CConstaterende datDe Wolden
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Fort 21 Veeningen

Gemeenteraad 30 maart 2023, gemeente De WoldenBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan "Buitengebied, deelplan Fort 21 Veeningen'15.865 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

9

SAMENVATTING ..................................................................................................................... 9 CONCLUSIES ........................................................................................................................... 9

BIJLAGEN 1.1

Regionale ligging

1.2 2

Situatieschets onderzoekslocatie Resultaten vooronderzoek

Onze rapportage is opgezet in kleur, om het u bij het lezen van het digitale document visueel aantrekkelijk te maken. Uiteraard kan het document ook op papier worden afgedrukt, waarbij we willen wijzen op de mogelijkheid om het document in zwart-wit af te drukken om kosten en toner te besparen.

Historisch onderzoek Fort 21 te Veeningen (rapportnummer 220078)

Pagina 4 van 9

1 INLEIDING 1.1 ALGEMEEN In opdracht van is door Eco Reest BV een vooronderzoek bodem uitgevoerd met betrekking tot de locatie Fort 21 te Veeningen.

1.2 AANLEIDING EN DOELSTELLING Aanleiding tot het vooronderzoek bodem is de voorgenomen bouw van een woning na sloop van de huidige bebouwing. Doel van het vooronderzoek is aan de hand van de verzamelde informatie een oordeel te geven omtrent de mogelijkheid van de aanwezigheid van bodemverontreiniging ter plaatse.

1.3 KWALITEITSBORGING Eco Reest streeft naar een zo hoog mogelijk kwaliteit van onderzoek te leveren. Eco Reest BV is lid van de Vereniging Kwaliteitsborging Bodembeheer (VKB). Als aangesloten adviesbureau zorgen we samen met de andere leden voor een betere borging van kwaliteit in de uitvoering van (water)bodemonderzoek en -saneringen.

Naast kwaliteit is onafhankelijkheid van groot belang om onze opdrachtgever van dienst te zijn met het beste advies voor zijn vraagstuk. Wij merken dan ook op dat er geen functionele relatie bestaat tussen opdrachtgever en Eco Reest BV, hetgeen betekent dat het advies van Eco Reest onafhankelijk is van de belangen van de opdrachtgever en derden. Conform de eisen uit onze ethische code houdt Eco Reest alle gegevens geheim, waarvan wij kennisnemen als gevolg van de uitvoering van de werkzaamheden, behoudens in geval van wettelijke verplichtingen. 1.3.1 Onderzoeksstrategie In onderstaande tabel zijn de kwaliteitsnormen opgenomen voor de onderzoeksstrategieën. Aspect onderzoek Strategie vooronderzoek

Toegepaste norm NEN 5725:2017

Tabel 1-1 Toegepaste normen

Eventuele afwijkingen op de norm, die tijdens de uitvoering naar voren zijn gekomen, zijn weergegeven in respectievelijk § 2.2.7.

Historisch onderzoek Fort 21 te Veeningen (rapportnummer 220078)

Pagina 5 van 9

1.4 LEESWIJZER In hoofdstuk 2 is de basisinformatie weergegeven van het onderzoeksgebied en wordt een samenvatting van de relevante informatie uit het vooronderzoek beschreven. In hoofdstuk 3 is een samenvatting opgenomen en zijn de conclusies en aanbevelingen weergegeven.

Historisch onderzoek Fort 21 te Veeningen (rapportnummer 220078)

Pagina 6 van 9

2 VOORONDERZOEK (NEN 5725 :2017) 2.1 ALGEMEEN Vooronderzoek is de basis voor werkzaamheden die een uitspraak vereisen over de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem. Het doel van het vooronderzoek conform NEN5725:2017 is inzicht te verkrijgen in de mogelijke aanwezigheid van verontreinigingen op de onderzoekslocatie. Hierbij wordt een inschatting gemaakt van de aard, mate, oorzaak en ligging van mogelijke verontreinigingen.

2.2 SYSTEMATIEK MILIEUHYGIËNISCH VOORONDERZOEK Het vooronderzoek is onderverdeeld in twee stappen. In stap 1 wordt de aanleiding voor het vooronderzoek bepaald. De mogelijke aanleidingen (A t/m G) zijn weergegeven in tabel 2. Voor de in tabel 2 weergegeven mogelijke aanleidingen zijn in de NEN 5725:2017 diverse onderzoeksvragen geformuleerd. In stap 2 van het vooronderzoek moet antwoord verkregen worden op een deze onderzoeksvragen. Indien naar deskundigheid van de onderzoeker alle (verplichte) onderzoeksaspecten zijn behandeld en de onderzoeksvragen in voldoende mate zijn beantwoord, is het vooronderzoek afgerond en worden conclusies getrokken en een hypothese opgesteld.

2.3 STAP 1; AANLEIDING VOORONDERZOEK De eerste stap in het vooronderzoek is het vaststellen van de aanleiding voor vooronderzoek (zie ook bijlage 2). In het onderhavige geval is aanleiding A geselecteerd, die onderstaand is weergegeven. - A. opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek volgens 6.2.1.

2.4 STAP 2; ONDERZOEKSVRAGEN Uit de geselecteerde aanleiding (A) voor het vooronderzoek volgt een aantal onderzoeksvragen. Op basis van het totaal aan informatie uit het vooronderzoek moeten de onderzoeksvragen worden beantwoord, waarna een hypothese voor bodemonderzoek wordt opgesteld. In tabel 2.1 zijn de onderzoeksaspecten weergegeven, waarover bij het vooronderzoek informatie moet worden verzameld.

Historisch onderzoek Fort 21 te Veeningen (rapportnummer 220078)

Pagina 7 van 9

Tabel 2.1 Onderzoeksaspecten milieuhygiënisch vooronderzoek Onderzoeksaspecten

Locatiegegevens Bodemopbouw en geohydrologie

Verwachting t.a.v. de bodemkwaliteit

Gebruik en beïnvloeding van de locatie, verdachte situatie, activiteiten, ongewoon voorval

Eigendomssituatie Hoogteligging Bodemopbouw Antropogene lagen in de bodem Geohydrologie Geval van ernstige bodemverontreiniging? Kwaliteit o.b.v. BKK O.b.v. uitgevoerde bodemonderzoeken Voormalig Huidig Toekomst Asbestverdacht?

A 0 ✓ ✓

Aanleidingen tot vooronderzoek B C D E F 0 ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓

✓ ✓

✓

✓ ✓ ✓ ✓ ✓

G

✓

✓

✓

✓

✓

✓

0 ✓

✓ ✓

✓ ✓

✓ ✓

✓

✓ ✓

0 ✓ ✓

✓

✓ ✓

✓ ✓ 0 ✓

✓

✓

✓ ✓ ✓

✓

Terreinverkenning ✓ Verplicht onderzoeksaspect. Indien dit onderzoeksaspect niet van toepassing is, behoort dit in het rapport te worden vermeld en gemotiveerd 0 Optioneel

De resultaten van het vooronderzoek zijn uitgebreid beschreven in bijlage 2. De bijzonderheden die naar voren komen uit het vooronderzoek zijn samenvattend beschreven in hoofdstuk 2.5

2.5 SAMENVATTING VOORONDERZOEK Na het raadplegen van de verschillende bronnen zijn er voldoende gegevens bekend om antwoord te geven op de geformuleerde onderzoeksvragen. De onderzoekslocatie is gelegen aan de Fort 21 te Veeningen en is kadastraal bekend als gemeente Zuidwolde, sectie Q, nr. 779. De te onderzoeken locatie betreft de woonboerderij met aangebouwde stallen, direct naastgelegen stallen en direct omliggend erf. De bebouwing dateert van het jaar 1969. Op historisch kaartmateriaal vanaf 1900 tot heden is op de locatie altijd bebouwing zichtbaar. Uit dossier onderzoek (gemeente De Wolden, uitgevoerd door Eco Reest, d.d. 26 januari 2022) blijkt dat de bedrijfsactiviteiten rundmelkvee- en varkenshouderij betreffen. Voorts blijkt dat aan de oostzijde van de werktuigenschuur sprake is geweest van een bovengrondse olietank. Uit het ‘Milieutechnisch rapport rundveehouderij’ (gemeente Zuidwolde, d.d. 8 oktober 2004) is op te maken dat de olietank een enkelwandige bovengrondse dieselolietank met aftankplaats betreft die is geplaatst op een enkelsteens opgetrokken bak. De afleverslang is voorzien van een vulpistool zonder automatische afslag. Tijdens de controle is geconstateerd dat de olietank roestig is. Bij de eerste hercontrole (d.d. 7 juni 2005) blijkt dat de tank is verwijderd. Er is geen tankcertificaat bekend. Bij de terreininspectie is het volgende waargenomen.

