Aanbiedingsbrief ontwerpbegroting RUD Drenthe 2022 met bijlage
Tekst van het document
Dit wordt onderschreven in de eerste Klimaat- en Energieverkenning (KEV) 2019 van minister Wiebes van Economische Zaken en Klimaat. Een en ander vraagt om het vergaren en bijhouden van de specifieke vakkennis binnen onze organisatie en het prioritair uitvoeren van energietoezicht op de naleving van de verplichting tot het treffen van de vereiste energiebesparingsmaatregelen bij de bedrijven. Het belang en de wijze waarop wordt omgegaan met dit belang in Drenthe zal ook moeten blijken uit het te formuleren uniforme uitvoering- en handhavingsbeleid welke in 2021 verder vorm zal krijgen. Mogelijk ontstaat er vervolgens nog een aanpassing/uitwerking binnen op te stellen vergunning en toezichtstrategie om hier in 2022 uitvoering aan te geven (doen wat nodig is). Het toezien op deze wet- en regelgeving is op dit moment onvoldoende meegenomen binnen de Drentse Maat, of anders gezegd de vanuit dit beleid gewenste wijze van uitvoering past niet meer binnen het destijds opgestelde kental. Dit onderdeel wordt daarom betrokken bij de actualisatie van de Drentse Maat. 11. Overige wetswijzigingen Naar verwachting zullen de volgende wettelijke ontwikkelingen extra aandacht van ons vragen: • Actualisatieplicht vergunningen van IPPC-bedrijven.
Bij publicatie van nieuwe (geactualiseerde) BBT-conclusies van een bepaalde branche dienen de vergunningen van de betrokken bedrijven binnen 4 jaar na publicatie te zijn aangepast. Een BBT-referentiedocument (BREF) is een document die de beste beschikbare technieken beschrijft. BBT-conclusies vormen de referentie voor toetsing en vaststelling van vergunningsvoorwaarden en actualisatie van deze voorschriften. De BBT-conclusies over afvalbehandeling moeten voor 16-08-2022 zijn verwerkt en de BBT conclusies over afvalverbranding moeten voor 02-12-2023 zijn verwerkt in de vergunningen van de betreffende locaties. • Met betrekking tot de stikstofproblematiek en de vergunningverlening in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb) wordt een rechtelijke uitspraak over het intern salderen verwacht die van grote invloed kan zijn op het aantal vergunningprocedures in het kader van de Wnb. Deze invloed werkt door in de procedures voor milieuvergunningverlening. Daarnaast zijn er nog veel onduidelijkheden over de stikstofregels zoals intern en extern salderen. In de loop van 2021 moet duidelijk worden wat de invloed van het Stikstofdossier is op de productie en uren inzet van milieuvergunningverlening in 2022 en of dit tot problemen gaat leiden in het tijdig afronden van de procedures.
19
Begroting Regionale Uitvoeringsdienst Drenthe 2022
12. Het vervolgbeleid op asbestdaken Het verbod op asbestdaken, dat in 2024 in zou gaan, is ingetrokken. Echter asbest blijft gevaarlijk en burgers en bedrijven kunnen er last van hebben bij verkoop en verzekering. Daarom is er een landelijk initiatief van onder meer het Rijk, provincies en gemeenten om te komen tot een versnellingsaanpak. Vanuit de projectgroep asbestdaken Drenthe ondersteunen we dit initiatief. De RUD Drenthe faciliteert hierbij de provincie Drenthe en de gemeenten onder meer door voorlichting, het actueel houden van de asbestkaart en het ondersteunen van lokale initiatieven om asbestdaken te vervangen. Deze inzet zal ook voor het jaar 2022 actueel blijven. Landelijke ontwikkelingen blijven we volgen en vertalen naar uitvoeringsafspraken met de deelnemers. Daarnaast blijven wij betrokken bij het toezicht op de feitelijke verwijdering van asbest. Als de versnellingsaanpak inderdaad leidt tot een versnelde verwijdering van asbest betekent dat een verhoogde inzet binnen het toezicht.
20
Begroting Regionale Uitvoeringsdienst Drenthe 2022
3.3 ORGANISATORISCHE ONTWIKKELINGEN De meest belangrijke organisatorische ontwikkelingen voor 2022 zijn: 1. Extra kosten thuiswerken als gevolg van de COVID-19 pandemie; 2. De ontwikkeling van het ziekteverzuim. Voor 2022 houden we de norm op 6%; 3. Feitelijke implementatie van de invoering van de Omgevingswet; 4. Het realiseren en borgen van een effectieve en efficiënte digitale uitwisseling van informatie met onze opdrachtgevers en ketenpartners in relatie tot de invoering van de Omgevingswet (Digitaal Stelsel Omgevingswet); 5. Het verbeteren van de informatievoorziening; 6. Het sluitend krijgen van de beleidscyclus VTH (big-8); 7. Het blijven door ontwikkelen en borgen van de ontwikkellijnen voortkomend uit het ontwikkelprogramma 2019-2020; 8. Het herijken van de huisvesting en ICT in verband met aflopen van de met twee jaar tot en met 2022 verlengde package deals met gemeente Emmen en de provincie voor wat betreft de huisvesting en ICT; 9. Het opstarten van het aanbestedingstraject voor een nieuw zaaksysteem; Nader toegelicht (de onderwerpen m.b.t. de Omgevingswet zijn in de voorgaande paragraaf in totaliteit besproken) : 1. Extra kosten thuiswerken als gevolg van COVID-19 pandemie De coronacrisis maakte het noodzakelijk om de werknemers te faciliteren in een goede en gezonde thuiswerk mogelijkheid.
De kosten die op dit punt in 2022 worden gemaakt zijn een gevolg van de keuzes/investeringen die in 2020 als gevolg van de Covid-19 maatregelen zijn gemaakt. In de begroting is hiervoor een post van € 165k opgenomen. Het grootste deel van de kosten bestaat uit het versneld invoeren van het laptopconcept (€ 125K), waarmee medewerkers locatie-onafhankelijk kunnen werken met de benodigde systemen. De overige kosten bestaan uit een thuiswerkvergoeding (€ 20K), afschrijving bureaustoelen (€ 13K) en applicaties voor het reserveren van werkplekken en videovergaderen (€ 7K). Tegenover deze aanvullende kosten hebben wij de aanname gedaan dat de nieuwe manier van werken minder reisbewegingen met zich mee zal brengen, zodat er minder reiskosten gedeclareerd zullen worden. In deze begroting is hiervoor een besparing opgenomen van € 50K. De inzet van deze voorzieningen vormen – in combinatie met nog nader uit te werken huisvestingsscenario's voor na de pandemie (zie hierna) – mogelijk een basis voor een efficiency op de bedrijfsvoeringskosten die de overige kostenstijgingen deels zouden kunnen compenseren. 2. De ontwikkeling van het ziekteverzuim In de oorspronkelijke meerjarencijfers is steeds gerekend met 4% ziekteverzuim.
Om uit te gaan van realistische en haalbare cijfers is bestuurlijk gekozen voor het verwerken van hogere percentages en deze ook te hanteren voor het opstellen van realistische en haalbare jaarprogramma’s. In nauwe afstemming met de bedrijfsarts zal worden gewerkt aan een – op basis van de leeftijdsopbouw van onze organisatie – realistisch streefcijfer voor toekomstige jaren. Vanwege de uitstroom van een aantal langdurig zieken (eind 2020 en in de loop van 2021) is de verwachting dat het ziekteverzuimpercentage eind 2021 rond de 6% zal liggen. De effecten van COVID-19 op lange termijn (zowel op lichamelijk als psychosociaal vlak) zijn nog onvoldoende duidelijk. Daarom is een verdere daling van de norm van het ziekteverzuim voor 2022 naar onze mening niet realistisch en houden we de norm voor 2022 op 6%. Uiteraard zal de ingezette beleidslijn – waarbij veel aandacht wordt besteed aan verzuimpreventie en verzuimbegeleiding – onverkort worden doorgezet.
