5. Toelichting
Tekst van het document
Voor een terrein van kampeermiddelen geldt een richtafstand van 30 meter. Beide voorzieningen zijn op grotere afstand van omliggende gevoelige functies gelegen en hebben daarop geen invloed. Conclusie Geconcludeerd wordt dat het aspect Bedrijven en Milieuzonering geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van voorgenomen ontwikkeling.
5.3
Geur
Algemeen
29
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Hoogeveenseweg 17, Zuidwolde (ontwerp)
Met ingang van 1 januari 2007 is de Wet geurhinder en veehouderij in werking getreden. Hierin is een landelijk beoordelingskader opgenomen waarin onderscheid wordt gemaakt tussen diercategorieën waarvan de geuremissie per dier is vastgesteld en overige diercategorieën. Voor diercategorieën, zoals melkrundveehouderijen, geldt een minimum aan te houden afstand tot geurgevoelig objecten. Een locatie is geurgevoelig object als deze in het bestemmingsplan is aangewezen voor permanente bewoning of verblijf. De mate van bescherming is afhankelijk van het aantal mensen op een locatie en de bijzondere gevoeligheid van mensen voor geur. Voor veehouderijen waarvan geen geuremissiefactor bekend is, geldt een minimumafstand van honderd meter tot een geurgevoelig object in de bebouwde kom en een minimumafstand van 50 meter tot een geurgevoelig object buiten de bebouwde kom. Conclusie Voor onderhavig plan vormt het aspect geur geen belemmering, omdat het invloedsgebied van omliggende agrariërs buiten de kern niet reikt tot aan het plangebied. Het aspect geur vormt vanwege het consoliderende karakter van voorliggend bestemmingsplan en omdat er geen knelpunten zijn geen belemmering voor de uitvoerbaarheid.
5.4
Geluid
De Wet geluidhinder (Wgh) bevat geluidnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai en industrielawaai. Om de situatie inzichtelijk te maken is door GeluidMeesters BV is een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd. Het restaurant op het voorste deel van het perceel blijft ongewijzigd en is dan ook in het onderzoek niet nader beschouwd. De locatie is gelegen buiten de bebouwde kom binnen de wettelijke geluidzones van de Spiekampenweg en de Hoogeveenseweg. Een bedrijfswoning is conform de Wet geluidhinder een geluidgevoelig object. De geluidbelasting is op de grenzen van het bouwvlak voor de bedrijfswoning niet hoger dan de voorkeurswaarde van 48 dB Lden. Er zijn dan ook met betrekking tot wegverkeerslawaai geen knelpunten geconstateerd om in het zuidelijk gelegen bouwvlak een bedrijfswoning te realiseren. Er hoeft geen hogere waarde te worden vastgesteld en met betrekking tot de gevelgeluidwering kan worden volstaan met de minimale eis van 20 dB uit het Bouwbesluit. De hotelkamers en camperplaatsen zijn conform de Wet geluidhinder geen geluidgevoelige objecten. Dat laat onverlet dat, ook indien de Wet geluidhinder geen toets voorschrijft, het onderdeel geluid altijd nog moet worden beoordeeld in het kader van een goede ruimtelijke ordening.
Indien voor de beoordeling aansluiting wordt gezocht bij de grenswaarden uit de Wet geluidhinder dan blijkt dat bij de camperplaatsen en bij de hotelkamers in het zuidelijk gelegen bouwvlak wordt voldaan aan de voorkeurswaarde van 48 dB Lden. Op de hotelkamers in het noordelijk gelegen bouwvlak bedraagt de gecumuleerde geluidbelasting ten hoogste 53 dB Lden. Hierbij is de Spiekampenweg volledig bepalend. Daarmee wordt de voorkeurswaarde voor geluidgevoelige objecten overschreden. Wel wordt voldaan aan de maximale ontheffingswaarde van 53 dB Lden voor geluidgevoelige objecten. Om in de hotelkamers een acceptabel binnenklimaat te realiseren adviseren we tenminste te streven naar een binnenniveau die overeenkomt met de minimale eis voor geluidgevoelige bestemmingen voor tijdelijke bouw. In het Bouwbesluit is hiervoor als eis opgenomen een binnenniveau van 43 dB (eis: tijdelijke bouw Bouwbesluit artikel 3.6). Met een gevelbelasting (excl. aftr. art. 110g Wgh.) van ten hoogste (53+5=) 58 dB is een gevelwering nodig van slechts (58-43=) 15 dB. Met de huidige stand der bouwtechniek wordt een dergelijke isolatiewaarde, zonder aanvullende maatregelen, behaald. Conclusie Geconcludeerd wordt dat de Wet geluidhinder geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van voorgenomen ontwikkeling.
5.5
Luchtkwaliteit
Om een goede luchtkwaliteit in Europa te garanderen heeft de Europese unie een viertal kaderrichtlijnen opgesteld. De hiervan afgeleide Nederlandse wetgeving is vastgelegd in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer. Deze wetgeving staat ook bekend als de Wet luchtkwaliteit.
30
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Hoogeveenseweg 17, Zuidwolde (ontwerp)
In de Wet luchtkwaliteit staan onder meer de grenswaarden voor de verschillende luchtverontreinigende stoffen. Onderdeel van de Wet luchtkwaliteit zijn de volgende Besluiten en Regelingen: Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen); Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen); Conclusie Gelet op de aard en omvang van dit project in vergelijking met Wet Milieubeheer beschreven categorieën, kan worden aangenomen dat het project ‘niet in betekenende mate bijdraagt’ aan de luchtverontreiniging. De grens van 1% (een toename van NO2 of PM10) zal dan ook niet worden overschreden. Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor voorgenomen ontwikkeling.
5.6
Bodem
Met het oog op een goede ruimtelijke ordening moet in geval van ruimtelijke ontwikkelingen worden aangetoond dat de bodem geschikt is voor het beoogde functiegebruik. Ter plaatse van locaties die verdacht worden van bodemverontreiniging, moet ten minste verkennend bodemonderzoek worden uitgevoerd. De voorgenomen ontwikkeling vindt plaats op voormalige agrarische gronden. In het kader van de aankoop van de gronden is op 11 juni 2021 door Eco Reest een verkennend milieukundig bodemonderzoek verricht. Het doel van het onderzoek was een indruk te verkrijgen over de eventuele aanwezigheid van verontreinigingen in de grond en in het grondwater van het onderzoeksterrein. Dit is gebeurd teneinde te bepalen of er vanuit milieuhygiënisch oogpunt belemmeringen bestaan voor het toekomstige gebruik van de locatie als hotel en camperplaatsen. Uit de onderzoeksresultaten blijkt dat in het grondwater van de locatie overschrijdingen van de streefwaarden zijn aangetoond aan verschillende zware metalen. De gemeten verhoogde waarden aan zware metalen worden beschouwd als van nature verhoogde waarden. De onderzoekshypothese, zijnde een onverdachte locatie, is hiermee derhalve bevestigd.
Gezien de aard en de concentraties van de aangetoonde parameters in relatie tot de bestemming agrarisch van het terrein, concluderen wij dat verhoogde risico’s voor de volksgezondheid en/of het milieu op basis van de aangetoonde milieuhygiënische bodemkwaliteit, niet te verwachten zijn. De resultaten van het onderzoek vormen dan ook geen aanleiding tot nader onderzoek en zijn geen milieuhygiënische belemmering in relatie tot de bestemming van het terrein (bedrijfsbestemming of agrarische bestemming). Conclusie Geconcludeerd wordt dat het aspect Bodem geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van voorgenomen ontwikkeling.
