CConstaterende datDe Wolden
Koppel je AI →
Document · PDF

Aanbiedingsbrief en GR Omgevingsdienst Drenthe

Besluitvormende vergadering: “D’r op an” 24 oktober 2024, gemeente De WoldenBij agendapunt: Wijziging gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Drenthe (24RV015)12.931 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

2 alinea's met “deur”: 118 246

bezoekadres Westerbrink 1 9405 BJ Assen

Aan

De colleges van burgemeester en wethouders en gedeputeerde staten van Drenthe Verzending per -mail

ons kenmerk

uw brief van/kenmerk

202400234

team

bijlage(n)

Staf

1

behandeld door

telefoon

e-mail

datum

M. van den Berg

0592 - 754569

m.vandenberg@ruddrenthe.nl

10 april 2024

onderwerp

Wijziging gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Drenthe 2024

Geachte collegeleden, Op 1 november 2023 heeft u de ontwerpregeling Omgevingsdienst Drenthe 2024 ontvangen. De wijziging is nodig vanwege de nieuwe wet Gemeenschappelijke Regelingen en daarnaast ook om de naam te wijzigen naar Omgevingsdienst Drenthe. Afgelopen periode zijn alle aan te passen GR-regelingen in uw raad/staten voor zienswijze voorgelegd. In deze brief leest u welke zienswijzen zijn ingediend en op welke wijze deze zijn betrokken bij de besluitvorming over de ontwerpregeling. Democratie legitimatie raden/staten vergroten In de ontwerpregeling zijn de gezamenlijke wensen van de raden/staten verwerkt die in een eerder stadium door de griffiers zijn verzameld. In de ontwerpregeling is hieraan tegemoetgekomen door de zienswijzemogelijkheid te verruimen voor voorgenomen besluiten over strategische/beleidsplannen. Daarnaast is in de toelichting opgenomen dat ook om zienswijze wordt gevraag bij de kaderbrief (indien deze weer wordt ingevoerd). De actieve informatieplicht van het bestuur is opgenomen in de regeling. Deze wordt in ieder geval ingevuld door het sturen van voortgangsrapportages en de verslagen van de bestuursvergaderingen. Verder is opgenomen dat een meerderheid van de raden kan verzoeken om een evaluatie uit te voeren.

9 instemmende reacties en 4 zienswijzen – Met aandacht voor zienswijzen ongewijzigd vaststellen De ontwerpregeling is in alle Drentse raden en de staten behandeld. Negen raden hebben besloten om geen zienswijze in te dienen. Daarnaast zijn 4 zienswijzen ingediend met dezelfde strekking. In deze zienswijzen wordt namelijk gevraagd om van de keuzemogelijkheid om een zienswijze te vragen bij meerjarige strategische plannen een verplichting te maken. Wij begrijpen de wens om betrokken te zijn bij dit type besluiten. Zonder voorbij te gaan aan deze 4 zienswijzen hebben wij besloten om de ontwerpregeling in ongewijzigde vorm voor te leggen voor toestemming (en instemming). Vanuit het bestuur doen wij namelijk de toezegging dat raden en staten via zienswijzen worden betrokken bij meerjarige strategische plannen. De reden om geen verplichting voor het vragen van een zienswijze op te nemen is om enige beoordelingsruimte over te laten om de relevantie te toetsen ten opzichte van de kaderstellende rol van uw raden/staten. Zo wordt bijvoorbeeld vanzelfsprekend

een zienswijze gevraagd bij het opstellen van een nieuwe financieringssystematiek of wanneer meerjarig keuzes worden gemaakt over milieurisico’s, milieudoelen en ambities. Maar voor bijvoorbeeld een meerjarig opleidingsprogramma ligt het vragen van een zienswijze juist weer wat minder voor de hand. U kunt er daarom vanuit gaan dat er ruimhartig gebruik zal worden gemaakt van de zienswijzemogelijkheid zodat u uw raden/staten de kaderstellende rol goed kunnen vervullen (en de democratische legitimatie wordt vergroot). Op het voornemen om de naam van de dienst te wijzigingen naar Omgevingsdienst Drenthe zijn geen zienswijzen ingediend. De naamswijziging wordt formeel van kracht nadat de nieuwe regeling is bekend gemaakt. Verzoek verlenen toestemming door raden en staten U wordt verzocht om uw raden en staten te vragen toestemmening te verlenen voor het wijzigen van de GRregeling. Toestemming kan alleen worden onthouden vanwege strijd met het recht of strijd met het algemeen belang (amenderen is niet mogelijk). Wanneer binnen 13 weken geen toestemming volgt dan is deze van rechtswege verleend. Op grond van de wet GR moeten bestaande GR’en uiterlijk 1 juli 2024 zijn aangepast en in werking zijn getreden. Dit is een periode van circa 12 weken. Wij verzoeken u om tijdig te reageren zodat de regeling op tijd in werking kan treden.

Instemming door Drentse colleges Na toestemming van de raden wordt uw college verzocht een besluit te nemen tot instemming met de GRregeling en deze te publiceren in het gemeente-/provincieblad. Graag ontvangen wij een afschrift van uw besluit. De gewijzigde regeling treedt vervolgens in werking na (definitieve) publicatie in het provincieblad. Hoogachtend, Het dagelijks bestuur van de RUD Drenthe,

De voorzitter, R.H. Meijer

de secretaris, M. Heidekamp-Prins

Bijlage: Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Drenthe 2024 met toelichting

2

Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Drenthe

Geconsolideerde versie zoals deze luidt na het besluit van het algemeen bestuur van de Omgevingsdienst Drenthe van 8 april 2024 tot wijziging van diverse artikelen

1

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen ...................................................................................................... 5 Artikel 1 Begripsbepaling ........................................................................................................... 5 Artikel 2 Instelling, doel en beleid............................................................................................. 5 Hoofdstuk 2 Taken ............................................................................................................................... 6 Artikel 3 Taken ........................................................................................................................... 6 Artikel 3a Mandaat ...................................................................................................................... 6 Artikel 4 Facultatieve taken ....................................................................................................... 7 Artikel 4a Dienstverleningsovereenkomst ................................................................................... 7 Hoofdstuk 3 Het bestuur ...................................................................................................................... 7 Artikel 5 [geschrapt per 1-1-2016] .............................................................................................

7 §1 Het algemeen bestuur ................................................................................................................... 7 Artikel 6 Het algemeen bestuur ................................................................................................. 7 Artikel 7 Werkwijze .................................................................................................................... 8 Artikel 8 [geschrapt per 1-1-2016] ............................................................................................. 8 Artikel 9 Vergaderquorum ......................................................................................................... 8 Artikel 10 Besluitvorming............................................................................................................. 8 Artikel 11 Inlichtingen- en actieve informatie- en verantwoordingsplicht algemeen bestuur ... 9 Artikel 12 Commissies .................................................................................................................. 9 Artikel 12a Participatie................................................................................................................. 10 §2 Het dagelijks bestuur ...................................................................................................................

10 Artikel 13 Samenstelling ............................................................................................................ 10 Artikel 14 Vervulling vacature .................................................................................................... 10 Artikel 15 Werkwijze .................................................................................................................. 10 Artikel 16 Geheimhouding ......................................................................................................... 11 Artikel 17 Inlichtingen- en actieve informatie- en verantwoordingsplicht dagelijks bestuur ... 11 Artikel 17a Zienswijze meerjarige strategische plannen ............................................................. 12 §3 De voorzitter ................................................................................................................................ 12 Artikel 18 De voorzitter .............................................................................................................. 12 §4 De raad van opdrachtgevers........................................................................................................ 12 Artikel 19 De raad van opdrachtgevers .....................................................................................

