Beleidsnota probleemsoorten (flora) gemeente De Wolden
Tekst van het document
NOTA PROBLEEMSOORTEN GEMEENTE DE WOLDEN
INHOUDSOPGAVE H1. Inleiding................................................................................................................................ 3 1.1 Aanleiding en doel ............................................................................................................ 3 1.2 Definitie ............................................................................................................................. 3 1.3 Scope ................................................................................................................................. 3 1.3 Werken aan een ecologisch evenwicht ............................................................................. 3 1.5 Leeswijzer .......................................................................................................................... 3 H2. Soorten in Nederland ........................................................................................................... 4 H3. Soorten in Drenthe............................................................................................................... 5 3.1 Overzichtstabel voorkomende invasieve landplantensoorten Drenthe ........................... 5 3.2 Overzichtstabel voorkomende invasieve oever- en waterplantensoorten Drenthe ......... 6 H4.
Aanpak Gemeente De Wolden ............................................................................................ 7 4.1 Beslisboom handelen bij probleemsoorten ...................................................................... 7 4.2 Jakobskruiskruid ................................................................................................................ 9 4.3 Trends en ontwikkelingen blijven volgen, en schakelen indien nodig ............................ 10 Bijlage I, Unielijst invasieve exoten .......................................................................................... 11 Landsoorten .......................................................................................................................... 11 Oever- en waterplanten ........................................................................................................ 13 Bijlage II, Attentielijst invasieve exoten .................................................................................... 14 Landplanten .......................................................................................................................... 14 Oever- en waterplanten ........................................................................................................ 15 Bijlage III, Werkprotocol aanpak probleemsoorten (dynamisch document) ...........................
16 Landplanten .......................................................................................................................... 16 Oever- en waterplanten ........................................................................................................ 26 Bijlage IV, Beslisboom duizendknoopsoorten .......................................................................... 31 Bijlage V, Bronvermelding......................................................................................................... 32
2
H1. INLEIDING 1.1 AANLEIDING EN DOEL Steeds vaker krijgt gemeente De Wolden de vraag hoe om te gaan met de probleemsoorten die een groeiend probleem vormen in onze gemeente. Zo zorgen enkele plantensoorten voor overlast (bv. Brandwonden) of brengen ze schade toe aan de omgeving (bv. Aan riolering). Probleemsoorten vormen een groeiend probleem onder invloed van klimaatverandering, ons klimaat wordt steeds geschikter voor uitheemse soorten. Daarnaast bevordert globalisering de uitwisseling van planten en zaden. Reden genoeg dus, om in deze beleidsnota helderheid te scheppen over de aanpak van de gemeente. Deze nota geeft praktische informatie voor het herkennen, beheren of bestrijden van de meest voorkomende probleemsoorten.
1.2 DEFINITIE Met de term ‘probleemsoorten’ wordt in deze nota de volgende definitie gehanteerd: Zowel inheemse als uitheemse soorten die een bedreiging vormen of schadelijk zijn voor de biodiversiteit en (lokale) ecosystemen. Voorbeelden van probleemsoorten zijn de reuzenberenklauw, reuzenspringbalsemien en grote waternavel.
1.3 SCOPE Met betrekking tot beleid rondom probleemsoorten kunnen verschillende schaalniveaus worden benoemd. In deze nota wordt stilgestaan bij de wet, beleid en regelgeving op Europees, Nationaal, Provinciaal en Gemeentelijk niveau (Venema, z.d.). Hiervoor zijn verschillende bronnen gebruikt, welke te vinden zijn in bijlage V. In deze nota wordt enkel ingezoomd op invasieve plantensoorten. De provincie is verantwoordelijk voor het nemen van de juiste beheermaatregelen rondom dieren. Verschillende trends en ontwikkelingen kunnen om aanpassingen van beleid vragen, daarom is een beleidsstuk nooit af. Nieuwe soorten kunnen een intrede doen in Nederland, en ook wetgeving kan veranderen. Het blijft belangrijk mee te gaan met nieuwe ontwikkelingen, en daarom moet dit document beschouwd worden als een dynamisch document.
1.3 WERKEN AAN EEN ECOLOGISCH EVENWICHT Naast de focus op de probleemsoort zelf, wordt ook breder gekeken hoe de verspreiding van probleemsoorten te verminderen. Hierbij kan worden gedacht aan het verhogen van de biodiversiteit, zodat inheemse planten meer weerstand kunnen bieden tegen de probleemsoort. Het is belangrijk steeds te blijven werken aan een ecologisch evenwicht in de plant- en diersoorten. Deze manier van aanpak is niet alleen nodig voor een adequate bestrijding van de probleemsoorten, maar ligt ook in lijn met de eerder vastgestelde nota volksgezondheid, de woonzorgvisie, het aanvalsplan groenblauw, de LAS en LUA. Aankomende periode blijven we werken aan een gezond ecologisch evenwicht in de plant- en diersoorten, o.a. door in te zetten op ecologisch bermbeheer, beheer met maatwerk, herstel van landschapselementen etc.
1.5 LEESWIJZER In deze nota wordt het EU-beleid, landelijke beleid en provinciale beleid vertaald naar beleid voor gemeente De Wolden. Daarna wordt per soort de handelingswijze toegelicht.
3
H2. SOORTEN IN NEDERLAND Per augustus 2016 is er een Europees verbod op het bezit, handel, kweek, transport en import van een aantal schadelijke exotische planten en dieren. Deze soorten staan opgenomen in de zogenoemde Unielijst. De Unielijst is opgesplitst in verschillende delen. Voor deze beleidsnota zijn de onderdelen ‘terrestrische planten/landplanten’ en ‘oever- en waterplanten’ relevant. Met landplanten wordt gedoeld om kruiden, struiken en bomen die op het land groeien. De soorten hebben sterk invasieve eigenschappen, omdat ze zich snel uitbreiden via worteluitlopers en zaden. Met oever- en waterplanten wordt gedoeld om invasieve oever- en waterplanten die bv. In watergangen terecht komen doordat aquaria buiten worden leeggegooid. Deze twee onderdelen van de lijst staan opgenomen onder bijlage I. Voor soorten van de Unielijst geldt dat ze moeten worden beheerst. Onder beheersbaar wordt verstaan: • Dat er geen nieuwe groeiplaatsen bij mogen komen. • De omvang van bestaande locaties gelijk blijft of afneemt. Op de Unielijst staan ook dieren die invasief gedrag vertonen. Deze soorten worden niet verder behandeld in deze nota en staan ook niet opgenomen in de bijlagen. Provincies zijn verantwoordelijk voor het nemen van de juiste beheermaatregelen. Zij kunnen dit in afstemming doen met water- en terreinbeherende organisaties.
Naast de Unielijst bestaat ook een attentielijst. Op de attentielijst staan invasieve exoten waarvoor nog geen speciale regels gelden, maar die wel schade veroorzaken. Het advies van de Rijksoverheid is daarom om wel maatregelen te nemen om te voorkomen dat deze probleemsoorten in de natuur terechtkomen of zich verder verspreiden. De attentielijst is opgenomen in bijlage II.
4
H3. SOORTEN IN DRENTHE In dit hoofdstuk wordt specifiek ingezoomd op probleemsoorten die in Drenthe voorkomen of naar verwachting hun intrede gaan doen in Drenthe. Hierbij is wederom onderscheid gemaakt tussen landplanten en oever- en waterplanten. Een uitgebreide uitwerking van de planten is opgenomen in de bijlage III. In deze bijlage komen de kenmerkende eigenschappen van de soort aanbod én wordt duidelijk op welke manier de soort het best bestreden kan worden. Hierbij moet duidelijk worden vermeld dat het beheer is gericht op het voorkomen van verdere verspreiding van de soort. Bestrijding is erop gericht een plant op een bepaalde locatie te verwijderen (bv. Omdat de plant een bedreiging vormt voor de volksgezondheid). Het volledig elimineren van bepaalde soorten is niet haalbaar en ook niet het doel van de lijsten. Tot onderstaande lijsten is gekomen door de Unielijst (EU) en Attentielijst (A) te combineren. Vervolgens is via de verspreidingsatlas nagegaan of de soort ook in Drenthe voor komt. Dat de plant op onderstaande lijst staat, hoeft niet automatisch te betekenen dat de soort hedendaags in gemeente De Wolden voorkomt. Sommige soorten zijn opgenomen, omdat de kans reëel is dat de soort zich vestigt in gemeente De Wolden vanuit andere Drentse gebieden.
