Advies Adviesraad Sociaal domein en cliëntenraad jeugd De Wolden.pdf
Tekst van het document
Adviesraad Sociaal Domein en Cliëntenraad Jeugd Gemeente de Wolden p/a Ambtelijk Secretaris: Mevrouw Ina ten Caat
Tel : 06 2689 8580 E-mail: i.ten.caat@dewoldenhoogeveen.nl
Aan: College van Burgemeester en Wethouders van Gemeente de Wolden Betreft: Adviesaanvraag Verordening Bekostiging Leerlingenvervoer De Wolden 2022. Zuidwolde, 10 maart 2022
Geacht College van Burgemeester en Wethouders, Medio januari 2022 ontving de Cliëntenraad Jeugd (CRJ) van u de “Ontwerpverordening Bekostiging Leerlingenvervoer De Wolden 2022.” Daarbij waren gevoegd een leeswijzer en “Beleidsregels bekostiging leerlingenvervoer De Wolden 2022.” In de begeleidende brief verzoekt u ons om een advies over de Verordening en de beleidsregels. Tijdens haar vergadering van maandag 14 februari 2022 heeft de Cliëntenraad Jeugd de gelegenheid gekregen om de Ontwerpverordening te bespreken met de opstellers vanuit de ambtelijke organisatie. Tijdens die vergadering is besloten dat de Cliëntenraad Jeugd een schriftelijke reactie op zal stellen en deze ter bespreking/vaststelling voor zal leggen aan de Adviesraad Sociaal Domein. De Adviesraad Sociaal Domein heeft de (concept)Verordening geagendeerd voor haar vergadering van 9 maart 2022. De reactie van de Cliëntenraad Jeugd in samenwerking met de Adviesraad Sociaal Domein wordt hieronder verwoord: 1. In uw begeleidende brief geeft u aan, dat deze Verordening en bijbehorende beleidsregels tot stand zijn gekomen naar aanleiding van een nieuwe modelverordening vanuit de VNG. U heeft die modelverordening overgenomen, aangezien deze in lijn is met recente ontwikkelingen in het Sociaal Domein. Er wordt met meer nadruk een beroep gedaan op de zelfredzaamheid van ouders en de leerling.
Wij constateren dat er een aantal moderniseringen zijn aangebracht die rekening houden met huidige maatschappelijke ontwikkelingen (bijv. indien er sprake is van co-ouderschap of pleegouders kan het “afhaal-adres” afwijken van het adres waar de leerling staat ingeschreven). Wij vinden dat een positieve verbetering, passend binnen maatschappelijke veranderingen.
2. In artikel 3 van de beleidsregels en artikel 4 van de Ontwerpverordening wordt gesproken over een samenhang tussen het zgn. Ontwikkelingsperspectief (OPP) en het “persoonlijk vervoersontwikkelingsplan.” Het is ons bekend dat het OPP in sommige gevallen een uitgebreide en diepgaande schets van de situatie van de leerling bevat (kansen en bedreigingen waar het gaat om de ontwikkeling van de betreffende leerling in samenhang met persoonlijkheidskenmerken, thuissituatie en schoolontwikkeling). Zowel de Cliëntenraad Jeugd als de Adviesraad Sociaal Domein tillen zwaar aan het hanteren van de juiste uitgangspunten vanuit de AVG (Algemene Verordening Gegevensbescherming). Naar onze mening dient daar -zoals wij van de gemeente de Wolden verwachten – terughoudend omgegaan te worden met de wijze waarop informatie wordt opgevraagd. Wij zijn van mening dat het dan moet gaan om relevante vraagstelling in relatie tot het verkrijgen van een vervoersbeschikking. 3. Wij begrijpen dat een eventuele in te schakelen (externe) deskundige (art. 4 Verordening) bekostigd zal worden door de Gemeente de Wolden. Wij adviseren u om dit uitgangspunt ook op te nemen in de verordening/beleidsregels. 4. Waar het gaat om het persoonlijk vervoersontwikkelingsplan (art. 3 beleidsregels) hechten wij erg aan hetgeen in lid 4 beschreven staat.