12 Artikel 20 Taken raad van opdrachtgevers ................................................................................ 13 Hoofdstuk 4 Bevoegdheden ............................................................................................................... 13 Artikel 21 Bevoegdheden algemeen bestuur ............................................................................ 13 Artikel 22 Bevoegdheden dagelijks bestuur .............................................................................. 13 Hoofdstuk 5 Organisatiebepalingen .................................................................................................. 14 Artikel 23 De directeur ............................................................................................................... 14 Artikel 23a Cao en personeelshandboek ...................................................................................... 14 Artikel 23b Personeel ................................................................................................................... 14 Artikel 24 Overleg ...................................................................................................................... 14 Hoofdstuk 6 Financiën .......................................................................................................................

15 Artikel 25 Begroting ................................................................................................................... 15 Artikel 26 Jaarrekening .............................................................................................................. 15 Artikel 27 Doorberekening van kosten ...................................................................................... 16 Artikel 28 Opheffing en liquidatie .............................................................................................. 16 Hoofdstuk 7 Overige bepalingen.................................................................................................... 17 Artikel 29 Archief ....................................................................................................................... 17

2

Artikel 30 Geschillen .................................................................................................................. 17 Artikel 31 Toetreding ................................................................................................................. 17 Artikel 32 Beëindiging taken ...................................................................................................... 18 Artikel 32a Wijziging .................................................................................................................... 18 Artikel 33 Uittreding .................................................................................................................. 18 Artikel 33a Uittredingsplan .......................................................................................................... 18 Artikel 34 Evaluatie. ................................................................................................................... 19 Hoofdstuk 8 Slotbepalingen ............................................................................................................... 19 Artikel 35 Overgangsbepaling .................................................................................................... 19 Artikel 36 Slotbepalingen ...........................................................................................................

20 Artikel 37 Citeertitel ................................................................................................................... 20 Bijlage: Toelichting gemeenschappelijke regeling ................................................................................ 20

3

Gedeputeerde staten van de provincie Drenthe; de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Aa en Hunze, Assen, Borger-Odoorn, Coevorden, Emmen, Hoogeveen, Meppel, MiddenDrenthe, Noordenveld, Tynaarlo, Westerveld en De Wolden: Gelet op: - de Wet gemeenschappelijke regelingen; - de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren; - de Omgevingswet; - de Provinciewet - de Gemeentewet; - de Algemene wet bestuursrecht; - de Wet open overheid; - de Archiefwet; - de financiële verordening RUD Drenthe; - de instemming van provinciale staten van Drenthe bij statenbesluit van …. (datum); - de instemming van de gemeenteraden van de bovengenoemde deelnemende gemeenten bij raadsbesluit van…. (datum); - het besluit van het Algemeen Bestuur van 8 april 2024 om de naam van de Gemeenschappelijke regeling te wijzigen in Omgevingsdienst Drenthe. Overwegende dat: - deze Omgevingsdienst een openbaar lichaam is op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen en de naam Omgevingsdienst Drenthe draagt. - Gedeputeerde staten en de colleges van burgemeesters en wethouders van de bovengenoemde gemeenten, na verkregen toestemming hiertoe van provinciale staten en de gemeenteraden van de bovengenoemde gemeenten, besloten hebben de bestaande gemeenschappelijke regeling in overeenstemming te brengen met de gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen en de Omgevingswet;

4

BESLUITEN de tekst van de gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Drenthe gewijzigd vast te stellen zodat de tekst van de regeling als volgt komt te luiden:

Hoofdstuk 1

Algemene bepalingen

Waar in de regeling met betrekking tot personen, een mannelijk voornaamwoord of een mannelijk functionarisbegrip wordt gebruikt, worden zowel mannelijke als vrouwelijke personen bedoeld.

Artikel 1

Begripsbepaling

1. In deze gemeenschappelijke regeling wordt verstaan onder: a. De regeling: deze gemeenschappelijke regeling; b. Het openbaar lichaam: het openbaar lichaam als bedoeld in artikel 2 van deze regeling; c. Deelnemers: alle aan de regeling deelnemende publiekrechtelijke lichamen en rechtspersonen; d. Provinciale staten: Provinciale staten van de provincie Drenthe; e. Gedeputeerde staten: Gedeputeerde staten van de provincie Drenthe; f. De raden: de raden van de aan deze gemeenschappelijke regeling deelnemende gemeenten; g. De colleges: de colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten en het college van gedeputeerde Staten van de provincie Drenthe; h. De Wet: de Wet gemeenschappelijke regelingen. i. Bevoegd gezag: het bevoegd gezag als bedoeld in de Omgevingswet. j. CR-Register: het centrale openbaar elektronisch register als bedoeld in artikel 136 van de Wet. 2. Waar in deze regeling artikelen van de Provinciewet of Gemeentewet, dan wel andere wettelijke regelingen van overeenkomstige toepassing worden verklaard, wordt, tenzij anders vermeld, in die artikelen voor de provincie, provinciale staten, gedeputeerde staten en de commissaris van de Koning, respectievelijk de gemeente, de raad, burgemeester en wethouders, de burgemeester, gelezen: het openbaar lichaam, het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter.

Artikel 2

Instelling, doel en beleid

1. Er is een openbaar lichaam welke rechtspersoonlijkheid bezit als bedoeld in artikel 8, eerste lid van de Wet, genaamd Omgevingsdienst Drenthe, verder te noemen de Omgevingsdienst. 2. Het openbaar lichaam is gevestigd te Assen en wordt aangegaan voor onbepaalde tijd. 3. Het openbaar lichaam is ingesteld ter behartiging van de individuele en gezamenlijke belangen van de deelnemers op het gebied van de uitvoering van taken van toezicht op en handhaving van de milieuvoorschriften krachtens de Omgevingswet en de overige milieuwet- en regelgeving,

5

alsook voor de uitvoering van taken op het gebied van vergunningverlening krachtens deze weten regelgeving, zoals omschreven in Hoofdstuk 2 van deze regeling. 4. Het openbaar lichaam heeft de volgende bevoegdheden: a. het openbaar lichaam heeft de bevoegdheden die het van rechtswege bezit om aan het maatschappelijk verkeer deel te nemen, waaronder de bevoegdheid om privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten en de bevoegdheid tot het aanstellen van personeel op publiekrechtelijke grondslag; b. het openbaar lichaam is bevoegd tot het op verzoek en ten behoeve van één of meerdere deelnemers en/of derden verrichten van diensten.

Hoofdstuk 2

Taken

Artikel 3

Taken

1. De taken van de Omgevingsdienst betreffen, het milieutakenpakket: a. Alle milieuvergunningverlening; b. Alle milieumeldingen; c. Alle milieutoezicht en handhaving; d. Alle bodemtaken; e. Alle milieuspecialismen. 2. Naast de taken op het gebied van toezicht, handhaving en vergunningverlening behoren tot het takenpakket van de Omgevingsdienst ook coördinerende, afstemmende en adviserende taken die voor de deelnemers tezamen worden verricht. 3. Voor andere dan de in lid 1 bedoelde taken is een unaniem besluit van het algemeen bestuur nodig. Dit geldt niet voor bij of krachtens wettelijk voorschrift aan omgevingsdiensten opgelegde taken. 4. De Omgevingsdienst stelt een productencatalogus op en stelt telkens tijdig voor het uitvoeringsjaar een jaarprogramma op. 5. De Omgevingsdienst kan voor de uitoefening van taken gebruik maken van personeel van deelnemers op nader overeen te komen voorwaarden.