De woonboerderij is voorzien van een pannendak. De aangebouwde stallen en schuren zijn voorzien van asbestverdachte daken. De asbestverdachte daken zijn niet alle voorzien van een goot. Enkele daken zonder goot wateren af op onverharde bodem. Enkele daken zijn (deels) in verval geraakt, hierbij zijn dakplaten gebroken waarbij delen op het maaiveld en/of in de schuur terecht zijn gekomen. Historisch onderzoek Fort 21 te Veeningen (rapportnummer 220078)

Pagina 8 van 9

Elders op het terrein bevindt zich een werktuigenschuur die is voorzien van een asbestverdacht dak (plaatselijk gerepareerd met blikken platen). Aan de voorzijde (noordzijde) is het dak deels voorzien van een goot, het overig deel van het dak watert af op onverharde bodem. De achterzijde van de werktuigen schuur watert af op onverharde bodem. De onderzoekslocatie is deels onverhard (gras) en deels verhard met puin (van onbekende herkomst; toerit), beton, grindtegels en stoeptegels. Voor de uitgebreide weergave van het vooronderzoek verwijzen wij naar bijlage 2.

Historisch onderzoek Fort 21 te Veeningen (rapportnummer 220078)

Pagina 9 van 9

3 SAMENVATTING EN CONCLUSIES 3.1 SAMENVATTING In opdracht van is door Eco Reest BV een historisch vooronderzoek uitgevoerd met betrekking tot een locatie aan de Fort 21 te Veeningen. Aanleiding tot het historisch onderzoek is de geplande bouw van een woning na sloop van de huidige bebouwing. Doel van het vooronderzoek is aan de hand van de verzamelde informatie een oordeel te geven omtrent de mogelijkheid van de aanwezigheid van bodemverontreiniging ter plaatse. Op de locatie is sprake van onverharde druppelzones van asbestverdachte daken en gebroken asbestverdachte daken. De toerit is verhard met puin van onbekende herkomst. Elders op het terrein is sprake geweest van een bovengrondse dieseltank zonder deugdelijke opvangbak. Tijdens de locatie inspectie zijn verder geen bodembedreigende zaken waargenomen. Uit het vooronderzoek blijken tevens geen bijzonderheden die de milieuhygiënische bodemkwaliteit zouden kunnen hebben beïnvloed.

3.2 CONCLUSIES Op basis van het vooronderzoek conform NEN 5725 concluderen wij dat de onderzoekslocatie “verdacht” is ten aanzien van het voorkomen van asbest ter plaatse van de onverharde druppelzones van asbestverdachte daken zonder goot, ter plaatse van de gebroken asbestverdachte daken en ter plaatse van de met puin van onbekende herkomst verharde toerit. Op basis van het vooronderzoek conform NEN 5725 concluderen wij voorts dat het gehele terrein op basis van de voormalige (agrarische) bedrijfsactiviteiten en de voormalige dieseltanklocatie met aftankplaats, zijn aangemerkt als verdacht voor het voor komen van bodemverontreiniging. Als er vragen zijn naar aanleiding van het onderzoek dan kunt u contact opnemen met ons bureau. Eco Reest BV

Historisch onderzoek Fort 21 te Veeningen (rapportnummer 220078)

BIJLAGE 1

Behoort bij rapport: Fort 21 Veeningen Project: 220078

Regionale ligging

Bijlage 1.1

OPDRACHTGEVER

ONDERZOEKSLOCATIE

Veeningen Fort 21 TEKENAAR

pkd/RE AUTHORISATOR

HS WERKNUMMER

220078

SCHAAL

1: 500

vestigingen in: Zuidwolde Appingedam Almere

FORMAAT

A3 BIJLAGE

1.2.1

DATUM

26-01-2022

WIJZ.NR

C0

OPDRACHTGEVER

ONDERZOEKSLOCATIE

Veeningen Fort 21 TEKENAAR

pkd/RE AUTHORISATOR

HS WERKNUMMER

220078

SCHAAL

-

vestigingen in: Zuidwolde Appingedam Almere

FORMAAT

A3 BIJLAGE

1.2.2

DATUM

26-01-2022

WIJZ.NR

C0

BIJLAGE 2

Behoort bij rapport: Fort 21 Veeningen Project: 220078

VOORONDERZOEK NEN 5725:2017

Bijlage 2

Stap 1

Aanleiding voor het vooronderzoek

Bepaal de aanleiding voor het vooronderzoek

A. opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek volgens paragraaf 6.2.1

Stap 2; te behandelen onderzoeks-aspecten per aanleiding Locatiegegevens Bodemopbouw en geohydrologie

Verwachting t.a.v. de bodemkwaliteit

Gebruik en beïnvloeding van de locatie, verdachte situatie, activiteiten, ongewoon voorval

Eigendomssituatie Hoogteligging Bodemopbouw Antropogene lagen in de bodem Geohydrologie Geval van ernstige bodemverontreiniging? Kwaliteit o.b.v. BKK O.b.v. uitgevoerde bodemonderzoeken Voormalig Huidig Toekomst Asbestverdacht?

A 0 ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓

Aanleidingen tot vooronderzoek B C D E F 0 ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ 0 ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ 0 ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ 0 ✓ ✓ ✓ ✓

✓ Terreinverkenning ✓ Verplicht onderzoeksaspect. Indien dit onderzoeksaspect niet van toepassing is, behoort dit in het rapport te worden vermeld en gemotiveerd 0 Optioneel

G

✓ ✓ ✓ ✓ ✓

✓

Voor de bovenstaand vermelde mogelijke aanleidingen voor het vooronderzoek zijn onderzoeksvragen opgesteld, die gemotiveerd moeten worden beantwoord op basis van de resultaten van het vooronderzoek. Op basis van de antwoorden op de onderzoeksvragen kan vervolgens de onderzoekshypothese en -strategie worden bepaald. In de navolgende tabel zijn de onderzoeksvragen weergegeven voor Aanleiding A (opstellen onderzoekshypothese voor bodemonderzoek). De verplichte onderzoeksvragen zijn vetgedrukt weergegeven.

Pagina 2 van 6

Onderzoeksvraag (aanleiding A)

Antwoord en motivatie

Wat is de afbakening van de onderzoekslocatie en is deze voldoende?

