CConstaterende datDe Wolden
Koppel je AI →
Document · PDF

Advies Klaartje Peters vooronderzoek SWO

Besluitvormende vergadering: “D’r op an” 30 oktober 2025, gemeente De WoldenBij agendapunt: Lijst met Ingekomen stukken3.770 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Onderzoek doen naar de werkorganisae De Wolden-Hoogeveen. Een advies ten behoeve van de Rekenkamer Hoogeveen Augustus 2025 Klaartje Peters

INLEIDING De Rekenkamer Hoogeveen overweegt om onderzoek te doen naar de samenwerkingswerkorganisae De Wolden-Hoogeveen (SWO), de ambtelijke fusieorganisae van de beide gemeenten, ten behoeve van de gemeenteraad en de inwoners van de gemeente Hoogeveen. De vraag die de rekenkamer zichzelf stelt is: kunnen wij een bruikbaar onderzoek uitvoeren, en welke invalshoek en vraagstelling moeten we daarvoor kiezen? In deze noe die ik mijn best om deze vraag te beantwoorden. Het is van belang te vermelden dat ik me ten behoeve van dit advies niet heb verdiept in de voorgeschiedenis of het funconeren van de SWO. Ik heb geen documentae bestudeerd over de SWO en haar voorgeschiedenis, anders dan de website van de SWO (werkenbijdeswo.nl), beperkte berichtgeving in de lokale en regionale media en de passages over de SWO in een landelijk Berenschot-rapport over ambtelijke fusies uit 2018. 1

DE SWO Per 1 januari 2015 zijn de ambtelijke organisaes van de gemeenten Hoogeveen en De Wolden gefuseerd tot een gemeenschappelijke werkorganisae SWO. De juridische vorm is een BVO (bedrijfsvoeringsorganisae) onder de Wet Gemeenschappelijke regelingen. De colleges van de beide gemeenten zijn de bestuurlijke opdrachtgever van de SWO. De SWO hee3 een eigen bestuur, bestaande uit de beide burgemeesters en de beide wethouders bedrijfsvoering; het bestuur is de eigenaar van de SWO. De organisae is begonnen met een algemeen directeur die tevens gemeentesecretaris was van beide gemeenten. Sinds enkele jaren is er een tweekoppige direce, die gevormd wordt door de gemeentesecretarissen van beide gemeenten. De direce van de SWO is bestuurlijk opdrachtnemer en ambtelijk opdrachtgever. De SWO hee3 de afgelopen jaren in een bij vlagen roerige poliek-bestuurlijke context gewerkt. De slechte financiële situae in de gemeente Hoogeveen leidde in 2020 tot de val van het college van B&W, en tot bezuinigingen op de gezamenlijke werkorganisae en polieke discussies over de onderlinge kostenverdeling. In 2020 vroeg de opposie in de gemeenteraad van Hoogeveen de rekenkamer om naar die – in hun ogen oneerlijke - kostenverdeling onderzoek te doen. In deze periode viel ook af en toe de term ontvlechng, maar zo ver is het niet gekomen.

De SWO is zeker niet de enige ambtelijke fusieorganisae in Nederland. In 2007 vond de eerste ambtelijke fusie plaats, en in de jaren daarna werden het er snel meer. Inmiddels vinden er ook al weer ontvlechngen plaats. Over de effecten van ambtelijke fusies in algemene zin zijn niet veel bruikbare onderzoeksgegevens beschikbaar. Het belangrijkste objeceve onderzoek is uitgevoerd door bureau Berenschot (met medewerking van drie hoogleraren) in 2018, in opdracht van de provincie Zuid-Holland.2 Van dit goede en degelijke onderzoek, waarin de SWO ook een casus was, is in deze noe gebruik gemaakt. Twee jaar eerder verscheen een rapport van adviesbureau 1

H. van der Werff, Ph. van Veller, W. Saes, A. van Heerwaarden en M. Bolkestein (2018). Een vlucht naar voren of een duurzaam perspecef? De effecten, kansen en risico’s van ambtelijke fusies in kaart gebracht. Berenschot, in opdracht van de provincie Zuid-Holland. 2 Idem.

<Onderzoek doen naar de SWO. Een advies aan de Rekenkamer Hoogeveen, augustus 2025>

SeinstravandeLaar over ambtelijke fusies in opdracht van het ministerie van BZK.3 Hoewel het rapport een goed overzicht biedt van de stand van zaken in die jd, moet het niet als objecef worden beschouwd; SeinstravandeLaar was in die jaren de belangrijkste adviseur van gemeentebesturen die ambtelijke fusies wilden aangaan.