5.7
Water
Sinds 1 november 2003 is het verplicht ruimtelijke plannen te toetsen op waterhuishoudkundige aspecten: de zogenaamde watertoets. De watertoets is een waarborg voor water in ruimtelijke plannen en besluiten. Waterhuishoudkundige doelstellingen worden daarbij expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing genomen binnen deze ruimtelijke plannen en besluiten. Het watersysteem wordt hierbij op een integrale wijze benaderd. Zowel het oppervlaktewater als het grondwater worden dus (in samenhang) in beschouwing genomen. Daarbij gaat het naast de kwantiteit ook om de kwaliteit. De integrale benadering van het watersysteem betekent ook dat het watersysteem wordt benaderd in samenhang met andere beleidsvelden. De watertoets is een instrument om ruimtelijke plannen waterneutraal vorm te geven en om het watersysteem op orde te krijgen. Het plangebied is gelegen op gronden waarvan het Waterschap Drents Overijsselse Delta het bevoegde waterschap is. Het algemeen bestuur van het waterschap Drents Overijsselse Delta heeft het ‘Waterbeheerplan 2016-2021’ vastgesteld. Hieronder volgt een korte toelichting op de doelen in het waterbeheerplan: Overstromingen, wateroverlast of droogte voorkomen of beperken. Inwoners kunnen hierdoor op een
31
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Hoogeveenseweg 17, Zuidwolde (ontwerp)
goede manier wonen en werken. Boeren en natuurbeheerders kunnen goed gebruik maken van de grond; Beschermen en verbeteren van de kwaliteit van het water in de volle breedte. Een goede ecologische en chemische kwaliteit van het (oppervlakte)water is belangrijk. Het water is schoon en gezond en inwoners kunnen hiervan genieten. Ook de doelen voor waterkwaliteit die voortvloeien uit Europese wetgeving, de Kaderrichtlijn Water (KRW), maken onderdeel uit van het plan; Afvalwater in de afvalwaterzuiveringsinstallaties effectief en efficiënt behandelen. Niet alleen wordt geprobeerd om de schadelijke stoffen uit het water te halen. Ook wordt geprobeerd om van deze stoffen nieuwe producten te maken en nieuwe toepassingen te zoeken. Naar aanleiding van het doorlopen van de watertoets (zie bijlage 2) heeft het waterschap een uitgangspuntennotitie opgesteld. Het doel van de uitgangspuntennotitie is om in de initiatieffase van een plan bruikbare informatie aan te leveren voor de waterhuishouding in en rond het plangebied. Dit kan worden opgenomen in de waterparagraaf van het inrichtingsplan, bestemmingsplan of ruimtelijke onderbouwing. De uitgangspuntennotitie bevat informatie over de bestaande waterhuishouding en concrete uitgangspunten voor het plan op basis waarvan de waterhuishouding kan worden geregeld. Bestaande waterhuishouding Het plan ligt in het stroomgebied Hoogeveense vaart.
Het peilgebied heeft een maximumpeil van NAP +4,8 m. Dit peil is de instelhoogte van het kunstwerk. Lokaal kunnen er verschillen optreden in het peil afhankelijk van de afstand tot de instelhoogte. De hoogte van het maaiveld ligt gemiddeld op ongeveer NAP + 8,35 m. De bodem (deklaag) bestaat voornamelijk uit Podzolgronden. De maximale grondwaterstand ligt op 50 cm onder het maaiveld. Bij extreme neerslag wordt geen wateroverlast in of nabij het plangebied verwacht Watersysteem Het waterschap heeft watersystemen ingedeeld in verschillende categorieën, zodat de aan- en afvoer van voldoende water, waarborg van de waterkwaliteit en ruimte voor water kan worden gewaarborgd. Met voorgenomen ontwikkeling zal het watersysteem niet worden aangepast. Er zullen geen wateren worden gedempt, verlegd of gegraven. Wateroverlast Bij kortstondige buien van geringe of enige intensiteit mag hemelwater dat niet lokaal kan worden verwerkt worden afgevoerd, zonder dat dit leidt tot water-op-straat of wateroverlast benedenstrooms van het plangebied. Bij extreme kortstondige buien, verblijft water voor korte tijd op het maaiveld, zonder dat dit tot overlast leidt. In de ontwikkeling wordt rekening gehouden met de randvoorwaarden die zowel het waterschap als de gemeente stelt aan het voorkomen van wateroverlast.
Er wordt rekening gehouden met de randvoorwaarden die gemeenten stellen aan: het benutten, lokaal verwerken of vertraagd afvoer van hemelwater op percelen door de toename van verhard oppervlak zoveel mogelijk te beperken en voldoende infiltratiemogelijkheden in het terrein op te nemen; het gescheiden houden van hemelwater door dit op eigen terrein te infiltreren en niet via de riolering af te voeren; de capaciteitseisen voor de afvoer van hemelwater door de toename van verhard oppervlak zoveel mogelijk te beperken en voldoende infiltratiemogelijkheden in het terrein op te nemen. Compensatie nieuwbouw kleine plannen Voor kleine plannen zoals het onderhavige plan geldt als regel dat 10% van het verharde oppervlak wordt ingezet voor berging ter compensatie voor de versnelde afvoer van het afstromende hemelwater. In het plan wordt een verhard oppervlak van circa 2.000 m2 gerealiseerd. In het terreininrichtingsplan wordt daarom een waterbergend oppervlak van circa 200 m2 gereserveerd dat kan voorzien in maximaal 30 cm peilstijging. Deze waterberging wordt ontworpen met als uitgangspunt een vertraagde infiltratie. Waterkwaliteit Het watersysteem wordt zo ontworpen dat het geen risico’s voor de volksgezondheid creëert en voldoende schoon is voor mensen, planten en dieren.
32
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Hoogeveenseweg 17, Zuidwolde (ontwerp)
Afvoer hemelwater Kwaliteit afvoer hemelwater: Schoon hemelwater (bijvoorbeeld vanaf dakoppervlakken) kan direct worden afgevoerd naar oppervlaktewater. Speciale aandacht wordt besteed aan duurzaam bouwen en een duurzaam gebruik van de openbare ruimte om een goede kwaliteit van het afstromende hemelwater te garanderen. Licht vervuild hemelwater (bijvoorbeeld van een woonstraat) wordt via een bodempassage geloosd op het oppervlaktewater. Verontreiniging Microverontreiniging: Conform het bouwstoffenbesluit worden er geen uitloogbare materialen gebruikt die tot een verontreiniging van het oppervlaktewater kunnen leiden; Schoonmaakmiddelen en waterkwaliteit: Alle toegelaten schoonmaakmiddelen zijn milieuvriendelijk, maar mogen niet zonder meer rechtstreeks in oppervlaktewater worden geloosd. Formeel is daar een vergunning op basis van Art. 6.2 lid 1 van de Waterwet (het brengen van stoffen in een oppervlaktewaterlichaam) voor nodig. Een watervergunning wordt niet verleend wanneer een riolering in de buurt aanwezig is. Indien aanwezig moet de afvalwaterstoom van reinigingswater met schoonmaakmiddel op de riolering worden geloosd; Het opvangen van het afvalwater en de afvoer per as naar een riolering; Lozing op het oppervlaktewater en/of infiltratie in de bodem via een bodempassage.
