Bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Ruinerweide 20, Ruinen
Tekst van het document
6.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Het college heeft de bevoegdheid te besluiten of er inspraak wordt verleend bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid. Aangezien onderhavig plangebied gering van omvang is en de ruimtelijke consequenties beperkt zijn, is er overeenkomstig het besluit van het college geen gelegenheid tot inspraak geboden. Door de initiatiefnemer zijn de eigenaren respectievelijk bewoners van de aangrenzende percelen geïnformeerd over dit ruimtelijke voornemen. Daarbij zijn geen negatieve reacties ontvangen. Het conceptbestemmingsplan is ingestuurd voor vooroverleg conform artikel 3.1.1 Bro. Het waterschap heeft geconstateerd dat de watertoets goed is doorlopen. Verder zijn er geen opmerkingen van het waterschap. Ook de VRD, Gasunie en Rendo hebben aangegeven geen inhoudelijke opmerkingen te hebben. Door de provincie is aangegeven dat de provinciale beleidsparagraaf op onderdelen niet meer actueel is en verzoekt om dit aan te passen. Ook is door de provincie aangegeven geen reden te hebben om in te grijpen in de verdere procedure. Na het vooroverleg is de toelichting van het bestemmingsplan (par. 3.2) gewijzigd. De provincie is hiervan ter kennisneming op de hoogte gesteld. In het kader van het overleg ex artikel 3.1.1 Bro zal het ontwerpbestemmingsplan worden toegezonden aan de provincie en het waterschap.
Vervolgens zal het plan als ontwerp ter visie worden gelegd gedurende de periode van 6 weken. Binnen deze termijn is een ieder in de gelegenheid gesteld een zienswijze op het plan in te dienen.
29
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Ruinerweide 20, Ruinen (ontwerp)
30
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Ruinerweide 20, Ruinen (ontwerp)
Bijlagen bij toelichting
31
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Ruinerweide 20, Ruinen (ontwerp)
Bijlage 1 Rapport natuurwaarden
32
QuickScan en voortoets voor de locatie Ruinerweide 20, Ruinen
Rapport: 2020-375 Datum: februari 2020 Versie: 1.0
QuickScan en voortoets voor de locatie Ruinerweide 20, Ruinen
Colofon © 2020
Fopma NatuurAdvies
Tekst, samenstelling:
Albert Fopma, Fopma NatuurAdvies
Opdrachtgever:
Wijze van citeren:
Fopma, A, 2020. QuickScan en voortoets voor de locatie Ruinerweide 20, Ruinen; Fopma NatuurAdvies, Rapport 2020-375, Wapse.
Niets uit dit rapport mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van scanning, internet, druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever hierboven aangegeven en Fopma NatuurAdvies. Ook mag het zonder een dergelijke toestemming niet worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd. Fopma NatuurAdvies is niet aansprakelijk voor gevolgschade, alsmede voor schade welke voortvloeit uit toepassingen van de resultaten van werkzaamheden of andere gegevens verkregen van Fopma NatuurAdvies. De opdrachtgever vrijwaart Fopma NatuurAdvies voor aanspraken van derden in verband met deze toepassing.
De informatie in dit rapport is deels afkomstig uit de NDFF en mag niet zonder toestemming van BIJ12 worden verstrekt aan derden of op enige andere wijze openbaar gemaakt worden.
2
QuickScan / voortoets versie februari 2020
Inhoudsopgave 1
INLEIDING
5
1.1 ACHTERGROND 1.2 AANLEIDING 1.2.1 Soortbescherming 1.2.2 NatuurNetwerk Nederland 1.2.3 Gebiedsbescherming 1.3 PROBLEEMSTELLING / DOELSTELLING 2
SOORTBESCHERMING – WET NATUURBESCHERMING 2.1 2.2 2.3 2.4
3
11 11 11 11
LIGGING ONDERZOEKSGEBIED EN ONDERZOEKSOPZET
12
INVENTARISATIE NATUURWAARDEN 4.1 VOGELS (WNB § 3.1) 4.1.1 Gegevens uit geraadpleegde bronnen 4.1.2 Gegevens uit veldbezoek (vogels) 4.2 VLEERMUIZEN (WNB § 3.2) 4.2.1 Gegevens uit geraadpleegde bronnen 4.2.2 Gegevens uit veldbezoek (vleermuizen) 4.3 OVERIGE GRONDGEBONDEN ZOOGDIEREN 4.3.1 Gegevens uit geraadpleegde bronnen 4.3.2 Gegevens uit veldbezoeken (overige zoogdieren) 4.4 AMFIBIEËN, VISSEN EN REPTIELEN 4.4.1 Gegevens uit geraadpleegde bronnen 4.4.2 Gegevens uit veldbezoek (amfibieën, vissen en reptielen) 4.5 VLINDERS, LIBELLEN, JUFFERS EN INSECTEN 4.5.1 Gegevens uit geraadpleegde bronnen 4.5.2 Gegevens uit veldbezoek (vlinders, libellen, juffers en insecten) 4.6 VAATPLANTEN 4.6.1 Gegevens uit geraadpleegde bronnen 4.6.2 Gegevens uit veldbezoek (vaatplanten) 4.7 OVERIGE BESCHERMDE SOORTEN 4.7.1 Gegevens uit geraadpleegde bronnen 4.7.2 Gegevens uit veldbezoek
5
11
BESCHERMINGSREGIME SOORTEN VOGELRICHTLIJN BESCHERMINGSREGIME SOORTEN HABITATRICHTLIJN BESCHERMINGSREGIME ANDERE SOORTEN ZORGPLICHT
3.1 LIGGING ONDERZOEKSGEBIED 3.2 ONDERZOEKSMETHODE 3.2.1 Bronnenonderzoek 3.2.2 Veldbezoek 4
5 8 8 8 8 9
BEOORDELING WET NATUURBESCHERMING (SOORTEN) 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8
VOGELS VLEERMUIZEN OVERIGE GRONDGEBONDEN ZOOGDIEREN REPTIELEN, AMFIBIEËN EN VISSEN VLINDERS, LIBELLEN EN JUFFERS VAATPLANTEN OVERIGE DIERSOORTEN AANBEVELINGEN VOOR NATUURINCLUSIEF BOUWEN
12 12 12 13 14 14 14 14 16 16 16 16 16 18 18 18 19 19 19 20 20 20 20 20 20 20 21 21 21 21 21 22 22 22 22
6
NATUURNETWERK DRENTHE
23
7
WET NATUURBESCHERMING - NATURA 2000 GEBIEDEN
24
3
QuickScan / voortoets versie februari 2020
8
CONCLUSIES 8.1 8.2 8.3
9
25
CONCLUSIE WET NATUURBESCHERMING (SOORTEN) CONCLUSIE NATUURNETWERK NEDERLAND CONCLUSIE WET NATUURBESCHERMING (GEBIEDEN)
BRONNEN 9.1 9.2
25 25 25 26
LITERATUUR GERAADPLEEGDE WEBSITES
26 26
BIJLAGE 1
ALGEMENE VERBODSBEPALINGEN WNB
27
BIJLAGE 2
PROCES BEOORDELING ONTHEFFING WNB
28
BIJLAGE 3
JAARROND BESCHERMDE VOGELS
29
BIJLAGE 4
SAMENVATTING NDFF (1-1-2014 TOT 9-2-2020)
31
BIJLAGE 5
POV DRENTHE
32
BIJLAGE 6
ADVIEZEN NATUURINCLUSIEF BOUWEN
33
BIJLAGE 7
AERIUS SLOOP- EN AANLEGFASE
38
BIJLAGE 8
AERIUS GEBRUIKSFASEFASE
43
4
QuickScan / voortoets versie februari 2020
1
Inleiding
1.1
Achtergrond
De opdrachtgever wil op de locatie Ruinerweide 20 te Ruinen een vijftal opstallen slopen, het perceel opsplitsen en een nieuwe tweede woning bouwen (beoogd huisnummer 22) (zie figuur 2 t/m 5). In deze QuickScan soorten / Voortoets gebieden wordt gekeken of er beschermde soorten aanwezig zijn en of ontheffing/vvgb (soorten) of vergunning (gebieden) op grond van de Wet natuurbescherming noodzakelijk is. In hoofdstuk 8 staan de conclusies van de QuickScan en voortoets. De te toetsen activiteit betreft: • Sloop gebouw 1 t/m 4 en 7 (zie figuur 4) • Eventuele sloop van het atelier gebouw 5. Maar dit aan de nieuwe bewoners. Als worst case in dit rapport uitgegaan van sloop, maar waarschijnlijk blijft dit staan. • Bouw van nieuwe woning (nr. 22) ter plaatse van gebouw 1.
