Begroting 2023 VRD
Tekst van het document
Paragrafen
25
Inleiding De van toepassing zijnde paragrafen op grond van het Besluit Begroting en Verantwoording voor de VRD zijn: • Weerstandvermogen en risicobeheersing • Financiering • Verbonden partijen • Bedrijfsvoering • Onderhoud kapitaalsgoederen De paragraaf bedrijfsvoering is geïntegreerd in de missielijn Vitale en flexibele organisatie en wordt niet hieronder toegelicht. De paragrafen Grondbeleid en Lokale heffingen zijn niet van toepassing voor de VRD.
Weerstandsvermogen en risicobeheersing De VRD conformeert zich aan de uitgangspunten zoals vastgelegd in de notitie “Samen werken voor Drenthe” opgesteld door de VDG: • Risicobeleid • Algemene reserve • Weerstandscapaciteit • Risico-inventarisatie per 31 december 2021
Risicobeleid In de notitie ‘Samen werken voor Drenthe' die van toepassing is voor de gemeenschappelijke regelingen in Drenthe worden ten aanzien van de weerstandsparagraaf de volgende werkafspraken voorgesteld: 1. Weerstandscapaciteit is aanwezig bij de deelnemers en in beperkte mate bij de gemeenschappelijke regeling 2. Het dagelijks bestuur van de gemeenschappelijk regelingen vermeldt in de begroting het verschil tussen benodigd en beschikbaar weerstandsvermogen in totaal en naar rato voor de afzonderlijke deelnemers. 3. Een algemene reserve is toegestaan om ontwikkelingen in het loon- en prijspeil af te dekken, met een maximale omvang van 2,5% van de lasten van het betreffende jaar. 4. Als de verwachting is dat de ontwikkelingen in het loon- en prijspeil boven de maximale omvang van 2,5% uitkomt, is afwijken van de richtlijn van 2,5% mogelijk. Hiervoor doet het DB van de gemeenschappelijke regeling een gemotiveerd voorstel aan het algemeen bestuur. 5. Het bedrag boven het vastgestelde maximum van de algemene reserve, vloeit naar rato van de deelnemersbijdrage terug naar de deelnemers.
Hardheidsclausule: 1. Wanneer bovenstaande regels leiden tot onredelijkheid of onbillijkheid kan de gemeenschappelijke regeling hiervan afwijken. 2. Voor de afwijking(en) wordt een motivatie gegeven in de ontwerpbegroting.
Algemene reserve Zoals aangegeven in de notitie is het toegestaan om een algemene reserve van 2,5% van de lasten in het betreffende jaar aan te houden. De begrote lasten in de begroting 2023 bedragen € 35.069.373,-. Op basis hiervan mag de algemene reserve maximaal € 876.734,- bedragen.
26
Paragrafen Weerstandscapaciteit Onderstaande tabel geeft de weerstandscapaciteit weer:
Algemene reserve
31-dec-21
Resultaat bestemming (besluit AB)
Toevoeging
Onttrekking
31-dec-22
Toevoeging
Onttrekking
31-dec-23
1.511.800
-
-
635.066
876.734
-
-
876.734
Eindbalans 31-dec-21
Resultaat bestemming (besluit AB)
Toevoeging
Rampenpot
250.459
-
Nieuw leren
78.241
-
GHOR Opleiden en oefenen
80.000
WW kosten
Algemene reserve
Eindbalans
2022
Eindbalans
2023
Onttrekking
Eindbalans 31-dec-22
-
250.459
-
-
78.241
(80.000)
-
-
-
32.027
(32.027)
-
-
-
LMS
500.000
-
-
-
500.000
Goed werkgeverschap
406.294
32.027
8.000
-
Beleidsimpuls
315.000
(315.000)
-
-
513.585
1.662.021
118.585
Bestemmingsreserves
Versterking VRD begroting 2023 Saldo bestemmingsreserves
Eindbalans
Onttrekking
Eindbalans 31-dec-23
-
250.459
-
-
78.241
-
-
-
-
-
-
-
500.000
446.321
8.000
-
454.321
-
-
-
-
-
-
-
513.585
-
225.000
288.585
8.000
-
1.788.606
8.000
225.000
1.571.606
Toevoeging
Algemene reserve De algemene reserve is toegestaan om ontwikkelingen in het loon- en prijspeil af te dekken, met een maximale omvang van 2,5% van de lasten van het betreffende jaar.
Bestemmingsreserves De reserves zijn deels gebaseerd op verwachte (geschatte) kosten. De VRD heeft de volgende reserves gevormd:
Rampenpot of Calamiteitenpot Bij een groot incident moeten meestal snelle beslissingen worden genomen, die direct financiële gevolgen hebben. Wanneer nog niet duidelijk is wie de drager van deze kosten zal worden, wordt deze reserve aangesproken.
Nieuw leren Deze reserve betreft ontvangen ESF-gelden voor uitsluitend onderwijsvernieuwing voor brandweeropleidingen en-oefeningen.