Riolering Uitgangspunt voor het waterschap is het optimaliseren van de aanvoer van afvalwater naar de rioolwaterzuivering. Dit ten behoeve van het verminderen van hydraulische belasting van de rioolwaterzuivering en het beperken van riooloverstorten op het oppervlaktewater. Afvalwater en hemelwater zullen daarom gescheiden worden aangeboden op de perceelgrens. Zoals aangegeven zal hemelwater zoveel mogelijk worden geïnfiltreerd in de bodem op eigen terrein. Beleid en regelgeving Gemeentelijk rioleringsbeleid: de gemeente heeft een zorgplicht voor doelmatige verwerking en afvoer van hemelwater, afvalwater en grondwater. In het plan wordt rekening gehouden met het gemeentelijke rioleringsbeleid. Afvalwater en hemelwater worden op de perceelgrens gescheiden aangeboden. Ook geldt er een bergingseis (zie wateroverlast). Voorkeursvolgorde afvoer hemelwater: Bij de afvoer van overtollig hemelwater is het landelijk beleid dat het afstromend hemelwater ter plaatse in het milieu worden teruggebracht (afkoppelen). Dat kan door infiltratie in de bodem of door berging in het oppervlaktewater. Het waterschap heeft de voorkeur om daar waar mogelijk, het hemelwater oppervlakkig af te voeren en te infiltreren in de bodem. Dit wordt ook voor onderhavig plan toegepast.
In het terreininrichtingsplan wordt een waterbergend oppervlak van circa 200 m2 gereserveerd dat kan voorzien in maximaal 30 cm peilstijging. Lozing afvalwater: Voor de lozing van afvalwater (al het water waarvan de initiatiefnemer zich moet ontdoen) op oppervlaktewater vanuit een woning of een (agrarisch) bedrijf gelden de volgende regels: 1. Voor lozingen van huishoudelijk afvalwater vanuit woningen geldt het “Besluit lozing afvalwater huishoudens” (Blah). Uitgangspunt is dat het huishoudelijk afvalwater op een gemeentelijk rioolstelsel wordt geloosd. Indien niet mogelijk is, moet een voorziening worden aangelegd die een gelijkwaardig milieubeschermingsniveau biedt. 2. Voor lozingen van afvalwater van een (agrarisch) bedrijf geldt het “Activiteitenbesluit”. 3. Voor lozingen vanuit niet-inrichtingen geldt het “Besluit lozen buiten inrichtingen” (Blbi). Rioolcapaciteit De capaciteit van het huidige rioolstelsel kan een aandachtspunt vormen. Bij uitbreiding van het rioolstelsel wordt rekening gehouden met de capaciteit van het bestaande stelsel en de rioolwaterzuiveringsinstallatie. Hierover wordt contact opgenomen met de gemeente De Wolden. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat er voorgenomen ontwikkeling geen belangen van het waterschap schaadt.
Het initiatief is zodoende in lijn met de uitgangspunten van het waterschap, waarbij het als integraal onderdeel van de erfinrichting zal worden ingepast. De ontwikkeling is daarmee in
33
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Hoogeveenseweg 17, Zuidwolde (ontwerp)
overeenstemming met de uitgangspunten voor het aspect water.
5.8
Ecologie
Bescherming in het kader van de natuur wet- en regelgeving is op te delen in gebieds- en soortenbescherming. Bij gebiedsbescherming heeft men te maken met de Natuurbeschermingswet en het Nederlands Natuurnetwerk (voorheen EHS). Soortenbescherming gaat uit van de bescherming van dier- en plantensoorten. Sinds 1 januari 2017 is het wettelijk kader ten aanzien van gebieds- en soortenbescherming vastgelegd in de Wet natuurbescherming. In het kader van de gebiedsbescherming is door de Natuurbank Overijssel een Aerius-calculatie uitgevoerd. Daarnaast is er in het kader van soortenbescherming door Natuurbank Overijssel een Quickscan natuurwaarden uitgevoerd. De conclusies van de rapportages staan hier beschreven. De gehele rapportages zijn als bijlage toegevoegd aan dit document. 5.8.1
Gebiedsbescherming
Sinds 1 januari 2017 is het wettelijk kader ten aanzien van gebieds- en soortenbescherming vastgelegd in de Wet natuurbescherming. Nederland zal aan de hand van een vergunningenstelsel de zorgvuldige afweging waarborgen rond projecten die gevolgen kunnen hebben voor Natura 2000-gebieden. Provincies zijn verantwoordelijk voor de veiligstelling en ontwikkeling van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Het ruimtelijk beleid voor het NNN is gericht op ‘behoud, herstel en ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN’ waarbij tevens zoveel mogelijk rekening gehouden dient te worden met de andere belangen die in het gebied aanwezig zijn. De kernkwaliteiten binnen het NNN zijn natuurkwaliteit, landschappelijke kwaliteiten en beleving van rust. Voor ontwikkelingen die niet passen binnen de doelstelling van het NNN is geen ruimte, tenzij er sprake is van een zwaarwegend maatschappelijk belang waar niet op een andere manier aan kan worden voldaan. Daarbij worden de zogenaamde NNN-spelregels gehanteerd: herbegrenzing van het NNN, saldering van negatieve effecten en toepassing van het compensatiebeginsel. Om te beoordelen of het plan in relatie tot gebiedsbescherming uitvoerbaar is dienen onder andere de wettelijke consequenties op het gebied van gebiedsbescherming, specifiek Natura2000, in beeld gebracht te worden.
Vanwege de regionale invloedsfeer van de emissie van NOx, is een beoordeling naar het effect van de emissie van NOx, als gevolg van de voorgenomen activiteiten, noodzakelijk. Ten behoeve van deze beoordeling is de gewenste situatie gemodelleerd op basis van de aangeleverde gegevens door de opdrachtgever. De depositie is op de omliggende Natura 2000-gebieden in oktober 2023 berekend en getoetst of het plan (mogelijke) significant negatieve effecten veroorzaakt op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden. De volledige rapportage betreffende het stikstofdepositie-onderzoek is als bijlage onderdeel van dit bestemmingsplan, hieronder volgt enkel de conclusie. De activiteiten in de ontwikkelfase leiden gezamenlijk tot een NOx-emissie van 43,0 kg/jaar en een NH3-emissie van 0,5 kg/jaar. Het uitvoeren van de voorgenomen activiteit gedurende de ontwikkelfase, leidt echter niet tot een toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebied. De voorgenomen activiteit leidt niet tot wettelijke consequenties. De activiteit in de gebruiksfase leidt tot een NOx-emissie van 28,3 kg/jaar en een NH3-emissie van 3,0 kg/jaar. Het uitvoeren van de voorgenomen activiteit gedurende de gebruiksfase, leidt echter niet tot een toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebied. De voorgenomen activiteit leidt niet tot wettelijke consequenties.
Omdat geen sprake is van een toename van stikstofdepositie, is er geen sprake van een wettelijke consequentie. Er hoeft geen Wet natuurbescherming-vergunning aangevraagd te worden.
34
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Hoogeveenseweg 17, Zuidwolde (ontwerp)
5.8.2
Soortenbescherming
De voorgenomen activiteiten worden gezien als ‘ruimtelijke ontwikkeling’. Voor een aantal algemeen voorkomende en talrijke faunasoorten geldt in Drenthe een vrijstelling van de verbodsbepaling ‘het opzettelijk beschadigen en vernielen van rust- en voortplantingsplaats’, als gevolg van werkzaamheden die in het kader van een ruimtelijke ontwikkeling worden uitgevoerd. Voor beschermde soorten die niet op deze vrijstellingslijst staan, is een ontheffing vereist of er dient gewerkt te worden volgens een goedgekeurde en toepasbare gedragscode om ze te mogen verstoren en om opzettelijk de vaste rusten voortplantingsplaats te mogen beschadigen en te vernielen. Voor het doden van beschermde diersoorten geldt geen vrijstelling van de verbodsbepalingen. Afhankelijk van de status van de beschermde soorten, kan soms ook gewerkt worden conform een door de Minister goedgekeurde, en op de situatie toepasbare, gedragscode. In het kader van de zorgplicht moet rekening worden gehouden met alle in het plangebied aanwezige planten en dieren en moet er gekozen worden voor een werkmethode en/of planning in de tijd, waardoor planten en dieren zo min mogelijk schade ondervinden als gevolg van de voorgenomen activiteiten.
