B. Stark Beleidsbegroting 2026-2029
Tekst van het document
2026-2029
BELEIDSBEGROTING
www.wijzijnstark.nl
STARK
Beleidsbegroting 2026-2029
Deze begroting dient gelezen te worden als programmabegroting in het kader van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV).
Vastgesteld in het bestuur van Stark op 17 april 2025
Gemeenschappelijke Regeling Stark Europaweg 30, 7903 TM Hoogeveen Telefoon 0528 29 48 11
www.wijzijnstark.nl
01
INHOUD Voorwoord
3
2. Over Stark
4
3. Beleidsbegroting
6
3.1 Beleidsplan en beleidsindicatoren
7
3.1.1 Algemeen
7
3.1.2 WSW en Participatie- Beschut werk
7
3.1.2 Participatie- Trajecten en Bedrijfsvoering
8
3.2 Paragrafen
10
3.2.1 Weerstandscapaciteit en continuïteit
10
3.2.2 Risico's en bijzonderheden
11
3.2.3 Benodigd weerstandsvermogen
12
3.2.4 Kengetallen
12
3.2.5 Investeringen met een economisch nut
13
3.2.6 Financiering
13
3.2.7 Onderhoud kapitaalgoederen
14
3.2.8 Wet open overheid
14
3.2.9 Verbonden partijen
14
4. Financiële begroting
15
4.1 Uitgangspunten voor de begroting
16
4.2 Overzicht van baten en lasten 2026
17
4.2.1 Toelichting vooraf
17
4.2.2 Overzicht van baten en lasten
18
4.3 Meerjarenbegroting 2025-2028 5. Bijlagen
23 25
5.1 Meerjarenbegroting na gemeentelijke bijdrage
25
5.2 Geprognosticeerde balans
27
5.3 Gemeentelijke omzet en quasi-inbesteding 2026-2029
27
5.4 Overzicht gemeentelijke en rijksbijdrage 2026-2029
28
5.5 Verdeling taakvelden
29
VOORWOORD Voor u ligt de begroting 2026 van Stark met een meerjarenraming tot en met 2029. We begroten realistisch en houden rekening met de wet- en regelgeving zoals het BBV, richtlijnen van de provincie en actuele ontwikkelingen in de branche. Stark is een toonaangevend en modern sociaal ontwikkelbedrijf. Dat zijn wij voor onze medewerkers, de gemeenten en voor het bedrijfsleven. In deze begroting leggen wij u de financiële situatie uit voor 2026 en de jaren erna. Wij focussen ons op onze talenten, die wij een passende plek op de arbeidsmarkt (willen) geven, met een passende financiële waardering. Wij zetten ons in voor omzetoptimalisatie en kostenbesparing waar het mogelijk is. Wij zijn in 2025 in afwachting van de toekomstvisie voor Stark van onze drie deelnemende gemeenten. In deze begroting hebben wij nog geen inschatting kunnen maken van de financiële gevolgen die hieruit kunnen voortkomen. Daarnaast zijn er in onze branche van sociale ontwikkelbedrijven veel ontwikkelingen gaande. Alle betrokken organisaties, inclusief het rijk, en partners houden zich bezig met een verbetering van de infrastructuur om sociale ontwikkelbedrijven een beter fundament te geven om het belangrijke werk voor onze doelgroepen voort te kunnen zetten. De begroting voor 2026 laat een negatief resultaat zien voor gemeentelijke bijdrage van €942.000.
Met een gemeentelijke bijdrage van € 942.000 verwachten we geen onttrekking nodig te zijn uit de algemene reserve. Hoogeveen, 01 april 2025
R. Houthooft, directeur
03
OVER STARK
2. OVER STARK Stark is een ontwikkelbedrijf die mensen van A naar B brengt. De A staat voor Afstand en de B voor Bijdrage. Kortom we brengen mensen van Afstand naar Bijdrage. Dit doen we voor mensen aan de basis van de arbeidsmarkt. Stark ontwikkelt mensen door werk. Stark heeft brede kennis van de arbeidsmarkt en is een schakel tussen bedrijfsleven en medewerkers in gezamenlijkheid met de gemeenten, het UWV en het onderwijs.