Artikel 3a

Mandaat

1. Besluiten als bedoeld in artikel 1:3 Algemene wet bestuursrecht die volgen uit de werkzaamheden die de Omgevingsdienst voor de deelnemers uitvoert worden bij voorkeur door de Omgevingsdienst (in mandaat) en niet door de deelnemers genomen. 2. De deelnemers verlenen daarvoor mandaat aan de directeur onderscheidenlijk het dagelijks bestuur van de Omgevingsdienst voor het nemen van besluiten. Zij verlenen dit mandaat bij separaat besluit. Hiervoor wordt door het Algemeen Bestuur een modelmandaatbesluit opgesteld. 3. Ten aanzien van de aan de Omgevingsdienst in mandaat toekomende taken, kan ondermandaat worden verleend. De deelnemers kunnen aan het verlenen van ondermandaat voorwaarden stellen of daarvoor grenzen bepalen.

6

Artikel 4 1.

2.

Facultatieve taken

Het algemeen bestuur kan besluiten dat de Omgevingsdienst werkzaamheden ten behoeve van derden kan verrichten, indien deze werkzaamheden niet strijdig zijn met de taken vermeld onder artikel 3, indien deze die werkzaamheden niet verdringen en indien daar tenminste een kostendekkend tarief voor in rekening gebracht wordt. De Omgevingsdienst kan andere werkzaamheden dan vermeld onder artikel 3 ten behoeve van de deelnemers verrichten indien deze die werkzaamheden niet verdringen en indien daar tenminste een kostendekkend tarief voor in rekening gebracht wordt.

Artikel 4a

Dienstverleningsovereenkomst

1. Met betrekking tot de uitvoering en nadere invulling van de takenpakketten en werkzaamheden, genoemd in artikelen 3 en 4 worden door of namens de Omgevingsdienst en de deelnemers schriftelijke werkafspraken gemaakt in de vorm van dienstverleningsovereenkomsten. 2. In de dienstverleningsovereenkomst worden bepalingen omtrent de door de Uitvoeringsdienst te verrichten diensten opgenomen.

Hoofdstuk 3

Het bestuur

Artikel 5

[geschrapt per 1-1-2016]

§1 Het algemeen bestuur

Artikel 6

Het algemeen bestuur

1. De afzonderlijke colleges van de gemeenten, het college van gedeputeerde staten en de dagelijks besturen van de eventueel deelnemende openbare lichamen wijzen uit hun besturen ieder één lid van het algemeen bestuur aan. 2. De colleges en dagelijks besturen zoals bedoeld in het eerste lid wijzen uit hun besturen, in ieder geval één vervangend lid van het algemeen bestuur aan dat de door hen benoemde leden bij ontstentenis of verhindering vervangt. 3. [geschrapt per 1-1-2016] 4. [geschrapt per 1-1-2016] 5. Wanneer een lid van het algemeen bestuur geen lid meer is van het college van burgemeester en wethouders of het college van gedeputeerde staten, houdt dit lid tevens op lid of plaatsvervangend lid van het algemeen bestuur te zijn. 6. Ingeval van ontslag deelt het lid dit onverwijld mede aan het algemeen bestuur. 7. Indien tussentijds de plaats van een lid vacant komt, wijst het college van de betrokken deelnemer zo spoedig mogelijk een nieuw lid aan. 8. Een lid van het algemeen bestuur dat zijn lidmaatschap ter beschikking heeft gesteld, blijft in functie totdat een nieuw lid is aangewezen.

7

9. Bij het bestaan van één of meer vacatures blijven de resterende bestuursleden bevoegd besluiten te nemen. 10. Wanneer iemand wordt aangesteld om een vacante plaats in het algemeen bestuur te vervullen, treedt hij af op het moment waarop degene in wiens plaats hij is benoemd, zou hebben moeten aftreden. 11. Het lidmaatschap van het algemeen bestuur is onverenigbaar met de betrekking van ambtenaar, door of vanwege het bestuur van één der deelnemers dan wel door of vanwege het bestuur van het openbaar lichaam aangesteld of daaraan ondergeschikt. Met ambtenaar worden voor de toepassing van dit lid gelijkgesteld zij die in dienst van één der deelnemers dan wel van het openbaar lichaam op arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht werkzaam zijn.

Artikel 7 1. 2. 3. 4. 5.

Werkwijze

Het algemeen bestuur stelt voor zijn vergaderingen een reglement van orde vast. [geschrapt per 1-1-2016] [geschrapt per 1-1-2016] Het algemeen bestuur kan zich in de vergaderingen laten bijstaan door adviseurs. Artikel 15, eerste lid Gemeentewet en artikel 15, eerste lid Provinciewet, artikel 33 Waterschapswet en artikel X8 Kieswet zijn van overeenkomstige toepassing op de leden van het algemeen bestuur.

Artikel 8

[geschrapt per 1-1-2016]

Artikel 9

Vergaderquorum

1. Het algemeen bestuur kan slechts vergaderen en besluiten nemen indien meer dan de helft van het aantal leden van het algemeen bestuur aanwezig is. 2. Indien het vereiste aantal leden als bedoeld in lid 1 niet aanwezig is bij een vergadering, kan de voorzitter een nieuwe vergadering beleggen, welke binnen twee weken dient plaats te vinden. 3. Op vergaderingen als bedoeld in lid 2 is het bepaalde van lid 1 niet van toepassing, met dien verstande dat het algemeen bestuur over de begroting, een begrotingswijziging en de jaarstukken alleen kan beraadslagen en daarover voorlopige besluiten kan nemen. 4. De niet aanwezige leden hebben de mogelijkheid om binnen tien werkdagen te reageren op het verslag van de vergadering. 5. Indien de leden, bedoeld in lid 4, niet binnen tien werkdagen schriftelijk reageren, wordt men geacht ingestemd te hebben met de voorlopige besluiten. 6. De voorlopige besluiten worden binnen tien werkdagen omgezet in definitieve besluiten als vaststaat dat een meerderheid van het algemeen bestuur daar mee instemt.

Artikel 10

Besluitvorming

1. Ieder lid van het algemeen bestuur heeft in de vergadering één stem. Het algemeen bestuur kan op grond van majeure financiële en/of inhoudelijke belangen van een of meer deelnemers besluiten tot een andere stemverhouding. Op voorstel van minimaal drie leden stelt het

8

2. 3. 4. 5. 6.

algemeen bestuur een arbitragecommissie in om een bindend advies te geven welke belangen als majeur moeten worden aangemerkt. Besluiten worden genomen met een meerderheid van stemmen, tenzij in de regeling anders is bepaald. Indien de stemmen met betrekking tot een bepaald voorstel staken, wordt het betrokken onderwerp aangehouden tot de eerstvolgende vergadering van het algemeen bestuur. Indien de stemmen wederom staken, wordt het voorstel geacht te zijn verworpen. Ingeval de stemmen bij herstemming over besluiten met betrekking tot benoeming, voordracht of aanbeveling van personen staken, beslist de voorzitter. Bij het doen van benoemingen, keuzen, voordrachten en aanbevelingen betreffende personen wordt schriftelijk gestemd, in de overige gevallen mondeling.