21
Begroting Regionale Uitvoeringsdienst Drenthe 2022
3. Feitelijke implementatie van de invoering van de Omgevingswet; We zijn ons aan het voorbereiden op de implementatie van de invoering van de omgevingswet. Een groot deel van de voorbereidingen: de ontwikkeling van processen, participatie tools, beleidsbouwstenen en de technische afstemming op ICT-gebied, wordt in OPD verband (OmgevingsPlatform Drenthe) uitgevoerd. Het OPD is het samenwerkingsplatform waarin we ons samen met alle Drentse ketenpartners voorbereiden op de Omgevingswet. Daarnaast wordt een intensief opleidingstraject aangeboden ter voorbereiding op het werken met de omgevingswet. Zoals ook eerder is aangegeven wordt de komende tijd met deelnemers en ketenpartners gewerkt aan het in goed in beeld krijgen van alle effecten en ook de nog te maken keuzes die van invloed zijn op het werk. 4. Het realiseren en borgen van een effectieve en efficiënte digitale uitwisseling van informatie met onze opdrachtgevers en ketenpartners in relatie tot de invoering van de Omgevingswet (Digitaal Stelsel Omgevingswet); Ons zaaksysteem, LOS, is sinds vorige zomer technisch aangesloten op de landelijke voorziening van het DSO. In december heeft een succesvolle test plaatsgevonden met gemeente Meppel, waarbij een fictieve aanvraag door gemeente Meppel is ontvangen en doorgestuurd naar de RUD. Technisch werkt het systeem dus.
In april is deze pre-ketentest herhaald met gemeente Meppel, waterschap Hunze en Aa’s en de RUD. Daarbij is ook de zogenaamde Samenwerkingsfunctionaliteit (SWF) beproefd. De SWF is de functionaliteit waarmee documenten in de keten uitgewisseld kunnen worden. De vervolgstap is om werkafspraken inzake aan te leveren documenten, naamgeving, termijnen, op te leveren producten en archivering met elkaar vast te leggen. Belangrijke stappen hiervoor worden in 2022 gezet. 5. Het verbeteren van de informatievoorziening In de informatievoorziening is in het verleden op basis van incidentele middelen (Ontwikkelprogramma) geïnvesteerd en heeft inmiddels een structurele basis gekregen. Goede informatievoorziening en datagestuurd werken zijn kernbegrippen voor omgevingsdiensten. Sturing en verantwoording met behulp van data wordt steeds belangrijker. De nieuwe omgevingswet vraagt ook in toenemende mate een robuuste, effectieve en efficiënte informatievoorziening op basis van kwalitatief goede gegevens. De huidige inrichting en techniek(Excel) die wordt gebruikt voor onze informatievoorziening kan niet langer effectief en efficiënt voorzien in de (toekomstige) informatiebehoefte. Zowel de verouderde techniek als de uitvoering door slechts 1 persoon, maakt het proces erg kwetsbaar.
Er is een informatieanalist aangenomen die de informatievoorziening opnieuw duurzaam opbouwt en waarbij we zelf informatieanalyses kunnen uitvoeren (in plaats van inhuur) voor bijvoorbeeld risicogericht toezicht a € 15k per jaar. Inmiddels zijn stappen gezet om de kwaliteit van data te verbeteren. Hiervoor werd eerder ook (meerder malen per jaar) inhuur ingezet om analyses op datakwaliteit mogelijk te maken. De techniek, kennis en kunde hebben we nu zelf in huis, waardoor het genereren van rapportages door medewerkers minder tijd kost en rapportages vaker realtime beschikbaar komen. De nieuwe informatievoorziening legt een nieuwe basis en maakt een verdere verbetering van gegevens mogelijk en het (door)ontwikkelen van KPI’s op strategisch, tactisch en operationeel niveau. De daarmee in gang gezette verbetering van de informatievoorziening is noodzakelijk om als dienst toekomstbestendig te worden en te blijven. Het op orde krijgen en houden van de informatievoorziening is van levensbelang voor een omgevingsdienst en daarom landelijk een speerpunt voor alle omgevingsdiensten. Hiervoor is een bedrag van € 80K opgenomen.
22
Begroting Regionale Uitvoeringsdienst Drenthe 2022
6. Het sluitend krijgen van de beleidscyclus VTH (big-8) Voor het jaar 2022 zal de uitvoeringskwaliteit gebaseerd worden op de focus van risico-inschatting en milieurendement, zoals verder uitgewerkt is in het uniforme uitvoering en handhavingsbeleid. Daarmee zullen we in staat zijn de geformuleerde doelstellingen binnen dit beleidskader te gaan monitoren, te evalueren in hoeverre onze werkwijze voldoende effectief is voor het behalen van de doelstellingen. Op het moment dat het uniforme uitvoering en handhavingsbeleid medio 2021 nog onvoldoende is uitgewerkt, zal het nog niet mogelijk zijn om dit beleidskader als basis te betrekken bij het dan op te stellen jaarprogramma voor 2022. 7. Het blijven door ontwikkelen en borgen van de ontwikkellijnen voortkomend uit het ontwikkelprogramma 2019-2020; We hebben flinke stappen voorwaarts gemaakt in vergelijking tot 3 jaar geleden en daarmee gelijk constaterende dat stilstand achteruitgang is. Een aantal reeds ingezette ontwikkeling lopen door in 2022 e.v. Andere projecten worden afgerond in 2021 en krijgen een vervolg in de lijnactiviteiten. Hierdoor kunnen we toekomstige ontwikkelingen beter het hoofd bieden, krijgen de medewerkers meer ruimte om op basis van eigen kennis en vaardigheden samen bij te dragen aan opgaven en zijn wij als omgevingsdienst van toegevoegde waarde voor het bevoegd gezag in Drenthe.
Daarbij wordt gekozen voor een overzichtelijk, onderling samenhangend pakket aan maatregelen dat toegevoegde waarde heeft op de (taakuitvoering van de) organisatie. De focus op onderbouwde toegevoegde waarde loopt als een rode draad door het Ontwikkelprogramma. We doen wat nodig is om binnen de beschikbare kaders te komen tot een zo optimaal mogelijk resultaat wat bijdraagt aan milieurendement voor een schoon en veilig Drenthe. 8. Het herijken van de huisvesting en ICT De verlenging met twee jaar van de huidige DVO voor huisvesting en facilitaire diensten valt € 45K per jaar duurder uit dan in de begroting 2021 was opgenomen, een toename van circa 9 %. Dit is ontstaan omdat de provincie voor de verlenging van de DVO een nieuwe berekening heeft gemaakt van de werkplekkosten. Dit was nodig omdat in de vorige DVO niet alle gemaakte kosten van de provincie waren doorgevoerd. De kosten voor huisvesting en facilitaire diensten in de huidige DVO zijn dus een reële doorvoering van de gemaakte kosten. Voor de zomervakantie wordt opnieuw het gesprek gevoerd over huisvesting en hybride werken. Op dat moment weten beide partijen beter wat hybride werken gaat inhouden en wat het betekent voor de toekomst en eventueel de werkplekprijs. De gemeente Emmen hanteert hetzelfde tarief als eerder overeengekomen.
Vanwege de toenemende behoefte aan thuiswerken (versterkt door de effecten van de Coranacrisis) is een volledige herijking van de huisvestingsbehoefte gewenst. Daarom wordt op dit moment hiernaar een afstudeeronderzoek uitgevoerd. Bij de herijking van de huidige huisvestingsconcepten zal nadrukkelijk worden stilgestaan bij de vraag welke huisvestingsvarianten het meest bijdragen aan een voor de RUD Drenthe optimale en effectieve bedrijfsvoering. Daarbij wordt gezocht naar de meest optimale mix tussen thuiswerken en op kantoor, waarbij ook de aanwezigheid op kantoor bij onze deelnemers wordt betrokken. Naast het faciliteren van werkruimte wordt nadrukkelijk gezocht naar het effectief faciliteren van het onderlinge ontmoeten en inspireren van collega’s. Mede vanwege voorstaande reden zijn de extra kosten (€ 45K) als incidenteel opgenomen. 9. Opstarten aanbestedingstraject nieuw zaaksysteem Het contract voor het huidige zaaksysteem eindigt in september 2023. Daarom wordt voor de jaren 2022, 2023 en 2024 een incidentele budgetaanvraag voorbereid. In 2021 wordt gestart met de voorbereiding van de Europese openbare aanbesteding van het LeefOmgevingSysteem (LOS). In 2022 wordt het grootste deel van de aanbesteding uitgevoerd, waarbij ook een deel van de kosten voor de
23
Begroting Regionale Uitvoeringsdienst Drenthe 2022
implementatie in dit jaar worden gemaakt. In 2023 wordt het systeem verder geïmplementeerd en in gebruik genomen. Na de aanbesteding wordt een meerjarenplan opgesteld waarin de structurele kapitaallasten zijn verwerkt. Vooralsnog is voor de aanbesteding in 2022 een budget opgenomen van € 100k. Binnenkort wordt een kostenbegroting opgesteld voor de totale geschatte kosten van aanbesteding, implementatie en aanschaf van het nieuwe zaaksysteem. Naar verwachting ontstaat medio 2021 een beter beeld. Wanneer blijkt dat voor 2022 extra budget nodig is dan wordt dit betrokken bij de begrotingswijziging 2022, waarin ook de budgetten voor de jaren 2023 en 2024 zullen worden verwerkt. In tegenstelling tot het voorgaande zaaksysteem wordt de nieuwe aanbesteding niet samen met de ODG opgepakt. Deze keuze is mede ingegeven door een verschil in gebruikersbehoefte en de noodzakelijke afstemming tussen de omgevingsdiensten en de eigen deelnemers/ketenpartners.