@wijzijnstark
@wijzijnstark
@wijzijnstark
www.wijzijnstark.nl
05
BELEIDSBEGROTING
3. BELEIDSBEGROTING Stark, het sociaal ontwikkelbedrijf van en voor de inwoners van de gemeenten Hoogeveen, Midden-Drenthe en De Wolden, geeft uitvoering aan de opdrachten van deze gemeenten zoals deze zijn vastgelegd in het Bedrijfsplan. In dit hoofdstuk nemen we u mee in de plannen voor 2026 met de daarbij behorende verplichte beleidsindicatoren. Dit hoofdstuk bevat eveneens de verplichte paragrafen vanuit de BBV.
3.1 BEDRIJFSPLAN EN BELEIDSINDICATOREN 3.1.1 Algemeen De gespreksnotitie in de voorjaarsoverleggen tussen de besturen van de gemeenschappelijke regelingen en de gemeenteraden, vormt het kader voor deze begroting, samen met de voorschriften vanuit de BBV. In de gespreksnotitie zijn de inhoudelijke kansen en uitdagingen van Stark opgenomen. 3.1.2 WSW en Participatie – Beschut werk Vanuit onze visie streven we naar een zo optimaal mogelijke deelname aan de arbeidsmarkt voor iedereen. Dit betekent voor onze SW medewerkers dat zij middels begeleid werken of een detacheringsplek bij een werkgever aan de slag kunnen of een plek krijgen bij ons op de binnen afdelingen, de groenvoorziening of bij onze staf afdelingen. In deze begroting 2026 gaan wij uit van de volgende aantallen medewerkers.
07
Het subsidieresultaat van Stark ziet er naar verwachting voor 2026 als volgt uit:
We ontvangen rijksbijdrage voor de kosten van de SW doelgroep en de gemeentelijke bijdrage ontvangen we voor de kosten van de beschutte werkplekken en de banenafspraak. Ook het collectief vervoer wordt gefinancierd uit de gemeentelijke bijdrage. Het subsidieresultaat beschut werken is negatief geraamd in 2026. Dit is in lijn met de begroting 2025 en de jaarrekening 2024. Het negatieve subsidieresultaat geldt branche breed. Zowel bij de personeelskosten beschut werken als bij de gemeentelijke bijdrage beschut werken houden we rekening met een loon- en prijscompensatie van 2% en een beperkte groei van het aantal plaatsen voor beschut werk van 6 medewerkers in 2026. Banenafspraak Het subsidieresultaat banenafspraak is negatief geraamd in 2026. Dit is in lijn met de begroting 2025 en de jaarrekening 2024. 3.1.2 Participatie – Trajecten en Bedrijfsvoering Trajecten Ook onze trajectdeelnemers proberen we door middel van diverse tools te ondersteunen om een weg (terug) te laten vinden naar werk. Het doel van deze trajecten is dat er werknemersvaardigheden opgebouwd worden, waardoor de deelnemers kunnen uitstromen naar regulier werk. Nadat het traject is afgerond, kunnen de gemeenten de deelnemers plaatsen op de arbeidsmarkt. Bij voorkeur direct aansluitend aan het traject. Bedrijfsvoering Stark heeft te maken met CAO stijgingen voor de medewerkers.
Dit heeft zijn weerslag in de personeelskosten en de bedrijfskosten. Wij begroten realistische kosten en zetten ons in voor omzetoptimalisatie en kostenbesparing. Wij hebben geïnvesteerd in duurzame huisvesting, waardoor wij een passende huisvesting kunnen bieden aan onze medewerkers.
08
Als we kijken naar de kosten en baten van onze bedrijfsvoering, ziet het bedrijfsresultaat er als volgt uit voor 2026.
Het bedrijfsresultaat geeft een indicatie of wij in staat zijn om de begeleidingskosten en overheadlasten te kunnen dragen door de brutomarge, zonder een subsidiebijdrage. Het resultaat in 2026 is negatiever dan de beleidsbegroting 2025 Het verwachte resultaat over 2026 is in lijn met de realisatie over 2024, exclusief de incidentele baten en lasten. De afgelopen jaren hebben we te maken gehad met een dalende bruto marge. Vanaf 2025 werken we aan een stijging van de netto toegevoegde waarde per uur van de productie. Dit doen we door efficiënter te gaan werken en door langlopende productie orders met een groot volume. De ontwikkelmogelijkheden voor onze medewerkers blijven hierbij centraal staan. Wij richten ons op stabilisatie in de detacheringsomzet. De krimp in de SW populatie zorgt ervoor dat het moeilijk is om deze omzet op een stabiel niveau te houden. We blijven hierbij zoeken naar de mogelijkheden in het bedrijfsleven, bijvoorbeeld voor (de uitbreiding van) werkplekken op locatie. Nieuwe instroom vanuit de deelnemende gemeenten is gewenst om deze omzet te kunnen stabiliseren. Als organisatie richten we er ons op om zo kostenefficiënt als mogelijk te werken. De kosten van het begeleidend personeel zijn het grootste deel van onze kosten.