Figuur 1.
5
Luchtfoto met ligging onderzoeksgebied zwarte kader en plangebied rode pijl (Bron: NDFF).
QuickScan / voortoets versie februari 2020
Figuur 2.
6
Kaart met de bestaande situatie.
QuickScan / voortoets versie februari 2020
Figuur 3.
7
Kaart nieuwe situatie.
QuickScan / voortoets versie februari 2020
Figuur 4.
1.2
Kaart met de te slopen stallen 1 t/m 4 en 7.
Aanleiding
De aanleiding voor het maken van een QuickScan is de noodzaak en de wens om vooraf uit te sluiten dat door het project natuurwaarden aangetast kunnen worden.
1.2.1 Soortbescherming Realisatie van de voorgenomen plannen kan invloed hebben op de bepalingen in de Wet natuurbescherming. Deze wet regelt de bescherming van planten- en diersoorten in Nederland. Overtreding van de verbodsbepalingen (bijlage 1) ten aanzien van streng beschermde soorten vereist mogelijk een ontheffing (zie hoofdstukken 2 t/m 5 en 8).
1.2.2 NatuurNetwerk Nederland In hoofdstuk 6 en 8 van deze QuickScan wordt gekeken of er door de activiteit negatieve effecten zijn op de realisering van het NatuurNetwerk Nederland (NNN) / NatuurNetwerk Drenthe (NND).
1.2.3 Gebiedsbescherming In deze QuickScan is tevens gekeken of er door de uitvoering van het voorgenomen plan sprake kan zijn van externe werking op nabijgelegen Natura 2000-gebieden. De Natura 2000-gebieden vallen eveneens 8
QuickScan / voortoets versie februari 2020
onder de Wet natuurbescherming. Bij effecten op Natura 2000-instandhoudingsdoelen is mogelijk een vergunning vereist (zie hoofdstuk 7 en 8).
1.3
Probleemstelling / doelstelling
De QuickScan geeft antwoord op onderstaande vragen: 1. Komen er natuurwaarden voor, waarvoor het noodzakelijk is om een soort specifiek onderzoek uit te voeren met eventueel een mitigatieplan om te beoordelen in hoeverre het project handelingen bevat die in strijd zijn met de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming? 2. Past de activiteit binnen het NNN/NND (NatuurNetwerk Drenthe)? 3. Zijn er mogelijke effecten op de Natura 2000-instandhoudingsdoelen waardoor er een passende beoordeling gemaakt moet worden (gebiedsbescherming/ Wet natuurbescherming)?
9
QuickScan / voortoets versie februari 2020
Figuur 5.
10
Foto’s plangebied (resp. gebouw 1 t/m 7 van figuur 4).
QuickScan / voortoets versie februari 2020
2
Soortbescherming – Wet natuurbescherming
Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden. Deze wet vervangt de Boswet, Floraen faunawet en de Natuurbeschermingswet 1998. Voor het soortenbeleid deelt de Wet natuurbescherming de soorten in drie beschermingsregimes, namelijk vogels (EU-Vogelrichtlijn), soorten beschermd op grond van de Habitatrichtlijn en nationaal beschermde soorten.
2.1
Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn
Dit zijn alle van nature in Nederland in het wild levende vogels (zoals bedoelt in artikel 1 van de Vogelrichtlijn). De lijst met jaarrond beschermde vogels staat in bijlage 3.
2.2
Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn
Dit zijn soorten die genoemd zijn in Bijlage IV van de Habitatrichtlijn, Bijlage I en II van het Verdrag van Bern en Bijlage II van het Verdrag van Bonn. In de Bijlagen van de Verdragen van Bern en Bonn worden ook vogels genoemd. Het Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn is ten aanzien van verstoren strikter dan het Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn. Mogelijk zijn de in de Bijlagen van de Verdragen van Bern en Bonn genoemde vogels strikter beschermd dan soorten die van nature in Nederland voorkomen en niet in deze bijlagen staan. Grotendeels betreffen het in Nederland zeldzame en doortrekkende soorten of dwaalgasten. Een aantal soorten zoals bijvoorbeeld de pimpelmees zijn algemeen in Nederland.
2.3
Beschermingsregime andere soorten
Dit zijn de in de bijlage van Wet natuurbescherming genoemde soorten. Het gaat hier om de bescherming van niet onder de bovenstaande twee categorieën vallende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers en vaatplanten voorkomend in Nederland, vermeld in de bijlage van de Wet natuurbescherming (art. 3.10 – 3.11 Wet natuurbescherming). Voor de zoogdier- amfibie- en reptielsoorten opgenomen in deze bijlage geldt geen Europese verplichting tot bescherming. Deze soorten worden beschermd vanwege de breed in de maatschappij levende overtuiging dat deze dieren een bescherming behoeven. De andere in de bijlage opgenomen soorten worden om ecologische redenen beschermd. Hiermee geeft Nederland uitvoering aan de algemene verplichting van het Biodiversiteitsverdrag om de staat van instandhouding van dier- en plantsoorten te beschermen. Omdat er ook veel algemene soorten in staan genoemd is de verwachting dat er weer een verdeling komt van meer en minder strikt beschermde soorten (vergelijkbaar met de tabellen 1, 2 en 3 van de Flora- en faunawet). Deze kan echter per provincie verschillen (zie bijlage 5).
2.4
Zorgplicht
Onder de Wet natuurbescherming geldt, net als onder de Flora- en faunawet, een zorgplicht voor alle in het wild levende dieren. De zorgplicht houdt in dat de initiatiefnemer werkzaamheden, die nadelig kunnen zijn voor dieren en planten, in redelijkheid zo veel mogelijk nalaat of maatregelen neemt om onnodige schade aan dieren en planten te voorkomen.
2.5
Provinciale Omgevingsverordening Drenthe (POV)
De provincie heeft een Omgevingsverordening (verder POV) opgesteld met daarin opgenomen hoe om te gaan met soortenbescherming. Artikel 4.3 behandeld de soortenvrijstelling bij ruimtelijke inrichting, bestendig beheer en onderhoud. ‘Het wordt niet wenselijk geacht dat voor zeer algemeen voorkomende soorten voor elke ruimtelijke ontwikkeling of ingreep in het kader van beheer en onderhoud een ontheffing moet worden aangevraagd. Om deze reden wordt voor bepaalde soorten vrijstelling verleend. De Wet natuurbescherming geeft aan Provinciale Staten de mogelijkheid om vrijstelling te verlenen van de verboden voor bepaalde soorten voor bepaalde belangen. Over het algemeen gebeurde dit voor soorten waarvan werd aangenom en dat ze veel voorkomen en de soort niet bedreigd was. Vanwege de voormalige vrijstelling was het voor deze soorten niet verboden om bijvoorbeeld hun verblijfplaatsen te vernielen als dit nodig is om een bestemmingsplan uit te voeren, bijvoorbeeld bij de bouw van een huis. Ook mocht een vliegveld, een dijk of een spoorweg worden onderhouden zonder dat daarvoor een ontheffing nodig was als deze soorten daar voorkomen. De reden voor het Rijk om deze vrijstelling in te voeren was dat veel weerstand bestond tegen het steeds moeten aanvragen van ontheffingen voor deze soorten. Dit terwijl van deze soorten werd aangenomen dat ze veel voorkwamen.
Met de invoering van de Wet natuurbescherming is deze bevoegdheid grotendeels gedecentraliseerd naar de provincies. Provinciale Staten hebben besloten deze voormalige vrijstelling voor zover mogelijk voort te zetten. In bijlage 5 van deze QuickScan staan de soorten vermeld welke op grond van de POV vrijgesteld worden.
11
QuickScan / voortoets versie februari 2020
3
Ligging onderzoeksgebied en onderzoeksopzet
3.1
Ligging onderzoeksgebied
Het onderzoeksgebied voor de Wet natuurbescherming beperkt zich tot de percelen waarop de ingreep plaatsvindt en de directe omgeving (zie figuur 1). Voor de effecten op Natura 2000-gebieden is in hoofdstuk 6 ook gekeken naar het aspect externe werking.
3.2
Onderzoeksmethode
Deze QuickScan/voortoets is gebaseerd op bronnenonderzoek en een bureauanalyse. Aan de hand van expert judgement door een ecoloog (Ir. A. Fopma van Fopma NatuurAdvies) is ingeschat wat de beschermde natuurwaarden zijn en de te verwachten effecten.
3.2.1 Bronnenonderzoek Gekeken is naar de volgende bronnen: • Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF, zie ook bijlage 4). • Literatuur (zie hoofdstuk 8).