Adres (x/y-coördinaten): Kadastrale aanduiding: Te onderzoeken terreindeel (info opdrachtgever):

Eigendomssituatie Rechthebbenden Publiekrechtelijke beperkingen Bouwjaar bebouwing op locatie (Kadaster BAG) Historie o.b.v. oude kaarten (Topotijdreis) Gemeente

Bodemloket Terreininspectie

Fort 21 te Veeningen (x. 222310 – y. 519066) Gemeente Zuidwolde, sectie Q, nr. 779 De woonboerderij met aangebouwde stal, schuren, direct omliggend erf en tuin. Mevrouw Hendrikje Jantien Derks en de heer Hendrik Jan Derks Er zijn geen beperkingen bekend in de gemeentelijke en kadastrale registratie. De bebouwing dateert van 1969. Op historisch kaartmateriaal vanaf 1900 (bron: topotijdreis.nl) is op de locatie altijd bebouwing zichtbaar. De omgeving van de locatie laat zich omschrijven als landelijk van karakter. Bij de gemeente De Wolden is het volgende bekend. -Bouwvergunning varkensstal (no. 168), afgegeven door de Gemeente Zuidwolde, d.d. 13 november 1964. Dakbedekking wordt uitgevoerd met asbestgolfplaten. -Vergunning uitbreiding melkveehouderij (no. 196) met mestopslag en bovengrondse olietank, afgegeven door de Gemeente Zuidwolde, d.d. 14 juni 1983. -Milieutechnisch rapport melkrundveehouderij (gemeente de Wolden, d.d. 8 oktober 2004. De locatie maakt een nette en ordelijke indruk. De bovengrondse enkelwandige tank in e werktuigenberging is gesitueerd op een enkelsteens opvangbak, de tank is roestig. Er is geen sprake van smeer- en/of motprolie opslag, onderhoud van tractoren vindt elders plaats. Er is geen sprake van bestrijdingsmiddelen opslag, Het bedrijfsafvalwater (spoelen melktank) wordt geloosd in de mestkelder. -Brief gemeente De Wolden (d.d. 12 oktober 2004).

Er wordt niet meer gemolken op het bedrijf, tevens worden er geen varkens meer gehouden. De mestkelder heeft een te grote opening. De dieselolietank is nog aanwezig. -Milieutechnisch rapport, eerste hercontrole (gemeente De Wolden, d.d. 7 juni 2005). De tank is verwijderd, de mestkelder is deugdelijk afgedekt. Bij het bodemloket zijn geen voorgaande bodemonderzoeken en/of potentieel bodembedreigende activiteiten bekend van de locatie. Het betreft een woonboerderij met aangebouwde stal, schuren, omliggend erf en tuin in landelijk gebied. De toerit is verhard met puin van onbekende herkomst. Het overig terrein is onverhard (gras), verhard met beton, grindtegels en stoeptegels. De stal en de schuren zijn voorzien van asbestverdachte dakbedekking.

Fort 21 te Veeningen, 220078.

Pagina 3 van 6

Is er sprake van potentiële bronnen van bodemverontreiniging, zowel vanuit het verleden als het heden?

Is de bodem asbestverdacht?

Welke kwaliteitsklasse is toegekend aan de bodem in de bodemkwaliteitskaart en welke lagen zijn daarbij onderscheiden?

Ja Informatiebron Terreininspectie, dossieronderzoek archief gemeente Zuidwolde.

Locatie en verdacht aspect Asbestverdachte druppelzones, asbestverdachte deellocaties t.g.v. gebroken asbestverdachte dakbedekking, puinverharding van onbekende herkomst, vm. bovengrondse olietank, voormalige (agrarische) bedrijfsactiviteiten.

Verdachte parameter Asbest ter plaatse van de onverharde druppelzones, ter plaatse van de gebroken asbestverdachte daken en ter plaatse van de puinverharding. Minerale olie, zware metalen en PAK in de grond en minerale olie en vluchtige aromaten in het grondwater ter plaatse van de vm. tanklocatie en overig terrein. Ja, de bodem is asbestverdacht ter plaatse van de onverharde druppelzones, ter plaatse van de gebroken asbestverdachte daken en ter plaatse van de toerit die is verhard met puin van onbekende herkomst. De ontgravingskwaliteit van de boven- en ondergrond is kwaliteitsklasse Landbouw/Natuur.

Fort 21 te Veeningen, 220078.

Pagina 4 van 6

Onderzoeksvraag (aanleiding A)

Antwoord en motivatie

Wat is de bodemopbouw en geohydrologie en is er binnen het onderzoeksgebied sprake van verschillende fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen?

Bodemopbouw Boormonsterprofiel B22A0577, waarvan het maaiveld zicht op 4,6 m t.o.v. NAP bevindt, omschrijft de bodemopbouw als volgt: 0,0 – 0,4 matig humeus zand (antropogeen, opgebrachte grond) 0,4 – 0,5 mineraalarm veen 0,3 – 4,2 m zand Richting grondwaterstroming, te verwachten grondwaterstand Uit de isohypsen (zie figuur 1 aan het einde van deze bijlage) van het Eerste Watervoerende Pakket is af te leiden dat de lokale grondwaterstroming zuidwest gericht is. Door plaatselijk voorkomen van oppervlaktewater, variaties in het maaiveldniveau en grondwaterbronneringen kan de stromingsrichting van het freatische grondwater (tevens het grondwater in het Eerste Watervoerende Pakket) hiervan afwijken (bron: grondwatertools.nl). Fysisch afwijkende/bodemvreemde lagen: Boormonsterprofiel B22A0577 van Dinoloket, omschrijft de bovengrond als antropogeen, opgebrachte grond). Nee

Is ter plaatse sprake van een Grondwaterbeschermings- of -onttrekkingsgebied, Waterberging? Komt freatisch brak of zout (grond)water voor? Is er sprake van beïnvloeding vanuit de omgeving van de bodemkwaliteit of de kwaliteit van het grondwater? Wordt op de locatie of een deel daarvan (een geval van ernstige) bodemverontreiniging vermoed? Is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem afdoende bekend of is bodemonderzoek noodzakelijk? Welke hypothese en strategie zijn van toepassing bij de uitvoering van bodemonderzoek?

Nee, uit de gegevens van de kaart ‘beschikbaarheid zoet grondwater’ (Deltares, 02-04-2015) is op te maken dat de 1000 mg/ml chloridegrens zich op een diepte beneden 100 m-mv bevindt. Bron Locatie Verdachte parameter Vermoeden bodemverontreiniging op de locatie; Nee

Nee, er is geen recent bodemonderzoek conform NEN5740 bekend van de locatie. In het kader van de voorgenomen nieuwbouw van de locatie is een dergelijk onderzoek noodzakelijk. Zie paragraaf 2.8

Fort 21 te Veeningen, 220078.

Pagina 5 van 6

De voor het vooronderzoek relevante bronnen zijn in de onderstaande tabel weergegeven: BRON VOORONDERZOEK

SPECIFICATIE VAN DE BRON

Opdrachtgever Eigenaar

BRON GERAADPLEEGD

DATUM RAADPLEGEN BRON

INFORMATIE BESCHIKBAAR

JA JA

21 januari 2021 21 januari 2021

JA JA

Gemeente Terreininspectie

De Wolden Veldwerk

JA JA

21 januari 2021 21 januari 2021

JA JA

Kadaster Kadaster BAG viewer Google Maps Bodemkwaliteitskaart Bodeminformatie Bodemopbouw Grondwater (stromingsrichting) Grondwater (drinkwater) Grondwater (chloriditeit) Historie van de locatie Archeologische waarde

http://www.kadaster.nl/ http://www.kadaster.nl/bag/bagviewer/ http://maps.google.nl/ http://www.bodemloket.nl TNO Database http://www.dinoloket.nl http://www.grondwatertools.nl/isohypsen

JA JA JA JA JA JA JA

26 januari 2021 18 januari 2021 21 januari 2021 21 januari 2021 21 januari 2021 21 januari 2021 21 januari 2021

JA JA JA JA JA JA JA

http://www.atlasleefomgeving.nl/kaarten http://www.grondwatertools.nl/gwatlas http://www.topotijdreis.nl http://archeologieinnederland.nl/bronnen-en-kaarten/amk-en-ikaw

JA JA JA JA

21 januari 2021 21 januari 2021 21 januari 2021 21 januari 2021

JA JA JA JA

Overzichtskaarten Drenthe

Fort 21 te Veeningen, 220078.