LMS In het voorjaar van 2018 hebben alle veiligheidsregio’s met het ministerie financiële afspraken gemaakt over de overdracht van het beheer van de meldkamers naar de Landelijke meldkamersamenwerking. Het beheer van de landelijke meldkamer is daarmee in 2020 een taak van de nationale politie. Om eventuele frictiekosten op te vangen hebben alle regio’s een éénmalige bijdrage van € 500.000,ontvangen. De feitelijke overgang van het beheer zal gepaard gaan met frictiekosten; de hoogte daarvan is echter nu nog niet te bepalen.
Goed werkgeverschap Medewerkers worden ingezet op hun talent, daardoor wordt er beter gepresteerd en mede daardoor is de medewerkerstevredenheid hoog. Goed werkgeverschap houdt ook in dat deze talenten soms buiten de organisatie een plek moeten vinden. Deze reserve maakt het mogelijk om maatwerk te leveren onafhankelijk van de begroting.
27
Paragrafen Risico-inventarisatie per 31 december 2021
Bij de risico-inventarisatie worden de daadwerkelijke risico’s (navolgende tabel) beoordeeld en hoe die zich verhouden ten opzichte van de weerstandscapaciteit. Een toelichting per risico staat in de bijlage I.
Proces
Risico
Risicokans
Impact
Bedrag
Personeel
Rechtspositie brandweervrijwilligers
groot
gemiddeld
210.000
Materieel
Onverwachte ontwikkelingen groot brandweermateriaal
gemiddeld
gemiddeld
150.000
Materieel
Ontwikkeling huisvesting
gemiddeld
gemiddeld
150.000
Personeel
Ontwikkeling 2e loop-baanbeleid/FLO
klein
gemiddeld
90.000
Organisatie
Digitale versto-ring/cybercrime
zeer groot
groot
675.000
Personeel
Arbeidsmarktproblematiek
gemiddeld
groot
375.000
Organisatie
Ontwikkelingen klimaat en energie
gemiddeld
groot
375.000
Totaal risico’s
2.025.000
Omdat de algemene reserve alleen beschikbaar is om loon- en prijsstijgingen op te vangen en daarmee verworden is tot een bestemmingsreserve is er geen beschikbaar weerstandsvermogen. Volgens de opstelling van de risico’s is het totaal benodigd weerstandsvermogen voor de deelnemers € 2.025.000,- en naar rato per deelnemers:
Overzicht gemeentelijke
Gemeentelijk
Ongedekt deel
bijdrage VRD 2023
Risico’s VRD
Aa en Hunze
1.612.987
115.100
Assen
3.365.550
240.159
Borger-Odoorn
1.527.642
109.010
Coevorden
2.250.191
160.569
De Wolden
1.381.716
98.597
Emmen
7.239.666
516.609
Hoogeveen
2.729.825
194.795
Meppel
1.708.057
121.884
Midden Drenthe
2.001.607
142.831
Noordenveld
1.661.762
118.580
Tynaarlo
1.640.291
117.048
Westerveld
1.258.706
89.819
28.378.000
2.025.000
Bijdrage
28
Paragrafen Financiering Wet fido
Het Rijk stelt regels aan hoe gemeenten en provincies hun geld en kapitaal beheren. Die regels staan in de Wet financiering decentrale overheden (Wet fido). Hoeveel geld gemeenten en provincies mogen lenen, is afhankelijk van de hoogte van de begroting. De kasgeldlimiet bepaalt hoeveel geld ze mogen lenen voor een periode van maximaal 1 jaar. De renterisiconorm schrijft voor hoeveel maximaal geleend mag worden voor een periode langer dan 1 jaar. Gemeenten en provincies mogen liquide middelen aanhouden bij de schatkist (schatkistbankieren). Renterisico kort en langlopende financiering
Kasgeldlimiet De door het Rijk opgelegde kasgeldlimiet beperkt het risico van stijgende rentelasten van de kortlopende financiering. De limiet beperkt de maximale omvang van de gemiddelde korte schuld tot 8,2% van de totale lasten (€ 35.070.000,-) van de programmabegroting. Voor 2023 bedraagt de limiet € 2,876 miljoen. In de onderstaande tabel wordt de ontwikkeling van de voor de komende jaren weergeven. Uitgaande van de geldende limieten zal in 2025 en in 2027 worden overgegaan tot het aantrekken van nieuwe leningen.
Berekening kasgeldlimiet 2020 (bedrag * € 1.000)
2023
2024
2025
2026
* In procenten van de grondslag
8,20%
8,20%
8,20%
8,20%
* In bedrag
2.876
2.941
3.027
3.109
4.003
1.205
1.205
1.205
Totaal netto vlottende schuld
2.609
7.303
1.943
7.559
Toegestane kasgeldlimiet
2.876
2.941
3.027
3.109
Ruimte
4.270
-3.157
2.288
-3.246
Toegestane kasgeldlimiet
Omvang vlottende schuld Vlottende middelen Toets kasgeldlimiet
Renterisiconorm De renterisiconorm beperkt het renterisico op de langlopende financiering. De norm bevordert de spreiding van de looptijd van de kapitaalmarktleningen (looptijd lening > 1 jaar) door de omvang te beperken van de leningen waarvoor de rente in een bepaald jaar moeten worden aangepast. Het Rijk heeft de maximale omvang van leningen met een renteaanpassing vastgesteld op 20% van het begrotingstotaal. Voor de VRD komt het neer op een bedrag van € 6,1 miljoen. Het rente risico is gelijk aan de jaarlijkse aflossing op de langlopende leningen voor de VRD 1,8 miljoen. Hierdoor blijft de VRD binnen de berekende norm.