24
Begroting Regionale Uitvoeringsdienst Drenthe 2022
4 PROGRAMMAPLAN 4.1 DE PROGRAMMA’S Het BBV vereist dat de begroting in verschillende programma’s wordt weergegeven. Vanaf de begrotingswijziging 2018 is ervoor gekozen om een apart programma voor Milieu – projecten & leges op te nemen. Hierdoor bestaat het oorspronkelijke programma Milieu nu uit twee programma’s: het programma Milieu – regulier en het hierboven genoemde programma Milieu – projecten & leges. Zo kan beter onderscheid gemaakt worden tussen de reguliere taken (Drentse Maat en Niet-Drentse Maat) die wij voor de deelnemers uitvoeren en de apart gefinancierde projecten. Deze opzet wordt in de begroting 2022 gecontinueerd. Volgens het BBV dienen de algemene dekkingsmiddelen, de heffing VPB en het bedrag voor onvoorzien apart in het programmaplan uiteengezet te worden. Daarnaast worden de kosten van de overhead in een apart programma getoond en dienen de kosten van de andere programma’s exclusief overheadkosten getoond te worden. Tabel 4: Hoofdoverzicht baten en lasten 2022 overeenkomstig indeling BBV
Elk van de programma’s in het bovenstaande overzicht wordt hieronder verder toegelicht.
25
Begroting Regionale Uitvoeringsdienst Drenthe 2022
4.2 PROGRAMMA MILIEU – REGULIER Het programma Milieu - regulier bestaat uit twee onderdelen: ▪ Drentse Maat ▪ Niet-Drentse Maat Wat willen we bereiken? De RUD Drenthe draagt bij aan een schoon en veilig Drenthe. Dit doen we door milieutaken in de hele provincie Drenthe uit te voeren in opdracht van de aangesloten gemeenten en de provincie Drenthe. Wat gaan we daarvoor doen? Drentse Maat De Drentse Maat taken omvatten circa 60% van onze werkzaamheden en worden voor alle deelnemers uitgevoerd volgens eenzelfde kwaliteitsniveau. De Drentse Maat taken bestaan op hoofdlijnen uit het beoordelen van meldingen en aanvragen voor een vergunning en het houden van toezicht. Hieronder zijn deze activiteiten nader toegelicht. Echter, deze toelichting is nog wel gebaseerd op de Drentse Maat en nog niet afgestemd op de in ontwikkeling zijnde werkwijzes binnen de in 2022 geldende Omgevingswet. Meldingen en aanvragen voor een vergunning Het werk begint vaak met een vooroverleg. We nemen aanvragen voor een milieuvergunning in behandeling. Tijdens zo'n procedure wordt beoordeeld of het verlenen van een vergunning mogelijk is. Hierbij wordt rekening gehouden met de invloed die de activiteiten hebben op de leefomgeving. De voorschriften staan altijd in verband met de activiteiten van een inrichting.
Vaak is het nodig adviezen (geluid, bodem, milieu effecten rapportage) bij specialisten binnen onze dienst in te winnen. Er wordt een formele procedure gevolgd, die enige weken tot maanden in beslag neemt. Voor activiteiten die minder belastend zijn voor de omgeving kan worden volstaan met een milieumelding. In dat geval zijn algemene voorschriften voor de werkzaamheden van het bedrijf uit het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (Activiteitenbesluit) van toepassing. Voor delen van een vergunningplichtige situatie kan het Activiteitenbesluit ook van toepassing zijn. Soms is maatwerk nodig en worden er maatwerkvoorschriften gemaakt voor de melding. Die worden vastgelegd met een besluit. Dit kan zich voordoen bij bijvoorbeeld een horecabedrijf in een bepaalde omgeving. De geluidsvoorschriften zijn in dat geval van toepassing voor die specifieke situatie. Ook het beoordelen van meldingen in het kader van het Besluit bodemkwaliteit valt onder de Drentse Maat, waarbij de bodemkwaliteit wordt beschermd bij de toepassing van grond of bouwstoffen. Toezicht Wij voeren voor de gemeentelijke deelnemers op risicogerichte wijze toezicht uit op inrichtingen en activiteiten die vanuit de milieuaspecten (veiligheid, lucht, geluid, energie, afval, bodem e.d.) invloed kunnen hebben op de kwaliteit van de leefomgeving.
Zo'n inrichting behoort te beschikken over een milieuvergunning of een melding te hebben gedaan op grond van de milieuregelgeving. De invloed die het bedrijf kan hebben op de omgeving bepaald of een vergunning nodig is of volstaan kan worden met een melding. Hieraan zijn voorschriften verbonden, waaraan de inrichting zich moet
26
Begroting Regionale Uitvoeringsdienst Drenthe 2022
houden. De inrichtingen die chemische stoffen gebruiken krijgen meer voorschriften, dan de bakker in het winkelcentrum. Deze inrichtingen/activiteiten worden regelmatig bezocht door onze toezichthouders ("milieuinspecteurs"). Indien een inrichting niet voldoet aan de voorschriften wordt in overleg gekeken naar oplossingen van de geconstateerde problemen. Als een inrichting de problemen niet oplost, dan wordt een procedure opgestart om de inrichting daartoe te dwingen. Als de inrichting niet wil meewerken kan in het uiterste geval een inrichting gesloten worden. Ook bestaat de mogelijkheid dat een proces-verbaal wordt opgemaakt. Indien nodig wint een toezichthouder specialistisch advies in bij één van onze specialisten. De Provincie heeft voor haar inrichtingen gekozen om integraal toezicht te blijven uitvoeren. Dit vanwege het feit dat alle provinciale inrichtingen tot de meest risicovolle inrichtingen binnen ons werkgebied behoren Naast het toezicht bij inrichtingen valt ook het volgende toezicht onder de Drentse Maat: - Toezicht in het kader van het Besluit bodemkwaliteit, bij calamiteiten bodem en bij niet ernstige gevallen van bodemsanering; - Toezicht op asbestregelgeving; - Ketentoezicht. Deze vorm van toezicht richt zich op processen waar verschillende organisaties als schakels in een keten bij betrokken zijn (zoals bij afvalverwerking of asbestverwijdering).
Dat gebeurt omdat het nalevingsgedrag van een afzonderlijk bedrijf sterk wordt bepaald door het gedrag van voorgaande of volgende schakels.
Niet-Drentse Maat De Niet Drentse Maat taken worden per deelnemer verschillend ingevuld. De een maakt er meer gebruik van dan de ander. Per jaar worden in het jaarprogramma op detailniveau afspraken gemaakt over de uitvoering van de taken per deelnemer. De taken bestaan uit: ▪ Bodem (voor zover niet opgenomen in Drentse Maat) ▪ Geluid, lucht en externe veiligheid voor andere zaken dan vergunningverlening en toezicht ▪ Juridische ondersteuning voor andere zaken dan vergunningverlening en toezicht ▪ Milieu specialistische taken voor andere zaken dan vergunningverlening en toezicht ▪ Projecten (niet zijnde de projecten die separaat ingekocht worden) ▪ Vergunning ontbranden/melden vuurwerk en het toezicht hierop ▪ Ontheffing TUG en het toezicht hierop Ook binnen de Niet-Drentse Maat zal de inwerkingtreding van de Omgevingswet nog effect geven. De belangrijkste hiervan is de overdracht in bevoegd gezag van de bodemtaken van de provincie naar de gemeenten. Administratieve ondersteuning Drentse en niet-Drentse Maat Bij de uitvoering van onze taken in het kader van de Drentse Maat en niet-Drentse Maat behoort ook de administratieve ondersteuning via de centraal georganiseerde Front-Office. Deze directproductieve inzet wordt afzonderlijk begroot en is naar rato toegerekend aan de begrote inzet voor de Drentse en de Niet-Drentse Maat taken.