Pagina 6 van 6

Figuur 1 Isohypsen (bron: grondwatertools.nl)

Fort 21 te Veeningen, 220078.

bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Fort 21 Veeningen (ontwerp)

55

bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Fort 21 Veeningen (ontwerp)

Bijlage 2 Verkennend bodem- en asbestonderzoek

56

Verkennend bodem- en asbestonderzoek

Fort 21 7924 RA Veeningen Projectnummer:

012-22VBO

Opdrachtgever: Datum rapportage:

30 maart 2022

Versie:

1

Van Harinxmaweg 5 T (0517) 452323

E Info@best4best.nl

BTW nr. NL854044887B01

8801 AV Franeker

I www.best4best.nl

KvK nr. 60753897

M 06-39013718

Opdrachtgever:

Fort 21 7924 RA Veeningen

Opdrachtnemer Best4best Projectleider: Telefoonnummer:

06-39013718

Email

Info@best4best.nl

Autorisatie Projectnummer:

012-22VBO

Opgesteld door: Rapportage datum:

30 maart 2022

Versie:

1

Status:

Definitief

Versie datum:

30 maart 2022

Paraaf akkoord projectleider:

Inhoud 1

2

3

4

5

Inleiding _____________________________________________________________________ 3 1.1

Algemeen________________________________________________________________ 3

1.2

Onderzoeksopzet__________________________________________________________ 3

1.3

Kwaliteit _________________________________________________________________ 3

Vooronderzoek _______________________________________________________________ 4 2.1

Locatie gegevens __________________________________________________________ 5

2.2

Bodemgegevens __________________________________________________________ 5

2.3

Historische gegevens _______________________________________________________ 6

2.4

Hypothese & onderzoekstrategie _____________________________________________ 6

Uitgevoerd bodemonderzoek ____________________________________________________ 7 3.1

Algemeen________________________________________________________________ 7

3.2

Veldwerk ________________________________________________________________ 7

3.3

Zintuiglijke waarnemingen __________________________________________________ 7

3.4

Asbestonderzoek __________________________________________________________ 8

3.5

Grondwaterbemonstering__________________________________________________ 12

Resultaten __________________________________________________________________ 13 4.1

Toetsing grond(water) _____________________________________________________ 13

4.2

Toetsing asbest __________________________________________________________ 13

4.3

Verontreiniging & zorgplicht ________________________________________________ 13

4.4

Toetsingsresultaten _______________________________________________________ 14

4.5

Interpretatie ____________________________________________________________ 15

4.6

Toetsing hypothese _______________________________________________________ 16

Conclusies en aanbevelingen ___________________________________________________ 17

Bijlagen ________________________________________________________________________ 18 Bijlage 1: Ligging van locatie ________________________________________________________ 19 Bijlage 2: Situatieschets ____________________________________________________________ 20 Bijlage 3: Boorbeschrijving _________________________________________________________ 22 Bijlage 4: Analysecertificaten _______________________________________________________ 27 Bijlage 5: Getoetste analyseresultaten ________________________________________________ 59 Bijlage 6: Foto’s __________________________________________________________________ 67 Bijlage 7 Algemene voorwaarden Best4best B.V. te Franeker ______________________________ 68

1 Inleiding 1.1 Algemeen In opdracht van de familie heeft Best4best B.V. een verkennend bodem- en asbestonderzoek uitgevoerd op de locatie Fort 21 te Veeningen. De ligging van de locatie is weergegeven in bijlage 1. Aanleiding voor het uitvoeren van het onderzoek is de voorgenomen sloop van de huidige bebouwing om twee nieuwbouwwoningen te realiseren op het onderzochte terrein. Doel van het bodemonderzoek is het bepalen van de algemene milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (grond en grondwater), om een uitspraak te kunnen doen of deze al dan niet een belemmering vormt voor de beoogde bouw- en grondwerkzaamheden.

1.2 Onderzoeksopzet Het uitgevoerde onderzoek bestaat uit: • vooronderzoek gebaseerd op de NEN 5725:2017; • verkennend bodemonderzoek gebaseerd op de NEN 5740:2009+A1:2016. • verkennend asbest in bodemonderzoek gebaseerd op de NEN 5707+C2:2017 • indicatief asbest in puin onderzoek

1.3 Kwaliteit Best4best B.V. uit Franeker is gecertificeerd voor de ISO9001 en in het kader van de Regeling Kwalibo voor de BRL SIKB 2000 erkend voor het besluit bodemkwaliteit door het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Deze erkenning geldt voor de volgende protocollen: • • •

2001 – Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen; 2002 – Het nemen van grondwatermonsters; 2018 – Locatie-inspectie en monsterneming van asbest in bodem.

Best4best B.V. verklaart dat het veldwerk onafhankelijk van de opdrachtgever is uitgevoerd conform de eisen van de BRL SIKB 2000 en de daar bijhorende protocollen. Verder is Best4best B.V. gecertificeerd voor de BRL 1000 protocol 1001 en conform het Procescertificaat Asbestinventarisatie. De analyses zijn uitgevoerd door Eurofins Omegam B.V. Het laboratorium is geaccrediteerd conform de AS3000 “Laboratoriumanalyses voor milieuhygiënisch bodemonderzoek”. De analyses zijn waar mogelijk verricht conform de AS3000. Disclaimer Bodemonderzoek betreft per definitie een steekproef. Het hanteren van de actuele normen en protocollen levert met een grote mate van zekerheid een correct beeld van de actuele milieu-hygiënische kwaliteit van de bodem. Het steekproefsgewijze karakter van het onderzoek maakt het echter onmogelijk om garanties te geven ten aanzien van de resultaten van het onderzoek. Best4best B.V. accepteert geen aansprakelijkheid voor eventuele beslissingen die opdrachtgever of derden op basis van dit onderzoek nemen.

3

2 Vooronderzoek Voorafgaand aan het bodemonderzoek is een vooronderzoek uitgevoerd conform de NEN 5725:2017. Volgens deze norm moeten de volgende aspecten opgenomen worden in het vooronderzoek: Onderzoeksaspecten

4. Gebruik en beïnvloeding van de locatie, verdachte situatie, activiteiten, ongewoon voorval

Partijkeuring

3. Verwachting t.a.v. de bodemkwaliteit

Eigendomssituatie Bodemopbouw Antropogene lagen in de bodem Geohydrologie Geval van ernstige bodemverontreiniging? Kwaliteit o.b.v. BKK o.b.v. uitgevoerde bodemonderzoeken Voormalig Huidig Toekomst Asbestverdacht?

Verkennend bodemonderzoek

1. Locatiegegevens 2. Bodemopbouw en geohydrologie

Aanleiding vooronderzoek

O   

 

 

 

5. Terreinverkenning  Verplicht onderzoeksaspect. Indien dit ondezoeksaspect niet van toepassing is, behoort dit in het rapport te worden vermeld en gemotiveerd. O Optioneel

In dit kader hiervan zijn de volgende bronnen geraadpleegd: • • • • • •

Opdrachtgever Bodemloket (Historisch) kaartmateriaal (Topotijdreis/ Google Earth / Maps) Terreininspectie (uitgevoerd tijdens de veldwerkzaamheden) Gemeente De Wolden Rapport 220078, Eco Reest, 26-01-2022

De resultaten van het vooronderzoek zijn in onderstaande paragrafen opgenomen.