3.1 OVERZICHTSTABEL VOORKOMENDE INVASIEVE LANDPLANTENSOORTEN DRENTHE Soortnaam
Lijst
Wat te doen bij bestrijding
EU EU
Verplichting/ Afspraak Beheren Beheren
Afghaanse duizendknoop Boomwurger Hemelboom Reuzenbalsemien Reuzenberenklauw
EU EU EU
Beheren Beheren Beheren
Zijdeplant Japanse duizendknoop Sachalinse duizendknoop Alsemambrosia Amerikaanse vogelkers
EU A A A A
Beheren Geen Geen Geen Geen
Bastaardduizendknoop Klein springzaad Oranje springzaad Tweekleurig springzaad Canadese kornoelje
A A A A A
Geen Geen Geen Geen Geen
Dwergmispels
A
Geen
Grijs kronkelsteeltje Rimpelroos Trosbosbes
A A A
Geen Geen Geen
Niet aanplanten. Verwijderen opschot. Maaien voor de bloei (juni/juli) Meerdere keren per jaar maaien tussen mei en augustus. Maaien voor de bloei. Meerdere keren per jaar maaien Maaien met maai-zuigcombinatie Maaien met maai-zuigcombinatie Gehele plant verwijderen voor de bloei Gehele plant verwijderen verwijderen/afzagen Maaien met maai-zuigcombinatie Maaien voor de bloei (mei/juni) Maaien voor de bloei (juni/juli) Maaien voor de bloei (juni/juli) Niet aanplanten. Nog geen bestrijding gevonden Niet aanplanten. Afzagen/verwijderen opschot. Nog geen bestrijding gevonden Niet aanplanten. Verwijderen. Niet aanplanten. Plant incl. wortels in zijn geheel verwijderen (uitsteken).
5
Meerdere keren per jaar maaien Verwijdering voor vruchtvorming
3.2 OVERZICHTSTABEL VOORKOMENDE INVASIEVE OEVER- EN WATERPLANTENSOORTEN DRENTHE Soortnaam
Lijst
Wat te doen bij bestrijding
EU EU
Verplichting/ Afspraak Beheren Bij waarneming direct actie
Grote waternavel Kleine waterteunisbloem Moeraslantaarn Ongelijkbladig vederkruid Parelvederkruid Smalle waterpest Verspreidbladige waterpest Watersla Waterhyacint
EU EU
Bij waarneming direct actie Beheren
Volledig verwijderen Volledig verwijderen
EU EU EU
Beheren Beheren Beheren
EU EU
Beheren Bij waarneming direct actie
EU EU A A A
Beheren Beheren Beheren Beheren Beheren
Volledig verwijderen Verwijderen in de zomer Volledig verwijderen en verspreiding voorkomen Volledig verwijderen Verspreiding voorkomen. Volledig verwijderen. Volledig verwijderen. Volledig verwijderen Volledig verwijderen Verspreiding voorkomen. Volledig verwijderen
Waterteunisbloem Waterwaaier Egeria Grote kroosvaren Watercrassula
6
Volledig verwijderen Volledig verwijderen
H4. AANPAK GEMEENTE DE WOLDEN Vanuit Europees beleid, te denken valt aan de Unielijst en aan de Wet natuurbescherming, worden maatregelen opgesteld die gemeente De Wolden verplicht is om uit te voeren. Tevens kunnen afspraken worden gemaakt met andere overheden (bv. Provincie en Waterschappen) of terreinbeherende organisaties over manieren om een soort te bestrijden. Provincie Drenthe heeft aangegeven dat een aantal soorten die in opkomst zijn, bij voorkeur geëlimineerd moeten worden, wanneer ze worden waargenomen. Dit om te voorkomen dat de plant zich in Drenthe gaat vestigen. Verder zijn er geen verplichtingen als het gaat om verplicht bestrijden of elimineren van soorten bij ons in de gemeente. De regelgeving vanuit de Rijksoverheid is vooral gericht op het verbod op bezit, handel, kweek, transport, import en beheren van soorten die op de unielijst en attentielijst staan (zie ook H3).
4.1 BESLISBOOM HANDELEN BIJ PROBLEEMSOORTEN Om te zorgen dat probleemsoorten geen overhand krijgen op onze lokale ecosystemen en bijbehorende biodiversiteit, moet worden ingezet op het voorkomen van verdere verspreiding door toepassing van beheer. Elke probleemsoort vraagt om een andere bestrijdings-/beheerwijze, daarom is in bijlage III een werkprotocol opgenomen, hoe te handelen per probleemsoort. Deze werkwijze wordt elke twee jaar geëvalueerd door de interne werkgroep. Overkoepelend wil de gemeente de Wolden echter wel één aanpak hanteren. Figuur 1 geeft een beslisboom weer die gebruikt wordt om te bepalen of gehandeld moet worden bij het signaleren van een probleemsoort. Hierbij wordt als uitgangspunt gehanteerd dat actief wordt ingegrepen op locaties waar een plant schade brengt aan mensen of aan de omgeving. Op plekken waar probleemsoorten geen schade aan mensen of de omgeving brengt, wordt alleen het wettelijk verplichte beheer uitgevoerd. Reden hiervoor is o.a. dat probleemsoorten een invasief karakter hebben, maar wel van ecologische waarde kunnen zijn. Het grootschalig verwijderen van probleemsoorten kan daarom ook een negatieve impact hebben op het lokale ecologische systeem en de balans daarin. De aanpak van een probleemsoort kan dus per plant en per locatie verschillend zijn.
Plekken waar een plant schade aan kan brengen aan de omgeving of mensen zijn bijvoorbeeld locaties rondom scholen, verzorgingstehuizen, speelplekken, dorpscentra, drukke wandel- en fietspaden etc. Specifieke aandacht vragen invasieve oever- en waterplanten. Deze verspreiden zich gemakkelijk stroomafwaarts en zijn lastig te verwijderen. Als er kleine stukjes achterblijven, groeit de plant in veel gevallen gemakkelijk verder. Wel kunnen preventieve maatregelen worden genomen, zoals het plaatsen van een filter of drijvend scherm voor een duiker die in verbinding staat met een achterliggend watersysteem waar een probleemsoort zich bevindt. Op plekken waar dit nodig is worden dergelijke maatregelen genomen. Verder zal actief afstemming en samenwerking worden gezocht met Waterschap Drents Overijsselse Delta en Waterschap Vechtstromen over de aanpak van de invasieve oever- en waterplanten.
7
Figuur 1, Beslisboom handelen bij probleemsoorten
Bovenstaande beslisboom geldt niet voor de duizendknoopsoorten. Hiervoor is een aparte beslisboom opgesteld. Deze is opgenomen in bijlage IV.
8
4.2 JAKOBSKRUISKRUID Een veel voortkomende soort in onze gemeente, waar bewoners overlast van ondervinden is jakobskruiskruid. Jakobskruiskruid is een inheemse plant en een echte pionier. Hij kan zich alleen vestigen in verstoord gebied, op open plekken in vegetatie (bv. Braakliggend terrein en intensief begraasde weilanden). De plant verdwijnt na een aantal jaren vanzelf weer op een plek, als het de bodem heeft hersteld. Daarnaast heeft de plant ecologische waarde, het vormt een belangrijke voedselbron voor veel insecten. Jakobskruiskruid staat bekend om zijn toxische eigenschappen. Vooral het blad en de bloem bevatten verschillende alkaloïden die op zichzelf niet giftig zijn, maar ze kunnen in de darmen en lever van veel zoogdieren worden omgezet naar toxische moleculen. De meeste dieren vermijden de plant liever, om zijn bittere smaak en geur. Echter als de plant gedroogd is, verdwijnt de geur, maar blijven de schadelijke eigenschappen intact. Hiermee vormt de gedroogde variant het grootste risico voor vee. Jakobskruiskruid is zeer lastig te bestrijden. Preventie en beheersing door particulieren is mogelijk door een weide goed te onderhouden en overbegrazing te voorkomen. De gemeente kan sturen op een hoge soortenrijkdom op gemeentelijke grond.