27
Begroting Regionale Uitvoeringsdienst Drenthe 2022
Wat zijn de bijbehorende baten en lasten van programma Milieu-regulier? Tabel 5: Baten en lasten uitvoering programma Milieu-regulier
Tarief Het uitgangspunt bij het uurtarief is dat deze volledig kostendekkend is en dat geen exploitatietekort of minimaal overschot wordt behaald in 2022. Uitgangspunt is tevens dat het uurtarief gelijk is voor alle deelnemers en alle producten. Het tarief wordt berekend op basis van de lasten per fte (inclusief de lasten voor overhead), gedeeld door het aantal productieve uren. Het uurtarief 2022 is € 99,75. Dit uurtarief is een integraal tarief, waarin ook alle ontwikkelkosten, overhead, investeringen etc. zijn opgenomen.
28
Begroting Regionale Uitvoeringsdienst Drenthe 2022
4.3 PROGRAMMA MILIEU – PROJECTEN & LEGES
Wat willen we bereiken? Onder dit programma verstaan we de projecten die onze deelnemers ons laten uitvoeren en die geen onderdeel zijn van de Niet-Drentse Maat. Gedurende het jaar kunnen deelnemers nog met ons afspraken maken om projecten te laten uitvoeren. De doelstellingen kunnen per project verschillen. Ook de legestaken die wij uitvoeren voor de provincie Drenthe vallen onder dit programma.
Wat gaan we daarvoor doen? Voor 2022 is nog niet bekend welke projecten uitgevoerd worden (de advisering aan de ODG in het kader van de BRZO bedrijven eindigt per 1 januari 2022). Op basis van realisaties van voorgaande jaren is de verwachting dat er tenminste € 300K budget beschikbaar is voor projecten. De uitvoering van projecten verloopt kostenneutraal. Het project ‘aanbesteding en implementatie van het nieuwe zaaksysteem’ is ook in deze tabel opgenomen. De verwachting bij de legesopbrengsten is dat deze € 200K bedragen. De legeskosten zijn gelijk aan € 150K. In paragraaf 6.1 en 6.2 wordt nader ingegaan op de gevolgen voor de leges onder de Omgevingswet.
Tabel 6: Baten en lasten uitvoering Programma Milieu - Projecten en leges
Bedragen x € 1.000
29
Baten Programma Milieu - projecten Legesopbrengsten Totale baten
2022 (Begroting) 600 200 800
Lasten Programma Milieu - projecten Legeskosten
600 150
Totale lasten
750
Saldo baten en lasten
50
Begroting Regionale Uitvoeringsdienst Drenthe 2022
4.4 ALG. DEKKINGSMIDDELEN, OVERHEAD, VENNOOTSCHAPSBELASTING, ONVOORZIEN Algemene dekkingsmiddelen De algemene dekkingsmiddelen zijn inkomsten waarvoor geen bestedingsdoel is bepaald. Omdat wij enkel specifieke dekkingsmiddelen kennen, is deze post niet op ons van toepassing.
Overhead Het BBV schrijft voor dat overheadkosten afzonderlijk worden begroot. Zij maken dus niet langer aan de lastenkant onderdeel uit van beleidsprogramma’s. Op deze manier wordt beoogd om meer inzicht te geven in de overheadkosten voor de organisatie als geheel. De volgende kosten worden conform het BBV voor onze dienst tot de overhead gerekend: ▪ Directeur ▪ Teamleiders (incl. Flex/Projecten) ▪ Secretariaat (incl. directiesecretaris) ▪ Adviseurs (I&A, HRM, Financiën/Controlling, Informatievoorziening) ▪ Ondersteunende PIOFACH-taken (Personeel, Informatievoorziening, Organisatie, Financiën, Administratieve organisatie, Communicatie en Huisvesting), wanneer deze niet één op één aan het primaire proces kunnen worden gekoppeld (zoals de gebruikerskosten voor LOS). Door de overhead te centraliseren in één post, zijn de lasten voor de programmaonderdelen aanzienlijk lager dan voorheen. Op de baten heeft deze verandering geen invloed omdat (grotendeels) wordt afgerekend tegen een integraal uurtarief.
Tabel 7: Baten en lasten overhead
30
Begroting Regionale Uitvoeringsdienst Drenthe 2022
Vennootschapsbelasting (Vpb) Het BBV schrijft voor dat de heffing vennootschapsbelasting wordt uiteengezet in een separate post. Deze post is niet van toepassing op onze organisatie. Vennootschapsbelasting dient namelijk te worden afgedragen door een overheidsonderneming bij activiteiten die voor de Vpb gelden als onderneming en waarop geen objectvrijstellingen van toepassingen zijn. Ons uitgangspunt is dat, voor de activiteiten van de RUD Drenthe die kwalificeren als onderneming, wij in principe enkel die activiteiten ondernemen waarvoor sprake is van objectvrijstelling.
Onvoorzien Het vernieuwde BBV schrijft voor dat de post ‘onvoorzien’ eveneens apart getoond dient te worden. We hebben een bedrag van € 125.000,- opgenomen voor onvoorzien. Het is op grond van de Financiële Verordening beleid om ons eigen vermogen tot maximaal 10% van de begroting toe te laten nemen. Bestuurlijk is de wens geuit om de algemene reserve van verbonden partijen – dus ook van de RUD Drenthe – zo laag mogelijk te houden. Als daarvoor zou worden gekozen zou per jaar met de deelnemers naar rato worden afgerekend als er een eventueel overschot ontstaat. Indien zich tegenvallers voordoen dan zullen wij ons tot de deelnemers wenden voor een verhoging van de deelnemersbijdrage. Het is wenselijk om het weerstandsvermogen voldoende hoog te houden om onze financiële risico’s te kunnen dekken en gedurende het jaar geen stagnatie te laten ontstaan in verband met extra besluitvormingsprocedures. Op ons weerstandsvermogen wordt verder ingegaan in de Paragrafen.
Tabel 8: Baten en lasten post Onvoorzien
31
Begroting Regionale Uitvoeringsdienst Drenthe 2022
5 PARAGRAFEN Het BVV vereist verschillende paragrafen. Vier daarvan zijn niet van toepassing op ons en worden daarom niet uitgewerkt. ▪ Grondbeleid is niet van toepassing omdat de RUD Drenthe geen eigen grond bezit; ▪ Verbonden partijen is niet van toepassing omdat de RUD Drenthe geen verbonden partijen heeft (het is zelf een verbonden partij); ▪ Onderhoud kapitaalgoederen is niet van toepassing omdat het kantoor waarin de RUD Drenthe gehuisvest is, wordt gehuurd en er verder geen voor deze paragraaf relevante activa zijn; ▪ De vennootschapsbelasting is niet van toepassing omdat het uitgangspunt van de RUD Drenthe is dat, voor de activiteiten van de RUD Drenthe die kwalificeren als onderneming, zij in principe enkel die activiteiten onderneemt waarvoor sprake is van objectvrijstelling. Voorgaande betekent dat de volgende verplichte paragrafen wel zijn opgenomen: ▪ Paragraaf leges / lokale heffingen ▪ Paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing ▪ Paragraaf financiële kengetallen ▪ Paragraaf bedrijfsvoering ▪ Paragraaf personele ontwikkelingen
5.1 PARAGRAAF LEGES / LOKALE HEFFINGEN Wij hebben in ons eigen beleid geen lokale heffingen. Voor de provincie Drenthe zijn wij wel gemandateerd om de heffingen van de leges uit te voeren. Dit betreft leges voor de luchtvaart en de Wabo. De inning van de leges is gebaseerd op de Legesverordening van de provincie. Wij hebben met de provincie de afspraak gemaakt dat het verschil tussen de inkomsten en de uitgaven bij de leges de dekking is voor de administratieve ondersteuning voor het innen van de leges. Per saldo is het innen van de leges dus een budgetneutraal project. In het kader van de Omgevingswet verandert dit. De vraag is of gemeenten gebruik gaan maken van de mogelijkheid om leges te gaan innen en vervolgens of wij daar een rol in gaan spelen. De uitkomst van de werkgroep leges van de OPD (het Omgevings Platvorm Drenthe) zal daarbij leidend zijn. Het eventueel wegvallen van deze werkzaamheden is opgenomen in de volgende paragraaf.