Hierin blijft het bewegen tussen een optimale bezetting qua kosten aan de ene kant en de juiste begeleiding voor de ontwikkeling en productiviteit van onze medewerkers.
09
3.2 PARAGRAFEN In dit hoofdstuk zijn de verplichte paragrafen opgenomen volgens de artikelen 9 en 26 van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV). 3.2.1 Weerstandscapaciteit en continuïteit De weerstandscapaciteit van Stark bestaat uit een algemene bedrijfsreserve. In onderstaande tabel wordt het verloop van deze reserve weergegeven.
Onze algemene reserve zetten we in om risico’s en incidentele uitgaven op te kunnen vangen. Hierover meer in de paragraaf 3.2.2 Risico’s en bijzonderheden en 3.2.3 Benodigd weerstandsvermogen. Indien de algemene reserve is uitgeput worden op grond van de Gemeenschappelijke Regeling Stark de tekorten van Stark gedekt door de deelnemende gemeenten. De deelnemende gemeenten zijn verantwoordelijk voor de continuïteit. Daarmee is de continuïteit van de organisatie gewaarborgd. De bestemde reserve welke in 2021 is gevormd, diende ter dekking van voorziene eenmalige kosten welke anders de gemeentelijke bijdrage in de exploitatie zou verhogen. De voorziene kosten in de bestemde reserve bestaan uit incidentele kosten voor de nieuwbouw, niet zijnde kapitaallasten, voor bijvoorbeeld adviseurs, projectmanagement en verhuiskosten (€ 401.000). In 2024 is de nieuwe huisvesting opgeleverd. In 2025 worden de laatste financiële zaken omtrent de nieuwhuisvesting afgewikkeld en wordt ook de bestemde reserve afgewikkeld. Vanaf 2026 is hiervoor geen bestemde reserve meer noodzakelijk.
10
3.2.2 Risico’s en bijzonderheden In deze paragraaf bespreken we de risicoanalyse. Er kunnen algemene risico’s zijn, waar iedere organisatie mee te maken krijgt, risico’s welke af te dekken zijn door verzekeringen, risico’s waar beheersmaatregelen voor te treffen zijn en risico’s waarop de organisatie geen invloed heeft. Ook is niet aan ieder risico direct een waarde te koppelen. Een risico betekent niet dat het ook gaat gebeuren. Bij een risico waar enigszins een waarde aan te koppelen is, is het risicobedrag: kans x effect/impact. In onderstaande tabel is deze berekening weergegeven.
Rijksbijdrage In de branche van sociale ontwikkelbedrijven zijn veel ontwikkelingen gaande. In samenwerking met alle betrokken partijen worden naar verwachting extra gelden beschikbaar gesteld voor het verbeteren van de infrastructuur van sociaal ontwikkelbedrijven. Medio 2025 wordt hierover besluitvorming door het rijk verwacht. Als na positieve besluitvorming door het rijk, deze middelen worden toegewezen aan Stark dan betekent dit structureel een extra rijksbijdrage per jaar. Deze middelen zijn nog niet opgenomen in deze begroting en vormen een positief risico in deze begroting. Toekomstvisie Zoals al eerder aangegeven vormen onze drie deelnemende gemeenten in 2025 een toekomstvisie voor Stark. Mogelijk leidt deze visie tot organisatorische wijzigingen en een andere budgetverdeling. Besluitvorming hierover wordt verwacht in de tweede helft van 2025. De uitkomsten vormen een risico in deze begroting. De financiële impact is op moment van schrijven, nog niet te bepalen. Minder omzet Het ziekteverzuim binnen Stark is fors. Deze ligt op het niveau van de gehele branche. We zien door de vergrijzing van onze medewerkers dat het langdurige ziekteverzuim lastig te reguleren is. Wij houden in de begroting rekening met dit hoge ziekteverzuim. Met name bij detachering heeft een hoog ziekteverzuim een lagere omzet als gevolg.