De inrichting en het gevoerde beheer maken het plangebied niet tot een geschikte groeiplaats voor beschermde plantensoorten, maar wel tot geschikt functioneel leefgebied voor verschillende beschermde dieren. Beschermde vogel- en grondgebonden zoogdiersoorten benutten het plangebied uitsluitend als foerageergebied. Vleermuizen bezetten geen verblijfplaats in het plangebied en benutten het ook niet als foerageergebied. Het plangebied vormt geen geschikt functioneel leefgebied voor amfibieën. Door uitvoering van de voorgenomen activiteiten neemt de betekenis van het plangebied als foerageergebied voor verschillende foeragerende grondgebonden zoogdier- en vogelsoorten af. Dit leidt echter niet tot wettelijke consequenties. Als gevolg van het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten zijn er geen wettelijke consequenties in het kader van soortbescherming. 5.8.3
Conclusie
Gelet op voorgaande kan worden geconcludeerd dat voorgenomen ontwikkeling geen negatieve consequenties heeft voor de ecologische waarden in en rondom het plangebied zoals beschreven in de Wet Natuurbescherming.
5.9
Externe veiligheid
Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het verminderen en beheersen van risico’s van zware ongevallen met gevaarlijke stoffen in inrichtingen en tijdens het transport ervan. Op basis van de criteria zoals onder andere gesteld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) worden bedrijven en activiteiten geselecteerd die een risico op zware ongevallen met zich mee (kunnen) brengen. Daarbij gaat het vooral om de grote chemische bedrijven, maar ook om kleinere bedrijven als LPG- tankstations en opslagen van bestrijdingsmiddelen. Daarnaast zijn (hoofd)transportassen voor gevaarlijke stoffen, zoals buisleidingen, spoor-, auto-, en waterwegen, ook als potentiële gevarenbron aangemerkt. Het externe veiligheidsbeleid heeft tot doel zowel individuele burgers als groepen burgers een minimum beschermingsniveau te bieden tegen een ongeval met gevaarlijke stoffen. Om dit doel te bereiken zijn gemeenten en provincies verplicht om bij besluitvorming in het kader van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), de Wet milieubeheer en de Wet op de ruimtelijke ordening de invloed van een risicobron op zijn omgeving te beoordelen. Daartoe wordt binnen het werkveld van de externe veiligheid veelal het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR) gehanteerd.
Inrichtingen Volgens www.Risicokaart.nl van het interprovinciaal Overleg komen in de directe omgeving van het plangebied (straal 500 meter) geen inrichtingen voor die met gevaarlijke stoffen werken en daardoor een calamiteitenrisico vormen voor hun omgeving.
35
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Hoogeveenseweg 17, Zuidwolde (ontwerp)
Transport gevaarlijke stoffen In de directe omgeving van het plangebied (straal 500 meter) zijn geen spoorwegen, wegen en/of wateren gelegen welke behoren tot het basisnet voor het transport van gevaarlijke stoffen. Binnen een straal van 500 meter van de planlocatie zijn wel meerdere hogedruk aardgasleidingen van de GAS-unie gelegen. In tabel hieronder zijn de nabijgelegen buisleidingen en bijbehorende specificaties weergegeven. De leidingen zijn benoemd in de volgorde van hun ligging van noordelijke naar zuidelijke richting.
Voor geen van deze leidingen is een PR 10-6 contour vastgesteld. Zoals uit de voorstaande tabel blijkt bevindt het plangebied zich binnen de 1% letaliteitscontour van de voornoemde buisleidingen. Daarmee is een nadere afweging van het plaatselijk en/of groepsrisico vereist. In samenspraak met de gemeente De Wolden zal daarom de Regionale Uitvoeringdienst Drenthe (RUD) worden benaderd. Het hotel en de camperplaatsen zijn geschikt voor huishoudens waarbij de volwassen personen als voldoende zelfredzaam mogen worden verwacht. Het omliggende wegennetwerk is voldoende voor een goede bereikbaarheid voor hulpdiensten. Conclusie
36
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Hoogeveenseweg 17, Zuidwolde (ontwerp)
Zoals blijkt uit de risicokaart is een nadere afweging van het plaatselijk en/of groepsrisico vereist. In samenspraak met de gemeente De Wolden zal daarom een besluit worden genomen.
5.10
Cultuurhistorie en Archeologie
5.10.1 Wettelijk kader Door de wijziging van artikel 3.1.6, tweede lid, onderdeel a van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) moeten naast de in de grond aanwezige of te verwachten monumenten ook cultuurhistorische waarden worden meegewogen bij het vaststellen van bestemmingsplannen. Om die reden is in dit bestemmingsplan een paragraaf cultuurhistorie opgenomen. 5.10.2 Cultuurhistorie Onder cultuurhistorische waarden worden alle structuren, elementen en gebieden bedoeld die cultuurhistorisch van belang zijn. Zij vertellen iets over de ontstaansgeschiedenis van het Nederlandse cultuurlandschap. Vaak is er een sterke relatie tussen aardkundige aspecten en cultuurhistorische aspecten. In paragraaf 2.2 is nader ingegaan op de ontstaansgeschiedenis van het plangebied. Duidelijk is dat het buurtschap een eigen oorsprong heeft met een eigen ruimtelijke verschijningsvorm. Dit is voor het deel van het restaurant vastgelegd als beschermd dorpsgezicht. Aan de hand van fragmenten van historisch kaartmateriaal zijn de historische bebouwing en oude uitvalswegen goed herkenbaar. In het bestemmingsplan worden deze structuren ingezet om te komen tot een kwalitatief hoogwaardige ruimtelijke inpassing.
Om deze ruimtelijke aspecten te borgen in het bestemmingsplan, is een erfinrichtingsplan en beeldkwaliteitsplan opgesteld, dat separaat kan worden vastgesteld door de gemeenteraad in aanvulling op de welstandsnota. Vanuit de beoogde en gewenste ruimtelijke kwaliteit, zijn de door de gemeente De Wolden opgestelde welstandscriteria afkomstig uit de geldende welstandsnota als uitgangspunt genomen en daar waar nodig aangescherpt. Het agrarische landgebruik vormt daarbij de inspiratiebron. De beoogde beeldkwaliteit hangt nauw samen met de cultuurhistorische kwaliteiten van de plek door het toepassen van landelijke en streekeigen kenmerken en details. De bebouwing heeft bij voorkeur een enkelvoudige hoofdmassa, waar eventuele bijgebouwen in zijn opgenomen. Gelet op het voorgaande wordt geconstateerd dat de ontwikkeling past binnen de uitgangspunten zoals omschreven voor het aspect cultuurhistorie. 5.10.3 Archeologie Op grond van de Erfgoedwet dient er in ruimtelijke plannen rekening gehouden te worden met archeologische waarden. In de Erfgoedwet is bepaald dat gemeenten een archeologische zorgplicht hebben en dat initiatiefnemers van projecten waarbij de bodem wordt verstoord, verplicht zijn rekening te houden met de archeologische relicten die in het plangebied aanwezig (kunnen) zijn. Hiervoor is onderzoek noodzakelijk: het archeologisch vooronderzoek.
Als blijkt dat in het plangebied behoudens waardige archeologische vindplaatsen aanwezig zijn, dan kan de initiatiefnemer verplicht worden hiermee rekening te houden. Dit kan leiden tot een aanpassing van de plannen, waardoor de vindplaatsen behouden blijven, of tot een archeologische opgraving en publicatie van de resultaten.