Wat zit er in het NDFF? Er is gebruik gemaakt van het NDFF. Hiervoor hebben we de gevalideerde data 2013-2018 gebruikt (laatste 5 jaar). De omvang van het onderzoeksgebied is weergegeven in figuur 1. In het NDFF zit gevalideerde data van verschillende soortbeschermingsorganisaties en partners. Ook de data van Telmee.nl en waarneming.nl zit in het NDFF. Zo ook de eigen data van Fopma NatuurAdvies. Soortenorganisaties De soortenorganisaties zijn elk gespecialiseerd in een groep dieren of planten. Zij beheren databanken met verspreidings- en ecologische gegevens die door duizenden vrijwilligers verzameld zijn. Deze gegevens zijn ook beschikbaar in de Nationale Databank Flora en Fauna. De soortenorganisaties hebben in de loop der jaren een grote expertise opgebouwd met betrekking tot veldbiologisch onderzoek, de ecologie van de Nederlandse flora en fauna en het beheren en interpreteren van monitorings- en verspreidingsgegevens. • • • • • • • • • •
ANEMOON (Flora en fauna van de zee) Bryologische en Lichenologische Werkgroep (BLWG) (Mossen en korstmossen) De Vlinderstichting (Vlinders en libellen) EIS-Nederland (Ongewervelde dieren) FLORON (Planten) Nederlandse Mycologische Vereniging (NMV) (Paddenstoelen) RAVON (Reptielen, amfibieën en vissen) Sovon Vogelonderzoek Nederland (Vogels) TINEA (Micronachtvlinders) Zoogdiervereniging (Zoogdieren)
Partners Verschillende organisaties werken samen met de Nationale Databank Flora en Fauna. Bijvoorbeeld door gegevens beschikbaar te stellen of andere kennis te delen. • • • • • • • • • •
12
Alterra (landelijke vegetatiedatabank) Instituut voor Biodiversiteit en Ecosystem Dynamica (IBED) Naturalis Biodiversity Center Natuurhistorisch Genootschap in Limburg Natuurbank Limburg Natuurnetwerk Netwerk Ecologische Monitoring (NEM) Regelink Ecologie & Landschap Stichting Natuurinformatie (waarneming.nl) Stichting Staring Advies
QuickScan / voortoets versie februari 2020
3.2.2 Veldbezoek Er is 1 veldbezoek op de planlocatie en de naaste omgeving geweest. Datum: Tijdstip: Weersbeeld: Temperatuur:
20 juni 2019 middag droog, licht bewolkt. 24o Celsius.
Tijdens het veldbezoek is gekeken naar de potenties van de te slopen opstanden voor beschermde diersoorten en de mogelijke functies. Op basis van expert judgement is een inschatting gemaakt wat de mogelijke effecten zijn van de ingreep op beschermde soorten.
13
QuickScan / voortoets versie februari 2020
4
Inventarisatie natuurwaarden
4.1
Vogels (Wnb § 3.1)
4.1.1 Gegevens uit geraadpleegde bronnen Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) In het onderzoeksgebied (figuur 1) zijn 4.503 waarnemingen van vogels geregistreerd, verdeeld over 135 soorten. Hierbij zijn 14 ‘jaarrond’ beschermde vogelsoorten. Zijnde: 1. Boomvalk Geen waarnemingen met broedindicatie in het onderzoeksgebied. 2. Buizerd Twee waarnemingen met broedindicatie (2017 en 2018) in het onderzoeksgebied. Beide in het Ruinerbos. Geen waarnemingen in directe nabijheid planlocatie. 3. Gierzwaluw Geen waarnemingen met broedindicatie in het onderzoeksgebied. 4. Grote gele kwikstaart Geen waarnemingen met broedindicatie in het onderzoeksgebied. 5. Havik Geen waarnemingen met broedindicatie in het onderzoeksgebied. 6. Huismus Drie waarnemingen met broedindicatie in het onderzoeksgebied. Allen uit 2019. Het betreft 2 individuen op Bungalowpark Marterhaar, 8 individuen bij Hees en 2 individuen op de Koekanger Dwarsweg. Geen waarnemingen in directe nabijheid planlocatie. 7. Kerkuil Geen waarnemingen met broedindicatie in het onderzoeksgebied. 8. Ooievaar Drie waarnemingen met broedindicatie in het onderzoeksgebied (2017 en 2018)) tussen Weerwille en Berghuizen. Geen waarnemingen in directe nabijheid planlocatie. 9. Ransuil Geen waarnemingen met broedindicatie in het onderzoeksgebied. 10. Roek Geen waarnemingen met broedindicatie in het onderzoeksgebied. 11.
Slechtvalk Geen waarnemingen met broedindicatie in het onderzoeksgebied. 12. Sperwer Twee waarnemingen met broedindicatie (2017 en 2018) in het onderzoeksgebied. Beide in het Ruinerbos. Geen waarnemingen in directe nabijheid planlocatie 13. Steenuil Twee vastgestelde territoria in het onderzoeksgebied (2017 en 2018). Eén op de De Weidenweg 55 en één op de Schapenstreek 3. De dichtst bij gelegen locatie ligt op > 400 meter ten westen van het plangebied. 14. Wespendief Twee waarnemingen met broedindicatie (2017 en 2019) in het onderzoeksgebied. Eén in het Ruinerbos en één net ten noorden van het bos. Geen waarnemingen in directe nabijheid planlocatie.
4.1.2 Gegevens uit veldbezoek (vogels) Tijdens het veldbezoek is gezocht naar in gebruik zijnde nesten in de gebouwen en holtes waarin vogels kunnen broeden of vleermuizen in kunnen verblijven. •
• • • • • •
14
In gebouw 1 (ligboxstal) zijn geen bezette nesten aangetroffen. Wel heeft de Holenduif hier dit jaar gebroed. Er werden eierschalen gevonden en onder de balken veel duivenpoep. Ook vloog er een Holenduif uit de leegstaande stal. In en rond de stal wordt ook gefoerageerd door Boerenzwaluwen. Gebouw 2 is de mestsilo. Deze is ongeschikt voor vogels. Gebouw 3 is een klein schuurtje, geheel open. In deze schuur werd een recent verlaten merelnest aangetroffen. Verder waren er geen sporen van vogels. Gebouw 4 is ook een werktuigenschuur. In deze schuur werden geen sporen van vogels of recente nesten gevonden. Gebouw 5 is een soort ‘atelier’. Dit gebouw herbergt tenminste 1 huismussennest. Verder zijn er geen aanwijzingen van andere nesten gevonden. Op het erf en rond gebouw 6 werden verder Witte kwikstaarten, een Vink, 5 foeragerende Boerenzwaluwen, een Roodborst en een overvliegende Buizerd en gaat waargenomen. Gebouw 7 is de aanbouw van de boerderij. Deze werd in het verleden als stal gebruikt. Doordat de raampjes deels kapot zijn, kunnen vogels hier vrij in en uit vliegen. Tijdens het veldbezoek zijn geen nesten gevonden, maar wanneer de raampjes niet gerepareerd worden dan is de kans groot dat er in 2020 soorten als Witte kwikstaart, Roodborst of Boerenzwaluw in de te slopen stal gaan broeden. QuickScan / voortoets versie februari 2020
Tabel 1.