29
Paragrafen Kasstroom/Emu overzicht
In het stabiliteitspact binnen de Europese Unie is afgesproken dat een tekort voor de totale overheidssector niet hoger dan 3 procent van het bruto binnenlands product (BBP) mag zijn. Een goede informatievoorziening is essentieel voor het monitoren en beheersen van het EMU-saldo
Tabel EMU saldo nr.
Omschrijving (bedragen 8 € 1.000)
2023
2024
2025
2026
1
Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit de reserves (zie BBV, artikel 17c)
-217
8
8
8
2
Afschrijvingen ten laste van de exploitatie
3.415
3.475
3.535
3.595
3
Bruto dotaties aan de post voorzieningen ten laste van de exploitatie
0
0
0
4
Investeringen in (im)materiële vaste activa, die op de balans worden geactiveerd
7.683
5.125
5.157
3.776
5
Baten uit bijdragen van andere overheden, de EU en overigen, die niet op de exploitatie zijn verantwoord en niet al in mindering zijn gebracht bij post 4
0
0
0
0
6
Desinvesteringen in (im)materiële vaste activa: Baten uit desinvesteringen in (im)materiële vaste activa, voor zover niet op de exploitatie verantwoord
0
0
0
0
7
Aankoop van grond en de uitgaven aan bouw-, en woonrijpmaken e.d. (alleen transacties met derden die niet op de exploitatie staan)
0
0
0
0
8
Baten bouwgrondexploitatie : Baten voorzover transacties niet op exploitatie verantwoord
0
0
0
0
9
Lasten op balanspost Voorzieningen voorzover deze transacties met derden betreffen
0
0
0
0
10
Lasten ivm transacties met derden, die niet via de onder post 1 genoemde exploitatie lopen, maar rechtstreeks ten laste van de reserves (inclusief fondsen ed.) worden gebracht en die nog niet vallen onder één van de bovenstaande posten
0
0
0
0
11
Verkoop van effecten : neen
neen
neen
neen
0
0
0
0
4.051
1.658
1.630
189
a. Gaat u effect verkopen ? (ja/nee) b. Zo ja wat is bij verkoop de verwachte boekwinst op de exploitatie ? Berekend EMU saldo
30
Paragrafen Kasstroomoverzicht
2023
2024
2025
2026
Resultaat voor reserves
-217.000
8.000
8.000
8.000
Operationele activiteiten
-217.000
8.000
8.000
8.000
Investeringen
-7.682.628
-5.125.436
-5.157.390
-3.775.881
Afschrijvingen
3.415.000
3.475.000
3.535.000
3.595.000
Mutatie Voorzieningen
-459.740
-423.956
-423.956
-444.054
Saldo
-4.727.368
-2.074.392
-2.046.346
-624.935
Financieringsactiviteiten
-4.944.368
-2.066.392
-2.038.346
-616.935
Aflossing leningen
-2.798.808
-3.798.808
-3.798.808
-3.798.808
-693
-693
10.000.000
-693
4.425.310
2.798.810
-
-2
Mutatie Overlopenden activa
723.321
-
-
-
Mutatie kortlopende schulden
-612.028
4.693.672
-5.360.150
5.616.464
Mutatie Overlopenden passiva
3.240.266
-1.368.589
1.455.304
-942.026
Saldo
4.977.368
2.324.392
2.296.346
874.935
Mutatie liquide middelen
250.000
250.000
250.000
250.000
Liquide middelen
250.000
250.000
250.000
250.000
Stand 1 januari
250.000
250.000
250.000
250.000
Stand 31 december
250.000
250.000
250.000
250.000
Mutatie Uitgezette leningen Mutatie Vorderingen
Paragrafen
31
Verbonden Partijen
Definitie Verbonden Partij Een Verbonden Partij (VP) is een privaat- of publiekrechtelijke organisatie waarin de VRD een financieel én een bestuurlijk belang heeft. Er is sprake van een financieel belang als de VRD aansprakelijk is bij het niet nakomen van de verplichtingen door de rechtspersoon. Er is sprake van een bestuurlijk belang als de VRD vertegenwoordigd is in het bestuur of zeggenschap daarin kan uitoefenen. Gelet op deze kwalificaties van belang kent de VRD geen verbonden partijen. Hieronder worden de partijen waarmee de VRD een nauwe betrokkenheid heeft genoemd.
Stichting BON De bestuurlijke deelname, samen met de veiligheidsregio’s Fryslân en Groningen, in de Stichting Brandweeropleidingen Noord (BON) benadert de definitie van een verbonden partij. Er is echter volgens de statuten geen sprake van een financieel belang in de stichting. De stichting is aandeelhouder in de BON Holding B.V. De BON Holding B.V. heeft een 100%-deelneming in Oefencentrum Noord B.V. en Brandweeropleidingen Noord B.V. en de Flexpool B.V. De BON factureert de afgenomen dienstverlening (opleiden of oefenen).