4

2.1 Locatie gegevens De onderzoekslocatie is gelegen aan het Fort 21 te Veeningen. In onderstaand overzicht zijn de algemene gegevens van de locatie opgenomen: Oppervlakte onderzoeksgebied:

7.500 m²

Kadastrale gegevens

-

Zuidwolde Sectie Q, nr. 779 gedeeltelijk

-

Zuidwolde Sectie Q, nr. 317 gedeeltelijk

Huidig gebruik:

Wonen, erf en weiland

Toekomstig gebruik:

Wonen en erf

Aanwezige bebouwing:

Woning, boerderij en overkapping

Aanwezige verharding:

In het te onderzoeken gebied is een de oprit verhard met granulaat. Verder zijn er delen op het erf voorzien van beton en van tegels

Bekende aanwezige

Uit het vooronderzoek zijn geen bekende verontreinigingen naar voren

verontreiniging:

gekomen

Bekende aanwezigheid asbest:

Op meerdere daken zijn asbesthoudende golfplaten aanwezig. Dit blijkt uit de uitgevoerde asbestinventarisatie van Best4best, rapport 507B21. Er zijn een aantal daken die niet zijn voorzien van een dakgoot. Derhalve is de druppelzone onder deze daken verdacht op asbest. Deze druppelzones zijn in het blauw aangegeven op de situatieschets in bijlage 2. Van het menggranulaat in de oprit is niet uit te sluiten dat deze geen asbest bevat. Derhalve is deze puinverharding verdacht op asbest. De oprit is in het oranje aangegeven in de situatieschets.

Bekende aanwezigheid tanks:

Uit het dossier onderzoek blijkt dat: Uit het ‘Milieutechnisch rapport rundveehouderij’ (gemeente Zuidwolde, d.d. 8 oktober 2004) is op te maken dat de olietank een enkelwandige bovengrondse dieselolietank met aftankplaats betreft die is geplaatst op een enkelsteens opgetrokken bak. De afleverslang is voorzien van een vulpistool zonder automatische afslag. Tijdens de controle is geconstateerd dat de olietank roestig is. Bij de eerste hercontrole (d.d. 7 juni 2005) blijkt dat de tank is verwijderd. Er is geen tankcertificaat bekend. (Eco Reest) Ter plaatse van de voormalige olietank is aanvullend een extra peilbuis geplaats en is het grondwater bemonsterd, tevens is de verdachte grondlaag terplekke apart geanalyseerd

Aanwezige demping

n.v.t.

Overige informatie Tabel 1 Locatie gegevens

-

2.2 Bodemgegevens Volgens de bodemkwaliteitskaart van de Provincie Drenthe blijkt de locatie te liggen in een gebied met de bodemfunctieklasse ‘lanbouw/natuur’. De lokale bekende bodemopbouw (bron: dinoloket.nl) bestaat uit zand met een veenlaag van 0,35 tot 0,40 m-mv met daaronder zand. Het maaiveld bevindt zich op 4,6 m+NAP. De stromingsrichting van het ondiepe (freatisch) grondwater is niet bekend en wordt beïnvloed door lokale factoren, zoals het drainagepatroon, oppervlaktewateren, de ligging van rioleringen en de aanwezigheid van zandlichamen (voor bijv. kabels, leidingen en funderingen). Informatie met betrekking tot de grondwaterstromingsrichting wordt in het kader van dit onderzoek niet relevant geacht. 5

2.3

Historische gegevens

Op basis van Topotijdreis blijkt dat op de locatie vanaf 1900 bebouwing is te zien. Verder blijkt uit de BAG informatie dat de huidige bebouwing dateert uit 1966 en 1969. Voor zover bekend heeft de locatie altijd een agrarische bestemming gehad.

2.4 Hypothese & onderzoekstrategie Op basis van de resultaten van het vooronderzoek is de locatie beschouwd als verdacht met betrekking tot het voorkomen van bodemverontreiniging. Hieruit volgt voor het bodemonderzoek de bijhorende onderzoeksstrategie VED-HE-NL (strategie voor een verdachte locatie, diffuse bodembelasting, hetrogeen verdeelde verontreiniging op schaal van monsterneming) uit de NEN 5740. Ter plaatse van de voormalige olietank is aanvullend een extra peilbuis geplaats en is het grondwater bemonsterd, tevens is de verdachte grondlaag terplekke apart geanalyseerd. De asbestverdachte druppelzones zijn onderzocht op asbest in bodem en het menggranulaat uit de oprit is onderzocht op asbest in puin. Omdat de locatie nog in gebruik is, zijn inpandig geen boringen verricht.

6

3 Uitgevoerd bodemonderzoek 3.1 Algemeen Het veldwerk en de monstername is onafhankelijk van de opdrachtgever uitgevoerd conform de BRL SIKB 2000, protocol 2001, 2002 en indien nodig protocol 2018 (versie 6.0). Het veldwerk (grondmonstername en plaatsing van de peilbuis) is uitgevoerd op 8 maart 2022 door de heer De grondwatermonstername is op 15 maart 2022 uitgevoerd door de heer

3.2 Veldwerk Tijdens het veldwerk zijn de volgende werkzaamheden verricht: Tabel 2 uitgevoerde boringen

Boring 01 02 03 04 t/m 07 08 t/m 24 Inspectiegat G1 t/m G7 G8 & G9 G10

Boordiepte (m-mv) 2,3 2,7 2,4 2,0 0,5

Filterdiepte (m-mv) 1,3-2,3 1,7-2,7 1,4-2,4

Lengte x breedte x diepte in m 0,40 x 0,30 x 0,10 0,30 x 0,30 x 0,16 0,30 x 0,30 x 0,18

In bijlage 2 is een overzicht met de boorpunten opgenomen. In bijlage 6 zijn foto’s van de onderzoekslocatie opgenomen. Inpandig zijn geen boringen verricht omdat de locatie nog in gebruik is.

3.3 Zintuiglijke waarnemingen Het opgeboorde materiaal is beoordeeld op kleur, textuur, bijmenging en eventuele bijzonderheden. In het bemonsterde materiaal zijn op diverse plaatsen bodemvreemde materialen aangetroffen. Deze zijn weergeven in de onderstaande tabel. Voor de boorprofielbeschrijvingen wordt verwezen naar bijlage 3.

7

Tabel 3: Zintuiglijke waarnemingen

Boring

Grondsoort

Zintuigelijke waarneming

02

Traject (m-mv) 0.00 - 0.50

Zand

laagjes veen

03

1.00 - 1.50

Zand

resten plantenresten

05

0.00 - 0.30

Zand

brokken baksteen, sporen grind

06

0.00 - 0.50

Zand

brokken baksteen

G3

0.00 - 0.10

Zand

Op 10cm diepte zit een betonplaat

G8

0.00 - 0.16

Menggranulaat

volledig Puin/zand, matig grind

G9

0.00 - 0.16

Menggranulaat

volledig Puin/zand, matig grind

G10

0.00 - 0.18

Menggranulaat

volledig Puin/zand, matig grind

Bij de overige boringen zijn zintuiglijk geen afwijkingen waargenomen die kunnen duiden op het voorkomen van een bodemverontreiniging. Zintuiglijk zijn ter plaatse van de voormalige olietank geen bodemvreemde materialen of geuren waargenomen.