5.2 PARAGRAAF WEERSTANDSVERMOGEN EN RISICOBEHEERSING Weerstandsvermogen Bij het weerstandsvermogen gaat het om de mate waarin wij in staat zijn middelen vrij te maken om substantiële tegenvallers op te vangen, zonder dat dit betekent dat het beleid veranderd moet worden. Een buffer is daarom wenselijk. Bij het weerstandsvermogen gaat het om de robuustheid van de begroting. Voor de RUD Drenthe is bepaald dat de kosten, die niet uit andere inkomsten kunnen worden gedekt, ten laste van de deelnemende organisaties komen. Dat impliceert dat de financiële gevolgen van risico’s, die niet binnen onze begroting kunnen worden opgevangen, uiteindelijk ten laste van de deelnemende organisaties zullen worden gebracht. Deze bepaling zou
32
Begroting Regionale Uitvoeringsdienst Drenthe 2022
tot de opvatting kunnen leiden, dat het voor ons niet nodig is om over weerstandsvermogen te beschikken. Daar tegenover staan de volgende argumenten: ▪ De RUD Drenthe is een zelfstandige rechtspersoon met eigen bevoegdheden en verantwoordelijkheden; ▪ Het is onwenselijk voor de RUD Drenthe (en voor de provincie en gemeenten) als de RUD Drenthe zich voor iedere tegenvaller tot hen moet wenden, met het verzoek om een (incidentele of structurele) verhoging van de bijdrage. Door de deelnemers is expliciet uitgesproken dat het niet wenselijk is als iedere gemeenschappelijke regeling een groot eigen vermogen opbouwt. In de Financiële Verordening is bepaald dat het eigen vermogen vanuit eventuele positieve rekeningresultaten zal worden aangevuld tot een maximum van 10% van de begroting. Door het ministerie van BZK is per brief van 16 oktober 2020 naar aanleiding van het indienen van de begroting 2021 aangegeven dat zij constateren dat de algemene reserve, ná de onttrekkingen in 2020, in de begroting 2021 niet op een hoger niveau is gebracht en het weerstandsvermogen nog steeds matig is. Zij vragen ons om, mede op basis van het onderzoek ‘Evaluatie RUD Drenthe’, in de begroting 2022 aandacht te hebben voor het verkrijgen van een algemene reserve en een weerstandsvermogen op voldoende niveau.
Er is in de begroting 2022, naast de meerjarig opgenomen post voor onvoorziene uitgaven van € 125.000, geen extra ruimte gecreëerd voor onvoorziene uitgaven. Wel wordt door het opstellen van een realistischer jaarprogramma de kans op extra onvoorziene uitgaven verkleind. Door de uitvoerings(-kosten) goed te monitoren en tijdig tot bijsturing van het programma over te gaan wordt getracht risico’s binnen de begroting op te vangen. Daarbij is van belang te vermelden dat de nieuwe verrekensystematiek ertoe zal leiden dat meerwerk bij een deelnemer niet meer automatisch leidt tot minderwerk bij een andere, maar tot hogere baten zal leiden waarmee de extra personeelslasten kunnen worden gedekt. Wij hebben ultimo 2020 een totaal eigen vermogen van € 91.318. Bij het aanbieden van de jaarstukken 2020 wordt aan de deelnemers gevraagd om bij te dragen in het negatieve resultaat over 2020 van - € 82.037. Dan is het eigen vermogen weer op het niveau van ultimo 2020 en bedraagt dan € 173.355. Hiervan is € 15.449,- algemene reserve en € 157.906,- een bestemmingsreserve (bron: jaarstukken 2020). Daarnaast is in onderhavige begroting een post onvoorzien van € 125.000 opgenomen. De aanwezige weerstandscapaciteit (algemene reserve vermeerderd met de post onvoorzien) voor 2022 bedraagt derhalve € 140.449.
Op basis van het hieronder uiteengezette actueel benodigde weerstandsvermogen van € 440.000 is de ratio tussen aanwezige en benodigde weerstandsvermogen 0,3 en wordt daarmee beoordeeld als ‘ruim onvoldoende’. De conclusie wordt in het hier onderstaande overzicht weergegeven.
33
Begroting Regionale Uitvoeringsdienst Drenthe 2022
Tabel 9 : De conclusie van het weerstandvermogen
Financiële risico’s De omvang van ons weerstandsvermogen is gerelateerd aan de risico’s die de organisatie loopt. Deze risico’s zijn in kaart gebracht en ook financieel vertaald. Hierbij is rekening gehouden met reeds getroffen maatregelen, zoals verzekeringen. Een aantal van onze (financiële) risico's worden in onderstaande tabel vermeld. In het model zijn risicobeoordeling en -kwantificering gehanteerd, zoals aanbevolen door het Ministerie van BZK. Deze risico's geven inzicht in het benodigde weerstandsvermogen (zie onderstaande tabel). Hierbij worden kleinere risico's geacht onderdeel te zijn van de reguliere bedrijfsvoering. De vermenigvuldiging met de wegingsfactoren impact en frequentie geeft het bedrag aan dat beschikbaar moet zijn als weerstandsvermogen om de risico’s te kunnen opvangen.
34
Begroting Regionale Uitvoeringsdienst Drenthe 2022
Tabel 10: Het risicoprofiel 2022
In de risicoberekening is geen rekening gehouden met een bestuurlijke keuze om bij eventuele noodzakelijke herprioritering in het jaarprogramma 2022 alsnog te kiezen voor het beschikbaar stellen van extra middelen. Mocht op basis van het jaarprogramma 2022 een tekort aan uren zichtbaar worden, dan vraagt dat om expliciete bestuurlijke besluitvorming om daarvoor te herprioriteren of extra middelen beschikbaar te stellen, waarvoor dan een extra deelnemersbijdrage noodzakelijk zal zijn. 1. Ziekteverzuim Algemeen: In 2020 was het gemiddelde ziekteverzuim 8,87%. Bij de berekening van de beschikbare productieve uren is 6% ziekteverzuim opgenomen in de begroting. Indien het ziekteverzuim in 2022 niet zakt naar 6% maar op hetzelfde niveau uitkomt als het jaarprogramma 2020 is het in deze tabel op te nemen risico nog twee procent. Beheersmaatregelen: In 2021 én 2022 staat verzuim wederom hoog op onze agenda en het thema alsmede het protocol omtrent verzuim wordt nadrukkelijk bij onze medewerkers onder de aandacht gebracht.
35
Begroting Regionale Uitvoeringsdienst Drenthe 2022
Daarnaast zijn/worden de volgende maatregelen getroffen : - De toegankelijkheid van bedrijfsmaatschappelijk werk is vergroot. De medewerkers kunnen nu rechtstreeks contact leggen met het bedrijfsmaatschappelijk werk, waar eerder tussenkomst van de bedrijfsarts en/of teamleider nodig was. - Er vindt waar nodig (team-)coaching plaats. - Er wordt op een actieve wijze uitvoering gegeven aan het Arbobeleid. - Er is een directe verzuimbegeleiding op de lopende dossiers in plaats van de verzuimcoaching zoals die eerder werd ingezet. - Medewerkers worden in de gelegenheid gesteld om gebruik te maken van de adviezen van een leefstijlcoach om de nieuwe manier van (thuis)werken goed in te passen in het dagelijks leven. Calculatie financieel: Voor de calculatie is 2% van de loonsom van het primaire proces gebruikt. 2.Digitaal werken Algemeen: Om efficiënt te kunnen werken, is afgesproken dat we 100% digitaal gaan werken. Tot op heden hebben meerdere opdrachtgevers er moeite mee de benodigde informatie op de juiste manier en tijdig digitaal aan te leveren. Digitale aanlevering van informatie door onze opdrachtgevers is een randvoorwaarde om effectief en efficiënt te kunnen werken. Om de problemen die hier spelen aan te pakken wordt uitvoering gegeven aan het project Digitale aanlevering van documenten door onze deelnemers.