Mocht het ziekteverzuim verder stijgen dan bestaat er een risico op minder omzet. Daarnaast is door het ouder worden van de doelgroep het risico op extra uitstroom en hierdoor bestaat een additioneel risico op minder omzet. Bedrijfsvoering Wij constateren een grotere kostenstijging voor ondersteunend personeel als gevolg van de wijzigingen in de cao SGO. Deze kosten stijging vormen een risico.
11
3.2.3 Benodigd weerstandsvermogen De algemene reserve per 1 januari 2026 bedraagt € 2.204.000. Als we het risicobedrag afzetten als ratio van het beschikbaar vermogen, ziet dat er als volgt uit:
3.2.4 Kengetallen Onderstaande kengetallen zijn er op gericht om op eenvoudige wijze inzicht te geven in de financiële positie (en het verloop daarvan) van Stark.
Netto schuldquote en de netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin Stark in staat is aan de financiële verplichtingen te voldoen. Onder de solvabiliteitsratio wordt verstaan het eigen vermogen als percentage van het totale balanstotaal.
12
3.2.5 Investeringen met een economisch nut De waardering van de materiële vaste activa is gebaseerd op de historische kostprijs of vervaardigingsprijs, verminderd met de afschrijvingen. 3.2.6 Financiering Op grond van de Wet Financiering Decentrale Overheden (wet FIDO) wordt jaarlijks een treasuryparagraaf in de begroting toegevoegd. Het algemene beleid betreffende de uitvoering van de treasuryfunctie is neergelegd in het treasurystatuut. Het treasurybeleid is gericht op het minimaliseren van de financiële risico’s en binnen de geldende kaders een zo optimaal mogelijk rendement te behalen. Onderstaande tabel geeft de begrote omvang van de kasgeldlimiet weer.
De jaarlijkse verplichte aflossingen en de renteherzieningen mogen, conform de wet fido, niet meer bedragen dan 20% van het begrotingstotaal. In onderstaande tabel is de berekening van de renterisiconorm weergegeven.
13
3.2.7 Onderhoud kapitaalgoederen Voor de huisvesting wordt vanaf 2025 rekening gehouden met een meerjarig onderhoudsplan. Er is een inschatting gemaakt van de benodigde voorziening voor groot onderhoud. Jaarlijks wordt een dotatie gedaan in deze voorziening ter hoogte van € 111.000. Met de huidige kennis schatten we in dat deze jaarlijkse dotatie aan de voorziening voldoende is om de komende 10 tot 20 jaar te kunnen investeren in groot onderhoud. 3.2.8 Wet open overheid In de Wet open overheid (Woo) wordt beoogd dat bestuursorganen zowel actief als op verzoek zoveel mogelijk informatie verstrekken. Stark verstrekt naast informatie op verzoek, ook actief informatie bijvoorbeeld in de vorm van de jaarstukken en besluiten van het bestuur. Deze informatie wordt gedeeld op de website van Stark. Er is een contactpersoon benoemd, waar informatieverzoeken kunnen worden gedaan. Informatie wordt op een gestructureerde manier bewaard binnen de organisatie. 3.2.9 Verbonden partijen Stark participeert in Stark Sales en Participation BV. (SSP BV). SSP BV is een moedermaatschappij van twee deelnemingen. In onderstaand overzicht zijn deze deelnemingen weergegeven. Stark-Flex BV en PVA BV zijn personeels-BV’s.
14
FINANCIËLE BEGROTING
4. FINANCIËLE BEGROTING De financiële begroting bestaat uit de baten en lasten van 2026 en een toelichting daarop. Daarnaast wordt er inzage gegeven in de meerjarenraming over de jaren 2027 tot en met 2029.