3.4 Asbestonderzoek De asbestverdachte druppelzones zijn onderzocht conform NEN 5707+C2:2017 (6.4.4). Het asbest onderzoek van de oprit is gebaseerd op de NEN 5897+C2: 2017 (6.5.2). Voorafgaand aan het asbestonderzoek is een maaiveldinspectie uitgevoerd conform de BRL SIKB 2018 ter hoogte van de druppelzones en de oprit. De asbesthoudende bronnen die aanwezig zijn op de locatie zijn gerapporteerd in het asbestinventarisatierapport van Best4best, rapport 507B21. Tijdens de maaiveldinspectie van de druppelzones en de oprit zijn op het maaiveld geen aanvullende asbestverdachte materialen waargenomen. Op basis van de zintuiglijke waarnemingen zijn 7 inspectiegaten gegraven ter hoogte van de druppelzones. Ter hoogte van de oprit zijn 3 inspectiegaten gegraven. Tijdens de graafwerkzaamheden is het bodemvocht boven de 10% bepaald. Het uitgegraven materiaal is geïnspecteerd op de aanwezigheid van asbestverdacht materiaal. In totaal zijn 2 asbest in grond monters, 2 asbest in grond mengmonsters, en 1 asbest in puin mengmonster samengeteld en aangeboden aan het laboratorium voor analyse op asbest-in-grond en respectievelijk asbest-in-puin. Onderstaand zijn foto’s van de inspectiegaten opgenomen.

8

Inspectiegat G1

Inspectiegat G2

Inspectiegat G3

Inspectiegat G4

Inspectiegat G5

Inspectiegat G6

9

Inspectiegat G7

Inspectiegat G8

Inspectiegat G9

Inspectiegat G10

In onderstaande tabel zijn de gegevens van de inspectiegaten en monsters opgenomen. Gat: G1 Afmetingen gat Volume gat in m³ Totaal gewicht inspectiegat in kg Vochtpercentage Totaal gewicht inspectiegat droge stof in kg

Kleine fractie <20 mm 0,3x0,4x0,1 0,01 13,69 18,50% 11,16

Massa aangeleverde monster in gram Droge massa aangeleverde monster in gram Percentage droogrest Vochtpercentage

13.690 11.157 81,5% 18,5%

Gewicht in kg Deel van totaal Massa serpentijn asbest in mg Massa amfibool asbest in mg Aangetroffen type asbest

Gewogen gehalte asbest (< 20 mm) (mg/kg d.s.) Gewogen gehalte asbest (>20 mm) (mg/kg d.s.)

75,00 0,00

Grove fractie >20 mm Gewicht in kg Deel van totaal Asbestverdacht materiaal Gedroogd gewicht asbest in gram Percentage serpentijn Percentage Amfibool

Gewogen gehalte asbest grove + fijne fractie (mg/kg d.s.)

75,00

Miligram asbestvezels

13,70 100% 20,00 5,50 Golfplaat

0 0% 0 0,0% 0,0% -

10

Gat: G2 Afmetingen gat Volume gat in m³ Totaal gewicht inspectiegat in kg Vochtpercentage Totaal gewicht inspectiegat droge stof in kg

0,3x0,4x0,1 0,01 13,67 16,30% 11,44

Massa aangeleverde monster in gram Droge massa aangeleverde monster in gram Percentage droogrest Vochtpercentage

13.670 11.442 83,7% 16,3%

Kleine fractie <20 mm Gewicht in kg Deel van totaal Massa serpentijn asbest in mg Massa amfibool asbest in mg Aangetroffen type asbest Grove fractie >20 mm

Gewogen gehalte asbest (< 20 mm) (mg/kg d.s.) Gewogen gehalte asbest (>20 mm) (mg/kg d.s.)

6,50 0,00

Gewicht in kg Deel van totaal Asbestverdacht materiaal Gedroogd gewicht asbest in gram Percentage serpentijn Percentage Amfibool

Gewogen gehalte asbest grove + fijne fractie (mg/kg d.s.)

6,50

Miligram asbestvezels

Gat: G3, G4, G5 Afmetingen gaten Totaal volume gaten in m³ Totaal gewicht inspectiegaten in kg Vochtpercentage

0,3x0,4x0,1 0,04 40,40 20,60%

Totaal gewicht inspectiegaten droge stof in kg

32,08

Massa aangeleverde monster in gram Droge massa aangeleverde monster in gram Percentage droogrest Vochtpercentage

14.480 11.497 79,4% 20,6%

Kleine fractie <20 mm Gewicht monster in kg Deel van totaal Massa serpentijn asbest in mg Massa amfibool asbest in mg Aangetroffen type asbest

Gewogen gehalte asbest (< 20 mm) (mg/kg d.s.) Gewogen gehalte asbest (>20 mm) (mg/kg d.s.)

70,00 0,00

Grove fractie >20 mm Gewicht in kg Deel van totaal Asbestverdacht materiaal Gedroogd gewicht asbest in gram Percentage serpentijn Percentage Amfibool

Gewogen gehalte asbest grove + fijne fractie (mg/kg d.s.)

70,00

Miligram asbestvezels

Gat: G6, G7 Afmetingen gaten Totaal volume gaten in m³ Totaal gewicht inspectiegaten in kg Vochtpercentage Totaal gewicht inspectiegat droge stof in kg

0,3x0,4x0,1 0,02 24,60 25,60% 18,30

Massa aangeleverde monster in gram Droge massa aangeleverde monster in gram Percentage droogrest Vochtpercentage

13.500 10.044 74,4% 25,6%

13,70 100% 6,50 0,00 Vezelbudels

0 0% 0 0,0% 0,0% -

14,48 100% 19,00 5,10 Vezelbudels & vlakke plaat

0 0% 0 0,0% 0,0% -

Kleine fractie <20 mm Gewicht monster in kg Deel van totaal Massa serpentijn asbest in mg Massa amfibool asbest in mg Aangetroffen type asbest

13,50 100% 0,00 0,00 -

Grove fractie >20 mm

Gewogen gehalte asbest (< 20 mm) (mg/kg d.s.) Gewogen gehalte asbest (>20 mm) (mg/kg d.s.)

0,00 0,00

Gewicht in kg Deel van totaal Asbestverdacht materiaal Gedroogd gewicht asbest in gram Percentage serpentijn Percentage Amfibool

Gewogen gehalte asbest grove + fijne fractie (mg/kg d.s.)

0,00

Miligram asbestvezels

0 0% 0 0,0% 0,0% -

11

Gat: G8, G9, G10 Afmetingen gaten Totaal volume gaten in m³ Totaal gewicht inspectiegaten in kg Vochtpercentage Totaal gewicht inspectiegaten droge stof in kg

0,3x0,4x0,16 0,04 71,90 7,30% 66,65

Massa aangeleverde monster in gram Droge massa aangeleverde monster in gram Percentage droogrest Vochtpercentage

45.920 42.568 92,7% 7,3%

Kleine fractie <20 mm Gewicht in kg Deel van totaal Massa serpentijn asbest in mg Massa amfibool asbest in mg Aangetroffen type asbest

59,60 83% 8,30 0,00 Golfplaat

Grove fractie >20 mm

Gewogen gehalte asbest (< 20 mm) (mg/kg d.s.) Gewogen gehalte asbest (>20 mm) (mg/kg d.s.)

8,30 0,00

Gewicht in kg Deel van totaal Asbestverdacht materiaal Gedroogd gewicht asbest in gram Percentage serpentijn Percentage Amfibool

Gewogen gehalte asbest grove + fijne fractie (mg/kg d.s.)