Indien in de praktijk blijkt dat de digitale aanlevering onvoldoende wordt verbeterd, zal dit belemmerend door blijven werken bij de uitvoering van onze taken en extra tijd vergen. Hierdoor moeten onze medewerkers extra tijd besteden bijv. door documenten zelf uit het zaaksysteem of het archief van de opdrachtgever te halen. Zeker als de afhandeltermijnen onder de Omgevingswet sterk worden verkort zal die kostbare tijd ten koste gaan van de wettelijke afhandeltermijnen en/of de zorgvuldigheid van het werk. Het volledig digitaal werken gold ook als een van de randvoorwaarden voor het kunnen opheffen van de 5% incidentele deelnemersbijdrage. Beheersmaatregelen: In 2017 is bij de integrale doorlichting nogmaals duidelijk geworden dat het van groot belang is om hierover met alle bevoegde gezagen goede afspraken te maken. Daarvoor is als 1 van de 3 prioritaire projecten de digitale aanlevering projectmatig opgepakt. Bij het doorvoeren van de geïnventariseerde maatregelen moet rekening worden gehouden met lange implementatietijden. We hebben een extra medewerker (1 fte = € 80 k) in dienst die dit namens ons intern begeleidt. Deze uren worden geschreven voor de deelnemer die hier een beroep op doet.
Calculatie financieel: De extra uren die onze medewerkers moeten besteden om de gegevens te krijgen die nodig zijn om verstrekte opdrachten uit te kunnen voeren, betekent productieverlies. Naast de extra medewerker is in de calculatie meegenomen dat er nog een extra fte inzet nodig is om de benodigde informatie beschikbaar te krijgen. 3. Bodeminformatiesysteem (BIS) Algemeen: Wat betreft de bodeminformatievoorziening blijft in 2022 sprake van een duidelijk productieverlies ten opzichte van een situatie met een volledig en betrouwbaar bodeminformatiesysteem, ingebed in een verbeterd, effectief werkende bodeminformatievoorziening. Tevens is er door de gebrekkigheid en onvolledigheid van het bodeminformatiesysteem kans op het geven van foutieve informatie aan derden en het foutief baseren op beschikbare bodeminformatie bij advisering of bijvoorbeeld vergunningverlening of
36
Begroting Regionale Uitvoeringsdienst Drenthe 2022
toezicht. Inmiddels tekent zich het beeld af dat alle deelnemers gaan voor 1 BIS, wat een grote efficiencywinst oplevert. Beheersmaatregelen: De kosten voor het operationeel maken van het BIS en het op orde brengen van de data worden in 2021 gemaakt en gedragen door de provincie Drenthe en de gemeente Emmen, de huidige bevoegde gezagen voor bodemtaken. Vanaf 2022 zullen de jaarlijkse beheerskosten van het systeem gedragen moeten worden door alle deelnemers vanwege de overgang van bevoegd gezag voor bodemtaken van provincie naar de overige 11 gemeenten. De inzet van onze eigen medewerkers leidt tot een structurele kostenpost in de begroting. Calculatie financieel: We gaan ervan uit dat de jaarlijkse beheerskosten gedragen worden door de deelnemers. De inzet van onze eigen medewerkers is ingeschat op 1 fte. 4. Werving nieuw personeel Algemeen: In 2021 gaat een relatief groot aantal van onze medewerkers met (vervroegd) pensioen. Met name bij specialistische functies is er sprake van krapte op de arbeidsmarkt en voorzien wij productieverlies of extra kosten in verband met duurdere inhuur. Daarnaast is er extra capaciteit op de afdeling HRM nodig om deze vacatures weer in te vullen. Wij gaan ervan uit dat deze situatie in ieder geval ook nog voor een deel zal doorwerken in 2022.
Beheersmaatregelen: In 2021 zal er een extra HR-adviseur aangetrokken worden, onder andere om de extra werkzaamheden in verband met deze vacatures te kunnen uitvoeren (arbeidsmarktcommunicatie, werving en aanname nieuw personeel, traineeships en stages). Daarnaast wordt deze extra capaciteit ingezet om de basis verder op orde te brengen en het spp-traject te begeleiden en in te bedden, inclusief de kwaliteitscriteria en het daarbij behorende opleidingstraject. Gezien de leeftijdsopbouw binnen de RUD Drenthe en het nog steeds hoge ziekteverzuimpercentage zullen ook (meer) interventies gepleegd worden op het gebied van duurzame inzetbaarheid, inclusief opleidingstrajecten en mobiliteit. Last but not least komt de inwerkingtreding van de Omgevingswet op ons af die ook veranderingen met zich mee zal brengen, waar HR-inzet voor gevraagd wordt, dat is nu al het geval. De werkzaamheden op het gebied van bedrijfsvoering in relatie tot de vermindering van de teamleidersrol bedrijfsbureau zal binnen HR verder opgepakt en uitgewerkt worden. Vrijwel alle HR-aspecten die met de verschillende ontwikkelingen samenhangen behoeven in de komende jaren structureel ondersteuning van 0,89 - 1 fte. Calculatie financieel: Voor het productieverlies en de extra HRM-adviseur is 1,5 fte opgenomen. 5.
Kosten Instituut Nederlandse Kwaliteit (INK) Algemeen: Om aan de vereisten van kwaliteitsborging via dit instituut te kunnen voldoen wordt eind 2021 opnieuw de balans opgemaakt, mede in samenhang met de kwaliteitscriteria en de uitkomsten van de evaluatie. De nadruk zal komen te liggen op de uitkomsten van de evaluatie. Indien voor 2022 gekozen wordt hier inzet op te plegen dan vraagt dit een extra inspanning
37
Begroting Regionale Uitvoeringsdienst Drenthe 2022
Beheersmaatregelen: Er zal nadrukkelijk bekeken worden welke extra inspanning dit van de medewerkers vraagt en welke gevolgen dit heeft voor het realiseren van het jaarprogramma 2022. Calculatie financieel: Voor het productieverlies is 0,25 fte opgenomen. 6. Leges Algemeen: Wij hebben in ons eigen beleid geen lokale heffingen. Voor de provincie Drenthe zijn wij wel gemandateerd om de heffingen van de leges uit te voeren. Dit betreft leges voor de luchtvaart en de Wabo. De inning van de leges is gebaseerd op de Legesverordening van de provincie. Wij hebben met de provincie de afspraak gemaakt dat het verschil tussen de inkomsten en de uitgaven bij de leges de dekking is voor de administratieve ondersteuning voor het innen van de leges. Per saldo is het innen van de leges dus een budgetneutraal project. In het kader van de Omgevingswet verandert dit. De vraag is of gemeenten gebruik gaan maken van de mogelijkheid om leges te gaan innen en vervolgens of wij daar een rol in gaan spelen. De uitkomst van de werkgroep leges van de OPD (het Omgevings Platform Drenthe) zal daarbij leidend zijn. Beheersmaatregelen: Wij zijn actief betrokken bij de gesprekken van het OPD en de verschillende werkgroepen (waaronder leges) waar de gevolgen van het invoeren van de Omgevingswet besproken worden.
Calculatie financieel: In de begroting is een dekking van € 50K opgenomen ter dekking van de inzet van de betrokken medewerkers bij het team vergunningen. 7. Nog niet op geld in te schatten relevante onzekerheden Zoals in hoofdstuk 4 is omschreven, bestaan er nog een aantal relevante risico’s die op dit moment niet op geld zijn in te schatten. • Evaluatie GR: Het evaluatierapport RUD Drenthe is eind mei gepresenteerd aan het algemeen bestuur en aangeboden aan de deelnemers. In het rapport zijn aanbevelingen opgenomen waarvoor het algemeen bestuur een plan van aanpak gaat opstellen. Eén van de aanbevelingen is de noodzaak voor het actualiseren van de Drentse maat. Een actualisatie van de Drentse Maat kan gevolgen hebben voor het ambitieniveau van de uitvoering van de taken. Hier ligt ook een relatie met het binnen Drenthe vorm te geven uniforme uitvoerings- en handhavingsbeleid. Actualisatie kan ook doorwerken in de bepaling van de deelnemersbijdragen. Zo kan het werken met meer realistische kentallen en het betrekken van het geactualiseerde locatiebestand binnen het bestaande rekenmodel doorwerken in de deelnemersbijdrage. De resultaten van deze evaluatie zijn nog niet bekend en kunnen dus nog niet worden betrokken bij het opstellen van de begroting 2022.
