherm om te kunnen voldoen aan stap 3 wenselijk en/of als doelmatig is aan te merken.
13
5.2
Toetsing aan geluidsvoorschriften Activiteitenbesluit
5.2.1 Langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus Activiteitenbesluit De langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus zijn in tabel 5.3 samengevat en getoetst aan de geluidsvoorschriften van het Activiteitenbesluit. Tabel 5.3: Langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus getoetst aan geluidsvoorschriften Activiteitenbesluit beoordelingspunt langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LAr,LT in dB(A)) berekend geluidsvoorschriften overschrijding Activiteitenbesluit dag*) avond nacht dag*) avond nacht dag*) avond nacht 01 Dokter Larijweg 86 40 38 24 50 45 40 ---02/03 Dokter Larijweg 86a 39 39 25 50 45 40 ---04/05 Dokter Larijweg 88 34 33 20 50 45 40 ---06/07 Dokter Larijweg 89 29 28 14 50 45 40 ---08/09 Dokter Larijweg 90 29 26 13 50 45 40 ---*) Ho = 1,5 m+MV
De inrichting kan met betrekking tot het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau aan de geluidsvoorschriften van het Activiteitenbesluit voldoen.
5.2.2 Maximale geluidsniveaus Activiteitenbesluit De maximale geluidsniveaus ten gevolge van de activiteiten in de timmerwerkplaats zijn weergegeven in bijlage 7 en ten gevolge van de overige activiteiten (excl. laden/lossen in dagperiode) in bijlage 10. In tabel 5.4 zijn de resultaten samengevat en getoetst aan de geluidsvoorschriften van het Activiteitenbesluit. Tabel 5.4: Maximale geluidsniveaus getoetst aan geluidsvoorschriften Activiteitenbesluit beoordelingspunt maximale geluidsniveaus (LAmax in dB(A)) berekend toetsingskader overschrijding dag*) avond nacht dag*) avond nacht dag*) avond nacht 01 Dokter Larijweg 86 32 / 60 60 60 65 60 55 -- / ---02/03 Dokter Larijweg 86a 36 / 60 60 59 65 60 55 -- / ---04/05 Dokter Larijweg 88 38 / 53 54 54 65 60 55 -- / ---06/07 Dokter Larijweg 89 37 / 48 52 47 65 60 55 -- / ---08/09 Dokter Larijweg 90 38 / 47 59 47 65 60 55 -- / ---*) Ho = 1,5 m+MV LAmax gebouwuitstraling – LAmax overige bronnen (excl. laad- en losactiviteiten)
Aangezien de maximale geluidsniveaus in de dagperiode ten gevolge van laad- en losactiviteiten niet getoetst hoeven te worden aan de geluidsvoorschriften, kan ook zonder geluidsscherm worden voldaan aan de toelaatbare maximale geluidsniveaus geluidsvoorschriften van het Activiteitenbesluit.
5.3
Indirecte hinder
In dit onderzoek is er van uitgegaan dat de voertuigen zowel uit oostelijke (50%) als uit westelijke richting (50%) aan komen rijden en/of vertrekken. In tabel 5.5 zijn de verkeersbewegingen op de openbare weg weergegeven. Tabel 5.5: verkeersbewegingen openbare weg geluidbron Personenauto’s Bestelauto’s Vrachtwagen of tractor
dagperiode 07.00 – 19.00 38 stuks 2 stuks 1 stuks
14
avondperiode 19.00-23.00 12 stuks ---
nachtperiode 23.00- 07.00 1 stuks ---
Voor de personenauto’s en bestelauto’s zijn geluidsvermogenniveaus gehanteerd van respectievelijk Lwr = 90 dB(A) en Lwr = 96 dB(A). Voor de vrachtwagens en de tractoren is voor het rijden op de openbare weg een geluidsvermogenniveau van L wr = 106 dB(A) gehanteerd. De bronnen zijn weergegeven in figuur 6 en bijlage 11. De berekende geluidsbelasting ten gevolge van de indirecte hinder is weergegeven in figuur 7. De geluidsbelasting ter plaatse van de maatgevende woning bedraagt 38 dB(A) (etmaalwaarde), hetgeen niet meer bedraagt dan de voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A).