8,30

Miligram asbestvezels

12,3 17% 0 0,0% 0,0% -

3.5 Grondwaterbemonstering De troebelheid (NTU), pH en de geleidbaarheid (EC) van het grondwater zijn in het veld bepaald. De resultaten zijn weergegeven in onderstaande tabel en geven geen aanleiding de analysestrategie te wijzigen. Tabel 4 Peilbuisgegevens

Peilbuis 01 02 03

Filterdiepte (m-mv) 1,3-2,3 1,7-2,7 1,4-2,4

Grondwaterstand (m-mv) 0,9 1,1 0.9

Belucht

PH

Nee Nee Nee

5,10 6,28 6,57

EC (µS/cm) 390 580 560

Troebelheid (NTU) 8 7 9

De pH heeft voor de regio een lage waarde. Zintuigelijk en analytisch is er geen verband aangetoond tussen de resultaten en de lage PH waarde. De lage PH heeft derhalve vermoedelijk een natuurlijke oorzaak. Tijdens de monsterneming van het grondwater is de troebelheid van het grondwater gemeten. Verondersteld wordt dat het water in de bodem van nature een troebelheid van 0 – 10 NTU heeft. Een troebelheid hoger dan 10 NTU is niet bezwaarlijk maar kan bij de interpretatie van de analyseresultaten worden gebruikt. Een direct verband tussen de hoeveelheid deeltjes en de gemeten NTU is niet te leggen aangezien de reflectie, vorm en kleur van de deeltjes sterk kunnen verschillen. Aanvullend onderzoek naar een verhoogde NTU wordt niet relevant geacht.

12

4 Resultaten 4.1 Toetsing grond(water) De analyseresultaten zijn getoetst aan de door het Ministerie van Infrastructuur en Milieu vastgestelde achtergrond- en interventiewaarden voor grond en de streef- en interventiewaarden voor grondwater. De achtergrondwaarden voor grond zijn vastgelegd in de Regeling bodemkwaliteit. De interventiewaarden voor grond en de streef- en interventiewaarden voor grondwater zijn vastgelegd in de Circulaire bodemsanering 2013. De toetsing aan de eisen in de Wet Bodembescherming en de Circulaire bodemsanering is beoogd om te beoordelen of er sprake is van een ernstig gevaar voor de volksgezondheid en/of het milieu. Hierbij worden de volgende waarden onderscheiden: • • •

•

achtergrondwaarde (AW) voor grond: het niveau waarbij sprake is van een duurzame kwaliteit van de grond; bij overschrijding wordt gesproken van een lichte verontreiniging; streefwaarde (S) voor grondwater: het niveau waarbij sprake is van een duurzame kwaliteit van het grondwater; bij overschrijding wordt gesproken van een lichte verontreiniging; interventiewaarde (I) bodem: het niveau waarbij de functionele eigenschappen van de bodem voor mens, plant of dier ernstig verminderd zijn of ernstig bedreigd worden; bij overschrijding wordt gesproken van een sterke verontreiniging. tussenwaarde (T): Gelijk aan het gemiddelde van de achtergrond- of streefwaarde en de interventiewaarde. Deze waarde kan, afhankelijk van het doel van het onderzoek, als triggerwaarde worden gehanteerd voor het uitvoeren van een nader onderzoek.

Conform de Regeling bodemkwaliteit zijn de analyseresultaten op basis van het gemeten lutum- en organische stofgehalte omgerekend naar deze standaardbodem en vervolgens getoetst. Zowel de originele als de gecorrigeerde analyseresultaten zijn opgenomen in de toetsingstabellen in Bijlage 5: Getoetste analyseresultaten. Hierin zijn tevens de toetsingswaarden opgenomen.

4.2 Toetsing asbest Voor asbest is geen streefwaarde vastgesteld, maar een interventiewaarde (100 mg/kg ds gewogen). Bij gehalten beneden de interventiewaarde voor asbest (gewogen) is geen sprake van locatiespecifieke risico’s. Het gewogen gehalte aan asbest wordt berekend door het gehalte aan serpentijn asbest te vermeerderen met 10 maal het gehalte aan amfibool asbest. Dit is gelijk aan de hergebruikswaarde volgens de Regeling bodemkwaliteit. Als triggerwaarde voor nader asbestonderzoek wordt 0,5 x de interventiewaarde (50 mg/kg.ds.) gehanteerd.

4.3 Verontreiniging & zorgplicht Er is sprake van een geval van ernstige verontreiniging indien in meer dan 25 m3 bodemvolume in het geval van grond- of sedimentverontreiniging, of in meer dan 100 m3 bodemvolume in het geval van grondwaterverontreiniging, het gemiddelde gehalte de interventiewaarde overschrijdt. Bij een verontreiniging met asbest in grond is het volumecriterium niet van toepassing en is bij overschrijding van de interventiewaarde direct sprake van een geval van ernstige verontreiniging.

13

De spoedeisendheid van de sanering is afhankelijk van de actuele risico's van de ernstige verontreiniging voor de volksgezondheid, het ecosysteem en verspreiding via het grondwater. Indien geen sprake is van actuele risico's, dan hebben saneringsmaatregelen geen spoed. In de Wet bodembescherming (Wbb) is in artikel 13 de zorgplicht neergelegd. Deze bepaling verplicht bij bodemverontreiniging (dus ook grondwater) tot het nemen van alle maatregelen die redelijkerwijs kunnen worden gevergd. Deze zorgplichtbepaling verplicht bij (dreigende) bodemverontreiniging, dus ook van het grondwater, tot het nemen van alle maatregelen die redelijkerwijs kunnen worden gevergd. De zorgplicht geldt alleen voor zogenaamde 'nieuwe' bodemverontreinigingen. Dit zijn bodemverontreinigingen die op of ná 1 januari 1987 zijn ontstaan.

4.4

Toetsingsresultaten

Tabel 5 Samenvatting toetsing analyseresultaten grond

Monster

MMBG1

MMBG2

MMBG3

MMOG1

GMBB02

Boring & traject (m-mv) 01: 0.00 - 0.50, 04: 0.00 - 0.50, 10: 0.00 - 0.30, 11: 0.00 - 0.50, 12: 0.00 - 0.50, 13: 0.00 - 0.50 05: 0.00 - 0.30, 06: 0.00 - 0.50, 14: 0.00 - 0.50, 16: 0.00 - 0.50, 17: 0.00 - 0.50, 18: 0.00 - 0.50, 19: 0.00 - 0.50 03: 0.00 - 0.50, 07: 0.00 - 0.50, 20: 0.00 - 0.50, 21: 0.00 - 0.50, 22: 0.00 - 0.50, 23: 0.00 - 0.50, 24: 0.00 - 0.50 01: 0.50 - 0.70, 02: 0.50 - 1.00, 03: 0.50 - 1.00, 04: 0.50 - 1.00, 05: 0.30 - 0.70, 06: 0.50 - 1.00, 07: 0.50 - 1.00 02: 0.00 - 0.50

Analysepakket

Toetsoordeel

Standaardpakket

*PAK (overschrijding achtergrondwaarde valt in de uitzonderlingsregeling waardoor het toetsoordeel van het monster terug valt in “voldoet aan achtergrondwaarde”)

Standaardpakket

*minerale olie, PAK

Standaardpakket

<

Standaardpakket

<

Standaardpakket

<

Toelichting tabel: < * **: ***

resultaat lager dan achtergrondwaarde; overschrijding achtergrondwaarde en kleiner dan tussenwaarde; overschrijding tussenwaarde en kleiner dan interventiewaarde; overschrijding interventiewaarde;

14

Tabel 6 Samenvatting toetsing analyseresultaten grondwater

Peilbuis

Filterdiepte (m-mv)

Analysepakket

Toetsoordeel

01

1,3-2,3

Standaardpakket

*zink

02

1,7-2,7

Standaardpakket

<

03

1,4-2,4

Standaardpakket

*barium, dichlooretheen

Toelichting tabel: n.a: < * **: ***

niet aanwezig resultaat lager dan streefwaarde; overschrijding streefwaarde en kleiner dan tussenwaarde; overschrijding tussenwaarde en kleiner dan interventiewaarde; overschrijding interventiewaarde;

Tabel 7 Toetsingsresultaten Asbest

Gewogen gehalte asbest grove + fijne fractie (mg/kg d.s.)