MOGELIJKE INVALSHOEKEN VAN ONDERZOEK De rekenkamer zou een onderzoek naar de SWO op diverse manieren kunnen insteken. Hieronder worden diverse opes besproken. Een concrete onderzoeksaanpak wordt niet nader uitgewerkt; dat is een (eventuele) vervolgstap. Criteria die ik hanteer om te bepalen of het een ‘bruikbaar onderzoek’ kan worden, zijn: -

kan het onderzoek tot resultaten leiden die met name de gemeenteraad kan gebruiken bij het vervullen van zijn taken/rollen als kadersteller en controleur? past het onderzoek binnen de weGelijke taak en de taakopvaHng van de rekenkamer? kan de rekenkamer het onderzoek goed uitvoeren?

De toepassing van deze criteria is in belangrijke mate een persoonlijke inschaHng. Ik maak die op basis van mijn ervaring als gepromoveerd bestuurskundige en ervaren opdrachtonderzoeker voor beleids(evaluae)onderzoek, en als rekenkamerlid en -voorziGer sinds 2006; en daarnaast mijn (wetenschappelijke) kennis van de posie en het funconeren van lokale rekenkamers in Nederland4, van ambtelijke fusieorganisaes, intergemeentelijke samenwerking en lokaal bestuur in Nederland. Dat het een (deels) persoonlijke inschaHng is, blijkt ook uit de wijze van formulering: ik kies bewust voor formuleringen als ‘ik denk dat’ en ‘naar mijn oordeel’. Wel heb ik getracht zo goed mogelijk te expliciteren op grond van welke argumenten en feiten mijn inschaHng tot stand is gekomen. Effecviteitsonderzoek Een klassieke insteek, passend bij de weGelijke taak van rekenkamers, is om te onderzoeken of de doelen die de gemeente Hoogeveen zich bij de start van de SWO had gesteld, met de ambtelijke fusie zijn behaald. Naar mijn mening is dergelijk effecviteitsonderzoek (ofwel doeltreffendheidsonderzoek) niet alleen ondoenlijk, maar ook niet zinvol. Het is ondoenlijk, omdat ruim 10 jaar na de start niet goed kan worden vastgesteld of de doelen van de gemeente zijn behaald. Dat komt vooral omdat er bij de start geen duidelijke (meetbare) doelen zijn gesteld en geen nulmeng is verricht.

Ik baseer me daarbij op het eergenoemde Berenschotrapport, waarin de SWO een casus was.5 Berenschot stelt dat het algemene doel van de SWO was om te komen tot verlaging van de kosten, verhoging van de kwaliteit en vermindering van de kwetsbaarheid (de zogenaamde drie K’s), in ancipae op de toekomsge uitdagingen van de beide gemeenten. Betrouwbare en bruikbare nulmengen op die drie K’s zijn toen niet uitgevoerd, dus we weten niet wat het startpunt was. Winst op de drie K’s is een gebruikelijke formulering bij fusieoperaes, of het nu een ambtelijke of bestuurlijke fusie betre3. Gemeenten maken die beoogde 3

S. Van de Laar, D. Spannenburg, Y. Bicer en J. van Diemen (2016). Samen sterker en toch apart. Eindrapport inzake het onderzoek naar de moeven van gemeenten om te kiezen voor een ambtelijke fusie, hun doelstellingen daarmee en de effecten van dit samenwerkingsmodel op de parciperende autonome gemeenten. SeinstravandeLaar, in opdracht van het ministerie van BZK. 4 Zie bijvoorbeeld: K. Peters & S. van Zuydam (2021). Decentraal rekenkameronderzoek in Nederland: een overzicht. In: Bestuurswetenschappen, (75) 2, pp. 5-22. 5 ‘Een vlucht naar voren of een duurzaam perspecef?’, p. 38.