Nederlands Instituut voor Publieke Veiligheid, tot 2022 was dit het IFV Dit is de organisatie die de krachten bundelt op het terrein van de publieke veiligheid in Nederland. Het Instituut wordt bestuurd door de voorzitters van de 25 veiligheidsregio’s. Het NIPV levert onder andere een bijdrage aan de brandweeropleidingen en het delen van informatie en expertise. Ook houdt het NIPV zich bezig met het verwerven en beheren van materieel, uitrusting en telecommunicatievoorzieningen. De VRD betaalt jaarlijks een contributie.
Samenwerkingspartijen De VRD kan haar taken beter uitvoeren in samenwerking met andere partijen. De beste resultaten uit samenwerking zijn te behalen als de betrokken partijen zich vanzelfsprekend met elkaar verbonden voelen, bijvoorbeeld vanwege gemeenschappelijke waarden of belangen. Kwaliteit- en resultaatverbetering staan voorop. Voorbeelden van samenwerking zijn: • dienstverleningsovereenkomst met de Gemeente Tynaarlo voor de uitvoering van de salarisadministratie • dienstverleningsovereenkomst met GGD Drenthe voor de administratievoering van de • GHOR • samenwerkingsovereenkomst met Veiligheidsregio Fryslân en Groningen voor de uitvoering van de personeelsadministratie voor het personeel van de MKNN wat niet overgegaan is naar de landelijk meldkamerorganisatie. • samenwerkingsovereenkomst Zorg- en VeiligheidsHuis Drenthe (Pijofach, AB besluit 3-10-2018)
32
Paragrafen Onderhoud kapitaalsgoederen Kapitaallasten materieel
Er wordt in de bijdrage van de basisbrandweerzorg uitgegaan van een bijdrage in het materieel op basis van het materieel vervangingsplan. De basis hiervoor is het overgenomen materieel van de gemeenten. De VRD moet binnen deze bijdrage zorgdragen voor de financiering en vervanging van het materieel. Op basis van de afgelopen jaren zullen de afschrijvingslasten de komende jaren stijgen. Hiervoor is jaarlijks een verhoging van de gemeentelijke bijdrage van € 60.000,- noodzakelijk.
Huisvesting Gesprekken met een aantal gemeenten lopen nog over de wijze waarop de huisvesting geregeld wordt en wat hier de financiële gevolgen van zijn. Dit wordt vervolgd in de komende jaren.
Investeringen Voor 2022 en verder staan de volgende investeringen gepland.
Investeringsprogramma
2022
2023
2024
2025
2026
1.500.000
3.000.000
0
0
0
1.507.000
2.810.480
4.295.000
3.963.500
1.900.175
251.900
488.720
283.230
197.630
656.740
ICT
167.020
90.000
115.000
127.000
78.500
Inventaris
290.400
9.680
0
19.360
0
Materieel duiken
0
89.500
0
40.200
18.000
Ademlucht
0
0
52.000
292.000
25.000
1.003.000
478.750
281.650
371.800
179.750
Telecommunicatie
50.525
451.998
98.556
27.000
917.716
Overige
72.600
263.500
0
118.900
0
4.842.445
7.682.628
5.125.436
5.157.390
3.775.881
Gebouwen Huisvesting Vervoermiddelen Voertuigen Inventaris rijdend materiaal Machines, apparaten en installaties
Overige Kleding
Totaal aan investeringen
Financiële begroting en meerjarenraming 2023-2026
33
Uitgangspunten begroting De begroting 2023 en de meerjarenraming zijn opgesteld volgens de uitgangspunten zoals verwoord in “Samen werken voor Drenthe”. In de meerjarenraming is met loon- en prijscompensatie rekening gehouden. De financiële uitgangspunten zijn in onderstaande tabel opgenomen.
Verloop gemeentelijke bijdragen (bedragen x 1 mln.) Bijdrage 2022
€ 27.328.000,00
Bij: loon- en prijscompensatie 2023 (2,29%)
€ 625.000,00
Verbeterplan informatieveiligheid
€ 160.000,00
Voldoende gekwalificeerde Brandweervrijwilligers
€ 245.000,00
Data en informatie als cruciale componenten
€ 180.000,00
Expertisepartner fysieke veiligheid
€ 80.000,00
Op peil brengen kapitaallasten
€ 60.000,00
Af: Wegvallen ontwikkelgelden Bijdrage 2023
€ 300.000,00 € 28.378.000,00
34 Ontwikkelingen begroting 2023 In de begroting zijn naast de genoemde beleidsontwikkelingen de onderstaande ontwikkelingen meegenomen:
Loon- en prijscompensatie 2023-2026 Voor de bepaling van de kostenstijgingen wordt rekening gehouden met een stijging lonen en prijzen van 3,21% op basis van de Macro economische verkenning van het Centraal Planbureau. Dit percentage wordt gecorrigeerd conform de uitgangspunten “Samenwerken voor Drenthe” met 0,92%. In de notitie ‘Samenwerken voor Drenthe’ wordt uitgegaan van een standaard verhouding Loon-/prijsontwikkeling van 70/30. De verhouding binnen de VRD wijkt hiervan af. Toch wordt er voor gekozen het percentage vanuit de notitie te hanteren, dit om de gewenste eenheid in Drenthe te krijgen.
