9 B raadsvoorstel bindend adviesrecht raad DWD
Tekst van het document
Voorstel voor de Raad Datum raadsvergadering : 17 februari 2022 Agendapuntnummer : II, punt 9.B Portefeuillehouder : Wethouder Gerrie Hempen-Prent Aan de gemeenteraad Onderwerp: Bindend adviesrecht gemeenteraad onder Omgevingswet Samenvatting: Op 1 juli 2022 is, voor zover nu voorzien, de beoogde inwerkingtreding van de nieuwe Omgevingswet. Het afgelopen jaar bent u in meerdere sessies meegenomen in wat deze wet betekent voor u en voor onze dienstverlening. Onder de Omgevingswet krijgt het college meer bevoegdheden bij de uitvoering van het beleid en de gemeenteraad is nadrukkelijker belast met de hoofdlijnen en het monitoren van de resultaten. Met de omgevingsvisie en het omgevingsplan legt de raad de doelen vast en stuurt op de realisatie hiervan. Over initiatieven en (bouw)plannen die passen binnen het omgevingsplan, maar waarvoor een vergunning is vereist, geeft het college eenvoudig en snel uitsluitsel. Onder de huidige wetgeving kan het college uitsluitend een omgevingsvergunning voor een initiatief of (bouw)plan dat in strijd is met het bestemmingsplan verlenen met instemming van de gemeenteraad. Daarover besluit de raad met een zogenoemde ‘verklaring van geen bedenkingen’. Daarvoor in de plaats komt met de inwerkingtreding van de Omgevingswet een verzwaard, bindend adviesrecht voor de gemeenteraad. Het college mag daar niet van afwijken.
De gemeenteraad geeft echter alleen advies over die buitenplanse omgevingsplanactiviteiten, waarvan de raad heeft vastgelegd dat zij hierbij gebruik wenst te maken van het adviesrecht. Een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor een dergelijke activiteit kan het college dan dus niet zelfstandig afdoen. Als de gemeenteraad een negatief advies geeft, mag het college de omgevingsvergunning niet verlenen. Met voorliggend voorstel stelt u een lijst vast van gevallen waarbij u van dit bindend adviesrecht gebruik wilt maken. Fase van besluitvorming: Besluitvormend Ontwerpbesluit: De gemeenteraad besluit: 1. de lijst ‘gevallen bindend adviesrecht buitenplanse omgevingsplanactiviteiten’ vast te stellen; 2. het werken op basis van deze lijst na 2 jaar (of indien nodig sneller) te evalueren en de lijst indien nodig aan te passen op basis van de opgedane ervaringen; 3. dat dit besluit in werking treedt op het moment dat de Omgevingswet in werking treedt.
Pagina 1 van 4
Inleiding en aanleiding: Een verbeterdoel van de Omgevingswet is het vereenvoudigen en versnellen van het vergunningverleningsproces. Dit vraagt aanpassingen van het bestaande werkproces op verschillende punten. Het adviesrecht is daar één van en vervangt de huidige “verklaring van geen bedenkingen”. Wat betekent dit voor de gemeenteraad? Wanneer de raad geen initiatieven benoemt waarvoor ze gebruik wil maken van het adviesrecht, dan hoeft het college de raad niet om advies te vragen bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten. Met andere woorden er is in dat geval geen advies nodig van de raad voor activiteiten die in strijd zijn met het omgevingsplan. Echter wanneer de raad te veel initiatieven benoemt waarvoor advies moet worden gegeven, is er een reëel risico dat het vergunningverleningsproces vastloopt. Het college dient binnen 8 weken te beslissen op de aanvraag of indien de termijn is verlengd binnen 14 weken. Binnen deze termijn moet ook het advies van de raad zijn gegeven, dat door het college in acht moet worden genomen bij de beslissing op de aanvraag. Als de raad in veel gevallen wil adviseren bestaat de mogelijkheid dat het advies niet tijdig wordt gegeven en het college niet tijdig een beslissing kan nemen.
Problemen of vraagstukken: Huidige doorlooptijd voor een adviesverzoek is te lang Binnen de omgevingswet is het uitgangspunt dat een vergunning binnen acht weken wordt verleend. Deze termijn kan eenmalig met maximaal zes weken worden verlengd. De doorlooptijd is dan veertien weken. Binnen deze termijn moet de gemeenteraad dan ook haar advies hebben gegeven voor de categorieën die in de voorgestelde lijst staan. Afhankelijk van het vergaderschema (gebaseerd op het huidige schema) van de raad zal deze termijn niet altijd gehaald worden. Ontwerpbesluit: toelichting en argumentatie: 1. De raad dient zelf aan te geven in welke gevallen de raad gebruik wil maken van het bindend adviesrecht. Een omgevingsvergunning om af te wijken van het omgevingsplan (buitenplanse omgevingsplanactiviteit) is een bevoegdheid van het college. De gemeenteraad heeft de mogelijkheid (artikel 16.15a, lid b., onder 1 Omgevingswet) om categorieën aan te wijzen waarvoor ze een bindend advies wil geven over deze aanvragen. Dit is het adviesrecht van de raad. Met vaststelling van de lijst stelt de raad vast voor welke categorieën de raad gebruik wil maken van het adviesrecht. Bij het opstellen van de lijst is zoveel mogelijk aansluiting bij de huidige wet- en regelgeving gezocht.