2

<Onderzoek doen naar de SWO. Een advies aan de Rekenkamer Hoogeveen, augustus 2025>

winst op de drie K’s zelden of nooit concreet, en hetzelfde geldt voor het doen van nulmengen. Dat is jammer maar op zich wel begrijpelijk: in zo’n periode van poliek-bestuurlijke besluitvorming moet overeenstemming worden bereikt tussen veel verschillende parjen in de betrokken gemeenten, en dan hee3 dit weinig prioriteit. Zelfs als er wel hele concrete doelstellingen en een nulmeng beschikbaar zouden zijn, zou effecviteitsonderzoek nog steeds een hachelijke zaak zijn. In de jd tussen de start en het heden hebben zoveel belangrijke ontwikkelingen plaatsgevonden in de context van het lokaal bestuur – denk bijvoorbeeld aan de decentralisaes in het sociaal domein en COVID – dat het niet mogelijk is om een causale relae te leggen tussen de ambtelijke fusie en de bestaande situae in termen van financiën, kwaliteit en kwetsbaarheid. Anders geformuleerd: het is onmogelijk om vast te stellen hoe de gemeente ervoor zou hebben gestaan in termen van financiën, kwaliteit en kwetsbaarheid als er niet was overgegaan naar een gezamenlijke werkorganisae met buurgemeente De Wolden.

Overigens laat het genoemde overzichtsrapport door Berenschot zien – op overtuigende wijze onderbouwd – dat uit bestaand (wetenschappelijk) onderzoek blijkt dat ambtelijke fusies in het algemeen niet tot kostenbesparingen leiden, en niet tot een hogere dienstverleningskwaliteit; er is meestal wel sprake van minder operaonele kwetsbaarheid.6 Behalve ondoenlijk is effecviteitsonderzoek ook niet zinvol in mijn ogen. Het vaststellen of er al dan niet efficiencywinst of kwaliteitswinst is geboekt sinds 2015, kan voeding zijn voor de controlerende taak van de gemeenteraad, maar het draagt weinig bij aan de besluitvorming door gemeenteraad en college van Hoogeveen in de huidige jd. Als het al zo zou zijn dat er efficiencywinst of kwaliteitswinst is geboekt in de afgelopen en jaar, hoeveel hebben raad en college daaraan in 2025 bij het nadenken over de (nabije) toekomst? Impactonderzoek Effecviteitsonderzoek en impactonderzoek zijn verwante vormen van evaluaeonderzoek. Het verschil is dat je in het eerste geval puur naar de realisae van de zelfgeformuleerde doelen kijkt, en in het tweede geval breder de impact en effecten van bepaalde besluiten onderzoekt.

Je kijkt dan niet alleen naar de doelen die de gemeente vooraf hee3 gesteld voor de ambtelijke fusie, maar je probeert zicht te krijgen op de bredere impact ervan op de gemeente en de lokale samenleving, en neemt daarbij ook de (niet-voorziene) neveneffecten en de effecten op langere termijn mee. Het voordeel van impactonderzoek boven effecviteitsonderzoek is dat je als onderzoeker niet hoe3 te proberen om de oorspronkelijk gestelde doelen te reconstrueren. Maar het onderzoek wordt er niet makkelijker op als je in plaats van effecviteit het criterium van impact hanteert. Het probleem van de tussenjdse ontwikkelingen die de onderzoeksresultaten verstoren, geldt ook voor impactonderzoek. De vraag is vooral op welke (neven)effecten je je blik wilt richten, hoe zorg je dat de focus van het onderzoek enigszins behapbaar blij3? 1. Een effect dat je als rekenkamer misschien zou willen onderzoeken ten behoeve van de raad is het effect op de inwoners en de lokale samenleving van Hoogeveen: welke effecten hee3 de vorming van de SWO op/voor hen gehad? Ik kom maar meteen terzake: dat lijkt me heel moeilijk om dit te onderzoeken. Het is mogelijk om inwoners, ondernemers of maatschappelijke parjen te bevragen over hun ervaringen met de SWO, maar wat meet je dan eigenlijk? In ieder geval niet het effect van de ambtelijke fusie als zodanig.

En ook hier geldt: je kunt het niet vergelijken met de hypothesche situae dat Hoogeveen niet aan de SWO was begonnen. Ook de causaliteitsvraag is hier problemasch: hoe stellen we vast dat

6

Idem, pp. 92-93.

3

<Onderzoek doen naar de SWO. Een advies aan de Rekenkamer Hoogeveen, augustus 2025>