Artikel 11

Inlichtingen- en actieve informatie- en verantwoordingsplicht algemeen bestuur

1. Het algemeen bestuur geeft aan de provinciale staten, raden, gedeputeerde staten, of burgemeester en wethouders de door één of meer leden van dat bestuursorgaan gevraagde of ongevraagde inlichtingen over het door dat bestuur gevoerde beleid, op de wijze die door dat bestuursorgaan is bepaald. 2. Een lid van het algemeen bestuur geeft aan provinciale staten, raden, gedeputeerde staten, of burgemeester en wethouders die dat lid hebben aangewezen de door één of meerdere leden van deze gedeputeerde staten of burgemeester en wethouders gevraagde of ongevraagde schriftelijk inlichtingen over het door dat lid in dat bestuur gevoerde beleid, op de wijze die door het bestuursorgaan is bepaald. 3. Onder de ongevraagde inlichtingen als bedoeld in lid 1 en lid 2 vallen in ieder geval de onderwerpen die op grond van de Wet open overheid actief openbaar gemaakt dienen te worden en de onderwerpen die op grond van deze regeling zijn voorzien van een zienswijzeprocedure. 4. Aanvullend op lid 3 kan het algemeen bestuur besluiten ook over andere onderwerpen ongevraagd schriftelijk inlichtingen te verschaffen als invulling van de actieve informatieplicht. 5.

Een lid van het algemeen bestuur kan door gedeputeerde staten of burgemeester en wethouders die dat lid hebben aangewezen ter verantwoording worden geroepen voor het door hem gevoerde beleid, op de wijze die door dat bestuursorgaan is bepaald. 6. Het reglement van orde, genoemd in artikel 7 van deze regeling, van het algemeen bestuur regelt de wijze waarop uitvoering wordt gegeven aan deze bepaling.

Artikel 12

Commissies

1. Het algemeen bestuur kan een adviescommissie als bedoeld in artikel 24 van de Wet en/of een bestuurscommissies als bedoeld in artikel 25 van de Wet instellen. 2. Op gezamenlijk voorstel van provinciale staten en raden van de deelnemers kan het algemeen bestuur een adviescommissie als bedoeld in artikel 24a van de Wet instellen. 3. Bij de instelling wordt in ieder geval geregeld: a. De samenstelling; b. De bevoegdheid/bevoegdheden; c. De werkwijze;

9

d. De openbaarheid van vergaderingen; e. Het toezicht van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur; f. De verhouding van de toegekende bevoegdheden tot die van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur; g. De verantwoording aan het algemeen bestuur; h. Wanneer de commissie is ingesteld voor bepaalde tijd, wordt tevens de einddatum van de commissie geregeld. 4. Het algemeen bestuur stelt provinciale staten en de raden van deelnemers in gelegenheid haar wensen en bedenkingen in te brengen over de wijze waarop de instelling wordt geregeld voor een adviescommissie als bedoeld in artikel 24a en artikel 25 van de Wet. 5. De voorzitter van de commissie als bedoeld in lid 1 is het lid van het dagelijks bestuur tot wiens portefeuille het belang behoort. Hij heeft in de commissie een adviserende stem.

Artikel 12a

Participatie

1. Het algemeen bestuur kan bepalen wanneer en op welke wijze over de uitvoering van de taken bedoeld in hoofdstuk 2 ingezetenen van de deelnemers en belanghebbenden in de gelegenheid worden gesteld hun mening te geven. 2. Inspraak als bedoeld in lid 1 vindt plaats via de reguliere procedures bij de colleges en de staat of raden van de deelnemers. 3. Op inspraak is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing.

§2 Het dagelijks bestuur

Artikel 13

Samenstelling

Het aantal door en uit het algemeen bestuur aangewezen leden van het dagelijks bestuur bedraagt minimaal 4 en maximaal 6. Eén lid is afkomstig van het college van de provincie. Het algemeen bestuur neemt een evenwichtige spreiding over het werkgebied van de Omgevingsdienst in acht.

Artikel 14

Vervulling vacature

De aanwijzing van leden van het dagelijks bestuur ter vervulling van plaatsen die door ontslag of om andere redenen openvallen, vindt plaats uiterlijk acht weken na dat openvallen.

Artikel 15

Werkwijze

1. Het dagelijks bestuur vergadert zo dikwijls de voorzitter of ten minste twee leden dit nodig oordelen. 2. Het dagelijks bestuur stelt een reglement van orde vast voor zijn vergaderingen. Dit reglement wordt medegedeeld aan het algemeen bestuur. 3. Het dagelijks bestuur kan een taakverdeling vaststellen. 4. De voorzitter en elk lid hebben één stem. In het geval de stemmen staken, heeft de voorzitter een doorslaggevende stem.

10

5. De vergaderingen van het dagelijks bestuur worden met gesloten deuren gehouden, tenzij in de regeling anders is bepaald of het dagelijks bestuur anders bepaalt. 6. In de vergaderingen van het dagelijks bestuur kan slechts worden beraadslaagd en besloten, indien meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden tegenwoordig is. 7. Indien het vereiste aantal leden niet tegenwoordig is, belegt de voorzitter, onder verwijzing naar dit artikel, opnieuw een vergadering. 8. Op de vergadering, bedoeld in lid 7, is lid 6 niet van toepassing. Het dagelijks bestuur kan echter over andere aangelegenheden dan die waarvoor de eerste vergadering was belegd alleen beraadslagen en besluiten, indien meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden tegenwoordig is. 9. Bij het doen van benoemingen, keuzen, voordrachten en aanbevelingen betreffende personen wordt schriftelijk gestemd, in de overige gevallen mondeling.

Artikel 16

Geheimhouding

1. Het dagelijks bestuur kan op grond van een belang, genoemd in de artikelen 5.1 en 5.2 van de Wet open overheid, omtrent het in een besloten vergadering behandelde en omtrent de inhoud van de stukken die aan het dagelijks bestuur worden overgelegd, geheimhouding opleggen. 2. Geheimhouding omtrent het in een besloten vergadering behandelde wordt tijdens de vergadering opgelegd. 3. De geheimhouding wordt door hen die bij de behandeling aanwezig waren en allen die van het behandelde of de stukken kennis dragen, in acht genomen totdat het dagelijks bestuur haar opheft. 4. Op grond van een belang, genoemd in de artikelen 5.1 en 5.2 van de Wet open overheid, kan de geheimhouding eveneens worden opgelegd door de voorzitter of een commissie, ten aanzien van de stukken die zij aan het dagelijks bestuur overleggen. Daarvan wordt op de stukken melding gemaakt. 5. De geheimhouding, bedoeld in lid 4, wordt in acht genomen totdat de voorzitter of de commissie, die de verplichting heeft opgelegd, dan wel het dagelijks bestuur haar opheft.

Artikel 17

Inlichtingen- en actieve informatie- en verantwoordingsplicht dagelijks bestuur

1. De leden van het dagelijks bestuur zijn, tezamen en afzonderlijk, aan het algemeen bestuur verantwoording schuldig voor het door het dagelijks bestuur gevoerde beleid. 2. Het dagelijks bestuur geeft, ieder tezamen en afzonderlijk, uit eigen beweging dan wel op verzoek van het algemeen bestuur of een of meer leden daarvan, aan het algemeen bestuur alle inlichtingen die nodig zijn voor een juiste beoordeling van het door het dagelijks bestuur gevoerde beleid. 3. De aflegging van verantwoording aan het algemeen bestuur alsmede het na voorafgaand verzoek verstrekken van inlichtingen aan het algemeen bestuur geschied op de wijze zoals is aangegeven in het reglement van orde voor de vergaderingen van het algemeen bestuur. 4. Het algemeen bestuur is bevoegd in het reglement van orde voor zijn vergadering nadere regels te stellen ten aanzien van de wijze waarop door het dagelijks bestuur dan wel de leden ervan inlichtingen dienen te worden verschaft respectievelijk verantwoording dient te worden afgelegd.

11

5. Het algemeen bestuur kan regelen van welke besluiten van het dagelijks bestuur kennisgeving wordt gedaan aan de leden van het algemeen bestuur. Daarbij kan het algemeen bestuur de gevallen bepalen waarin met terinzagelegging kan worden volstaan. 6. Het reglement van orde van het algemeen bestuur regelt de wijze waarop uitvoering wordt gegeven aan deze bepaling. 7. De leden 1 tot en met 6 zijn van overeenkomstige toepassing op de voorzitter.