Waargenomen vogelsoorten in onderzoeksgebied periode 1-1-2014 tot 9-2- 2020. Vet en cursief zijn de jaarrond beschermde soorten (zie bijlage 3) (Bron: NDFF)
Vogelsoorten Aalscholver
Havik
Ringmus
Appelvink
Heggenmus
Rode Wouw
Blauwe Kiekendief
Holenduif
Roek
Blauwe Reiger
Houtduif
Roerdomp
Boerenzwaluw
Houtsnip
Roodborst
Bonte Vliegenvanger
Huismus
Roodborsttapuit
Boomklever
Huiszwaluw
Roodhalsfuut
Boomkruiper
IJsvogel
Scholekster
Boompieper
Kauw
Sijs
Boomvalk
Keep
Slechtvalk
Bosrietzanger
Kerkuil
Slobeend
Bosuil
Kievit
Sperwer
Braamsluiper
Kleine Barmsijs
Spotvogel
Bruine Kiekendief
Kleine Bonte Specht
Spreeuw
Buizerd
Kneu
Staartmees
Carolina-eend
Knobbelzwaan
Steenuil
Dodaars
Koekoek
Stormmeeuw
Ekster
Kokmeeuw
Tapuit
Fitis
Kolgans
Tjiftjaf
Fluiter
Koolmees
Toendrarietgans
Gaai
Koperwiek
Torenvalk
Geelgors
Kraanvogel
Tuinfluiter
Gekraagde Roodstaart
Krakeend
Tureluur
Gele Kwikstaart
Kramsvogel
Turkse Tortel
Gierzwaluw
Kruisbek
Veldleeuwerik
Glanskop
Kuifeend
Vink
Goudhaan
Kuifmees
Visdief
Goudplevier
Kwartel
Vuurgoudhaan
Goudvink
Lepelaar
Waterhoen
Grasmus
Mandarijneend
Watersnip
Graspieper
Matkop
Wespendief
Grauwe Gans
Meerkoet
Wielewaal
Grauwe Klauwier
Merel
Wilde Eend
Grauwe Vliegenvanger
Middelste Bonte Specht
Winterkoning
Groene Specht
Nijlgans
Wintertaling
Groenling
Noordse Kwikstaart
Witgat
Grote Barmsijs
Ooievaar
Witte Kwikstaart
Grote Bonte Specht
Paapje
Wulp
Grote Canadese gans
Pimpelmees
Zanglijster
Grote Gele Kwikstaart
Purperreiger
Zilvermeeuw
Grote Lijster
Putter
Zwarte Kraai
Grote Mantelmeeuw
Raaf
Zwarte Mees
Grote Zaagbek
Ransuil
Zwarte Roodstaart
Grote Zilverreiger
Rietgors
Zwarte Specht
Grutto
Rietzanger
Zwartkop
15
QuickScan / voortoets versie februari 2020
4.2
Vleermuizen (Wnb § 3.2)
4.2.1 Gegevens uit geraadpleegde bronnen Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) Op basis van landelijke verspreiding (Bron: Zoogdiervereniging), zijn de volgende soorten mogelijk: • Gewone dwergvleermuis • Ruige dwergvleermuis • Rosse vleermuis • Laatvlieger • Gewone grootoorvleermuis • Watervleermuis • Meervleermuis • Franjestaart • Baardvleermuis • Bechstein’s vleermuis (betreft de rand van het verspreidingsgebied) Volgens het NDFF zijn er in de laatste 5 jaar geen waarnemingen van vleermuizen geregistreerd in het onderzoeksgebied. Het gebied is niet tot slecht op vleermuizen onderzocht.
4.2.2 Gegevens uit veldbezoek (vleermuizen) Tijdens het veldbezoek is gekeken naar potentiële verblijfplaatsen en vliegroutes op basis van expert judgement. Verblijfplaatsen In gebouw 1 (open ligboxstal) zijn geen onder de dakbeplating geen geschikte verblijfplaatsen voor vleermuizen. Ook is er geen geschikte spouwmuur voor vleermuizen en beplating of luiken aan buitenzijde ontbreken. Er zijn ook geen sporen (mest etc.) aangetroffen. Gebouw 2 is de mestsilo. Deze is ongeschikt voor vleermuizen. Gebouw 3 is een klein schuurtje, geheel open. Onder de golfplaten is geen geschikt verblijfplaats aanwezig. Er zijn ook geen sporen (mest etc.) aangetroffen. Gebouw 4 is ook een werktuigenschuur. Hiervoor geldt hetzelfde als voor gebouw 3. Gebouw 5 is een soort ‘atelier’. Dit gebouw heeft een pannendak. De pannen liggen eer strak op en alleen aan de gootzijde zouden vleermuizen het gebouw kunnen betreden. Ook achter de witte dakrand zouden vleermuizen kunnen zitten. Het advies is om hier ook conform het vleermuisprotocol onderzoek uit te voeren, wanneer men toch zou besluiten om dit gedeelte ook te slopen. Gebouw 7 is het aangebouwde achterhuis van de boerderij. Het gebouw heeft geen spouw en het dak bestaat uit asbestplaten. Er zijn verscheidenen invliegopeningen. De schuur is vrij tochtig, maar de aanwezigheid van vleermuizen kan hier niet met zekerheid worden uitgesloten.
Het advies is om hier ook conform het vleermuisprotocol onderzoek uit te voeren. Vliegroutes Er worden door de sloop en de nieuwbouw geen vliegroutes aangetast.
4.3
Overige grondgebonden zoogdieren
4.3.1 Gegevens uit geraadpleegde bronnen Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) In onderstaande tabel staat een overzicht van de in het onderzoeksgebied waargenomen soorten.
16
QuickScan / voortoets versie februari 2020
Figuur 6.
Detailfoto’s. Resp. Merelnest gebouw 3, locatie Huismus gebouw 5, eierschalen Holenduif gebouw 1 en mest onder slaapplaats gebouw 1.
Tabel 2.
Data NDFF 1-1-2014 tot 9-2-2020.
Soort
Wet natuurbescherming
Boommarter
1
Bosmuis
Wnb § 3.3 Wnb § 3.31
Bruine rat
Onbeschermd
Bunzing
Wnb § 3.31
Dwergmuis
Wnb § 3.31
Eekhoorn
Wnb § 3.3
Egel
Wnb § 3.31
Haas
Wnb § 3.31
Mol
Onbeschermd
Muskusrat
Onbeschermd
Otter
Wnb § 3.2
Ree
Wnb § 3.31
Rosse woelmuis
Wnb § 3.31
Steenmarter
Wnb § 3.3
Veldmuis
Wnb § 3.31
Vos
Wnb § 3.31
Vrijgestelde soort op grond van de POV Drenthe (zie bijlage 5).
17
QuickScan / voortoets versie februari 2020
Boommarter: Steenmarter: Eekhoorn: Otter:
Eén waarneming (mei 2019) in bosgebied bij pompstation Koekangerweg. Dit is op > 1,9 kilometer ten westen van het plangebied. Eén waarneming (2017) op Bungalowpark Marterhaar. Dit is op > 1,5 kilometer ten oosten van het plangebied. Eénenvijftig waarnemingen in bosgebied Koekangerveld en bij Bungalowpark Marterhaar, Dichtstbijzijnde waarneming op ca 750 meter van het plangebied. Drieëndertig waarnemingen langs de Aa (2015 t/m 2019).
4.3.2 Gegevens uit veldbezoeken (overige zoogdieren) Tijdens het veldbezoek zijn in het onderzoeksgebied geen grondgebonden zoogdieren waargenomen. Wel waren er op het erf molshopen en keutels van muizen bij de opstallen.
4.4
Amfibieën, vissen en reptielen
4.4.1 Gegevens uit geraadpleegde bronnen Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) Er zijn in het onderzoeksgebied (figuur 1) waarnemingen van vissen, amfibieën en reptielen geregistreerd in het NDFF in de laatste 5 jaar. Tabel 3.
Data NDFF 1-1-2014 tot 9-2-2020.
Soort
Wet natuurbescherming
Adder
Wnb § 3.3
Gladde slang
Wnb § 3.3
Levendbarende hagedis
Wnb § 3.3
Ringslang
Wnb § 3.3
Roodwangschildpad
Onbeschermd
Bastaardkikker
Wnb § 3.32
Bruine kikker
Wnb § 3.32
Gewone pad
Wnb § 3.32
Heikikker
Wnb § 3.2
Kleine watersalamander
Wnb § 3.32
Poelkikker
Wnb § 3.2
Riviergrondel
Onbeschermd
Tiendoornige stekelbaars
Onbeschermd
Adder Gladde slang Levendbarende hagedis: Ringslang
Heikikker: Poelkikker:
2
Betreft 9 waarnemingen (2015 t/m 2018), allen in Ruinderbos. Dichtstbijzijnde waarneming op > 1 kilometer van het plangebied. Betreft 1 waarneming (2017) in Ruinderbos op > 1 kilometer van het plangebied. Betreft 8 waarnemingen (2014 t/m 2019) allen in Ruinderbos. Dichtstbijzijnde waarneming op > 1 kilometer van het plangebied. Betreft 17 waarnemingen (2014 t/m 2019) allen in Ruinderbos rond Marterhaar. Dichtstbijzijnde waarneming op ca. 1 kilometer van het plangebied Betreft 49 waarnemingen (2014 t/m 2019) allen in Ruinderbos. Dichtstbijzijnde waarneming op > 1 kilometer van het plangebied. Betreft 22 waarnemingen (2014 t/m 2017) allen in Ruinderbos en bij Berghuizen. Dichtstbijzijnde waarneming op > 1 kilometer van het plangebied.
Vrijgestelde soort op grond van de POV Drenthe (zie bijlage 5).
18
QuickScan / voortoets versie februari 2020
4.4.2 Gegevens uit veldbezoek (amfibieën, vissen en reptielen) Er zijn geen soorten amfibieën, vissen of reptielen aangetroffen in het plangebied. De locatie waar de stallen staan is geen geschikt leefgebied voor deze soortgroep.