37
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Hoogeveenseweg 17, Zuidwolde (ontwerp)
Volgens de Beleidskaart Archeologisch erfgoed in de gemeente De Wolden is het perceel gelegen op gronden die behoren tot categorie historische kernen (1832). Het merendeel van het plangebied is aangeduid als verstoord tot onder archeologisch niveau. Aangrenzend aan het plangebied is een AMK-terrein aanwezig, waardoor er over een deel van het plangebied een bufferzone AMK-terreinen is geprojecteerd. De realisatie van het hotel en voorzieningengebouw van de camperplaatsen zal plaatsvinden op gronden die zijn aangeduid als verstoord tot onder archeologisch niveau. Er zullen geen bouwwerkzaamheden plaatsvinden de gronden die onderdeel zijn van de bufferzone van het aangrenzende AMK-terrein. Omdat hiermee echter geen grondwerkzaamheden zijn gemoeid wordt de bodem hier niet verstoord. Geconcludeerd wordt daarom dat er geen archeologisch onderzoek hoeft te worden verricht. 5.10.4 Conclusie Gelet op voorgaande wordt geconcludeerd dat de aspecten cultuurhistorie en archeologie geen belemmering vormen voor voorgenomen ontwikkeling.
38
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Hoogeveenseweg 17, Zuidwolde (ontwerp)
5.11
Verkeer en parkeren
5.11.1 Algemeen Bij het opstellen van bestemmingsplannen moet rekening worden gehouden met de parkeerbehoefte en verkeersgeneratie die ontstaat door een nieuwe ontwikkeling. Hiertoe kunnen berekeningen worden uitgevoerd op basis van de publicatie ‘Toekomstbestendig parkeren’, publicatie 381 (december 2018)’ van het CROW. Het CROW ontwikkelt en publiceert kennis onder andere op het gebied van verkeer en parkeren. Deze kencijfers zijn gebaseerd op literatuuronderzoek en praktijkervaringen van gemeenten. De kencijfers zijn landelijk (en juridisch) geaccepteerd en worden gezien als de meest betrouwbare gegevens met betrekking tot het bepalen van de verkeergeneratie en het benodigde aantal parkeerplaatsen. Overigens wordt opgemerkt dat bij iedere functie, in de CROW-publicatie, een maximum en minimum wordt genoemd. Dit is de bandbreedte. Veelal wordt bij nieuwe ontwikkelingen het gemiddelde gehanteerd. Bij het gebruik van kencijfers moet bereikbaarheids-kenmerken van de locatie.
rekening
worden
gehouden
met
onder
meer
de
5.11.2 Uitgangspunten Het plangebied is gelet op de omgevingsadressendichtheid (CBS Statline) gelegen in een gebied met de stedelijkheidsgraad ‘niet stedelijk’ in een deel van gemeente De Wolden dat behoort tot het gebiedstype ‘buitengebied’. In voorliggend geval gaat het om een hotelaccommodatie met 26 kamers en een beheerderswoning. De hotelkamers hebben een verkeersgeneratie van 19,5 personenauto’s per etmaal. De beheerderswoning heeft een verkeersgeneratie van 8,2 personenauto’s per etmaal. In totaal resulteert voorgaande in ca. 27,7 vervoersbewegingen per etmaal. Gelet op de omliggende functies, de spreiding van verkeersbewegingen over de dag en de beperkte maximum snelheid die ter plaatse van de inrit van kracht is heeft de bestaande infrastructuur voldoende capaciteit om de toename in verkeersbewegingen op te vangen. Geconcludeerd wordt dat er sprake is van een goede en verkeersveilige ontsluiting van het plangebied in meerdere richtingen. 5.11.3 Berekening parkeerbehoefte Op basis van de kengetallen van het CROW heeft de beoogde hotelvoorziening een gemiddelde parkeerbehoefte per 10 hotelkamers van 6,8 parkeerplaatsen. Gelet op de ligging en bereikbaarheid van de locatie wordt per desondanks uitgegaan van 1 parkeerplaats per hotelkamer. Dit resulteert in een totale behoefte van 26 parkeerplaatsen. Daarnaast is er een beheerderswoning voorzien.
Hiervoor geldt een gemiddelde parkeerbehoefte van 2,0 parkeerplaatsen. In totaal komt het aantal benodigde parkeerplaatsen daarmee op 28 parkeerplaatsen. Het erfinrichtingsplan voorziet in ruim voldoende parkeerplaatsen. 5.11.4 Conclusie De aspecten verkeersgeneratie en parkeren vormen geen belemmering voor het bestemmingsplan.
5.12
Milieueffectrapportage
De milieueffectrapportage is een wettelijk instrument met als doel het aspect milieu een volwaardige plaats in deze integrale afweging te geven. Een bestemmingsplan kan op drie manieren met milieueffectrapportage in aanraking komen: Op basis van artikel 7.2a, lid 1 Wm (als wettelijk plan); Er ontstaat een m.e.r.-plicht wanneer er een passende beoordeling op basis van art. 2.8, lid 1 Wet natuurbescherming nodig is; Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 3); Er ontstaat een m.e.r.-plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit
39
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Hoogeveenseweg 17, Zuidwolde (ontwerp)
waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 3 (plannen). Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 4); Er ontstaat een m.e.r.-(beoordelings)plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 4 (besluiten). In het Besluit m.e.r. neemt het bestemmingsplan een bijzondere positie in, want het kan namelijk tegelijkertijd opgenomen zijn in zowel kolom 3 als in kolom 4 van het Besluit m.e.r.. Of het bestemmingsplan in deze gevallen voldoet aan de definitie van het plan uit kolom 3 of aan de definitie van het besluit uit kolom 4 is afhankelijk van de wijze waarop de activiteit in het bestemmingsplan wordt bestemd. Als voor de activiteit eerst één of meerdere uitwerkings- of wijzigingsplannen moeten worden vastgesteld dan is sprake van ‘kaderstellend voor’ en voldoet het bestemmingsplan aan de definitie van het plan. Is de activiteit geheel of gedeeltelijk als eindbestemming opgenomen voldoet het aan de definitie van het besluit. Een belangrijk element in het Besluit m.e.r. is het (in feite) indicatief maken van de gevalsdefinities (de drempelwaarden in kolom 2 in de D-lijst). In het geval dat een activiteit wel genoemd staat in de D-lijst maar onder de genoemde drempelwaarde blijft, is een vormvrije m.e.r.-beoordeling nodig. Drempelwaarden Besluit m.e.r.
In het voorliggende geval is geen sprake van activiteiten die op grond van onderdeel C van het Besluit milieueffectrapportage m.e.r.-plichtig zijn. Wel is sprake van een activiteit die is opgenomen in onderdeel D van het Besluit m.e.r., namelijk: ‘de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen’. Daarom dient te worden getoetst of er sprake is van m.e.r-beoordelingsplicht. Hier is sprake van indien de activiteiten de volgende drempelwaarden uit onderdeel D overschrijden: een oppervlakte van 100 hectare of meer; een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat, of; een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. In voorliggend geval is sprake van de realisatie van 26 hotelkamers en camperplaatsen. Gezien de drempelwaarden wordt geconcludeerd dat voor dit bestemmingsplan geen sprake is van een m.e.r. beoordelingsplicht. Echter, zoals ook in het voorgaande aangegeven, dient ook wanneer ontwikkelingen onder drempelwaarden blijven, het bevoegd gezag zich er van te vergewissen of activiteiten geen aanzienlijke milieugevolgen kunnen hebben. Gelet op de aard- en omvang van de voorgenomen ontwikkeling is het de vraag of er sprake is van een ‘stedelijk ontwikkelingsproject’ als bedoeld in onderdeel D 11.2 van het Besluit milieueffectrapportage.