Artikel 17a

Zienswijze meerjarige strategische plannen

1. Het algemeen bestuur kan besluiten tot het instellen van een zienswijzeprocedure bij meerjarige strategische plannen, waarbij provinciale staten en raden van de deelnemers gedurende zes weken in de gelegenheid worden gesteld om schriftelijk op het concept hun zienswijzen ter kennis van het bestuur te brengen. 2. Het dagelijks bestuur voegt, alvorens verzending van een plan als bedoeld in lid 1, aan het algemeen bestuur plaatsvindt, de commentaren en zienswijzen toe en geeft gemotiveerd kennis van het oordeel over de zienswijze alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt.

§3 De voorzitter

Artikel 18

De voorzitter

1. Uit het algemeen bestuur wordt één lid aangewezen als voorzitter. 2. De voorzitter is tevens voorzitter van het dagelijks bestuur. 3. Bij afwezigheid of ontstentenis van de voorzitter wordt deze vervangen door de plaatsvervangende voorzitter. 4. De plaatsvervangende voorzitter wordt aangewezen tijdens de eerste vergadering van het algemeen bestuur. 5. De stukken die van het algemeen bestuur of het dagelijks bestuur uitgaan, worden door de voorzitter ondertekend. 6. De aanwijzing van de voorzitter ter vervulling van een plaats die door ontslag of om andere redenen openvalt, vindt plaats uiterlijk acht weken na dat openvallen. 7. De voorzitter vertegenwoordigt de Omgevingsdienst in en buiten rechte. 8. De voorzitter kan de vertegenwoordiging, bedoeld in lid 7, aan een door hem aan te wijzen persoon opdragen.

§4 De raad van opdrachtgevers

Artikel 19

De raad van opdrachtgevers

[geschrapt per ….datum].

12

Artikel 20

Taken raad van opdrachtgevers

[geschrapt per ….datum].

Hoofdstuk 4

Bevoegdheden

Artikel 21

Bevoegdheden algemeen bestuur

1. [geschrapt per 1-1-2016] 2. Naast de uitoefening van taken en bevoegdheden op grond van het elders in deze regeling bepaalde, kan het algemeen bestuur besluiten tot: a. het doen van voorstellen aan de deelnemers omtrent toetreding tot, uittreding uit, wijziging van of opheffing van de regeling; b. het doen van uitgaven voordat de begroting of begrotingswijziging, waarbij deze uitgaven zijn geraamd, is vastgesteld; c. het vaststellen van de productencatalogus en het wijzigen van het takenpakket; d. [geschrapt per 1-1-2016] e. [geschrapt per 1-1-2016] f. het oprichten, deelnemen in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen als bedoeld in artikel 55a van de Wet overeenkomstig de in dat artikel opgenomen procedure.

Artikel 22 1. a. b. c. d. e. f. g. h. i. j. k. l. m. n. o. 2.

Bevoegdheden dagelijks bestuur

Naast de uitoefening van taken en bevoegdheden op grond van het elders in deze regeling bepaalde is het dagelijks bestuur belast met en bevoegd tot: het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam; de voorbereiding van alles waarover in de vergadering van het algemeen bestuur zal worden beraadslaagd en besloten; de uitvoering van de besluiten van het algemeen bestuur; [geschrapt per 1-1-2016] het toezicht op en beheren van de eigendommen van het openbaar lichaam; [geschrapt per 1-1-2016] [geschrapt per 1-1-2016] het aangaan van geldleningen en van rekening-courantovereenkomsten; het uitlenen van gelden en het waarborgen van geldleningen door anderen aan te gaan; [geschrapt per 1-1-2016] [geschrapt per 1-1-2016] [geschrapt per 1-1-2016] het vaststellen van een regeling met betrekking tot de behandeling van klachten als bedoeld in Hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht; het vaststellen van een jaarprogramma voor de taakuitvoering. [geschrapt per 1-1-2016] [geschrapt per 1-1-2016]

13

Hoofdstuk 5

Organisatiebepalingen

Artikel 23

De directeur

1. De Omgevingsdienst heeft een directeur die onder verantwoordelijkheid van het dagelijks bestuur belast is met de leiding van de Omgevingsdienst en met de zorg voor een juiste taakvervulling door de Omgevingsdienst. 2. De directeur handelt bij de uitoefening van de taken genoemd in Hoofdstuk 2 binnen de grenzen van het door de deelnemer(s) verstrekte mandaat. 3. De directeur van het openbaar lichaam fungeert als secretaris van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur. Het dagelijks bestuur legt de instructie voor de directeur vast in een organisatiereglement. De op het moment van inwerkingtreden van de wijziging van dit artikel vastgestelde instructie van het algemeen bestuur wordt beschouwd als vastgesteld door het dagelijks bestuur. 4. De stukken die van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur uitgaan worden, naast de voorzitter, meeondertekend door de directeur. 5. Het dagelijks bestuur beslist over benoeming, ontslag en schorsing van de directeur op voordracht van tenminste 3 leden van het dagelijks bestuur.

Artikel 23a Cao en personeelshandboek Op het personeel van de Omgevingsdienst is de cao Samenwerkende Gemeentelijke Organisaties van toepassing. Lokale aanvullingen op de cao zijn opgenomen in het personeelshandboek. Het dagelijks bestuur stelt wijzigingen in het personeelshandboek vast.

Artikel 23b Personeel 1. Het dagelijks bestuur besluit over: a. het aangaan van arbeidsovereenkomsten met het personeel van de Omgevingsdienst; b. het schorsen en ontslag van het personeel van de Omgevingsdienst; c. alle overige beslissingen over het personeel van de Omgevingsdienst. 2. Het dagelijks bestuur kan de in het vorige lid bedoelde bevoegdheden opdragen aan de directeur. 3. De voorzitter van het algemeen bestuur kan voor de uitoefening van de bevoegdheid, bedoeld in artikel 12 lid 6, volmacht geven aan de directeur, ten behoeve van de uitvoering van de in het eerste lid bedoelde bevoegdheden.

Artikel 24

Overleg

Het dagelijks bestuur voert periodiek bestuurlijk overleg met de deelnemers omtrent de omvang, de inhoud en het niveau van uitvoering van wettelijke taken. Tijdens dit bestuurlijk overleg wordt in ieder geval behandeld: a. de duur, de kosten, de omvang en de kwaliteit van de taakuitvoering; b. de opzegtermijn van de dienstverlening, indien opzegging is aangekondigd;

14

c. de verrekening van eventuele desintegratiekosten bij vroegtijdige uittreding, indien uittreding is aangekondigd.

Hoofdstuk 6

Financiën

Artikel 25

Begroting

1. [geschrapt per 1-1-2016] 2. Het dagelijks bestuur zendt uiterlijk 30 april, danwel uiterlijk op de met deelnemers afgesproken datum, de ontwerpbegroting met bijbehorende toelichting aan de raden van de deelnemende gemeenten en aan provinciale staten en zendt voor 30 april van het jaar voorafgaand aan dat jaar waarvoor de begroting is opgesteld de financiële en beleidsmatige kaders toe aan provinciale Staten en de raden van de deelnemers. 3. In de begroting wordt onder andere aangegeven welke bijdrage elke deelnemer verschuldigd is voor de uitvoering van de taken van het openbaar lichaam. 4. De raden van de deelnemende gemeenten en provinciale staten kunnen bij het dagelijks bestuur hun zienswijze over de ontwerpbegroting naar voren brengen. 5. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijze is vervat bij de ontwerpbegroting, zoals deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden. Daarnaast stelt het dagelijks bestuurde raden van de deelnemende gemeenten en de staten van de deelnemende provincies schriftelijk en gemotiveerd in kennis van zijn oordeel over de zienswijzen alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt 6.