4.5
Vlinders, libellen, juffers en insecten
4.5.1 Gegevens uit geraadpleegde bronnen Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) In de tabel staat een overzicht van de in het onderzoeksgebied waargenomen soorten. Wel werden er tijdens het veldbezoek Azuurwaterjuffer, Klein geaderd witje en Gehakkelde aurelia aangetroffen. Tabel 4.
Data NDFF 1-1-2014 tot 9-2-2020.
Dagvlinders
status
Libellen
Status
Atalanta
Onbeschermd
Azuurwaterjuffer
Onbeschermd
Bont zandoogje
Onbeschermd
Bandheidelibel
Onbeschermd
Boomblauwtje
Onbeschermd
Blauwe breedscheenjuffer
Onbeschermd
bruin zandoogje
Onbeschermd
Blauwe glazenmaker
Onbeschermd
bruine vuurvlinder
Onbeschermd
Bloedrode heidelibel
Onbeschermd
Citroenvlinder
Onbeschermd
Bruine glazenmaker
Onbeschermd
Dagpauwoog
Onbeschermd
Bruine korenbout
Onbeschermd
Distelvlinder
Onbeschermd
Bruine winterjuffer
Onbeschermd
Eikenpage
Onbeschermd
Bruinrode heidelibel
Onbeschermd
Gehakkelde aurelia
Onbeschermd
Gevlekte witsnuitlibel
Wnb § 3.2
Groentje
Onbeschermd
Gewone oeverlibel
Onbeschermd
Grote weerschijnvlinder Groot dikkopje
Wnb § 3.3 Onbeschermd
Gewone pantserjuffer
Onbeschermd
Glassnijder
Onbeschermd
Groot koolwitje
Onbeschermd
Grote keizerlibel
Onbeschermd
heideblauwtje
Onbeschermd
Grote roodoogjuffer
Onbeschermd
Hooibeestje
Onbeschermd
Houtpantserjuffer
Onbeschermd
Icarusblauwtje
Onbeschermd
Kleine roodoogjuffer
Onbeschermd
Klein geaderd witje
Onbeschermd
Koraaljuffer
Onbeschermd
Klein koolwitje
Onbeschermd
Lantaarntje
Onbeschermd
Kleine vos
Onbeschermd
Metaalglanslibel
Onbeschermd
Kleine vuurvlinder
Onbeschermd
Noordse winterjuffer
Onbeschermd
Koevinkje
Onbeschermd
Noordse witsnuitlibel
Wnb § 3.2
Koninginnenpage
Onbeschermd
Paardenbijter
Onbeschermd
Landkaartje
Onbeschermd
Platbuik
Onbeschermd
Oranje luzernevlinder
Onbeschermd
Smaragdlibel
Onbeschermd
Oranje zandoogje
Onbeschermd
Steenrode heidelibel
Onbeschermd
Oranjetipje
Onbeschermd
Tengere pantserjuffer
Onbeschermd
Zwartsprietdikkopje
Onbeschermd
Variabele waterjuffer
Onbeschermd
Venwitsnuitlibel
Onbeschermd
Viervlek
Onbeschermd
Vroege glazenmaker
Onbeschermd
Vuurjuffer
Onbeschermd
Vuurlibel
Onbeschermd
Watersnuffel
Onbeschermd
Weidebeekjuffer
Onbeschermd
Zwarte heidelibel
Onbeschermd
19
QuickScan / voortoets versie februari 2020
Gevlekte witsnuitlibel: Grote weerschijnvlinder: Noordse winterjuffer:
Betreft 1 waarneming (2019) op de Koekanger Dwarsweg 42. Dit ligt op grote afstand van het plangebied. Betreft 1 waarneming (2019) op de Koekanger Dwarsweg 42. Dit ligt op grote afstand van het plangebied. Betreft 245 waarnemingen (2015 t/m 2018), allen in Ruinderbos en Koekangerweg (Pompstation en Sultansmeer). Dichtstbijzijnde waarneming op > 1 kilometer van het plangebied.
4.5.2 Gegevens uit veldbezoek (vlinders, libellen, juffers en insecten) Er is geen geschikt habitat voor voornoemde beschermde soorten op het erf.
4.6
Vaatplanten
4.6.1 Gegevens uit geraadpleegde bronnen Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF)
4.6.2 Gegevens uit veldbezoek (vaatplanten) Er is één waarneming van beschermde plant in het NDFF in het onderzoeksgebied, zijnde de Drijvende waterweegbree (Wnb § 3.2). Deze werd aangetroffen in een poel behorende bij de Ruinerweg 44. Daarnaast zijn er ook 1.892 waarnemingen van in het totaal 472 onbeschermde soorten.
4.7
Overige beschermde soorten
(Sprinkhanen, krekels, geleedpotigen, nachtvlinders, mossen, korstmossen, algen, wieren etc.)
4.7.1 Gegevens uit geraadpleegde bronnen Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) In het onderzoeksgebied zijn geen andere beschermde soorten op grond van de Wnb geregistreerd.
4.7.2 Gegevens uit veldbezoek Er zijn geen andere beschermde soorten aangetroffen.
20
QuickScan / voortoets versie februari 2020
5
Beoordeling Wet natuurbescherming (soorten)
5.1
Vogels
Effectenbeoordeling Voor gebouw 1 tot en met 4 geldt dat er zijn geen effecten op jaarrond beschermde vogelsoorten te verwachten zijn. Effecten op jaarrond beschermde soorten (Cat. 1 t/m 4) zijn hier uitgesloten. Dit kan niet gesteld worden voor gebouw 5. Wil men deze slopen (hetgeen nu geen onderdeel is van de plannen) dan zal men eerst nader onderzoek moeten doen, conform kennisdocument Huismus (BIJ12, 2018) om vast te stellen om hoeveel paar het gaat. Daarna dient de mitigatie geregeld te worden. Hiervoor staan ook aanwijzingen in het Kennisdocument. Voor gebouw 7 geldt dat men de kapotte ramen moet repareren of dichtzetten om broeden van vogels te voorkomen. Periode werkzaamheden (voorzorgsbeginsel) Omdat geen ontheffingen worden verleend voor het verstoren van vogels en/of het vernielen van nesten wordt geadviseerd om het bouwrijp maken en het slopen voor het broedseizoen (globale richtlijn3 15 maart - 15 juli) uit te voeren of te beginnen na 15 juli. Voorkom het vestigen van broedvogels op het braakliggende bouwkavel door het plaatsen van wapperende zakken of enkele linten (vanaf 1 maart).
5.2
Vleermuizen
Effectenbeoordeling Er zijn in gebouw 1 t/m 4 geen verblijfplaatsen in het plangebied en het gebied blijft geschikt als vliegroute. Effecten op vleermuizen zijn hier uitgesloten. De aanwezigheid van vleermuizen kan niet worden uitgesloten voor gebouw 5 (dat waarschijnlijk blijft staan) en gebouw 7. Hier adviseren wij om conform het vleermuisprotocol nader onderzoek uit te voeren.
5.3
Overige grondgebonden zoogdieren
Effectenbeoordeling Er zijn geen waarnemingen van grondgebonden zoogdieren. Er is ook geen geschikt habitat aanwezig. Effecten op zoogdieren zijn uitgesloten.
5.4
Reptielen, amfibieën en vissen
Effectenbeoordeling Reptielen Effecten zijn vanwege het ontbreken van geschikt habitat in het gebied uitgesloten. Effectenbeoordeling Amfibieën Effecten zijn vanwege het ontbreken van geschikt habitat in het gebied uitgesloten. Effectenbeoordeling
3
Broedseizoen: Vogels worden met name beschermd tijdens het broedseizoen. Een belangrijke vraag is dus: Van wanneer tot wanneer duurt het broedseizoen? Vaak wordt als grove lijn gezegd dat het broedseizoen duurt van 15 maart tot en met 15 juli. Inderdaad broeden vogels met name in deze periode. De bescherming van vogels is echter niet gebaseerd op een datum, maar op het daadwerkelijke broedseizoen. Dat kan ook al voor 15 maart of na 15 juli zijn. Het broedseizoen begint niet pas wanneer de eieren gelegd zijn. Het broedseizoen gaat al van start met de paarvorming, territorium afbakenen en het bouwen van nesten. In deze tijdsspan worden vogels, hun nesten en eieren beschermd door de Wet natuurbescherming. Het nest mag niet verwijderd, verstoord of leeggehaald worden (Bron: Vogelbescherming Nederland). 21
QuickScan / voortoets versie februari 2020
Vissen Effecten zijn vanwege het ontbreken van geschikt habitat in het gebied uitgesloten.