bepaalde verschijnselen of trends in de lokale samenleving het directe gevolg zijn van de ambtelijke fusie? 2. Een andere insteek zou kunnen zijn om onderzoek te doen naar een bekend verondersteld effect van ambtelijke fusies, en van schaalvergrong in het algemeen, namelijk een verlies van ‘nabijheid’ van dienstverlening. In het eerdergenoemde Berenschot-rapport wordt nabijheid gedefinieerd als de afstand tussen de ambtelijke organisae en de lokale samenleving, geconcreseerd in bereikbaarheid en nabije dienstverlening (lokeGen etc.). Berenschot stelt (in 2018) vast dat over de 9 onderzochte cases van ambtelijke fusies geen sprake is van een verlies van nabijheid.7 Inmiddels zijn we zeven jaar verder. Als je dit effect zou willen onderzoeken8, is – net als bij effecviteitsonderzoek - de vraag: waar vergelijk je het mee? Kun je iets zeggen over de mate van nabijheid vóór de oprichng van de SWO (dus meer dan 10 jaar geleden), en hee3 het zin om daarmee te vergelijken? Ik betwijfel dat enigszins. Dat gezegd hebbend is het waarschijnlijk wel mogelijk om iets te zeggen over de mate van nabijheid in het heden, en om terug te kijken naar ontwikkelingen in dit verband in de afgelopen en jaar. 3.

Je zou als rekenkamer ook een poging kunnen doen om één of meer andere veronderstelde effecten van een ambtelijke fusie te onderzoeken, zoals meer slagkracht in regionaal verband of meer strategisch en innovaevermogen. Je zou dan moeten zoeken naar een creaef onderzoeksdesign om daar zicht op te krijgen. De vraag is wel of het zinvol is je hierop te richten, want ik verwacht niet dat de gemeente Hoogeveen (in 2015) substaneel aan slagkracht en strategisch vermogen dacht te winnen door de ambtelijke fusie met een kleine buurgemeente; andersom is dat waarschijnlijker. Onderzoek naar onderlinge kostenverdeling Een andere mogelijke invalshoek zou zijn om onderzoek te doen naar de kostenverdeling tussen de beide gemeenten. De vraag in hoeverre die kostenverdeling correct is, is in 2020 ook aan de Rekenkamer Hoogeveen voorgelegd; de rekenkamer is toen niet op de vraag ingegaan. Er zijn goede redenen om als rekenkamer niet aan een dergelijk onderzoek te beginnen. Hoogeveen is ongeveer twee zo groot als De Wolden, en dus is de bestaande 70%-30%-verdeling niet onlogisch. Daar komt bij dat er in de bestaande werkwijze en financiering van de SWO al op allerlei manieren wordt rekening gehouden met de verschillen tussen de gemeenten.

Je kunt eindeloos inzoomen op alle verschillende (deel)taakgebieden van de SWO en de uitgaven die voor beide gemeenten moeten worden gedaan; dat levert een steeds nét ander beeld op, dat – zo verwacht ik - onderaan de streep op grofweg diezelfde verhouding 70-30 zal uitkomen. Naar mijn mening is dit geen onderzoek waarmee de inwoners van Hoogeveen veel opschieten; maar daar kun je ook anders over denken. Onderzoek funconeren SWO en tevredenheid daarover Een invalshoek zou ook kunnen zijn om onderzoek te doen naar het funconeren van de SWO en de tevredenheid daarover in het heden. Je kijkt dan niet zozeer naar de effecten in de samenleving, maar blij3 dichter bij de ambtelijke organisae en hoe die funconeert. Het funconeren zou in kaart gebracht moeten worden aan de hand van bepaalde criteria, die bijvoorbeeld gevonden kunnen worden in de eerdergenoemde 3 K’s: werkt de SWO efficiënt, kwalitaef goed en is de organisae

7

Idem, p. 93. Ik ga er vanuit dat de SWO en het gemeentebestuur van Hoogeveen ook onderzoek doen naar de tevredenheid van inwoners en ondernemers over gemeentelijke dienstverlening, dus dat moet ook meewegen in het bepalen van de meerwaarde hiervan. 8

4

<Onderzoek doen naar de SWO. Een advies aan de Rekenkamer Hoogeveen, augustus 2025>

voldoende robuust (dus niet kwetsbaar)? Je kunt ook nog andere elementen meenemen, zoals de bestuurlijke aansturing. Tevredenheid over het funconeren zou een subjeceve variant zijn van dat onderzoek, en zou onderzocht kunnen worden bij de gemeenteraad en het college, bij de leiding en medewerkers van de SWO en/of bij de inwoners en de lokale samenleving. Voor mij is de vraag of je een dergelijk onderzoek als rekenkamer moet willen uitvoeren. Rekenkamers mogen zich op grond van hun weGelijke taak bezighouden met alles wat valt onder de doeltreffendheid, doelmagheid en rechtmagheid van het gevoerde bestuur; in die zin is er geen belemmering. Maar in een gemeente met een ‘gewone’ eigen ambtelijke organisae ga je als rekenkamer toch ook geen onderzoek doen naar het funconeren van de ambtelijke organisae? Het is meer voor de hand liggend dat dergelijk onderzoek door (of in opdracht van) de colleges van de beide gemeenten zou worden uitgevoerd. KanGekening hierbij is bovendien dat er momenteel een groot organisaeontwikkelingstraject loopt9 binnen de SWO, dat logischerwijs veel impact hee3 op de organisae en medewerkers. Dit komt bovenop een geschiedenis met eerdere structuurwijzigingen en (onafgemaakte) verbetertrajecten. De vraag is of een rekenkameronderzoek in deze fase meerwaarde biedt voor de gemeenteraad.