Uit jurisprudentie (ABRvS 15 maart 2017, ECLI:NL:RVS:2017:694) volgt dat het antwoord op deze vraag afhankelijk is van de concrete omstandigheden van het geval, waarbij onder meer aspecten als de aard en de omvang van de voorziene ontwikkeling moet worden beoordeeld of sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject. Conclusie projectgebied Gelet op de kenmerken van het project (zoals het karakter in vergelijking met de drempelwaarden uit het Besluit m.e.r., de verwachte milieuhinder en cumulatie met andere projecten), de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële effecten zullen geen belangrijke nadelige milieugevolgen optreden. Eén en ander is tevens bevestigd in de in Hoofdstuk 5 Randvoorwaarden opgenomen milieu- en omgevingsaspecten en de daarvoor, indien van toepassing, uitgevoerde onderzoeken.
40
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Hoogeveenseweg 17, Zuidwolde (ontwerp)
Hoofdstuk 6
6.1
Juridische planopzet
Inleiding
Het gemeentelijke bestemmingsplan is een middel waarmee functies aan gronden worden toegekend. Het gaat dus om het toekennen van gebruiksmogelijkheden. Vanuit de Wet ruimtelijke ordening volgt een belangrijk principe: het gaat om toelatingsplanologie. Het wordt de grondgebruiker (eigenaar, huurder etc.) toegestaan om de functie die het bestemmingsplan geeft, uit te oefenen. Een afgeleide van de gebruiksregels in het bestemmingsplan zijn regels voor bebouwing (omgevingsvergunning voor het bouwen) en regels voor het verrichten van ‘werken’ (omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden). Een bestemmingsplan regelt derhalve: het toegestane gebruik van gronden (en de bouwwerken en gebouwen); het bebouwen van de gronden; het verrichten van werken (aanleggen). Dit plan bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting (met bijbehorende bijlagen). De verbeelding en de regels vormen tezamen het juridisch bindende gedeelte van het plan. Beide planonderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. De toelichting heeft geen rechtskracht, maar vormt niettemin een belangrijk onderdeel van het plan. Het geeft namelijk uitleg over de achtergronden van deze partiële herziening.
6.2
Afstemming met andere (juridische) instrumenten
Een bestemmingsplan is niet allesomvattend. Een aantal zaken zal met behulp van andere instrumenten vastgelegd moeten worden of is reeds elders vastgelegd. Voor zover vanuit de visie relevant is in de toelichting van het bestemmingsplan aangegeven welke instrumenten ingezet worden. Gedacht kan worden aan de afstemming met de bouwverordening, de Algemene Plaatselijke Verordening, de Keur van het Waterschap, monumentenverordening et cetera. Ook door de gemeente opgestelde beleidsregels, (zoals welstandsbeleid) kunnen daarbij een rol spelen. Voorop staat dat het bestemmingsplan zuiver blijft in die zin dat het een ruimtelijk ordeningsinstrument blijft. Het bestemmingsplan kan wel een schakel vormen tussen de verschillende instrumenten.
6.3
De bestemmingsmethodiek
De regels vormen samen met de digitale verbeelding (plankaart) het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan. Informatie die niet op de verbeelding vermeld staat en die wel ruimtelijk relevant is, wordt verwoord in de regels.
6.4
Digitale verbeelding
De verbeelding mag alleen die zaken bevatten die juridisch relevant zijn. Datgene dat op de verbeelding staat vermeld (met uitzondering van de ondergrond) is derhalve terug te vinden in de regels. Dit uitgangspunt wordt gehanteerd om de kaart zo rustig en leesbaar mogelijk te houden. Overige vermeldingen horen thuis in de plantoelichting.
41
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Hoogeveenseweg 17, Zuidwolde (ontwerp)
6.5
Regels
6.5.1
Inleiding
De regels van het bestemmingsplan voor de Hoogeveenseweg 17 te Zuidwolde bestaan uit vier hoofdstukken, waarin achtereenvolgens de inleidende regels, de bestemmingsregels, de algemene regels en de overgangs- en slotregels aan de orde komen. Dit conform ‘Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen (SVBP) 2012 en de gemeentelijke systematiek voor bestemmingsplannen. Hieronder wordt de opbouw en indeling van de regels kort toegelicht. 6.5.2
Inleidende regels
Begrippen In artikel 1 zijn omschrijvingen gegeven van de in het bestemmingsplan gebruikte begrippen. Deze zijn opgenomen om interpretatieverschillen te voorkomen. Omschrijvingen van de begrippen zijn alleen nodig voor begrippen die gebruikt worden in de regels en die tot verwarring of meerdere uitleg vatbaar zijn. Wijze van meten Om op een eenduidige manier afstanden, hoogtematen en oppervlakten te bepalen wordt in de wijze van meten uitleg gegeven wat onder de diverse begrippen wordt verstaan. Ook is in dit artikel bepaald dat een kleine overschrijding van bouw- en bestemmingsgrenzen met maximaal 1,5 meter is toegelaten. 6.5.3
Bestemmingsregels
Deze bestemmingen zijn in de regels onderverdeeld in onder meer: Bestemmingsomschrijving: omschrijving van de activiteiten die zijn toegestaan (Agrarisch met waarden, Horeca - 1, Horeca - 2, Waarde - Archeologie, Waarde - Beschermd dorpsgezicht); Bouwregels: eisen waaraan de bebouwing moet voldoen (goot- en bebouwingshoogte, dakhelling etc.); Nadere eisen; extra voorwaarden om te kunnen sturen op ruimtelijke kwaliteit; Afwijken van de gebruiks- en bouwregels: onder welke voorwaarde mag afgeweken worden van de aangegeven bestemmingen en bouwregels; Specifieke gebruiksregels: welke vormen van gebruik zijn uitgesloten. 6.5.4
Algemene regels
Anti-dubbeltelregel Deze bepaling wordt opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. Algemene gebruiksregels In deze bepaling zijn regels opgenomen voor algemene gebruiksregels: welke vormen van gebruik zijn uitgesloten. Algemene aanduidingsregels In deze bepaling zijn regels opgenomen voor de 'Milieuzone - Hydrologische beïnvloeding'. Bestaande afstanden en andere maten Het is niet de bedoeling dat overblijfselen van de huidige situatie moeten worden aangepast aan de nieuwe maatvoering van onderhavige bestemmingsplan. Daarom is de algemene bepaling opgenomen, dat bij afwijkingen de maatvoering mag worden aangehouden, zoals die bestond op het moment van ter inzage legging van het ontwerpbestemmingsplan. Met deze bepaling wordt voorkomen dat de betreffende situaties vallen onder het overgangsrecht en als het ware worden ‘wegbestemd’.
42
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Hoogeveenseweg 17, Zuidwolde (ontwerp)
Algemene afwijkingsregels In deze bepaling wordt aan het bevoegd gezag de bevoegdheid gegeven om af te wijken van bepaalde, in het bestemmingsplan geregelde, onderwerpen. Hierbij gaat het om afwijkingsregels die gelden voor meerdere dan wel alle bestemmingen in het plan. De criteria, die bij toepassing van de ontheffingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, worden aangegeven. Overige regels In het artikel ‘Overige regels’ is de voorrangsregeling voor de dubbelbestemmingen opgenomen. 6.5.5
Overgangs- en slotregels
Overgangsrecht In deze bepaling wordt vorm en inhoud gegeven aan het overgangsrecht. De tekst is letterlijk verplicht voorgeschreven in het Besluit ruimtelijke ordening. Slotregel Als laatste wordt de slotregel opgenomen. Deze bepaling bevat zowel de titel van het plan als de vaststellingsbepaling.