Mogelijk kunnen deze resultaten en de keuze hoe we hiermee omgaan wel worden betrokken bij het opstellen van het jaarprogramma 2022. Dat kan tot gevolg hebben dat de grondslagen van de urenraming van de begroting 2022 en die van het jaarprogramma 2022 gaan verschillen. Daarnaast levert de evaluatie van de GR mogelijk nog andere conclusies en aanbevelingen op die van invloed zijn op de jaarprogrammering en/of begroting. Ook die mogelijk effecten worden pas in de loop van 2021 duidelijk en zullen worden betrokken bij het opstellen van het jaarprogramma 2022 en/of de begrotingswijziging 2022. • De invoering van de Omgevingswet per 1 juli 2022: Op basis van een recent onderzoek laten de eerste indicatieve cijfers zien dat het werken onder de Omgevingswet tot een zeer grote kostenstijging kan leiden (10-12%). In Drents verband wordt samengewerkt voor het inzichtelijk
38
Begroting Regionale Uitvoeringsdienst Drenthe 2022
•
maken van de processen en ook om afspraken te maken om de kostenstijging beperkt te houden. Voor een zorgvuldige besluitvorming is meer inzicht nodig op dit onderdeel. In de loop van 2021 zullen deze inzichten worden besproken met de deelnemers en waar nodig vertaald in een begrotingswijziging 2022. Implementatiekosten nieuw zaaksysteem: Afhankelijk van de resultaten van de aanbesteding zal een actuele begroting voor de aanschaf- en het implementatietraject voor een nieuw zaaksysteem gemaakt worden. Deze kosten zullen dan opgenomen worden in een begrotingswijziging 2022.
5.3 PARAGRAAF FINANCIËLE KENGETALLEN Hieronder volgt een korte toelichting per kengetal met als basis de jaarrekening 2020, de begroting 2021 en de begroting 2022.
Netto schuldquote Dit cijfer geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft een indicatie van de mate waarin de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie drukken. Een laag percentage is gunstig. De VNG adviseert om 130% als maximum norm te hanteren en daarboven de schuld af te bouwen. We hebben geen leningen waardoor de schuldpositie alleen bestaat uit kortlopende verplichtingen. Daarom hanteren wij een norm van 0% of lager. Om aan de norm te voldoen moeten de eigen middelen hoger zijn dan de schuldpositie. In afwijkende gevallen, bijvoorbeeld een grote investering waar geld voor aangetrokken wordt, stijgt het kengetal boven de 0% stijgen. Voor 2022 is het kengetal -0,3% en voldoet daarmee aan de gestelde norm. Solvabiliteitsratio Dit cijfer geeft inzicht in de mate waarin de organisatie in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger dit percentage, hoe gunstiger dit is voor de financiële weerbaarheid. Dit cijfer geeft dus een soort toekomstvisie weer. Het betreft het aandeel van het eigen vermogen in het totale vermogen. De VNG geeft aan dat bij een ratio lager dan 20% de organisatie zich op glad ijs bevindt, de norm voor ons is daarom minimaal 20%. Ons solvabiliteitsratio is op basis van de begroting 2022 1,3% waardoor de solvabiliteit van onze organisatie onder de norm ligt.
Het kengetal valt lager uit omdat met voorschotten van de opdrachtgevers wordt gewerkt. De voorschotten leiden tot een hoger kort lopend vreemd vermogen en hebben daarmee een negatief effect op de ratio maar zorgen niet voor een slechte financiële weerbaarheid. Immers, die voorschotten worden in het nieuwe boekjaar besteed aan de taken waarvoor wij dit geld hebben ontvangen. Daarnaast is het eigen vermogen na de onttrekking voor het ontwikkelprogramma geminimaliseerd.
39
Begroting Regionale Uitvoeringsdienst Drenthe 2022
Structurele exploitatieruimte Dit cijfer helpt mee om te beoordelen welke structurele ruimte wij hebben om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Wanneer dit cijfer negatief is, betekent het dat het structurele deel van de begroting onvoldoende ruimte biedt om de lasten te blijven dragen. De norm voor onze organisatie is 0% of hoger. In de begroting 2022 is de ratio 1,9% en daarmee voldoende. Algeheel oordeel Het BBV schrijft voor een beoordeling te geven van de onderlinge verhouding tussen de kengetallen in relatie tot de financiële positie. Van de drie geldende kengetallen voor onze organisatie geeft het solvabiliteitsratio aan dat deze onder de norm ligt. Het algehele beeld van onze financiële positie is dat oplettendheid is geboden. Zie ook de vorige paragraaf inzake het weerstandsvermogen.
5.4 PARAGRAAF FINANCIERING Beleidskaders De uitvoering van de financieringsfunctie dient plaats te vinden binnen de kaders zoals gesteld in de wet Financiering decentrale overheden (Wet Fido) en de daarbij behorende ministeriële regelingen. In deze wet staan transparantie en risicobeheersing centraal. De transparantie komt daarbij tot uitdrukking in voorschriften voor een verplicht Financierings- (treasury-)statuut evenals een financieringsparagraaf in begroting en rekening. We werken volgens het Treasurystatuut dat is vastgesteld op 23 september 2013 Rentevisie Gezien de geringe invloed van de renteontwikkeling op onze begroting is geen lange termijn rentevisie opgenomen. Geldleningen We zullen het overgrote deel van onze werkzaamheden betalen uit de vaste voorschotbetalingen van de deelnemers. De verwachting is dat deze voldoende zijn om aan de verplichtingen te kunnen voldoen. We hebben geen geldleningen en verwachten dat dit voor de begroting van 2022 ook niet nodig is. Onze organisatie loopt op dit moment geen grote liquiditeitsrisico’s. In de praktijk factureren wij inmiddels maandelijks of per kwartaal de projecten. Kasgeldlimiet Ter beperking van het renterisico op de netto-vlottende schuld (schulden met een looptijd van minder dan één jaar) is een kasgeldlimiet vastgesteld.
Zo wordt voorkomen dat fluctuaties van de korte rente direct een relatief grote invloed hebben op de rentelasten tijdens een boekjaar. Voor gemeenschappelijke regelingen bedraagt de kasgeldlimiet 8,2% van het begrotingstotaal. Het saldo van vlottende schulden en vlottende middelen wordt afgezet tegen het begrotingstotaal. Dit betekent voor ons dat het maximale saldo in 2022 € 1,3 mln. mag bedragen. Wij voldoen hieraan op basis van deze begroting.
40
Begroting Regionale Uitvoeringsdienst Drenthe 2022
Rente risiconorm Ter beperking van het renterisico op vaste schuld is er een rente risiconorm vastgesteld. De rente risiconorm schrijft voor welk deel van de lange termijn leningen (> 1 jaar) maximaal vernieuwd mag worden in een begrotingsjaar. Voor gemeenschappelijke regelingen zoals de RUD Drenthe is dit vastgesteld op 20% van het begrotingstotaal. Het renterisico op de vaste schuld in een jaar wordt als volgt berekend: de som van het bedrag aan herfinanciering en het bedrag aan renteherziening op de vaste schuld. Er is in 2022 geen sprake van herfinanciering omdat geen leningen zullen worden aangegaan.