2022
2023
2024
2025
Prijs overheidsconsumptie: beloning werknemers
3,3
3,9
3,8
3,6
Prijs bruto binnenlands product (%)
3,0
2,5
2,5
2,2
Aandeel loonkosten
70%
70%
70%
70%
Aandeel Prijs gerealateerde kosten
30%
30%
30%
30%
Loon- en prijsontwikkeling voor Veiligheidsregio Drenthe
3,21
3,48
3,41
3,18
Correctie voorgaande jaren
-0,92
Loon en prijsontwikkeling meenemen in begroting
2,29
3,48
3,41
3,18
Ontwikkeling kapitaallasten Op basis van het bestuursbesluit van 23 maart 2016, waarbij destijds de investeringsruimte (€ 850.000,-) is ingezet voor dekking van gestegen lonen en prijzen, worden de gemeentelijke bijdragen vanaf 2019 jaarlijks verhoogd met € 60.000,- voor de toenemende kapitaallasten. Op basis van het eerder genoemde bedrag zou de verhoging doorlopen tot 2033.
Ontwikkelgelden 300k Vanaf 2019 heeft het bestuur tot en met 2022 jaarlijks een bedrag van € 300.000,-beschikbaar gesteld voor ontwikkelingen rampenbestrijding en crisismanagement, investeren personeel en de omgevingswet. Vanaf 2023 vallen deze ontwikkelgelden terug aan de gemeenten en zal de gemeentelijke bijdrage met dit bedrag afnemen.
Financiële begroting en meerjarenraming 2023-2026
35
Recapitulatie meerjarenraming 2023-2026 Rekening houdende met de uitgangspunten van de kaderbrief en de autonome ontwikkeling ziet de meerjarenbegroting er als volgt uit: Jaarrekening
Begroting
Begroting
2021
2022
2023
2024
Meerjarenraming 2025
2026 5.045
Programma Calamiteiten en Crises Incidentbestrijding
Lasten
4.076
4.702
4.813
4.891
4.968
Operationele informatievoorziening
Lasten
166
142
152
152
152
152
Techniek en logistiek
Lasten
1.571
1.529
1.607
1.607
1.607
1.607
Vakbekwaamheid
Lasten
1.946
1.787
1.799
1.799
1.799
1.799
Crisisbeheersing
Lasten
180
247
247
247
247
247
GHOR
Lasten
1.221
1.323
1.352
1.381
1.410
1.439
Investeringen
Lasten
3.086
3.343
3.404
3.464
3.524
3.584
Personeel
Lasten
8.882
8.557
8.633
8.899
9.169
9.427
Saldo lasten
Saldo
21.128
21.630
22.006
22.437
22.873
23.298
Incidentbestrijding
Baten
0
0
0
0
0
0
Techniek en logistiek
Baten
32
30
30
30
30
30
Investeringen
Baten
119
113
113
113
113
113
Vakbekwaamheid
Baten
11
2
12
12
12
12
Personeel
Baten
104
257
26
26
26
26
Saldo baten
Saldo
Totaal programma Calamiteiten en Crisis
266
402
181
181
181
181
20.862
21.228
21.825
22.256
22.692
23.117
Programma Bewustwording Risicobeheersing
Lasten
230
130
130
130
130
130
Personeel
Lasten
3.230
3.112
3.139
3.236
3.334
3.428
Saldo lasten
Saldo
3.460
3.242
3.269
3.366
3.464
3.558
Risicobeheersing
Baten
0
0
0
0
0
0
Personeel
Baten
38
94
10
10
10
10
Saldo baten
Saldo
Totaal programma Bewustwording
38
94
10
10
10
10
3.423
3.148
3.260
3.356
3.454
3.548
Programma Samenleving Jeugdbrandweer
Lasten
15
48
48
48
48
48
Huisvesting
Lasten
2.234
2.133
2.198
2.198
2.198
2.198
Saldo lasten
Saldo
2.249
2.181
2.246
2.246
2.246
2.246
Jeugdbrandweer
Baten
7
6
6
6
6
6
Huisvesting
Baten
921
903
943
943
943
943
Saldo baten
Saldo
Totaal programma Samenleving
929
909
949
949
949
949
1.321
1.272
1.297
1.297
1.297
1.297
Programma Organisatie ICT
Lasten
909
804
804
804
804
804
Organisatiekosten
Lasten
1.121
890
1.061
1.061
1.061
1.061
Investeringen
Lasten
400
400
400
400
400
400
Personeel
Lasten
4.037
3.890
3.924
4.045
4.168
4.285
Saldo lasten
Saldo
6.467
5.983
6.189
6.309
6.432
6.549
Organisatiekosten
Baten
147
85
111
111
111
111
Investeringen
Baten
0
5
0
0
0
0
Personeel
Baten
47
117
12
12
12
12
Saldo baten
Saldo
Totaal programma Organisatie
194
207
123
123
123
123
6.273
5.776
6.066
6.186
6.309
6.426 31.448
Dekkingsbronnen Gemeentelijke bijdrage
Baten
26.766
27.328
28.378
29.403
30.443
Bdur
Baten
5.229
5.022
5.211
5.211
5.211
5.211
Saldo baten
Saldo
31.995
32.350
33.589
34.614
35.654
36.659
Overige kosten
Lasten
-10
918
1.359
1.511
1.894
2.263
Heffing vennootschapsbelasting
Lasten
0
0
0
0
0
0
Onvoorzien
Lasten
0
0
0
0
0
0
Saldo lasten
Saldo
-10
918
1.359
1.511
1.894
2.263
32.005
31.432
32.230
33.103
33.760
34.396
127
8
-217
8
8
8
-8
-8
217
-8
-8
-8
119
0
0
0
0
0
Totaal aan dekkingsbronnen Resultaat voor bestemming Mutatie reserves Resultaat na bestemming
Lasten
Voor een toelichting op de missielijnen verwijzen wij naar de verschillende toelichtingen bij deze missielijnen.