4.1 UITGANGSPUNTEN VOOR DEZE BEGROTING
Bij het opstellen van deze begroting zijn de volgende documenten als uitgangspunt genomen: de beleidsbegroting 2025 van Stark; de beheersbegroting 2025, zoals die op 6 februari 2025 in het bestuur is vastgesteld. Overige uitgangspunten in de begroting zijn: de verwachtingen voor 2026 op basis van de op dit moment bekende feiten en omstandigheden; het volume SW 2026 in arbeidsjaren (aja) wordt gebaseerd op de verwachte eindstand voor het jaar 2025, geen nieuwe instroom en een uitstroom van circa 3% tot 5% per jaar vanwege natuurlijk verloop; aantal plaatsingen beschut werk in het kader van de Participatiewet is gebaseerd op taakstellingen en prognoses van het rijk en is gelijk gehouden aan de mogelijke groei van 2025; de grondslag voor de bepaling van de rijksbijdrage Stark is de septembercirculaire van 2024. Het macrobudget SW uit de circulaire is gecorrigeerd met een LPOcompensatie van 2,5%. Dit betreft een schatting, de werkelijke rijksbijdrage volgt in de meicirculaire 2026; Er is geen rekening gehouden met impulsgelden; er is een inschatting gemaakt van een salarisverhoging SW, jaarlijks per 1 januari van 2%. Daarnaast is rekening gehouden met een krimp in aantal medewerkers van 3% tot 5% per jaar; de medewerkers beschut werk worden verloond vanuit Stark Flex BV en volgens de cao Aan de Slag, er is rekening gehouden met een salarisverhoging, jaarlijks per 1 januari van 2%.
Er is rekening gehouden met een gemiddeld loonkostensubsidie van 57,5% voor de medewerkers beschut werk. Een eventuele forfaitaire loonkostensubsidie van 70% zou een positief effect hebben van € 350.000,-; de begeleidende medewerkers worden verloond vanuit PVA BV en volgens de cao WSGO, er is rekening gehouden met een salarisverhoging, jaarlijks per 1 januari van 2%; er wordt ingezet op stabilisatie van de detacheringsplekken en omzet, de komende jaren tegen loonwaarde en een prijsindexatie van 3% per jaar; eenzelfde niveau in de gemeentelijke omzet trajecten Participatiewet ten opzichte van de trajectenomzet van de afgelopen jaren;. gelijkblijvend niveau in de gemeentelijke groenomzet met een kleine groei bij externen; een stijgende de omzet binnen afdelingen ten opzichte van de afgelopen jaren i.v.m. een toenemende netto toegevoegde waard per uur van €3,00 naar €5,00 per uur in 2026. Uiteindelijk moet deze doorstijgen naar €6,50 per uur in 2029;
16
4.2 OVERZICHT VAN BATEN EN LASTEN 2026 4.2.1 Toelichting vooraf
Raamovereenkomst Stark De raamovereenkomst Stark 2019-2025 geeft aan dat de gemeentelijke bijdrage wordt samengesteld uit het exploitatietekort minus de verwachte rijksbijdrage gebaseerd op de taakstelling (het subsidieresultaat). Voor 2026 en verder zijn we uitgegaan van een gelijke systematiek. Voor de verdeling van het hiervoor genoemde exploitatietekort hanteert Stark een verdeling op basis van het aantal aja per gemeente. Deze verdeling wordt toegelicht in paragraaf 5.4. Weergave staat van baten en lasten De staat van baten en lasten in paragraaf 4.2.2. is opgesteld conform de richtlijnen uit de BBV. In bijlage 5.1 wordt de staat van baten en lasten 2026 inclusief de meerjarenraming weergegeven in een exploitatie- en subsidieresultaat, het resultaat na gemeentelijke bijdrage in de exploitatie en eventuele onttrekking aan de algemene bedrijfsreserve.
17
4.2.2 Overzicht van baten en lasten In onderstaand overzicht worden de baten en lasten van de beleidsbegroting 2026 in vergelijking met de beleidsbegroting 2025 en jaarrekening 2024 weergegeven. Het overzicht van baten en lasten is exclusief de gemeentelijke bijdrage in de exploitatie.
18
Toelichting op de begroting Brutomarge De brutomarge bestaat uit de bruto omzet verminderd met de inkoopwaarde van de omzet. In onderstaand overzicht wordt dit weergegeven.
Gemeentelijke omzet In onderstaand overzicht wordt de gemeentelijke omzet weergegeven.
De omzet van Stark komt voor een substantieel deel tot stand door opdrachten van de deelnemende gemeenten.