5.5
Vlinders, libellen en juffers
Effectenbeoordeling Dagvlinders Effecten zijn vanwege het ontbreken van geschikt habitat in het gebied uitgesloten. Effectenbeoordeling Libellen en juffers Effecten zijn vanwege het ontbreken van geschikt habitat in het gebied uitgesloten.
5.6
Vaatplanten
Effectenbeoordeling In het gebied is geen geschikt habitat aanwezig voor beschermde soorten. Effecten op beschermde soorten kunnen op voorhand worden uitgesloten.
5.7
Overige diersoorten
Effectenbeoordeling In het gebied zijn geen andere beschermde diersoorten aangetroffen.
5.8
Aanbevelingen voor natuurinclusief bouwen
Vanwege de achteruitgang van de biodiversiteit eisen provincies en gemeenten steeds vaker dat bij renovatie en nieuwbouw met natuur inclusief ontwerpt. Vogelbescherming Nederland en de Zoogdiervereniging hebben met steun van o.a. de Provincie Overijssel een toolbox ontwikkeld (www.bouwnatuurinclusief.nl). Uit deze toolbox hebben we een aantal mogelijk bruikbare adviezen gehaald. Deze zijn opgenomen in bijlage 6.
22
QuickScan / voortoets versie februari 2020
6
NatuurNetwerk Drenthe
Het NatuurNetwerk Drenthe (NND), waarvan de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) het belangrijkste onderdeel is, is een landelijk netwerk van natuur- en agrarische gebieden met een speciale natuurkwaliteit. Het netwerk bestaat zowel uit afzonderlijke natuurgebieden als uit verbindingszones die deze natuurgebieden met elkaar verbinden. Bovendien horen soms ook bermen, watergangen en kleine bosjes tot het netwerk, onderdelen die belangrijk zijn voor onze biodiversiteit. In totaal is het actuele Drentse natuurnetwerk ruim 70.000 hectare groot. Ongeveer 50.000 hectare is bestaande natuur zoals we dat al tientallen jaren kennen. De grote boswachterijen, de uitgestrekte heidevelden en de oude hoogveenkernen maken daar deel van uit. De 14 Natura 2000-gebieden (27.000 ha) vormen een belangrijk onderdeel van de bestaande natuur. Het behalen van Europese natuurdoelen voor deze gebieden vormen de belangrijkste natuuropgave voor de EHS. Bekende natuurgebieden die deel uitmaken van de NND zijn onder meer Nationaal Park Dwingelderveld, Nationaal Park Het Drents-Friese Wold, de grote boswachterijen in Midden-Drenthe, het hoogveenreservaat Bargerveen, de Drentse Aa, de Hunze en de Reest. Zoals uit onderstaande figuur blijkt ligt het plangebied niet binnen het NND. Effecten op het NND zijn uitgesloten.
Figuur 7.
23
Overzicht van plangebied (roze marker) met ligging t.o.v. het NatuurNetwerk Nederland. (Bron: Geoportaal Drenthe).
QuickScan / voortoets versie februari 2020
7
Wet natuurbescherming - Natura 2000 gebieden
Natura 2000 is een netwerk van Europese natuurgebieden. Het vormt de basis van het Europese natuurbeleid. Natura 2000 is gericht op de instandhouding en ontwikkeling van soorten en ecosystemen die voor Europa belangrijk zijn. Een voorbeeld is de Noordse woelmuis, die alleen nog maar in Nederland voorkomt. Zoals uit onderstaande figuur blijkt ligt het plangebied niet in de directe nabijheid van het Natura 2000 gebieden. Negatieve effecten op Natura 2000 gebieden zijn derhalve met zekerheid uitgesloten.
Figuur 8.
24
Ligging van het plangebied (rode pijl) ten opzichte van Natura 2000-gebieden (geel). (Bron: synbiosys.alterra.nl).
QuickScan / voortoets versie februari 2020
8
Conclusies
8.1
Conclusie Wet natuurbescherming (Soorten)
Voor de conclusies aangaande soorten verwijzen wij naar onderstaande tabel. Voor de sloop van gebouw 5 (vakantiewoning) is nader onderzoek noodzakelijk. Na nader onderzoek en het treffen van de juiste mitigerende maatregelen is het wel vergunbaar. Wij adviseren wel om deze conclusie (het rapport) door het bevoegd gezag voor de Omgevingsvergunning (Gemeente De Wolden) te laten bevestigen. Eventueel kunt u het ook nog ter beoordeling aan de provincie Drenthe voorleggen. Tabel 5.
Overzicht conclusies aangaande verstoring en de eventueel te nemen vervolgstappen.
Soortgroep
Ingreep verstorend
Nader onderzoek noodzakelijk
Wnbontheffing noodzakelijk
Broedvogels
Nee, mits
Nee
Nee
Jaarrond beschermd
Ja, mits
Ja mits men ervoor kiest om gebouw 5 te slopen
Ja, mits men Zie verder paragraaf 5.1 ervoor kiest om gebouw 5 te slopen
Verblijfplaatsen
Ja, mits
Ja, mits men ervoor kiest om gebouw 5 te slopen
Mogelijk, Volgt uit nader onderzoek gebouw 5.
Zie verder paragraaf 5.2
Nee
Nee
Nee
Zie verder paragraaf 5.2
Overige zoogdieren
Nee
Nee
Nee
Zie verder paragraaf 5.3
Amfibieën
Nee
Nee
Nee
Zie verder paragraaf 5.4
Reptielen
Nee
Nee
Nee
Zie verder paragraaf 5.4
Vissen
Nee
Nee
Nee
Zie verder paragraaf 5.4
Libellen en vlinders
Nee
Nee
Nee
Zie verder paragraaf 5.5
Vaatplanten
Nee
Nee
Nee
Zie verder paragraaf 5.6
Overige soortgroepen
Nee
Nee
Nee
Zie verder paragraaf 5.7
Vogels
Vleermuizen Vliegroutes
8.2
Bijzonderheden / opmerkingen
Zie verder paragraaf 5.1
Conclusie NatuurNetwerk Nederland
Er zijn geen effecten op de NND/EHS-gebieden te verwachten.
8.3
Conclusie Wet natuurbescherming (gebieden)
Er zijn geen effecten op de Natura 2000-gebieden te verwachten. Een vergunning op grond van Wet natuurbescherming is dan ook niet noodzakelijk.
25
QuickScan / voortoets versie februari 2020
9
Bronnen
9.1
Literatuur
• • • • • • • •
9.2 • • • • • • • •
26
Bijlsma, R.G. (et al) 2001, Algemene en schaarse vogels van Nederland (Avifauna van Nederland 2) GMB uitgeverij/KNNV Uitgeverij, Haarlem/Utrecht. Dietz, C. (et al.) 2009, Vleermuizen; Alle soorten van Europa en Noordwest-Afrika, Tirion Natuur. Janssen A.M. & Schaminée H.J. 2003. Europese Natuur in Nederland; Habitattypen, KNNV Uitgeverij, Utrecht. Janssen A.M. & Schaminée H.J. 2008. Europese Natuur in Nederland; Soorten van de Habitatrichtlijn, KNNV Uitgeverij, Utrecht. Lange R. (et al.) 1994. Zoogdieren van West-Europa, KNNV Uitgeverij, Utrecht. SOVON 1987, Atlas van de Nederlandse Vogels. SOVON Vogelonderzoek Nederland, 2002 Atlas van de Nederlandse Broedvogels 1998-2000, Nederlandse fauna 5, Naturalis, KNNV-uitgeverij Leiden. SOVON & CBS 2005, Trends van vogels in het Nederlandse Natura 2000 netwerk, SOVONinformatierapport 2005/09. SOVON Vogelonderzoek Nederland, Beek-Ubbergen.
Geraadpleegde websites www.hofvogels.nl www.rijksoverheid.nl & www.synbiosys.alterra.nl www.natuurloket.nl www.overheid.nl www.uilen.org www.waarneming.nl www.zoogdieratlas.nl www.ndff.nl
[steenuilwerkgroep] [natuurwetgeving / soortbescherming & gebiedsbescherming N2000 / EHS, profielendocument] [waarnemingen van flora en fauna] [actuele wetteksten] [vogelwaarnemingen en informatie / uileninformatie] [waarnemingen van flora en fauna] [waarnemingen zoogdieren]
QuickScan / voortoets versie februari 2020
BIJLAGE 1
Algemene verbodsbepalingen Wnb
§ 3.1. Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn Artikel 3.1 1. Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen. 2. Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. 3. Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben. 4. Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen. 5. Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. § 3.2. Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn Artikel 3.5 1. Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. 2. Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren. 3. Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. 4.
Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen. 5. Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. § 3.3. Beschermingsregime andere soorten Artikel 3.10 1. Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden: a) in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen; b) de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen, of c) vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. 2.