5.5 PARAGRAAF BEDRIJFSVOERING Bedrijfsvoering ondersteunt de andere programma’s in het voorzien van verschillende diensten als personeelszaken, informatievoorziening, administratie, communicatie, sturing, coaching en planning en control. De ontwikkelopgaven voor de bedrijfsvoering zijn in 2019-2020 opgenomen in een Ontwikkelprogramma. Hiermee is een deel van de basis op orde gebracht, is de professionalisering van de financiële functie tot beheersniveau gebracht en groeit ons zelflerend vermogen per jaar. In 2021 is daarop een uitvoeringsprogramma opgesteld voor de nog resterende opgaven en de doorontwikkeling van al in gang gezette ontwikkelingen. Onze organisatie blijft ook de komende jaren nog volop in ontwikkeling. Ook in 2022 zullen nog diverse doorontwikkelingen nodig zijn die volgen op de ingezette lijn: - Implementeren nieuwe werkprocessen Omgevingswet - Voorbereiding op de aanbesteding voor het nieuwe zaaksysteem - Data- en informatiesturing optimaliseren in relatie tot de nieuwe eisen die de Omgevingswet en de ketensamenwerking aan ons stellen - Verdere verbreding en verdieping van het risicogericht werken - Rapportages doorontwikkelen: inzicht bieden in de effecten van ons werk in relatie tot het uniforme VTH-beleid (outcomesturing), kentalontwikkeling t.b.v.
productiviteit - Strategische PersoneelsPlanning effectueren: opleiding en ontwikkeling in relatie tot landelijke kwaliteitscriteria en de nieuwe ontwikkelingen, werving en selectie in relatie tot natuurlijk verloop, e.d. In 2021 wordt via teamsessies de noodzakelijke ontwikkelopgave per team geïnventariseerd. De kwaliteitscriteria vormen een belangrijke basis in de SPP. - Informatieveiligheid Ook het hiervoor genoemde herijken van de DVO huisvesting met provincie en gemeente Emmen is van invloed op de bedrijfsvoering. De ontwikkelingen vanuit de huidige COVID-19-maatregelen versnellen het inzicht en de behoefte aan locatie-onafhankelijk werken en een volledig digitaal gefaciliteerde bedrijfsvoering. De basis daarvoor is gelegd. Bij de herijking van de huidige huisvestingsconcepten zal nadrukkelijk worden stilgestaan bij de vraag welke huisvestingsvarianten het meest bijdragen aan een voor de RUD Drenthe optimale en effectieve bedrijfsvoering. Daarbij wordt gezocht naar de meest optimale mix tussen thuiswerken en op kantoor, waarbij ook de aanwezigheid op kantoor bij onze deelnemers wordt betrokken. Naast het faciliteren van werkruimte
41
Begroting Regionale Uitvoeringsdienst Drenthe 2022
wordt nadrukkelijk gezocht naar het effectief faciliteren van het onderlinge ontmoeten en inspireren van collega’s. Een deel van de ontwikkelopgave voor 2022 wordt nog sterk beïnvloed door de afspraken die we in OPD-verband maken over de implementatie en taak-/rolverdeling onder de Omgevingswet. Naar verwachting zal het uitvoeringsprogramma voor de ontwikkelopgaven voor 2022 – evenals die in 2020 en 2021 – in een apart document worden uitgewerkt of onderdeel uit gaan maken van het jaarprogramma 2022. Bij de verdere uitwerking ontstaat een beter inzicht in (beschikbare en) benodigde uren en budget voor de ontwikkelopgave 2022.
5.6 PERSONELE ONTWIKKELINGEN Onze bezetting van de verschillende teams op 1 januari 2021 is in onderstaande tabel weergegeven. Tabel 11 : De bezetting op 1 januari 2021 Team
Aantal personen
Di recti e
1
Vergunni ngen (i ncl . tea ml ei der)
24
Toezi cht en HH (i ncl . tea ml ei der)
35
Advi es (i ncl . tea ml ei der)
16
Juri di s ch (i ncl . tea ml ei der)
13
Bodem (tea ml ei der jur.)
23
Tea m Fl ex/Projecten
2
Bedri jfs burea u
25
Totaal
139
Deze 139 medewerkers vormen een bezetting van 127 fte. Voor de extra projecten wordt er ingehuurd ter vervanging van eigen medewerkers die hiervoor ingezet worden. In het team Bedrijfsbureau zijn ook medewerkers (ca 4,5 fte) die geheel of gedeeltelijk ingezet worden voor productieve uren (administratieve ondersteuning en digitalisering dossiers). Het effect van de invoering van de omgevingswet en de overige projecten op de formatie en bezetting in 2022 is nu nog niet goed aan te geven. Leeftijdsopbouw De leeftijdsverdeling wordt in onderstaande staafdiagram weergegeven (bron : jaarverslag 2020). De gemiddelde leeftijd bedraagt 51 jaar. De verdeling M/V binnen onze organisatie : - 39 % vrouw - 61% man
42
Begroting Regionale Uitvoeringsdienst Drenthe 2022
Figuur 3: De leeftijdsverdeling van ons personeel
Nieuwe cao in 2021 In de nieuwe cao 2021, zijn verlofharmonisatie en vitaliteitsbeleid belangrijke items. Afhankelijk van het verloop van de onderhandelingen over deze CAO zal er in 2021 een nieuwe CAO afgesloten worden. Indien er in 2021 een éénjarige CAO afgesloten wordt zal er in 2022 opnieuw onderhandelt moeten worden. Indien er een meerjarige CAO wordt afgesloten zijn de effecten voor 2022 bekend en deze kunnen, indien dit financiële consequenties heeft die afwijken van de opgenomen indexering, meegenomen worden in een begrotingswijziging. Gelet op de huidige ontwikkelingen is een adequate thuiswerkregeling en – vergoeding eveneens te verwachten.
43
Begroting Regionale Uitvoeringsdienst Drenthe 2022
6 FINANCIËLE BEGROTING 6.1 OPZET BEGROTING Als onderdeel van de verbetering van onze financiële grip is vanaf de begrotingswijziging 2018 ook de opzet van de begroting verbeterd. Dit is gedaan in afstemming met de deelnemers. Ook de begroting 2022 is volgens deze nieuwe, verbeterde opzet opgesteld en heeft de volgende uitgangspunten: ▪ ▪
▪
Begroting is volgens het BBV opgesteld, alle benodigde paragrafen en onderdelen zijn opgenomen (o.a. geprognosticeerde begin en eindbalans, indeling in de programma’s) De exploitatiebegroting is verder gespecificeerd in de posten. Zo is er bijvoorbeeld onderscheid gemaakt naar personeels- en inhuurbudgetten voor het primair proces en de overhead. En is het LOS en de daarbij behorende kosten explicieter in beeld gebracht. Meerjarenbegroting maakt onderdeel uit van de financiële begroting.
6.2 MEERJARENRAMING OVERZICHT BATEN EN LASTEN Overzicht baten en lasten begrotingsjaar per programma meerjarenraming De meerjarenraming 2023 - 2025 is voor de komende jaren op basis van de geldende normen geïndexeerd. De financiële en beleidsmatige uitgangspunten die leiden tot de begroting 2022 bestaan uit: • • • • •
de uitgangspunten van de begroting 2021; het gewogen indexcijfer door toepassing van de index loonvoet sector overheden de prijsindex netto materiële overheidsconsumptie; de productiviteitsnorm blijft net als voor 2021 1.330 uur per FTE, waarbij rekening gehouden is met een ziekteverzuimpercentage van 6%. de in 2020 vastgestelde nieuwe verrekensystematiek voor de deelnemersbijdragen het inzichtelijk maken van de onafgedekte risico’s in het kader van het lage weerstandsvermogen
De begroting 2022 zal gaandeweg het jaar 2021 worden gewijzigd op basis van de werkelijke indexcijfers, toe- en/of afname productie op basis van het eind 2021 op te stellen realistische jaarprogramma 2022, als er een concrete begroting is voor de projecten 2022, concretisering van het investeringsbudget en als er zich onvoorziene zaken voor doen. In ieder geval dient sprake te zijn van een gelijkblijvend takenpakket of een gelijkblijvend uitvoeringsniveau. Wijziging in omvang, intensiteit of kwaliteit van de werkzaamheden leidt tot begrotingseffect of herprioritering van taken. Ook zijn in deze begroting 2022 een aantal risico’s benoemd die mogelijk substantiële begrotingseffecten meebrengen.
44
Begroting Regionale Uitvoeringsdienst Drenthe 2022
Tabel 12 : Overzicht van de meerjarenraming
45
Begroting Regionale Uitvoeringsdienst Drenthe 2022
6.3 ONZE EXPLOITATIEBEGROTING
Tabel 13: De exploitatiebegroting
46
Begroting Regionale Uitvoeringsdienst Drenthe 2022
Indexatie De posten in de exploitatiebegroting voor het jaar 2022 en de meerjarenraming (2023-2025) zijn geïndexeerd op basis van de actualisatie van de middellange termijnverkenning van het CPB, zoals deze in november 2020 gepresenteerd is. Ten opzichte van de Kaderbrief 2022 betekent dit voor 2022 een verlaging van 2,3 naar 1,4%. Hieronder worden de belangrijkste posten waarin afwijkingen in de begroting 2022 plaatsvinden ten opzichte van de begroting 2021 nader toegelicht. Baten Deelnemersbijdrage De deelnemersbijdrage stijgt ten opzichte van de begroting 2021 met € 1.045K en wordt veroorzaakt door de volgende posten: Tabel 14: Mutatie deelnemersbijdrage