19
De omzet van de deelnemende gemeenten zal naar verwachting over 2026 € 3.044.000 bedragen, een positieve afwijking ter hoogte van € 280.000 ten opzichte van de beleidsbegroting 2025. Voornamelijk is dit toe te wijzen aan de detacheringsomzet van Gemeente De Wolden. Met de huidige uitgangspunten in deze begroting is er voldoende ruimte om quasiinbesteding voor onze gemeenten bij Stark mogelijk te maken. De totale omzet vanuit gemeenten bestaat uit de rijksbijdrage, de gemeentelijke bijdrage voor beschut werken, BAB en collectief vervoer en de gemeentelijke omzet in de brutomarge.
Gemeentelijke bijdrage Beschut en vervoer In onderstaand overzicht worden de posten gemeentelijke bijdrage beschut werk, collectief vervoer en loonkostensubsidie banenafspraken weergegeven.
Rijksbijdrage In onderstaand overzicht wordt de rijksbijdrage weergegeven voor de SW doelgroep.
De rijksbijdrage van 2026 is bepaald op basis van de septembercirculaire 2024 gecorrigeerd met een ingeschatte loon- en prijscompensatie van 2,5%.
20
Personeelskosten begeleidend personeel In onderstaand overzicht worden de personeelskosten voor het begeleidend personeel weergegeven.
De stijging in personeelskosten ten opzichte van de voorgaande begroting is ontstaan door indexering van de loonkosten met 2%. Zoals al eerder aangegeven heeft de doelgroep een grotere begeleidingsbehoefte. Daarnaast is het bij verschillende rollen niet mogelijk om verder af te schalen in de ondersteuning. Loonkosten SW en Beschut werken In onderstaand overzicht worden de personeelskosten SW en Beschut werken weergegeven.
In de loonkosten SW is voor 2026 rekening gehouden met een loonstijging van 2%. Daarnaast houden we rekening met 3% krimp in fte. Voor het begeleid werken houden we rekening met een kleine krimp in fte en een jaarlijkse prijsstijging in de loonkostensubsidie. Voor wat betreft het beschut werk verwachten we een jaarlijkse groei in het aantal werkplekken en houden we eveneens rekening met een loonstijging van 2%. In alle overige kosten is rekening gehouden met krimp en prijsindexering.
21
Overige bedrijfskosten In onderstaand overzicht worden de overige bedrijfskosten weergegeven.
In 2024 is het nieuwe pand opgeleverd De afschrijvingskosten in 2026 betreffen een volledig jaar, en zijn daardoor hoger dan 2024. Dit geldt ook voor de financiële lasten, dit betreffen de rentelasten van de financiering van de nieuwbouw. De huisvestingskosten dalen ten opzichte van de realisatie in 2024. Voor het nieuwe pand wordt in 2025 een dotatie gedaan aan de voorziening groot onderhoud. Daarnaast wordt een besparing verwacht op de energielasten. De indirecte productiekosten houden verband met de brutomarge. We verwachten dat in 2026 meer transport nodig is door de toename aan orders. Ook bij de beheerskosten voeren wij zoveel als mogelijk een kostenoptimalisatie door. Er is rekening gehouden met prijsindexering van leveranciers van 3%.
22
4.3 MEERJARENBEGROTING 2026-2029 In onderstaand overzicht wordt de meerjarenbegroting weergegeven.
Toelichting op de meerjarenbegroting In de meerjarenbegroting zijn de volgende ontwikkelingen afwijkend van de meerjarenbegroting van voorgaand begrotingsjaar: In de personeelskosten van de CAO WSW en Aan de Slag is rekening gehouden met een geschatte loonstijging van 2%, bij de CAO Ambtenaren en WSGO met een stijging van 2%; In de bedrijfskosten is rekening gehouden met een geschatte prijsstijging voor de jaren 2026-2029 3% per jaar. Er zijn geen incidentele baten en lasten voorzien met dekking uit de reserves voor de jaren 2026-2029. De bestemde reserve is afgewikkeld in 2025; Conform het bestuursbesluit van 18 februari 2022 is er rekening gehouden met een dotatie aan een voorziening groot onderhoud ten behoeve van het nieuwe pand;
23
BIJLAGEN
5. BIJLAGEN 5.1 MEERJARENBEGROTING NA GEMEENTELIJKE BIJDRAGE EXPLOITATIE In onderstaand overzicht wordt de meerjarenbegroting uit paragraaf 4.3 weergegeven in een bedrijfsresultaat, exploitatieresultaat, subsidieresultaat en een resultaat na gemeentelijke bijdrage in de exploitatie en onttrekking uit de algemene bedrijfsreserve en bestemde reserve:
25
In onderstaand overzicht wordt de ontwikkeling van de brutomarge per categorie nader toegelicht.