Onder het huidige recht is geregeld dat in een aantal gevallen dat er wordt afgeweken van de wet het college geen instemming van de raad hoeft te hebben als het college gebruik maakt van haar bevoegdheid om af te wijken van het bestemmingsplan. Het betreft de aanwijzing in welke gevallen het college geen verklaring van geen bedenkingen hoeft te vragen aan de raad. De nieuwe lijst zoekt hier voorzover mogelijk hier aansluiting bij. Het exact spiegelen van deze lijst van verklaring van geen bedenkingen (VVGB) was echter niet de oplossing, omdat hierbij soms meerdere keuzes mogelijk waren en sommige categorieën die juist ‘licht’ zijn (bijvoorbeeld de uitwisseling van de bestemming Groen en Verkeer) nu niet in de lijst terug hoefden te komen, aangezien de lijst zich juist concentreert op de ‘zwaardere’ niet passende initiatieven. Met als basis het bestaande beleid is een concrete lijst van gevallen voorgesteld. Dit heeft als voordeel dat bij de indiening van een aanvraag de vergunningverlener snel kan beoordelen of op een aanvraag bindend adviesrecht van toepassing is. Hierdoor
Pagina 2 van 4
gaat niet onnodig behandeltijd verloren en kan het verzoek om advies dus ook snel in de raadscyclus terecht komen. 2. Er wordt een evaluatiemoment voorgesteld, omdat het op dit moment nog onduidelijk is hoe de nieuwe werkwijze gaat lopen en of de nu opgestelde lijst toereikend is. Voorgesteld wordt deze lijst na 2 jaar, of indien nodig sneller te evalueren om vaststellen of de lijsten toereikend zijn of juist versoepeld dan wel aangescherpt moeten worden. In die tijd is ook ervaring op gedaan met de nieuwe werkwijze. 3. Dit besluit is noodzakelijk als de Omgevingswet in werking treedt. Om gelijk na inwerkingtreding van de Omgevingswet van deze bevoegdheid gebruik te kunnen maken, moet dit besluit genomen zijn voor datum inwerkingtreding Omgevingswet, nu voorzien op 1 juli 2022. Alternatief beleid: 1. Geen gebruik maken van het adviesrecht; Het huidige raadsbesluit ‘aanwijzingslijst gevallen waarvoor geen verklaring van geen bedenkingen nodig is’ vervalt op het moment dat de Omgevingswet in werking treedt. Regelt de gemeenteraad niets, dan hoeft het college niet naar de raad voor activiteiten die in strijd zijn met het omgevingsplan. Alle initiatieven, ook die waarvoor de raad niet de kaders heeft vastgesteld, worden in dat geval door het college beoordeeld of er wel of geen vergunning kan worden verleend. 2.
Geen concrete lijst met gevallen vaststellen, maar werken met het criterium dat adviesrecht van toepassing is op alle initiatieven die ‘niet passend’ zijn binnen de omgevingsvisie, het omgevingsplan en/of vastgesteld beleid’. In dit geval krijgt de raad alle plannen die ook maar enigszins buiten de vastgestelde kaders vallen te zien en is haar advies hierop bindend. Nadeel hiervan is dat dit dus niet concreet en voor de plantoetsers minder overzichtelijk is en dus meer tijd kost van de totale behandeltijd. Tevens heeft dit het risico in zich dat nog te veel plannen van ondergeschikte betekenis (net niet passend binnen vastgesteld beleid, maar wel in lijn met) naar de raad moeten en drukleggen op de vergaderlast. Financiële effecten: Geen effect. Personele effecten: Niet van toepassing, dit besluit is noodzakelijk voor de uitvoering van de Omgevingswet. Juridische effecten: Met deze besluiten geeft u invulling aan uw bevoegdheid op basis van artikel 16.15a, aanhef, lid b, onder 1 en artikel 16.55, zevende lid van de Omgevingswet en schept u duidelijkheid over wanneer uw raad gebruik wil maken van haar bindend adviesrecht en in welke gevallen uw raad participatie verplicht stelt, voordat een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit kan worden ingediend.
In die gevallen waarvoor een verplicht advies moet worden gevraagd aan de raad, moet het college dit bindend advies volgen en kan hier niet (gemotiveerd) van afwijken.
Pagina 3 van 4
Participatie- en communicatieparagraaf: (in te vullen aan de hand van de menukaart) Het besluit van de gemeenteraad zal meegenomen worden in het communicatietraject rondom de invoering van de omgevingswet. Fatale termijnen: Om gelijk na inwerkingtreding van de Omgevingswet van deze bevoegdheid gebruik te kunnen maken, moet dit besluit genomen zijn voor datum inwerkingtreding omgevingswet, nu voorzien op 1 juli 2022. Aanpak en uitvoering: Na inwerkingtreding van de omgevingswet zal conform vastgestelde lijsten voor bindend advies recht en verplichte participatie gewerkt worden als er een omgevingsvergunning wordt aangevraagd voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Bijlagen: • Lijst met gevallen bindend adviesrecht bij aanvragen omgevingsvergunningen voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten. Zuidwolde, 3 februari 2022 Burgemeester en wethouders van De Wolden,
Vanessa Gosselink-van Dijk secretaris a.i.
Inge Nieuwenhuizen burgemeester
Pagina 4 van 4