6.6
Uitwerking in bestemmingsplan
6.6.1
Beschrijving per bestemming
Agrarisch met waarden Een beperkt deel van het plangebied is voorzien van de bestemming ‘Agrarisch met waarden’. De gronden met deze bestemming zijn bestemd voor het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de landschappelijke, cultuurhistorische en natuurlijke waarden van de gronden. Om het behoud van de bestaande houtwal expliciet in het bestemmingsplan op te nemen is een aanduiding ‘houtwal’ opgenomen voor de instandhouding van een houtwal. Bouwen Op of in deze gronden mogen geen gebouwen en geen overkappingen worden gebouwd. Horeca - 1 De hoofdbestemming van het plangebied ter plaatse van het restaurant is de bestemming ‘Horeca - 1’. De gronden met deze bestemming zijn bestemd voor bedrijfsgebouwen en overkappingen ten behoeve van een horecabedrijf, in de vorm van hotel en/of pension, een restaurant, dan wel een combinatie daarvan, met een bijbehorende inpandige bedrijfswoning. In de bestemmingsomschrijving is deze vorm van horeca expliciet genoemd. Andere vormen van horeca zijn daarmee niet toegestaan, omdat de gronden niet in strijd met de gegeven bestemming mogen worden gebruikt. Bouwen Hoofdgebouwen mogen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd. De bouwvlakken mogen volledig worden bebouwd. De maximale toegestane goot- en bouwhoogte is in de regels opgenomen. De goothoogte is de hoogte vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q.
de druiplijn, het boeiboord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. Horeca - 2 De hoofdbestemming van de gronden achter het restaurant is de bestemming ‘Horeca - 2’. De gronden met deze bestemming zijn bestemd voor bedrijfsgebouwen en overkappingen ten behoeve van een horecabedrijf, in de vorm van hotel en/of pension met een bijbehorende inpandige bedrijfswoning, ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning'. In de bestemmingsomschrijving is deze vorm van horeca expliciet benoemd. Andere vormen van horeca zijn daarmee niet toegestaan, omdat de gronden niet in strijd met de gegeven bestemming mogen worden gebruikt. Ondergeschikt aan de Horeca - 2 bestemming zijn een klein sanitair gebouw en 8 camperplaatsen
43
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Hoogeveenseweg 17, Zuidwolde (ontwerp)
toegestaan. Bouwen Hoofdgebouwen mogen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd. De bouwvlakken mogen volledig worden bebouwd. De maximale toegestane goot- en bouwhoogte is op de verbeeling opgenomen. De goothoogte is de hoogte vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeiboord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel.
6.7
Handhaving
De gemeentelijke overheid is verantwoordelijk voor de handhaving van onderhavig bestemmingsplan. Het doel is om situaties die in strijd zijn met de planregels tegen te gaan. Handhaving omvat verschillende activiteiten. Zo zal controle en toezicht plaats moeten vinden om te constateren of er overtredingen bestaan. Vervolgens zal in veel gevallen getracht worden om met overleg een einde te maken aan de overtreding. Als dit niet lukt, zullen specifieke handhaving middelen worden toegepast zoals bestuursdwang. Het legaliseren van een overtreding of het gedogen van een overtreding valt niet onder handhaving.
44
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Hoogeveenseweg 17, Zuidwolde (ontwerp)
Hoofdstuk 7
Financieel-economische uitvoerbaarheid
Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad gelijktijdig met de vaststelling van het bestemmingsplan moet besluiten om al dan niet een exploitatieplan vast te stellen. Hoofdregel is dat een exploitatieplan moet worden vastgesteld bij elk bestemmingsplan. De economische uitvoerbaarheid komt volledig voor de rekening van de initiatiefnemer. De gemeente De Wolden en de initiatiefnemer zullen een anterieure overeenkomst afsluiten, waarin ook een regeling voor eventuele planschade is opgenomen, waardoor de gemeente planschadeclaims bij de initiatiefnemer kan verhalen. Voor de gemeente De Wolden zijn er geen financieel-economische gevolgen van de realisatie van een hotel en de aanleg camperplaatsen op het perceel aan de Hoogeveenseweg 17 te Zuidwolde.
45
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Hoogeveenseweg 17, Zuidwolde (ontwerp)
46
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Hoogeveenseweg 17, Zuidwolde (ontwerp)
Hoofdstuk 8
8.1
M aatschappelijke uitvoerbaarheid
Wettelijk vooroverleg
Het bestemmingsplan buitengebied, deelplan Hoogeveenseweg 17, Zuidwolde wordt in het kader van het vooroverleg ex artikel 3.1.1. Bro aan de vaste overlegpartners voorgelegd. De overlegpartners hebben hierbij de mogelijkheid om eventuele zienswijze kenbaar te maken. In het kader van burgerparticipatie heeft de initiatiefnemer voorafgaand aan de tervisielegging omwonenden tijdens een informatieavond geïnformeerd over de voorgenomen ontwikkeling. Een verslaglegging met daarin alle vragen en antwoorden is bijgevoegd als bijlage van het bestemmingsplan. De omgevingsdialoog heeft niet geleidt tot concrete aanpassingen van het plan.
8.2
Zienswijzen
Het ontwerp bestemmingsplan buitengebied, deelplan Hoogeveenseweg 17, Zuidwolde zal eind 2023 voor een periode van zes weken ter inzage worden gelegd. In het kader van de bestemmingsplanprocedure wordt hiermee eenieder de mogelijkheid geboden het plan in te zien en tegen het plan een zienswijze in te dienen.