Deze maatregelen dragen bij aan het verminderen van bodemverstoring én het geven van concurrentiedruk, om het opkomen van jakobskruiskruid te beperken (Beekmann, Bruinsma, Grasdijk - de Haan, Rompas, & van der Waals, z.d.). Protocol bestrijding Wettelijk gezien hebben gemeenten geen verplichting om jakobskruiskruid te bestrijden. Lage dichtheden van jakobskruiskruid vormen over het algemeen geen probleem. Door ecologisch bermbeheer toe te passen wordt de soort in bedwang gehouden. Echter wil de gemeente wel een duidelijke leidraad opzetten wanneer de gemeente wel en niet moet handelen bij een waarneming van jakobskruiskruid op gronden van de gemeente. Hierbij wordt het protocol van de Provincie Drenthe aangehouden als rode lijn. Figuur 2 geeft de beslisboom weer die gehanteerd wordt om te bepalen of wel of niet gehandeld moet worden door de gemeente. In bijlage III staat de bestrijdingswijze beschreven.
Figuur 2, Beslisboom handelen bij waarneming jakobskruiskruid
9
4.3 TRENDS EN ONTWIKKELINGEN BLIJVEN VOLGEN, EN SCHAKELEN INDIEN NODIG Op het gebied van beheer van probleemsoorten zijn veel pilots gaande in Nederland waarin verschillende methoden worden getest. Belangrijk is dan ook om de trends en ontwikkelingen actief te volgen en evt. het uitgevoerde beheer hierop aan te passen. Daarnaast is het van belang aansluiting te blijven zoeken met andere partijen en samen te werken rondom de aanpak van probleemsoorten. Om ervoor te zorgen dat de aanpak van probleemsoorten in het werkprotocol werkbaar is en blijft voor de uitvoering én om deze te stoelen op de laatste conclusies uit onderzoeken, wordt tweejaarlijks een evaluatie van het werkprotocol gehouden met de interne werkgroep probleemsoorten. Daarnaast wordt afgestemd met beheer en uitvoering dat locaties waar probleemsoorten voorkomen in beeld worden gebracht en worden gemonitord. Dit zodat indien nodig tijdig kan worden bijgestuurd. Gegevens die zij hierbij in beeld brengen zijn: • Om welke soort gaat het? • Op welke locatie staat de soort? • Om hoeveel m2 gaat het? • Welke kosten zijn/worden gemaakt per locatie?
Heeft u dit beleidsdocument gelezen en wilt u zelf ook aan de slag om te voorkomen dat probleemsoorten zich verspreiden? U kunt ook helpen! Bijvoorbeeld door: • Geen tuin- of aquarium afval achterlaten in de natuur. Dit lijkt onschuldig, maar veel van de probleemsoorten komen die manier in de natuur terecht. De planten uit de tuinen of aquaria hebben andere eigenschappen dan de inheemse soorten, en kunnen de inheemse soorten hiermee wegconcurreren. • Probleemsoorten op eigen grond bestrijden Als je een probleemsoort in de tuin hebt kun je deze zelf bestrijden. Let erop dat de wortels en zaden van de planten zich niet verder verspreiden. Voer de planten, of delen van de planten, daarom af met het restafval en gooi het niet in de groencontainer. Het gebruik van giftige middelen om planten te bestrijden, schaad vaak ook de bodem en biodiversiteit. Daarom wordt dit afgeraden. • Let goed op welke planten je koopt in het tuincentrum. Kijk op https://www.floron.nl/tuinernietin voor advies voordat je een plant koopt. Deze site is speciaal ontwikkeld om je te helpen met de keuze voor een tuin- en vijverplant. Denk hierbij aan informatie over geschikte groeicondities, of de soort potentieel invasief wordt geacht én eventuele alternatieven voor de soort. • Waarnemingen doorgeven Dit kan via de app van de NDFF (Nationale Databank Flora en Fauna) en waarneming.nl.
Onder andere gemeentes en terreinbeherende organisaties maken gebruik van gegevens uit deze databank. • Vrijwilligerswerk Bij verschillende organisaties, waaronder IVN, landschapsbeheer Drenthe en natuurverenigingen, kunt u vrijwilliger worden en meehelpen om probleemsoorten te beheren. 10
BIJLAGE I, UNIELIJST INVASIEVE EXOTEN LANDSOORTEN Soortnaam
Latijnse naam
Op de Unielijst sinds
Voorkomen in Nederland (verwilderd)
Afghaanse duizendknoop
Persicaria wallichii, synoniem Koenigia polystachya
2022
Amerikaans bezemgras Ballonrank
Andropogon virginicus Cardiospermum grandiflorum
2019
Boomwurger (Regels gaan 5 jaar na 2022 in i.v.m. overgangstermijn) Chinese struikklaver
Celastrus orbiculatus
2022
Zeldzaam in Nederland. Plant groeit verspreid over het hele land, met een concentratie van groeiplaatsen op de Utrechtse heuvelrug. Komt niet voor in Nederland. Komt voor in warme landen. Komt niet voor in Nederland. Bij het huidige klimaat is de kans daarop gering. Zeldzaam in Nederland. Kans op natuurlijke verspreiding is groot.
Lespedeze cuneata
2019
Fraai lampenpoetsersgras
Cenchrus setaceus, synoniem Pennisetum setaceum Gunnera tinctioria
2017
Hakea
Persicaria perfoliata, synoniem Polygonum perfoliatum Hakea sericea
Hemelboom
2019
Voorkomen in Drenthe volgens de NDFF Ja
Nee Nee
Ja
Komt niet voor in Nederland en kan zich in het huidige klimaat niet in Nederland vestigen i.v.m. te lage temperaturen. Komt niet voor in Nederland. Komt voor in warme, droge landen.
Nee
Nee
2016
Komt niet voor in Nederland. Zou zich wel kunnen vestigen in Nederland. Komt niet voor in Nederland.
2022
Komt niet voor in Nederland.
Nee
Ailanthus altissima
2019
Ja
Hoog Pampagras
Cortaderia jubata
2019
Japanse klimvaren
Lygodium japonicum Microstegium vimineum
2019
Komt algemeen voor in Nederland. Voornamelijk in stedelijk gebied. Komt niet voor in Nederland, maar zou zich wel kunnen vestigen in Nederland. Komt niet voor in Nederland.
2017
Komt niet voor in Nederland.
Nee
Gewone gunnera
Gestekelde duizendknoop
Japans steltgras
2017
11
Nee
Nee
Nee
Nee
Kudzu
Pueraria montana var. Labota
2016
Mesquite
Prosopis juliflora
2019
Oosterse hop
Humulus scandens
2019
Perzische berenklauw
Heracleum persicum Impatiens glandulifera Heracleum mantegazzianum
2016
Roze rimpelgras
Ehrharta calycina
2019
Schijnambrosia
2016
Talgboom
Parthenium hystorophorus Heracleum sosnowskyi Baccharis halimifolia Triadica sebifera
Wilgacacia
Acacia salingna
2019
Zijdeplant
Asclepias syriaca
2017
Reuzenbalsemien Reuzenberenklauw
Sosnowsky’s berenklauw Struikaster
2017 2017
2016 2016 2019
Komt niet voor in Nederland. Behoeft hoge temperaturen en veel neerslag. Komt niet voor in Nederland en kan zich in het huidige klimaat niet vestigen. De plant is namelijk gevoelig voor vorst. Komt niet voor in Nederland en kan zich in het huidige klimaat niet vestigen i.v.m. te lage temperatuur. Komt nog niet voor in Nederland. Komt wijdverspreid voor in Nederland. Komt algemeen voor in Nederland, voornamelijk in stedelijk gebied. Komt niet voor in Nederland en kan zich niet vestigen omdat het klimaat ongeschikt is. Ook bij de verwachtte klimaatverandering kan de soort zich in de toekomst niet in Nederland vestigen. Komt niet voor in Nederland i.v.m. ongeschikt klimaat. Komt nog niet voor in Nederland. Komt incidenteel voor in Nederland. Komt niet voor in Nederland en kan zich in het huidige klimaat niet vestigen i.v.m. te lage temperaturen in de winter. Komt niet voor in Nederland en kan zich in het huidige klimaat niet vestigen i.v.m. te lage temperaturen in de winter. In de toekomst is het klimaat in Nederland wellicht wel geschikt voor vestiging. Komt zeer weinig voor in Nederland. Wordt in natuurterreinen in de duinen actief bestreden.
Nee
Nee
Nee
Nee Ja Ja
Nee
Nee Nee Nee Nee
Nee
Ja
Tabel 1, Unielijst invasieve landsoorten (Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit, z.d.) en (Nationale Databank Flora en Fauna, z.d.)