Binnen twee weken na de vaststelling zendt het dagelijks bestuur de begroting aan de deelnemers, en in ieder geval voor 15 september van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, aan Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. 7. De bepalingen van artikel 59, eerste, derde en vierde lid van de Wet zijn niet van toepassing op wijzigingen van de begroting, indien deze wijzigingen enkel van technische aard zijn. Beleidsmatige wijzigingen van de begroting worden voor een zienswijze voorgelegd.

Artikel 26 1.

2. 3.

4.

5. 6.

Jaarrekening

Het dagelijks bestuur biedt de voorlopige jaarrekening over het afgelopen kalenderjaar, met alle bijbehorende bescheiden, jaarlijks voor 30 april, danwel voor de met deelnemers afgesproken datum, aan het algemeen bestuur ter voorlopige vaststelling en aan provinciale Staten en de raden van de deelnemers. [geschrapt per 1-1-2016] Het dagelijks bestuur zendt de jaarrekening binnen twee weken na de vaststelling, maar in ieder geval voor 15 juli volgend op het jaar, waarop de jaarrekening betrekking heeft, aan Onze Minister van Binnenlandse zaken en Koninkrijksrelaties en de deelnemers. Het algemeen bestuur kan besluiten de blijkens de jaarrekening behaalde negatieve of positieve resultaten geheel of ten dele met de deelnemers te verrekenen conform de in de financiële verordening nader te bepalen werkwijze. [geschrapt per ….datum] [geschrapt per ….datum]

15

7.

De deelnemers waarborgen de tijdige en volledige betaling van rente, aflossing, boeten en kosten van afgesloten en af te sluiten kort- en langlopende leningen, leasecontracten en rekeningcourantovereenkomsten.

Artikel 27

Doorberekening van kosten

1. Het algemeen bestuur kan, met inachtneming van het bepaalde in het volgende lid, gehoord de deelnemers, nadere regels vast stellen met betrekking tot de door de deelnemers te betalen financiële bijdragen. 2. De kosten van de taken als bedoeld in artikel 3 worden, voor zover deze niet uit andere inkomsten worden bestreden, door de deelnemers voldaan conform de door het algemeen bestuur vastgestelde meerjarige bekostigingsmethode. Minimaal 8 weken voorafgaand aan de vaststelling van de meerjarige bekostigingsmethode worden raden en staten om een zienswijze worden gevraagd. 3. Bij de kostentoerekening worden in de directe uitvoeringskosten tevens de overheadkosten verdisconteerd. 4. De Omgevingsdienst kan aan het begin van iedere maand voorschotnota’s voor de volgende maand indienen bij de deelnemers. De deelnemers verplichten zich tot betaling binnen 30 dagen na factuurdatum van de voorschotnota’s. 5. [geschrapt per ….datum] 6. [geschrapt per ….datum] 7. [geschrapt per ….datum] 9. [geschrapt per ….datum] 10. Het algemeen bestuur kan een regeling vaststellen voor heffing van leges voor het op aanvraag leveren van diensten.

Artikel 28 1.

2.

3.

4. 5.

Opheffing en liquidatie

Deze gemeenschappelijke regeling kan op voorstel van het algemeen bestuur, onverminderd het bepaalde in artikel 51 van de Wet, worden opgeheven door een daartoe strekkend besluit van de betrokken bestuursorganen van de deelnemers met toestemming van hun raad dan wel provinciale staten. Door het algemeen bestuur wordt een liquidatieplan opgesteld na alle deelnemers te hebben geraadpleegd. In het liquidatieplan worden de financiële verplichtingen en de overige gevolgen van de opheffing geregeld. Het liquidatieplan voorziet in de verplichting van de deelnemers tot deelneming in de financiële gevolgen van de opheffing. Het liquidatieplan voorziet ook in de gevolgen die de opheffing heeft voor het personeel. Toewijzing van personeel aan de deelnemers vindt plaats bij besluit van het algemeen bestuur. Bij de ontbinding van het openbaar lichaam in verband met opheffing van de regeling of anderszins, blijft het openbaar lichaam voortbestaan voor zover dat voor de vereffening van het vermogen noodzakelijk is.

16

Hoofdstuk 7

Overige bepalingen

Artikel 29

Archief

1.

Overeenkomstig een door het algemeen bestuur vast te stellen regeling draagt het dagelijks bestuur zorg voor de archiefbescheiden. 2. Voor de bewaring van de op grond van artikel 12, eerste lid, en artikel 13, eerste lid, van de Archiefwet over te brengen archiefbescheiden wijst het dagelijks bestuur een archiefbewaarplaats aan.

Artikel 30

Geschillen

1. Voordat een geschil wordt neergelegd bij de bevoegde rechter, wordt geprobeerd gezamenlijk tot overeenstemming te komen. 2. Om geschillen te voorkomen wordt in alle gevallen waarin sprake is van verschil van inzicht omtrent de toepassing van deze regeling in de ruimste zin van het woord tussen een of meer deelnemers en/of tussen de Omgevingsdienst en een of meer deelnemers overleg gevoerd tussen alle betrokkenen. Indien uit dit overleg geen oplossing volgt, voeren de voorzitter van het algemeen bestuur en de directeur van de Omgevingsdienst daarover overleg. Indien dit overleg evenmin uitkomst biedt, wordt de procedure als bedoeld in de volgende leden van dit artikel gevolgd 3. Indien na gesprekken zoals bedoeld in het tweede lid het geschil niet wordt beslecht, legt het algemeen bestuur het geschil voor aan een daartoe door deelnemers in te stellen geschillencommissie of een door de deelnemers aan te wijzen mediator. 4. De geschillencommissie bestaat uit vertegenwoordigers, aangewezen door elk der bij het geschil betrokken partij, alsmede een door deze vertegenwoordigers aangewezen onafhankelijke voorzitter. 5. De geschillencommissie of de aangewezen mediator hoort de bij het geschil betrokken besturen. 6. De geschillencommissie brengt aan het algemeen bestuur bindend advies uit over de mogelijkheden partijen tot overeenstemming te brengen.

Artikel 31

Toetreding

1. Het algemeen bestuur kan naar aanleiding van een verzoek tot toetreding een voorstel tot toetreding aan de deelnemers doen. 2. Toetreding vindt plaats bij daartoe strekkende besluiten van de bevoegde bestuursorganen van tenminste twee derde van de deelnemers, onverminderd het bepaalde in artikel 51 van de Wet. 3. Toetreding is mogelijk gedurende het gehele kalenderjaar. 4. Het algemeen bestuur regelt de gevolgen van de toetreding en kan hieraan voorwaarden verbinden. 5. De toetreding gaat in met ingang van een nader te bepalen datum, vastgesteld door het algemeen bestuur en het bestuursorgaan van de deelnemers.

