Artikel 38 vragen GB - Dranghekken - 30 januari 2025
Tekst van het document
Vragen conform artikel 38 RvO Vragen ingediend door de fractie: Gemeentebelangen
☒
VVD
☐
GroenLinks
☐
D66
☐
CDA ChristenUnie
☐
PvdA
☐
☐
Steller van de vragen
: Gerbrand Gol (Gb)
Betreft
: Dranghekken
Datum
: Raadsvergadering 30 januari 2025
Toelichting Bij aanvaarde motie van 29 juni 2023 heeft de fractie van Gemeentebelangen De Wolden verzocht om op aanvraag van niet-commerciële organisaties in onze gemeente dranghekken voortaan kosteloos ter beschikking te stellen en deze ook te brengen en weer op te halen. Bovendien heeft Gemeentebelangen De Wolden gevraagd om in kaart te brengen wat het kost dan wel opgeleverd heeft in de voorbije jaren. Over de uitvoering van onze motie als ook op onze vragen naar de stand van zaken betreffende de uitvoering van de motie als gevolg van de “toezeggingenlijst” (nummer 36) tijdens Raadsvergaderingen is geen antwoord gekomen. Wel zien wij op de toezeggingenlijst betreffende moties een onverklaarbaar verloop tussen juni 2023 en heden, met als melding “voorstel en inrichting werkproces afgerond”, waarbij dat eerst vóór september 2024 zou gebeuren en daarna vóór december 2024 en momenteel januari 2025. Recent is ons ter ore gekomen, dat organisatoren van ambtenaren bij de gemeente hebben vernomen dat de haal- en brengservice vanaf oktober 2024 niet meer van toepassing is en dat er bovendien een borg betaald dient te worden. Het College wordt verzocht de volgende vragen te beantwoorden: 1. Kan het College duidelijkheid geven over de uitvoering van de motie van 29 juni 2023? 2.
Kan het College uitleggen waarom er zoveel tijd nodig is om een “werkproces” in te richten en wat dit “werkproces” dan precies inhoudt? 3. Is het College er van op de hoogte van de verklaarde stopzetting van het brengen en halen van dranghekken per oktober 2024 en is het College er van op de hoogte dat voornemens zijn dat organisatoren een borg dienen te betalen? 4. Kan het College verklaren, dat, terwijl zij de Raad meedeelt dat er nog een “werkproces” moet worden ingericht, de ambtelijke organisatie kennelijk al een werkproces aan het uitvoeren is?