Onderzoek rol en betrokkenheid gemeenteraad Is het dan een goed idee om het perspecef van de rol en betrokkenheid van de gemeenteraad te hanteren? Dat is een perspecef dat misschien zinvol kan zijn bij ‘gewone’ gemeentelijke samenwerkingsverbanden op een specifiek beleidsterrein10, maar niet voor een ambtelijke fusieorganisae. Waarom zou de gemeenteraad ‘betrokkenheid’ bij de ambtelijke organisae moeten hebben? Die vraag zou je niet stellen voor een gewone ambtelijke organisae. Uit onderzoek weten we dat gemeenteraden bij ambtelijke fusies meer afstand en minder eigenaarschap ten aanzien van de ambtelijke organisae ervaren dan in gemeenten met een eigen ambtelijke organisae; dat concludeert Berenschot ook in het rapport uit 2018.11 Ik zie niet zoveel aanleiding om hier (opnieuw) onderzoek naar te gaan doen. Wat schieten de gemeenteraad en inwoners daarmee op? Er zijn - tot slot - rekenkamers die onderzoek doen naar het ‘samenspel’, de cultuur of de samenwerking tussen raad, college en ambtelijke organisae; mijn indruk is dat het een groeiend verschijnsel is, maar ik heb hier geen cijfers van. Ik ben daar zelf geen voorstander van. Ik vind het een onderzoeksonderwerp dat niet goed past binnen de weGelijke taak van een rekenkamer.

De rekenkamer hee3 als taak het uitvoeren van (evaluae)onderzoek naar het gevoerde bestuur zodat de gemeenteraad daarmee het college kan controleren en input krijgt voor zijn kaderstellende rol, en dat is al heel wat. De samenwerking of verhoudingen tussen raad, college en ambtelijke organisae komen daarbij soms wel aan bod, maar zouden mijns inziens niet het hoofdonderwerp moeten zijn. Andere tegenargumenten zijn dat je je als rekenkamer kwetsbaar maakt door in die verhoudingen te gaan ‘wroeten’; en dat het – voor zover ik kan vaststellen - zelden of nooit ergens toe leidt. Waarderend onderzoek Gesuggereerd is nog door de Rekenkamer Hoogeveen om de methodiek van ‘waarderend onderzoek’ te gebruiken. Waarderend onderzoek is een methodiek die in eerste instane is bedoeld voor organisaeverandering en -ontwikkeling. De werkwijze is kort gezegd dat de deelnemers zelf zoeken naar wat goed werkt, om vandaaruit naar de toekomst te kijken en de verandering en ontwikkeling te sturen. Daarmee ligt het enigszins in het verlengde van bovenstaande ope om in te zoomen op het funconeren van de organisae van de SWO. AI zegt het zo: “Waarderend onderzoek wordt veel 9

Of net is afgerond. Ik betwijfel dat persoonlijk wel, gezien de grote voorspelbaarheid van het antwoord. 11 Idem, p. 47. 10

5

<Onderzoek doen naar de SWO. Een advies aan de Rekenkamer Hoogeveen, augustus 2025>