12
OEVER- EN WATERPLANTEN Soortnaam
Latijnse naam
Op de Unielijst sinds
Voorkomen in Nederland (verwilderd)
Alligatorkruid
Alternanthera philoxeroides
2017
Grote vlotvaren
Salvinia molesta
2019
Grote waternavel
Hydrocotyle ranunculoides Ludwigia peploides Lysichiton americanus Myriophyllum heterophyllum Myriophyllum aquaticum Gymnocoronis spilanthoides
2016
Komt niet voor in Nederland. Het is niet uitgesloten dat het klimaat in de toekomst wel geschikt is voor vestiging. Heeft zich niet gevestigd in Nederland, maar komt voor op plekken waar mensen overtollige planten uit vijver of aquarium weggooien. Komt wijdverspreid voor in Nederland.
Smalle waterpest Verspreidbladige waterpest Watersla (Regels gaan 2 jaar na datum in i.v.m. overgangstermijn)
Elodea nuttallii Lagarosiphon major Pistia stratiotes
2017 2016
Waterhyacint
Pontederia crassipes, synoniem Eichhornia crassipes Ludwigia grandiflora Cabomba caroliniana
2016
Kleine waterteunisbloem Moeraslantaarn Ongelijkbladig vederkruid Parelvederkruid Smalle theeplant
Waterteunisbloem Waterwaaier
2016
Voorkomen in Drenthe volgens de NDFF Nee
Nee
Ja Ja
2016
Komt voor op een klein aantal locaties in Nederland. Komt voor in Nederland.
2017
Komt voor in Nederland.
Ja
2016
Komt voor in Nederland.
Ja
2019
Komt niet voor in Nederland. In het huidige klimaat kan de plant zich niet goed vestigen in Nederland (alhoewel in 2019 wel een locatie is gevonden, waar de planten stonden en de winter hebben overleefd). In de toekomst is het klimaat in Nederland wellicht wel geschikt voor vestiging. Komt wijdverspreid voor in Nederland. Komt in grote delen van Nederland voor, met name in stedelijk gebied. Is in Nederland nog niet winterhard, maar komt in de zomermaanden in Nederland verspreid en kortstondig voor. In de toekomst is het klimaat in Nederland wel matig geschikt voor het vestigen van watersla. Komt in heel Nederland voor, maar sterft af in de winter. De plant kan zich daarom niet vestigen in ons land. Voorkomen neemt af sinds verbod op verhandeling. Komt wijdverspreid voor in Nederland.
Nee
Komt op een aantal locaties, verspreid over heel Nederland voor.
Ja
2022
2016 2016
Ja
Ja Ja Ja
Ja
Ja
Tabel 2, Unielijst invasieve oever- en waterplanten (Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit, z.d.) en (Nationale Databank Flora en Fauna, z.d.)
13
BIJLAGE II, ATTENTIELIJST INVASIEVE EXOTEN LANDPLANTEN Soortnaam
Latijnse naam
Voorkomen in Nederland (verwilderd)
Ambrosia artemisiifolia Amerikaanse vogelkers Prunus serotina
Komt in Nederland vrij algemeen voor.
Alsemambrosia
Komt in Nederland vrij algemeen voor op zandgronden. Bastaardduizendknoop Fallopia x bohemica Komt in Nederland wijdverspreid voor. Wordt nogal eens aangezien voor Japanse Duizendknoop. Bont springzaad Impatiens Heeft zich nog niet in Nederland gevestigd. edgeworthii Incidentele waarnemingen bekend. Grote kans op vestiging in Nederland. Canadese kornoelje Cornus sericea Komt algemeen voor in Nederland. Driedelige ambriosia Ambriosia trifida Komt weinig in Nederland voor. Groeiplaatsen zijn vaak onbestendig, omdat de plant alleen in warme zomers kiemkrachtige zaden kan produceren. Dwergmispels Cotoneaster spp. In Nederland hebben tien soorten dwergmispels zich gevestigd. Het voorkomen van de diverse soorten verschilt sterk per soort. Grijs kronkelsteeltje Campylopus Komt algemeen voor in Nederland, vooral op introflexus open zandgronden in de duinen en op de heide. Japanse duizendknoop Fallopia japonica Komt wijdverspreid voor in Nederland. Klein springzaad Impatiens parviflora Komt wijdverspreid voor in Nederland. Aantal waarnemingen neemt toe. Oranje springzaad Impatiens capensis Komt weinig voor in Nederland, maar aantal waarnemingen neemt toe. Rimpelroos Rosa rugosa Komt in Nederland vrij algemeen voor, vooral in kustgebieden. Sachalinse Fallopia Komt weinig voor in Nederland. duizendknoop sachalinensis Trosbosbes Vaccinium Komt weinig voor in Nederland.
Groeit alleen in corymbosum voedselarme, vochtige tot natte, zure grond zoals de heide, hoogveenmoeras, bos en langs hoogveenvennen. Tweekleurig Impatiens balfourii Komt weinig voor in Nederland. Het aantal springzaad waarnemingen is de afgelopen jaren echter snel toegenomen, vooral in stedelijk gebied. Zandambriosia Ambriosia Komt zelden voor in Nederland. Er zijn geen psilostachya aanwijzingen van toename. Tabel 3, Attentielijst invasieve landplanten (Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit, z.d.) en (Nationale Databank Flora en Fauna, z.d.)
14
Voorkomen in Drenthe volgens de NDFF Ja Ja Ja
Nee
Ja Nee
Ja
Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja
Ja
Nee
OEVER- EN WATERPLANTEN Soortnaam
Latijnse naam
Voorkomen in Nederland (verwilderd)
Egeria
Egeria densa
Grote kroosvaren
Azolla filiculoides
Hydrilla Watercrassula
Hydrilla verticillata Crassula helmsii
Komt in Nederland verspreidt voor, vooral in stedelijk gebied. Aantal gevestigde plekken neemt toe. Komt vrij algemeen voor in Nederland, vooral in het westen en het rivierengebied. Komt niet in Nederland voor. Komt wijdverspreid voor in Nederland.
Tabel 4, Attentielijst invasieve oever- en waterplanten (Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit, z.d.) en (Nationale Databank Flora en Fauna, z.d.)
15
Voorkomen in Drenthe volgens de NDFF Ja
Ja Nee Ja
BIJLAGE III, WERKPROTOCOL AANPAK PROBLEEMSOORTEN (DYNAMISCH DOCUMENT)
EU → Unielijst. Voor soorten op de Unielijst geldt dat ze moeten worden beheerst. Hieronder wordt verstaan dat er geen nieuwe groeiplaatsen bij mogen komen en dat de omvang van bestaande locaties gelijk blijft of afneemt. A → Attentielijst. Op de attentielijst staan soorten waarvoor nog geen speciale regels gelden, maar die wel schade veroorzaken. Advies van de Rijksoverheid is dan ook om wel maatregelen te nemen om te voorkomen dat deze probleemsoorten in de natuur terechtkomen of zich verder verspreiden. Voor onderstaande beschrijvingen is gebruik gemaakt van de factsheets die door de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit beschikbaar zijn gesteld (Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit, z.d.). Onderstaande werkprotocollen moeten worden gebruikt naast de beslisboom zoals genoemd op pagina 8. Als uit de beslisboom blijkt dat actie moet worden ondernomen, worden onderstaande werkprotocollen ingezet. Algemeen: • Maak gebruikte materialen, machines en kleding incl. schoenprofielen, goed schoon voordat ze de locatie verlaten of naar een niet besmet gebied gaan om verdere verspreiding te voorkomen. LANDPLANTEN Afghaanse Duizendknoop (EU) Persicaria wallichii, synoniem Koenigia polystachya Kenmerken De Afghaanse duizendknoop kan 30 tot 150 cm hoog worden. De bladeren zijn langwerpig, 8-20 cm lang en hebben een toegespitste top en een afgeknotte/iets hartvormige bladvoet.
De onderzijde is vaak behaard. De stengels zijn hol, rechtopstaand en vertakt. De plant sterft tegen de winter af. De plant bloeit van augustus t/m oktober en heeft crème-witte, soms iets roze, kleine bloemen. In Nederland worden geen rijpe zaden gevormd. De Afghaanse duizendknoop komt in Nederland vrij weinig voor. De plant groeit vooral op niet beheerde standplaatsen, bv. Langs beken, in bermen, bosranden etc. Werkprotocol 1. Groeiplaatsen uit het regulier maaibeheer halen. a. Tijdens reguliere maairondes, 3 meter rond groeiplaatsen met duizendknoop heen maaien. 2. Groeiplaatsen tijdens aparte maaironde 4 tot 6 keer per jaar maaien met maai-zuigcombinatie. In ieder geval een maaironde in september uitvoeren. Bij renovatievakken lokaal zeven en 2 tot 3 keer nabehandelen met elektrocutie.