Amfibool2

Gewogen gehalte asbest fijne fractie (< 20 mm) (mg/kg d.s.)

Gewogen gehalte asbest grove fractie (>20 mm) (mg/kg d.s.) Serpentijn 1

Analyse monster fijne fractie

Analyse monster grove fractie

Inspectiegat(en)

G1

AGM1

-

-

-

75

75

G2

AGM2

-

-

-

6,5

6,5

G3, G4, G5

AGM3

-

-

-

70

70

G6, G7

AGM4

-

-

-

<0,8

<0,8

G8, G9, G10

APM1

-

-

-

8,3

8,3

Toelichting tabel: < 1: 2:

niet aanwezig resultaat lager dan streefwaarde; serpentijnasbest = chrysotiel; amfiboolasbest = amosiet, crocidoliet, anthofilliet, tremoliet en actinoliet.

4.5 Interpretatie 4.5.1 Grond Uit de analyseresultaten blijkt dat in het mengmonster van de bovengrond (MMBG1) van de geanalyseerde parameters de achtergrondwaarden voor PAK wordt overschreden. Deze overschrijding van de achtergrondwaarde valt in de uitzonderlingsregeling waardoor het toetsoordeel van het monster terugvalt in “voldoet aan achtergrondwaarde”. Verder is in het mengmonster van de bovengrond (MMBG2) een licht verhoogde concentratie met PAK en minerale olie aangetoond die de achtergrondwaarde overschrijdt. In de overige grondmonsters zijn geen verhoogde waardes aangetoond ten opzichte van de achtergrondwaarde. 15

4.5.2 Grondwater In het grondwater uit peilbuis 01 is een licht verhoogde concentratie zink aangetoond die maximaal de streefwaarde overschrijdt. In het grondwater uit peilbuis 03 is een licht verhoogde concentratie barium en dichlooretheen aangetoond die de streefwaarde overschrijdt. In het grondwater uit peilbuis 02, ter hoogte van de voormalige tank, zijn geen concentraties aangetoond die de streefwaarde overschrijden.

4.5.3 Asbest Ter hoogte van de onderzochte druppelzone is in de onderzochte monsters AGM1, AGM2 en AGM3 een gewogen asbestconcentratie aangetoond die lager is dan de interventiewaarde van 100 mg/kg d.s. Omdat bij de druppelzones bekend is dat de verontreiniging met asbest zich bevindt in de eerste meter onder de druppelzone is een aanvullend onderzoek niet noodzakelijk. In het puinpad (de oprit) is een gewogen asbestconcentratie gemeten van 8,3 mg/kg d.s. Dit is beneden de triggerwaarde waardoor een aanvullend onderzoek niet noodzakelijk wordt geacht. Op de onderzochte asbestverdachte locaties zijn geen asbestconcentraties gemeten die de interventiewaarde van 100 mg/kg d.s. overschrijden. Bij gehalten beneden de interventiewaarde voor gewogen asbest is er geen sprake van locatiespecifieke risico’s.

4.6 Toetsing hypothese De vooraf opgestelde hypothese ‘verdachte locatie’ kan formeel worden aanvaard. In de bovengrond zijn lokaal ligt verhoogde waardes PAK en minerale olie aangetoond die de achtergrondwaarde overschrijden. Verder is in het grondwater lokaal een licht verhoogde concentratie zink, en lokaal een licht verhoogde waarde barium en dichlooretheen gemeten, die de streefwaarde overschrijdt. De gemeten overschrijdingen van de achtergrond- en/of streefwaarde zijn echter dermate gering dat zij vanuit milieukundig oogpunt geen bezwaar vormen. Nader onderzoek wordt daarom niet noodzakelijk geacht.

16

5 Conclusies en aanbevelingen In opdracht van de familie heeft Best4best B.V. een verkennend bodem- en asbestonderzoek uitgevoerd op de locatie Fort 21 te Veeningen. De ligging van de locatie is weergegeven in bijlage 1. Aanleiding voor het uitvoeren van het onderzoek is de voorgenomen sloop van de huidige bebouwing om twee nieuwbouwwoningen te realiseren op het onderzochte terrein. Doel van het bodemonderzoek is het bepalen van de algemene milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (grond en grondwater), om een uitspraak te kunnen doen of deze al dan niet een belemmering vormt voor de beoogde bouw- en grondwerkzaamheden Uit het uitgevoerde verkennend bodemonderzoek blijkt dat: •

• • • • • • • •

in het mengmonster van de bovengrond (MMBG1) van de geanalyseerde parameters de achtergrondwaarden voor PAK wordt overschreden. Deze overschrijding van de achtergrondwaarde valt in de uitzonderlingsregeling waardoor het toetsoordeel van het monster terugvalt in “voldoet aan achtergrondwaarde”; in het mengmonster van de bovengrond (MMBG2) een licht verhoogde concentratie met PAK en minerale olie is aangetoond die de achtergrondwaarde overschrijdt. in de het mengmonster van de bovengrond MMBG3 en de ondergrond MMOG1 geen verhoogde waardes zijn aangetoond ten opzichte van de achtergrondwaarde; in de verdachte grondlaag ter plaatse van de voormalige olietank (GMBB02) geen verhoogde waardes ten opzichte van de achtergrondwaarde zijn gemeten; in het grondwater uit peilbuis 01 een licht verhoogde concentratie zink is aangetoond die de streefwaarde overschrijdt; in het grondwater uit peilbuis 03 een licht verhoogde concentratie barium en dichlooretheen is aangetoond die de streefwaarde overschrijdt; in het grondwater uit peilbuis 02, ter hoogte van de voormalige tank, geen concentraties zijn aangetoond die de streefwaarde overschrijden; ter hoogte van de onderzochte druppelzones geen gewogen asbestconcentratie is gemeten boven de interventiewaarde; in het mengmonster van het puinpad (de oprit) geen gewogen asbestconcentratie boven de interventiewaarde is gemeten;

De vooraf opgestelde hypothese ‘verdachte locatie’ kan formeel worden aanvaard. In de bovengrond zijn lokaal ligt verhoogde waardes PAK en minerale olie aangetoond die de achtergrondwaarde overschrijden. Verder is in het grondwater lokaal een licht verhoogde concentratie zink, en lokaal een licht verhoogde waarde barium en dichlooretheen gemeten, die de streefwaarde overschrijdt. De gemeten overschrijdingen van de achtergrond- en/of streefwaarde zijn echter dermate gering dat zij vanuit milieukundig oogpunt geen bezwaar vormen. Nader onderzoek wordt daarom niet noodzakelijk geacht. Er zijn vanuit milieuhygienisch oogpunt geen belemmeringen voor de voorgenomen bouw- en grondwerkzaamheden van de onderzoekslocatie. Volledigheidshalve wordt opgemerkt, dat rekening gehouden dient te worden gehouden met het gegeven, dat bij eventuele toekomstige grondwerkzaamheden mogelijk aanvullende analyses noodzakelijk zijn en de grond mogelijk niet zonder restricties buiten de locatie kan worden toegepast. Het Besluit Bodemkwaliteit zal dan van kracht kunnen worden.

17

Bijlagen

18

Bijlage 1: Ligging van locatie

19

Bijlage 2: Situatieschets

20

Bijlage 3: Boorbeschrijving

Bijlage 4: Analysecertificaten

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12515837/1