Artikel 3.8, met uitzondering van het derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing op de verboden, bedoeld in het eerste lid, met dien verstande dat, in aanvulling op de redenen, genoemd in het vijfde lid, onderdeel b, de noodzaak voor de ontheffing of vrijstelling ook verband kan houden met handelingen: a) in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daaropvolgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied; b) ter voorkoming van schade of overlast, met inbegrip van schade aan sportvelden, schietterreinen, industrieterreinen, kazernes, of begraafplaatsen; c) ter beperking van de omvang van de populatie van dieren, in verband met door deze dieren ter plaatse en in het omringende gebied veelvuldig veroorzaakte schade of in verband met de maximale draagkracht van het gebied waarin de dieren zich bevinden; d) ter voorkoming of bestrijding van onnodig lijden van zieke of gebrekkige dieren; e) in het kader van bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of bosbouw; f) in het kader van bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer; g) in het kader van bestendig beheer of onderhoud van de landschappelijke kwaliteiten van een bepaald gebied, of h. in het algemeen belang. 3.
De verboden, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, en b, zijn niet van toepassing op de bosmuis, de huisspitsmuis en de veldmuis voor zover deze dieren zich in of op gebouwen of daarbij behorende erven of roerende zaken bevinden. 27
QuickScan / voortoets versie februari 2020
BIJLAGE 2
Proces beoordeling ontheffing Wnb
Verdere uitwerking van het schema op: http://www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/routeplanner.aspx?subj=routeplanner#initiatiefnemer
28
QuickScan / voortoets versie februari 2020
BIJLAGE 3
Jaarrond beschermde vogels
Categorieën: 1. Nesten die, behalve gedurende het broedseizoen als nest, buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rusten verblijfplaats. 2.
Nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing of biotoop. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar.
3.
Nesten van vogels, zijnde geen koloniebroeders, die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar.
4.
Vogels die jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn een nest te bouwen.
5.
Nesten van vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan, maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen.
29
QuickScan / voortoets versie februari 2020
Nesten van vogelsoorten van categorie 1 t/m 4 zijn jaarrond beschermd, de nesten van soorten in categorie 5 zijn beschermd als er onvoldoende alternatieven zijn. Nederlandse naam
Categorie Nederlandse naam
Categorie
Blauwe reiger
5
Ruigpootuil
5
Boerenzwaluw
5
Spreeuw
5
Bonte vliegenvanger
5
Tapuit
5
Boomklever
5
Torenvalk
5
Boomkruiper
5
Zeearend
5
Bosuil
5
Zwarte kraai
5
Brilduiker
5
Zwarte mees
5
Draaihals
5
Zwarte roodstaart
5
Eidereend
5
Zwarte specht
5
Ekster
5
Huismus
2
Gekraagde roodstaart
5
Kerkuil
3
Glanskop
5
Oehoe
3
Grauwe vliegenvanger
5
Ooievaar
3
Groene specht
5
Ransuil
4
Grote bonte specht
5
Roek
2
Hop
5
Slechtvalk
3
Sperwer
4
Huiszwaluw
5
Steenuil
1
IJsvogel
5
Wespendief
4
Kleine bonte specht
5
Zwarte wouw
4
Kleine vliegenvanger
5
Boomvalk
4
Koolmees
5
Buizerd
4
Kortsnavelboomkruiper
5
Gierzwaluw
2
Oeverzwaluw
5
Grote gele kwikstaart
3
Pimpelmees Raaf
5 5
Havik
4
30
QuickScan / voortoets versie februari 2020
BIJLAGE 4
Samenvatting NDFF (1-1-2014 tot 9-2-2020)
Wnb - Vogelrichtlijn Appelvink Boerenzwaluw
Groenling Grote Bonte Specht
Sperwer Spotvogel
Bonte Vliegenvanger Boomklever
Grote Lijster Heggenmus
Spreeuw Staartmees
Boomkruiper
Holenduif
Steenuil
Boompieper Bosuil Braamsluiper Buizerd Ekster Fitis Fluiter Gaai
Houtduif Huismus Kleine Bonte Specht Kneu Koekoek Koolmees Kruisbek Kuifmees
Tjiftjaf Torenvalk Tuinfluiter Tureluur Veldleeuwerik Vink Vuurgoudhaan Wespendief
Geelgors
Kwartel
Wielewaal
Gekraagde Roodstaart Gele Kwikstaart Glanskop
Matkop Meerkoet Merel
Wilde Eend Winterkoning Wintertaling
Goudhaan Goudvink Grasmus Grauwe Gans Grauwe Klauwier
Ooievaar Pimpelmees Putter Ringmus Roodborst
Wulp Zanglijster Zwarte Kraai Zwarte Mees Zwarte Roodstaart
Grauwe Vliegenvanger Groene Specht
Roodborsttapuit Sijs
Zwarte Specht Zwartkop
Noordse winterjuffer Otter
Poelkikker Drijvende waterweegbree
Adder Bastaardkikker Boommarter Bosmuis Bruine kikker
Eekhoorn Egel Gewone pad Haas Kleine watersalamander
Ree Ringslang Rosse woelmuis Steenmarter Veldmuis
Bunzing Dwergmuis
Levendbarende hagedis Grote weerschijnvlinder
Vos
Wnb - Habitatrichtlijn Gladde slang Heikikker Gevlekte witsnuitlibel
Wnb - andere soorten
(Vogels: betreft alle soorten met een broedindicatie)
31
QuickScan / voortoets versie februari 2020
BIJLAGE 5
POV Drenthe
Soortenvrijstellingslijst voor ruimtelijke ingrepen en bestendig beheer De vrijstelling als bedoeld in artikel 4.3 lid 1 van de POV betreft de volgende soorten: Aardmuis Bastaardkikker (oude naam: middelste groene kikker) Bosmuis Bruine kikker Bunzing Dwergmuis Dwergspitsmuis Egel Gewone bosspitsmuis Gewone pad Haas Hermelijn Huisspitsmuis Kleine watersalamander Konijn Meerkikker Ondergrondse woelmuis Ree Rosse woelmuis Tweekleurige bosspitsmuis Veldmuis Vos Wezel Woelrat
32
Microtus agrestis Pelophylax klepton esculenta (oude naam: Rana esculenta) Apodemus sylvaticus Rana temporaria Mustela putorius Micromys minutus Sorex minutus Erinaceus europeus Sorex araneus Bufo bufo Lepus europeus Mustela erminea Crocidura russula Lissotriton vulgaris (oude naam: Triturus vulgaris) Oryctolagus cuniculus Pelophylax ridibundus (oude naam: Rana ridibunda) Pitymys subterraneus Capreolus capreolus Clethrionomys glareolus Sorex coronatus Microtus arvalis Vulpes vulpes Mustela nivalis Arvicola terrestris
QuickScan / voortoets versie februari 2020
BIJLAGE 6
Adviezen natuurinclusief bouwen
Advies 1 Vleermuizen
33
QuickScan / voortoets versie februari 2020
Advies 2 Vleermuizen
34
QuickScan / voortoets versie februari 2020
Advies 3 Vleermuizen
35
QuickScan / voortoets versie februari 2020
Advies 4 Huismus
36
QuickScan / voortoets versie februari 2020
Advies 5 Huismus / Gierzwaluw
37
QuickScan / voortoets versie februari 2020
BIJLAGE 7
38
AERIUS Sloop- en aanlegfase
QuickScan / voortoets versie februari 2020
39
QuickScan / voortoets versie februari 2020
40
QuickScan / voortoets versie februari 2020
41
QuickScan / voortoets versie februari 2020
42
QuickScan / voortoets versie februari 2020
BIJLAGE 8
43
AERIUS gebruiksfasefase
QuickScan / voortoets versie februari 2020
44
QuickScan / voortoets versie februari 2020
45
QuickScan / voortoets versie februari 2020
46
QuickScan / voortoets versie februari 2020
47
QuickScan / voortoets versie februari 2020
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Ruinerweide 20, Ruinen (ontwerp)
Bijlage 2 Aanvullend rapport natuurwaarden
80
Vleermuisonderzoek voor de locatie Ruinerweide 20, Ruinen
Rapport: 2020-398 Datum: 18 mei 2020 Versie: 2.0
Vleermuisonderzoek voor de locatie Ruinerweide 20, Ruinen
Colofon © 2020
Fopma NatuurAdvies
Tekst, samenstelling:
Albert Fopma, Fopma NatuurAdvies
Opdrachtgever:
Wijze van citeren:
Fopma, A, 2020. Vleermuisonderzoek voor de locatie Ruinerweide 20, Ruinen; Fopma NatuurAdvies, Rapport 2020-398, Wapse.