Japanse Duizendknoop (wordt samen met de Sachalinse en Bastaard duizendknoop, ook wel Aziatische duizendknoop genoemd) (A) Fallopia japonica Kenmerken De Japanse Duizendknoop is een 1 tot 3 meter hoge, overblijvende plant. De stengels zijn hol, rechtopstaand, roodbruin gevlekt en sterven af in de winter. De bladeren hebben de vorm van een ei met een recht afgeknotte bladvoet. De bladeren zijn 10-15 cm lang, leerachtig en van onderen kaal. De plant bloeit van juli t/m september met crème-witte, soms wit-roze, kleine bloemen. De plant groeit graag op zonnige tot halfschaduw plaatsen, op verschillende grondsoorten, vooral op vochtige, nitraatrijke grond. De Japanse Duizendknoop is zeer invasief. De plant komt wijdverspreid voor in Nederland. De plant kan grote schade veroorzaken aan funderingen, verhardingen, infrastructuur, rioleringen etc. Ook kan de plant zorgen voor economische schade bij jonge aanplant in de bosbouw. Werkprotocol 1. Groeiplaatsen uit het regulier maaibeheer halen. a. Tijdens reguliere maairondes, 3 meter rond groeiplaatsen met duizendknoop heen maaien. 2. Groeiplaatsen tijdens aparte maaironde 4 tot 6 keer per jaar maaien met maai-zuigcombinatie. In ieder geval een maaironde in september uitvoeren. Bij renovatievakken lokaal zeven en 2 tot 3 keer nabehandelen met elektrocutie.
Sachalinse duizendknoop (wordt samen met de Sachalinse en Bastaard duizendknoop, ook wel Aziatische duizendknoop genoemd) (A) Fallopia sachalinensis Kenmerken De Sachalinse duizendknoop kan tot 4 meter hoog worden. De bladeren hebben een stompe tot zwak spitse top en een hartvormige bladvoet. De balderen zijn 10-30 cm lang en op de bladnerven aan de onderzijde staan buigzame haren van max. 1 mm. De plant bloeit van augustus t/m oktober met crème-witte soms iets groenige kleine bloemen. De stengels van de plant zijn hol, rechtopstaand en amper vertakt. De plant sterft in de winter af. Stuifmeel van de Sachalinse duizendknoop kan de vrouwelijke bloemen van de Japanse duizendknoop bevruchten, waardoor de bastaardduizendknoop ontstaat. De plant groeit graag op zonnige tot halfschaduw plaatsen, op verschillende grondsoorten, vooral op vochtige, nitraatrijke grond. De plant komt in Nederland vrij weinig voor. De plant kan grote schade veroorzaken aan funderingen, verhardingen, infrastructuur, rioleringen etc. Ook kan de plant zorgen voor economische schade bij jonge aanplant in de bosbouw. Werkprotocol 1. Groeiplaatsen uit het regulier maaibeheer halen. a. Tijdens reguliere maairondes, 3 meter rond groeiplaatsen met duizendknoop heen maaien. 2. Groeiplaatsen tijdens aparte maaironde 4 tot 6 keer per jaar maaien met maai-zuigcombinatie.
In ieder geval een maaironde in september uitvoeren. Bij renovatievakken lokaal zeven en 2 tot 3 keer nabehandelen met elektrocutie.
17
Bastaardduizendknoop (wordt samen met de Sachalinse en Bastaard duizendknoop, ook wel Aziatische duizendknoop genoemd) (A) Fallopia x bohemica Kenmerken De Bastaardduizendknoop wordt ook wel Basterd- of Boheemse duizendknoop genoemd. De plant is ontstaan door de bevruchting van de vrouwelijke bloemen van de Japanse Duizendknoop met stuifmeel van de Sachalinse duizendknoop. De Bastaardduizendknoop kan tot 3,5 meter hoog worden en heeft rechte tot zwak hartvormige bladvoet. De bladeren zijn 15-30 cm lang en op de onderzijde van de bladnerven staan max 0,5 mm stijve haren. De stengels zijn hol, rechtopstaand en weinig tot veelvuldig vertakt. De plant bloeit van juli t/m oktober en heeft crème-witte bloemen. De plant groeit graag op zonnige tot halfschaduw plaatsen, op verschillende grondsoorten, vooral op vochtige, nitraatrijke grond. De Bastaardduizendknoop komt wijdverspreid voor in Nederland, is extreem invasief en heeft mogelijk een nog grotere impact op de biodiversiteit dan de twee oudersoorten. De Bastaardduizendknoop beïnvloed zijn standplaats door het vastleggen van voedingsstoffen en organisch materiaal. De plant kan daarnaast grote schade veroorzaken aan funderingen, verhardingen, infrastructuur, rioleringen etc. Ook kan de plant zorgen voor economische schade bij jonge aanplant in de bosbouw en verdrukt de plant inheemse soorten. Werkprotocol 1.
Groeiplaatsen uit het regulier maaibeheer halen. a. Tijdens reguliere maairondes, 3 meter rond groeiplaatsen met duizendknoop heen maaien. 2. Groeiplaatsen tijdens aparte maaironde 4 tot 6 keer per jaar maaien met maai-zuigcombinatie. In ieder geval een maaironde in september uitvoeren. Bij renovatievakken lokaal zeven en 2 tot 3 keer nabehandelen met elektrocutie.
18
Boomwurger (EU) Celastrus orbiculatus Kenmerken De boomwurger is een houtige klimplant die zich om de stam en takken van bomen wikkelt. De stengels kunnen tot 3 meter per jaar groeien en ze kunnen tot 12 meter hoog in bomen klimmen. De vrouwelijke planten vormen doosvormige vruchten ter grootte van een erwt. Deze verkleuren in het najaar geel en springen open, waarna een rode ‘bes’ zichtbaar wordt. Bomen waarin de boomwurger klimt, verzwakken en de groei van deze bomen vermindert. Werkprotocol 1. Plant voor vruchtvorming in zijn geheel verwijderen (vóór augustus). Het liefste als de plant nog jong is. Worteldelen ook verwijderen, deze kunnen namelijk opnieuw uitlopen. Bij grote exemplaren moet er extra op worden gelet dat bij verwijdering het wortelgestel van de boom niet wordt beschadigd.
Hemelboom (EU) Ailanthus altissima Kenmerken De hemelboom kan 25 tot 30 meter hoog worden en heeft 40-60 cm lange bladeren, die bestaan uit 9 tot 25 deelblaadjes. De boom heeft een gladde, grijze bast met lengtestrepen. De plant bloeit in juni en juli en heeft dan groenige of geelachtige witte bloemen in losse pluimen. De boom groeit snel. De boom wordt in Nederland geteeld en aangeplant in stedelijk gebied. Problemen ontstaan als de soort zich verspreidt naar (half)natuurlijke gebieden. De boom bevat gifstoffen in bast en blad die in de bodem kunnen komen en de groei van andere planten verhinderen. Daarnaast kunnen de bladeren en bloemen van de boom bij aanraken een allergische reactie op de huid veroorzaken. De pollen zijn allergeen. De wortels van de boom kunnen schade toebrengen aan rioleringen en andere leidingen, funderingen en wegdekken. Werkprotocol Bij bestrijding volgende werkprotocol volgen: 1. Kappen bomen 2. Bomen en zaailingen incl. wortel verwijderen. Afgebroken worteldelen kunnen opnieuw uitgroeien. 3. Intensieve nacontrole noodzakelijk bij mechanische verwijdering.