Financiële begroting en meerjarenraming 2023-2026
36
Incidentele baten en lasten In de begroting is een bedrag opgenomen voor de 0,1% WW-premie, deze wordt jaarlijks op de hiervoor bestemde bestemmingsreserve gestort. In de begroting 2023 is daarnaast een bedrag van € 225.000,- kosten meegenomen ten behoeve van de incidentele kosten voor “Data en informatie als cruciale componenten” en ten laste van de reserves gebracht..
Gemeentelijke bijdragen Rekening houdende met de meerjarenraming ontwikkelen de gemeentelijke bijdragen zich als volgt:
Overzicht gemeentelijke
Aantal inwoners
Gemeentelijk
Gemeentelijk
Gemeentelijk
Gemeentelijk
per 1-3-2021
bijdrage VRD 2023
bijdrage VRD 2024
bijdrage VRD 2025
bijdrage VRD 2026
Aa en Hunze
25.392
1.612.987
1.673.208
1.734.312
1.793.367
Assen
68.833
3.365.550
3.484.667
3.605.531
3.722.342
Borger-Odoorn
25.596
1.527.642
1.584.038
1.641.262
1.696.566
Coevorden
35.321
2.250.191
2.334.244
2.419.530
2.501.956
De Wolden
24.374
1.381.716
1.432.220
1.483.466
1.532.994
Emmen
107.020
5.612.289
5.814.126
6.018.923
6.216.853
Hoogeveen
55.600
2.729.825
2.826.537
2.924.668
3.019.508
Meppel
34.383
1.708.057
1.768.737
1.830.308
1.889.814
Midden Drenthe
33.386
2.001.607
2.075.563
2.150.604
2.223.129
Noordenveld
31.218
1.661.762
1.721.718
1.782.554
1.841.350
Tynaarlo
33.974
1.640.291
1.698.170
1.756.898
1.813.656
Westerveld
19.663
1.258.706
1.305.763
1.353.509
1.399.655
494.760
26.750.623
27.718.991
28.701.566
29.651.188
Emmen 24 UUR
1.627.377
1.684.009
1.741.434
1.796.812
Totaal
28.378.000
29.403.000
30.443.000
31.448.000
Bijdrage
Een deel van de gemeentelijke bijdrage wordt verrekend naar het aantal inwoners per gemeente. Hierdoor kunnen kleine onderlinge verschillen in de gemeentelijke bijdrage ontstaan ten opzichte van het voorgaande jaar. De totale gemeentelijke bijdrage voor 2023 bedraagt € 28.378.000,- (conform afspraken uit “Samenwerken voor Drenthe”, bestaande uit € 4.654.600,- (inwonersbijdrage) en € 23.723.400,- (bijdrage brandweerzorg).
Financiële begroting en meerjarenraming 2023-2026
37
Geprognosticeerde balans en financiële kengetallen In het BBV is opgenomen dat voor de drie jaren volgend op het begrotingsjaar een geprognosticeerde balans moet worden opgenomen in de begroting. Met het opnemen van deze balans krijgt het bestuur meer inzicht in de ontwikkeling van onder meer investeringen, het aanwenden van reserves en voorzieningen en in de financieringsbehoefte.
Activa
1 januari 2022
1 januari 2023
1 januari 2024
1 januari 2025
1 januari 2026
Materiële vaste activa
21.268.706
22.756.151
27.023.779
28.674.215
30.296.605
Financiele vaste activa
974.690
723.997
473.304
222.611
1.918
22.243.396
23.480.148
27.497.083
28.896.826
30.298.523
8.178.806
3.753.496
954.686
954.686
954.688
452.069
250.000
250.000
250.000
250.000
8.630.875
4.003.496
1.204.686
1.204.686
1.204.688
Overlopende activa
1.473.321
750.000
750.000
750.000
750.000
Totaal
32.347.592
28.233.644
29.451.769
30.851.512
32.253.211
Algemene reserve
1.511.799
876.734
876.734
876.734
876.734
Bestemmingsreserves
1.267.021
1.788.606
1.571.606
1.579.606
1.587.606
2.778.820
2.665.341
2.448.341
2.456.341
2.464.341
Voorzieningen
3.125.319
3.019.489
2.559.749
2.110.450
1.686.494
Vaste Schulden
22.738.198
19.939.390
17.140.582
24.341.773
20.542.965
Kortlopende schulden
3.705.255
2.609.425
7.303.098
1.942.948
7.559.411
Totaal
32.347.592
28.233.644
29.451.769
30.851.512
32.253.211
Vaste Activa
Vlottende activa Vorderingen Liquide middelen
Passiva Vaste Passiva
Vlottende Passiva
Financiële begroting en meerjarenraming 2023-2026
38
Financiële kengetallen Om een beeld te krijgen van de financiële positie van de VRD zijn de volgende verplichte financiële kengetallen ontwikkeld en verplicht gesteld in de begroting: 1. netto schuldquote 2. netto schuldquote gecorrigeerd 3. solvabiliteitsratio 4. Structurele exploitatieruimte
Netto schuldquote De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de totale inkomsten. Het geeft een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken.