Het gaat daar om leerlingen waarbij “de handicap zelfstandig reizen nagenoeg onmogelijk maakt.” Het College van B&W kan dan “vrijstelling geven voor het jaarlijks actualiseren van het vervoersontwikkelingsplan.” Dit artikel biedt voldoende ruimte om ouders en leerling te ontzien waar het gaat om de administratieve last. Het bij herhaling vragen van dezelfde informatie betreffende een handicap/beperking (“onomkeerbaar en het ontbreken van een kans op verbetering”) wordt daarnaast door leerling en/of ouders als confronterend en (emotioneel) belastend ervaren. Wij adviseren u dringend om deze werkwijze nadrukkelijk onder de aandacht van de ambtelijke organisatie te brengen, zodat hier bij de uitvoering van de verordening geen misverstand over kan ontstaan. 5. In art. 5 van de verordening wordt gesproken over afstemming van deze ontwerp verordening over bespreking in OOGO en/of LEA-overleg. Wij worden graag geïnformeerd over de opbrengst van dit overleg. 6. Als wij de beleidsregels onder artikel 6 “fietsafstand” bezien, vragen wij ons af waar de “redelijke fietsafstand” aan ontleend is. De gekozen ondergrens 4-8 jaar: 6 kilometer lijkt ons een grote afstand. In de categorie 9-12 jaar: een redelijke fietsafstand variabel tussen 7 en 12 kilometer lijkt ons wellicht een doel, maar heden ten dage niet erg realistisch.
Wij kunnen ons voorstellen dat 30 jaar geleden dit heel gewone afstanden waren om te fietsen. Een kleinschalig onderzoek onder de jeugd in de basisschoolleeftijd in de Gemeente de Wolden zal hoogstwaarschijnlijk aantonen dat deze afstanden (7-12 kilometer) meer uitzondering dan regel zijn.
En bij die groep (basisschoolleerlingen) zitten dus in veel gevallen niet de leerlingen voor wie een vervoersregeling bittere noodzaak is i.v.m. de verwijzing naar aangepast/speciaal onderwijs. Wij verzoeken u dringend om aanpassing/herziening van de tabel leeftijd/afstand, die meer past bij huidige maatstaven. 7. De CRJ heeft met de opstellers uit de ambtelijke organisatie gesproken over de opleiding en competenties waaraan de werknemers van de vervoerder -naar de mening van de gemeente De Wolden – zouden dienen te voldoen. Daarbij ging het niet alleen over een geldige VOG (Verklaring omtrent het Gedrag) maar ook over (aanvullende) opleiding om met deze specifieke doelgroep om te gaan. We hebben met de opstellers van “de Ontwerpverordening en de Beleidsregels” afgestemd dat we daar de komende periode een nader gesprek over kunnen voeren met de relatiemanager van de vervoerder. Om de werking van Verordening en Beleidsregels goed te kunnen begrijpen kan het ons helpen om te horen hoe de uitvoering in de dagelijkse praktijk verloopt. We gaan ervan uit dat we periodiek geïnformeerd (indien noodzakelijk en/of gewenst) worden over de voortgang van de uitvoering. 8.
Tijdens het bespreken van de Ontwerpverordening en de Beleidsregels kwam duidelijk naar voren dat het College van B&W én de uitvoerende ambtelijke organisatie de verordening “nodig” hebben om uitvoering te geven aan de opdracht: “op basis van een beoordeling het regelen van het leerlingenvervoer aan de hand van bepaalde criteria en op basis van onderzoek.” (zie voor volledige tekst art. 2 Doelstelling Ontwerpverordening). Tijdens het gesprek bleek ons dat er vanuit de ambtelijke organisatie (in opdracht van B&W) steeds gestreefd wordt naar het beoordelen wat passend (en mogelijk) is voor deze leerling in deze specifieke situatie. (daarbij kwam o.a. aan de orde dat in onze gemeente openbaar vervoer niet volledig dekkend is, waardoor dit in nogal wat situaties geen vervoersmogelijkheid zal kunnen bieden). Ook bij deze Beleidsregels en deze Ontwerpverordening geldt dat er sprake moet zijn van maatwerk, passend bij de specifieke situatie van ouders en leerling. Met bovenstaande vertrouwen wij u passend geadviseerd te hebben. Indien gewenst zijn we bereid om dit advies nader toe te lichten.
Namens de Adviesraad Sociaal Domein en de Cliëntenraad Jeugd Gemeente De Wolden
Wim Kromdijk Onafhankelijk voorzitter