19
Reuzenbalsemien (EU) Impatiens glandulifera Kenmerken De Reuzenbalsemien is een eenjarig kruid dat tot 2,5 m hoof kan worden. De plant bloeit van juli t/m oktober en heeft witte, roze of paarse, geurende bloemen. De bladeren zijn tegenoverstaand of staan in kransen van drie tot vijf. Natuurlijke verspreiding vindt plaats doordat de zaden wegschieten bij aanraken. De plant groeit snel en vormt dichte bestanden. Door zijn sterke geur lokt de plant bovendien bestuivers weg van inheemse soorten, waardoor deze minder zaad produceren. Werkprotocol 1. Kort boven het maaiveld afmaaien. a. Reuzenbalsemien die hoger is afgesneden, beschadigd of platgedrukt, kan opnieuw uitgroeien. 2. Moment van maaien op de plant afstemmen. a. Afhankelijk van de weersomstandigheden in het voorjaar, vindt de bestrijding tussen mei en juni plaats. Wanneer te vroeg wordt gemaaid, kunnen planten opnieuw uitlopen. Wanneer bestrijding pas na zaadzetting wordt ingezet, kan er al verspreiding van zaad hebben plaatsgevonden. 3. Maaisel na maaien direct afvoeren. 4. De locaties worden een aantal keer tijdens het groeiseizoen controleren. Reuzenberenklauw (EU) Heracleum mantegazzianum Kenmerken De Reuzenberenklauw kan 2 tot 3 meter hoog worden. De bladeren zijn groot, tot een meter lang, en zijn scherpt getand met aan de onderzijde stevige haren.
De stengel van de plant is hol, paars gevlekt en heeft stevige haren. De plant komt pas na enkele jaren tot bloei en heeft dan vanaf half juni witte bloemen in schermen. Deze zijn tot 50 cm in doorsnee. Na de vruchtafzetting sterft de plant af. Zaden zijn tot 7 jaar kiemachtig. De plant groeit het liefste op zonnige tot licht beschaduwde plekken en op vochtige, voedselrijke grond. Het sap van de Reuzenberenklauw bevat stoffen die in combinatie met zonlicht, ernstige brandwonden kunnen geven bij mensen. Ook honden kunnen bij aanraking gewond raken.
Werkprotocol 1. Drie tot vier keer per jaar maaien van mei tot augustus. Indien bereikbaar bloemen voor de zaadzetting verwijderen. Zorg dat de plantensappen niet in contact komen met de huid!
20
Grijs kronkelsteeltje (wordt ook wel duinpest, cactusmos of tankmos genoemd) (A) Campylopus introflexus Kenmerken Het grijs kronkelsteeltje is een meerjarig bladmos dat dichte zoden vormt. Stengels van de plant zijn 2 tot 6,5 cm lang en de bladeren zijn 3 tot 6 mm lang. De bladeren hebben aan de top meestal grijs, recht opstaand of juist geknikt, opvallend glashaar die 0,5 tot 2 mm lang is. Werkprotocol Soort zo volledig mogelijk verwijderen en bekalken, om andere soorten de kans te geven op kieming. Zijdeplant (EU) Asclepias syriaca Kenmerken De zijdeplant kan tot 1,5 meter hoog worden en heeft tegenovergestelde bladeren met kleverig melksap in alle plantdelen. De bladeren zijn breed, lancetvormig, vrij groot (10-20 cm lang, 5-11 cm breed) en hebben korte, witte schubben op de onderkant. De plant bloeit van juni t/m augustus en heeft roze-witte bloemen. Zaden hebben aan de buitenkant zijdeachtige witte draden, waar de plant zijn naam aan dankt. Het melksap van de zijdeplant is giftig voor zoogdieren en mensen, kan huidirritatie veroorzaken en kan gastheer zijn voor het komkommermozaïekvirus en een infectie van het tomatenbronsvlekkenvirus bevorderen. Werkprotocol De zijdeplant is zeer standvastig en lastig te bestrijden. Maaien put de plant geleidelijk uit, maar leidt niet altijd tot uitroeiing.
Alsemambrosia (A) Ambrosia artemisiifolia Kenmerken De Alsemambrosia kan tot 2,5 m hoog worden en heeft behaard blad. De plant bloeit van eind augustus t/m oktober en heeft weinig opvallende bloemen. De plant groeit goed op grond waarvan het bodemoppervlak is verstoord. De Alsemambrosia produceert veel allergene pollen, in seizoen waarin weinig andere allergene planten bloeien. Hierdoor wordt het hooikoortsseizoen verlengd met twee maanden. De allergische reacties bij mensen zijn soms zo heftig, dat ziekenhuisopname soms noodzakelijk is. Werkprotocol 1. Plant verwijderen vóór de bloei (dus voor augustus). 2. Plant handmatig uit de grond trekken 3. Plantenresten apart afvoeren (dus niet bij het groenafval). Let op! Beschermde kleding is vereist om allergische (huid)reacties te voorkomen.
21
Amerikaanse vogelkers (wordt ook wel ‘bospest’) (A) Prunus serotina Kenmerken De Amerikaanse vogelkers is een loofverliezende struik of boom die in mei-juni bloeit met witte bloemen die gerangschikt zijn in hangende trossen. Vruchten van de plant zijn zwartpurper met en gladde pit. De plant kan tot 20 meter hoog worden en heeft glanzende bladeren. De plant komt in Nederland vrij algemeen voor op zandgronden. De Amerikaanse vogelkers wordt op veel plekken gedoogd. Uitroeien is in het verleden al snel een illusie gebleken en de soort komt inmiddels zo wijdverspreid voor in Nederland, dat de soort al niet meer in zijn geheel uit te roeien valt. Werkprotocol 1. Bomen/struiken met wortel en al verwijderen. 2. Intensieve nacontrole uitvoeren. Door het verwijderen van de plant, neemt de lichtval op locatie toe, wat maakt dat zaden gaan ontkiemen.
Klein springzaad (A) Impatiens parviflora Kenmerken Klein springzaad wordt gemiddeld niet hoger dan 60 cm en bloeit van juli t/m oktober. De bloemen (incl. spoor) worden 0,6 tot 1,8 cm groot en zijn wit/geel met oranje/rode vlekjes en strepen. De zaden springen weg bij aanraken. De soort komt wijdverspreid in Nederland voor. Werkprotocol 1. Kort boven het maaiveld afmaaien. 2. Moment van maaien op de plant afstemmen. a. Afhankelijk van de weersomstandigheden in het voorjaar, vindt de bestrijding tussen mei en juni plaats. Wanneer er te vroeg wordt gemaaid, kunnen planten opnieuw uitlopen. Wanneer bestrijding pas na zaadzetting wordt ingezet, kan er al verspreiding van zaad hebben plaatsgevonden. 3. Maaisel na maaien direct afvoeren. 4. De locaties worden een aantal keer tijdens het groeiseizoen controleren.
22
Oranje springzaad (A) Impatiens capensis Kenmerken Oranje springzaad kan tot 1,50 m hoog worden en bloeit van juli t/m oktober. De bloemen zijn 2 tot 3,5 cm groot en oranje met grote roodbruine vlekken. De zaden springen weg bij aanraken. Werkprotocol 1. Kort boven het maaiveld afmaaien. 2. Moment van maaien op de plant afstemmen. a. Afhankelijk van de weersomstandigheden in het voorjaar, vindt de bestrijding tussen mei en juni plaats. Wanneer er te vroeg wordt gemaaid, kunnen planten opnieuw uitlopen. Wanneer bestrijding pas na zaadzetting wordt ingezet, kan er al verspreiding van zaad hebben plaatsgevonden. 3. Maaisel na maaien direct afvoeren. 4. De locaties worden een aantal keer tijdens het groeiseizoen controleren. Tweekleurig springzaad (A) Impatiens balfourii Kenmerken Tweekleurig springzaad kan 40 tot 80 cm hoog worden, en bloeit eind juli, augustus en september. De bloemen van de plant zijn wit met lichtpaars of paars-roze. De plant sterft af bij de eerste vorst. Zaden springen weg bij aanraken van de plant. Werkprotocol 1. Kort boven het maaiveld afmaaien. 2. Moment van maaien op de plant afstemmen. a. Afhankelijk van de weersomstandigheden in het voorjaar, vindt de bestrijding tussen mei en juni plaats. Wanneer er te vroeg wordt gemaaid, kunnen planten opnieuw uitlopen.
Wanneer bestrijding pas na zaadzetting wordt ingezet, kan er al verspreiding van zaad hebben plaatsgevonden. 3. Maaisel na maaien direct afvoeren. 4. De locaties worden een aantal keer tijdens het groeiseizoen controleren.