5.4
Best beschikbare technieken
De Wet milieubeheer legt de nadruk op voorschriften, die moeten voorkomen dat er nadelige effecten op het milieu optreden. Zijn die gevolgen voor het milieu niet te voorkomen, dan moeten de voorschriften in elk geval de grootst mogelijke bescherming bieden, voor zover dit redelijkerwijs van een bedrijf kan worden verlangd. De beste beschikbare technieken is het beginsel dat er vanuit gaat dat een inrichting zoveel als economisch en technisch mogelijk is nadelige gevolgen voor het milieu beperkt. In artikel 8.11 lid 3 van de Wet milieubeheer is dit vastgelegd. Op het terrein van de inrichting komen met name voertuigen van derden waaraan geen bronmaatregelen kunnen worden getroffen. De overheaddeur van de werkplaats is in de noordgevel geplaatst, waardoor het geluid uit deze deur richting de woningen van derden wordt afgeschermd. Op het terrein worden geen immissierelevante technische installaties geplaatst. Ten slotte vinden de meeste activiteiten achter op het terrein plaats op een zo groot mogelijke afstand van de bebouwing langs de Dr. Larijweg. Met betrekking tot geluidsbronnen op het terrein van de inrichting kan worden gesteld dat deze voldoen aan de huidige stand der techniek.
15
6
RESUMÉ
Het perceel Dr. Larijweg 87, 7961 NP te Ruinerwold is een voormalig agrarisch bedrijfsperceel gelegen. De familie Westenbrink is voornemens het perceel te herontwikkelen. Het terrein wordt heringericht voor bedrijvigheid en recreatie. Om te onderbouwen dat bij de woningen in de omgeving sprake is van een goed woon- en leefklimaat, is akoestisch onderzoek verricht naar de geluiduitstraling van de inrichting en de daarbij behorende geluidsbelasting op de omliggende woningen. De geluidsbelasting is getoetst aan de streefwaarden volgens de VNG-publicatie. De inrichting valt onder de werkingssfeer van het Activiteitenbesluit Milieubeheer. In dit onderzoek zijn tevens de geluidsbelastingen ter plaatse van de woningen van derden getoetst aan de geluidsvoorschriften van het Activiteitenbesluit. Ten slotte is de geluidsbelasting ten gevolge van het verkeer van en naar de inrichting (indirecte hinder) inzichtelijk gemaakt en beoordeeld.
Langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus De langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus (L Ar,LT) gedurende de representatieve bedrijfssituatie bedragen ter plaatse van de maatgevende woningen van derden 40 dB(A) in de dagperiode, 39 dB(A) in de avondperiode en 25 dB(A) in de nachtperiode. Hiermee kan worden voldaan aan de streefwaarden volgens stap 2 van de VNG-publicatie en de geluidsvoorschriften van het Activiteitenbesluit.
Maximale geluidniveaus toetsing VNG-publicatie De maximale geluidsniveaus (LAmax) gedurende de representatieve bedrijfssituatie bedragen ter plaatse van de maatgevende woningen van derden 73 dB(A) in de dagperiode en 60 dB(A) in de avond- en nachtperiode. De streefwaarden met betrekking tot de maximale geluidsniveaus volgens stap 2 worden alleen ter plaatse van de woningen Dokter Larijweg 86 en 86a overschreden als gevolg van het aan- en afrijden van één vrachtwagen of tractor in de dagperiode en één personenauto in de nachtperiode. Aangezien de streefwaarden worden overschreden zijn aanvullende maatregelen overwogen om de maximale geluidsniveaus te reduceren. Maatregelen om aan de streefwaarden volgens stap 2 te kunnen voldoen zijn vanuit stedenbouwkundig oogpunt redelijkerwijs niet wenselijk geacht. Volgens stap 3 zijn gemotiveerd maximale geluidsniveaus toelaatbaar van 70 dB(A) in de dagperiode, 65 dB(A) in de nachtperiode en 60 dB(A) in de nachtperiode. De maximale geluidsniveaus in de dagperiode kunnen worden gereduceerd tot deze streefwaarden door ten westen van de oprit een 1,5 meter hoog en 40 meter lang geluidsscherm te plaatsen. Hierbij dient te worden opgemerkt dat de overschrijding maximale geluidsniveaus hoger dan 70 dB(A) slechts optreden op het moment dat de vrachtwagen afval komt halen of een tractor mest af zal voeren, hetgeen niet dagelijks plaats zal vinden.