47
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Hoogeveenseweg 17, Zuidwolde (ontwerp)
48
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Hoogeveenseweg 17, Zuidwolde (ontwerp)
Bijlagen bij toelichting
49
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Hoogeveenseweg 17, Zuidwolde (ontwerp)
50
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Hoogeveenseweg 17, Zuidwolde (ontwerp)
Regels
51
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Hoogeveenseweg 17, Zuidwolde (ontwerp)
52
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Hoogeveenseweg 17, Zuidwolde (ontwerp)
Hoofdstuk 1
Artikel 1
1.1
Inleidende regels
Begrippen
plan
het bestemmingsplan buitengebied, deelplan Hoogeveenseweg 17, Zuidwolde met identificatienummer NL.IMRO.1690.2023BP1002019-ON01 van de Gemeente De Wolden; 1.2
bestemmingsplan
de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen; 1.3
aan woning gebonden beroep of bedrijf
het uitoefenen van een beroep of het verlenen van diensten op juridisch, medisch, therapeutisch, administratief of kunstzinnig gebied, als ondergeschikt onderdeel in een woning of bijbehorend bouwwerk, waarbij de woonfunctie centraal staat. Commerciële dienstverlening als bankfilialen, uitzendbureaus, makelaardij en reisbureaus, alsmede detailhandel en horeca worden niet begrepen onder een aan een woning gebonden beroep of bedrijf; 1.4
aanduiding
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.5
aanduidingsgrens
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.6
aardkundige waarden
landvormen en aardlagen met een informatiewaarde (over de natuurlijke ontstaanswijze van het gebied), een belevingswaarde (omdat zij identiteit en variatie aan het landschap geven) en een ecologische waarde (als aiotische basis van de biodiversiteit); 1.7
archeologische verwachtingswaarden
waarden die aan een gebied zijn toegekend op basis van de kans op het voorkomen van archeologische resten, ook wel archeologische verwachting genoemd. De archeologische verwachting zegt iets over de dichtheid waarin archeologische terreinen binnen een landschappelijke eenheid voorkomen of worden verwacht. Hoe hoger de archeologische verwachting, hoe groter de verwachte dichtheid aan archeologische resten. Hoe groter de dichtheid aan archeologische resten, hoe groter de (verwachte) archeologische waarde van een bepaalde landschappelijke eenheid. Met de termen hoge, middelhoge en lage verwachting wordt dit tot uitdrukking gebracht; 1.8
bebouwing
één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde; 1.9
bedrijf
een inrichting voor de bedrijfsmatige uitoefening van industrie, ambacht, handel, vervoer of nijverheid;
53
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Hoogeveenseweg 17, Zuidwolde (ontwerp)
1.10
bedrijfsbebouwing
één of meerdere gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, die ten dienste staan van de uitoefening van een bedrijf, waaronder niet wordt begrepen een bedrijfswoning met de daarbij behorende bijbehorende bouwwerken; 1.11
bedrijfswoning
een woning in of bij een gebouw of op een terrein, kennelijk slechts bedoeld voor (het gezin van) een persoon, wiens huisvesting daar, gelet op de bestemming van het gebouw of het terrein, noodzakelijk is; 1.12
bestaande
a. het gebruik dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig is en/of bebouwing die op dat tijdstip aanwezig of in uitvoering is, dan wel kan worden gebouwd krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen; b. het onder a bedoelde geldt niet voor zover sprake was van strijd met het voorheen geldende bestemmingsplan, de voorheen geldende beheersverordening, daaronder mede begrepen het overgangsrecht van het bestemmingsplan of de beheersverordening, of een andere planologische toestemming 1.13
bestemmingsgrens
de grens van een bestemmingsvlak; 1.14
bestemmingsvlak
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.15
bijbehorend bouwwerk
een uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd en met de aarde verbonden bouwwerk met een dak; 1.16
bouwen
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk; 1.17
bouwgrens
de grens van een bouwvlak; 1.18
bouwperceel
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.19
bouwperceelgrens
de grens van een bouwperceel; 1.20
bouwvlak
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten;
54
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Hoogeveenseweg 17, Zuidwolde (ontwerp)
1.21
bouwwerk
elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; 1.22
bouwwerk voor recreatief nachtverblijf
een bouwwerk dat naar aard en inrichting is bedoeld voor recreatief nachtverblijf, met een met de grond verbonden constructie en een plaatsgebonden karakter, hiertoe worden gerekend chalets, trekkershutten, stacaravans en dergelijke; 1.23
chalet
een demontabel bouwwerk, ten behoeve van recreatief verblijf, bestaande uit hout of kunststof en zonder vaste verankering in de grond; 1.24
detailhandel
het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ter verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; 1.25
dienstverlening
inrichtingen ten behoeve van het bedrijfsmatig verlenen van commerciële en niet commerciële diensten; 1.26
erf
een al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, waarbij het bestemmingsplan die inrichting niet verbiedt; 1.27
gebouw
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.28
hoofdgebouw
een gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is; 1.29
horecabedrijf en/of -instelling
een bedrijf of instelling waar bedrijfsmatig dranken en etenswaren voor gebruik ter plaatse worden verstrekt en/of waarin bedrijfsmatig logies wordt verstrekt, een en ander al dan niet in combinatie met een vermaaksfunctie, met uitzondering van een erotisch getinte vermaaksfunctie; 1.30
kampeerplaats
een afgeschermd terrein van circa 100 m2, waarop één tot ten hoogste drie kampeermiddelen voor een familie of een bij elkaar horende groep personen kunnen worden geplaatst; 1.31
kampeerterrein
een terrein of plaats, geheel of gedeeltelijk ingericht, en blijkens die inrichting bestemd, om daarop gelegenheid te geven tot het plaatsen of geplaatst houden van kampeermiddelen behoeve van recreatief nachtverblijf;
55
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Hoogeveenseweg 17, Zuidwolde (ontwerp)
1.32
kleinschalig kampeerterrein
een verblijfsrecreatieterrein, geheel of gedeeltelijk ingericht en blijkens die inrichting bestemd, om daarop gelegenheid te geven tot het plaatsen of geplaatst houden van ten hoogste 25 kampeerplaatsen ten behoeve van recreatief nachtverblijf, hieronder niet begrepen chalets, trekkershutten en stacaravans; 1.33
kantoor
een inrichting voor het op commerciële basis verlenen van diensten, zonder een baliefunctie; 1.34
karakteristieke gebouwen
gebouwen die behoren tot het cultureel erfgoed vanwege hun cultuurhistorische waarde, architectonische en/of kunsthistorische waarde, situationele en/of ensemblewaarde, gaafheid en/of herkenbaarheid of zeldzaamheid; 1.35
kwetsbaar object
een object als bedoeld in artikel 1, sub l van het Besluit externe veiligheid inrichtingen; 1.36
landschappelijk inpassingsplan
plan dat aangeeft op welke wijze de inpassing van de voorgenomen ruimtelijke ontwikkelingen in het desbetreffende gebied plaatsvindt; tot deze inpassing behoren de situering van de opstallen en de inrichting van het perceel, waaronder de erfbeplanting ten opzichte van het landschap; het gaat om bestaande en gewenste karakteristieken en kwaliteiten van het landschap; 1.37
logies
het bedrijfsmatig (nacht)verblijf bieden aan een recreant of tijdelijke werknemer, waarbij de betreffende persoon het hoofdverblijf elders heeft; 1.38
ondergeschikte horeca
horeca die ondergeschikt en in hoofdzaak ten dienste staat van en gerelateerd is aan de bestemming en tot doel heeft het verstrekken van kleine etenswaren en dranken; 1.39
normaal onderhoud
werkzaamheden die regelmatig noodzakelijk zijn voor een goed beheer van de gronden; 1.40
overkapping
een bouwwerk, geen gebouw zijnde, dat dient ter overdekking en dat met een of twee wanden is omgeven; hieronder wordt in elk geval een carport verstaan; 1.41
peil
a. peil gebouw: de hoogte van de afgewerkte vloer ter plaatse van de hoofdtoegang; b. peil ander bouwwerk:de hoogte ter plaatse van het gemiddelde afgewerkte terrein; 1.42
permanente bewoning
bewoning van een ruimte als hoofdverblijf; 1.43
recreatiewoning
een woonverblijf bestemd voor recreatief gebruik door gebruikers die hun hoofdverblijf elders hebben;
56
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Hoogeveenseweg 17, Zuidwolde (ontwerp)
1.44
seksinrichting
een voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte, waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotisch pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan; een seksbioscoop, een seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub of een prostitutiebedrijf, waaronder tevens begrepen een erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar; 1.45
stacaravan
een caravan, die als een bouwwerk voor recreatief nachtverblijf dient te worden aangemerkt; 1.46
trekkershut
een bouwwerk voor recreatief nachtverblijf van eenvoudige (houten) constructie met slaap- en kookgelegenheid, maar zonder verwarming of sanitaire voorzieningen, dat dienst doet in plaats van een zelf meegenomen tent of caravan; 1.47
verblijfsrecreatie
recreatief verblijf, waarbij wordt overnacht in kampeermiddelen, recreatiewoningen, appartementen en/of recreatieverblijven, waarbij hoofdverblijf elders wordt gehouden; 1.48
verblijfsrecreatie met een kleinschalig karakter
het houden van een kampeerterrein van kleinschalige omvang waarop mobiele kampeermiddelen kunnen worden geplaatst; 1.49
voorgevel
de naar de weg, het voetpad of andere openbare ontsluiting toegekeerde gevel van een gebouw, met dien verstande dat slechts één gevel als zodanig kan worden aangemerkt; 1.50
woning
een complex van ruimten in een gebouw, krachtens zijn indeling geschikt en bestemd voor de huisvesting van één persoon of meerdere personen of een gezin;