23
Canadese kornoelje (A) Cornus sericea Kenmerken De Canadese kornoelje is een loofverliezende struik die max. 3 meter hoog kan worden. De bladeren van de plant zijn 4 tot 14 cm lang, met een grijswitte tot licht blauwgroene kleur. De jonge takken van de plant hebben in de winter een opvallende rode kleur. De plant bloeit van april t/m juli en heeft dan crème-witte bloemen die in schermvormige tuilen staan. De plant vormt daarnaast witte bessen. In Nederland vertoont de Canadese kornoelje nog geen invasief gedrag, dus bestrijding lijkt niet zinvol. Bestrijding is lastig. Vogels verspreiden de plant, door de bessen die de plant draagt, waarschijnlijk sneller dan zij bestreden kan worden. Werkprotocol Soort niet aanplanten. Bij verwijdering: 1. Soort incl. wortels handmatig verwijderen en apart afvoeren. 2. Nacontrole noodzakelijk: zaden kunnen opnieuw ontkiemen. Dwergmispels (A) Cotoneaster spp. Kenmerken Er zijn diverse soorten dwergmispels. Alle soorten die in Nederland voorkomen zijn uitheems, op één na: de wilde dwergmispel. De dwergmispels zijn onderling moeilijk te onderscheiden, maar kunnen grofweg in twee groepen worden verdeeld: de kleinbladige en grootbladige. De meeste dwergmispels vormen struiken, maar sommigen groeien zeer bodem bedekkend. Tevens zijn er enkelen die uitgroeien tot kleine bomen. Er zijn soorten die wintergroen zijn.
Dwergmispels hebben kleine appelvormige, rode tot bruinrode, oranje of zwarte vruchten. De soort plant zich voort via zaden en uitlopers. De takken van de dwergmispels hebben geen doornen. Werkprotocol Soort niet aanplanten. Bij verwijdering: 1. Soort incl. wortels handmatig verwijderen en apart afvoeren. 2. Nacontrole noodzakelijk: zaden kunnen tot vijf jaar kiemachtig zijn.
24
Rimpelroos (A), Rosa rugosa Kenmerken Rimpelroos is een struik die 1 tot 2 meter hoog kan worden. De plant bloeit van juni t/m de herfst en heeft paars/roze of witte bloemen. De bloem heeft 7 tot 9 sterk rimpelige deelblaadjes, die aan de onderkant dicht behaard zijn. De bloeitakken bevatten naaldvormige stekels. De plant loopt gemakkelijk uit via de wortels. De Rimpelroos komt vrij algemeen voor in Nederland, vooral in het kustgebied. Werkprotocol • Kleine oppervlakten: soort met de hand uitgraven, waarbij ook wortels en wortelstokken moeten worden verwijderd. • Grote oppervlakten: machinaal tot 1 meter diep uitgraven, waarbij het zand moet worden gezeefd om te voorkomen dat wortelstokken achterblijven. Trosbosbes (A), Vaccinium corymbosum Kenmerken De Trosbosbes is een meerjarige struik die tot 4 meter hoog kan worden. De bladeren zijn 4 tot 8 cm lang, de nerven zijn aan de bovenkant behaard en de bladeren zijn donkergroen. De plant bloeit met witte, soms iets roze, urnvormige bloemen en vormt eetbare blauwe bessen. Kenmerken tussen trosbosbessen kunnen onderling verschillen, en de plant kan voorkomen onder verschillende milieuomstandigheden. De plant wordt geteeld voor de productie van blauwe bessen en wordt ook wel blauwe bes genoemd. De trosbosbes heeft zich in Nederland gevestigd in een aantal hoogveen- en heidegebieden.
De plant groeit het liefst op zonnige tot licht beschaduwde plaatsen, op voedselarme, vochtige tot natte, zure grond. Werkprotocol Plant incl. wortels in zijn geheel verwijderen (uitsteken). Monitoring is noodzakelijk. Jakobskruiskruid Kenmerken Jakobskruiskruid vormt in het eerste jaar een rozet. De overlevingskans van een plant neemt toe met zijn diameter: rozetten met een diameter groter dan 10 cm overleven het vrijwel allemaal. In het tweede jaar loopt de plant uit tot een hoogte van 40 tot 120 cm en komt hij tot bloei (juni-oktober). De plant produceert duizend nootjes: harde, eenzadige vruchtjes. Deze vruchtjes zijn voorzien van vruchtpluis, waarmee ze met de wind worden meegevoerd. De meeste zaden komen om minder dan 40 meter afstand van de moederplant terecht. Na bloei sterft de plant af. Wanneer Jakobskruiskruid wordt verstoord door maaien, begrazen of vraatschade, kan hij secundaire scheuten en bloemen vormen die in de herfst alsnog zaad produceren. Tevens kan Jakobskruiskruid door beschadiging langer leven, meestal drie tot vier jaar, en daardoor meerdere keren bloeien. De plant heeft in bloei gele bloemen. Werkprotocol 1. Kort boven het maaiveld afmaaien op het moment dat de helft van de bloemknoppen geel begint te kleuren (tweede helft juni). Vier weken later opnieuw maaien. 2. Maaisel na maaien direct afvoeren. LET OP! Niet maaien voor de bloei.
De plant heeft dan kans om zich te herstellen en hiermee wordt de plant lastiger te verwijderen. 25
OEVER- EN WATERPLANTEN Algemeen: • Begin altijd bovenstrooms om te voorkomen dat schone stukken weer besmet worden door afdrijvend materiaal. • Gebruik waar mogelijk een goed kerende drijfbalk of drijfscherm (kan ook benedenstrooms geplaatst worden), en loop na afloop de watergang na om losgeraakte stukken te verwijderen. • Voorkom de vorming van dichte matten! Begin vroeg in het seizoen met verwijdering, zo snel mogelijk na het aantreffen van de eerste planten. • Zorg dat de watergangen ‘schoon’ zijn voor de winter. • Verzamelde materiaal afvoeren naar een erkende eindverwerking. • Maak gebruikte materialen, machines en kleding incl. schoenprofielen, goed schoon voordat ze de locatie verlaten of naar een niet besmet gebied gaan om verdere verspreiding te voorkomen. Grote waternavel (EU) Hydrocotyle ranunculoides Kenmerken Grote waternavel wortelt in de oever en vormt lange stengels met brede, niervormige bladeren die op het wateroppervlak drijven. Deze bladeren kunnen tot 30 cm boven het wateroppervlakte uitsteken. Werkprotocol 1. Plant in zijn geheel verwijderen, d.m.v. inzet grijper of maaikorf (zonder snijfunctie). 2. Opvolgen door handmatige verwijdering.
Kleine waterteunisbloem (EU) Ludwigia peploides Kenmerken De kleine waterteunisbloem is een overblijvende water- en oeverplant die dichte, drijvende matten vormt die tot een meter boven het wateroppervlak kunnen uitsteken. De plant heeft grote gele bloemen die in de oksels staan van de hogere stengelbladeren. Werkprotocol 1. Plant in zijn geheel verwijderen d.m.v. inzet grijper of maaikorf (zonder snijfunctie). 2. Opvolgen door handmatige verwijdering.
26
Moeraslantaarn (EU) Lysichiton americanus Kenmerken Moeraslantaarn is een forse, overblijvende plant. De bladeren van de plant kunnen 40 tot 120 cm lang worden en de bloeiende plant kan tot 1,5 meter hoog worden. De plant heeft een lange bloeikolf van 8 tot 25 cm, dat wordt omsloten door een heldergeel schutblad die tot 45 cm groot kan worden. De bloemen hebben een onaangename geur. De plant is giftig, maar vormt geen gevaar voor mens of dier. De Moeraslantaarn groeit verder in moerasbossen die bedreigde planten bevatten. Werkprotocol 1. Plant handmatig in zijn geheel verwijderen.
Ongelijkbladig vederkruid (EU) Myriophyllum heterophyllum Kenmerken Ongelijkbladig vederkruid is een groenblijvende waterplant dat veervormige bladeren heeft, gerangschikt in kransen. De bloeistengels steken 3 tot 15 cm boven het wateroppervlakte uit en hebben getande schutbladen. De plant bloeit echter zelden. De plant is met name te vinden op zandgronden en in stedelijk gebied. Werkprotocol 1. Plant in zijn geheel verwijderen (incl. wortels) d.m.v. inzet grijper of maaikorf (zonder snijfunctie). 2. Opvolgen door handmatige verwijdering. 3. Nacontrole: gebied na bestrijding herhaaldelijk controleren op achtergebleven planten. Mochten deze aanwezig zijn, dan handmatig verwijderen. Parelvederkruid (EU) Myriophyllum aquaticum Kenmerken Parelvederkruid wortelt bij voorkeur op de overgang van land naar water en is een overblijvende plant. In Nederland komen alleen vrouwelijke planten voor, die geen kiemachtig zaad vormen. Stengels van de plant kunnen tot 2 m lang worden en enkele decimeters boven het water uitsteken. De bloemen staan in de oksels van de hogere bladeren. Werkprotocol 1. Plant in zijn geheel verwijderen d.m.v. inzet grijper of maaikorf (zonder snijfunctie). 2. Opvolgen door handmatige verwijdering.