Niets uit dit rapport mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van scanning, internet, druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever hierboven aangegeven en Fopma NatuurAdvies. Ook mag het zonder een dergelijke toestemming niet worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd. Fopma NatuurAdvies is niet aansprakelijk voor gevolgschade, alsmede voor schade welke voortvloeit uit toepassingen van de resultaten van werkzaamheden of andere gegevens verkregen van Fopma NatuurAdvies. De opdrachtgever vrijwaart Fopma NatuurAdvies voor aanspraken van derden in verband met deze toepassing.
De informatie in dit rapport is deels afkomstig uit de NDFF en mag niet zonder toestemming van BIJ12 worden verstrekt aan derden of op enige andere wijze openbaar gemaakt worden.
2
Inhoudsopgave 1
INLEIDING 1.1
2
ACHTERGROND
LIGGING ONDERZOEKSGEBIED EN ONDERZOEKSOPZET 2.1 2.2
LIGGING ONDERZOEKSGEBIED ONDERZOEKSMETHODE
4 4 7 7 7
3
RESULTATEN
8
4
CONCLUSIES
9
5
BRONNEN
10
5.1 5.2
LITERATUUR GERAADPLEEGDE WEBSITES
BIJLAGE 1 ADVIEZEN
3
10 10 11
1
Inleiding
1.1
Achtergrond
De opdrachtgever wil op de locatie Ruinerweide 20 te Ruinen een vijftal opstallen slopen, het perceel opsplitsen en een nieuwe tweede woning bouwen (beoogd huisnummer 22) (zie figuur 2 t/m 5). Ten behoeve van deze aanvraag is er in 2020 eerder al een QuickScan uitgevoerd. -
Fopma, A, 2020. QuickScan en voortoets voor de locatie Ruinerweide 20, Ruinen; Fopma NatuurAdvies, Rapport 2020-375, Wapse
Naar aanleiding van deze QuickScan is een aanvullend Vleermuizenonderzoek gestart op basis van het vleermuisprotocol 2017. Het onderzoek richt zich met name op de woonboerderij met achterhuis (gebouw 6 en 7).
Figuur 1.
4
Kaart met de bestaande situatie.
Figuur 2.
5
Kaart nieuwe situatie.
Figuur 3.
Kaart met de te slopen stallen 1 t/m 4 en 7.
Figuur 4.
Foto’s plangebied 2019.
6
2
Ligging onderzoeksgebied en onderzoeksopzet
2.1
Ligging onderzoeksgebied
Het onderzoeksgebied voor de Wet natuurbescherming beperkt zich tot de percelen waarop de ingreep plaatsvindt en de directe omgeving (zie figuur 1 t/m 3).
2.2
Onderzoeksmethode
Het onderzoek wordt uitgevoerd conform het Vleermuisprotocol 2017 van het Netwerk Groene Bureaus.
Planning vleermuisonderzoek Ronde 1
13 mei 2020 (zomer en kraam) - avond
Ronde 2
± 20 juni (zomer en kraam) - avond
Ronde 3
± 15 aug (zomer en paar) - ochtend
Ronde 4
± 1 sep (paarverblijfplaatsen) – ochtend
Het onderzoek wordt uitgevoerd met een batdetector.
7
3
Resultaten
1e vleermuisronde 13 mei 2020 Het onderzoek verliep anders dan gepland. Bij aankomst op 13 mei was al snel duidelijk dat de nieuwe eigenaren niet op de hoogte waren van de laatste QuickScan, die voor dit perceel (inclusief de sloop van het achterste deel van de boerderij) is opgesteld. Het dak met de asbestplaten van de locatie waar het onderzoek zich op richtte was voor het broedseizoen 2020 al verwijderd en men was nu bezig met het weer dicht maken van het dak.
Figuur 5.
Huidige situatie
Vanaf 21.15 uur waren we op het perceel aanwezig. Doordat het dak van de boerderij al was gesloopt, was direct duidelijk dat het geen zin meer had om verblijfplaatsen in de boerderij te zoeken. Wel zijn we gebleven om te kijken welke functie het gebied nog heeft voor vleermuizen. Om 22.30 uur werd de eerste Gewone dwergvleermuis waargenomen met de batdetector. Deze vloog door de Eikenlaan langs de Ruinerweide. Deze soort werd daarna nog 4 maal foeragerend / overvliegend in de eikenlaan waargenomen. Om 22.36 uur vloog er ook een Laatvlieger door de Eikenlaan. Bijzondere waarneming De nieuwe eigenaren gaven wel aan dat in het atelier / de hobbyruimte (die blijft staan !) er wel tijdens de verhuiswerkzaamheden een dode vleermuis is gevonden. Men had deze bewaard.
Figuur 6.
8
Dode Gewone dwergvleermuis uit recreatiewoning
4
Conclusies
Doordat het dak al is verwijderd is het niet meer mogelijk om vast te stellen of er een vleermuizenverblijfplaats in de boerderij zat. Voortzetting van het vleermuisonderzoek heeft derhalve ook geen zin. (Let wel: we gaan er hierbij vanuit dat het atelier / de hobbyruimte blijft staan). Wel is het noodzakelijk dat men bij de nieuwbouw alsnog maatregelen neemt om het mogelijke verlies van een verblijfplaats te compenseren. Eventueel kan men ook kasten of een aangepaste gevelbetimmering bij het atelier / de hobbyruimte ophangen of creëren. In de bijlage zijn suggesties gedaan voor verschillende soorten van vleermuisvoorzieningen, waarbij de aangepaste gevelbetimmering waarschijnlijk de meest praktische is.
9
5
Bronnen
5.1
Literatuur
• • •
5.2 • • • • • •
10
Dietz, C. (et al.) 2009, Vleermuizen; Alle soorten van Europa en Noordwest-Afrika, Tirion Natuur. Dietz, C. & Kiefer, A. 2017. Veldgids Vleermuizen van Europa, KNNV Uitgeverij. Fopma, A, 2020. QuickScan en voortoets voor de locatie Ruinerweide 20, Ruinen; Fopma NatuurAdvies, Rapport 2020-375, Wapse (versie 2)
Geraadpleegde websites www.rijksoverheid.nl & www.synbiosys.alterra.nl www.natuurloket.nl www.overheid.nl www.waarneming.nl www.zoogdieratlas.nl www.ndff.nl
[natuurwetgeving / soortbescherming & gebiedsbescherming N2000 / EHS, profielendocument] [waarnemingen van flora en fauna] [actuele wetteksten] [waarnemingen van flora en fauna] [waarnemingen zoogdieren]
Bijlage 1 Adviezen Advies 1 Vleermuizen
11
Advies 2 Vleermuizen
12
Advies 3 Aanpassing bouwwijze: vleermuis achter gevelbetimmering Bron: www.checklistgroenbouwen.nl Door een opening van 2,5 centimeter vrij te houden tussen de gevel en de betimmering onstaat een verblijfplaats voor vleermuizen. Gewone dwergvleermuis en laatvlieger maken hier gebruik van. De dieren hangen aan de gevel achter de betimmering. Zorg er voor dat het materiaal achter de betimmering ruw is, bijvoorbeeld baksteen of onbehandeld hout. Zorg ervoor de gevel niet verlicht wordt, dat schrikt vleermuizen af. Of maak gebruik van vleermuisvriendelijk verlichting.
13
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Ruinerweide 20, Ruinen (ontwerp)
Bijlage 3 Rapport werkprotocol vleermuis
94
Werkprotocol vleermuis voor de locatie Ruinerweide 20, Ruinen
Rapport: 2020-415 Datum: juli 2020 Versie: 1.0
Werkprotocol vleermuis voor de locatie Ruinerweide 20, Ruinen
Colofon © 2020
Fopma NatuurAdvies
Tekst, samenstelling:
Albert Fopma, Fopma NatuurAdvies
Opdrachtgever:
Wijze van citeren:
Fopma, A, 2020. Werkprotocol vleermuis voor de locatie Ruinerweide 20, Ruinen; Fopma NatuurAdvies, Rapport 2020-415, Wapse.
Niets uit dit rapport mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van scanning, internet, druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever hierboven aangegeven en Fopma NatuurAdvies. Ook mag het zonder een dergelijke toestemming niet worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd. Fopma NatuurAdvies is niet aansprakelijk voor gevolgschade, alsmede voor schade welke voortvloeit uit toepassingen van de resultaten van werkzaamheden of andere gegevens verkregen van Fopma NatuurAdvies. De opdrachtgever vrijwaart Fopma NatuurAdvies voor aanspraken van derden in verband met deze toepassing.
2