toegepast in organisaes, teams en gemeenschappen om posieve verandering te smuleren, de betrokkenheid te vergroten en de samenwerking te verbeteren. Het is een krachge benadering die mensen in staat stelt om vanuit hun kracht en poteneel te werken aan een gewenste toekomst”. Dat is op zich heel mooi, en zou goed passen bij een onderzoek dat zich ten doel stelt om het funconeren van de SWO en/of het samenspel tussen de beide gemeenten en colleges en de werkorganisae te verbeteren. Maar dat is niet wat de Rekenkamer Hoogeveen beoogt met dit onderzoek, volgens mij, en past mijns inziens ook niet in de taakopvaHng van een rekenkamer. Onderzoek waarde(n) van de ambtelijke samenwerking Een mogelijk interessante, alternaeve invalshoek zou zijn om het onderzoek niet te richten op de concrete opbrengsten van de samenwerking, maar op de waarden die ermee worden gediend. Dat zou je kunnen doen vanuit de gedachte dat de ‘harde’ opbrengsten van een ambtelijke fusie niet alleen moeilijk meetbaar zijn, maar ook misschien sowieso niet zo groot zijn; en dat samenwerken door twee buurgemeenten (ook) andersoorge doelen of waarden dient. Het klinkt misschien wat idealissch, maar de gedachte zou zijn dat de beide gemeenten en hun inwoners en bedrijven nu eenmaal veel met elkaar te maken hebben, zelfs op elkaar zijn aangewezen, en dat je met elkaar samenwerkt om dat te ondersteunen.

Ook andere waarden kunnen in het spel zijn. Voor De Wolden is dat misschien de kans om als relaef kleine gemeente langer zelfstandig te blijven en de eigen identeit te behouden. Maar ook voor Hoogeveen zijn er misschien waarden in het spel die ik nu niet kan overzien. Die onderliggende waarde(n) bij de polieke, bestuurlijke en ambtelijke sleutelfiguren zou je in kaart kunnen brengen. De manier waarop een dergelijk onderzoek zou kunnen worden aangepakt, is een vervolgstap om over na te denken. Ik ken er niet meteen concrete voorbeelden van, maar ik heb er niet acef naar gezocht. Onderzoek bestuurlijke opes voor de toekomst Een laatste ope voor rekenkameronderzoek is om vanuit het perspecef van de gemeente Hoogeveen alle mogelijke opes of scenario’s voor de bestuurlijke toekomst op een rijtje te zeGen. Dergelijk onderzoek hee3 niet specifiek betrekking op de SWO, maar is breder van aard. Het zou dan betekenen dat vanuit het perspecef van opbrengsten en effecten voor Hoogeveen en haar inwoners wordt geanalyseerd welke bestuurlijke opes of scenario’s er zijn en wat de respecevelijke voor- en nadelen zijn. Deze aanpak kan worden gekoppeld aan een analyse van de belangrijkste maatschappelijke opgaven die er voor de gemeente liggen in de komende jaren. Een voorbeeld van een dergelijk onderzoek12 is hier te vinden.

Een eerste inventarisae van bestuurlijke opes die in een dergelijk onderzoek aan bod zouden moeten komen, leidt tot het volgende lijstje: terug naar een eigen ambtelijke organisae; de ambtelijke fusie met De Wolden voortzeGen; een andere vorm van ambtelijke samenwerking met De Wolden, bijvoorbeeld met een centrumconstruce op grond van de WGR; in aanvulling op de ambtelijke fusie ook meer bestuurlijke samenwerking met De Wolden (als een soort netwerkgemeente); toewerken naar herindeling met De Wolden; ambtelijk fuseren met één of meer andere buurgemeenten, al dan niet in aanvulling op de samenwerking met De Wolden of als alternaef; meer bestuurlijk samenwerken met één of meer andere buurgemeenten; herindelen met één of meer andere buurgemeenten (met of zonder De Wolden erbij); en eventueel wat meer ‘wilde’ alternaeven zoals meer intensieve samenwerking in de hele regio, of met de provincie. Voor elk van de opes kunnen de voor- en nadelen worden geanalyseerd. Hoe uitgebreid en diepgaand je dat wilt doen als rekenkamer is een keuze. Het bestuderen van beleidsdocumenten en visies op alle belangrijke beleidsterreinen, in combinae met interviews met beleidsmakers en 12

Op verzoek van de gemeenteraad van Beuningen voerde ik dit onderzoek in 2016 uit.

6

<Onderzoek doen naar de SWO. Een advies aan de Rekenkamer Hoogeveen, augustus 2025>

bestuurders, betekent een arbeidsintensief onderzoek; mogelijk kan het ook beknopter. Dit zou een heel ander onderzoek zijn dan de rekenkamer vooraf in gedachten had.

TOT SLOT Dit is een eerste verkenning van de opes die ik zie voor rekenkameronderzoek naar de SWO. De keus is vanzelfsprekend niet aan mij, maar aan de rekenkamer. Als de Rekenkamer Hoogeveen op basis hiervan een keuze maakt, of zou voorsorteren op enkele opes, kan eventueel een vervolgstap worden gemaakt door het nader uitwerken van een concrete onderzoeksaanpak voor één of meer opes.

#####

7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15977239/1