27
Smalle waterpest (EU) Elodea nuttallii Kenmerken Smalle waterpest is een ondergedoken waterplant met stengels die 4 m lang kunnen worden. De plant heeft smalle, lijnvormige bladeren van max. 2 mm breed en een spitse punt. De bladeren staan met 3 of 4 stuks in een krans. De plant bloeit van mei t/m augustus en heeft kleine, witte bloemen. Werkprotocol 1. Plant in de zomer in zijn geheel verwijderen d.m.v. inzet grijper of maaikorf (zonder snijfunctie). 2. Opvolgen door handmatige verwijdering. Verspreidbladige waterpest (EU) Lagarosiphon major Kenmerken Verspreidbladige waterpest heeft broze stengels die groeien tot aan het wateroppervlakte. Daar vertakken ze kerstboomachtig parallel aan het wateroppervlak. De plant wortelt in de bodem. De plant komt in Nederland wijdverspreid voor, met name in stedelijk gebied. Werkprotocol 1. Plant in zijn geheel verwijderen d.m.v. inzet grijper of maaikorf (zonder snijfunctie). 2. Opvolgen door handmatige verwijdering. Watersla (EU) Pistia stratiotes Kenmerken Watersla is een drijvende waterplant met bleekgroene bladeren. De bladeren zijn fluweelachtig behaard en vormen een rozet. De bloemen van de plant zijn verborgen tussen de bladeren. Voortplanting van de plaatst vindt plaats doordat uitlopers met nieuwe rozetten afbreken. De plant is in Nederland niet winterhard en komt in Nederland vooral voor in niet-natuurlijke wateren.
Werkprotocol Bestrijding is zelden noodzakelijk, omdat de planten bij het korten van de dagen en het dalen van de temperaturen wegkwijnen. Indien toch bestrijding nodig is: 1. Plant in zijn geheel verwijderen d.m.v. inzet grijper of maaikorf (zonder snijfunctie). 2. Opvolgen door handmatige verwijdering.
28
Waterhyacint (EU) Eichhornia crassipes Kenmerken Waterhyacint is een drijvende waterplant met bladstelen die 6 tot 30 cm lang zijn. De bladstelen zijn aan de basis opgezwollen. De plant heeft bloemen die op hyacinten lijken, maar in Nederland bloeit de bloem i.v.m. ons klimaat zelden. Werkprotocol 1. Plant in zijn geheel verwijderen d.m.v. inzet grijper of maaikorf (zonder snijfunctie). 2. Opvolgen door handmatige verwijdering. Waterteunisbloem (EU) Ludwigia grandiflora Kenmerken Waterteunisbloem vormt matten die op het wateroppervlak drijven en die tot 80 cm boven het oppervlak uitsteken. De plant wortelt in de oeverzone en is overblijvend. De plant heeft grote gele bloemen in de bladoksels van de bovenste bladeren van de recht opstaande stengels die boven het water uitsteken. De bovengrondse delen van de plant zijn vorstgevoelig, maar de dieper gelegen delen van de plant kunnen de vorst overleven. De plant komt wijdverspreid voor in heel Nederland. Werkprotocol 1. Plant in zijn geheel verwijderen d.m.v. inzet grijper of maaikorf (zonder snijfunctie). 2. Opvolgen door handmatige verwijdering. Waterwaaier (EU) Cabomba caroliniana Kenmerken Waterwaaier wortelt in de waterbodem en heeft tegenstaand waaiervormig blad. De plant heeft witte bloemen die als enige gedeelte van de plant boven het water uitsteken.
De plant komt voor op een aantal locaties, verspreidt over heel Nederland. Werkprotocol 1. Plant in zijn geheel verwijderen d.m.v. inzet grijper of maaikorf (zonder snijfunctie). 2. Opvolgen door handmatige verwijdering.
29
Egeria (A), Egeria densa Kenmerken Egeria is een ondergedoken waterplant die enkele decimeters tot enkele meterslang kan worden. De bladeren van de plant zijn lijnvormig, 1,5 tot 4 cm lang, en staan met 4 tot 6 in een krans. De plant wortelt in de bodem, en bloeit vanaf juli t/m de herfst. De bloemen zijn wit. Werkprotocol 1. Plant in zijn geheel verwijderen d.m.v. inzet grijper of maaikorf (zonder snijfunctie). 2. Opvolgen door handmatige verwijdering. Let op dat fragmentatie wordt voorkomen en wortels ook worden verwijderd! Grote kroosvaren (A), Azolla filiculoides Kenmerken De grote kroosvaren is een drijvende waterplant met een geschubd uiterlijk. De plant is donkergroen en verkleur van groen naar rood onder invloed van stress. De gemiddelde doorsnede van de plant is 5cm. De plant is vrij algemeen in Nederland, vooral in het westen en in het rivierengebied. Uitroeiing van de soort is vrijwel onmogelijk. Het gedrag van grote kroosvaren is onvoorspelbaar, een zeer grote populatie kan het volgende jaar verdwenen zijn. Mogelijk speelt het kroosvarensnuittorretje Azollakever hierin een rol, die eet de grote kroosvaren. Verder zakt in de winter een deel van de vegetatie naar de bodem en desintegreert. Werkprotocol 1. Plant in zijn geheel verwijderen d.m.v. inzet grijper of maaikorf (zonder snijfunctie). 2. Opvolgen door handmatige verwijdering.
Gehele uitroeiing is vrijwel onmogelijk. Watercrassula (A) (ook wel waternaaldkruid genoemd), Crassula helmsii Kenmerken Watercrassula is een wintergroene oeverplant die tot een diepte van 2 meter onder water kan groeien. De bladeren van de plant zijn klein, vlezig en staan tegenover elkaar. De stengel is kruipend tot rechtopstaand en meestal wit tot rood gekleurd. De bloemen van de plant zijn wit tot zachtroze, klein en onopvallend. De plant komt wijdverspreid in Nederland voor, vooral in ondiepe, geïsoleerde wateren. Werkprotocol 1. Plant in zijn geheel verwijderen d.m.v. inzet grijper of maaikorf (zonder snijfunctie). Voorkom hierbij nadrukkelijk fragmentatie. 2. Opvolgen door handmatige verwijdering. 3. Na verwijderen plant kale bodem inplanten/inzaaien met inheemse soorten, zodat hergroei wordt beperkt. 4. Afhankelijk van de besmettingsgraad de watergangen eens in de 2 - 6 weken herhalen.
30
BIJLAGE IV, BESLISBOOM DUIZENDKNOOPSOORTEN
Figuur 3, Beslisboom duizendknoopsoorten
31
BIJLAGE V, BRONVERMELDING Voor dit document is als inspiratiebron gebruikt gemaakt van het beleid rondom invasieve soorten van gemeente Tynaarlo: ‘invasieve soorten, wat moeten we ermee’ (Gemeente Tynaarlo, mei 2020).
Beekmann, N., Bruinsma, A., Grasdijk - de Haan, H., Rompas, K., & van der Waals, B. (z.d.). Beleidsadvies jacobskruiskruid. Assen: KliMaatwerk in opdracht van gemeente Assen. Gemeente Tynaarlo. (mei 2020). Invasieve soorten; wat moeten we ermee. Vries: Gemeente Tynaarlo. Kennisnetwerk invasieve exoten. (z.d.). Soorten. Opgeroepen op 03 19, 2024, van www.invasieve-exoten.info.nl: https://www.invasieveexoten.info/nl/home-7/soorten/unie-lijst-invasieve-exoten-planten.htm Nationale Databank Flora en Fauna. (z.d.). Opgeroepen op februari 2024, van www.verspreidingsatlas.nl: https://www.verspreidingsatlas.nl/ Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit. (z.d.). Invasieve exoten. Opgeroepen op februari 2024, van www.nvwa.nl: https://www.nvwa.nl/onderwerpen/invasieve-exoten Venema, P. (z.d.). Invasieve exoten: beleid en wetgeving. Assen: Provincie Drenthe. Opgehaald van www.wfdrenthe.nl: https://wfdrenthe.nl/wpcontent/uploads/2021/01/3.-Beleid-wetgeving-Peter-Venema-DRENTHE.pdf
Foto voorkant: de Groot, A. (september 2023). Reuzenbalsemien.
32