2023
2024
2025
2026
Langlopende schulden
22.738.198
19.939.390
17.140.582
24.341.773
Kortlopende schulden
3.705.255
2.609.425
7.303.098
1.942.948
974.690
723.997
473.304
222.611
8.178.806
3.753.496
954.686
954.686
452.069
250.000
250.000
250.000
Subtotaal
36.049.018
27.276.308
26.121.669
27.712.018
Totale baten
34.852.373
35.877.373
36.917.373
37.922.373
53,9%
53,7%
64,2%
66,7%
2023
2024
2025
2026
Langlopende schulden
22.738.198
19.939;.390
17.140.582
24.341.773
Kortlopende schulden
3.705.255
2.609.425
7.303.098
1.942.948
Vorderingen
8.178.806
3.753.496
954.686
954.686
452.069
250.000
250.000
250.000
Subtotaal
35.074.328
26.552.311
25.648.365
27.489.407
Totale baten
34.852.373
35.877.373
36.917.373
37.922.373
51,1%
51,7%
62,9%
66,1%
Financiele activa Vorderingen Liquide middelen
Netto schuldquote
Liquide middelen
Netto schuldquote gecorrigeerd
Vanuit de VNG wordt geadviseerd om een norm van maximaal 130% aan te houden. De VRD valt ruim onder de norm. Door de afname van de totale schuldenlast en stijgende totale baten door loon- en prijsstijgingen daalt de netto schuldquote in de komende jaren.
Financiële begroting en meerjarenraming 2023-2026
39
Solvabiliteitsratio Onder de solvabiliteitsratio wordt verstaan het eigen vermogen als percentage van het balanstotaal. Deze ratio geeft aan in welke mate de VRD in staat is aan haar schulden te voldoen.
Solvabiliteitsratio 2023
9,4
2024
8,7
2025
8,0
2026
7,6
Voor de jaren tot 2023 stijgt de solvabiliteitsratio licht door de inzet van reserves voor incidentele uitgaven.
Structurele exploitatieruimte In de jaren 2020 t/m 2024 wordt voor incidentele uitgaven een beroep gedaan op de daarvoor bestemde reserve(s).
Structurele exploitatieruimte 2023
-0,64%
2024
0,02%
2025
0,02%
2026
0,02%
2025
0,0%
Overige overzichten In het BBV staat aangegeven welke overzichten onderdeel van de begroting moeten zijn. Deze overzichten zijn hieronder opgenomen en toegelicht.
Renteschema Op basis van de notitie Rente 2017 staat beschreven hoe de rentetoerekening aan het taakveld Treasury vorm moet worden gegeven. Onderstaande tabel bepaalt het renteresultaat.
2023
2024
2025
2026
Externe rente Lasten
231.371
228.018
224.664
221.311
Externe rente Baten
-473
-473
-473
-473
Saldo rentelasten en rentebaten
230.898
227.544
224.191
220.837
Aan taakvelden toe te rekenen Rente
230.898
227.544
224.191
220.837
Aan taakvelden toegerekende Rente
230.898
227.544
224.191
220.837
0
0
0
0
Rente resultaat voor taakveld Treasury
Financiële begroting en meerjarenraming 2023-2026
40
Taakvelden Het volgende overzicht geeft inzicht in het verdelingsprincipe van de programma’s naar de verplichte taakvelden in de gemeentelijke begrotingen.
Taakvelden
2023
2024
2025
2026
Nummer
Omschrijving
bedrag
bedrag
bedrag
bedrag
0.7
Gemeentefonds
5.211.373
5.211.373
5.211.373
5.211.373
0.5
Algemene dekkingsmiddelen
28.378.000
29.403.000
30.443.000
31.448.000
Totaal baten
33.589.373
34.614.373
35.654.373
36.659.373
1.1
Crisisbeheersing en Brandweer
26.045.481
26.562.639
27.086.545
27.595.203
0.4
Overhead
6.065.723
6.186.316
6.309.009
6.426.301
0.61
Treasury
-
-
-
-
8.3
Wonen en Bouwen
335.894
346.144
356.544
366.594
0.8
Overige baten en lasten
1.359.275
1.511.275
1.894.275
2.263.275
Totaal lasten
33.806.373
34.606.373
35.646.373
36.651.373
217.000
-8.000
-8.000
-8.000
-
-
-
-
0
0
0
0
18%
18%
18%
18%
0.10
Reserve mutaties
0.10
Vennootschapsbelasting
Totaal resultaat Percentage Overhead
Toelichting bij tabel Taakvelden: Onder het taakveld 0.4 Overhead zijn de kosten zoals vermeld in het programma Organisatie opgenomen. Het taakveld 8.3 bestaat uit de loonkosten Risicobeheersing. In het taakveld 0.8 overige baten en lasten is de het bedrag voor prijsontwikkeling opgenomen.