Bij de binnen afdelingen is rekening gehouden met een stijging van de netto toegevoegde waarde per uur. De brutomarge stijgt hierdoor. De daling van het aantal medewerkers wordt opgevangen door opdrachten met deze hogere brutomarge en door meer efficiëntie in de werkzaamheden. Bij de groenvoorziening is rekening gehouden met een lichte inflatiegroei in de omzet per jaar. Bij de detacheringen is rekening gehouden met een nagenoeg gelijke omzet per jaar. De brutomarge stijgt licht door prijsindexatie van 3%. Het omzet effect van de daling van het aantal medewerkers wordt hierdoor opgevangen. Bij de trajecten is rekening gehouden met een gelijke omzet per jaar.
26
5.2 GEPROGNOSTICEERDE BALANS In onderstaand overzicht wordt de geprognosticeerde balans weergegeven:
Vanaf 2024 is rekening gehouden met de aanschaf van een nieuw pand welke we financieren met een hypothecaire lening. Vanaf 2025 doteren we jaarlijks een bedrag aan de voorziening groot onderhoud.
5.3 GEMEENTELIJKE OMZET EN QUASIINBESTEDING 2026-2029 Zoals genoemd in de financiële toelichting op de gemeentelijke omzet is er voldoende ruimte om omzet voor derden uit te voeren. Onze gemeenten kunnen gebruik blijven maken van quasi-inbesteding bij Stark. De norm verhouding bedraagt 80% - 20%. In onderstaande tabel wordt weergegeven wat de verhouding is tussen de omzet vanuit gemeenten (inclusief de rijksbijdrage) ten opzichte van de omzet voor derden voor de komende jaren.
27
5.4 OVERZICHT GEMEENTELIJKE EN RIJKSBIJDRAGEN 2026-2029 Algemeen Het negatieve resultaat van de exploitatie van Stark wordt bijgedragen door de deelnemende gemeenten. De verdeling wordt bepaald aan de hand van het aantal Aja werkzaam bij Stark per gemeente. Er wordt een bonuskorting verrekend van 6% van de omzet die elke gemeente besteedt bij Stark. Bijdrage in exploitatie 2026 In onderstaand overzicht wordt de berekening van 2026 van de gemeentelijke bijdrage weergegeven.
Bijdrage in exploitatie meerjarenraming In onderstaand overzicht wordt de verdeling van de gemeentelijke bijdrage per jaar weergegeven.
28
5.5 VERDELING TAAKVELDEN Taakveld 0.4 Overhead De overheadkosten bestaan uit de kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. Het onderstaande overzicht laat een weergave zien van het taakveld 0.4 Overhead.
Bruto omzet De bruto omzet is een doorbelasting van de werkzaamheden en kosten van de ondersteunende afdelingen aan de deelnemingen. Personeelskosten begeleiding overhead De ondersteunende afdelingen, waaronder Directie, Communicatie, Finance, HRM advies en administratie, Facilitaire zaken en huisvesting, Inkoop en ICT worden gerekend als overhead. Afschrijvingskosten Dit betreft de afschrijving van de middelen voor de ondersteunende afdelingen zoals inventaris, huisvesting en ICT middelen.
29
Huisvestingskosten In totaal is 20% van de huisvesting ten behoeve van de overhead, hierbij is gekeken naar oppervlakte en naar kosten met betrekking tot de kantoren. Indirecte productiekosten Alle directe en indirecte productiekosten zijn ten behoeve van het primaire proces en vallen niet onder het taakveld Overhead. Beheerskosten Alle beheerskosten komen ten laste van de overhead. Dit betreft o.a. reclame en communicatie, telefonie, abonnementen en kosten voor automatisering. Financiële lasten De financiële lasten hebben betrekking op de financiering van de huisvesting. Van deze lasten wordt 20% toegerekend aan de overhead.
30