17

Artikel 32

Beëindiging taken

1. Een deelnemer kan het afnemen van facultatieve taken als genoemd in artikel 4, lid 1 en lid 2 van deze regeling beëindigen. Dit geschiedt wanneer meer dan de helft van de leden van het algemeen bestuur instemt met de afwikkeling van de financiële en organisatorische gevolgen hiervan. 2. Indien een deelnemer geen facultatieve taken meer wil afnemen, zal in het kader van de in het eerste lid bedoelde afwikkeling van de financiële gevolgen daarvan een toewijzing van personeel aan deze deelnemer plaatsvinden en zal er een compensatie verschuldigd zijn voor de overige rechten en verplichtingen als de Omgevingsdienst voor die taken personeel en/of daarvoor verplichtingen heeft aangegaan. De hoogte van compensatie wordt nader bepaald door het algemeen bestuur. 3. De hoeveelheid toe te wijzen personeel wordt bepaald op basis van de begroting over het jaar voorafgaand aan het jaar van uittreding. 4. Beëindiging van het afnemen van facultatieve taken kan slechts plaatsvinden met ingang van 1 januari van het jaar, volgende op dat waarin het algemeen bestuur met de beëindiging instemt.

Artikel 32a

Wijziging

1. Wijziging van deze regeling kan geschieden op voorstel van het algemeen bestuur. 2. Het algemeen bestuur zendt het voorstel tot wijziging met een toelichting aan gedeputeerde staten en burgemeester en wethouders. 3. Gedeputeerde staten en burgemeester en wethouders bieden aan de raden en provinciale staten de gelegenheid hun zienswijzen binnen 8 weken na ontvangst aan hen naar voren te brengen. 4. Gedeputeerde staten en burgemeester en wethouders gaan niet over tot het wijzigen van de regeling dan na verkregen toestemming van provinciale staten en de raden. Voor een wijziging van de regeling is een positief besluit van twee derde van de deelnemers vereist. 5. De toestemming, bedoeld in het vierde lid, kan slechts worden onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang.

Artikel 33

Uittreding

1. De colleges kunnen onverminderd het bepaalde in artikel 51 van de Wet besluiten, met toestemming van hun raad dan wel provinciale staten, tot uittreding uit de regeling. 2. Het algemeen bestuur stelt de voorwaarden vast waarop uittreding plaats kan vinden. Het algemeen bestuur stelt tevens de financiële verplichtingen en de overige gevolgen voor alle deelnemers vast. 3. Uittreding vindt niet eerder plaats dan per de eerste januari van het tweede jaar volgende op het besluit van het algemeen bestuur met betrekking tot de voorwaarden van uittreding voor de uittreder en het besluit tot uittreding is bekendgemaakt. De datum van uittreding kan met algemene stemmen op een eerder tijdstip worden vastgesteld dan in de vorige volzin is bepaald.

Artikel 33a

Uittredingsplan

1. Het algemeen bestuur stelt ten behoeve van het bepaalde in artikel 33 een uittredingsplan vast. Het algemeen bestuur wijst hiertoe een onafhankelijk adviseur aan.

18

2. Het uittredingsplan regelt de gevolgen van de uittreding. 3. Onder de gevolgen van de uittreding worden verstaan de financiële -, juridische -, personele - en organisatorische consequenties die het directe gevolg zijn van de uittreding. 4. Het uittredingsplan bepaalt de systematiek voor berekening van de financiële gevolgen van de uittreding. 5. De voorlopige respectievelijk de definitieve uittreedsom bestaat uitsluitend uit een vergoeding ter compensatie van frictiekosten en desintegratiekosten, onder aftrek van eventuele baten en de waarde van de formatie die de uittredende gemeente overneemt. 6. Onder desintegratiekosten worden verstaan alle kosten direct dan wel toekomstig, te maken dan wel te dragen door de Omgevingsdienst, die samenhangen met de afbouw van overcapaciteit in personele en materiële sfeer en andere verplichtingen, de afbouw van risico’s daarbij inbegrepen, ontstaan als direct gevolg van de uittreding. 7. De Omgevingsdienst brengt alle frictiekosten en desintegratiekosten, onder aftrek van eventuele baten en de waarde van de formatie die de uittredende deelnemer overneemt in rekening bij de uittredende deelnemer. 8. De uittredende deelnemer is verplicht tot betaling van de definitieve uittreedsom zoals bepaald in lid 7 binnen zes maanden. 9.

Kosten die de uittredende deelnemer maakt ter voorbereiding op of als gevolg van de beslissing tot uittreding komen voor rekening van die deelnemer. 10. Het openbaar lichaam en de uittredende deelnemer zijn gehouden redelijkerwijs al het mogelijke te doen om de uittredingskosten zo laag mogelijk te houden.

Artikel 34

Evaluatie.

1. Het algemeen bestuur draagt zorg voor een evaluatie van de regeling indien een meerderheid van de deelnemers daartoe verzoekt. Het algemeen bestuur stelt daartoe een evaluatieplan op en legt deze voor aan de deelnemers. 2. Ter uitvoering van het eerste lid nodigt het algemeen bestuur de raden en staten ten behoeve van de evaluatie schriftelijk uit, binnen een door hem te bepalen termijn, onderwerpen aan te dragen. De aangedragen onderwerpen worden opgenomen in het evaluatieplan. 3. Indien geen onderwerpen worden aangedragen, dan wordt de evaluatie niettemin geacht te hebben plaatsgevonden. Hoofdstuk 8

Slotbepalingen

Artikel 35

Overgangsbepaling

1. Deze regeling is tevens van toepassing op feitelijke situaties en besluiten die voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze regeling onder de toepassing van de Gemeenschappelijke regeling Regionale Uitvoeringsdienst Drenthe zoals deze per 4 januari 2016 van kracht was (publicatiedatum Staatscourant). De overgangsbepalingen krachtens de Wet algemene regels herindeling gaan voor op het overgangsrecht van deze regeling. 2. Het openbaar lichaam Omgevingsdienst Drenthe treedt in de rechten en plichten van het voormalig openbaar lichaam Regionale Uitvoeringsdienst Drenthe.

19

Artikel 36

Slotbepalingen

1. 2. 5. 6. 7.

Het algemeen bestuur beslist in alle gevallen waarin deze regeling niet voorziet. Deze regeling wordt getroffen voor onbepaalde tijd. [geschrapt per ….datum [geschrapt per ….datum Gedeputeerde staten dragen zorg voor de bekendmaking van het besluit tot vaststellen, wijzigen, verlengen of opheffen van de regeling. Bekendmaking vindt plaats in het provinciaal blad. 8. [geschrapt per 1-1-2016] 9. Deze regeling treedt in werking op de eerste dag na bekendmaking. 10. Het openbaar lichaam draagt zorg voor toevoeging van de regeling en bijbehorende gegevens in het openbaar elektronisch register (GR-register) zoals in stand gehouden door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties. 11. De gemeenschappelijke regeling Regionale Uitvoeringsdienst Drenthe wordt met ingang van [datum] ingetrokken.

Artikel 37

Citeertitel

Deze regeling kan worden aangehaald als gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Drenthe 2024.

Aldus vastgesteld op [datum] door de Colleges van Burgemeester en wethouders van de Drentse gemeenten en het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Drenthe.

Bijlage: Toelichting gemeenschappelijke regeling

20

Toelichting Een gemeenschappelijke regeling (hierna GR) is een publiekrechtelijke samenwerkingsvorm voor overheden om hun taken in een samenwerkingsverband adequaat te laten uitvoeren. Bij de omgevingsdiensten in het algemeen, zoals de Omgevingsdienst Drenthe (voorheen RUD Drenthe), is de samenwerking niet geïnitieerd vanuit de deelnemers zelf maar vanuit de Rijksoverheid. In dit kader merken we op dat volgens de wijziging van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (verbetering vergunningverlening, toezicht en handhaving), Koninklijke Boodschap 13 februari 2014, Kamerstuk 33872, samenwerking in de vorm van een omgevingsdienst verplicht zal worden. Omdat het een samenwerking betreft tussen de provincie en de gemeenten in Drenthe is hierop in het bijzonder Hoofdstuk IV van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) van toepassing. Het is een regeling tussen de colleges (“collegeregeling”) van de provincie en de gemeenten, omdat de samenwerking uitsluitend hun taakvelden betreft. Dat neemt niet weg dat de raden en provinciale staten hun college toestemming dienen te geven tot het aangaan van de regeling, omdat de Wgr dat bepaalt in artikel 51 en omdat de resultaten van deze rechtspersoon uiteindelijk voor rekening van de gemeenten en provincie terecht zullen komen. M.i.v.