Beleidsindicatoren Tot slot is een vijftal beleidsindicatoren voorgeschreven. De waarden zijn hieronder aangegeven.
Beleidsindicatoren
2023
2024
2025
2026
Formatie
0,48
0,48
0,48
0,48
0,40
0,40
0,40
0,40
31,6
32,6
33,6
34,5
1,4
1,4
1,3
1,3
12,3
12,5
12,8
13,0
494.760
494.760
494.760
494.760
Fte/ 1000 inwoners Bezetting Fte/ 1000 inwoners Apparaatskosten Per inwoner Externe inhuur Percentage loonkosten Overheadkosten Per inwoner Aantal Inwoners Drenthe
Bijlage I Toelichting per risico
41
Rechtspositie brandweervrijwilligers Het vraagstuk waarbij de rechtspositie van brandweervrijwilligers in het geding is, heeft in 2021 ondanks de crisis toch wel aandacht gekregen, maar er is nog geen duidelijkheid over de richting die het opgaat. Samen met de werkgevers wil de nieuwe minister van J&V kijken op welke wijze het aspect vrijwilligheid, wat zo kenmerkend is voor Nederland, kan blijven.
Onverwachte ontwikkelingen groot brandweermaterieel Ten aanzien van het groot Brandweermaterieel worden we meer en meer geconfronteerd met ontwikkelingen waarop niet te sturen is. Hieronder vallen de aanbestedingstrajecten die veelal langer duren dan verwacht. Hierdoor moeten dan weer extra kosten gemaakt worden voor het operationeel houden van het te vervangen materieel. Ook snelle veranderingen op technisch vlak spelen hier een rol, meestal leiden deze ontwikkelingen tot een hogere vervangingsprijs.
Ontwikkelingen huisvesting We zijn als VRD nauw betrokken bij de huisvesting van onze posten, er is goed overleg met de eigenaren. De gemeenten zijn nog steeds de eigenaar, het gaat hier ook niet om nieuwbouwkosten. Mocht de nieuwbouw echter stagneren dan zal er gekeken moeten worden naar tussenoplossingen voor de stalling van ons materieel en dan wordt al snel gekeken naar de VRD om het op te lossen. Daar is geen budget voor meegenomen in de begroting. Voor de kosten van de inrichting van deze posten is wel budget opgenomen in de begroting, we zien nu dat veel nieuwbouw in de planning staat waardoor er een groter beroep op de begroting nodig kan zijn.
Ontwikkelingen 2e loopbaanbeleid/FLO Voor brandweermedewerkers die na 2006 in dienst zijn gekomen heeft de werkgever na 20 jaar de verplichting om te zorgen voor een andere functie. Maatregelen hiervoor zijn al in gang gezet, maar het is nog onzeker of dit op termijn tot de gewenste resultaten zal leiden. Medewerkers worden aangespoord en ondersteund om zelf initiatief te nemen om ander werk te vinden. Wellicht dat voor deze medewerkers een vorm van FLO in het leven geroepen wordt. Door externe ontwikkelingen op het gebied van de huidige FLO regeling dreigen de regio’s met hogere kosten te maken te krijgen die niet in de voorziening zijn meegenomen.
Digitale verstoring/Cybercrime Onze afhankelijkheid van digitale systemen wordt steeds groter. Denk aan het thuiswerken en de dagelijkse handelingen als bellen, reizen of betalen, slimme sensoren in veiligheidssystemen en volledig geautomatiseerde processen in tal van bedrijfstakken. Steeds vaker zijn verschillende systemen ook nog aan elkaar gekoppeld. Met de toenemende interactie tussen fysiek en digitaal komen onze economie, nationale veiligheid en het normale maatschappelijk leven op onvoorziene manieren in gevaar. Het kan bijvoorbeeld gaan om ontvreemding van informatie, maar ook om ontwrichting door inzet van gijzelsoftware.
Arbeidsmarktproblematiek In de huidige arbeidsmarkt worden we steeds vaker geconfronteerd met moeilijk in te vullen vacatures, het potentieel in de vijver waaruit gevist wordt neemt steeds meer af. Er is een risico dat onze dienstverlening in gevaar komt als we niet de juiste man/vrouw tijdig genoeg op de juiste plaats weten te krijgen.
Ontwikkeling klimaat en energie Ook de VRD zal mee moeten in de slag om klimaatvriendelijker te opereren, voorbeeld is het overschakelen van diesel naar andere brandstoffen voor het groot materieel. Maar het gaat verder dan alleen de brandstof. Deze ontwikkelingen gaan soms sneller dan ingeschat en de consequenties kunnen groot zijn.
05
Begroting 2023 Crisisbeheersing, GHOR, Brandweer, Bedrijfsvoering en Financiën