1 juli 2022 is de Wgr gewijzigd met als doel de democratische legitimatie van gemeenschappelijke regelingen en de kaderstellende en controlerende rol van raden en provinciale staten bij taken die in GR’en worden uitgevoerd te versterken. Dat gebeurt door meer ruimte te geven voor keuzes omtrent de werking van een GR, bijvoorbeeld door te kiezen voor een gemeenschappelijke adviescommissie of het gebruik van zienswijzen door raden en provinciale staten. Onderhavige GR is hierop aangepast. In principe hoeven onderwerpen die in de Wgr zijn geregeld, niet tevens in de GR overgenomen te worden. Daarom is een aantal bepalingen per 1 januari 2016 in de GR komen te vervallen. In deze toelichting komen omwille van de duidelijkheid die vervallen onderwerpen hieronder wel aan de orde. In deze regeling is ook de naamswijziging van Omgevingsdienst Drenthe naar Omgevingsdienst Drenthe (hierna Omgevingsdienst) opgenomen. Hoofdstuk 1

Begripsbepalingen

Artikel 1 Begripsbepalingen in artikel 1 zijn voor lezers die niet bekend zijn met de gemeenschappelijke regeling van belang. Daarnaast is het voor iedereen duidelijk wat er precies bedoeld wordt met welke aanduiding. Artikel 2 Instelling, doel en beleid Volgens artikel 10 Wgr vermeldt de regeling de vestigingsplaats en de belangen en het doel van het samenwerkingsverband. De bevoegdheden van de Omgevingsdienst zijn globaal beschreven om de flexibiliteit te behouden. De bevoegdheden worden in verdere artikelen nader beschreven. Het verrichten van diensten voor derden is niet het uitgangspunt maar wordt in lid 4 genoemd om de mogelijkheid te creëren.

1

Hoofdstuk 2

Taken

Artikel 3 en 4 Milieu-, bodem- en facultatieve taken Gekozen is voor een onderverdeling naar milieutaken en een facultatief pakket. Het takenpakket van de Omgevingsdienst kan alleen worden uitgebreid na een unaniem besluit van het algemeen bestuur. De facultatieve taken zijn optionele taken (bijvoorbeeld ruimtelijke ordening) die, als het algemeen bestuur daartoe heeft besloten, door de deelnemers kunnen worden afgenomen. Door ook het facultatieve pakket op te nemen kan gekozen worden voor een breder takenpakket van de Omgevingsdienst. Voor het facultatieve pakket ten behoeve van deelnemers en voor werkzaamheden ten behoeve van derden geldt, dat deze alleen kunnen worden uitgevoerd, wanneer die het takenpakket genoemd in artikel 3 GR niet verdringen en wanneer tenminste een kostendekkend tarief in rekening wordt gebracht. Doel is om andere deelnemers niet te laten opdraaien voor de kosten van facultatieve taken, maar ook om er voor te zorgen dat in de toekomst voldaan wordt aan het principe dat is neergelegd in de Wet markt en overheid, die globaal gesproken vergt dat publiekrechtelijke rechtspersonen geen oneerlijke mededinging toepassen door onder de marktprijzen te werken voor diensten die ook door anderen op de markt worden aangeboden. Artikel 3, lid 5 GR is opgenomen om aan te geven dat de Omgevingsdienst voor specialistische taken een beroep kan doen op de deelnemers.

Dat heeft het voordeel dat de Omgevingsdienst geen capaciteit hoeft in te huren, die bij de deelnemers in huis en beschikbaar is, zodat de Omgevingsdienst sober en doelmatig kan blijven. Anderzijds kan het voor de deelnemers aantrekkelijk zijn die capaciteit ook voor de Omgevingsdienst aan te wenden. Het kan hier bijvoorbeeld gaan om PIOFACH taken (personeel, inkoop, organisatie, financiën, automatisering, communicatie en huisvesting). Met de nader over een te komen voorwaarden is bedoeld aan te geven dat de uitlenende provincie/gemeenten niet op bestelling mensen hoeven te leveren, maar dat de Omgevingsdienst kan vragen om o.a. personeel en dat de uitlener redelijke voorwaarden kan stellen. In artikel 3, 3a en 4 GR zijn de taken genoemd die de Omgevingsdienst) betreffen. Daarmee is niet gezegd dat de Omgevingsdienst al die taken in volledige zelfstandigheid kan uitvoeren. Deze artikelen houden met andere woorden geen overdracht /delegatie in van bevoegdheden in de zin van artikel 10 lid 2 Wgr. Het is evenmin zo dat de Omgevingsdienst in het geheel geen besluiten kan nemen en uitsluitend adviezen zou uitbrengen. Uit oogpunt van efficiency is het wenselijk dat de Omgevingsdienst met betrekking tot de taken besluiten kan nemen in naam en onder verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag. Die ruimte is ingevuld met mandaatbesluiten van de deelnemers.

Identieke mandaatbesluiten zijn voor de bedrijfsvoering van de Omgevingsdienstwenselijk, maar het is uiteindelijk aan de deelnemers welk mandaat wordt verstrekt en onder welke voorwaarden. In artikel 10 lid 2 Wgr staat dat een gemeenschappelijke regeling niet kan bepalen dat het bestuur van het openbaar lichaam kan besluiten tot uitbreiding van de overgedragen bevoegdheden. Bevoegdheden en daarop gebaseerde taken moeten dus door de deelnemers worden gegeven en kunnen door de Omgevingsdienst niet worden geclaimd met toepassing van artikel 10a Wgr. Artikel 4a Dit artikel bevat een kapstokbepaling op grond waarvan uitwerking kan worden gegeven aan het opstellen van een dienstverleningsovereenkomst met bijbehorende werkafspraken tussen de deelnemers.

2

Hoofdstuk 3 Het bestuur De Omgevingsdienst is een openbaar lichaam. De Wgr bepaalt in artikel 12 dat het bestuur van een openbaar lichaam moet bestaan uit een algemeen bestuur, een dagelijks bestuur en een voorzitter. Verder bepaalt dit hoofdstuk dat het algemeen bestuur aan het hoofd van het openbaar lichaam staat en dat de voorzitter tevens voorzitter is van beide besturen. De Wgr kent niet de functie van bestuurlijke secretaris. Omdat de GR een collegeregeling is, bestaat het bestuur uit leden van de colleges van burgemeester en wethouders en van gedeputeerde staten. §1 Het algemeen bestuur Artikel 6 Het algemeen bestuur Aangezien de Omgevingsdienst is opgericht door de colleges, bestaat het algemeen bestuur volgens artikel 13, lid 6 Wgr (in combinatie met artikel 52 lid 1 Wgr) uit leden die door de colleges uit hun midden worden aangewezen. Op grond van de Wgr is het mogelijk om verschillende varianten te kiezen voor de omvang van het bestuur. Gelet op het aantal van 13 deelnemers is één vertegenwoordiger per deelnemer nog goed werkbaar. Het lidmaatschap eindigt volgens artikel 13, lid 2 Wgr van rechtswege zodra het lid ophoudt wethouder/ gedeputeerde van de desbetreffende gemeente/ provincie te zijn. Verder betreft het een algemeen gebruikelijke bepaling.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14625480/1